mayhem

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw

Wie wild is van spookachtige kerkhofklanken en een beklemmend horrorsfeertje zit bij het Poolse Krypta Nicestwa (“Krypte van het niets”) aan het juiste adres. Dit duo is een jaar of twee actief waarin al twee demo’s en twee splits verschenen (eentje met het Duitse Gjaldur en eentje met het Australische Forest Mysticism). In de vorm van “Sarkofagi nocnych zjaw” (“sarcofagen van nachtelijke verschijningen”) is er nu een nieuwe EP. En die start met een ijselijke grafkreet die me de stuipen op het lijf jaagt. De black metal-klanken die zich nadien vervoegen ruiken naar dood en verderf, maar nergens ambiëren zanger/drummer V. en snarenplukker/ keyboardspeler S. de positie van meest agressieve of snelle band in het genre. De toetsen creëren een lugubere en macabere setting en de riffs hebben in de mid-tempo partijen een heuse doom-insteek waarbij de vroegste bands van de Poolse scene geëerd worden. Wanneer Krypa Nicestwa in het overwegend mid-tempo “Ołtarze diabelskich pierwocin” dan toch accelereert, horen we heel wat vroege-Emperor in het riff-werk doorschemeren en “Czernie bytów chtonicznych” doet me – op het fluitje na – meer dan eens aan Mayhem in het “Deathcrush” era denken. Dan weten jullie meteen ook waar de heren de mosterd halen op vlak van melodieën. Doorheen de spinnenwebben van het archaïsche “W sferze pzoagrobowego trwania” dwalen middeleeuws aandoende synth-partijen die gelukkig nergens in kermistoestanden en polonaise-materiaal ontaarden. De droge krijsstem past dit soort grafherrie als gegoten en de basgitaar weet ondanks de grimmige sound toch haar plaatsje op te eisen. Niets mis met deze EP. S. en V. weten duidelijk waar ze mee bezig zijn.

JOKKE: 78/100

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw (Signal Rex 2020)
1. Spojrzenia świątyni nocy
2. Czernie bytów chtonicznych
3. W sferze pzoagrobowego trwania
4. Ołtarze diabelskich pierwocin

Úlfarr – Hate & terror – The rise of pure evil

Op 31 oktober doet het Duitse Purity Through Fire een heus offensief met tal van nieuwe releases, waaronder “Hate & terror – The rise of pure evil“, het debuut van het Engelse Úlfarr. Deze band zag reeds in 2011 het levenslicht en heeft al drie demo’s, een split en zelfs twee live-registraties op haar palmares staan. Hoogtijd dus voor een langspeler die echter slechts op een magere 28 minuten afklokt. Maar een plaat als “Reign in blood” hoor ik u al denken…ja ja! Bandleider/alleenheerser Dominus houdt er een hele resem andere bands op na waarvan enkel Thy Dying Light een kerkbelletje deed rinkelen. Inspiratie wordt enerzijds gehaald uit de desolate landschappen en het niet aflatende sombere klimaat van thuisland Engeland (de band noemt haar stijl dan ook “Cumbrian black metal“) en anderzijds de minachting voor de mensheid en overbevolking in het moderne Groot-Brittannië. Het begeleidend promopraatje haalt referenties als klassieke Darkthrone, Mayhem, One Tail One Head en Death Cult aan en in deze Noorse name dropping kunnen we ons wel deels vinden, hoewel het niveau van geenéén van deze bands geëvenaard wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de zes titelloze nummers ons niet kunnen boeien. De songs wisselen rechtlijnige old-school raggende black af met een lekkere black ’n roll-insteek, wat voor de nodige dynamiek zorgt. En de vocalen krijsen gemeend haatdragend hun boodschap uit. Qua sound klinken de geprogrammeerde drums net iets te steriel, maar voor de rest geen klachten over deze DIY-opgenomen plaat waarop zelfs een mooie rol voor de basgitaar is weggelegd. Wie van niet al te ingewikkelde maar effectieve black houdt, zit bij Úlfarr aan het juiste adres.

JOKKE: 77/100

Úlfarr – Hate & terror – The rise of pure evil (Purity Through Fire/Worship Tapes 2019)
1. Part I
2. Part II
3. Part III
4. Part IV
5. Part V
6. Part VI

Sun Worship – Emanations of desolation

Jochei, jochei! De nieuwe Sun Worship is gearriveerd. Samen met Ultha is deze band zowat het beste wat er de laatste jaren op black metal-gebied uit Duitsland op ons werd afgevuurd. Na het geweldige “Pale dawn” uit 2016 keert de band nu uit het niets terug met “Emanations of desolation“, een 55 minuten durende trip waarvoor ik maar al te graag ga zitten. Sun Worship is ondertussen gereduceerd tot een duo nadat zanger/gitarist Felix-Florian Tödtloff de zonneaanbidders na de vorige langspeler verliet. Gitarist/zanger Lars Enssen (Ultha, Unru) en slagwerker Bastian Hagedorn bleven echter niet bij de pakken zitten…gelukkig! “Zenith” trapt met allerhande rituele percussie af maar na een tweetal minuten mondt deze The Black Heart Rebellion-achtige atmosfeer in “Void conqueror” uit in de gekende atmosferische black metal-razernij van Sun Worship. Top trouwens dat er weer voor een ruwe organische productie werd geopteerd, want een moderne afgelikte sound zou hier misplaatst zijn. Lars verzorgde in het verleden ook al zang, maar wordt nu bijgestaan door Bastian, waarbij te melden valt dat zijn scream timbre iets lager uitvalt dan deze van Felix-Florian, en hierdoor meer de sludge-kant uitgaat. In “Soul harvester” vertolken de vocalen eerder een verhalende rol dan dat het gezongen krijszang betreft. Muzikaal is dit echter nog steeds riff-gedreven melodieuze en atmosferische black waarbij Bastian zich qua snelheid zoals steeds volledig kan uitleven, hoewel de songs dynamischer dan ooit zijn. Zo laat “Torch reversed” ook wat meer mid-tempo stukken horen, net als heldere ingetogen zang. De tremolo-riffs aan het einde van deze negen minuten durende song zijn weer om duimen en vingers bij af te likken. “Pilgrimage” is een uit Burzumeske duistere ambient en rituele percussie opgetrokken rustpunt waarbij de sound van de percussie doet denken aan “Silvester anfang“, de intro van Mayhem’s legendarische “Deathcrush” EP. “Coronation” zou zo op een Ultha-plaat kunnen staan en de twaalf minuten durende afsluiter “Without end” laat het tempo bij momenten zakken, maakt plaats voor heldere gezangen maar weet ook als een bezetene te razen. Ongelofelijk dat Sun Worship met slechts twee muzikanten zulke massieve sound kan neerzetten. Benieuwd hoe ze het er live vanaf zullen brengen op hun show in de Little Devil in Tilburg op 30 oktober. Ik raad mensen met een afkeer van hipster-black aan de stront uit hun horen te halen en de vooroordelen onder tafel te vegen, want wat Sun Worship laat horen is pure klasse!

JOKKE: 90/100

Sun Worship – Emanations of desolation (vendetta Records 2019)
1. Zenith
2. Void conqueror
3. Devoured
4. Torch reversed
5. Soul harvester
6. Pilgrimage
7. Coronation
8. Without end

Pharmakeia – Pharmakeia

Na Mahr, Hwwauoch en Voidsphere is het de beurt aan de vierde (of is het vijfde?) en laatste worp van het recente materiaal dat vanuit het mysterieuze Prava Kollektiv komt. Op de bekende vragen “Wie zijn ze? Wat drijft hen?” moet ik helaas het antwoord schuldig blijven. In tegenstelling tot de andere projecten is Pharmakeia een nieuwe speler en zodoende is dit dus ook het eerste uitgebrachte materiaal onder die noemer. De naam van zowel het project als het album komt uit het Grieks (φαρμακεία) en kan vertaald worden naar ‘tovenarij’, of in modernere termen het gebruik van (geneeskrachtige of psychoactieve) middelen. Vandaar dus ook ons woordje ‘farmacie’. Uiteraard gaat het er bij Addergebroed niet om etymologische lessen te geven, maar het beluisteren van dit debuutalbum laat er weinig twijfel over bestaan welke betekenis aan het project ten grondslag ligt: Pharmakeia klinkt als een paddotrip gone wrong. Dan heb ik het niet over een trip waarbij je na een tijdje even een dip hebt, maar over het soort psychedelische ervaring waarvan je van in den beginne weet ‘shit, dit worden de meest miserabele, mindfucking en verwarrende 6 uur van mijn leven’, terwijl je maar al te goed beseft dat je de rit moet uitzitten. Zo ook krijgen we een benauwende, haast claustrofobische wall of sound van zwaar distorted gitaren die over een zo goed als niet-aflatende stroom uptempo drums heen walsen. Rustpunten? Vergeet het maar. Laaggestemde dissonanten vinden hun weg doorheen de ronkende bas- en ritmegitaarbrij, en vanuit de diepste krochten van de toch relatief heldere mix rijzen ijzingwekkende screams op, die haast moeite hebben om een grijpende hand boven de instrumentale afgrond uit te steken en houvast te vinden. Bij opener “Invoke” horen we rond de drie minuten een riff die ergens doet denken aan Mayhems “Funeral fog”, maar daar houdt de vergelijking met de grootheden dan ook op. Pharmakeia houdt er geen rechtlijnige songstructuren op na en lijkt erop gericht je onder te dompelen in een nietsontziende maalstroom van waanzinnige denkbeelden. Niet voor de tere zieltjes onder ons. En al zeker geen materiaal om op te zetten als je je in andere sferen bevindt. Of net wel?

CAS: 86/100

Pharmakeia – Pharmakeia (Amor Fati Productions 2019)
1. Invoke
2. Worship
3. Calling
4. Request
5. Offer

Eternity – To become the great beast

To become the great beast” van het Noorse Eternity – er lopen wel meer gelijknamige bands op onze aardkloot rond – is een album dat maar liefst dertien jaar na debuut “Bringer of the fall” verschijnt. Frontman en oprichter Evighet beschouwt het dan ook als zijn levenswerk en zoals zijn alias aangeeft, heeft het dus een eeuwigheid geduurd om de opvolger wereldkundig te kunnen maken. Eigenaardig is dat vijf van de tien nummers op “To become the great beast” ook al op een gelijknamige demo uit 2015 prijkten. En nog merkwaardiger is dat de Noor een hele resem mooie namen rond zich heeft kunnen verzamelen. Zo horen we Blasphemer (Vltimas, Aura Noir, ex-Mayhem) op basgitaar terug en bestaat de rest van de band uit leden van Nocturnal Breed en Den Saakaldte. Ook Brynjard Tristan (ex-Dimmu Borgir, ex-Old Man’s Child) komt nog een nummertje meebrullen. De tien nummers die de revue passeren laten een kwalitatief en doordacht ietwat schel Scandinavisch black metal-geluid horen waarbij het duidelijk mag zijn dat er vakmanschap aan te pas is gekomen (mag ook wel als je zo lang aan een album zit te sleutelen). Evighet heeft duidelijk een voorliefde voor het snelle werk want er wordt goed gas gegeven en de tremolo-riffs volgen mekaar in een moordend snel tempo op. Wel opletten geblazen dat het niet te eentonig wordt jongens! Tragere nummers zoals “In subspecies aeterna” en “Nine magic songs” zijn dus welgekomen. Eternity laat geen moment iets vernieuwend horen maar dat vinden we in dit geval helemaal niet erg. Er komen geen tierlantijntjes zoals keyboards, akoestische gitaren, samples of dergelijke aan te pas en op vocaal gebied valt er eveneens geen hocus pocus te horen, maar een doelgerichte verbeten scream. Met het oude werk van de band was ik niet bekend, maar “To become the great beast” is een schot in de roos. Was ook wel deels te verwachten als je weet dat een man als Blasphemer hier zijn medewerking aan verleent.

JOKKE: 81/100

Eternity – To become the great beast (Soulseller Records 2019)
1. Sun of hate
2. Bringer of the fall
3. Te nostro deum sathanas
4. If I ever lived
5. Horror vacui
6. In subspecies aeterna
7. To become the great beast
8. Violator
9. Empire
10. Nine magic songs

Gaahl’s Wyrd – GastiR – Ghosts invited

Kristian Eivind Espedal is beter bekend als “Gaahl”. Sommige mensen zullen hem waarschijnlijk wel kennen van Gorgoroth of Godseed, maar meer zullen hem wellicht voor het eerst echt hebben gezien in de documentaire “A headbanger’s journey“. Zijn rijzige, stoïcijnse voorkomen is sindsdien semi-legendarisch binnen bepaalde kringen. Helaas vertaalt zich dat, volgens mij, niet in spectaculaire muzikale prestaties. Het debuutalbum “GastiR – Ghosts invited”  is een amalgaam van black metal stijlen dat zeker niet slecht is, maar ook nergens echt indruk op me weet te maken. Er zijn elementen van al Gaahls’ vorige bands en projecten, waaronder ook wat folk, maar niks springt er echt uit. De riffs zweven tussen traditionele black, pagan en thrash terwijl de stem wisselt tussen screams, clean gezang en parlando. De vocalen zijn trouwens over het algemeen best in orde, maar nu ook niet indrukwekkend te noemen en op sommige plaatsen zelfs wat vals. De moderne, maar niet gelikte, productie is prima en het nogal knullige foto-artwork past ergens ook wel, maar voor mij voelt het allemaal wat flauw aan. Misschien ligt het eraan dat dit een eerste release is en de muzikanten elkaar nog wat moeten vinden, maar gezien Gaahl toegang heeft tot toch wel een hoop talent, had er eventueel wel wat beters in gezeten. Hoe dan ook lijkt de band wel relatief hoge ogen te gooien met de release, gepromoot door een Europese tournee met Mayhem. Fans van de man of echte black metal groupies kunnen dit gerust aanschaffen. De iets meer kritische mens, zou toch best eerst eens goed luisteren vooraleer tot een koop over te gaan.

Xavier: 70/100

Gaahl’s Wyrd – GastiR – Ghosts invited (Season Of Mist 2019)
1. Ek erilar
2. From the spear
3. Ghosts invited
4. Carving the voices
5. Veiztu hve
6. The speech and the self
7. Through and past and past
8. Within the voice of existence