Metal Blade Records

Downfall Of Gaia – Ethic of radical finitude

Het Duitse Downfall Of Gaia heeft ondertussen meer dan tien jaar op de teller staan. In dit decennium heeft de band het gepresteerd om, naast enkele kleinere releases, reeds vijf langspelers uit te brengen waarvan “Ethic of radical finitude” de allernieuwste is. Het kwartet is één van dé vaandeldragers van het post-black genre waarin bikkelharde zwartmetalen passages het contrast opzoeken met emotioneel gedragen intimiteit en groots klinkende postrock melodieën. Het is een formule die ondertussen door menig band volledig uitgemolken werd en ook Downfall Of Gaia wijkt er geen duimbreed vanaf. Dat maakt dat er op “Ethic of radical finitude” geen échte verrassingen te horen vallen. Desondanks trapt “The grotesque illusion of being” de plaat op een dusdanig beklijvende manier af waarbij de band laat zien een ruwe bolster met blanke pit te zijn. De twee navolgende lange nummers zijn meer episch van opzet zodat Downfall Of Gaia haar kunnen nog beter kan laten zien. In “We pursue the serpent of time” horen we Nikita Kamprad van Der Weg Einer Freiheit op gastzang en wordt de extreme metal aan het einde ingetrokken om plaats te maken voor serene pianoklanken. Het prijsbeest is echter “Guided through a starless night” dat middels cleane gitaarloopjes nog enigszins hoopvol start om nadien een pandoering te geven. De grootse melodieën worden misschien wel wat te lang aangehouden, maar zodra Mers Sumida (drummer Mike Kadnar’s collega van bij Black Table) een gedicht over de dood beging voor te dragen, weet de band écht te raken. Het compactere “As our bones break to the dance” bevat ondanks haar steviger karakter ook een heleboel knappe pakkende melodieën. In het afsluitende “Of withering violet leaves” wordt de post-rock kaart getrokken en horen we diepe heldere mannelijke zang en vrouwelijke spoken word voor afwisseling zorgen met de krijszang. Een minpuntje zijn de hese screams van bassist Anton Lisovoj die me op deze plaat net wat te eentonig klinken, hoewel ze eerder sporadisch ingezet worden want de muziek krijgt voldoende ruimte om zich zangloos te openbaren. Ondanks enkele kritiekpuntjes breidt Downfall Of Gaia haar discografie met “Ethic of radical finitude” op een solide manier uit zonder echter te verrassen. Ik zweer wel nog steeds bij “Suffocating in the swarm of cranes” en “Aeon unveils the throne of decay”.

JOKKE: 80/100

Downfall Of Gaia – Ethic of radical finitude (Metal Blade Records 2019)
1. Seduced by…
2. The grotesque illusion of being
3. We pursue the serpent of time
4. Guided through a starless night
5. As our bones break to the dance
6. Of withering violet leaves

Primordial – Where greater men have fallen

Ten tijde van “The gathering wilderness” uit 2005 begon bij ondergetekende het kwartje te vallen. Ik leerde het Ierse Primordial kennen als een band die uitblonk in het schrijven van donkere, maar zielsmooie muziek. Onder aanvoering van de charismatische frontman Alan A. Nemtheanga leverde de band sindsdien nog twee bescheiden meesterwerkjes af. Op de valreep van een reeds uitermate geslaagd muzikaal jaar leveren de Ieren met “Where greater men have fallen” nog maar eens een dijk van een plaat af die mijn voorlopig eindejaarslijstje duchtig door mekaar schudt. De titeltrack zet meteen de toon voor een klein uur kippenvel en weemoed, maar zoals vanouds druipt ook de woede en afkeer voor het menselijk ras er weer van af in muziek en teksten. Dat Nemtheanga een lettervreter en geschiedenisliefhebber is, komt duidelijk naar voren in zijn intelligente, maatschappijkritische (protest)songs. Niet alle nummers handelen over zijn cynische en donkere kijk op de wereld. Zo gaat het nummer “Babel’s tower” bijvoorbeeld over miscommunicatie. Opvallend aan dit nummer is de flitsende gitaarsolo naar het einde toe. Op papier klinkt dit misschien vreemd voor een band als Primordial, maar het pakt enorm goed uit. Na het vrij standaard Primordial nummer “Come the flood” volgt het furieuze “The seed of tyrants” waarin de black metal roots van het vijftal nog eens duidelijk boven komen drijven. Het tempo wordt hier serieus opgeschroefd en de flamboyante kletskop spuugt zijn gal uit (“If the church had one neck I would wring it. If the state had one artery I would sever it. Torches to the parliament of swine. And iron to the rights of fools.”). “Ghosts of the charnel house” wordt door vellenmepper Simon O’Laoghaire op gang getrokken en heeft een tamelijk hoog “vuist in de lucht” gehalte wat ook refereert aan de zanger zijn all star Bathory tribute band Twilight Of The Gods. Eigenlijk is Bathory zowat de enige band waarvan je invloeden terug hoort in de muziek van Primordial, want het geluid van de band is herkenbaar uit de duizenden: mid-tempo pakkende onderhuidse melodieën en spanning die gebalt zitten in een metalen basis waarop de love it or hate it grimmige cleane vocalen van Nemtheanga  je bij de keel grijpen. In het dreigende “The alchemist’s head” gaan zijn vocalen ook nog eens de black metal toer op terwijl het onheilspellende “Born to night” dat typische Ierse gevoel voor dramatiek bevat. Save the best for last, want “Wield lightning to split the sun” is een enorm pakkende en bloedmooie song, waarin de gitaarmelodie je tot tranen toe beroert.  “Where greater men have fallen” is opnieuw één brok (h)eerlijke muziek.

JOKKE: 88/100

Primordial – Where greater men have fallen (Metal Blade Records 2014)
1. Where greater men have fallen
2. Babel’s tower
3. Come the flood
4. The seed of tyrants
5. Ghosts of the charnel house
6. The alchemist’s head
7. Born to night
8. Wield lightning to split the sun