noorwegen

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Enevelde – Enevelde

Trondheim is het nieuwe Bergen, zo lijkt het de laatste jaren in elk geval te zijn in het Noorse black metal landschap. Ook nu weer steekt een veelbelovende nieuwe band de kop boven water. Enevelde is de bandnaam, wat Noors is voor ‘alleenheerschappij’ en Terratur Possessions is het label van dienst – hoe kan het ook anders? De bandnaam is niet slecht gekozen daar Enevelde het soloproject is van Misotheist frontman B. Kråbøl, die in afwachting van diens nieuwe album zelf een plaat schreef, opnam en inspeelde. Het gelijknamige album bevat vier nummers die gezamenlijk op een veertigtal minuten afklokken. Dit impliceert een min of meer epische en grootse aanpak wat zeker bevestigd wordt. De vier composities zitten goed doordacht in mekaar en zijn veelal slepend van aard hoewel er in opener “Kroppens mani” ook ruimte is voor uptempo agressie. Het melodieuze gitaarwerk is in staat om panoramische landschappen te schetsen waarboven massieve donderwolken – net zoals op het onheilspellende cover artwork -samenpakken die vervolgens niet veel goeds inluiden. De strot van B. Kråbøl klinkt lekker diep en verhalend. Op het repetitieve meer dan tien minuten durende “Forringelse” horen we Whoredom Rife zanger K.R. de vocalen voor zijn rekening nemen. De neerslachtige sfeer die heer neergezet wordt, heeft soms ook wel wat weg van labelgenoten Knokkelklang. “Irrgangen” wordt middels pakkende riffs ingezet en drijft het tempo opnieuw op, hoewel dit naar het einde toe wordt afgezwakt en we haast in doomregionen belanden. Vellenmepper van dienst in dit nummer is trouwens Katechon drummer (en familielid?) T. Kråbøl. Middels “Daukjøttet” zijn we al gauw bij het laatste nummer aanbeland waarin opnieuw ruimte is voor een gastbijdrage. De gitaarsolo is immers van de hand van Mare’s Nosophoros. Deze hekkensluiter start aanvankelijk met mysterieuze natuurmystieke klanken om kort nadien in een heus blastfestijn los te barsten. Terwijl de drums repetitief blijven doordenderen weten de beklijvende tremeloriffs ons volledig in te pakken. Dit is een debuut om trots op te zijn. Ongelofelijk hoeveel talent er in Trondheim rondloopt.

JOKKE: 85/100

Enevelde – Enevelde (Terratur Possessions 2020)
1. Kroppens mani
2. Forringelse
3. Irrgangen
4. Daukjøttet

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê

Vredehammer – Viperous

Soms heb je een goede muzikale trap onder je kont nodig en als dat weer eens het geval is, kan ik deze “Viperous” van het Noorse Vredehammer aanbevelen. Multi-instrumentalist Per Valla is de bezieler van dit project en is zeker niet aan zijn proefstuk toe, zo is hij bijvoorbeeld gitarist bij het geweldige Allfader en heeft hij dienst gedaan bij onder meer Abbath en Nordjevel. Vredehammer is inmiddels bij de derde full-length aanbeland en breekt hiermee een beetje met de stijl van de vorige twee albums. Waar “Violator” uit 2016 nog een kwalitatieve mix van death en black metal met vlagen van gitaarvirtuositeit was, klinkt opvolger “Viperous” veel meer als een tornado van metalen scherven die raast door een post-apocalyptisch poollandschap waar toevallig een fabriek uit de jaren tachtig staat. Met andere woorden, retestrakke blackened death metal met ouderwetse industrial invloeden. De nadruk ligt op kille sfeer, genadeloos beukende riffs en verpletterende drums, geweldig ingespeeld door Kai Speidel van o.a. Totengeflüster, maar er is gelukkig nog steeds hier en daar ruimte voor de flitsende solo’s van Valla, zoals in het schitterende “Wounds“. De productie is zwaar, maar toch duidelijk en kil, wat dus perfect past bij het muzikale opzet. Iets wat je reeds hoort bij opener “Winds of dysphoria” en zich verder ontwikkelt tot het tragere, helaas iets mindere laatste nummer “From a spark to a withering flame“. Deze Vredehammer-plaat doet me denken aan een genuanceerde versie van bands als Zyklon of Myrkskog gemengd met een op amphetamines doldraaiend Samael. Great stuff.

Xavier: 90/100

Vredehammer – Viperous (Indie Recordings 2020)
1. Winds Of dysphoria
2. Aggressor
3. Suffocate all light
4. Viperous
5. Skinwalker
6. In shadow
7. Wounds
8. Any place but home
9. From a spark to a withering flame

1349 – The infernal pathway

Ik moet eerst en vooral bekennen dat ik nooit bijzonder wild ben geweest van deze Noorse band en ben het ooit zelfs aan het begin van één van hun optredens afgebold daar hun performance me totaal niet kon overtuigen. Dat ik hun zevende album “The infernal pathway” goed zou vinden, had ik dus hoegenaamd niet verwacht. Het lijkt wel alsof dit de eerste keer is dat de band iets van moeite doet wat betreft riffcreatie en -productie. “The infernal pathway” is een vrij afwisselend album geworden, zowel qua tempo als qua stijl. Natuurlijk zijn er invloeden van de thrash revival te horen, maar evenzeer krijgen we enkele heavy metal en punk elementen voorgeschoteld, naast het verwachte black metal geraas. Gekoppeld aan een heldere sound, welke toch zwaarder is dan wat we van de band gewend zijn, levert dit een evenwicht op dat erg “volwassen” aandoet. De grotere aandacht voor song schrijven heeft als gevolg dat elk nummer meer individualiteit heeft dan ooit tevoren, en zo kan je tenminste ook horen dat de leden echt wel hun instrument beheersen, als ze even zin hebben. Nu ben ik me er wel degelijk van bewust dat vele fans dit een stap terug zullen vinden ten opzichte van het vroegere, rauwere werk, maar ikzelf heb in mijn leven al genoeg black metal gehoord en gemaakt om geen behoefte meer te hebben aan de schreeuwende stofzuiger van Satan. Sowieso is er voor ieder wat wils, want het nummer ” Striding the chasm” is bijvoorbeeld een klassiek 1349 nummer in een modernere parka. Terwijl afsluiter “Stand tall in fire” dan weer flirt met balladestijl, en dan bedoel ik niet de margarine, maar wel een soort slepende en zacht Zweeds aandoende mid-tempo black metal track. Op dit tragere nummer komt trouwens, vreemd genoeg misschien, het talent van drummer Frost pas écht tot zijn recht. De protserige parlando hadden ze kunnen laten, maar dat geldt nu wel voor de meeste albums die er ooit zijn gemaakt. Het zal de echte hardcore fans misschien verdelen, maar casual luisteraars die graag iets in het genre bezitten wat treffelijk klinkt, kunnen dit zeker en vast kopen.

Xavier: 82/100

1349 – The infernal pathway (Season Of Mist 2020)
1. Abyssos antithesis
2. Through eyes of stone
3. Tunnel of Set VIII
4. Enter cold void dreaming
5. Towers upon towers
6. Tunnel of Set IX
7. Deeper still
8. Striding the chasm
9. Dødskamp (album edit)
10. Tunnel of Set X
11. Stand tall in fire

Whoredom Rife/Taake

In de vorm van “Pakt” schotelt Terratur Possessions ons een te gekke split voor waarbij twee Noorse black metal-grootheden de handen in mekaar slaan. Het betreft hier oudgediende Taake en het relatief nieuwe Whoredom Rife die geen onbekenden voor mekaar zijn aangezien zowel Taake frontan Hoest als V. Einride, de man achter Whoredom Rife, mekaar regelmatig zagen in de tour line-up van Gorgoroth wanneer die naar Latijns-Amerika trok en Infernus externe hulp moest zoeken. Beide Noorse bands leveren twee exclusieve tracks aan waarvan ééntje een cover is van Sisters of Mercy. Maar daarover later meer want het is Whoredom Rife dat de spits afbijt. Na de akoestische “Vinternatt” EP uitstap, horen we het duo nu opnieuw in al haar black metal-glorie aan het werk. Kippenvel opwekkende tremolo-riffs, stuwende blastbeats/dynamisch drumwerk en de raspende scream van Kjell Rambeck zijn de drie hoofdingrediënten waarmee Whoredom Rife er keer op keer in slaagt om kwalitatieve en pakkende nummers af te leveren. De dronende floor tom-aanslagen in “From nameless pagan graves” voegen nog een tikkeltje extra onheil aan. In het Noors getitelde “En lenke smidd i blod” ligt het tempo een pak lager dan in de opener. Het is een slepende song met subtiele melancholische melodieën die uitmonden in heerlijke tremolo riff-werk en een ingetogen akoestische finale. Wie geen hol meer vindt aan huidige Satyricon en Keep Of Kalessin, kan zijn of haar hart ophalen aan Whoredom Rife die het verleden van deze bands doet herleven. “Ubeseiret” laat aanvankelijk de rockende kant van de omstreden Hoest en zijn band Taake horen en hoewel het misschien niet het beste Taake -nummer is, bevat het wel weer die typische kenmerkende hooks, breaks (dat basgitaarloopje!) en folky melodieën waarbij ook hier een akoestische gitaar niet mag ontbreken. Tevens is er de nodige spielerei aanwezig zoals iets wat lijkt op ver in de achtergrond gemixte huilende babygeluiden (zet die koptelefoon maar eens op) en een koebel. Het is een dynamische compositie met vele zwart/witte gezichten. Deze ten inch split sluit af met “Heartland” van de Sisters of Mercy-plaat “Some girls wander by mistake“, één van de meest populaire non-metalbands bij metal-liefhebbers. Het warme en hypnotiserende karakter van het origineel is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Daar is de raspende strot van Hoest natuurlijk debet aan want die ligt mijlenver verwijderd van de innemende typerende goth-zang van Andrew Eldritch. Op zich leuk dat de Taake-frontman voor een a-typisch nummer heeft gekozen, maar het origineel blijft toch een pak beter. Oordeel zelf en schaf deze split aan!

JOKKE: 84/100 (Whoredom Rife: 88/100; Taake: 80/100)

Whoredom Rife/Taake – Pakt (Terratur Possessions 2020)
1. Whoredom Rife – From nameless pagan graves
2. Whoredom Rife – En lenke smidd i blod
3. Taake – Ubeseiret
4. Taake – Heartland (Sisters of Mercy cover)

Tulus – Old old death

De eerste drie platen van Tulus en van zusterband Khold hebben een vaste stek in mijn lijst der genre favorieten. Mid-tempo black metal met catchy en toch gitzwarte riffs. Ik was dan ook nogal teleurgesteld in alles wat op de voorgenoemde releases volgde. Voor mij klonk het allemaal als een verwaterd vervolg met wat meer punk invloeden. Niet zo extreem als bij pakweg Darkthrone, maar toch…Nu Khold weer on hold staat, is Tulus na acht jaar toe aan een nieuw album. “Old old death” is wat je na een teleurstelling als “Olm og bitter” zou verwachten. Niet slecht, maar niks bijzonders. De heren doen wat ze doen, maar hebben inmiddels niets nieuws meer te vertellen. Maar wat erger is, is dat de oude verhalen afgezaagd raken. Het heeft nog ergens de verbeten charmes van Khold, maar het klinkt gewoon wat leeg, zowel qua muziek als qua sound. Zelfs de prominente basgitaar, een door mij geliefd element van hun sound, kan het niet redden. De tien nummers komen simpelweg over als een hoop gerecycleerd materiaal dat met weinig overtuiging wordt gebracht. Er zit rock n roll in, black metal, pop en punk… maar geen enkele invloed weet écht een blijvende indruk te maken. Alles is halfslachtig, ook de “blastbeats”. En ook geen enkel van de korte nummers valt echt positief op. Wat bij vorige albums van de heren, zelfs de minste, wel nog het geval was. Gelukkig is het artwork nog steeds spuuglelijk, anders zou men beginnen twijfelen aan consistentie. Begrijp me niet verkeerd, “Old old death” is prima voor op de autosnelweg, maar is zeker en vast geen release waar ik thuis naar zou luisteren. Als je houdt van niet al te snelle of ingewikkelde black metal met een variatie aan old school invloeden en als je niet gaat vergelijken met hun vroege releases, is dit degelijk. In elk ander geval, is het weinig meer dan optioneel.

Xavier: 70/100

Tulus – Old old death (Soulseller Records 2020)
1. Hel
2. Jord
3. I havet hos Rån
4. Flukt
5. Folkefall
6. I hinmannens hånd
7. Grunn grav
8. Ild til mørkning
9. Villkjeft
10. In memoriam

Sylvaine/Unreqvited – Time without end

Dat we hier fan zijn van Sylvaine en Unreqvited steken we niet onder stoelen of banken. Deze twee namen zijn dan ook van het meest hoogstaande dat post-black metal de dag van vandaag te bieden heeft, hoewel ze blijkbaar niet trve metal genoeg zijn om op de metalen archieven vermeld te worden. Ik sprong dan ook een gat in de lucht toen aangekondigd werd dat beide zouden samenwerken voor een split, die eigenlijk meer een collaboratie is geworden. Op “Time without end”, bijt Kathrine Shepard de spits af middels twee nummers die inderdaad geen spoortje metal bevatten. Niettemin zullen de nummers van de Noors-Franse met engelenhaar menig liefhebber van atmosferische black metal en shoegaze kunnen bekoren. “No more solitude” is gestript tot de pure essentie: enkel piano-arrangementen en haar fragiele stem zorgen voor een ingetogen start van deze split. Op “Falling” wordt de sfeer weemoediger dankzij de Agalloch-esque akoestische gitaar die ten tonele verschijnt en waarin vocaal ook de lagere regionen worden opgezocht, die in schril contrast staan met de hoge engelenvocalen in het refrein. De tweede helft van de split is aan Unreqvited, die hier zijn tot nu toe lichtst verteerbare muziek uitbrengt, in contrast met zijn meest donkere werk op het gelijktijdig uitgebrachte “Mosaic II: la déteste et la détresse”. Op “Interwoven” horen we voor het eerst elektrisch versterkte instrumenten en komen er ook drums aan te pas, al blijft het geheel vrij licht voor de Canadees zijn doen. Gezien Unreqvited op ander werk ook geen teksten schrijft en de vocalen dus puur als instrument worden ingezet, wordt deze trend voortgezet met de cleane zang van Kathrine die fungeert als extra melodielijn, in samenspel met de etherische keyboard die tevens een ferm crescendo inzet alvorens terug licht en bezwerend het nummer af te sluiten. Afsluiter “Meadows of elysium” wordt volledig door de Canadees voor zijn rekening genomen en bevat voor het eerst een échte post-black uitbarsting, compleet met blastbeats en melodieus riffwerk, nog steeds gedragen door zijn ondertussen typerende synths. Na de drie voorgaande, zweverige tracks komt deze explosie als een verrassing, maar komt de dynamiek ten goede en weet toch dezelfde sfeer als de eerste paar nummers te capteren. Door de band genomen krijgen we hier een samenwerking waarbij beide artiesten hun wederzijds respect betuigen. Het duo toont zich hier van hun meer fragiele kant, en dat gaat hen bijzonder goed af! Voor zij die Sylvaine trouwens eens live aan het werk willen zien speelt ze op 31 mei als support act op de CD-release van Thurisaz te Wervik.

CAS: 86/100 (Sylvaine: 88/100; Unreqvited: 84/100)

Sylvaine/Unreqvited – Time without end (independent, 2020)
1. Sylvaine – No more solitude
2. Sylvaine – Falling
3. Unreqvited – Interwoven
4. Unreqvited – Meadows of elysium

Svarttjern – Shame is just a word

Na in de eerste zes levensjaren drie demo’s te hebben uitgebracht, gaat het Noorse Svarttjern sinds 2009 resoluut voor langspelers. Via Soulseller Records bereikte ons “Shame is just a word“, de vijfde volwaardige plaat ondertussen al, nadat er vier jaar verstreken sinds voorganger “Dødsskrik“. Svarttjern is zo’n band die ik bij elke plaat wel eens even aandacht schenk, maar nadien al snel in de vergetelheid geraakt. Dit is te wijten aan het feit dat ik het Noorse kwintet als een goede middenmotor beschouw in het drukbezette bataljon aan bands als zijnde Ragnarok (waarvoor zanger HansFyrste ooit twee platen inzong), Nordjevel, Djevelkult en Hovmod. De band kiest immers steevast voor een nogal generieke sound en productie en de muziek wordt volgens het boekje gebracht, maar weet niet te beklijven. Dat de vier musicerende kerels, waarvan er drie in de huidige line-up van Carpathian Forest terug te vinden zijn, kunnen spelen staat buiten kijf, maar waar zijn die pakkende riffs en bovenal de atmosfeer? Het groovende en van een blitse solo voorziene “Ment til å tjene” krijgt me nog wel aan het bewegen en ook de tremolo-riffs in het mid-tempo “Melodies of lust” kunnen ermee door, maar échte krakers blijven uit. In “Ta dets drakt” redt HaanFyrste de song middels zijn gevarieerde vocalen van de middelmaat. Het moge in nummers als “Frost embalmed abyss” en de titeltrack duidelijk zijn dat Svarttjern’s riffraamwerk een hoge dosis rock ’n roll en thrash bevat, getuige ook een coverversie van “Bonded by blood” van Exodus. Voor dit type goed geproduceerde en strak uitgevoerde black metal is zeer zeker een publiek en Svarttjern hoeft zich allerminst te schamen voor deze plaat, maar voor mij mag het toch wat uitdagender, origineler, atmosferischer en afwijkender zijn.

JOKKE: 77/100

Svarttjern – Shame is just a word (Soulseller Records 2020)
1. Prince of disgust
2. Ment til å tjene
3. Melodies of lust
4. Ta dets drakt
5. Frost embalmed abyss
6. Ravish me
7. Bonded by blood
8. Shame is just a word