neo-folk

Nevoa – The absence of void

Met de regelmaat van de klok ontdek ik nieuwe underground pareltjes zoals dat nu weer het geval is met het Portugese Nevoa. Ik zou nooit de link leggen tussen het zonovergoten Portugal en de donkere atmosferische black metal die het duo Nuno Craveiro en João Freire op hun debuut “The absence of void” ten gehore brengt. Dank u Altare Productions (een voor mij onbekend label)! De driekwartier durende boswandeling van “The absence of void” begint nog enigszins hoopvol, maar wordt donkerder naarmate de harde realiteit van de natuur zich onthult. De wandelaar heeft geen andere optie dan de wetten der natuur te accepteren wat leidt tot meer begrip voor Moeder Aarde en haar grillen, wat meteen het eindpunt van de reis inhoudt (en resulteert in een nogal abrupt einde van de afsluitende titeltrack, wat absoluut niet past bij dit soort vloeiende muziek). De mooie hoes illustreert de donkere tocht perfect. De volledige discografie van Wolves In The Throne Room staat ongetwijfeld in beide heren hun platenkast, want naar deze bostrollen neigt de sound en sfeerschepping overduidelijk. Niet alleen is Nevoa ook een duo, bovendien wordt de spannende, melancholische en met momenten hypnotiserende black metal op “Alma” ingeruild voor neo-folk kampvuurklanken waarop de vocalen (zonder storend Portugees accent!) van Cláudia Andrade de luisteraar in vervoering trachten te brengen. Een trucje dat WITTR ook veelvuldig gebruikt. Het riffwerk in opener “A thousand circles” refereert ook aan het Duitse Sun Worship. Ik ken geen hol van voetbal maar toch kan ik u zeggen dat, terwijl de wolven in de Champions League spelen, dit Nevoa wel nog net een klasse lager opereert. Maar we zijn natuurlijk nog maar aan de debuutplaat bezig, wat het beste doet vermoeden voor de toekomst! Weeral één om in het oog te houden.

JOKKE: 81/100

Nevoa – The absence of void (Altare Productions 2015)
1. A thousand circles
2. Wind and branches
3. Alma
4. Below a celestial abyss
5. The absence of void

Agalloch – The serpent & the sphere

Agalloch is een band die heel erg hoog aangeschreven staat bij ondergetekende. Niet alleen zijn hun studioplaten echte kunstwerkjes (“Ashes against the grain” hoort zeker in mijn top 5 albums aller tijden thuis) ook hun live shows zijn om duimen en vingers bij af te likken. In plaats van op automatische piloot elke avond dezelfde setlist in driekwartier tijd te brengen, kiezen ze voor een show van meer dan twee uur waarbij gegrasduind wordt in heel hun oeuvre en waarbij sommige passages live een eigen leven gaan leiden. Tevens is Aesop Dekker een erg leuke drummer om bezig te zien. Zorg dat je erbij bent als deze Amerikanen (hopelijk snel) de grote plas oversteken om hun nieuwste werk “The serpent & the sphere” live voor te stellen. Dit vijfde album is opgebouwd rond vijf hoofdnummers die met elkaar verbonden zijn door akoestische intermezzo’s (“Serpens caput”, “Cor serpentis (the sphere)” en “Serpens cauda” oftewel het hoofd, lichaam en staart van de slang). Het beeld van de slang komt ook terug in het artwork van het album waarvoor o.a. onze landgenoot Niels Geybels grafisch werk aanleverde. Reeds van in den beginne heeft Agalloch zich een eigen stijl weten aan te meten die ze zelf als “grey metal” omschrijven oftewel een mix van dark en black metal met neo-folk, ambient, post-rock en drone elementen. Op het eerste gehoor krijgen we een logisch en misschien weinig spannend vervolg voorgeschoteld van voorgaand werk (openingstrack “Birth and death of the pillars of creation” had perfect op “Marrow of the spirit” kunnen staan), maar na een vijftal luisterbeurten moet ik concluderen dat er toch weer een onaardse schoonheid verborgen zit in de nummers. Eens de van pure melancholie doordrongen melodieën zich in je brein genesteld hebben, is het puur genieten geblazen. Het album start vrij rustig en pas in “The astral dialogue” gaat de band iets grimmiger en ruiger tekeer. “Dark matter gods” behoort met zijn gespierd karakter en bloedmooie post-rock insteek tot de hoogtepunten van de plaat. John Haughm wisselt opnieuw zijn typerende ruwe zang af met cleane partijen en gefluister.  Het twaalf minuten durende “Plateau of the ages” vormt de magistrale apotheose van “The serpent & the sphere”. Akoestische en elektrische gitaren duelleren naar hartenlust tot er een fenomenale grandeur bereikt wordt in de slotfase van dit werkelijk episch nummer. Ik weet dat dit veel superlatieven zijn voor de band uit Portland, Oregon, maar ze verdienen dit echt. De stroom aan kwaliteitsreleases is nog amper bij te houden en ik weet nu al dat het een hels karwei gaat worden om daaruit tien platen te selecteren voor mijn eindejaarslijst. Dat Agalloch zich in de bovenste regionen gaat vestigen, staat nu echter al als een paal boven water.

JOKKE: 95/100

Agalloch – The serpent & the sphere (Profound Lore Records 2014)

1. Birth and death of the pillars of creation
2. (Serpens caput)
3. The astral dialogue
4. Dark matter gods
5. Celestial effigy
6. Cor serpentis (the sphere)
7. Vales beyond dimension
8. Plateau of the ages
9. (Serpens cauda)