noorwegen

Ragnarok – Non debellicata

Het Noorse Ragnarok ben ik reeds na “Arising realm” uit het oog verloren. Dat wil zeggen in 1995 alweer en dat ik de daaropvolgende zes (!) langspelers dus aan mij voorbij heb laten gaan. Links en rechts kwam er mij wel eens een nummertje ten gehore, maar dat leek me steevast te veel op een generische en te afgelikt geproduceerde Dark Funeral kopie. Twee jaar terug wisten Jontho & co me op Throne fest echter positief te verrassen, waardoor ik me wel eens aan het kakelverse “Non debellicata” wilde wagen. Het is de tweede plaat waarop stichter en enig origineel overgebleven bandlid Jontho niet langer op de drumkruk zit, maar de microfoon ter hand neemt. Het is de voorbije jaren blijkbaar een komen en gaan van bandleden geweest, hoewel de knuffelbare/vervaarlijk uitziende (*) (* schrappen wat niet past) gitarist Bolverk al sinds 2010 aan boord is. De nieuwe langspeler neemt een vliegende start en grossiert in snelle, furieuze black. Wat had je anders verwacht van een band die zichzelf vernoemt naar het einde der tijden in de Scandinavische mythologie? De gecorpsepainte muzikanten kennen het klappen van de zweep alleen blijft er zo bijster weinig van hangen. De tien songs knallen mijn gehoorgangen binnen, maar laten geen blijvende schade achter. De plaat mist ook variatie hoewel “Chapel of shadows” met subtiele keyboards en de helft van de andere songs met akoestische gitaren worden ingekleurd. Hetzelfde geldt voor Jontho die op een vrij standaard manier het boeltje aaneen krijst; veel reliëf zit er niet in zijn vocale prestaties. De riffs die er links en rechts dan toch uitspringen, horen we in “Bestial emptiness“, “The great destroyer” en “Jonestown lullaby“. Dit laatste nummer handelt over Jonestown, een plaats in de jungle van Guyana, afgeschermd van de rest van de wereld, dat werd gebouwd door leden van de Peoples Temple sekte die collectief zelfmoord pleegden. Respect dat Jontho en Ragnarok na negen platen en vijfentwintig jaar staat van dienst nog steeds stug hun ding doen, maar bij ondergetekende pakt de mayonaise niet.

JOKKE: 72/100

Ragnarok – Non debellicata (Agonia Records 2019)
1. Non debellicata
2. Chapel of shadows
3. Sanctimoneous
4. Bestial emptiness
5. Nemesis
6. The great destroyer
7. Gerasene demoniac
8. The gospel of Judas Iscariot
9. Jonestown Lullaby
10. Asphyxiation

Mayhem – Daemon

Ik neem aan dat deze band geen lange, saaie introductie behoeft. Als één van de drijfveren achter de “First Wave of Norwegian Black Metal” zou de naam Mayhem namelijk elke genrefanaat bekend in de oren moeten klinken. Mijn excuses, ik bedoel natuurlijk “The True Mayhem“. Een bekendheid die niet per se te maken heeft met hun productiviteit of de kwaliteit van hun muziek doorheen de jaren en wel met de dodelijke scene soap van de nineties. Je weet wel, dat gedoe waar ook Burzum deel van uitmaakte en waar Necrobutcher nog graag eens op knullige wijze naar verwijst tijdens de promotionele interviews voor het nieuwe album. Ondanks het feit dat ik hun invloed erken, ben ik nooit een gigantische Mayhem fan geweest. Op het iconische “De mysteriis dom sathanas” na, vind ik “Wolf’s lair abyss” en “Chimera” de enige goede platen die ooit met het Mayhem logo de deur zijn uitgegaan. Vandaar mijn grote verbazing toen ik “Daemon” voorgeschoteld kreeg. Want hoewel ik er niet ondersteboven van ben, is het een degelijk product geworden dat, ondanks het feit dat enkel Necrobutcher en Hellhammer min of meer originele leden zijn, een vrij typisch geluid heeft weten vatten. “Daemon” brengt namelijk moderne black metal met behoorlijk wat traditionele knipogen naar “DMDS“, zoals in de track “Malum“. De productie van Necromorbus Studio (bekend van o.a. Watain, Funeral Mist, Ondskapt, …) is helder en evenwichtig, maar mist toch wel wat zwaarte. Iets wat bijvoorbeeld opvalt tijdens het anders wel stevige, slepende nummer “Daemon spawn“. De gitaren zijn relatief eenvoudig en repetitief. Ze doen echter iets complexer aan door stukjes die flirten met dissonantie en kennen hier en daar een welkome uitblinker zoals “Bad blood“. De bas is simpel en ligt relatief hoog in de mix. Nou ben ik daar normaliter wel voor te vinden, ware het niet dat de ritmesectie op dit album nogal slaapverwekkend is. De drums van Hellhammer lijken namelijk wel uitbesteed aan een ergotherapiegroep op Xanax, iets wat je nou niet zou verwachten van iemand van zijn kaliber. Lichtpunt zijn de vocalen van Attila die, op wat nodeloos gekweel na, sterker zijn dan ooit en eigenlijk voor de meeste afwisseling zorgen. Hoewel het album het meest vergeleken wordt met “De mysteriis dom sathanas” alsof het een soort throwback is, vind ik het eigenlijk een logische opvolger van het inmiddels vijftien jaar oude “Chimera“. Fans van de band zullen dit zeker kunnen smaken, maar wat mij betreft hebben we hier te maken met een middelmatige release die het vooral van de merknaam moet hebben. Ware het niet voor de bandgeschiedenis, dan was dit gewoon in de “ooit nog een tweede keer te beluisteren” stapel beland.

Xavier: 73/100

Mayhem – Daemon (Century Media 2019)
1. The dying false king
2. Agenda ignis
3. Bad blood
4. Malum
5. Falsified and hated
6. Aeon daemonium
7. Worthless abominations destroyed
8. Daemon spawn
9. Of worms and ruins
10. Invoke the oath

Djevel – Ormer til armer, maane til hode

Het Noorse Djevel is een band die ons met elke release nog maar eens duidelijk maakt waarom we ons hart destijds verloren hebben aan black metal, en dan in het bijzonder de Noorse variant die ons midden jaren negentig in haar greep wist te nemen om ons vijfentwintig jaar later nog steeds niet los te laten. Weldra verschijnt langspeler nummer zes en sinds bandbrein Trond Ciekals (o.a. NettleCarrier en Ljå) in 2017 voor “Blant svarte graner” zijn rangen herschikte en de legendarische drummer Faust (ex-Emperor, Blood Tsunami) inlijfde, komt Djevel nóg sterker voor de dag. Dat bewijzen de Noren opnieuw op “Ormer til armer, maane til hode” waarbij de albumtitel de innerlijke duisternis reflecteert die in elke van ons huist. Trond ziet de plaat als een soort tegenreactie op de voorgaande albums en dan vooral de vorig jaar verschenen akoestische “Vettehymner” EP. Op “Ormer til armer, maane til hode” laat deze Noorse duivel een agressievere kant zien, wat klassenummers als het venijnige “Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine” met haar oude-Satyricon invloeden en de titeltrack duidelijk maken. Zanger/bassist Mannevond (Koldbrann) bewijst opnieuw dat het een goede zet was om hem in 2017 tot zanger te promoveren want zijn ijskoude kreten zetten de verbetenheid van de muziek nog extra in de verf. Maar ook zijn basloopjes weten de vele tremolo-riffs te penetreren. Trond levert de ene na de andere prachtriff aan en draagt een melodieuzer nummer als “Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler” ook grotendeels met zijn heldere (koor)zang. En Faust? Tja, moet die eigenlijk nog bewijzen dat hij een meer dan begenadigd trommelaar is? Het prijsbeest van deze nieuwe plaat vinden we helemaal achteraan met het op elf minuten afklokkende “Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd“, dat na een mid-tempo start gestaag opbouwt totdat alle demonen middels bijtende tremolo-riffs en stuwende blasts ontketend worden en het venijn er tot aan het puntje van de staart uitspuwen. Ik raad u allen aan een ticket voor Unholy Congregation fest te kopen (indien u dat nog niet gedaan heeft), want op zaterdag 9 november gaat Djevel daar de boel in lichterlaaie zetten! Beloofd.

JOKKE: 91/100

Djevel – Ormer til armer, maane til hode (Aftermath Music 2019)
1. Ormer til armer, maane til hode
2. Et menniskes hele korpus og legeme
3. Den gang jeg banket paa helvedes tunge doer
4. Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine
5. Ved Hildr’s haand for Hel
6. Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler
7. Over svarte skriigende skoger
8. Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Eternity – To become the great beast

To become the great beast” van het Noorse Eternity – er lopen wel meer gelijknamige bands op onze aardkloot rond – is een album dat maar liefst dertien jaar na debuut “Bringer of the fall” verschijnt. Frontman en oprichter Evighet beschouwt het dan ook als zijn levenswerk en zoals zijn alias aangeeft, heeft het dus een eeuwigheid geduurd om de opvolger wereldkundig te kunnen maken. Eigenaardig is dat vijf van de tien nummers op “To become the great beast” ook al op een gelijknamige demo uit 2015 prijkten. En nog merkwaardiger is dat de Noor een hele resem mooie namen rond zich heeft kunnen verzamelen. Zo horen we Blasphemer (Vltimas, Aura Noir, ex-Mayhem) op basgitaar terug en bestaat de rest van de band uit leden van Nocturnal Breed en Den Saakaldte. Ook Brynjard Tristan (ex-Dimmu Borgir, ex-Old Man’s Child) komt nog een nummertje meebrullen. De tien nummers die de revue passeren laten een kwalitatief en doordacht ietwat schel Scandinavisch black metal-geluid horen waarbij het duidelijk mag zijn dat er vakmanschap aan te pas is gekomen (mag ook wel als je zo lang aan een album zit te sleutelen). Evighet heeft duidelijk een voorliefde voor het snelle werk want er wordt goed gas gegeven en de tremolo-riffs volgen mekaar in een moordend snel tempo op. Wel opletten geblazen dat het niet te eentonig wordt jongens! Tragere nummers zoals “In subspecies aeterna” en “Nine magic songs” zijn dus welgekomen. Eternity laat geen moment iets vernieuwend horen maar dat vinden we in dit geval helemaal niet erg. Er komen geen tierlantijntjes zoals keyboards, akoestische gitaren, samples of dergelijke aan te pas en op vocaal gebied valt er eveneens geen hocus pocus te horen, maar een doelgerichte verbeten scream. Met het oude werk van de band was ik niet bekend, maar “To become the great beast” is een schot in de roos. Was ook wel deels te verwachten als je weet dat een man als Blasphemer hier zijn medewerking aan verleent.

JOKKE: 81/100

Eternity – To become the great beast (Soulseller Records 2019)
1. Sun of hate
2. Bringer of the fall
3. Te nostro deum sathanas
4. If I ever lived
5. Horror vacui
6. In subspecies aeterna
7. To become the great beast
8. Violator
9. Empire
10. Nine magic songs

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

Abbath – Outstrider

Ik kan me nog steeds de vage omstandigheden herinneren waarin werd aangekondigd dat Demonaz enkel nog achter de schermen betrokken zou zijn bij Immortal. Er was niet bepaald een kristallen bol voor nodig om te voorspellen dat er ooit gedonder zou van komen. Het gerommel in Blashyrkh bleef inderdaad niet uit en we kregen een Immortal met Demonaz, maar zonder de iconische frontman. Deze startte namelijk deze band, Abbath. Het succes lag al min of meer vast, daar Abbath al jaren lang het heel herkenbare gezicht was van Immortal, en het ene festival na het andere moest eraan geloven op basis van een goed onthaalde debuutplaat. Zelf kon ik er maar weinig mee aanvangen. Zeker niet slecht allemaal, maar leek me ergens wat teveel op een nog ziellozere versie van “Between two worlds” van I. Drie jaren en een hele line-up later, komt dit tweede opus “Outstrider” uit. Blijkbaar niet zonder slag of stoot, want dat de teksten de koude mosterd halen bij de bekende psychiater Carl Gustav Jung schoot één van de bekendere gezichten, bassist King ov Hell, in het verkeerde keelgat. Dit omwille van bepaalde christelijke mystieke elementen geassocieerd met Jung. Abbath liet zich echter niet kisten en komt nu dus met een album waar hij duidelijk nog meer zijn eigen stempel op heeft gedrukt. De huidige bezetting voelt naar mijn mening dan ook eerder aan als een live gegeven dan een echte band, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen. Hoe dan ook krijgen we, zoals verwacht, een stevige kruising tussen heavy en black metal met een steengoede productie. Naast de typische late Immortal/Abbath-riffs en tokkels, krijgen we een heleboel melodieuze solo’s voorgeschoteld die goed in het gehoor liggen en alles wat opentrekken. Die specifieke genremix zorgt ervoor dat alles vrij licht verteerbaar blijft voor een breed metal publiek, veel meer dan het laatste Immortal album “Northern chaos gods” uit 2018, dat terug een pak extremer was. De single “Harvest pyre” geeft een vrij accuraat beeld van waar het album voor staat en is dan ook een van de sterkere tracks, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het daaropvolgende nummer “Land of Khem“. Over het algemeen zijn de nummers goed en gebalanceerd, maar die track moddert toch wat aan en dat valt op. Wat wel beter achterwege was gebleven is de Bathory-cover “Pace till death“. Sowieso al niet mijn favoriete Bathory-nummer en de Abbath-stijl verpest het voor mij al helemaal. Maar goed, ieder zijn/haar ding waarschijnlijk. En het is natuurlijk een hommage. “Outstrider” is met andere woorden een heel degelijk product dat zeker zal passen binnen menige platencollectie, maar voor mij is het net dat tikkeltje te makkelijk vergeetbaar.

Xavier: 75/100

Abbath – Outstrider (Seasons of Mist 2019)
1. Calm in Ire (Of hurricane)
2. Bridge of spasms
3. The artifex
4. Harvest pyre
5. Land of Khem
6. Outstrider
7. Scythewinder
8. Hecate
9. Pace till death” (Bathory cover)