mayhem

Gjendød – Angrep

Het duo Gjendød maakt al sinds 2015 menig Noors woud in de buurt van Trondheim onveilig, maar ik leerde de band pas kennen middels de eerder dit jaar verschenen EP en split met Múspellzheimr. Dit bedrijvige jaar 2020 sluiten de heren af met “Angrep“, hun derde langspeler hoewel dat een relatief begrip is voor een plaat die onder het half uur afklokt. Het buikgevoel zegt dan meteen dat Gjendød niet te veel tijd wilt verliezen en de bok meteen bij de horens wilt vatten. Er wordt in opener “Vår lykke er vårt hat” dan ook meteen tot de aanval overgegaan (dan weet u meteen ook wat de Noorse albumtitel betekent) met thrashy black waarbij vanaf de eerste seconde een gitaarsolo op de luisteraar afgevuurd wordt. Het luidt een plaat in die een pak sneller, agressiever en noisier qua productie is dan al wat Gjendød in het verleden heeft gedaan. In de razernij zitten echter wel allerhande details en accenten verstopt zoals pianoriedeltjes, akoestische stukjes, catchy basloopjes of verdwaalde vrouwelijke vocalen. Het geeft wat extra inhoud en kleur aan een voor de rest gitzwarte rit. Het hakkende, militaristische drumwerk spreekt me minder aan daar het al snel eentonig gaat klinken, hoewel het industriële en machinale randje in combinatie met de gortdroge vocalen in een nummer als “Vik avvik” een atmosfeer creëert die niet had misstaan op Mayhem’s “Wolf lair abyss“. In “Fra en annen side” is een erg hoorbare rol voor de basgitaar weggelegd wat extra structuur inbouwt in een song die verder is opgebouwd uit snijdende tremolo’s en nog steeds dat recht voor de vuist drumwerk. “Gap opp” laat gelukkig voor de eerste keer ook eens een mid-tempo musicerende Gjendød horen, maar halfweg gaat het duo weer op kruissnelheid op oorlogspad. De verwrongen riffs van afsluiter “Svekket” missen hun doel niet en creëren een gevoel van onbehagen. Hoewel er een duidelijk punkattitude in “Angrep” vervat zit, weet de band het geheel boeiend te houden met die frivole prullaria die voor wat tegengewicht moeten zorgen, hoewel ik na enkele luisterbeurten nog steeds niet snap wat die Spaanse gitaren in een nummer als “Ikke mye håp” komen doen. Het grootste struikelblok is voor ondergetekende echter het eendimensionale drumwerk. Geef mij maar het oudere plaatwerk zoals de tweede langspeler “Krigsdøger” waar meer gevoel, dynamiek, atmosfeer en gelaagdheid in vervat zat.

JOKKE: 70/100

Gjendød – Angrep (Hellthrasher Productions 2020)
1. Vår lykke er vårt hat
2. I et hus uten speil
3. Vik avvik
4. Fra en annen side
5. Gap opp
6. Ikke mye håp
7. Angrep
8. Svekket

The Kryptik – Behold fortress inferno

Beetje vreemd dat The Kryptik zijn nieuwe release “Behold fortress inferno” als een EP bestempelt als je weet dat die met een speelduur van bijna veertig minuten zelfs een tikkeltje langer duurt dan de twee langspelers die de Brazilianen reeds op hun conto hebben (“Through infinity of darkness” uit 2017 en “When the shadows rise” uit 2019). Misschien komt het doordat ze een Mayhemcover hebben moeten toevoegen om aan de speelduur te komen? Daarover later meer. De heren Sinner en Tormentor zijn duidelijk ergens halfweg de jaren negentig in hun muzikale ontwikkeling blijven steken, want The Kryptik eert symfonische blackmetalgrootheden als Emperor, Obtained Enslavement, Abigor en Limbonic Art, maar zal ook liefhebbers van recentere bands als Evilfeast of Vargrav kunnen bekoren. Bij de combinatie “symfonisch” en “Braziliaans” zal u in eerste instantie misschien de wenkbrauwen fronsen, daar we normaliter meer bestiale klanken gewend zijn die uit het Latijns-Amerikaanse land op ons afkomen, maar wie het vorige werk van The Kryptik kent, weet dat het duo best wel kaas heeft gegeten van het componeren van aanstekelijke symfonische blackmetalsongs. Vanaf de begintonen van “Behold fortres inferno” wordt een middeleeuwse citadel aan neo-klassieke symfonische black opgetrokken. De toetsen tieren welig, maar de fundering van snijdende tremolo’s, stuwende drums en ijselijke screams zit stevig in de ondergrond verankerd. “The plagues of the abyss” wordt middels klokkengeluid, mysterieuze samples en het gehuil van wolven ingeleid, waarna hemelse keyboards voortdurend aanzwellen tussen de nocturnale black metal die naar het einde toe wat in snelheid afneemt. Na de twee eerste songs, die beide op meer dan acht minuten afklokken, is het tijd om even adem te happen tijdens het somber klinkende intermezzo “…Of darkness“. Het geeft de tijd om de zwaarden opnieuw te slijpen en aangesterkt door klanken van strijdgewoel begeven we ons terug het slagveld op tussen de marcherende zwarte legioenen. Mavorim zanger Baptist komt de krijgers mee ophitsen en op dit nummer bereikt The Kryptik met veel gratie en grootsheid haar apotheose. De clandestiene mysteries van hun sound geven langzaam hun geheimen prijs wanneer je de kosmische sleutel op de juiste manier weet te gebruiken om de bombastische kryptokronkels te ontcijferen. Terwijl de strijd vervaagt, explodeert ook “Paths from eternity” de kosmos in. De heldere zang die hier opduikt is wel niet om over naar huis te schrijven en vormt een kleine smet op het voor de rest glanzende blazoen. Deze uitstekende EP bevat als toetje nog een getrouwe maar uit mistige synths opgetrokken cover van de Mayhem klassieker “Funeral fog” met een zangbijdrage van Utu’s Necromaniac wiens scream ik minder overtuigend vind, maar Attila’s timbre wel meer benadert dan die van Sinner. The past is alive!

JOKKE: 81/00

The Kryptik – Behold fortress inferno (Purity Through Fire 2020)
1. Behold fortress inferno
2. The plagues of the abyss
3. …Of darkness
4. Black legions march
5. Paths from eternity
6. Funeral fog (Mayhem cover)

Prosternatur – Mortuus et sepultus

Het internationale gezelschap dat onder de noemer Prosternatur al één langspeler en één split lang haar occulte blackmetal over deze aardkloot uitstort, is een graag geziene gast bij Addergebroed. We sprongen dan ook een gat in de lucht bij de aankondiging van de nieuwe full-length “Mortuus et sepultus” (Latijn voor ‘Hij stierf en werd begraven’) waarop vijf nummers prijken waarvan de titels ons naar aloude gewoonte om de oren slagen met occulte grootspraak. Wel ietwat vreemd dat deze plaat via het kleine en relatief onbekende Franse Transcendance label op CD verschijnt. Hopelijk zet er nog iemand zijn of haar schouders onder een vinylrelease, want wat het in een mysterieuze waas gehulde gezelschap ons hier dik veertig minuten lang laat horen, is weer om van te smullen. Althans voor wie houdt van een occulte rituele hoogmis waarbij naast de obligate orgeltoeters en bellen, een breed scala aan heldere koorzang, gefluister, gekrijs en andere vervormde vocalen (we moeten vanaf de eerste noten meteen aan Mayhem’s Attila Csihar denken) de satanische viering opvoert. De zwartmetalen basis bestaat uit dissonante, ondoordringbare en onbehagelijke klanken die één groot hallucinogeen geheel vormen. Vooral het tweede deel van “Salamanu telocahe!” heeft een psychedelisch smoelwerk dat wat luchtiger is qua opzet en voor een harmonieus tegengewicht zorgt vergeleken met het extatische en meer extreme eerste deel. De infernale en sacrale blend aan geluiden van “Descendit ad infernos” klinkt zo vurig dat het priestergewaden in lichterlaaie zet en vormt de perfecte soundtrack voor een one way trip richting het hellevuur. Prosternatur hanteert regelmatig het duivelse kunstje om snelle drums en percussie onder trage, hypnotiserende gitaarriffjes te plaatsen wat een verwrongen spanningsbegrafenisveld creëert. Luister maar eens naar de cathartische apotheose die “Plagued” op die manier vormt. “Mortuus et sepultus” is een intrigerende plaat die heel wat luisterbeurten vraagt alvorens al haar mystieke geheimen prijs te geven, maar niet voor wie ondertussen een degout heeft van occulte rituelen en satanische hoogmissen.

JOKKE: 83/100

Prosternatur – Mortuus et sepultus (Transcendance 2020)
1. E-Kishirgal
2. Salamanu Telocahe!
3. Descendit ad infernos
4. Et incarnátus
5. Mph Arsl Gaiol
6. Plagued

Voluptas – Towards the great white nothing

Al ronddolend in de wandelgangen van de blackmetalscene werd me het volwaardig debuut “Towards the great white nothing” van het voor mij onbekende Voluptas getipt. Het Praagse kwintet bracht in 2016 reeds een EP uit en diens titel “Ved rums ende” verklapt al een klein beetje waar deze heren de mosterd halen. De basis voor de vijf nieuwe nummers is ontegensprekelijk klassieke Scandinavische black, maar net als bv. een band als het avantgardistische Ved Buens Ende, is ook Voluptas niet vies van wat geëxperimenteer en slagen ze te pas en te onpas interessante, soms psychedelische zijpaden in om even later hun extreme koers terug voort te zetten. Ook Dødheimsgard’s satanische kunst is hen blijkbaar niet vreemd als je luistert naar opener “Crystalline key“. In een nummer als “Thargelia” transmuteren de muzikanten van agressieve black à la Mayhem ten tijde van “Wolf’s lair abyss” en jengelende arpeggio’s naar doom geïnspireerde passages waarin de hoge screams ingeruild worden voor diepere gutturale vocalen. “Of gnosis and agony” is dan weer een evenwichtsoefening in shape-shifting tussen traditionele black, ritmische partijen, psychedelische passages en een punky ondertoon. De blastbeats, het tremelo picking gitaarwerk en de krijszang van “Between terror and Erebus” vormen zowat het meest straightforward nummer van “Towards the great nothing“, hoewel er ook ruimte gelaten wordt voor een swingend intermezzo waarin de basgitaar wulps ronddartelt. Deze song staat in contrast met de meer dan dertien minuten durende afsluiter “Desert twilight” die haar naam alvast niet gestolen heeft, want plotsklaps wanen we ons ergens in het Midden-Oosten dankzij de repetitieve openende psychedelische oosterse gitaarakkoorden die een hypnotiserend tranceopwekkend effect uitoefenen. We merken ook subtiele saxofoongeluiden op die in de finale van dit epos nog zullen terugkeren. Plotsklaps stuwen de diepe keelgeluiden van de zanger het nummer in een doomrichting, om even later weer meer extremere metaloorden op te zoeken waar snijdende riffs en blastende drums het mooie weer maken. Wanneer de sax opnieuw opduikt, is het om de atmosfeer om te toveren naar spookachtige jazz die na enkele minuten uitmondt in ambient en noise maar eerder als plaatvulling overkomt. Ondanks deze misplaatste eindnoot, blijkt Voluptas een aangename ontdekking te zijn doordat ze met “Towards the great white nothing” een avontuurlijke en creatieve plaat hebben afgeleverd die positief opvalt tussen al het old-school blackmetalgeweld.

JOKKE: 78/100

Voluptas – Towards the great white nothing (MetalGate 2020)
1. Crystalline key
2. Thargelia
3. Of gnosis and agony
4. Between terror and Erebus
5. Desert twilight

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw

Wie wild is van spookachtige kerkhofklanken en een beklemmend horrorsfeertje zit bij het Poolse Krypta Nicestwa (“Krypte van het niets”) aan het juiste adres. Dit duo is een jaar of twee actief waarin al twee demo’s en twee splits verschenen (eentje met het Duitse Gjaldur en eentje met het Australische Forest Mysticism). In de vorm van “Sarkofagi nocnych zjaw” (“sarcofagen van nachtelijke verschijningen”) is er nu een nieuwe EP. En die start met een ijselijke grafkreet die me de stuipen op het lijf jaagt. De black metal-klanken die zich nadien vervoegen ruiken naar dood en verderf, maar nergens ambiëren zanger/drummer V. en snarenplukker/ keyboardspeler S. de positie van meest agressieve of snelle band in het genre. De toetsen creëren een lugubere en macabere setting en de riffs hebben in de mid-tempo partijen een heuse doom-insteek waarbij de vroegste bands van de Poolse scene geëerd worden. Wanneer Krypa Nicestwa in het overwegend mid-tempo “Ołtarze diabelskich pierwocin” dan toch accelereert, horen we heel wat vroege-Emperor in het riff-werk doorschemeren en “Czernie bytów chtonicznych” doet me – op het fluitje na – meer dan eens aan Mayhem in het “Deathcrush” era denken. Dan weten jullie meteen ook waar de heren de mosterd halen op vlak van melodieën. Doorheen de spinnenwebben van het archaïsche “W sferze pzoagrobowego trwania” dwalen middeleeuws aandoende synth-partijen die gelukkig nergens in kermistoestanden en polonaise-materiaal ontaarden. De droge krijsstem past dit soort grafherrie als gegoten en de basgitaar weet ondanks de grimmige sound toch haar plaatsje op te eisen. Niets mis met deze EP. S. en V. weten duidelijk waar ze mee bezig zijn.

JOKKE: 78/100

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw (Signal Rex 2020)
1. Spojrzenia świątyni nocy
2. Czernie bytów chtonicznych
3. W sferze pzoagrobowego trwania
4. Ołtarze diabelskich pierwocin

Úlfarr – Hate & terror – The rise of pure evil

Op 31 oktober doet het Duitse Purity Through Fire een heus offensief met tal van nieuwe releases, waaronder “Hate & terror – The rise of pure evil“, het debuut van het Engelse Úlfarr. Deze band zag reeds in 2011 het levenslicht en heeft al drie demo’s, een split en zelfs twee live-registraties op haar palmares staan. Hoogtijd dus voor een langspeler die echter slechts op een magere 28 minuten afklokt. Maar een plaat als “Reign in blood” hoor ik u al denken…ja ja! Bandleider/alleenheerser Dominus houdt er een hele resem andere bands op na waarvan enkel Thy Dying Light een kerkbelletje deed rinkelen. Inspiratie wordt enerzijds gehaald uit de desolate landschappen en het niet aflatende sombere klimaat van thuisland Engeland (de band noemt haar stijl dan ook “Cumbrian black metal“) en anderzijds de minachting voor de mensheid en overbevolking in het moderne Groot-Brittannië. Het begeleidend promopraatje haalt referenties als klassieke Darkthrone, Mayhem, One Tail One Head en Death Cult aan en in deze Noorse name dropping kunnen we ons wel deels vinden, hoewel het niveau van geenéén van deze bands geëvenaard wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de zes titelloze nummers ons niet kunnen boeien. De songs wisselen rechtlijnige old-school raggende black af met een lekkere black ’n roll-insteek, wat voor de nodige dynamiek zorgt. En de vocalen krijsen gemeend haatdragend hun boodschap uit. Qua sound klinken de geprogrammeerde drums net iets te steriel, maar voor de rest geen klachten over deze DIY-opgenomen plaat waarop zelfs een mooie rol voor de basgitaar is weggelegd. Wie van niet al te ingewikkelde maar effectieve black houdt, zit bij Úlfarr aan het juiste adres.

JOKKE: 77/100

Úlfarr – Hate & terror – The rise of pure evil (Purity Through Fire/Worship Tapes 2019)
1. Part I
2. Part II
3. Part III
4. Part IV
5. Part V
6. Part VI

Sun Worship – Emanations of desolation

Jochei, jochei! De nieuwe Sun Worship is gearriveerd. Samen met Ultha is deze band zowat het beste wat er de laatste jaren op black metal-gebied uit Duitsland op ons werd afgevuurd. Na het geweldige “Pale dawn” uit 2016 keert de band nu uit het niets terug met “Emanations of desolation“, een 55 minuten durende trip waarvoor ik maar al te graag ga zitten. Sun Worship is ondertussen gereduceerd tot een duo nadat zanger/gitarist Felix-Florian Tödtloff de zonneaanbidders na de vorige langspeler verliet. Gitarist/zanger Lars Enssen (Ultha, Unru) en slagwerker Bastian Hagedorn bleven echter niet bij de pakken zitten…gelukkig! “Zenith” trapt met allerhande rituele percussie af maar na een tweetal minuten mondt deze The Black Heart Rebellion-achtige atmosfeer in “Void conqueror” uit in de gekende atmosferische black metal-razernij van Sun Worship. Top trouwens dat er weer voor een ruwe organische productie werd geopteerd, want een moderne afgelikte sound zou hier misplaatst zijn. Lars verzorgde in het verleden ook al zang, maar wordt nu bijgestaan door Bastian, waarbij te melden valt dat zijn scream timbre iets lager uitvalt dan deze van Felix-Florian, en hierdoor meer de sludge-kant uitgaat. In “Soul harvester” vertolken de vocalen eerder een verhalende rol dan dat het gezongen krijszang betreft. Muzikaal is dit echter nog steeds riff-gedreven melodieuze en atmosferische black waarbij Bastian zich qua snelheid zoals steeds volledig kan uitleven, hoewel de songs dynamischer dan ooit zijn. Zo laat “Torch reversed” ook wat meer mid-tempo stukken horen, net als heldere ingetogen zang. De tremolo-riffs aan het einde van deze negen minuten durende song zijn weer om duimen en vingers bij af te likken. “Pilgrimage” is een uit Burzumeske duistere ambient en rituele percussie opgetrokken rustpunt waarbij de sound van de percussie doet denken aan “Silvester anfang“, de intro van Mayhem’s legendarische “Deathcrush” EP. “Coronation” zou zo op een Ultha-plaat kunnen staan en de twaalf minuten durende afsluiter “Without end” laat het tempo bij momenten zakken, maakt plaats voor heldere gezangen maar weet ook als een bezetene te razen. Ongelofelijk dat Sun Worship met slechts twee muzikanten zulke massieve sound kan neerzetten. Benieuwd hoe ze het er live vanaf zullen brengen op hun show in de Little Devil in Tilburg op 30 oktober. Ik raad mensen met een afkeer van hipster-black aan de stront uit hun horen te halen en de vooroordelen onder tafel te vegen, want wat Sun Worship laat horen is pure klasse!

JOKKE: 90/100

Sun Worship – Emanations of desolation (vendetta Records 2019)
1. Zenith
2. Void conqueror
3. Devoured
4. Torch reversed
5. Soul harvester
6. Pilgrimage
7. Coronation
8. Without end

Pharmakeia – Pharmakeia

Na Mahr, Hwwauoch en Voidsphere is het de beurt aan de vierde (of is het vijfde?) en laatste worp van het recente materiaal dat vanuit het mysterieuze Prava Kollektiv komt. Op de bekende vragen “Wie zijn ze? Wat drijft hen?” moet ik helaas het antwoord schuldig blijven. In tegenstelling tot de andere projecten is Pharmakeia een nieuwe speler en zodoende is dit dus ook het eerste uitgebrachte materiaal onder die noemer. De naam van zowel het project als het album komt uit het Grieks (φαρμακεία) en kan vertaald worden naar ‘tovenarij’, of in modernere termen het gebruik van (geneeskrachtige of psychoactieve) middelen. Vandaar dus ook ons woordje ‘farmacie’. Uiteraard gaat het er bij Addergebroed niet om etymologische lessen te geven, maar het beluisteren van dit debuutalbum laat er weinig twijfel over bestaan welke betekenis aan het project ten grondslag ligt: Pharmakeia klinkt als een paddotrip gone wrong. Dan heb ik het niet over een trip waarbij je na een tijdje even een dip hebt, maar over het soort psychedelische ervaring waarvan je van in den beginne weet ‘shit, dit worden de meest miserabele, mindfucking en verwarrende 6 uur van mijn leven’, terwijl je maar al te goed beseft dat je de rit moet uitzitten. Zo ook krijgen we een benauwende, haast claustrofobische wall of sound van zwaar distorted gitaren die over een zo goed als niet-aflatende stroom uptempo drums heen walsen. Rustpunten? Vergeet het maar. Laaggestemde dissonanten vinden hun weg doorheen de ronkende bas- en ritmegitaarbrij, en vanuit de diepste krochten van de toch relatief heldere mix rijzen ijzingwekkende screams op, die haast moeite hebben om een grijpende hand boven de instrumentale afgrond uit te steken en houvast te vinden. Bij opener “Invoke” horen we rond de drie minuten een riff die ergens doet denken aan Mayhems “Funeral fog”, maar daar houdt de vergelijking met de grootheden dan ook op. Pharmakeia houdt er geen rechtlijnige songstructuren op na en lijkt erop gericht je onder te dompelen in een nietsontziende maalstroom van waanzinnige denkbeelden. Niet voor de tere zieltjes onder ons. En al zeker geen materiaal om op te zetten als je je in andere sferen bevindt. Of net wel?

CAS: 86/100

Pharmakeia – Pharmakeia (Amor Fati Productions 2019)
1. Invoke
2. Worship
3. Calling
4. Request
5. Offer

Eternity – To become the great beast

To become the great beast” van het Noorse Eternity – er lopen wel meer gelijknamige bands op onze aardkloot rond – is een album dat maar liefst dertien jaar na debuut “Bringer of the fall” verschijnt. Frontman en oprichter Evighet beschouwt het dan ook als zijn levenswerk en zoals zijn alias aangeeft, heeft het dus een eeuwigheid geduurd om de opvolger wereldkundig te kunnen maken. Eigenaardig is dat vijf van de tien nummers op “To become the great beast” ook al op een gelijknamige demo uit 2015 prijkten. En nog merkwaardiger is dat de Noor een hele resem mooie namen rond zich heeft kunnen verzamelen. Zo horen we Blasphemer (Vltimas, Aura Noir, ex-Mayhem) op basgitaar terug en bestaat de rest van de band uit leden van Nocturnal Breed en Den Saakaldte. Ook Brynjard Tristan (ex-Dimmu Borgir, ex-Old Man’s Child) komt nog een nummertje meebrullen. De tien nummers die de revue passeren laten een kwalitatief en doordacht ietwat schel Scandinavisch black metal-geluid horen waarbij het duidelijk mag zijn dat er vakmanschap aan te pas is gekomen (mag ook wel als je zo lang aan een album zit te sleutelen). Evighet heeft duidelijk een voorliefde voor het snelle werk want er wordt goed gas gegeven en de tremolo-riffs volgen mekaar in een moordend snel tempo op. Wel opletten geblazen dat het niet te eentonig wordt jongens! Tragere nummers zoals “In subspecies aeterna” en “Nine magic songs” zijn dus welgekomen. Eternity laat geen moment iets vernieuwend horen maar dat vinden we in dit geval helemaal niet erg. Er komen geen tierlantijntjes zoals keyboards, akoestische gitaren, samples of dergelijke aan te pas en op vocaal gebied valt er eveneens geen hocus pocus te horen, maar een doelgerichte verbeten scream. Met het oude werk van de band was ik niet bekend, maar “To become the great beast” is een schot in de roos. Was ook wel deels te verwachten als je weet dat een man als Blasphemer hier zijn medewerking aan verleent.

JOKKE: 81/100

Eternity – To become the great beast (Soulseller Records 2019)
1. Sun of hate
2. Bringer of the fall
3. Te nostro deum sathanas
4. If I ever lived
5. Horror vacui
6. In subspecies aeterna
7. To become the great beast
8. Violator
9. Empire
10. Nine magic songs