neo-folk

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn

Nevoa – The absence of void

Met de regelmaat van de klok ontdek ik nieuwe underground pareltjes zoals dat nu weer het geval is met het Portugese Nevoa. Ik zou nooit de link leggen tussen het zonovergoten Portugal en de donkere atmosferische black metal die het duo Nuno Craveiro en João Freire op hun debuut “The absence of void” ten gehore brengt. Dank u Altare Productions (een voor mij onbekend label)! De driekwartier durende boswandeling van “The absence of void” begint nog enigszins hoopvol, maar wordt donkerder naarmate de harde realiteit van de natuur zich onthult. De wandelaar heeft geen andere optie dan de wetten der natuur te accepteren wat leidt tot meer begrip voor Moeder Aarde en haar grillen, wat meteen het eindpunt van de reis inhoudt (en resulteert in een nogal abrupt einde van de afsluitende titeltrack, wat absoluut niet past bij dit soort vloeiende muziek). De mooie hoes illustreert de donkere tocht perfect. De volledige discografie van Wolves In The Throne Room staat ongetwijfeld in beide heren hun platenkast, want naar deze bostrollen neigt de sound en sfeerschepping overduidelijk. Niet alleen is Nevoa ook een duo, bovendien wordt de spannende, melancholische en met momenten hypnotiserende black metal op “Alma” ingeruild voor neo-folk kampvuurklanken waarop de vocalen (zonder storend Portugees accent!) van Cláudia Andrade de luisteraar in vervoering trachten te brengen. Een trucje dat WITTR ook veelvuldig gebruikt. Het riffwerk in opener “A thousand circles” refereert ook aan het Duitse Sun Worship. Ik ken geen hol van voetbal maar toch kan ik u zeggen dat, terwijl de wolven in de Champions League spelen, dit Nevoa wel nog net een klasse lager opereert. Maar we zijn natuurlijk nog maar aan de debuutplaat bezig, wat het beste doet vermoeden voor de toekomst! Weeral één om in het oog te houden.

JOKKE: 81/100

Nevoa – The absence of void (Altare Productions 2015)
1. A thousand circles
2. Wind and branches
3. Alma
4. Below a celestial abyss
5. The absence of void

Agalloch – The serpent & the sphere

Agalloch is een band die heel erg hoog aangeschreven staat bij ondergetekende. Niet alleen zijn hun studioplaten echte kunstwerkjes (“Ashes against the grain” hoort zeker in mijn top 5 albums aller tijden thuis) ook hun live shows zijn om duimen en vingers bij af te likken. In plaats van op automatische piloot elke avond dezelfde setlist in driekwartier tijd te brengen, kiezen ze voor een show van meer dan twee uur waarbij gegrasduind wordt in heel hun oeuvre en waarbij sommige passages live een eigen leven gaan leiden. Tevens is Aesop Dekker een erg leuke drummer om bezig te zien. Zorg dat je erbij bent als deze Amerikanen (hopelijk snel) de grote plas oversteken om hun nieuwste werk “The serpent & the sphere” live voor te stellen. Dit vijfde album is opgebouwd rond vijf hoofdnummers die met elkaar verbonden zijn door akoestische intermezzo’s (“Serpens caput”, “Cor serpentis (the sphere)” en “Serpens cauda” oftewel het hoofd, lichaam en staart van de slang). Het beeld van de slang komt ook terug in het artwork van het album waarvoor o.a. onze landgenoot Niels Geybels grafisch werk aanleverde. Reeds van in den beginne heeft Agalloch zich een eigen stijl weten aan te meten die ze zelf als “grey metal” omschrijven oftewel een mix van dark en black metal met neo-folk, ambient, post-rock en drone elementen. Op het eerste gehoor krijgen we een logisch en misschien weinig spannend vervolg voorgeschoteld van voorgaand werk (openingstrack “Birth and death of the pillars of creation” had perfect op “Marrow of the spirit” kunnen staan), maar na een vijftal luisterbeurten moet ik concluderen dat er toch weer een onaardse schoonheid verborgen zit in de nummers. Eens de van pure melancholie doordrongen melodieën zich in je brein genesteld hebben, is het puur genieten geblazen. Het album start vrij rustig en pas in “The astral dialogue” gaat de band iets grimmiger en ruiger tekeer. “Dark matter gods” behoort met zijn gespierd karakter en bloedmooie post-rock insteek tot de hoogtepunten van de plaat. John Haughm wisselt opnieuw zijn typerende ruwe zang af met cleane partijen en gefluister.  Het twaalf minuten durende “Plateau of the ages” vormt de magistrale apotheose van “The serpent & the sphere”. Akoestische en elektrische gitaren duelleren naar hartenlust tot er een fenomenale grandeur bereikt wordt in de slotfase van dit werkelijk episch nummer. Ik weet dat dit veel superlatieven zijn voor de band uit Portland, Oregon, maar ze verdienen dit echt. De stroom aan kwaliteitsreleases is nog amper bij te houden en ik weet nu al dat het een hels karwei gaat worden om daaruit tien platen te selecteren voor mijn eindejaarslijst. Dat Agalloch zich in de bovenste regionen gaat vestigen, staat nu echter al als een paal boven water.

JOKKE: 95/100

Agalloch – The serpent & the sphere (Profound Lore Records 2014)

1. Birth and death of the pillars of creation
2. (Serpens caput)
3. The astral dialogue
4. Dark matter gods
5. Celestial effigy
6. Cor serpentis (the sphere)
7. Vales beyond dimension
8. Plateau of the ages
9. (Serpens cauda)