noorwegen

Vltimas – Something wicked marches in

All-star bands, het is – naar mijn mening – vaak een hol fenomeen. Soms kan het echter de moeite zijn om aan te horen. Zo is het bij Vltimas, het zielenkind van David Vincent (ex-Morbid Angel, I am Morbid, Genitorturers, …), Blasphemer (ex-Mayhem, Aura Noir, …) en Flo Mournier (Cryptopsy, …). Hoewel niemand ondersteboven zal zijn van de nogal brave mix van metalen stijlen, is “Something wicked marches in” een erg aangename plaat als je van lift-muziek metal houdt. Nergens bekennen de heren enige sub-cultuur kleur of voorliefde voor een bepaald genre, behalve misschien voor de geliefde mid-tempo uitspattingen van het inmiddels erg teleurstellende Morbid Angel. Toch is het een erg interessante plaat die misschien wel symbool kan staan voor grensoverschrijding van de metalcultuur. Goed in het gehoor liggende poppy structuren maken de death en thrash – bij gebrek aan betere omschrijving – een ideale luisterbeurt voor de metalfan die niet per se een nichespektakel wil. De sterke performance van “I am Morbid” indachtig, kan ik het niet helpen dat ik het idee heb dat dit de uiteindelijke, betere ontwikkeling is van Morbid Angel.

Xavier: 82/100

Vltimas – Something wicked marches in (Season Of Mist 2019)
1. Something wicked marches in
2. Praevalidus
3. Total destroy!
4. Monolilith
5. Truth and consequence
6. Last ones alive win nothing
7. Everlasting
8. Diabolus est sanguis
9. Marching On

Nordjevel – Necrogenesis

Het heeft de voorbije jaren serieus gerommeld in het Nordjevel-kamp. Van de stichtende leden is drie jaar na het gelijknamige debuut enkel zanger Doedsadmiral (Doedsvangr, Enepsigos, Svartelder) nog van de partij, weliswaar bijgestaan door oudgediend bassist DezeptiCunt (ex-Ragnarok). Marduk-drummer Fredrik Widigs (of ex-Marduk drummer: hoe zit dat nu eigenlijk?) gaf zijn drumstokken door aan dat ander snelheidsmonster Nils “Dominator” Fjellström (o.a. ex-Dark Funeral, The Wretched End en Odium) en op gitaar treffen we Destructhor (Myrkskog, Odium, ex-Morbid Angel, ex-Zyklon) aan, ook niet de minste natuurlijk. Met zulke line-up verwacht je van je sokken geblazen te worden en dat is wat op het nagelnieuwe “Necrogenesis” ook gebeurt. Althans wat agressie betreft, want dat blijkt duidelijk het stokpaardje te zijn van het Noors/Zweedse gezelschap. Op gebied van atmosfeer blijf ik echter serieus op mijn honger zitten en dat komt in de eerste plaats door de steriele generieke sound van “Necrogenesis” waardoor Nordjevel al haar eigenheid verliest en zo in het clubje van Dark Funeral, Setherial en Ragnarok-bands terecht komt ofte black metal-bands die ondanks hun extreem karakter voornamelijk als instapband in het genre gelden voor zij die nog niet veel moeite hebben gedaan om dieper in de ondergrond te graven. Er staan in de vorm van het melodieuze mid-tempo “Black lights of the void“, het van een coole videoclip voorziene “Amen whores“, het botten vermorzelende Immortaliaanse Apokalupsis eschation” en de epische acht minuten durende afsluiter “Panzerengel” heus wel enkele interessante nummers op “Necrogenesis” hoor. Tevens werd er meer dynamiek ingebouwd vergeleken met het debuut door in de opener of “Nazarene necrophilia” een black ’n roll vibe in te bouwen en deze veteranen kunnen natuurlijk een heus potje spelen, maar er blijft aan het einde van de rit verdomd weinig plakken van deze zevenenveertig minuten durende plaat. Jammer!

JOKKE: 75/100

Nordjevel – Necrogenesis (Osmose Productions 2019)
1. Sunset glow
2. Devilry
3. The idea of one-ness
4. Black lights from the void
5. Amen whores
6. The fevered lands
7. Nazarene necrophilia
8. Apokalupsis eschation
9. Panzerengel

Katechon – Sanger fra auschwitz

Katechon leerde ik kennen toen in 2011 het debuut “Man, god, giant” uitkwam en door de niet-ingewijden nogal snel werd gepercipieerd als NSBM. De Spaanse boetelingen die het artwork sierden werd namelijk (onterecht, weliswaar) door menigeen wat verward met hun Amerikaanse witte-puntmuts-dragende tegenhangers. Album nummer drie is echter ook niet vrij van controverse, gezien de Noorse titel “Sanger fra auschwitz” letterlijk vertaald “liederen uit Auschwitz” betekent. Paniek alom anno 2019 bij het lezen van zo’n titel! Gelukkig weet de band ons het volgende te vertellen: “With the album “Sanger Fra Auschwitz”, KATECHON takes a deep dive into the darkest places of the collective human psyche. Here Auschwitz is not just the physical, but also the meta-physical manifestation of evil on earth.” Nu iedereen weer opgelucht adem kan halen zonder voor fascist uitgemaakt te worden omdat hij deze review leest, wordt de afspeelknop ingedrukt. Niet alleen het promopraatje dat het album begeleidt lijkt volwassener te zijn geworden tegenover vorig materiaal, ook het muzikale werk dat Katechon levert is een pak meer matuur. Hoewel de blackdeath invloeden nog steeds aanwezig zijn, neigt de sound deze keer toch meer richting pure Noorse black. Nu, blijkbaar is in Noorwegen eindelijk de Finse memo gepasseerd dat er in black metal ook basgitaar te horen mag zijn, want Katechon krijgt pluspunten voor het feit dat deze een zeer duidelijke plek opeist in de mix. Op “Sanger fra auschwitz” gaat het kwartet meticuleuzer te werk dan voorheen: de nodige blastbeatuitbarstingen zijn nog steeds aanwezig maar er is meer ruimte voor muzikaliteit, wat ervoor zorgt dat er afwisseling genoeg te vinden is (zoals in het quasi orthodoxe “Ankomst”). Ondanks de meerdere lagen gitaar klinkt het kleinood verbazingwekkend koud en sinister. Hoewel duidelijk veel werk in de opnames en productie is gestoken blijft “Sanger fra auschwitz” helaas niet plakken: de nummers zijn goed – maar niet memorabel. Voor een band die zo gebaseerd is op riffwerk doen de riffs me vaak wat dertien-in-een-dozijn aan, waardoor ik me een trip richting Auschwitz wel wat gedenkwaardiger had ingebeeld. Gelukkig weet vocalist Leif Wullum met zijn doorraspte stem wat meer dynamiek in het geheel te leggen, maar de plaat echt naar een hoger niveau tillen lukt hem helaas niet. Tof en kwalitatief tussendoortje, maar eentje waarvan ik vermoed dat ‘ie uiteindelijk ergens in een schuif zal belanden.

CAS: 72/100

Katechon – Sanger fra auschwitz (Saturnal Records 2019)
1. Frotspor
2. Eloi
4. Ankomst
5. Mørkets hjerte
6. Tre hoder
7. Davids Skjold
8. Unheimlich

Dødsfall – Døden skal ikke vente

True black metal” staat er te lezen op de inner sleeve van “Døden skal ikke vente“, de alweer vijfde langspeler van Dødsfall. Een geografische prefix als “Norwegian” of “Swedish” werd achterwege gelaten aangezien de band vanuit beide landen opereert en bandleider/oprichter Ishtar bovendien Mexicaans bloed door zijn aderen heeft stromen. Dat de muzikant zich in Scandinavië echter als een vis in het water voelt, maakt hij al sinds 2009 duidelijk via Dødsfall’s muziek. Doorheen de levensloop van de band blijft Ishtar de enige constante want vergeleken met de knappe voorganger “Kaosmakt” uit 2015, is er weer heel wat veranderd in de line-up. Toenmalig sessiedrummer Jocke Wallgren heeft het tegenwoordig te druk bij Amon Amarth, waardoor we nu Telal (Troll, ex-Isvind, ex-Endezzma) op de drumstoel aantreffen. Zanger Adramalech verliet de band net na de opnames van “Kaosmakt“, terwijl Clandestine (ex-Dødheimsgard) de heren vervoegde, maar die is ondertussen ook al weer met de noorderzon verdwenen. Deze wissels maken dat Ishtar naast alle snaarinstrumenten voor het eerst sinds de demo “Svarte vinger‘ uit 2010 nu ook de zang voor zijn rekening neemt. Op zich heeft de man best een raspende strot maar iets meer variatie in zijn screams had toch welgekomen geweest. Na de Endarker Studio en de Sunlight Studio, koos Ishtar voor deze nieuwe plaat de Necromorbus Studio uit. En het moet gezegd worden dat het resultaat niet diens typische geluid heeft meegekregen. Om variatie in de tien nummers aan te brengen, werden elementen zoals piano (“Hemlig vrede“), heel wat gitaarsolo’s, heldere verhalende vocalen en akoestische gitaren (“Svart drömmar“) en subtiele (keel)gezangen (“Tåkefjell” en “I de dødens øyne“) aan de in het Noors vertolkte black toegevoegd. Over het algemeen klink Dødsfall iets minder agressief dan op de voorganger en een dynamisch nummer als “Tåkefjell” heef teigenlijk best wel wat hitpotentieel. Wel weet Ishtar op tijd en stond ook enkele effectieve meer thrashy-getinte riffs uit zijn gitaar te toveren. Het duo levert met “Døden skal ikke vente” een degelijke plaat af die vlot weg luistert en nergens buiten de lijntjes kleurt. Daar is op zich niets fout mee, maar ze gaan hier ook niet veel potten mee breken.

JOKKE: 79/100

Dødsfall – Døden skal ikke vente (Osmose Productions 2019)
1. Hemlig vrede
2. Tåkefjell
3. Svarta drömmar
4. Grå himlar
5. Kampsalmer
6. I de dødens øyne
7. Ødemarkens mørkedal
8. För alltid i min sjæl
9. Ondskapelse
10. Skogstrollet

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Orkan – Element

Het Noorse Orkan wist me een tijdje geleden te overtuigen als opener voor de Taake/Bölzer/One Tail One Head-package. De band was niet alleen aan de line-up toegevoegd wegens diens gitarist Gjermund Fredheim die al meer dan een decennium lang links van Taake’s Hoest op het podium prijkt (en tevens verantwoordelijk is voor de eerst banjosolo ooit op een black metal-plaat), maar zag ook de opportuniteit om nieuw werk te spelen van haar nagelnieuwe derde album “Element“. Zoals de titel reeds prijsgeeft, draaien de teksten rond de kracht en furiositeit van de vier natuurelementen waarbij vooral de prachtige landschappen van hun geboorteregio (het Stord-eiland ten zuiden van Bergen) geëerd worden. “Lenker” opent de plaat op een vrij traditionele manier met een snel en van repetitief drumwerk voorziene drive. “I flammar skal du eldast” en “Avmakt” klokken beide op meer dan negen minuten af en zijn epischer van opzet met lange uitgesponnen instrumentale passages en een mooie dynamiek die zich gaandeweg ontplooit als monumentale berglandschappen die uit de aarde oprijzen. “Iskald” bevat heerlijk opzwepend en iets technischer gitaarwerk en zanger Einar Fjelldal kwijt zich oerdegelijk van zijn taak door de voortrazende black van snijdende vocalen te voorzien. Orkan bewijst hier haar naam niet gestolen te hebben. “Motstraums” is een kort slepend nummer dat toelaat om zelf verzonnen Noors op een plechtstatige manier mee te k(w)elen. Hoewel de eerste zes nummers al een overdonderende indruk nalaten, komt de climax middels het afsluitende “Heim” waarin de vier Noren laten horen ook niet vies te zijn van experiment (we ontwaarden eerder op het album ook reeds accordeon-klanken, wat niet zo voor de hand liggend is voor een black metal-band). Cleane gitaren, een diepe pulserende tromdrum en dronende feedback zetten een droevige toon neer en creëren een spanningsboog die je op het puntje van je stoel doet zitten. De verwachte snelheidsuitbarsting blijft uit maar de song ontpopt zich tot een epische ode aan het thuisland waarin heldere zang alle aandacht opeist. Besluit: Orkan weet zich plaat na plaat nog meer te positioneren als een oerdegelijke speler in de Noorse black metal-league.     

JOKKE: 85/100

Orkan – Element (Dark Essence Records 2018)
1. Lenker 
2. I flammar skal du eldast 
3. Iskald 
4. Motstraums 
5. Avmakt 
6. Den våte grav 
7. Heim

Djevelkult/Kyy/Nihil Kaos -Kult of kaos serpent

Zin in een triootje waarbij we het op zijn Noors, Fins en Turks doen? Onder de noemers “Kult of kaos serpent” schotelt Saturnal Records ons een samenwerking voor tussen Djevelkult, Kyy en Nihil Kaos waarbij er een overkoepelende spirituele symbiose tussen de drie bands plaatsvindt. Enkel die eerste deed ten huize jokkemans een belletje rinkelen want eerder dit jaar namen we hun tweede langspeler “Når avgrunnen åpnes” onder de loep. Djevelkult trakteert ons op drie nieuwe en exclusieve tracks die van begin tot einde ondergedompeld zijn in klassieke Noorse black. De ijzige maar ietwat monotone screams van zanger/gitarist Dødsherre Xarim – sinds dit jaar ook frontman van Den Saakaldte – brengen afwisselend in het Engels en het Noors gezongen duivelse oorkondes en roepen schimmen op van een Tsjuder. De tremolo picking riffs en blastbeats zijn zoals verwacht veelvuldig aanwezig, maar er wordt ook op black ’n roll mid-tempo gespeeld waardoor de dynamiek wel snor zit. Alleen hebben we dit al tienduizendmiljard keer gehoord en is meer eigenheid welkom. Min of meer hetzelfde kan gezegd worden van Kyy (Fins voor ‘adder’) dat middels deze split twee jaar na haar debuut “Beyond flesh – beyond matter – beyond death” een eerste teken van leven laat horen. De sound is een stuk rauwer, de drummer mept botter en groffer en de zanger perst afwisselend high en low pitched screams uit zijn strot en in “Progress: leaping beyond God” horen we een stemgeluid dat het midden houdt tussen cleane en rauwe klanken. In “Ingress: womb of Lilith” merk ik een old-school Mayhem “Deathcrush“-era riffje op, hoewel Kyy minder primitief klinkt. Net als Djevelkult schudt ook dit Finse kwintet black ’n roll uit zijn mouw in “Congress: unearthly realms“. Een Carpathian Forest komt dan al snel vanachter de hoek piepen. De minst voor de hand liggende origine qua black krijgen we in de vorm van het Turkse Nihil Kaos. Ontegensprekelijk de snelst spelende drummer van de drie, maar ook wel te houterig hakkend. Nihil Kaos heeft de meest chaotische sound daar er heel wat dissonante riffs en melodieuze solo’s de revue passeren. “Claws of the tempter” is met haar zeven minuten de langste track van de acht en zoals verwacht ook de meest epische. Aan het einde van deze song worden akoestische gitaren van stal gehaald, maar in de minuten die hieraan voorafgaan is het toch vooral rammen geblazen. Drummer Nore doet de snelle passages echter al gauw eentonig overkomen, maar toch verdienen de Turken de meeste punten omdat ze het best in staat zijn een eigen smoelwerk te tonen. Geen must have deze split.

JOKKE: 72/100 (Djevelkult: 70/100 – Kyy: 72/100 – Nihil Kaos: 74/100)

Djevelkult/Kyy/Nihil Kaos -Kult of kaos serpent (Saturnal Records 2018)
1. Djevelkult – Skapt av helvetesild
2. Djevelkult – Life devoid
3. Djevelkult – Den svarte død
4. Kyy – Ingress: womb of Lilith
5. Kyy – Congress: unearthly realms
6. Kyy – Progress: leaping beyond God
7. Nihil Kaos – Artifex erroris
8. Nihil Kaos – Claws of the tempter