oostenrijk

Nahtrunar/Hesychia – Split

Toen ik bovenstaande split in talrijke online shops zag verschijnen, klikte ik deze zonder verpinken in mijn winkelkarretje. Hesychia deed dan wel geen belletje rinkelen, het Oostenrijkse Nahtrunar kan in mijn ogen niet veel verkeerd doen. Toen bleek dat de vinylversie erg karig met info was (eigenlijk enkel vermelding van de bandnaam en songtitels) ging ik online verder op zoek naar dat mysterieuze Hesychia. Vreemd, de zoekfunctie op Metal Archives leverde niets op. Zou het dan om een kakelverse band gaan? Niets van dat, Hesychia blijkt een dark ambient project te zijn van ene Arthur Rosar (dank u Discogs!) die een verleden als zanger bleek te hebben bij Abigor en de platen “Fractal possession” en “Time is the sulphur in the veins of the saint – An excursion on Satan’s fragmenting principle” in zong. “Op zich wel interessant zo’n split met een black metal en dark ambient kant”, dacht ik “hoewel dat laatste ook garant kan staan voor weinig omvattend geneuzel en gekabbel”. Wanneer de naald zakt, maak ik kennis met “Nacht” een twintig minuten durende compositie van Nahtrunar. Het duurt even alvorens de nietszeggende ambient-intro overslaat naar beklijvende tremolo picked riffs die op ons afgevuurd worden te midden van de second wave black metal waarmee deze Oostenrijkse eenzaat ons al twee demo’s en drie langspelers lang bestookt. De gitzwarte melodieën weten ons te raken in het diepste van ons hart en nemen regelmatig een Negative Plane-achtige old-school vorm aan, maar evengoed leunen ze naar heavy metal-achtige melodieuze epiek toe. Uiteindelijk mondt deze kolossale compositie in duistere ambient uit om ons alvast voor te bereiden op het tweede luik van deze split. Kant A rechtvaardigt de aanschaf al, oef! Over naar kant B voor “Licht“, opnieuw een werkstuk van ruim twintig minuten dat ondanks wat de titel laat vermoeden misschien nog meer duister is uitgevallen dan de zwartmetalen klanken die we reeds te verwerken kregen. Hesychia levert een erg bevreemdende compositie af die echter zo dermate goed van de ene naar de andere passage vloeit, dat het een soort van soundtrack voor een deprimerende kortfilm zou kunnen zijn. Alle ingrediënten voor een innemende rit naar de donkerste krochten van je ziel zijn aanwezig: gaande van een triomfantelijk klinkende introductie met blazers en paukenslag over spookachtige soundscapes met vervormde zang en beats tot huiveringwekkende noise. Nadien gaat deze ruwe climax over in berustende heldere klaagzang die wel wat weg heeft van Amenra’s Colin H. van Eeckout en pikzwarte dark ambient die een omineuze atmosfeer à la Sembler Deah creëert. Maar er schijnt, zoals het artwork laat zien, ook wel een hoopgevend lichtpunt doorheen de duisternis, en dat bij zowel Nahtrunar als Hesychia. Conclusie: erg geslaagde split die, ook al ben je net als ik misschien niet de grootste liefhebber van ambient, veertig minuten lang weet te beroeren. Straffer nog, Hesychia heeft me zelfs nog net iets meer weten te imponeren dan Nahtrunar.

JOKKE: 83/100 (Nahtrunar: 82/100 – Hesychia: 84/100)

Nahtrunar/Hesychia – Split (Altare Productions 2020)
1. Nahtrunar – Nacht
2. Hesychia – Licht

Candles And Wraiths – Candelabia

Deze debuut langspeler uit het mooie Wenen is waarschijnlijk aan heel wat mensen voorbij gegaan. Begrijpelijk, want er is over hen of het label niet echt veel te vinden op het wereldwijde web. Het is enkel omdat ik actief op zoek was naar horror metal bands om wat geld aan te hangen, dat deze verrotte verrassing mijn pad heeft gekruist. De cover en de hilarische titel zal misschien bepaalde mensen op het verkeerde been zetten, maar toch krijgt de luisteraar een kwalitatieve plaat vol symfonische/melodische black metal voorgeschoteld. De intro laat meteen al horen dat het hier niet om een paar heren met een Fisher Price gaat, maar dat er werk is gemaakt van arrangementen en productie. Eens het geweld losbarst, is het bovendien duidelijk dat ze de met bloed vermengde mosterd vooral uit de rekken van bands als Cradle of Filth en Carach Angren zijn gaan halen. Toch klinkt het allemaal relatief fris, wat deels te danken is aan de goed verdeelde tempowissels, de sterke melodieën en het al bij al bescheiden aandeel van synths in de mix. “Candelabia” is een erg consistent album met weinig filler, al is de keerzijde daarvan dat er voor mij persoonlijk ook geen nummers uitspringen. Maar dat gebeurt wel vaker in het genre. Ik ben ik elk geval blij dat ik op hun Bandcamp ben geland. Fans van horror metal moeten dit zeker een kans geven.

Xavier: 86/100

Candles And Wraiths – Candelabia (Eboncrown Records 2019)
1. The coming of Candelabia
2. After midnight
3. Nightmares on forsaken soil
4. Fire amidst the crashing waves
5. All hallows eve
6. Melpomene
7. The stranger
8. Wartorn lovelorn
9. Beneath cathedral walls
10. Ad astra
11. A grate on a grave

Brånd / Häxenzijrkell – Split

Tweede split EP op rij voor het Duitse Häxenzijrkell nadat ze vorig jaar met labelmakkers LVTHN samenhokten voor een gespleten ten inch. Deze keer werd het Oostenrijkse Brånd als tegenpartij gekozen, misschien een iets meer logische keuze aangezien de sound van beide bands dichter bij mekaar ligt. Brånd is het geesteskind van Vritra, een illuster figuur die we ook kennen van Kringa. Brånd’s muziek is een amalgaam van post-punk, ambient en oer-black à la Ildjarn. Het lijkt misschien een wat vreemde combo op papier, maar in realiteit is dit heel goed te smaken. Een kille, spookachtige atmosfeer staat centraal, waarbij er heel wat ge-experimenteerd wordt met heldere en verwrongen vocalen, toetsen en xylofoons en effectenpedalen maar ook de basgitaar eist een grote rol op in de meer noisey passages van het zeven minuten durende “Seis wies Sei“. De punky start van het nummer staat mijlenver weg van de sobere ijzingwekkende finale, maar toch vloeien de verschillende passages naadloos in mekaar over en klinken de overgangen nergens geforceerd. Een interessante ontdekking! De twee heren van Häxenzijrkell sleuren de luisteraar de ondergrondse catacomben in voor een portie ruwe, onheilspellende black. Zowel cleane gezangen als getormenteerde screams zetten een sinistere atmosfeer neer die baadt in een ritualistische waas en ook hier heel bezwerend en innemend klinkt. Dit is een EP die dankzij het trance opwekkende karakter van de muziek geschikt is om een uur lang in een loopje af te spelen. Geschikt voor liefhebbers van Urfaust, Kwade Droes en konsoorten.

JOKKE: 85/100 (Brånd: 85/100 – Häxenzijrkell: 85/100)

Brånd / Häxenzijrkell – Split (Amor Fati Productions/Tour de Garde 2020)
1. Brånd – Seis wies Sei
2. Häxenzijrkell – Der Totenrijtt

Selenite – Mahasamadhi

Ik heb altijd een zwak gehad voor de scherpe black metal die tijdens de jaren ’90 door de Oostenrijkse bergen schalde. Bands als Abigor, Amestigon, Heidenreich, Summoning, … behoren tot de absolute genre-top wat mij betreft. Misschien daarom dat ik me nog vaag kan herinneren aan Stefan Traunmüllers erg degelijke Golden Dawn project. Nu ben ik die band zo’n vijftien jaar geleden na “Masquerade” uit het oog verloren, maar het is zeker en vast een pas om dit Selenite een kans te geven. Hoewel de debuutplaat “Mahasamadhi” – een Yoga-term voor het verlaten van het lichaam – eigenlijk een funeral doom-album is, heeft het wel enige “typisch” Oostenrijkse zwartmetalen invloeden, zeker wat betreft de synths en drums. De hele “oosterse filosofie-insteek” kan ik met de beste wil ter wereld niet in de muziek terugvinden, maar het is zeker een interessante release. “Mahasamadhi” klinkt, ondanks de melodieuze aard en behoorlijke afwisseling, toch monotoon en daarmee past het zeker nog in het funeral doom-rijtje. De productie is niet te gelikt, maar wel professioneel. De instrumenten worden bespeeld met ervaring en zonder teveel tierelantijntjes. De grunts komen sporadisch voorbij en zijn best in orde, net als de cleane zang. Alles wat er in zit, past bij het klankconcept. Nu ja, alles is veel gezegd, want de vrouwenzang is namelijk vreselijk en verknalt vooral het laatste nummer “Final reckoning“. Het mag dan wel een operazangeres wezen, dit had Stefan echt beter kunnen skippen. Storend accent en niet immens toonvast, past het timbre van haar stem ook niet echt bij de muziek. Jammer, maar ook dat was vaak deel van die Oostenrijkse klank waarover ik het eerder had…

Xavier: 74/100

Selenite – Mahasamadhi (Séance Records 2019)
1. Requiem for a soul
2. Hidden presence
3. Third eye open
4. Channelling chants from beyond
5. Final reckoning

Hagzissa – They ride along

Tussen al het zware en serieuze black metal geschut dat eerder dit jaar op de affiche van het A Thousand Lost Civilizations fest prijkte, viel het Oostenrijkse Hagzissa een beetje uit de toon. Vooral vestimentair dan, want zelden zag ik een black metal-optreden waarbij de zanger in een spannende maillot geheven zat, de kortgebroekte gitarist voor een hippie/landloper kon doorgaan, de drummer een op-een-wit-ninjapak-gelijkende-plunje aanhad en de bassist een monnikspij droeg. Misschien dat er een tongue-in-cheek boodschap naar het hocus-pocus deel van de black metal-scene inzit? De helft van Hagzissa – oprichter en zanger B. Moser en drummer L. Pachinger – maakt echter ook deel uit van het fantastische Kringa, een band die toch heel wat enigmatischer overkomt dan Hagzissa en bijna gelijktijdig een eerste volwaardige langspeler de wereld instuurt. Muzikaal gezien is het echter menensvoor het kwartet dat verder aangevuld wordt met bassist Magister C. Rastelli en gitarist M.M., Junker vom Morast. In 2017 verscheen er een beperkt verspreidde promo die later door Iron Bonehead officieel op tape werd uitgebracht en ook het debuut “They ride along” verschijnt via het Duitse label waarvan de stroom aan nieuwe releases nog amper bij te houden blijft. Deze eerste, in-een-vreemde-paarse-hoes-gestoken langspeler bulkt veertig minuten lang van de oeroude black metal-riffs waarbij tussen de voor-black-metal-typische-snelle blastdrums ook talloze galopperende ritmes, hoempapa of meer rockgeorienteerde passages voorbij draven. B. Moser schreeuwt hierover de longen uit zijn lijf maar op tijd en stond zorgen cleane zangkoren (“Moonshine glance (An iron seed in sour soil)” en “They ride along on the howling winds!” opnieuw voor die muffe oude wind die door het geheel waait. ‘Muf’ slaat hier op het feit dat Hagzissa’s muziek best archaïsch klinkt, maar door de eigenwijze draai die eraan gegeven wordt, kan “They ride along” gerust ook als verfrissend gecatalogiseerd worden. Links en rechts zitten er nog wat heidense fragmenten in de muziek verstopt wat de aangeboorde thema’s zoals primitieve magie, hekserij, folklore en horror nog extra onderstreept. “They ride along” ademt de sfeer van jaren ’90 Tsjechische en Poolse bands uit en is een verrassende eerste langspeler geworden.

JOKKE: 80/100

Hagzissa – They ride along (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Die Pforte (A speech above the moor)
2. Irrsinnsdimensionen (A bath amidst the wells)
3. Moonshine glance (An iron seed in sour soil)
4. Searing effigy
5. They ride along on the howling winds!
6. The nightshade wilderness
7. Atavist kama aconite trance
8. There, draw a circle!

The Negative Bias/Golden Dawn – Split

De Oostenrijkse black metal scene heeft me eigenlijk nooit wat gedaan. Er zijn slechts enkele Abigor-platen waar ik wat mee kan aanvangen en ook de rest van de scene is/was me doorgaans te bombastisch. Oostenrijk had destijds haar “Austrian Black Metal Syndicate” waar de bands Pervertum, Trifixion, Pazuzu, Knechte des Schreckens, Vuzem (de voorganger van Hollenthon) en Golden Dawn deel van uitmaakten. Deze laatste band werd reeds in 1992 opgericht door Stefan Traunmüller (Wallachia en Rauhnåcht) en bracht met “The art of dreaming” in 1996 een degelijke plaat uit, maar het latere werk vond ik tenenkrommend slecht. Op deze split met landgenoten The Negative Bias levert Golden Dawn het nummer “Lunar Serpent” aan dat al uit 2010 dateert maar geremixt werd voor deze release en gelukkig een terugkeer naar de dagen van het debuut laat horen waarbij atmosfeer primeert over bombast en complexiteit. Doorheen de elf minuten durende compositie loopt een Burzum-achtig keyboard melodietje, dat op de vier minuten grens eventjes solo gaat en dan een newbeat-achtige richting uitgaat. Het gefrons van de eerste luisterbeurt maakte de keren nadien plaats voor verlangen naar dit catchy kantelpunt in de song. Naar het einde toe nemen melodieuze black metal elementen terug de overhand. Best genietbaar! The Negative Bias zag pas in 2016 het levenslicht en werd opgericht door I.F.S. (ex-Alastor) waarbij hij de hulp kreeg van de eerder aangehaalde Stefan Traunmüller. De band bracht eind vorig jaar haar debuut “Lamentation of the chaos omega” uit en reikt voor deze split één song aan die eveneens boven de elf minuten aftikt. “Temple of cruel empathy” trapt dreigend en groots af en laat symfonische black metal horen die modernistisch in plaats van nostalgisch klinkt. The Negative Bias klinkt middels de nodige blastbeats extremer dan Golden Dawn, incorporeert cleane zangkoren in haar muziek evenals (helaas pindakaas) metalcore-achtige breaks en riffs. Tevens komt het geheel wat te veel als knip-en-plakwerk over wat de flow niet ten goede komt. Golden Dawn scoort dus als de betere van de twee. Wel nog even meegeven dat beide songs voorzien zijn van een zéér moderne sound waardoor deze split voor de liefhebbers van underground-spul hoogstwaarschijnlijk té gelikt is. Voor mij is dit in de regel ook te modern en mist de sound karakter, maar ik amuseerde me toch lekker met “Lunar serpent“.

JOKKE: 76/100 (The Negative Bias: 70/100 – Golden Dawn: 82/100)

The Negative Bias/Golden Dawn – Split (Séance Records 2018)
1. Temple of cruel empathy
2. Lunar serpent

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen