lord mantis

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad

Lord Mantis – Universal death church

Na de zelfmoord van drummer Bill Bumgardner in 2016 leek het na twee EP’s en drie langspelers game over te zijn voor het geniale Lord Mantis. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en recent verscheen in de vorm van “Universal death church” een vierde plaat. Oprichter en songschrijver Andrew Markuszewski liet zich hiervoor bijstaan door Abigail Williams frontman Ken Sorceron op gitaar, Indian frontman Dylan O’Toole, die links en rechts wat zang voor zijn rekening nam, en ex-The Faceless drummer Bryce Butler die Bumgardner’s plaats op de drumkruk inneemt. Maaaaaar…het beste moet nog komen want de verloren zoon Charlie Fell keert terug als zanger/bassist nadat hij na de release van “Death mask” wegens allerhande verslavingen uit de band werd gesjot. De plooien lijken nu gladgestreken te zijn en daar zijn we maar wat blij mee. Fell is immers één van de beste frontmannen in het sludge genre en kon in tussentijd aan het werk gehoord/gezien worden bij het eveneens geniale Cobalt op diens “Slow forever“-plaat. “Qliphotic alpha” en “Damocles falls” werden naar aanloop van de “comeback” op de mensheid losgelaten en beloofden het allerbeste. Die eerste track bevat halfweg een serieuze mood shift waarbij beukende sludge tsunami’s in meer melodieuze wateren overgaan. En we horen net als op ouder werk her en der een vocoder die Fell’s vocalen door de mangel haalt. “Damocles falls” grijpt terug naar het “Pervertor“-era, mijn favoriete plaat van de band. “God’s animal” is een vrij a-typisch nummer want we horen hierin een voorliefde voor heavy metal doorschemeren hoewel Lord Mantis’ sludge doorgaans met industriële elementen doorspekt is (invloeden van Ministry en Skinny Puppy kunnen dan ook niet ontkend worden). Luister maar eens naar het mechanische “Consciousness.exe” waar tevens een oeroude Isis-vibe doorheen waait. In het daaropvolgende “Low entropy narcosis” neemt Lord Mantis middels akoestische gitaren en een Death in June en Current 93-vibe een u-turn van jewelste. Geslaagd experiment als je het mij vraagt, want de duisternis blijft inherent ook al zwijgen de versterkers. Dat de muzikanten ook niet vies zijn van een streep vuile black, horen we in de kort maar krachtige opener “Santa muerte” en “Fleshworld” waar we zelfs op een heus blastfestijn getrakteerd worden. Deze zwartgeblakerde noise-orkaan mondt uiteindelijk uit in een portie beklijvende doom. “Universal death church” doet het licht uit middels het epische “Hole” dat gastbijdrages kent van producer Sanford Parker op synths en Yakuza’s Bruce Lamont op saxofoon. Het levert heerlijk verwrongen twists op in een apocalyptisch geluidsuniversum dat al niet aan tere zieltjes besteed is. “Universal death church” is Lord Mantis’ meest gevarieerde plaat tot op heden geworden. Of ze nu Mike Tyson-gewijs sludge uppercuts uitdelen, pekzwarte noise uitademen, steriele industriële klanken smeden, introspectieve akoestische nummers schrijven of de black metal tour opgaan, Lord Mantis excelleert als geen ander.

JOKKE: 91/100

Lord Mantis – Universal death church (Profound Lore 2019)
1. Santa muerte
2. God’s animal
3. Qliphotic alpha
4. Consciousness.exe
5. Low entropy narcosis
6. Damocles falls
7. Fleshworld
8. Hole

Cobalt – Slow forever

Na de release van het geweldige “Gin” in 2009 leek het wel alsof het Amerikaanse Cobalt van deze aardkloot verdwenen was. Multi-instrumentalist Erik Wunder zette Cobalt even “on hold” om aandacht te schenken aan Man’s Gin, zijn meer psychedelic rock-getinte project. In maart 2014 kondigde zanger McSorley dan weer zijn vertrek aan hoewel de band bevestigde aan een nieuw album met hem bezig te zijn. Naar aanleiding van een homofobe en misogyne Facebook post in december 2014 werd McSorley prompt door Wunder aan de deur gezet en besliste die laatste om Cobalt verder te zetten met een nieuwe frontman. Die werd uiteindelijk gevonden in brulboei Charlie Fell, die op zijn beurt bij het geweldige Lord Mantis de laan uitgestuurd werd. Er werden dus heel wat woelige watertjes doorzwommen om tot het nagelnieuwe “Slow forever” te komen. Na de lange afwezigheid besloot het duo zijn trouwe fanschare dan maar meteen te verwennen met een dubbelabum waarbij de speelduur van de elf songs op meer dan tachtig minuten afklokt. Wie Cobalt een beetje kent, weet dat de band niet voor één gat te vangen is. Hoewel ze in de metalen archieven als black metal band geboekstaafd staan, vind ik deze omschrijving veel te kort door de bocht en zelfs in hoge mate misleidend. Klinkt dit als Marduk artillerie? In geen zeshonderzesenzestig jaar! Neigt dit naar Wolves In The Throne Room boomgeknuffel? Ik dacht het niet! Lijkt dit op Gorgoroth grimness? Zijt ge zot! Horen we blasts? Nope (behalve in de titelsong)! IJzige tremelo riffs? Nada! Satan worshipping? Nah! Cobalt staat voor een hybride vorm van moderne (bah, wat een vies woord!) metal waarin elementen geïnjecteerd worden uit americana en western blues (beluister opener “Hunt the buffalo” of “Beast whip” waarbij een link naar Volahn voor de hand ligt), hardcore (sommige breakdowns in “Ruiner” neigen naar een band als Walls Of Jericho), folk (de rustpunten op de plaat zoals de aftrap van het lange “King rust” of het intermezzo “Breath”), noise (“Siege”), sludge en vuile rock (het geweldige “Cold breaker” dat het eerste deel afsluit), black ’n roll (hedendaagse Darkthrone is bij momenten niet veraf in “Elephant graveyard”, een stampende rocker van formaat) en tenslotte black metal (meest hoorbaar in de bijtende vocalen van Fell en de meest uptempo songs zoals “Final will” en de titeltrack). Al deze elementen zitten meermaals in één song verpakt, zonder dat de boel geforceerd klinkt, waardoor het zaakje fris oogt en je als luisteraar de hele rit lang aan je boxen gekluisterd blijft. Op de cover van “Gin” stond de jonge Ernest Hemingway als militair soldaat afgebeeld en op “Slow forever” is de schrijver opnieuw aanwezig, ditmaal in het nummer “Iconoclast” waarin een sample opduikt van de speech die de auteur in 1954 gaf naar aanleiding van zijn Nobelprijs: “Things may not be immediately discernible in what a man writes, and in this sometimes he is fortunate; but eventually they are quite clear and by these and the degree of alchemy that he possesses he will endure or be forgotten.” Ook komt gin, de lievelingsdrank van de heren (en ondergetekende), opnieuw aan bod in “Cold breaker” wanneer Fell volgende nihilistische lijnen uit zijn longen perst: “I can’t trust anyone/ Hit the streets with the cloak and dagger/ Neon steam on a melting beam/ Pissing gin with your bath salt stagger.” Met “Slow forever” levert Cobalt de overtreffende trap van “Gin” af. Dit is zo’n plaat waar je binnen tien jaar nog plezier aan beleeft.
JOKKE: 90/100

Cobalt – Slow forever (Profound Lore Records 2016)
Disc 1
1. Hunt the buffalo
2. Animal law
3. Ruiner
4. Beast whip
5. King rust
6. Breath
7. Cold breaker
Disc 2
1. Elephant graveyard
2. Final will
3. Iconoclast
4. Slow forever
5. Siege

Abigail Williams – The accuser

Ken Sorceron, oprichter en bezieler van het Amerikaanse Abigail Williams heeft me hier serieus bij mijn pietje. Daar waar ik dacht dat zijn band eerder in de symfonische black metal hoek of zelfs het metalcore straatje zat, is daar op het nieuwe “The accuser” niet veel van te merken, gelukkig maar! Oorspronkelijk was de band gesitueerd in Phoenix (Arizona), maar momenteel is Olympia (Washington) de uitvalsbasis. En dat heeft zo zijn invloed op het geluid dat nu sterke paralellen vertoont met streekgenoten Wolves In The Throne Room en dus vrij rauwe en primitieve, doch atmosferische black metal omvat. Maar er is veel meer aan de hand. Eigenlijk biedt “The accuser” een dwarsdoorsnede van de huidige USBM-scene: ruw blastwerk met striemende riffs à la Fell Voices (“Path of broken glass”), creepy noisy en psychedelisch materiaal dat aan Twilight refereert (“The cold lines”), met lichte New Wave invloeden doordrenkte Krieg worship (“Nuumite”), beklemmende en verstikkende duisternis in het straatje van Nightbringer (“Of the outer darkness” en “Godhead”), meer catchy naar Nachtmystium neigend materiaal inclusief melodieuze solo (“Will, wish and desire”) en snerpende schuursponsvocalen die herinneren aan George Clarke (Deafheaven). Deze invloeden worden voor de hand liggend als je ziet welke strijdkrachten de heer Sorceron rond zich verzameld heeft om deze plaat in te blikken: Jeff Wilson (o.a. Wolvhammer), Charlie Fell (ex-Nachtmystium, ex-Lord Mantis), Will Lindsay (Indian, Lord Mantis, ex-Wolves In The Throne Room), Neil Jameson (Krieg, Twilight). Need I say more? Wees echter op je hoede met het ouder materiaal van deze band, want dat is toch wel beduidend minder. “The accuser” is echter een schot in de roos bij ondergetekende!

JOKKE: 85/100

Abigail Williams – The accuser (Candlelight Records 2015)
1. Path of broken glass
2. The cold lines
3. Of the outer darkness
4. Will, wish and desire
5. Godhead
6. Forever kingdom of dirt
7. Lost communion
8. Nuumite

Napalm Death – Apex predator – Easy meat

Het Britse grindcore instituut Napalm Death denkt nog lang niet aan ophouden. De band maakt al meer dan dertig jaar de grootste teringherrie, en hoewel ze nog wel ettelijke jaartjes van de pensioengerechtigde leeftijd verwijderd zijn, vraagt een mens zich soms af hoe ze het in godsnaam klaarspelen om na al die jaren nog steeds zo agressief uit de hoek te komen en de vloer aan te vegen met het gros van piepjonge bands. Zolang we met zijn allen maar verder blijven doen met moeder aarde naar de kloten te helpen en mekaar uit te moorden, blijft er een bloeiende voedingsbodem aanwezig voor de humane grindcore van het Britse gezelschap. Daar waar sommige genregenoten uitblinken in het adoreren van vunzige taferelen en gore troep zoals exploderende piemels of vleesetende clitorissen, is Napalm Death veeleer een band die humane en politieke topics in de lyrics aansnijdt (hoewel het album artwork voor een keer eens anders doet vermoeden). Hoewel ik vind dat er in muziek geen plaats is voor politiek, prefereer ik bands als Napalm Death, Rotten Sound en Nasum (rip) boven de porn grind orkestjes. Midden jaren negentig klonk de band iets gematigder en neigde men meer naar death metal, maar vanaf “Enemy of the music business” uit 2000 gingen ze er, met een gezonde portie peper in de reet, weer voluit voor, wat zelfs met hun voorgaande album “Utilitarian” resulteerde in één van hun beste platen. De energieke en dynamische grindcore raast als van oudsher als een bezetene (“Smash a single digit”, “Bloodless coup”, “Stunt your growth”, “One eyed”) maar is tegelijkertijd best experimenteel van aard (de industrial aandoende intro laat dit al vermoeden), getuige de met momenten catchy zijnde song “How the years condemn”, het doomy, met cleane zang opgesmukte “Dear slum landlord”, het horrorachtige “Beyond the pale” (dat me soms wat aan Lord Mantis doet denken), de orchestrale koorzang in “Hierarchies” of de naar Napalm Death normen bijna episch klinkende afsluiter “Adversarial – Copulating snakes”.  Oh ja, die geweldige door merg en been gaande screams van de gekortwiekte gitarist Mitch Harris (die recent om persoonlijke redenen een stapje terug zette, maar hopelijk snel naar het vertrouwde nest terug keert) blijven nog steeds de perfecte symbiose creëren met de bulderende vocalen van frontman Mark “Barney” Greenway. De bass van stoere knuffelbeer Shane Embury staat duidelijk in de mix en Danny Herrera timmert elk gaatje dicht. Hoewel ze ruim driehonderd songs in hun carrière uitgepoept hebben, blijven ze interessante nummers schrijven en relevante albums uitbrengen, waarvoor hulde!

JOKKE: 82/100

Napalm Death – Apex predator – Easy meat (Century Media records 2015)
1. Apex predator – Easy meat
2. Smash a single digit
3. Metaphorically screw you
4. How the years condemn
5. Stubborn stains
6. Timeless flogging
7. Dear slum landlord…
8. Cesspits
9. Bloodless coup
10. Beyong the pale
11. Stunt your growth
12. Hierarchies
13. One-eyed
14. Adversarial / Copulating snakes

https://soundcloud.com/centurymedia/napalm-death-how-the-years-condemn/s-kNTo6

Lord Mantis – Death mask

Mijn favoriete viespeuken Lord Mantis poepten recent hun derde langspeler “Death mask” uit. De plaat staat weer vol met ranzige sludge wat zich ook weerspiegelt in het controversiële maar geniale hoesontwerp. Effe proberen de vinyl-versie te scoren want dan komt het artwork nog beter tot zijn recht. Nu niet dat ik de bijhorende poster van deze gezellig uitziende jongedame (of is het een man?) meteen aan mijn muur zou hangen in de woonkamer (tenzij je de bomma eens goed wilt doen verschieten als ze op bezoek komt). Deze derde boreling gaat verder op hetzelfde vunzige elan van diens voorganger “Pervertor”, maar is geen klakkeloze kopie. Af en toe wordt de knetterharde en groovende downtempo sludge onderbroken door een sporadische acceleratie zoals in het openingsnummer “Body choke”, het titelnummer of halverwege “Negative birth”. Ook zijn er hier en daar wat industrial elementen aan de sound toegevoegd (check “Posession prayer” en “Coil”), waardoor “Death mask” experimenteler en gevarieerder klinkt dan vorig plaatwerk. Gitaristen Andrew Markuszewski (Avichi, ex-Nachtmystium) en Ken Sorceron (Abigail Williams, ex-Aborted) smijten ons de ene na de andere zwaar beukende en lompe riff om de oren waarop drummer Bill Bumgardner (Indian) zich serieus kan uitleven. Bassist en zanger Charlie Fell (ex-Avichi, ex-Nachtmystium) completeert het uit de hand gelopen modderfestijn met zijn donderende bass en overstuurde krijsende vocalen. “You will gag for the fix” is een piano-intermezzo maar is met zijn spooky horrorkarakter nu niet meteen het liefelijke riedeltje waar je instant vrolijk van wordt. Het afsluitende en tien minuten durende “Three crosses” is een kolos van een mokerhamer die genadeloos op je brein in ramt. Na zeven songs en 47 minuten ben je dan ook compleet suf gebeukt. Een hoogtepunt kiezen is onbegonnen werk want alle songs knallen je van begin tot eind omver. Wat een teringherrie! Hopelijk kan ik er volgende keer wél bij zijn als dit zootje ongeregeld onze contreien onveilig komt maken. Wederom een geniale plaat die via Profound Lore op de mensheid los gelaten wordt. Nog beter doen dan Lord Mantis wordt dit jaar vrijwel onmogelijk!

JOKKE: 95/100
Lord Mantis – Death mask (Profound Lore Records)
1. Body choke
2. Death mask
3. Posession prayer
4. You will gag for the fix
5. Negative birth
6. Coil
7. Three crosses

Avichi – Catharsis absolute

Andrew Markuszewski aka Aamonael is een bezig baasje. Zo maakte hij gedurende enkele jaren deel uit van Nachtmystium, is hij gitarist bij het fenomenale Lord Mantis en verscheen recent met “Catharsis absolute” het derde wapenfeit van zijn soloproject Avichi. De twee vorige platen (“The divine tragedy” uit 2007 en “The devil’s fractal” uit 2011) waren voorbeelden van oerdegelijke USBM met een licht-orthodoxe inslag. Ondergetekende keek dan ook reikhalzend uit naar nieuw plaatwerk. Aftrappen doen we met “Repercussion”, een donker piano-intro dat vervolgens overgaat in het furieuze “Flames in my eyes” dat bol staat van dissonant en hypnotiserend riffwerk. Andrew weet echter als geen ander dat het beter is om het gaspedaal niet voortdurend in te duwen en de luisteraar kapot te beuken, maar wisselt tragere passages af met snel black metal geweld om zo een goede dynamiek te creëren doorheen het album. De nieuwe nummers onderscheiden zich van het oudere materiaal door een iets melodieuzere gitaarsound en catchy melodieën zonder ook maar één moment cheesy over te komen. In “Voice of intuition” horen we duidelijk de invloed van een Nachtmystium terug ten tijde van “Instinct: Decay”, terwijl “Lightweaver” dan weer serieus rockt, maar toch ook weer de nodige psychedelische insteek bevat. “All gods fall” klokt boven de twaalf minuten af en is het langste nummer van de nieuwe plaat. Ook hier weer afwisseling troef. Het begin van deze kolos doet sterk denken aan het immens populaire Svartidaudi, totdat heldere zang het nummer halverwege dan weer een meer epische wending geeft. De afsluitende titelsong wordt volledig op piano gespeeld en is met zijn acht minuten misschien net wat aan de lange kant. Toch is het een zéér knappe prestatie wat Aamonael hier in zijn eentje neerzet! De eerste slechte plaat die via Profound Lore het daglicht ziet, moet nog gemaakt worden.

JOKKE: 86/100

Avichi – Catharsis absolute (Profound Lore)
1.Repercussion
2. Flames in my eyes
3. Lightweaver
4. Voice of intuition
5. All gods fall
6. Catharsis absolute