noorwegen

Katechon – Sanger fra auschwitz

Katechon leerde ik kennen toen in 2011 het debuut “Man, god, giant” uitkwam en door de niet-ingewijden nogal snel werd gepercipieerd als NSBM. De Spaanse boetelingen die het artwork sierden werd namelijk (onterecht, weliswaar) door menigeen wat verward met hun Amerikaanse witte-puntmuts-dragende tegenhangers. Album nummer drie is echter ook niet vrij van controverse, gezien de Noorse titel “Sanger fra auschwitz” letterlijk vertaald “liederen uit Auschwitz” betekent. Paniek alom anno 2019 bij het lezen van zo’n titel! Gelukkig weet de band ons het volgende te vertellen: “With the album “Sanger Fra Auschwitz”, KATECHON takes a deep dive into the darkest places of the collective human psyche. Here Auschwitz is not just the physical, but also the meta-physical manifestation of evil on earth.” Nu iedereen weer opgelucht adem kan halen zonder voor fascist uitgemaakt te worden omdat hij deze review leest, wordt de afspeelknop ingedrukt. Niet alleen het promopraatje dat het album begeleidt lijkt volwassener te zijn geworden tegenover vorig materiaal, ook het muzikale werk dat Katechon levert is een pak meer matuur. Hoewel de blackdeath invloeden nog steeds aanwezig zijn, neigt de sound deze keer toch meer richting pure Noorse black. Nu, blijkbaar is in Noorwegen eindelijk de Finse memo gepasseerd dat er in black metal ook basgitaar te horen mag zijn, want Katechon krijgt pluspunten voor het feit dat deze een zeer duidelijke plek opeist in de mix. Op “Sanger fra auschwitz” gaat het kwartet meticuleuzer te werk dan voorheen: de nodige blastbeatuitbarstingen zijn nog steeds aanwezig maar er is meer ruimte voor muzikaliteit, wat ervoor zorgt dat er afwisseling genoeg te vinden is (zoals in het quasi orthodoxe “Ankomst”). Ondanks de meerdere lagen gitaar klinkt het kleinood verbazingwekkend koud en sinister. Hoewel duidelijk veel werk in de opnames en productie is gestoken blijft “Sanger fra auschwitz” helaas niet plakken: de nummers zijn goed – maar niet memorabel. Voor een band die zo gebaseerd is op riffwerk doen de riffs me vaak wat dertien-in-een-dozijn aan, waardoor ik me een trip richting Auschwitz wel wat gedenkwaardiger had ingebeeld. Gelukkig weet vocalist Leif Wullum met zijn doorraspte stem wat meer dynamiek in het geheel te leggen, maar de plaat echt naar een hoger niveau tillen lukt hem helaas niet. Tof en kwalitatief tussendoortje, maar eentje waarvan ik vermoed dat ‘ie uiteindelijk ergens in een schuif zal belanden.

CAS: 72/100

Katechon – Sanger fra auschwitz (Saturnal Records 2019)
1. Frotspor
2. Eloi
4. Ankomst
5. Mørkets hjerte
6. Tre hoder
7. Davids Skjold
8. Unheimlich

Dødsfall – Døden skal ikke vente

True black metal” staat er te lezen op de inner sleeve van “Døden skal ikke vente“, de alweer vijfde langspeler van Dødsfall. Een geografische prefix als “Norwegian” of “Swedish” werd achterwege gelaten aangezien de band vanuit beide landen opereert en bandleider/oprichter Ishtar bovendien Mexicaans bloed door zijn aderen heeft stromen. Dat de muzikant zich in Scandinavië echter als een vis in het water voelt, maakt hij al sinds 2009 duidelijk via Dødsfall’s muziek. Doorheen de levensloop van de band blijft Ishtar de enige constante want vergeleken met de knappe voorganger “Kaosmakt” uit 2015, is er weer heel wat veranderd in de line-up. Toenmalig sessiedrummer Jocke Wallgren heeft het tegenwoordig te druk bij Amon Amarth, waardoor we nu Telal (Troll, ex-Isvind, ex-Endezzma) op de drumstoel aantreffen. Zanger Adramalech verliet de band net na de opnames van “Kaosmakt“, terwijl Clandestine (ex-Dødheimsgard) de heren vervoegde, maar die is ondertussen ook al weer met de noorderzon verdwenen. Deze wissels maken dat Ishtar naast alle snaarinstrumenten voor het eerst sinds de demo “Svarte vinger‘ uit 2010 nu ook de zang voor zijn rekening neemt. Op zich heeft de man best een raspende strot maar iets meer variatie in zijn screams had toch welgekomen geweest. Na de Endarker Studio en de Sunlight Studio, koos Ishtar voor deze nieuwe plaat de Necromorbus Studio uit. En het moet gezegd worden dat het resultaat niet diens typische geluid heeft meegekregen. Om variatie in de tien nummers aan te brengen, werden elementen zoals piano (“Hemlig vrede“), heel wat gitaarsolo’s, heldere verhalende vocalen en akoestische gitaren (“Svart drömmar“) en subtiele (keel)gezangen (“Tåkefjell” en “I de dødens øyne“) aan de in het Noors vertolkte black toegevoegd. Over het algemeen klink Dødsfall iets minder agressief dan op de voorganger en een dynamisch nummer als “Tåkefjell” heef teigenlijk best wel wat hitpotentieel. Wel weet Ishtar op tijd en stond ook enkele effectieve meer thrashy-getinte riffs uit zijn gitaar te toveren. Het duo levert met “Døden skal ikke vente” een degelijke plaat af die vlot weg luistert en nergens buiten de lijntjes kleurt. Daar is op zich niets fout mee, maar ze gaan hier ook niet veel potten mee breken.

JOKKE: 79/100

Dødsfall – Døden skal ikke vente (Osmose Productions 2019)
1. Hemlig vrede
2. Tåkefjell
3. Svarta drömmar
4. Grå himlar
5. Kampsalmer
6. I de dødens øyne
7. Ødemarkens mørkedal
8. För alltid i min sjæl
9. Ondskapelse
10. Skogstrollet

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Orkan – Element

Het Noorse Orkan wist me een tijdje geleden te overtuigen als opener voor de Taake/Bölzer/One Tail One Head-package. De band was niet alleen aan de line-up toegevoegd wegens diens gitarist Gjermund Fredheim die al meer dan een decennium lang links van Taake’s Hoest op het podium prijkt (en tevens verantwoordelijk is voor de eerst banjosolo ooit op een black metal-plaat), maar zag ook de opportuniteit om nieuw werk te spelen van haar nagelnieuwe derde album “Element“. Zoals de titel reeds prijsgeeft, draaien de teksten rond de kracht en furiositeit van de vier natuurelementen waarbij vooral de prachtige landschappen van hun geboorteregio (het Stord-eiland ten zuiden van Bergen) geëerd worden. “Lenker” opent de plaat op een vrij traditionele manier met een snel en van repetitief drumwerk voorziene drive. “I flammar skal du eldast” en “Avmakt” klokken beide op meer dan negen minuten af en zijn epischer van opzet met lange uitgesponnen instrumentale passages en een mooie dynamiek die zich gaandeweg ontplooit als monumentale berglandschappen die uit de aarde oprijzen. “Iskald” bevat heerlijk opzwepend en iets technischer gitaarwerk en zanger Einar Fjelldal kwijt zich oerdegelijk van zijn taak door de voortrazende black van snijdende vocalen te voorzien. Orkan bewijst hier haar naam niet gestolen te hebben. “Motstraums” is een kort slepend nummer dat toelaat om zelf verzonnen Noors op een plechtstatige manier mee te k(w)elen. Hoewel de eerste zes nummers al een overdonderende indruk nalaten, komt de climax middels het afsluitende “Heim” waarin de vier Noren laten horen ook niet vies te zijn van experiment (we ontwaarden eerder op het album ook reeds accordeon-klanken, wat niet zo voor de hand liggend is voor een black metal-band). Cleane gitaren, een diepe pulserende tromdrum en dronende feedback zetten een droevige toon neer en creëren een spanningsboog die je op het puntje van je stoel doet zitten. De verwachte snelheidsuitbarsting blijft uit maar de song ontpopt zich tot een epische ode aan het thuisland waarin heldere zang alle aandacht opeist. Besluit: Orkan weet zich plaat na plaat nog meer te positioneren als een oerdegelijke speler in de Noorse black metal-league.     

JOKKE: 85/100

Orkan – Element (Dark Essence Records 2018)
1. Lenker 
2. I flammar skal du eldast 
3. Iskald 
4. Motstraums 
5. Avmakt 
6. Den våte grav 
7. Heim

Djevelkult/Kyy/Nihil Kaos -Kult of kaos serpent

Zin in een triootje waarbij we het op zijn Noors, Fins en Turks doen? Onder de noemers “Kult of kaos serpent” schotelt Saturnal Records ons een samenwerking voor tussen Djevelkult, Kyy en Nihil Kaos waarbij er een overkoepelende spirituele symbiose tussen de drie bands plaatsvindt. Enkel die eerste deed ten huize jokkemans een belletje rinkelen want eerder dit jaar namen we hun tweede langspeler “Når avgrunnen åpnes” onder de loep. Djevelkult trakteert ons op drie nieuwe en exclusieve tracks die van begin tot einde ondergedompeld zijn in klassieke Noorse black. De ijzige maar ietwat monotone screams van zanger/gitarist Dødsherre Xarim – sinds dit jaar ook frontman van Den Saakaldte – brengen afwisselend in het Engels en het Noors gezongen duivelse oorkondes en roepen schimmen op van een Tsjuder. De tremolo picking riffs en blastbeats zijn zoals verwacht veelvuldig aanwezig, maar er wordt ook op black ’n roll mid-tempo gespeeld waardoor de dynamiek wel snor zit. Alleen hebben we dit al tienduizendmiljard keer gehoord en is meer eigenheid welkom. Min of meer hetzelfde kan gezegd worden van Kyy (Fins voor ‘adder’) dat middels deze split twee jaar na haar debuut “Beyond flesh – beyond matter – beyond death” een eerste teken van leven laat horen. De sound is een stuk rauwer, de drummer mept botter en groffer en de zanger perst afwisselend high en low pitched screams uit zijn strot en in “Progress: leaping beyond God” horen we een stemgeluid dat het midden houdt tussen cleane en rauwe klanken. In “Ingress: womb of Lilith” merk ik een old-school Mayhem “Deathcrush“-era riffje op, hoewel Kyy minder primitief klinkt. Net als Djevelkult schudt ook dit Finse kwintet black ’n roll uit zijn mouw in “Congress: unearthly realms“. Een Carpathian Forest komt dan al snel vanachter de hoek piepen. De minst voor de hand liggende origine qua black krijgen we in de vorm van het Turkse Nihil Kaos. Ontegensprekelijk de snelst spelende drummer van de drie, maar ook wel te houterig hakkend. Nihil Kaos heeft de meest chaotische sound daar er heel wat dissonante riffs en melodieuze solo’s de revue passeren. “Claws of the tempter” is met haar zeven minuten de langste track van de acht en zoals verwacht ook de meest epische. Aan het einde van deze song worden akoestische gitaren van stal gehaald, maar in de minuten die hieraan voorafgaan is het toch vooral rammen geblazen. Drummer Nore doet de snelle passages echter al gauw eentonig overkomen, maar toch verdienen de Turken de meeste punten omdat ze het best in staat zijn een eigen smoelwerk te tonen. Geen must have deze split.

JOKKE: 72/100 (Djevelkult: 70/100 – Kyy: 72/100 – Nihil Kaos: 74/100)

Djevelkult/Kyy/Nihil Kaos -Kult of kaos serpent (Saturnal Records 2018)
1. Djevelkult – Skapt av helvetesild
2. Djevelkult – Life devoid
3. Djevelkult – Den svarte død
4. Kyy – Ingress: womb of Lilith
5. Kyy – Congress: unearthly realms
6. Kyy – Progress: leaping beyond God
7. Nihil Kaos – Artifex erroris
8. Nihil Kaos – Claws of the tempter

Avast – Mother culture

Laat je niet misleiden door de baarden, tattoos en houthakkershemdjes outfit van deze Noren, want hoewel ze er als een stoner- of sludge-band uitzien, eren ze toch de grootste muzikale erfenis van hun prachtige thuisland Noorwegen, zijnde black metal. Het uit Stavanger afkomstige kwartet doet het echter niet op de traditionele manier maar mixt de extremiteiten en esthetiek van het genre met de atmosfeer, ingetogenheid en weidse ruimtelijkheid van post-rock. Qua thematiek lijken de roots van de band dan weer eerder in punk rock en hardcore te liggen want de teksten behandelen niet de doorsnee black metal topics, maar leunen meer naar een filosofische en poëtische kijk op sociale en milieugerelateerde zaken. In 2016 werd een twee-nummers-tellende EP uitgebracht die het beste deed beloven voor de toekomst. Het nagelnieuwe “Mother culture“gaat alvast op hetzelfde elan verder. Felle en snelle modern klinkende blackness à la Downfall of Gaia zoekt de contrasten op met betoverende en beklijvende post-rock soundscapes die zo uit de koker van een Caspian zouden kunnen komen. Reeds in de negen minuten durende opener worden we heen en weer gekatapulteerd tussen agressie en emotie waarbij de melodieën best catchy klinken maar nooit uitmonden in goedkoop emo-geneuzel. Avast bevindt zich met haar muzikale en vocale aanpak in het vaarwater van een Deafheaven maar laat de balans nooit naar een té grote emotionaliteit doorwegen. In de titeltrack flitsen ijzige screams als bliksemschichten doorheen een melancholisch post-rock wolkendek waar melodieuze gitaarmelodieën doorheen schemeren. “The myth” kent een instrumentale aanpak en laat van-ingetogenheid-naar-climax-evoluerende post-rock à la oude This Will Destroy You haar zegje doen zonder dat er zwartgalligheid aan te pas komt. Des te harder knalt “Birth of man” ons daarna tegen de kop met haar moderne black zonder echter de hele tijd door te rammen. In “The world belongs to man” versmelten black metal en post-rock nóg harder dan de ijskappen en de zee, waarbij dat laatste fenomeen desastreuze gevolgen gaat hebben voor de mensheid. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn en waarschuwt dan ook voor het grote potentieel van een wereldwijde catastrofe. De serene openingsklanken van “An earnest desire” klinken nog enigszins hoopvol en ontplooien zich If These Trees Could Talk-gewijs tot post-rock met een boodschap, maar verderop schudt het nummer ons wakker. Blijf niet bij de pakken zitten, maar doe iets! “Man belongs to the world” combineert rock-georiënteerde grooves met epische geluiden, dreunende bassnaren en zwartgeblakerde uithalen. Het warm water wordt hier niet uitgevonden, maar we stellen wel vast dat Avast in een uitgemolken genre toch nog een erg onderhoudende plaat heeft weten uitbrengen.

JOKKE: 83/100

Avast – Mother culture (Dark Essence Records 2018)
1. Mother culture
2. The myth
3. Birth of man
4. The world belongs to man
5. An earnest desire
6. Man belongs to the world

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover