oranssi pazuzu

Kalmen – Funeral seas

Vanaf de eerste tonen van “Spectral” wordt middels het kraken van hout en het geluid van woeste golven een link gelegd met de albumtitel “Funeral seas“, het tweede album van de Duitse psychedelische doom/black metal-band Kalmen. Op papier leest dit als een interessante kruisbestuiving en ook in realiteit beleefden we al veel luisterplezier aan deze band. “Course hex” uit 2015 was reeds een aardig debuut maar op “Funeral seas” hebben alle bandleden nog een tandje bijgestoken. Met opener “Spectral” krijgen we meteen de langste song van de plaat voorgeschoteld waarbij zware doomriffs en black metal-uithalen een donkere trip in hypnotiserende soundscapes creëren hoewel het er niet zo psychedelisch aan toe gaat als bij een Oranssi Pazuzu. “Thieving sky” blinkt uit in bleekheid en koude steriliteit en is één van de venijnigste songs op de plaat waar de black metal-invloeden ook het meest aan bod komen. Het tempo ligt hier ook hoger dan elders. In “Portal” kiest het kwartet voor een meer lineaire aanpak en druipt de miserie en zwartgalligheid van de riffs en de doorleefde vocalen af. Doordat de band met twee zangers werkt, krijgen we afwisselend diepe growls en hoge screams te horen met af en toe semi-cleane uithalen. “Uninfinite black” klokt op minder dan vier minuten af en moet het hebben van haar mid-tempo repetitieve riff en gekwelde screams. Het zware karakter van de song creëert bovendien een doodsmetalen randje. In het instrumentale “Swansong” zetten trage semi-distorted gitaren minutenlang de toon en is het wachten op een golfstroom die zich rond de drieminutengrens uiteindelijk inzet en langzaamaan aanzwelt tot grotere proporties terwijl een repetitieve onderstroom je meesleurt. Een tsunami blijft echter uit. “Arcane heresies” start met haar jaren ’80 gothic-intro aanvankelijk lichtvoetiger dan de rest van het materiaal maar mondt uiteindelijk uit in een diepe oceaan aan spirituele en psychedelische zwartgalligheid inclusief allerhande vreemde geluidseffecten. Met het via een bezwerende puls naar een climax opbouwende “Searanade” en de uitdijende tonen van wind en een houten schip dat over de golven ploetert, komt er een einde aan deze gekwelde, sombere en apocalyptische plaat. Well done heren en dame!

JOKKE: 82/100

Kalmen – Funeral seas (Ván Records 2018)
1. Spectral
2. Thieving sky
3. Portal
4. Uninfinite black
5. Swansong
6. Arcane heresies
7. Searanade

Grave Pleasures – Motherblood

Terugkijkend op “Dreamcrash” – het “debuut” van het Finse Grave Pleasures – moet ik toegeven dat ik dat album wat overschat had met een score van 83 punten. Sinds haar verschijnen heeft de plaat immers amper rondjes gedraaid ten huize Jokkemans. Grave Pleasures draagt dan ook een enorm verleden met zich mee, want al wat de band uitbrengt zal tot in den treure vergeleken worden met het weergaloze “Climax” dat de band in haar vorig leven als Beastmilk op de mensheid loste. De “Funeral party” 7″ EP die vorig jaar als teaser werd uitgebracht, liet echter opnieuw het beste vermoeden daar het apokalyptische death-rock geluid van Beastmilk terug werd opgezocht. En ook het kakelverse “Motherblood” gaat gelukkig op hetzelfde élan verder! De dansschoenen kunnen met andere woorden vanonder het stof gehaald worden en de beentjes kunnen losgezwierd worden op vlot verteerbare en goed in het gehoor liggende songs als “Infatuation overkill“, het meezingbare “Be my Hiroshima” of “Deadenders“, dat we nog kennen van de 7 inch. Tegenover de (schijnbare) lichtvoetigheid staan echter donkere thema’s zoals de cyclus van leven en dood (knap gevisualiseerd door de Kali figuur op de cover) en de obsessie van zanger Mat McNerney (Kvohst voor de vrienden) voor de apocalyptische en nucleaire ondergang van de mensheid. In meer donkere nummers als “Doomsday rainbows“, “Joy through death” en “Mind intruder” vormt de ritmesectie, bestaande uit bassist van het eerste uur Valtteri Arino en drummer Rainer Tuomikanto (Ajatarra, ex-Shining), de ruggengraat en stuwen ze de songs met denderende drums en pompende baslijnen voort. En het gitaristenduo Juho Vanhanen (Oranssi Pazuzu) en Aleksi Kiiskilä schudt de ene na de andere catchy riff en geweldige hook uit de mouw. Links en rechts worden enkele goth-getinte elementen aan de death-rock basis toegevoegd en worden uitstapjes richting post-punk gemaakt. Wanneer zanger Mat de hoogte ingaat, hebben zijn vocalen best wel wat weg van The Cure’s Roberth Smith. Net zoals een Killing Joke, Coil of Joy Division, heeft deze new wave band een duidelijke stempel gedrukt op het Grave Pleasures geluid. Een andere invloed was Current 93, waarvan zanger David Tibet gestrikt kon worden om de intro voor “Atomic Christ” – misschien wel de meest beklijvende song van de plaat – te schrijven en in te spreken. Met het afsluitende “Haunted afterlife” wordt dat ene sprankeltje hoop dat er nog restte, resoluut de nek omgedraaid. Op de CD die bij de vinyl meegeleverd werd, vinden we nog de bonus track “There are powers at work in this world” terug. Net zoals op “Climax” is “Motherblood” een plaat waarop het tevergeefs zoeken is naar een zwak moment. Grave Pleasures heeft zich herpakt (en hoe!) en kan met opgeheven hoofd de Apocalyps tegemoet.

JOKKE: 91/100

Grave Pleasures – Motherblood (Century Media 2017)
1. Infatuation overkill
2. Doomsday rainbows
3. Be my Hiroshima
4. Joy through death
5. Mind intruder
6. Laughing abyss
7. Falling for an atom bomb
8. Atomic Christ
9. Deadenders
10. Haunted afterlife
11. There are powers at work in this world (bonus)

Verge – The process of self-becoming

Liefde op het eerste gehoor: het bestaat nog en ik had het voor met het Finse Verge. Het kwintet met leden van Saturnian Mist en Charnel Winds in de gelederen was tot nog toe een nobele onbekende voor ondergetekende, maar wat ben ik blij dat hun derde album “The process of self-becoming” mijn pad kruist. Vanaf de allereerste noot ben ik immers verk(n)ocht voor (aan) hun unieke en bij momenten progressieve kijk op het black metal genre. Zoals de titel enigszins doet vermoeden, betreft het hier een conceptalbum dat gebaseerd is op de theorie van de existentiële niveaus van de Deense filosoof Sören Kierkegaard. Het album is in drie hoofdstukken onderverdeeld – het esthetisch, ethisch en religieus niveau van leven – en naarmate deze existentiële dilemma’s doorlopen worden, wijzigt de muzikale invulling ervan. “The piety in hatred” start als onversneden black metal maar laat – zodra het tempo daalt – al minieme progressieve elementen horen. De zinsnede “A spouse who places trust above everything / As long as it feels nice / Then she leaves and trusts someone else” legt de vinger op de wonde van de existentiële crisis die in deze fase vervat zit. Het betekenisloze proces van het voortdurend creëren van verlangens wordt perfect verwoord in “The futility of it all” waarin theatrale cleane zang voor een schril contrast zorgt met de raspende black metal vocalen die soms naar landgenoten Oranssi Pazuzu neigen. Het laatste deel van dit hoofdstuk windt er met het compacte “The ridiculous difficulty of acceptance” geen doekjes om en bevat enkele razende blastende passages. De voortdurende strijd tussen rede en twijfel wordt belichaamd in het furieuze “The decision beyond calculation” en het slepende “The pride in despair” waarin het contrast opgezocht wordt tussen black metal en intense rock-georiënteerde gitaarsolo’s. En laat ik de fenomenale rol die de basgitaar opeist ook zeker niet onvermeld laten. In de twee meer epische songs van de laatste religieuze fase horen we majestueuze crescendo’s, psychedelische klanken, lange solo’s en opnieuw cleane zang die de dramatische woorden “Not God, but me in God / Taking the serpents from His mother’s hands / You are the final stream of beginning / The fire of the last and first question” brengt. Het betreft hier een zéér aangename kennismaking met Verge en ik ga de komende weken hun oud materiaal zeker eens opsnorren. “The process of self-becoming” is in ieder geval héél lekker spul voor de meerwaardezoeker.

JOKKE: 88/100

Verge – The process of self-becoming (I, Voidhanger Records 2017)
1. Aesthetic I – The piety in hatred
2. Aesthetic II – The futility of it all
3. Aesthetic III – The ridiculous difficulty of acceptance
4. Moral I – The decision beyond calculation
5. Moral II – The pride in despair
6. Religious I – The bedrock gives way
7. Religious II – Grounding in the unground

Grave Pleasures – Funeral party

Het kan soms hard gaan met een band. Neem nu het in 2010 door Mat “Kvohst” McNerney, Johan Snell, Valtteri Arino and Paile opgerichte Beastmilk. Met hun apocalyptische Finse death rock weten ze al snel talloze zieltjes voor zich te winnen en hun naam verspreidt zich razendsnel als een straal warme urine door een dik pak sneeuw. Na het succes van hun debuutplaat “Climax” staan de grote platenbonzen in rij om de gehypte Finnen in te lijven. De druk neemt toe en de band wordt een tikkende tijdbom wat resulteert in het vertrek van gitarist Johan “Goatspeed” Snell en drummer Paile. Met hen verdwijnt ook de naam Beastmilk en de achtergebleven leden maken een doorstart onder de naam Grave Pleasures, waarin de nieuwe gitaartandem Linnea Olsson (ex-The Oath) en Juho Vanhanen (Oranssi Pazuzu) evenals drummer Uno Bruniusson (ex-In Solitude) hun opwachting maken. In deze constellatie verschijnt in 2015 via Nuclear Blast het album “Dreamcrash” dat een deels ander geluid laat horen en hierdoor niet bij iedereen in goede aarde valt. Waar “Climax” bulkte van de opzwepende; dansbare goth rock oorwurmen, verkent de band nu meermaals rustigere meer rock-getinte wateren. In tussentijd werd opnieuw grote kuis in de line-up gehouden. Linnea en Uno vertrokken met de noorderzon en met het aantrekken van Kohu 63 gitarist Aleksi Kiiskilä en ex-Shining drummer Rainer Tuomikanto is de nieuwbakken line-up opnieuw voor de volle honderd procent in Finland gevestigd. In de vorm van de “Funeral party“seven inch – die via Mat’s eigen Secret Trees label verschijnt – laat Grave Pleasures nu een terugkeer naar de begindagen horen. Er wordt opnieuw op de apocalyps gesurft in twee songs waarin Mat zijn fascinatie voor het einde der tijden niet onder stoelen of banken steekt. Vooral “Deadenders” is met haar aanstekelijk jaren’80 surfritme een song waarvoor je je dansschoenen terug mag afstoffen. “Dance with the skeletons, there’s nothing left, dance with the skeletons, gasp for breath, raised up by the end, generation death, we’re dead ends, we’re dead ends.” Laten we dansen voordat de bom valt. De mensheid viert haar nihilisme terwijl ze als een zinkend schip ten onder gaat. In “Cold war funeral” lijken ze even van zichzelf te jatten om daarna eerder een mid-tempo doembeeld te schetsen van onze ondergang. Deze EP belooft het beste voor de later te verschijnen nieuwe langspeler. Laten we hopen dat die opnieuw gevuld is met catchy apocalyptische oorwurmen à la “Deadenders“.

JOKKE: 85/100

Grave Pleasures – Funeral party (Secret Trees 2016)
1. Deadenders
2. Cold war funeral

Atomikylä -Keräily

Met Roadburn nog vers in het geheugen zijn mijn – door de vele Finse psychedelische orkestjes vakkundig platgewalste – oorhaartjes langzaamaan terug recht aan het klauteren. Op papier voorspelden de bookmakers dat de IJslandse blekkies Misþyrming en Co voor de meest intense en overweldigende sets van het vierdaagse gebeuren zouden optekenen. Hoewel er door hen best indrukwekkende live shows werden neergezet, kwamen de Finnen voor ondergetekende toch als grote overwinnaars uit de bus. Oranssi Pazuzu, Dark Buddha Rising en het tot dusver voor mij onbekende Atomikylä leverden alledrie een zinderende en op alle zintuigen inbeukende prestatie af waarbij het er naar uitzag dat je ledematen het slachtoffer waren geworden van één of andere spastische ritmestoornis tijdens hun zoektocht naar een aanknopingspunt in de verstikkende en bedwelmende waas aan de van een vervaarlijk zwart randje voorziene psychedelica. Atomikylä is de sonische doorsnede van Oranssi Pazuzu en Dark Buddha Rising, zowel qua line-up als qua sound, met “Keräily” als tweede wapenfeit en mogelijks in een nog lelijkere van fluoriscerende kleuren voorziene hoes gestoken dan voorganger “Erkale” uit 2014. Drie nummers – meer hebben onze Finse drinkebroers niet nodig om de luisteraar mee te nemen naar een parallel universum dat bestaat uit een repetitieve, uit stoner en krautrock-riffs opgetrokken, basis waarover een waaier aan effecten, orgel-, synth- en trompetklanken gedrapeerd ligt. Ik kan mij best inbeelden dat bij niet getrainde luisteraars een nummer zoals het achttien minuten durende “Katkos“het nodige wenkbrauwgefrons zal opleveren maar ik lust er wel pap van. Tijd zat voor de niet-drummers onder ons om tijdens de lange opener een cursus “Drummen in niet-standaard maatsoorten” te googelen om zo de vinger te proberen leggen op de vele ritme- en maatsoortenwissels die we te verwerken krijgen. De meer jazzy getinte stukjes uit het debuut worden grotendeels achterwege gelaten en door de bocht genomen klinkt het kwartet iets meer stoned. Zoals bij hun eerder genoemde collega’s zijn het vooral de vocalen die het geheel een zwartmetalen stempel opleveren. Het aanschouwen van het op-en-neer corrigerend hoofdgetik tijdens mindfuckRisteily” levert ongetwijfeld grappige taferelen op. Mijn buren springen met gemak door het raam als ik dit oorverdovend luid door mijn speakers laat knallen – maar ik heb mijn buren graag. Ook het afsluitende en iets beknoptere”Pakoputki” (hoewel ook nog zeven minuten lang) biedt voldoende fraais om de liefhebber ettelijke oorgasmes te bezorgen en de haters een zenuwinzinking. Wel nog even meegeven dat de band live in een naar zweet en bier stinkende club nog beter uit de verf komt dan op plaat. Uitchecken die handel als Oranssi Pazuzu je ding is!      

JOKKE: 86/100

Atomikylä -Keräily (Svart Records 2016)
1. Katkos
2. Risteily
3. Pakoputki

Grave Pleasures – Dreamcrash

Ik ben een liefhebber van fysieke muziekreleases en soms (nu minder dan vroeger) laat ik me door een albumhoes overtuigen om een plaat aan te schaffen zonder ook maar één noot muziek gehoord te hebben. En zo geschiedde het dat ik thuis kwam met “Climax” van Beastmilk. De bandnaam en ontzettend gave hoes met doodshoofd en kelk deden me vermoeden dat ik hier met een occult black metal collectief te maken zou hebben. Een blik op de line-up met ondermeer Mat ”Kvohst” McNerney (o.a. ex-Dødheimsgard, Hexvessel, ex-Code) en een gitarist genaamd Goatspeed in de gelederen versterkte mijn voorgevoel nog meer. Groot was mijn verbazing dan ook dat ik extreem catchy apocalyptische post-punk te horen kreeg eens de naald het vinyl raakte. Ik was instant fan en even later schoot de populariteit van de band de hoogte in waarbij hun platen gretig aftrek vonden bij zowel metalheads als indie kids of gothic punks. Spijtig genoeg bleek er al snel een haar in de boter te zitten en na de split met gitarist Johan “Goatspeed” Snell begin 2015, gingen Kvohst en bassist Valtteri Arino verder onder de monniker Grave Pleasures. Enigszins vreemd dat de band zich live nog als een Finse band voorstelt want naast de Finse bassist is Kvohst een Brit en werd de line-up uitgebreid met de (extreem bevallige) Zweedse gitariste en songwriter Linnéa Olsson (ex-The Oath) en vellenmepper Uno Bruniosson van het ter ziele gegane Zweedse In Solitude. Even later vervoegde live en studio gitarist Juho Vanhanen van de Finse psychedelische black metal band Oranssi Pazuzu het kwartet nog wel, maar ik zou de band eerder als een internationaal collectief bestempelen. Soit, over naar de nieuwe plaat “Dreamcrash” die sinds kort in de rekken ligt. Ik ga niet onder stoelen of banken steken dat de eerste twee à drie luisterbeurten vrij teleurstellend waren. De songs bleven niet hangen en het totaalgeluid is van Joy Division worship meer richting indie rock met poppy overtoon opgeschoven. In plaats van “Dreamcrash” meteen volledig af te schrijven, heb ik de plaat echter gemoedelijk op me laten inwerken en uiteindelijk ontplooien de elf nummers zich als een boeiende rit. Up-tempo stampers als “Utopian scream” en “Futureshock“ doen je zowel op plaat als live zin krijgen om je dansschoenen aan te trekken. Zowel Uno als Valtteri zorgen meer dan eens voor een stuwende groove waarover de gitaartandem een dromerig maar tegelijkertijd grimmig sonisch web weeft. Verder valt op dat voornamelijk Kvohst enorm gegroeid is in zijn rol als frontman en een veelzijdig begenadigd zanger blijkt te zijn (hoewel met een hoog love it or hate it gehalte). De teksten bulken nog steeds van onderwerpen als angst, paranoia, dood, liefde, seks, poëzie en tongue-in-cheek sarcasme, hoewel je op basis van het meer poppy karakter het album minder duister zou voordoen dan haar voorganger. Al wie gebrand was op een tweede “Climax” zal dan ook snel met de staart tussen de benen afdruipen. De talrijke krakers als “Death reflects us”, “The wind blows through their skulls”, “Genocidal crush”, “You are now under our control” en “Love in a cold world” van het debuut zijn er niet te vinden, hoewel de single “New hip moon“, het kort maar krachtige “Taste the void” (hallo Danzig!),  en de opener en afsluiter het dichtst in de buurt komen. Grave Pleasures laat op “Dreamcrash” meerdere facetten zien waarbij ze niet bang zijn om ook rustigere wateren te bevaren zoals het ingetogen “Crisis” of het toegankelijke “Girl in a vortex”, zonder dat het er te stroperig aan toe gaat. Een nummer als “Crooked vein” doet het heer dan weer minder goed. De eerder poppy nummers zorgen ervoor dat de band dan ook perfect een meer mainstream StuBru-publiek (liefhebbers van Editors, Kaiser Chiefs, White Lies, …) zou moeten kunnen bekoren. De grote podia lonken dan ook hoewel ik de band liever in een kleine zweterige club bezig zie en hun bandnaam airplay op de grote radiostations niet meteen zal bevorderen, maar dat vinden we allerminst erg!

JOKKE: 83/100

Grave Pleasures – Dreamcrash (Sony Music/Columbia 2015)
1. Utopian scream
2. New hip moon
3. Crying wolves
4. Futureshock
5. Crisis
6. Worn threads
7. Taste the void
8. Lipstick on your tombstone
9. Girl in a vortex
10. Crooked vein
11. No survival