norma evangelium diaboli

Misþyrming – Algleymi

In 2015 stond de volledige black metalwereld even volledig op z’n kop toen Misþyrming hun langverwachte “Söngvar elds og óreiðu” vanuit het verre IJsland op de wereld losliet, een monumentaal album waarover niets dan goede reviews verscheen, en waarover ik niemand ooit iets negatief hoorde zeggen. En terecht, want de krachttoer die de jonge snaken (toen 22 begot!) uithaalden blijft zo goed als ongeëvenaard en “Söngvar elds og óreiðu” gaat met recht en reden de annalen in als instant klassieker. Nu zit er een gat van vier jaar tussen dit debuut en de opvolger, “Algleymi”, waarin extensief werd getourd maar geen nieuw materiaal werd uitgebracht, op één song op een split met Sinmara na. “What the fuck, waarom komt dit album nu pas uit gezien ze het al integraal speelden op Roadburn 2017?” hoor ik u denken. Het antwoord is vrij simpel en overkomt elke band wel eens: technische miserie in de studio. Zodus hebben de IJslanders het volledige album opnieuw opgenomen, waardoor we het dus nu pas voorgeschoteld krijgen (de concertgangers onder ons zullen wel al wat nummers hebben opgevangen). Het resultaat is dat we een veel helderder en toegankelijker sound te horen krijgen, en die toegankelijkheid horen we ook terug in de muziek zelf. Zo nemen we enkele riffs waar die zowaar naar het heavy metalgenre neigen zoals in “Ísland, steingelda krummaskuð”. Nooit had ik gedacht dit over een IJslandse band te zeggen, maar zelfs de naam Iron Maiden duikt op bij het horen van het gitaarspel dat doorheen het album minder chaotisch en verstikkend is dan op het debuut, maar melodieuzer klinkt. De blastbeat-aanvallen die het debuut kenmerkten zijn nog steeds aanwezig (“Allt sem eitt sinn blómstraði”), maar de scherpe kantjes zijn wat van de kenmerkende dissonantie afgevijld. Zanger D.G. klinkt echter nog steeds even pissed the fuck off en zijn vocalen, die een heldere plaats opeisen in de uitstekende mix lijken hét ingrediënt te zijn die de nummers hun intensiteit meegeven. Misþyrming laat zich hier van hun meer melodieuze, en ondertussen meer mature kant zien: “Algleymi” voelt minder spontaan en meer doordacht aan, door de bredere waaier van invloeden vanuit heavy metal en hier en daar zelfs een ‘pagan’ sfeertje. Wat vooral heel erg opvalt is dat de heren op dit album meer dan ooit gebruik maken van keyboards, wat het epische en melodieuze karakter dubbel en dik in de verf zet maar die toch niet al te storend zijn. In conclusie krijgen we een jonge band die hun sound verder uitdiept en een duidelijke evolutie laat doorschemeren, maar evengoed compromisloos kan rammen en beuken zoals vanouds. “Algleymi” is gevarieerder, breder van geluid en compositie maar ontegensprekelijk nog steeds op en top Misþyrming. Terecht dat Norma Evangelium Diaboli ze in huis heeft genomen!

CAS: 92/100

Misþyrming – Algleymi (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Orgia
2. Með Svipur á Lofti
3. Ísland, Steingelda Krummaskuð
4. Hælið
5. Og er Haustið Líður Undir Lok
6. Allt Sem Eitt Sinn Blómstraði
7. Alsæla
8. Algleymi

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

Drastus – La croix de sang

Wanneer Norma Evangelium Diaboli iets nieuws uitbrengt, ben ik er altijd als de kippen bij want met bands als o.a. Deathspell Omega, Katharsis, Funeral Mist, Antaeus, Teitanblood en Sorhin hebben ze de crème de la crème van de black metal-scene in hun rangen. Deze keer heeft het label haar schouders gezet onder het tweede album van Drastus, een veredeld éénmansproject waarbij aldoener Drastus zich enkel voor het inmeppen van de drums liet bijstaan door Sad die reeds de vellen geselde bij o.a. Cantus Bestiae, S.V.E.S.T. en Chemin de Haine. De bandnaam deed niet meteen een belletje rinkelen en bij nader onderzoek leek Drastus de voorbije jaren ook niet zo actief te zijn geweest. Op twee EP’s na (“Serpent’s chalice – Materia prima” uit 2009 en “Taphos” uit 2006) moeten we al veertien jaar terug de tijd induiken voor debuut “Roars from the old serpent’s paradise“. Op “La croix de sang” presenteert Drastus ons een geluid dat duidelijk geënt is op haar vaderlandse black metal-scene want invloeden van Antaeus en Aosoth zijn overduidelijk hoorbaar: een radicale en gewelddadige vorm van black metal dus waarbij het spervuur aan vlammende riffs door de ene na de andere blastpartij voortgestuwd wordt. Er zit bij momenten een machinaal en militaristisch kantje aan de muziek zodat de latere Mayhem ook als referentie kan aangehaald worden. De grommende hese screams klinken overtuigend maar laten aanvankelijk weinig afwisseling horen. De muziek op het eerste gehoor ook niet, maar gelukkig wordt er toch de nodige aandacht aan dynamiek geschonken want het bijna negen minuten durende “Crawling fire” verkent tussen de blastsalvo’s ook mysterieuze atmosferische oorden waarbij cleane gezangen een sacrale sfeer creëren. De heldere zang eist in het mid-tempo “The crown of death” een nog grotere rol op en brengt meer variatie in het vocaal klankenpallet. Naar het einde van de plaat toe, komt de nadruk opnieuw meer op agressie te liggen maar de Attila-achtige vocalen in “Occisor” doen het nummer ook in een occulte sfeer baden. “La croix de sang” is een beestige plaat voor liefhebbers van de reeds aangehaalde bands. De invloeden vallen niet te ontkennen, maar Drastus heeft met de gekende ingrediënten toch een erg onderhoudende plaat weten schrijven die het spannendst klinkt wanneer mysterieuze paden bewandeld worden.

JOKKE: 80/100

Drastus – La croix de sang (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Nihil sine polum
2. Ashura
3. Crawling fire
4. The crown of death
5. Hermetic silence
6. Occisor
7. Constrictor Torrents

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis

Altar Of Perversion – Intra naos

Bij Addergebroed schrijven we een recensie pas na meerdere luisterbeurten zodat we de plaat in kwestie voldoende hebben kunnen absorberen. Als er dan een band – zoals in dit geval Altar Of Perversion – een plaat uitbrengt die op bijna twee uur afklokt, is het een heuse puzzelopdracht om voldoende tijd in de hectische agenda te vinden om heel het zaakje aandachtig te beluisteren. Zeventien jaar na het niet mis te verstane debuut “From dead temples (Towards the ast’ral path)” verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger (in tussentijd verschenen wel nog een split met Mordaehoth en een EP). Het feit dat het enigmatische The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli hun schouders onder het nieuwe werkstuk “Intra naos” zetten, maakt dat de verwachtingen alvast hooggespannen zijn. Qua thematiek maakt de plaat een reis doorheen de wereld van Pan-Europees satanisme zoals dat gedefinieerd wordt door “The order of nine angles“. Een interessant weetje is bovendien dat het album werd opgenomen op 432 hertz, een audiofrequentie waarvan de vermeende krachten lange tijd voer voor discussie zijn geweest in de muziekscene (voor wie meer wil weten, kan hier klikken). Met zo’n lange speelduur valt er gelukkig heel wat te beleven in het Altar Of Perversion universum. De muziek varieert voortdurend van tempo en atmosfeer, hoewel er niet echt buiten de lijntjes van het black metal genre gekleurd wordt. Een constante doorheen het album zijn de dissonante riffs en de treurende gitaarleads; opener “Adgnosco veteris vestigia flammae” staat er al bol van. Wanneer de Italianen Calus (zang en saren) en Laran (drums) mid-tempo musiceren, komt een Satyricon vanachter de hoek piepen, maar dan wel een pak beter dan wat we de laatste tien jaar van hen gewend zijn. Het sterkste vind ik het duo echter als er volle gas wordt gegaan zoals in “Behind stellar angles II“, dat met haar dertien minuten speelduur het “kortste” nummer is dat er op de plaat te vinden is. De andere songs flirten, op “She weaves abyssal riddles and Eorthean gates” na, met de twintig minuten grens en bevatten elk de nodige knappe momenten, hoewel natuurlijk niet elke riff die er gedurende twee uur passeert memorabel kan zijn. Altar of Perversion hanteert regelmatig een aanpak waarbij traag gitaarspel over snel drumwerk gedrapeerd wordt, wat een intens spanningsveld creëert. “Cosmic thule, inner temple” is hier een mooi voorbeeld van. Op zich is het héél gewaagd om in deze vluchtige tijden met zo’n lang opus over de brug te komen aangezien de gemiddelde aandachtsspanne van onze medemens die van een goudvis benadert. En ook voor de labels is het een dure affaire en risky business geworden om een dubbelalbum of trippel vinyl te releasen, hoewel The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli zich hier waarschijnlijk niet veel van aantrekken. De lange speelduur van de plaat maakt dat we hier niet met triviaal massa-entertainment te maken hebben, maar dat “Intra naos” enkel die meerwaardezoekers zal kunnen bekoren die nog tijd weten maken om op een diepere manier naar muziek te luisteren. Ik reken mezelf hierbij hoewel ik moet toegeven dat de plaat telkens in zijn geheel consumeren toch wel wat te veel van het goede gevraagd is. Desalniettemin hulde voor Altar Of Perversion!

JOKKE: 84/100

Altar Of Perversion – Intra naos (The Ajna Offensive/Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. Adgnosco veteris vestigia flammae
2. She weaves abyssal riddles and Eorthean gates
3. Behind stellar angles II
4. Cosmic thule, inner temple
5. Subcosmos archetypes
6. Through flickering stars, they seep