noorwegen

Gjendød – Angrep

Het duo Gjendød maakt al sinds 2015 menig Noors woud in de buurt van Trondheim onveilig, maar ik leerde de band pas kennen middels de eerder dit jaar verschenen EP en split met Múspellzheimr. Dit bedrijvige jaar 2020 sluiten de heren af met “Angrep“, hun derde langspeler hoewel dat een relatief begrip is voor een plaat die onder het half uur afklokt. Het buikgevoel zegt dan meteen dat Gjendød niet te veel tijd wilt verliezen en de bok meteen bij de horens wilt vatten. Er wordt in opener “Vår lykke er vårt hat” dan ook meteen tot de aanval overgegaan (dan weet u meteen ook wat de Noorse albumtitel betekent) met thrashy black waarbij vanaf de eerste seconde een gitaarsolo op de luisteraar afgevuurd wordt. Het luidt een plaat in die een pak sneller, agressiever en noisier qua productie is dan al wat Gjendød in het verleden heeft gedaan. In de razernij zitten echter wel allerhande details en accenten verstopt zoals pianoriedeltjes, akoestische stukjes, catchy basloopjes of verdwaalde vrouwelijke vocalen. Het geeft wat extra inhoud en kleur aan een voor de rest gitzwarte rit. Het hakkende, militaristische drumwerk spreekt me minder aan daar het al snel eentonig gaat klinken, hoewel het industriële en machinale randje in combinatie met de gortdroge vocalen in een nummer als “Vik avvik” een atmosfeer creëert die niet had misstaan op Mayhem’s “Wolf lair abyss“. In “Fra en annen side” is een erg hoorbare rol voor de basgitaar weggelegd wat extra structuur inbouwt in een song die verder is opgebouwd uit snijdende tremolo’s en nog steeds dat recht voor de vuist drumwerk. “Gap opp” laat gelukkig voor de eerste keer ook eens een mid-tempo musicerende Gjendød horen, maar halfweg gaat het duo weer op kruissnelheid op oorlogspad. De verwrongen riffs van afsluiter “Svekket” missen hun doel niet en creëren een gevoel van onbehagen. Hoewel er een duidelijk punkattitude in “Angrep” vervat zit, weet de band het geheel boeiend te houden met die frivole prullaria die voor wat tegengewicht moeten zorgen, hoewel ik na enkele luisterbeurten nog steeds niet snap wat die Spaanse gitaren in een nummer als “Ikke mye håp” komen doen. Het grootste struikelblok is voor ondergetekende echter het eendimensionale drumwerk. Geef mij maar het oudere plaatwerk zoals de tweede langspeler “Krigsdøger” waar meer gevoel, dynamiek, atmosfeer en gelaagdheid in vervat zat.

JOKKE: 70/100

Gjendød – Angrep (Hellthrasher Productions 2020)
1. Vår lykke er vårt hat
2. I et hus uten speil
3. Vik avvik
4. Fra en annen side
5. Gap opp
6. Ikke mye håp
7. Angrep
8. Svekket

Funeral Harvest – Funeral harvest

Noorwegen is onlosmakelijk verbonden met black metal, dat zal ik u hopelijk niet moeten uitleggen. Voor een land als Italië is de link met ons favoriete genre net iets minder voor de hand liggend, hoewel er ook in de laars van Europa enkele goede acts als Mortuary Drape of Fides Inversa rondlopen. Dat een samenwerking tussen muzikanten uit beide landen met een toch wel contrasterend klimaat en cultuur toch ook muzikaal vuurwerk kan opleveren, bewees Darvaza reeds in het verleden (waar blijft die langspeler?!). Met Funeral Harvest hebben we opnieuw met een Italo-Noorse band van doen met in de gelederen de Italiaanse zanger/gitarist Lord Nathas (o.a. Ritual Death) en de Noren Ond (drums), Udburd (gitaar) en < (bas en neen dat is geen typfout). Na de “Bunker ritual rehearsal” demo uit 2017 en de “Ostende nobis, domine Sathanas, potentiam tuam.” single die vorig jaar verscheen, maakten de heren nu – in afwachting van een volwaardig debuut – werk van een selftitled EP, die als 10 inch zal verschijnen via Signal Rex. Funeral Harvest beschouwt zijn muziek als een ritueel en dat laat zijn sporen (subtiel) na in de vier nummers. Opener “Nihil sub sole novum” luidt de satanische hoogmis in en bevat sacrale ornamenten zoals koorzang en orgelspel dat door de Nederlander Norðr ingespeeld werd. De titel is Latijn voor ‘Er is niets nieuws onder de zon’ en de Latijnse tekst eert de Dood als het grote mysterie van het menselijk leven: alfa en omega, leven en dood, dood en leven. Muzikaal gezien geldt de titel hier echter ook: degelijk uitgevoerd zwartmetaal dat schippert tussen opzwepende headbangpassages en meebrulrefreinen en eerder hypnotiserende stukken, maar niets wereldschokkends waar we stijl van achterover vallen. “Sacred dagger” verwijst voornamelijk naar satanisme, opoffering, bloed en toewijding aan de innerlijke ziel, als het vuur dat in ieder van ons brandt. Dat vertaalt zich naar venijnige tremoloriffs, robuust, hoekig en ietwat militaristisch hakkend drumwerk en sterke rauwe gevarieerde blackmetalzang. “O.S.N.D.S.P.T.” is het meest recente nummer dat Funeral Harvest schreef en vertrekt vanuit een pure en eenvoudige riff die teruggrijpt naar de ongecompliceerde aanpak van midden jaren ’90. Geluidskunstenaar Norðr voorziet dit nummer van spaarzaam ingezette occulte toeters en bellen. Hekkensluiter “Omega” grijpt thematisch gezien, net als de opener, terug naar Memento Mori en Danse Macabre en focust zich meer specifiek op de zwarte plaag toen de dood alomtegenwoordig was. Dit nummer start met helse en bevlogen tremoloriffs maar laat gaandeweg het tempo zakken en neemt een lugubere vorm aan die zich net als de Dood traag en sluw voortsleept. Funeral Harvest heeft een begeesterende EP afgeleverd waarop vooral de zang en het riffwerk sterk uit de hoek komen.

JOKKE: 80/100

Funeral Harvest – Funeral harvest (Signal Rex 2020)
1. Nihil sub sole novum
2. Sacred dagger
3. O.S.N.D.S.P.T.
4. Omega

Enslaved – Utgard

Utgard” is alweer de vijftiende langspeler van het uit het Noorse Bergen afkomstige Enslaved. De band rond stichtende leden Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson houdt er sinds diens oprichting in 1991 een naarstig werktempo op na, zonder daarbij afbreuk te doen aan kwaliteit. Althans als je de meer progressieve richting kunt smaken die de heren sinds “Mardraum” uit 2000 zijn ingeslagen. Doorheen zijn lange carrière is de band onderhevig geweest aan tal van line-up wissels en ook nu valt er op de drumkruk een nieuw gezicht te bespeuren. Iver Sandøy nam de stokken over van Cato Bekkevold, maar is eigenlijk geen échte nieuwkomer, want hij maakt als producer reeds sinds “Axioma ethica odini” (2010) deel uit van het Enslaved universum. En het mag gezegd worden dat hij met zijn gevarieerd drumspel en aanstekelijke heldere zang een absolute meerwaarde vormt voor Enslaved. In de eerste single “Homebound” schittert de man naast zijn andere bandleden. Het is een héél aanstekelijk nummer waarin Enslaved extreme metalelementen afwisselt met progressievere stukken en dat een heerlijk meeslepende leadsolo bevat van Arve Isdal, die ondertussen ook al 18 jaar meedraait, en dan is er natuurlijk nog die kippenvelopwekkende zang van Iver in het refrein. Heldere zang is voor Enslaved anno 2020 misschien nog belangrijker dan vroeger en het feit dat er nu met Iver, Grutle en – de enorm gegroeide – Håkon drie zangers in de band zitten die over een goede zangstem beschikken, draagt toe tot het gevarieerde luisterspel dat natuurlijk ook nog steeds door de raspende strot van Grutle opgeschrikt wordt. Zelfs Ice Dale en Ivar draven als achtergrondzangers op in het met vikingkoren ingeluide “Fires in the dark“, dat voorts geen evident nummer is om een plaat mee te openen, en in het afsluitende meeslepende en progrockerige “Distant seasons” horen we Ivar’s dochters op de achtergrond mee zingen. Maar er zijn ook nog voldoende extreme metalpassages die voor tegengewicht zorgen. Zo is er de dreigende adrenalinestoot “Jettegryta“, maar Enslaved zou natuurlijk Enslaved niet zijn als er ook geen progressievere oorden en afwijkende maatsoorten verkend zouden worden. Ook het mooi opbouwende “Flight of thought and memory” kent heerlijk zwartgeblakerd riffwerk en dito vocalen afgewisseld met zalvende heldere zang en een progressieve gitaarsolo die gelukkig niet in geneuzel vervalt. “Storms of Utgard” ligt wat in het verlengde en Grutle ontketent hier met zijn kenmerkende strot wel degelijk de storm waarover gezongen wordt. De grootste verrassing valt waarschijnlijk te bespeuren in het van post-punk, krautrock en elektronica doordrongen “Urjotun“, een experiment dat ik als uitermate geslaagd bestempel. “Sequence“, waarin een gastbijdrage te horen valt van percussionist/toetsenist Martin Horntveth, is dan weer de meest progressieve compositie die er op “Utgard” prijkt en waar de muzikanten het zich permitteren even te losgehen wat o.a. resulteert in syncopisch toetsenspel. Het Vikingelement vertaalt zich dan weer naar de veelvuldige koortjes die her en der opduiken en ook veelal Noorse teksten brengen. “Utgard” is met net geen 45 minuten speeltijd de kortste plaat sinds “Blodhemn” uit 1998 waarop Enslaved bewijst ook meer compactere songs (binnen de vier tot zes minuten) te kunnen schrijven waarin een veelvoud aan stijlelementen passeert die de eigenzinnige Enslaved-stempel meekrijgen. Deze heren zijn nog lang niet uitgemusiceerd!

JOKKE: 90/100

Enslaved – Utgard (Nuclear Blast 2020)
1. Fires in the dark
2. Jettegryta
3. Sequence
4. Homebound
5. Útgarðr
6. Urjotun
7. Flight of thought and memory
8. Storms of Utgard
9. Distant seasons

Troll – Tilbake til Trollberg

De trollen onder aanvoering van Nagash zijn terug! De van een exotisch kapsel en bijzonder gave corpsepaint voorziene Noor zullen de meesten kennen van zijn tijd bij Dimmu Borgir of Covenant/The Kovenant, maar het meeste indruk maakte hij wat ons betreft met Troll, de band die hij op veertienjarige leeftijd uit de Noorse grond stampte. De eerste twee releases zijn een absolute must have voor fans van Noorse melodieuze en symfonische blackmetal. We spreken dan over de recent heruitgegeven “Trollstorm over Nidingjuv” EP en de eerste volwaardige langspeler “Drep de kristne” uit 1996. Vanaf het nieuwe millennium verschenen nog drie platen (“The last predators” uit 2000, “Universal” uit 2001 en de come-back “Neo satanic supremacy” uit 2010) die ons door hun generische sound en dito productie echter een stuk minder konden boeien. Na tien jaar radiostilte is er nu plots een nieuwe EP die zelfs een heuse nieuwe langspeler zou voorafgaan. Troll anno 2020 bestaat uit bandaanvoerder Nagash (zang, gitaar), Tlaloc (gitaar), Sturt (basgitaar) en Telal (drums). Wie de bombastische synths uit zijn hoge hoed tovert, weet ik eugenlijk niet. Op deze vier tracks tellende EP staan drie eigen composities aangevuld met een geslaagde cover van het keizerlijke “Towards the pantheon“. Opener “The beast” is een opzwepende, met tal van symfonische elementen voorziene rampestamper met sireneachtige loktoetsen die hun uitwerking niet missen, maar opnieuw werd duidelijk voor een moderne sound gekozen die weinig atmosfeer uitstraalt. Het daaropvolgende hoempapa-achtige “Tilbake til Trollberg” is met zijn dansbare ritme en meezingrefreintjes altijd al een love it or hate it-song geweest. Bij mij hangt het écht van de stemming af, maar voor de meesten is dit wellicht dé hit van Troll. Het nummer prijkte reeds in 2014 op een split met Aeon Winds en de originele versie is op het debuut terug te vinden. Na de Emperor-ode volgt nog een herwerkte versie van het oudje “Når natten endelig er her” – voor mij persoonlijk één van hun beste songs – dat de allereerste EP in gang trapte. Deze keer werd voor een volledige instrumentale en klassiek symfonische aanpak gegaan, die haast even geslaagd klinkt als Emperor’s “Opus a Satana“. Al bij al een leuke EP die toch de interesse naar die nieuwe plaat opwekt. Hopelijk kiezen de trollen wel niet voor een te steriele sound.

JOKKE: 80/100

Troll – Tilbake til Trollberg (Polypus Records 2020)
1. The beast
2. Tilbake til Trollberg
3. Towards the pantheon (Emperor cover)
4. Når natten endelig er her

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Whoredom Rife – Ride the final tide

Ongelofelijk hoeveel monsterriffs er jaren hebben liggen sluimeren in de hersenpan van V. Einride, het muzikale mastermind achter Whoredom Rife. Sinds de band in 2016 uit het niets met diens gelijknamige EP toesloeg en een krater in het ietwat vastgeroeste Noorse black metal landschap sloeg, is Whoredom Rife op kruissnelheid. In een tijdspanne van ruim vier jaar volgden immers nog twee langspelers, een akoestische EP en recent ook nog een split met Taake. Een nieuwe full-length zou weeral in de maak zijn en weldra op ons losgelaten worden, maar voor het zo ver is, lost het duo nu middels “Ride the final tide” nog een extra EP, daar dit titelnummer nog net een tikkeltje aggressiever is dan het nieuwe materiaal dat op de langspeler zal prijken. Dit resulteert ook in een ietwat atypische videoclip vol oorlogstaferelen, wat ik nu niet meteen van deze Noren verwacht had. Soit, de venijnige, heerlijk opzwepende tremeloriffs en blastbeats vliegen je om de oren en ook Kjell Rambeck’s vocalen klinken nog net wat dieper en woester dan gewoonlijk. Er valt deze keer haast eerder een Zweedse zweem à la Setherial of Dark Funeral te bespeuren, vooral ook in de afsluitende leadpartij. Om al deze razernij te counteren en omdat de band een belangrijke speler was in de ontwikkeling van de black metal scene rond Trondheim waaruit ook Whoredom Rife afkomstig is, kozen de heren middels een cover van “Maane(n)s natt” voor een ode aan Manes. Wie oude Manes kent – heden ten dage klinkt die band veel experimenteler en hebben ze haast niets meer met metal te maken, hoewel ze middels de reïncarnatie Manii ook terug black metal spelen – weet dat dit nummer heel slepend en atmosferisch is. Whoredom Rife blijft vrij dicht tegen de versie die op debuut “Under ein blodraud maane” uit 1999 prijkt (je hebt ook nog de demoversies), maar dan in een betere en wat zwaardere productie gestoken. De sinistere orgelklanken, penetrante slome riffs, traag rollende dubbele basdrums, echoënde vocalen en percussie zijn nog aanwezig, maar enkele pianoriedeltjes werden wel achterwege gelaten. Ook in deze andere setting weet Whoredom Rife te beklijven (ook akoestisch heeft de band al bewezen overeind te blijven). “Ride the final tide” is de aankoop zeer zeker waard, zelfs als je niet zo’n fan bent van het 7 inch formaat. Laat die nieuwe langspeler maar komen en hopelijk tot op Unholy Congregation in november!

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – Ride the final tide (Terratur Possessions 2020)
1. Ride the final tide
2. Maanens nat (Manes cover)

Moldé Volhal – Into the cave of ordeals…

Lukrake aanbevelingen door vreemden op het internet checken is ook een manier om bands te ontdekken die ik anders mogelijks of zelfs waarschijnlijk zou hebben gemist. In het geval van Moldé Volhal kwam de tip vanuit het verre Chicago, en zelden is een openingsriff zo hard aangekomen. Geen gezever met intro’s, meteen erin vliegen is het motto van de band die net ten tonele is gekomen. Naast het feit dat ze Noors zijn en dat de “Into the cave of ordeals…” EP hun spiksplinternieuwe eerste wapenfeit is weten we helemaal niets over de band. Wanneer ik hun naam ingeef in Google krijg ik prompt recepten voor pasta op Italiaanse wijze voorgeschoteld, maar van black metal geen spoor. In elk geval is de speelknop amper goed en wel ingedrukt of Moldé Volhal trekt meteen alle registers open met een verschroeiend tempo en gitaarwerk dat wel wat doet denken aan, en even triomfantelijk klinkt als Forteresse. Enkel de rochelende vocalen geven een Noors tintje mee aan de sound die wel heel Québecois aandoet met een gestage stroom aan blast beats en repetitieve tremolo picked riffs die best warm klinken. “Beyond the red horizons of a thousand battles” komt opnieuw uit dezelfde hoek aanwaaien en komt galopperend op gang, maar bouwt al meer variatie in op vlak van tempo’s en heeft bijwijlen zelfs een punky kantje meegekregen. Het is pas het daaropvolgende “Through everlasting halls (thriumphant return to the keep of Moldé Volhal)” we get it, ‘t is geïnspireerd op een zelfgemaakte fantasywereld – dat door middel van plots heel aanwezige synths en het lagere tempo meer een eigen gezicht meekrijgt en de gitaarsolo halfweg klinkt even episch als de titel doet vermoeden. Na een intermezzootje komt het afsluitende “Moldé Volhal” dat voor het eerst scherpe Noorse randjes laat horen. Nog steeds krijgen we sterk rollende riffs zoals we dat uit Canadese hoek gewend zijn, maar de Noren klinken hier ruwer, kwader, minder warm en wel, meer Noors. In ’t begin dan toch, want halfweg horen we een passage met blazers die onverwachts doet denken aan Summoning, om er meteen daarna de meest kille riff van het album tegenaan te gooien waar uiteindelijk dan weer een melodieuze solo uit voortvloeit. De overgangen zijn niet steeds even conventioneel maar meestal vrij vloeiend, dus dat dit nummer met zijn zesenhalve minuut net iets teveel ideeën bevat kan ik nog ietwat door de vingers zien. Of het album al of niet een fysieke release zal krijgen en bij welk label dat dan zou zijn is ongeweten, maar dat “Into the cave of ordeals…” er als zoete koek in zal gaan bij liefhebbers van de Frans-Canadese scene mag duidelijk zijn.

CAS: 79/100

Moldé Volhal – Into the cave of ordeals… (Eigen beheer 2020)
1. Into the cave of ordeals…
2. Beyond the red horizons of a thousand battles
3. Through the everlasting halls (triumphant return to the keep of Moldé Volhal)
4. In the land where frozen rivers meet…
5. Moldé Volhal

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Enevelde – Enevelde

Trondheim is het nieuwe Bergen, zo lijkt het de laatste jaren in elk geval te zijn in het Noorse black metal landschap. Ook nu weer steekt een veelbelovende nieuwe band de kop boven water. Enevelde is de bandnaam, wat Noors is voor ‘alleenheerschappij’ en Terratur Possessions is het label van dienst – hoe kan het ook anders? De bandnaam is niet slecht gekozen daar Enevelde het soloproject is van Misotheist frontman B. Kråbøl, die in afwachting van diens nieuwe album zelf een plaat schreef, opnam en inspeelde. Het gelijknamige album bevat vier nummers die gezamenlijk op een veertigtal minuten afklokken. Dit impliceert een min of meer epische en grootse aanpak wat zeker bevestigd wordt. De vier composities zitten goed doordacht in mekaar en zijn veelal slepend van aard hoewel er in opener “Kroppens mani” ook ruimte is voor uptempo agressie. Het melodieuze gitaarwerk is in staat om panoramische landschappen te schetsen waarboven massieve donderwolken – net zoals op het onheilspellende cover artwork -samenpakken die vervolgens niet veel goeds inluiden. De strot van B. Kråbøl klinkt lekker diep en verhalend. Op het repetitieve meer dan tien minuten durende “Forringelse” horen we Whoredom Rife zanger K.R. de vocalen voor zijn rekening nemen. De neerslachtige sfeer die heer neergezet wordt, heeft soms ook wel wat weg van labelgenoten Knokkelklang. “Irrgangen” wordt middels pakkende riffs ingezet en drijft het tempo opnieuw op, hoewel dit naar het einde toe wordt afgezwakt en we haast in doomregionen belanden. Vellenmepper van dienst in dit nummer is trouwens Katechon drummer (en familielid?) T. Kråbøl. Middels “Daukjøttet” zijn we al gauw bij het laatste nummer aanbeland waarin opnieuw ruimte is voor een gastbijdrage. De gitaarsolo is immers van de hand van Mare’s Nosophoros. Deze hekkensluiter start aanvankelijk met mysterieuze natuurmystieke klanken om kort nadien in een heus blastfestijn los te barsten. Terwijl de drums repetitief blijven doordenderen weten de beklijvende tremeloriffs ons volledig in te pakken. Dit is een debuut om trots op te zijn. Ongelofelijk hoeveel talent er in Trondheim rondloopt.

JOKKE: 85/100

Enevelde – Enevelde (Terratur Possessions 2020)
1. Kroppens mani
2. Forringelse
3. Irrgangen
4. Daukjøttet

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh