nightbringer

Akhlys – Melinoë

Ahhhh, Akhlys. Het eerste geschapen wezen, dat zelfs voor het ontstaan van Chaos zelve in de Griekse mythologie ronddwaalde. De personificatie van de eeuwige nacht, en de mist des doods. Een meer passende naam had bezieler, muzikale duizendpoot en dienaar van de duisternis, Naas Alcameth, niet snel kunnen bedenken. Naast zijn vele andere projecten – met name Nightbringer, Excommunion, Bestia Arcana en het recente Aoratos – staat Akhlys, onverslaanbaar en in een ijzige sluier van miserie, angst en desolaat nihilisme gehuld. De band is met deze “Melinoë” aan zijn derde langspeler toe, en ongeveer het volledige blackmetalminnend landschap keek reikhalzend uit naar de opvolger van het al enigszins iconische “The dreaming I”. Dat deze nieuwe plaat een premature geboorte kende, maakt verder helemaal niemand nog iets uit. Thematisch is ook deze langspeler opgebouwd als een uitlaatklep voor de vele vreemde gebeurtenissen die de illustere frontman doorheen zijn leven heeft meegemaakt terwijl hij droomde, in slaap viel of wakker werd. Voor elke ziel die wel eens badend in het zweet wakker werd na een zo tastbare, zo ondenkbaar duistere nachtmerrie, die hij of zij zich jaren na datum nog tot in detail kon herinneren. Voor iedereen die soms midden in de nacht zijn ogen opent en merkt dat er geen beweging in de rest van zijn of haar lichaam zit, enkel een sluipende, onverklaarbare en allesovertreffende angst die zich bij hem of haar in de kamer begeeft, en tot de genadeloze conclusie moet komen dat er geen alternatief is dan deze levende nachtmerrie te ondergaan. Melinoë, de dochter van Persephone en Hades, de heersers van de Griekse onderwereld, waakte over je. Zij is, dixit de vele schrijfsels, de ongerepte drager van nachtmerries en pure waanzin. Het gezicht van een eenzame nacht vol kwelling, terreur en het gedwongen onderwerpen aan een ontastbare overmacht. Hoe vertaal je zo’n beklemmend gevoel op auditieve wijze? Waar “The dreaming I” al een unieke blik achter de schermen van Alcameth’s wereld wist te bieden, gaat het op deze nieuwe, uiterst geniale uiting snel van kwaad naar erger. Vanaf de eerste noten op opener “Somniloquy” grijpt Akhlys je bij de haren, om je gedurende de resterende drie kwartier stampend en krijsend doorheen de negen cirkels van de hel en terug te sleuren. Dissonante riffs komen uit verre lagen geluid heen geëbd, huilend en schreiend alsof bezeten door een paranormale entiteit. Drums die lijken op te wellen als lava die stroperig maar met enige bombast uit een vulkaan komt scheuren. De sound op “Melinoë” is zo uitermate beklijvend dat het lijkt alsof een van pijn en eenzaamheid geweven deken zich rond je wikkelt, zonder enige intentie om je ooit nog los te laten. De krassende zang van Naas boort zich gestaag een weg naar binnen in je geest en drijft moeiteloos de laatste restjes emotionele stabiliteit uit je brein. Zelden klonken blackmetalvocalen zo onmenselijk en demonisch, wat gezien het uitgangspunt best een opmerkelijke prestatie is. Alle vijf komen de nummers op deze plaat onbeschrijfelijk goed tot hun recht. De samenhang is dermate sterk dat het één lang uitgesponnen verhaal lijkt, ook al staan de opussen perfect afzonderlijk als obscure pilaren in een van weemoedigheid doordrongen muzikale areaal. Wat overblijft, is de totale en eindeloze nacht. Akhlys bracht met “Melinoë” een onweerlegbaar meesterwerk ter aarde. Een schouwspel van diabolische geluidsgolven, duistere mythologie, kwaadaardige zenuwkwalen en bovenal voorzien van akelig gepaste en memorabele grafische vormgeving. Dit is exact wat onderstaande zoekt in het wijde spectrum van black metal, en ik kan daarom alleen maar dankbaarheid uiten voor de lugubere mentale hel waar Naas Alcameth door moet om deze muziek te schrijven.

JULES: 97/100

Akhlys – Melinoë (Debemur Morti Productions 2020)
1. Somniloquy
2. Pnigalion
3. Succubare
4. Ephialtes
5. Incubatio

Despondent Moon – The infernal shadows of winter

Derde langspeler op een half jaar tijd alweer van Despondent Moon, het geesteskind van de Brit Deorc Weg. Als je dan weet dat hij met zijn ander, naar zichzelf vernoemde, dungeon synth soloproject sinds januari 2017 al een twintigtal (digitale & tape) releases heeft uitgebracht, weet je dat zijn inspiratievat bodemloos lijkt. Despondent Moon situeert zich in de symfonische, maar rauwe black metal hoek, maar meet zich een kosmisch karakter aan waar tevens ook ruimte is voor ambient en dungeon synth. Een geluid dat over-en-weer flitst tussen de diepste ondergrondse krochten en het oneindige heelal dus. De drumcomputer raast onverstoord als een bezetene en vormt de hogesnelheidspuls voor de volcontinu pakkende melodieuze leads die de solomuzikant uit zijn gitaar schudt. De salpeter screams en hoge shrieks echoën door tijd en ruimte en geven – ondanks een gebrek aan variatie – een ijselijke dimensie aan zijn black metal. In tegenstelling tot kosmische genre-astronauten als Borgne, Arkhtinn of Darkspace worden de nummers – op de zeven minuten durende afsluiter “The veil of the wintermoon” na – vrij bondig gehouden, maar door het ijzingwekkend hoge tempo gebeurt er bijna zoveel als wat er in een lichtjaar bij een funeral doom band plaats vindt. Het breekpunt tussen het sinistere pianospel in “Shrouded movement by night” en de rauwe monsterriff die de afsluiter vervolgens in gang trapt, bezorgt me keer op keer kippenvel. Vergeleken met de voorgangers “A spectral descent” en “Invoking the freezing mist” heeft “The infernal shadows of winter” productioneel gezien aan kosmische kracht toegenomen. Het symfonische element van Despondent Moon zal fans van oude Emperor ongetwijfeld kunnen bekoren en de snerpende doordreunende gitaarthema’s refereren aan een Nightbringer. In de beklijvende titeltrack valt alles mooi samen. Heerlijk spul!

JOKKE: 82/100

Despondent Moon – The infernal shadows of winter (His Wounds 2020)
1. Majestic chants of the spectral forest
2. Frost beneath the vast light
3. The crystal dagger in the mighty woods
4. Of the black cosmos (pt II)
5. The infernal shadows of winter
6. Ancient coffins amongst the trees
7. Shrouded movement by night
8. The veil of the wintermoon

Ars Magna Umbrae – Apotheosis

Over Ars Magna Umbrae’s eerste langspeler “Lunar ascension” waren we twee jaar geleden erg te spreken. De Pool K.M. speelde gretig in op de dissonante trend die al een tijdje bezig was en vooral door IJslandse acts geëxploiteerd werd hoewel de origines ervan eerder tot de Franse scene te herleiden zijn. Ook het snerpende, nerveuze, demonische en kille gitaarwerk van USBM acts als Nightbringer of Bestia Arcana vond zijn weg naar het Ars Magna Umbrae universum. Al deze elementen zijn op het nagelnieuwe “Apotheosis” opnieuw aanwezig. Atonale klanken en dissonanten stromen nog steeds gretig door de riffaders en de link naar de aangehaalde USBM referenties wordt vooral in een kraker als “On the wings of divine fire” nogmaals bevestigd. Dit nummer heeft tevens een waas van oosters aandoende mystiek over zich gedrapeerd en speelt gretig met dynamische elementen. Ook de titeltrack is vermeldenswaardig en start met een monsterriff, probeert je nadien voortdurend op het verkeerde been te zetten met afwijkende tempo’s en ritmes, maar ontplooit zich wat later ook tot een meer melodische song. Het is typerend voor de occulte en esoterische black waarin we hier een kleine veertig minuten ondergedompeld worden en die ons het ene moment mee de abyssale dieptes in sleurt maar ons even later even goed in kosmische sterrenstelsels katapulteert. En of deze taferelen zich nu aan een horroreske rotvaart manifesteren of ons op traag glooiende uitdijingen doet meesurfen, maakt niet uit want Ars Magna Umbrae’s creaties barsten steeds van een gezwinde hypnose die droom en realitet doen samensmelten. Op vocaal vlak krijgen we heel diverse keelklanken voorgeschoteld gaande van raspend gekrijs over mysterieus gefluister, sappige screams en verhalende vrouwelijke stemmen. Deze tweede langspeler is opnieuw een schot in de roos en hopelijk nog niet de apotheose van deze uitermate getalenteerde one-man band. Nog even meegeven dat K.M. tot voor kort ook deel uitmaakte van Cultum Interitum die op de laatste dag van augustus hun eerste langspeler op de mensheid loslaten. Ook een aanrader voor fans van Ars Magna Umbrae en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 86/100

Ars Magna Umbrae – Apotheosis (I, Voidhanger Records 2020)
1. Through fields of Asphodel
2. She who splits the earth
3. On the wings of divine fires
4. Apotheosis
5. Mare tenebrarum
6. Oracle of luminous dark
7. Of divine divergence
8. In tenebris ignis

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Vaeok – Vaeok

Wanneer, na een sfeerscheppende inleidende passage, de eerste metalen tonen van “Terricula nox” uit de boxen schallen, dacht ik even met nieuw werk van Nightbringer te doen te hebben, want de snerpende gitaarriffs en Gollum-achtige vocalen klinken me bekend in de oren. Nu is dat op zich niet zo gek als we weten dat VJS (Sargeist, Kult ov Azazel, Adaestuo, Demoncy en dus ook Nightbringer), naast de mij onbekende M.S., één van de twee spilfiguren in deze nieuwe band is. Een verschil met Nightbringer is dat Vaeok kosmische toetsenpartijen aan haar atmosferische black toevoegt zonder écht symfonische paden te bewandelen. Denk aan een mix van enkele grootheden uit de jaren negentig zoals Emperor (de majestueuze toetsen) of Diabolical Masquerade (de vinnige agressie). Het tempo ligt regelmatig verschroeiend hoog, maar door een geslaagde productie van de Necromorbus Studio verzanden de flitsende passages nergens in een brij. Het tweede nummer, “Atrox“, bevat een melodieus refrein dat “Mother north’‘-gewijs in arena’s zou kunnen meegekeeld worden, maar iets zegt me dat Vaeok nooit zo’n grote band zal worden. Daar is de concurrentie tegenwoordig te moordend voor (waar ik absoluut niet mee wil zeggen dat dit geen kwalitatieve release is) en Vaeok’s muzikanten te integer. Sterke EP!

JOKKE: 81/100

Vaeok – Vaeok (World Terror Committee 2020)
1. Terricula nox
2. Atrox
3. Malaesthete
4. Souls void

Qayin Regis – Doctrine

Qayin Regis is de zoveelste band die in het orthodoxe black metal-genre het verschil wil proberen maken. Hoewel de jongens al sinds 2006 met de ideologische ideeën voor deze band rondliepen, duurde het nog ruim een decennium vooraleer het concreet werd voor Sovereign Pontiff Aheraaz (gitaar en bas) en Sublime Tirannus of Vedma (zang, ambient). Als trommelaar werd Patriarch Venerable Saturn aangetrokken. Hun paspoorten gooien ze niet zo maar te grabbel en ideologisch gezien draait het hier om hun fascinatie voor de dood (zie ook het artwork), spirituele gnostiek, Spaanse zwarte magie en the left hand path. In 2017 verscheen de “Blackthorn” EP en nu verschijnt het debuut “Doctrine” waarop vier songs prijken, goed voor drie kwartier orthodoxe black inclusief antieke armaturekes, kandelaars, botten en schedels en het sacrale parfum van mirre. Ik moet de heren nageven dat ze best weten hoe een spanningsboog op te bouwen en ook de atmosferische stukken die tussen de snedige black metal zijn ingeweven weten een rituele toon neer te zetten. In het akoestisch gitaarwerk van een nummer als “Neenia ataecina” schemeren Spaanse invloeden door wat steeds een extra pluspunt is als de eigen leefomgeving en achtergrond in de muziek terug te horen zijn. In hun meest overweldigende momenten hoor ik echo’s van een band als Nightbringer terug, zonder de snerpende riffs dan. “Yee naaldlooshii” flirt met gotisch aandoende cleane gitaarlijnen, maar weert ook de meer old school riffs niet. Nu is het niet al black wat de klok slaat want de band balanceert regelmatig op de slappe koord tussen black en death metal. De vocalen weten te bezweren en vullen de ruimte met hun mystieke betoveringen. De Moontower Studios in Spanje zijn zowat de tegenpool voor de Necromorbus Studio uit Zweden en elke band die hier passeert kan op haar twee oren slapen wat betreft een uitstekende productie. Sterk spul voor liefhebbers van Shrine Of Insanabilis, Ascension, Acherontas, Nightbringer en consoorten.

JOKKE: 83/100

Qayin regis – Doctrine (BlackSeed Productions 2019)
1. Via sincretica obscura
2. Yee naaldlooshii
3. Neenia ataecina
4. Deo aironis

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war

In 2017 was het voor het Canadeze Panzerfaust bijna game over toen hun tourbusje tijdens een tour met Cryptopsy en Belphegor na een schuifbeurt over glad ijs de dieperik instortte. De muzikanten kwamen er gelukkig met enkel kleerscheuren vanaf en bleven niet bij de pakken zitten. Onder het motto “what doens’t kill you, makes you stronger” ging het kwartet zelfs aan de slag om haar meest prestigieuze project ooit in de vorm van de “The suns of perdition“-trilogie neer te pennen. Het eerste deel klokt af op een half uur en handelt, zoals we van de band gewend zijn, over allerhande onbehaaglijke gebeurtenissen uit de geschiedenis die door een donkere filosofische bril bekeken worden. De opener “The day after ‘Trinity‘” verwijst naar een uitspraak van fysicus J. Robert Oppenheimer omtrent het stopzetten van nucleaire wapens wat reeds 20 jaar geleden na ‘Trinity‘ (de eerste Amerikaanse atoombom) had moeten gebeuren. Ook het thema van een song als “Stalingrad, Massengrab” moge duidelijk wezen, de samples van oorlogsspeeches en neervallen raketten winden er geen doekjes om. “The decapitator’s prayer” flirt met death metal en de snerpende, nerveuze gitaarlead heeft een hoog Nightbringer-gehalte. Panzerfaust’s moderne, licht-machinale black klinkt hier zo effectief als een precisiebombardement. Het contrast met het dertien minuten durende “The men of no man’s land” kan haast niet groter zijn. Dit nummer start met een lange repetitieve en transcendentale mantra-vibe waarin post-metal invloeden van bands als Neurosis en Dirge doorschemeren en ontpopt zich tot een knap staaltje black doom. Panzerfaust laat zich van verschillende kanten zien en maakt met dit eerste deel van “The suns of perdition” een stevig statement. Laat delen twee en drie maar snel komen! Tot op Thronefest!

JOKKE: 84/100

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war (Eisenwald 2019)
1. The day after ‘Trinity’
2. Stalingrad, Massengrab
3. Crimes against humanity
4. The decapitator’s prayer
5. The men of no man’s land

Enthroned – Cold black suns

Nooit eerder zat er een gat van vijf jaar tussen twee opeenvolgende Enthroned-platen. Om maar aan te geven dat het na het verschijnen van “Sovereigns” duidelijk geen sinecure is geweest om met die elfde langspeler “Cold black suns” op de proppen te komen. Behalve op “Pentagrammaton” en “Obsidium“na, is Enthroned er nog nooit in geslaagd om twee opeenvolgende platen met dezelfde line-up in te spelen en ook nu vielen er twee personeelswissels te noteren. Bassist Phorgath hield het na elf jaar trouwe dienst voor bekeken (maar zat wel opnieuw achter de knoppen tijdens de opnames in de Blackout Studio) en werd vervangen door Norgaath (o.a. Coldborn, Grimfaug en Nightbringer). En op die moeilijke positie van tweede gitarist treffen we nu de Argentijn (!) Luis Cederborg aan. Nu u weer helemaal mee bent op vlak van line-up, kunnen we tot de muziek overgaan. Het moge duidelijk wezen dat “Cold black suns” niet de meest standaard Enthroned-plaat is geworden en dat we heel wat variatie te horen krijgen. In de vorm van het korte intense “Hosanna Satana” en het modern klinkende en claustrofobische “Vapula omega” vallen er nog wel enkele typische post-Sabathan-era Enthroned-nummers te bespeuren, maar een uitermate atmosferische en vrij toegankelijke song zoals “Silent redemption” en haar trippy start is toch wel een primeur voor onze vaderlandse blekkies. Het als een mantra opgebouwde “Aghoria” is met haar bezwerende gezangen een ander opvallend nummer dat boven de rest van de plaat uitsteekt net zoals de psychedelische insteek van het mysterieuze Oosters-klinkende “Oneiros” en haar rituele koorzang. “Beyond humane greed” is een song van contrasten op vlak van snelheid en bevat knappe psychedelische leads. Ook “Smoking mirror” heeft twee gezichten want na een mid-tempo start ontpopt het zich tot een razendsnel Enthroned-nummer waarin drummer Menthor volledig kan losgehen. Toch is er opnieuw ruimte voor een soort van kosmische atmosfeer die een link legt met het artwork waarvoor gitarist Neraath optekende. Het negen minuten durende “Son of man” borduurt hierop verder en heeft opnieuw een erg weids en open karakter waarbij ik soms wat Pink Floyd-invloeden in het gitaarwerk meen te bespeuren. Middels koorzangen die “Hail, Lucifer!” zingen komt er een einde aan deze avontuurlijke reis. Daar waar de laatste paar Enthroned-platen erg onderling inwisselbaar waren, siert het de band dat er met “Cold black suns” nieuwe wegen verkend worden. Puntje van kritiek is dat Enthroned in de blastpassages nogal steriel klinkt, een euvel dat ze sinds de laatste paar platen al hadden. Ik kan aannemen dat sommige fans wel eens zullen slikken bij de passages waar de band voluit voor atmosfeer gaat, maar ik smaak deze nieuwe invalshoek wel. Jankers die nog altijd op een nieuwe plaat in de stijl van “Towards the skullthrone of Satan” blijven hopen, zijn er ook nu weer aan voor de moeite en kunnen hun geld misschien beter op Sabathan inzetten.

JOKKE: 85/100

Enthroned – Cold black suns (Season Of Mist 2019)
1. Ophiusa
2. Hosanna Satana
3. Oneiros
4. Vapula omega
5. Silent redemption
6. Aghoria
7. Beyond humane greed
8. Smoking mirror
9. Son of man

Akrotheism – Law of seven deaths

Akrotheism is – voor ondergetekende althans – niet meteen de bekendste naam uit de boeiende Griekse black metal-scene. Met haar nieuwe tweede langspeler “Law of seven deaths” zal daar ongetwijfeld verandering in komen want de Grieken – waarvan een deel een gemeenschappelijk verleden in de band Astral Aeon deelt – trakteren ons op een klein uur aan verstikkende occulte black gericht op de ongecontroleerde bevrijding van onderbewuste energieën. De ietwat vreemde mix van Stephen Lockhart en zijn Emissary Studio (o.a. Sinmara, Rebirth Of Nefast en Svartidauði) is even wennen want deze klinkt vrij dof en zompig maar past uiteindelijk wel bij het beklemmende sfeertje dat opgewekt wordt. Zanger Aeon perst de meest uiteenlopende keelgeluiden uit zijn strot gaande van getormenteerde screams over mysterieus gefluister tot sacrale gezangen en proclamerende vocalen. Aeon wordt voor de koorzang bij momenten ook bijgestaan door Acherontas V. Priest die wel meer bijklust als gastzanger. Er vallen in de magnifieke opener “Typhonian serpents” raakvlakken te noteren met een Akhlys, Bestia Arcana of Nightbringer en ook later duiken diens snerpende invloeden nog op. Maar evengoed horen we Blut Aus Nord-dissonantie in deze onheilspellende black terug. Het aanvankelijk op doomtempo startende maar nadien openbarstende “Manifesting tartarus” weet zich vanaf de eerste luisterbeurt in ons geheugen te nestelen en bleef daar nog enkele dagen rondspoken. “Desmotropia” sleept zich tergend traag voort maar haar tentakels kronkelen zich gaandeweg rond je lichaam en houden je een kleine tien minuten lang in een wurggreep vast. “Virtue of Satyr” start met een spoken word afkomstig uit de film “Caligula” en neigt – net zoals het artwork – opnieuw naar de eerder aangehaalde bands van Naas Alcameth hoewel er ook ruimte is voor melodieuze leads en groots klinkende zangpartijen. “Oracle mass” doet dienst als instrumentaal intermezzo en bulkt van de occulte ritualistische klanken. Het twaalf minuten durende “Skeptomorphes (The origin of I)” is allesbehalve een hapklare brok black metal waar je je nog tientallen keren mee kan vermaken om je tanden in te zetten en volledig te doorgronden. Subliem nummer! Ook hekkensluiter “En” heeft heel wat te bieden, maar dan zonder het gekende black metal-instrumentarium in te zetten. Ur Nahath leeft zich hier uit middels rituele percussie, mythische oerwoudgeluiden, bevreemdende ambient en naargeestige tribal-zang. Het voelt aan alsof we in een koperen ketel op het pruttelend vuur bij één of andere koppensnellersstam aanbeland zijn en langzamerhand het bewustzijn verliezen terwijl we gaar gekookt worden. Kortom, “Law of seven death” laat de typische Helleense sound achterwege en mixt het beste van USBM en de dissonantie aanbiddende IJslandse scene in een abstracte, angstaanjagende en hypnotiserende plaat die onder je vel kruipt, alle positiviteit uit je lichaam zuigt en een dissociatieve staat opwekt. Zo horen we het graag!

JOKKE: 88/100

Akrotheism – Law of seven deaths (Osmose Productions 2019)
1. Typhonian serpents
2. Manifesting tartarus
3. Desmotropia
4. Virtue of Satyr
5. Oracle mass
6. Skeptomorphes (The origin of I)
7. En

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension

Ik kan I, Voidhanger Records geen ongelijk geven dat ze het Poolse Ars Magna Umbrae ingelijfd hebben. De vorig jaar verschenen EP “Through lunar gateways” klonk reeds zeer veelbelovend en de hoge verwachtingen naar meer worden middels de eerste volwaardige langspeler “Lunar ascension” volledig ingelost. Duivel-doet-al Kthunae Mortifer geeft Ars Magna Umbrae in zijn eentje vorm en heeft een grote fascinatie voor de krachten van de maan, de kosmos en de mysteries die de nacht, de duisternis en de dood omarmen. De negen nummers die “Lunar ascension” telt, zijn aan de compacte kant voor het genre maar klinken daarom niet minder complex. De occulte black metal-toren van Ars Magna Umbrae is grotendeels uit dissonante riffbakstenen en betoverende melodiemortel opgetrokken en leunt Pisa-gewijs in de richting van bands als Nightbringer en Blut Aus Nord. De dissonante materie klinkt echter niet zo verstikkend of industrieel als bij de aangehaalde Franse referentie, maar heeft eerder een zekere slependheid en repetitiviteit in zich zoals duidelijk wordt in het einde van opener “Through thorns and bones” of de dissonante oorworm “Dying sun divination“. Nightbringer-gewijs passeren er tal van beklijvende scherptonige riffs zoals in “Daughter of endless light“, “Fallen star’s light” of de memorabele instrumentale titeltrack. Het trage “The wanderer” doet me dan weer net iets minder. Je zou ook een link met Mare Cognitum kunnen maken op basis van het kosmisch thema en de professionaliteit waarmee dit eenmanswerkstuk in mekaar gebokst werd. De betoverende vrouwelijke vocalen van Hekte Zaren die op de EP te horen waren, bleven deze keer op aarde achter. Atmosferische intermezzi nemen de spanning even weg hoewel de rauwe donkere ambient hier nog steeds bijdraagt aan het sinister esoterisch sfeertje waarin we veertig minuten lang ondergedompeld worden. Aan de originele versie die in eigen beheer enkel digitaal werd uitgebracht, werd ondertussen de nieuwe track “The feast of shades” toegevoegd die de plaat op triomfantelijke wijze afrondt. Dikke duim trouwens ook voor het magnifieke artwork van de Pakistaanse kunstenaar Babar Moghal dat heel wat kleurrijker is vergeleken met de hoes van de EP.

JOKKE: 85/100

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension (I, Voidhanger Records 2018)
1. Through thorns and bones
2. Daughter of endless light
3. Dying sun divination
4. Lunar ascension
5. The wanderer
6. Fallen star’s light
7. A whisper from the void (Interlude)
8. Chthonic torches of gnosis
9. The feast of shades