paragon impure

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Paragon Impure – Extreme muziek smeekt om extreme thematiek

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Maar liefst dertien jaar na de release van “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” – mijn persoonlijke numero uno qua Belgische black – komt Paragon Impure met haar langverwachte opvolger  aandraven. De muziek werd reeds in 2008 en 2009 geschreven, toen nog onder de werktitel “The fall of man”, maar verdween door teleurstellingen tijdens het opnameproces in de ijskast. Vorig jaar pakte Noctiz de draad echter weer op wat uiteindelijk resulteerde in het ijzersterke “Sade“. Onze kritische mening over de nieuwe plaat kan je weldra lezen, in tussentijd namen we contact op met Noctiz aangezien er heel wat voer was om over te praten. (JOKKE)

pi2018color

Dag Noctiz, ik viel bijna van mijn stoel toen ik het nieuws vernam dat er na al die jaren toch nog een langspeler van Paragon Impure zou verschijnen. In een eerder gesprek uit 2012 met Addergebroed haalde je aan dat je muzikale smaak en visie te ver waren verwijderd van het origineel concept en dat je interesse in “traditionele” black metal zo goed als gekelderd was. Wat was de trigger om na al die jaren toch terug in gang te schieten?
Ik heb Paragon Impure nooit kunnen loslaten. Een geesteskind kan je wel begraven maar nooit vergeten. Wanneer ik eens in de zoveel tijd luisterde naar de onafgewerkte opnames van “The fall of man” had ik altijd gemengde gevoelens. Enerzijds besefte ik dat dit het beste materiaal was dat ik ooit had geschreven, anderzijds zou het zo veel moeite en tijd kosten om het geheel een nieuwe kans te geven. Ik kan mezelf geen gitarist of bassist noemen. Ik kan geen akkoorden benoemen, weet geen noot staan en kan amper een gitaar vasthouden. Als tiener en autodidact oefende ik slechts aan de hand van tablatuur en op het gehoor totdat ik mijn favoriete muziek zou kunnen spelen en nadien ook schrijven. Na al die jaren zou het geen evidentie zijn om het niveau dat ik op mijn twintigste bereikte – ook al stelde het niet veel voor – op gitaar te evenaren. Riffs instuderen, repeteren, foutloos opnemen…ik haat dat. Eind vorig jaar kreeg mijn moed om te herbeginnen dan toch de overhand op mijn laksheid en afkeer. Ik gaf mezelf een jaar tijd om “The fall of man” nieuw leven in te blazen, in de vorm van “Sade”. Uiteindelijk was het album al na zes maanden ingeblikt zonder overhaast te werk te gaan.

Na de oorspronkelijke opnames van de muziek belandde de plaat in de ijskast omdat je ontevreden was over het resultaat. Werden de songs nog bijgeschaafd toen je besloot om de muziek opnieuw op te nemen of zijn de uiteindelijke versies van de songs vrij dicht bij de originelen gebleven?
We namen destijds in allerijl drumpartijen op bij Reinier in ShumCot Studio voor acht nummers: zes voor “The fall of man”, één Gotmoor-cover (“Three sisters of sin”) en een herwerkte versie van de single “Where the laughter of angels is inaudible” die eerder verscheen op onze tweede EP. Voor de eerste vier delen van “The fall of man” nam ik thuis drie gitaarpartijen en bas op. Vanaf deel vijf liep het mis: onnauwkeurigheden en technische (schoonheids-)foutjes waren in de drumtracks geslopen en hadden we niet opgemerkt in de studio. Wetende dat ik ze zelf niet kon corrigeren en opnieuw de studio betreden absoluut geen optie was, besloot ik de boel te begraven, met spijt in het hart. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden en die illusie werd snel doorprikt. Dat kwam hard aan, maar bracht ook een zekere opluchting.
“The fall of man” werd “Sade”, maar voor twee van de zes delen was er slechts één gitaarpartij en geen bas. Ik had met Paragon Impure de gewoonte om op gitaar enkel een basis te schrijven, vervolgens drums op te nemen en nadien, in het midden van het opnameproces, pas de resterende gitaar- en baslijnen uit mijn duim te zuigen. Hetgeen destijds wel geschreven en opgenomen was, heb ik nauwelijks veranderd. Sven heeft zich ook voor 90% kunnen houden aan de composities van Henne, de toenmalige drummer van Paragon Impure.
Het enige, toch opmerkelijke verschil is het weglaten van de derde gitaar. Op “Sade” hoor je een gitaartje links, rechts en één “solo” die er even boven zweeft op “Philosophy in the bedroom”.

Na de eerste opnames zag je het niet meer zitten om ook nog de zang op te nemen. Heb je de oorspronkelijke teksten hergebruikt of werden er nieuwe lyrics geschreven aangezien de plaat nu onder een andere titel wordt uitgebracht?
“The fall of man” bestond uit een reeks teksten uit het oude testament, die ik herschreef en manipuleerde als vorm van godslastering. Weinig uitdagend en origineel. De plaat verdiende meer dan dat. Ik wou een conceptalbum waarbij de muziek een mooi (of afgrijselijk) geheel vormt met teksten en afbeeldingen. Naar het ideale thema voor de opvolger van “To Gaius!” moest ik niet lang zoeken…

 “Sade” verwijst naar Markies de Sade, een Frans aristocraat en schrijver van veel gecensureerde pornografische boeken die wordt gezien als de bekendste voorstander van het libertinisme waarin de absolute vrijheid van het individu geopperd wordt. Vanwaar de idee om een plaat rond deze veelbesproken figuur te brengen?
Paragon Impure is in de eerste plaats een manier waarop ik rebelleer tegen de abrahamitische religies. Sade’s werk is doordrongen van blasfemie, perversie, moord, incest en sodomie. Ik moet er geen tekeningetje bij maken als ik zeg dat Sade – mogelijk de grootste godslasteraar aller tijden – op zijn minst een schouderklopje verdient. Extreme muziek smeekt om extreme thematiek. Heel vreemd dat Sade niet meer bezongen wordt in black metal. Of misschien is Sade té extreem, te realistisch? Veel black metal-bands blijven liever ver weg van de echte wereld en zoeken heil in pseudo-religie en spirituele nonsens. Veel toneel en uiterlijk vertoon waarmee ze vooral hun ouders of buren de stuipen op het lijf jagen.

De Sade was een uitgesproken atheïst die in zijn literaire oeuvre veel kritiek had op religie, hypocrisie en de moraal van zijn tijd. De mens zou volgens hem de zeer individuele hartstochten moeten botvieren die hem door de natuur zijn ingeblazen, ongeacht de verschrikkelijke uitwerkingen die dat op zijn medemens heeft. De Sade illustreert dit met allerlei sadistische gruwelijkheden die tot in het absurde gaan. De woorden sadisme en sadomasochisme zijn dan ook van zijn naam afgeleid. In welke mate ben je het eens met zijn visie?
Het spreekt voor zich dat ik een bescheiden pervert ben, anders zou ik me nooit dermate aangetrokken voelen tot Sade om zijn geschriften te kiezen als bron van inspiratie. Maar ik moet er geen doekjes om winden: ik ben helemaal geen sadist en zou nooit een libertijn kunnen zijn. De vaak eindeloze en repetitieve, bloedovergoten verhalen vervuld van allerhande martelingen, mishandelingen, vernederingen en moord zijn niet au sérieux te nemen. Naar mijn bescheiden mening maakte Sade zichzelf meester van zulke fantasieën, op de eerste plaats om zichzelf en de lezer te vermaken, beruchtheid te vergaren en natuurlijk zijn libertijnse filosofie kracht bij te zetten. Het totale gebrek aan mededogen en de vernuftige barbaarsheid van Sade’s protagonisten prikkelen me enkel op de manier waarop een goede horrorfilm dat ook kan. Wat mij vooral aanspreekt is de manier waarop Sade zich ongeremd en scherpzinnig uitspreekt over religie en Kerk. Hij was een onverbiddelijk en gepassioneerd atheïst (of beter: anti-theïst) in een tijd waarin godslastering hem de kop kon kosten. Wat mij betreft verdient hij daarvoor een plaats tussen de grote moderne filosofen.

front (1)

Veel bands die op hun tekstuele inhoud “aangevallen” worden, verdedigen zich door te stellen dat hun teksten louter beschrijvend zijn. Voor death metal en gore grind bands zou het inderdaad maar erg zijn als het onverbloemd geweld dat ze neerpennen verheerlijkend zou zijn. De meeste bands willen luisteraars ook helemaal niet aanzetten tot het plegen van dergelijke gruwelijkheden en willen enkel wat choqueren. In “La philosophie dans le boudoir” uit 1795 zegt de Sade min of meer hetzelfde: “Let no one accuse me of being evil’s apologist; let no one say that I seek to inspire wrongdoing or to blunt remorse in the hearts of wrongdoers: my sole purpose throughout these endeavors is to articulate thoughts which have gnawed at my consciousness since I first was able to reason; that these thoughts might be in conflict with the thoughts of some other persons, or of most other persons except me, is not, I believe, sufficient reason to suppress them. As to those susceptible souls who might be “corrupted” by exposure to my writings, I say, so much the worse for them. I address myself only to men who are capable of examining with an objective eye everything before them. Such men are incorruptible.” Ik veronderstel dat jouw teksten die zijn sadistisch geweld behandelen ook eerder beschrijvend zijn of zit er toch een zekere appreciatie of goedkeuren in? Je koos er immers voor om de Sade’s werk een draagvlak te geven met je nieuwe album, zowel in de teksten als in het artwork.
Die quote pronkt onderaan de beknopte biografie van Paragon Impure en spreekt voor zich. Belangrijk om weten is dat Sade zich wou onderscheiden van de destijds populaire gotische fictie door zich te verdiepen in al het kwade dat een mens kan voortbrengen, zonder te grijpen naar het bovennatuurlijke. Met zijn schandalige vertelsels, voorzien van een vleugje gitzwarte humor, wist hij op te vallen. In eenzelfde passage durft Sade zijn protagonisten te verheerlijken als vrijdenkende helden om ze daarna af te schilderen als verdorven, gewetenloze schurken. Dit bevestigt deels wat ik eerder zei: het doen en laten van zijn libertijnse personages en de vaak absurde situaties waarin ze verzeild raken, zijn geen heldere weerspiegeling van zijn filosofie, maar een extreme uitvergroting van de teugelloze levensstijl die hem zo nauw aan het hart lag.
Wat betreft de teksten die ik schreef voor “Sade”: enkel “The final passion, or the passion of hell” is volledig beschrijvend en gebaseerd op de laatste paragraaf van het hoofdstuk “De moorddadige hartstochten”, de apotheose van “De 120 dagen van Sodom”. De introductie is een citaat van Jules Janin uit een verhandeling die hij schreef voor “Revue de Paris” in 1834. Voor “Juliette, queen of vice” probeerde ik me in te leven in de wereld van de ultieme masochist. “Mors in excelsis deo” is godslastering pur sang, geïnspireerd door Juliette’s audiëntie (en orgie) bij de paus, terwijl “Repentence of a dying libertine” gebaseerd is op een belangrijke passage uit het “Gesprek tussen een priester en een stervende”. Het benadrukt de gedachte dat we onze lusten moeten botvieren zolang we daartoe in staat zijn en de ideeën van een hiernamaals en goddelijk oordeel moeten verwerpen. “Philosophy in the bedroom” is de inleiding van het gelijknamige boek, herschreven tot een ‘zingbare’ tekst. Het omvat de essentie van de libertijnse filosofie: dat we alles zouden moeten opofferen aan de eisen van onze zintuigen.

In een magazine rond psychologie las ik een stuk dat concludeerde dat er geen enkele reden is Sade als een monster te zien, noch als een genie of wereldhervormer, maar eerder als een man met enorme neurotische conflicten, die slechts met de grootste moeite een zeker psychisch evenwicht wist te bewaren. De fascinatie die van hem uitgaat, wordt volgens de auteur van het stuk bepaald door de geweldige intensiteit van het krachtenspel dat in hem plaats vond en dat hem gemaakt heeft tot een doodongelukkige man die, vaak vergeefs en door niemand begrepen, vocht tegen de gruwelijke angsten die in hem huisden. Hoe kijk jij naar deze opmerkelijke figuur?
Daar heb ik eigenlijk nooit bij stilgestaan. Ik ben noch biograaf, noch psychiater, maar het staat buiten kijf dat Sade een getormenteerde ziel was, wetende dat hij al bij al 32 jaar opgesloten zat. Zó slecht had hij het echter niet: zelfs tijdens zijn verblijf in de psychiatrische instelling van Charenton had Sade de middelen om zich te kunnen voorzien van een eigen bibliotheek, goede wijn en voldoende voeding om zich te ontpoppen tot een corpulent zwijn. Zijn echtgenote Constance mocht bij hem inwonen en de vier jaren voor zijn dood hield hij er zelfs een vurige affaire op na met de tienerdochter van een personeelslid in Charenton. Volgens biograaf Donald Thomas werd Sade ervaren als beleefd op het onderdanige af en minzaam op het vleierige af, zolang hij maar kon schrijven. Enkel wanneer zijn kamer (als straf voor de aard van zijn schrijfsels) werd ontruimd van bepaalde literatuur, manuscripten en notities, pen en papier,…voelde hij zich beroofd van zijn waardigheid en bestaansrecht, en ging hij door het lint.

Ook voor het oude werk dook je de geschiedenisboeken in. De “In commemoration of Ish Kerioth” EP uit 2004 handelde over Judas Iscariot en voor “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” uit 2005 liet je je inspireren door het Romeinse rijk. Ben je een fervent geschiedenisliefhebber die tal van boeken en docu’s verslindt? Welk boek van de Sade raad je aan aan mensen die voor de eerste keer iets van hem willen lezen en waarom?
Neen, ik ben helemaal geen geschiedenisliefhebber en lees eigenlijk veel te weinig. Wanneer een bepaald onderwerp of persoon echt mijn aandacht trekt, kan ik wel een korte tijd heel leergierig en gepassioneerd op zoek gaan naar informatie en deze verslinden tot mijn emmer vol is. En dat is snel gebeurd. Ik onthoud slecht; ik filter wat voor mij van belang is en lees tot ik het gevoel heb de essentie begrepen te hebben. Details zijn moeilijk te verteren en overbodig te onthouden in een tijd waarin een schat aan informatie slechts een muisklik verwijderd is. Daarom raad ik wat betreft de boeken van Sade de vertalingen naar het Engels aan door Dr. Paul J. Gilette. Zonder afbreuk te doen aan het origineel schreef hij ‘leesbare’ versies van Sade’s voornaamste werken. Sade had de neiging om in herhaling te vallen en voor overbodige bladvulling te zorgen. In het bijzonder de originele versies van “Justine” en “Juliette” zijn daar een schoolvoorbeeld van, samen goed voor meer dan een miljoen woorden. De vertaling door Gilette bestaat uit een achtste daarvan. Mijn persoonlijke favoriet is “Juliette”, maar het boek dat Sade definieert is zonder twijfel “De 120 dagen van Sodom”, volgens velen het schandaligste boek ooit geschreven.
Kenners herkennen ongetwijfeld de twee samples die ik gebruikt hebt in “Sade” uit de film “Salò” van de Italiaanse regisseur Pier Paolo Pasolini, die inspiratie putte uit “De 120 dagen van Sodom” voor zijn meesterwerk dat niets vermoedende bioscoopgangers deed overgeven, huilen en gechockeerd de zalen deed uitstormen.

Voor de heropnames van de plaat, wist je je mede Lugubrum bandmakker Sven te strikken voor de drums die hierbij een knappe prestatie afleverde. Hadden Storm of Hennix geen interesse meer of wou je met een propere lei (en dus nieuwe muzikanten) herbeginnen?
Met Storm heb ik geen contact meer sinds mijn vertrek bij Heimat als live gitarist. Ook met Henne is de relatie verwaterd na de teloorgang van “The fall of man”. Vorig jaar heb ik hem kort gesproken over de mogelijkheid terug samen te werken, maar ondanks zijn enthousiasme werd het snel duidelijk dat het voor hem quasi onmogelijk was om het beter te doen dan bij de eerste poging. Sven was nooit echt fan van mijn oude werk, het verbaasde me dat hij prompt interesse toonde wanneer ik op een repetitie van Lugubrum vertelde dat ik Paragon Impure nieuw leven wou inblazen. Sven is niet alleen een bekwaam drummer, hij is ook ingetogen, geduldig en een man van zijn woord. Net wat ik zoek in medemuzikanten.

logo white

PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings werd aangetrokken voor de heropnames waarna de plaat gemastered werd in de Blackout Studio. De info in het CD-boekje en de nieuwe bandfoto laten echter uitschijnen dat hij ondertussen een vast lid van de band is. Heeft hij meer betekend voor Paragon Impure dan louter het produceren van de plaat?
PJ woont twee straten verder, heeft een (home)studio en is al jaren een goede kennis. Initieel wou ik enkel de drums bij hem opnemen en de plaat in alle rust en vrede op zolder afwerken. Gitaren en bas speelde ik dus op mijn eentje in, maar PJ overtuigde me om hem een kans te geven de boel te mixen. Ben ik blij dat ik heb toegezegd…in een mum van tijd wist hij mijn mix een niveau hoger te tillen. Vervolgens besloot ik zang bij hem op te nemen zodat ik me volledig zou kunnen inleven zonder tussendoor aan de knopjes te moeten draaien. PJ en ik zaten op dezelfde golflengte. Voor het eerst hield ik écht rekening met andermans mening bij het afwerken van een plaat (van Paragon Impure).  Zonder zijn technische bagage en goede smaak had ik nooit zo’n bevredigend resultaat bekomen. Daarom beschouw ik PJ als het derde lid van Paragon Impure.

De sound van “Sade” verschilt enorm met die van “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”. De productie is minder groezelig en neigt meer naar Ofermod, Ascension, Chaos Invocation en aanverwanten in plaats van naar oude Darkthrone. Hoewel de sound dus in sé iets meer naar orthodoxe black metal bands neigt, lijk je me wel een afkeer te hebben van dit soort bands en hun thematiek. Vertel!
Als overtuigd atheïst heb ik het schijt aan “orthodox black metal”. Tenminste, aan hun belachelijke overtuigingen – of ze het al dan niet menen is een andere vraag – en kinderachtig imago. Dat lijkt me duidelijk. Louter muzikaal moet ik wel bekennen al jaar en dag fan te zijn van Katharsis, Ofermod, Ondskapt, etc. Van (latere) Deathspell Omega mag je me gerust een bewonderaar noemen. Ik kan niet ontkennen dat deze bands “Sade” hebben beïnvloedt, zowel wat betreft stijl en compositie als productie, dat is voor een kenner overduidelijk. Mijn voorkeur gaat echter naar bands of projecten die nieuwe paden betreden, zichzelf elke plaat heruitvinden of tenminste iets uitdagends brengen: denk aan “A umbra omega” van Dødheimsgard of de laatste van Craft. Het hoeft echter niet altijd vernieuwend te zijn hoor…als het goed gebracht en ingeblikt wordt kan ik traditionele black metal ook wel smaken. Zolang er bands bestaan als Marduk die na achtentwintig jaar (!) nog albums uitbrengen als “Viktoria” zit het wel goed met het genre.

De corpsepaint lijkt ook tot het verleden te behoren. Geen zin meer om de tronie te bekladden of past dit ritueel niet meer bij Paragon Impure anno 2018?
Er zijn slechts een handvol bands die op die manier nog indruk maken. Meestal is de show die gepaard gaat met black metal ronduit lachwekkend. Leder, botten, pinnen, gescheurde en besmeurde kleren, wat verf en varkensbloed….En dan laat ik de pseudo-religieuze “rituelen” met wierook, kelken en schedels nog buiten beschouwing. Als tiener vond ik dat gedoe aantrekkelijk maar nu vind ik er geen hol aan. Bekwame muzikanten met enige uitstraling, charisma en oprechte inleving hebben geen masker en prullaria nodig. Less is more wat mij betreft, maar smaken zullen altijd verschillen…

MEDION DIGITAL CAMERA

Ondertussen werd ook wereldkundig gemaakt dat Paragon Impure zal optreden. Destijds had je jezelf voorgenomen nooit nog met de band op te treden omdat je er niet erg veel plezier aan beleefde. Vanwaar nu toch terug de interesse om op het podium te kruipen? Geen schrik opnieuw gedesillusioneerd te worden?
Ik ben niet gestopt omdat ik er geen plezier aan beleefde. Ik ben gestopt omdat ik een heel onverschillig gevoel kreeg op het podium. De passie waarmee ik ooit optrad, de agressie, de tunnelvisie en verhevenheid die ik ervoer waren compleet verdwenen. Natuurlijk heb ik schrik van een nieuwe teleurstelling want geloof me trouw, het is net dat gevoel dat ik na al die jaren terug najaag….Ik wil mezelf weer kunnen loslaten voor een publiek. Als op het eerste optreden blijkt dat dit niet lukt, dan begraaf ik Paragon Impure weer voor lange tijd. Wil ik me amuseren op een podium, dan speel ik wel met Lugubrum: altijd vreemd vermakelijk.

Sade” verschijnt via het gerenommeerde Ván Records. Heb je veel labels benaderd en wat biedt Ván Records dat andere labels niet kunnen?
Het was Jim (van Urfaust) die me introduceerde bij Ván. Twee e-mails met labelbaas Sven Dinninghof later was er een overeenkomst. Geen contract, geen gelul, geen verplichtingen naar de toekomst toe. Een goede verstandhouding en een eerlijk compromis. Voor het eerst werden al mijn onkosten vergoed bij het inleveren van de master en dat is leuk meegenomen. Verder bood Ván totale vrijheid wat betreft de fysieke uitgave, carte blanche. De communicatie i.v.m. het artwork verliep rechtstreeks met de drukker, zonder enig weerwerk van het label….wat wil je als artiest nog meer? Ik ken Ván al sinds de beginjaren en weet dat de focus ligt op kwaliteit, zowel qua muziek als drukwerk. Een beter label kon ik me voor de release van “Sade” niet wensen.

Op sociale media lees ik af en toe dat “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” voor enkelen als dé beste Belgische black metal plaat ooit mag bestempeld worden. Hoe kijk je zelf naar die plaat terug? Wat is voor jou Belgium’s black N°1?
En terecht. “To Gaius!” is na “Sade” ook mijn favoriete album van eigen bodem. Maar dat is niet moeilijk: ik ken gewoon niet veel inheemse (black metal) bands. De voorbije tien jaar was ik niet actief in de underground en leerde ik, op enkele bands na, weinig nieuws kennen. Het eerste black metal-album dat ik ooit kocht was “Towards the skullthrone of Satan” van Enthroned. Een puber van 13 was ik toen. Zonder Enthroned te kennen koos ik de plaat op basis van het artwork, één van de betere werken van Kris Verwimp. Dat album heb ik grijs gedraaid en behoudt een speciale plaats in het zwarte deel van mijn hart. Later leerde ik Lugubrum kennen. “Bruyne troon” en vooral “De vette cuecken” vond ik ge-ni-anaal! Ze moeten het geroken hebben want in 2007 volgde hun uitnodiging om hen als bassist te vervoegen. Een jaar nadien verscheen “Albino de Congo”, eerder brown dan black metal, desalniettemin mijn persoonlijke nummer drie van eigen kweek. Naast de overige bands waar ik iets mee te maken had (Dead Inside, Gotmoor, Verloren, Heimat) ken ik weinig goeie bands. Twee noemenswaardige namen die ik recent leerde kennen zijn Goat Torment en Kosmokrator. Het latere werk van Gorath vind ik erg te pruimen. Alkerdeel is een ijzersterke liveband maar heeft nog vaag iets te maken met black metal…

Hoe voel je je nu “Sade” na tien jaar eindelijk het levenslicht zal zien? Beschouw je “Sade” als jouw magnus opus? Heeft het werken aan de plaat voor nieuwe ideeën gezorgd of luidt de release meteen ook het einde in van Paragon Impure?
“Sade” voelt niet aan als mijn magnum opus maar is het mogelijk wel, in die zin dat de kans zeer klein is dat ik nog een album zal schrijven. Ondertussen heb ik wel geleerd nooit meer “nooit meer” te zeggen…Nico Denecker (van Bloodaxe magazine) maakte de heel gevatte opmerking dat ik bijzonder weinig over stront gezongen heb op “Sade”. Sindsdien heb ik het gevoel dat het album niet compleet is en volgt er mogelijk wel een appendix: “Girone della merda”, wie zal het weten.

 

De Pankraker

Ondergetekende had de eer om gisteren als laatste interimkracht De Pankraker over te nemen. Een twee uur durende black metal trip met ondermeer mijn persoonlijke top 3 qua Belgische black metal platen. Enjoy!

JOKKE

Playlist:
1. Volahn – Chamalcan
2. Twilight – 8,000 years
3. Reverorum Ib Malacht – Etia si omnes, ego non
4. Óreiða – Blindur
5. Knokkelklang – Urstanken
6. Kvist – Vettenetter
7. Vargrav – Limbo of abysmal void
8. Lunar Aurora – Im Gartn
9. Predatory Light – Death essence
10. Uškumgallu – Dreams of blood
11. Gnipahålan – Inom det förgångna
12. Kwade Droes – Witte duivel
13. Gotmoor – Vergane glorie
14. Iconoclasm – Levend vuur
15. Paragon Impure – To Gaius part 1

Heimat – Vrijbuiter

De boerenzonen van Heimat hebben hun schimmelschuur nog eens achtergelaten om hun riek, spade en pikdorser in te wisselen voor gitaren en een drumstel en de zwarte herrie die daar uit voortsproot vast te leggen voor het nageslacht. Hun demo uit 2004 staat netjes tussen oude CD’s van Hecate Enthroned en Helheim stof te vergaren, hoewel die destijds best te pruimen was. Nadien verscheen er met “Sibbevader” (2008), “Heem” (2012) en nu met “Vrijbuiter” om de vier à vijf jaar een nieuwe langspeler. Doorheen de jaren heeft de line-up enkele wijzigingen ondergaan, maar anno 2017 bestaat Heimat uit keler Strop (Gotmoor), snarenplukker Storm (Gotmoor, ex-Paragon Impure), vellenmepper Boër-Ka (ex-Theudho, ex-Bellator) en bassist Fenrir (ex-Finsternis, ex-Garmenhord, ex-Bellator). Ik dacht eerlijk gezegd dat Heimat al lang dood en begraven was maar met het fraaie “Vrijbuiter“-pakket, dat bestaat uit een CD, een vinyl, een tekstvel en enkele stickers, komt het kwartet plots uit het niets opgedoken en presenteert het zich alvast op een professionele manier. Qua ideologie bevindt de band zich op de schemerzone van de goede smaak, waardoor ik het verre van eens ben met tekstflarden zoals “Verzet – Gevangen in de samenleving – Die niet langer de mijne is – Waar de adem afgesnoerd wordt – Door de stank van vervreemding.” Laten we het dus maar bij de muziek houden. Ook hier laat Heimat zich van haar lelijkste kant (echter positief bedoeld nu) zien met een geluid dat het midden houdt tussen jaren negentig Noorse black met lichte pagan-invloed (think oude-Enslaved en Taake). Enkel in “De ondergang van mijn avondland” zorgen cleane zangkoren voor een strijdvaardig gevoel, want op de rest van de plaat staat vooral het re-creëren van een authentiek recht-voor-de-raap black-metal-zonder-franjes-gevoel voorop. Naar aloude traditie wordt ook nu weer een nummer van hun demo gerecycleerd, waarbij de eer nu aan muilpeer “Erfgoed” te beurt valt. In een kleine vijfendertig minuten zijn de negen nummers erdoor gejaagd en heeft dit plaatje best voor een adrenalinestoot weten zorgen.

JOKKE: 77/100

Heimat – Vrijbuiter (Heydensch Meetael 2017)
1. De ondergang van mijn avondland
2. Prooi
3. Verzet
4. Bloedwraak
5. Erfgoed
6. Een wolf in mij
7. Schandaal
8. Monddood
9. Woudvuren

Paragon Impure – Komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had

Paragon Impure mag misschien dan maar één volwaardig album uitgebracht hebben, het was een Belgische topper in het black metal genre en dat zal niet snel veranderen. De laatste jaren is er echter heel wat nieuws aangekondigd, maar dat alles stierf een stille dood. Hoe zit het nu eigenlijk met Paragon Impure? Aan het woord is bezieler Noctiz. (fLP)

Laten we onmiddellijk aanvallen met wat iedereen wil weten. Waarom heeft Paragon Impure er destijds de brui aan gegeven?
Na de opnames van “The fall of man” verloor ik de zin om verder tijd te investeren in Paragon Impure. Wat ooit aanvoelde als een monster van een geesteskind waarin ik visie, inspiratie en agressie kwijt kon, leek niets meer dan een ziek zorgenkindje te worden dat constant door het achterhoofd spookte en geen enkele voldoening meer gaf. Tevens had ik de voeling met de black metal scene volledig verloren en besloot bijgevolg definitief een punt te zetten achter mijn actieve bijdrage. Mijn creativiteit en (langzaam afnemende) drang om te musiceren kon ik kwijt bij Lugubrum (ADDERGEBROED: Noctiz speelt bas bij Lugubrum), en dat is nog steeds het geval. Paragon Impure komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had; of er uit de as ooit iets zal herrijzen zal de toekomst uitwijzen. Ik zou er echter mijn zinnen niet opzetten. Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik een andere mens geworden ben. Het vaderschap heeft een drastische invloed gehad op mijn visie en gemoedsgesteldheid, en omdat ik op professioneel vlak ook meer uurtjes klop dan toen ik 20 was rest me weinig vrije tijd om ongestoord te werken aan een album. Nogmaals, mijn passie voor black metal (in de vorm dat Paragon Impure het bracht) is zo goed als uitgedoofd en de schaarse momenten dat ik een instrument in handen neem opteer ik voor ontspanning en (bizar) vermaak (met Lugubrum).

Je hebt al erg lang “The fall of man” gereed, maar weigert die uit te brengen. Waarom? Muzikaal deed het me niet meer aan Paragon Impure denken, maar eerder aan bands zoals Ascension. Bang voor reacties van de doorwinterde black metal freak? Hoe kijk je nu terug op “To Gaius!“?
Bang voor reacties van de doorwinterde Black Metal freak? Hmm, je zou beter moeten weten. Ascension ken ik vaag, maar het is zeker geen band waarmee ik Paragon Impure zou relateren of vergelijken. Ik heb Paragon Impure zelf nooit vergeleken met een andere band. Wel moet ik toegeven dat ik ten tijde van “To Gaius!” verzot was op de sound van “Under a funeral moon“, met name op het gitaar- en stemgeluid. Darkthrone, één van de weinige bands waarvan ik het hele oeuvre nog steeds weet te appreciëren, heeft zo een onmiskenbare stempel gedrukt op het album. Ik was 17 toen ik “To Gaius!” schreef. Het was mijn eerste poging een album te creëren waarvan ik zelf écht fan van zou kunnen zijn, mocht het door een andere band uitgebracht worden. Het moest een waardig debuut worden. Een instant classic. Ruw, grim, eenvoudig doch boeiend van begin tot einde. Of ik daar in geslaagd ben laat ik over aan de luisteraar, maar To Gaius! is het enige album van eigen hand dat ik na al die jaren nog regelmatig beluister, en waarvan ik kan genieten ook al is mijn muzikale smaak sterk geëvolueerd. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden. Zeker niet zomaar het tweede album van Paragon Impure. Het zou een plaat worden dat mij als artiest tot het uiterste van mijn kunnen zou drijven. Dé (black metal) plaat van mijn leven. Maar het liep mis…Om een lang verhaal kort te maken: toen het einde van het opnameproces in zicht was kreeg ik twijfels. Ik was niet tevreden genoeg. Het gaf me niet de kick dat “To Gaius!” leverde toen ik dat album voltooide. Met alle respect voor Henne, die ik altijd dankbaar zal blijven voor de steun en inspanningen die hij leverde voor Paragon Impure, de drumtracks waren niet van het niveau waarop ik gerekend had. Deels omdat ik te veeleisend was, deels omdat we gewoon te weinig geoefend waren voor de studio. Ik staarde me blind op details, ergerde me aan schoonheidsfoutjes, en ik verloor de hoop en zin om het project tot een goed einde te brengen. Zang heb ik zelfs niet meer opgenomen,… Spijtige zaak, maar de tijd heelt de wonden. Waarom gewoon niet herbeginnen? Enerzijds omdat ik de moed en tijd er niet voor heb, anderzijds omdat mijn muzikale smaak en visie te ver afwijken van de stijl en concept van “The fall of man“. Het zou aanvoelen als een huis renoveren waarin je niet meer wil wonen.

Tevens werd voor Under the Black Sun enkele edities geleden jullie zeer exclusief optreden gecanceld. Anticipeer!
Gebrek aan motivatie. Na het laatste optreden in Desselgem met DNS en Enthroned had ik het wel gehad. In de beginjaren leek ik wel bezeten op podium. Verheven. Ik ging echt volledig op in het moment, of ik nu voor 30 man speelde of een volle zaal. Dat overweldigende en verslavende gevoel ben ik kwijt geraakt. Live spelen met Paragon Impure heb ik nooit als “fun” of ontspannend ervaren. Het was altijd een uitputtende opdracht. Ik was achteraf kapot en blij dat ik naar huis kon. Aan zuipen en blijven plakken had ik op zo’n avond nooit behoefte, wel integendeel. Dus, tot grote spijt van de rest van de live bezetting, heb ik UTBS afgezegd en mezelf beloofd nooit nog op te treden met Paragon Impure. Het loonde gewoon de moeite niet. Tussen haakjes, met Lugubrum is dit een heel ander verhaal. Ik zou met hen elke week op een podium kunnen staan. Amusement gegarandeerd, gelijk onder welke omstandigheden. Vooral het recentere, zeer afwisselend materiaal is erg aangenaam om te spelen en komt live dan ook véél beter tot zijn recht dan de vrij monotone stijl van Paragon Impure.

In feite, ik kan me enkele optredens van jullie voor de geest halen, maar aangezien er nergens een opsomming te vinden valt, kan jij even meedelen waar en wanneer jullie overal gespeeld hebben als dat mogelijk is.
Ik heb geen zin om data op te zoeken of een opsomming te maken, maar de meest gedenkwaardige optredens moeten tijdens de minitour met Shining geweest zijn. Leuke anekdote: op de eerste avond in De Baroeg te Rotterdam liep het mis tijdens het openingsnummer van Shining. De toenmalige gitarist John Doe (Craft) was zodanig onder invloed dat hij zijn gitaar tijdens de eerste riffs volledig ontstemde en aan de knopjes van zijn effectenbox begon te draaien, tot grootste frustratie van frontman Niklas. Er ontstond op podium onderling wrevel en algauw sloeg John zijn Gibson SG aan diggelen, gevolgd door de Marshall amphead die wij voorzien hadden. Daar kon onze goede vriend en chauffeur Joeri niet mee lachen en vloog het podium op om John te “bedaren”, en te checken of de amp de klap overleefd had. Na het betere duw- en trekwerk vloog Joeri’s linkse richting de bezopen kop van John. End of story, althans, zo dachten we,… Shining verliet arrogant het podium en het publiek diende hen van terechte repliek. Joeri, die een beetje aangedaan leek, zocht ons op en vertelde twijfelend dat hij een probleempje had. Ik dacht al dat ik stront rook. Joeri had uit pure koleire zijn broek vol gescheten toen hij uithaalde naar John. Hij besloot dan ook wijselijk zijn onderbroek – of wat ervan over bleef – te verwijderen en op te hangen in de damestoiletten. De ochtend nadien zijn we met z’n allen gezellig gaan shoppen bij de lokale H&M voor een nieuwe jeans, ter vervanging van de besmeurde. Eens gearriveerd op onze volgende bestemming zochten de nuchtere poesjes van Shining ons met kleine oogjes op om het goed te maken, zij waren immers afhankelijk van onze backline. Verder een topavond gehad in Leeuwarden, zonder twijfel ons meest intense optreden ooit.

Zat je eveneens niet achter Target: Earth Productions? Waarom ben je daarmee gestopt?
Klopt. Toen ik 17 was heb ik Pestilence Records uit de grond gestampt, in alle eerlijkheid, om een oneerlijk centje bij te verdienen. Het duistere zaakje draaide goed en financierde allerhande folietjes. Later had ik geen zin meer om pakketjes te maken in mijn eentje en besloot ik een vriend te betrekken. We hadden een deal met Urfaust voor een split met Circle of Ouroborus  en we wouden het iets groter aanpakken. Pestilence Records werd Target:Earth Productions en een dik jaar later verloren we beiden onze goesting. De verkoop was trouwens gekelderd; ofwel waren hun centjes op, ofwel vonden black metal fans hun weg naar gratis digitale alternatieven. Ik was ondertussen gestopt met mijn studies en had geen nood meer aan een zure bijverdienste. That’s it.

Wat vind je trouwens van de hedendaagse black metal scene? Is er nog wat tussen wat je weet te appreciëren of ben je het hele gedoe wat beu? Destijds toen je in Verloren speelde, deden er ook heel wat verhalen de ronde, vooral over zanger Verderf en zijn nogal irritant gedrag. Voor mij komt integriteit van binnenuit en is uiterlijk vertoon niet de maatstaf. Hoe sta jij er tegenover?
Ik ben slecht op de hoogte van de black metal scene, zeker wat nieuwkomers betreft. Enkele ouwe getrouwen blijf ik wel volgen, de ene wat minder Black dan de andere: Craft, Dodheimsgard, Code, Behemoth, Shining, Bergraven, Blut Aus Nord, Deathspell Omega, Watain,… om het gros te noemen. Wat de twee laatstgenoemden betreft, het religieuze “devil worship” kantje laat me totaal koud. Het latere werk van DsO is (muzikaal) ronduit geniaal. Ongelooflijk complex en progressief, volgens mij uniek in het genre. Watain blijft vooral boeien door de toewijding waarmee ze hun muziek brengen. De band druipt van ambitie en overtuiging en dat kan je horen, zien en voelen sinds “Casus Luciferi“. Als er één band met corpse paint, bloed en vuur een performance kan neerzetten dat niet lachwekkend is, dan is het Watain wel. Ik hoop stiekem dat ze, in tegenstelling tot hun grote held J. Nödtveidt, met iets meer spektakel afscheid nemen van onze wereld als hun tijd gekomen is. Een realistischer scenario is echter dat Erik en de zijnen het bij een grote bek en stoer imago houden, en mettertijd tevergeefs in herhaling vallen en doorzichtbaar worden, of is dit reeds het geval? Traditionele, eenvoudige black metal zegt me al lang niets meer (op Darkthrone na). Het hoeft daarom niet per se vernieuwend te zijn, maar een vleugje originaliteit, een goede beheersing van de instrumenten en een aanvaardbare productie zijn vereisten geworden om op zijn minst mijn aandacht te trekken. Eén van de vernieuwers, voor mij dé band in jaren – eerder nog slechts vaag verbonden met de black metal scene – is voor mij Virus. “The agent that shapes the desert” is een mijlpaal, punt. Ere wie ere toekomt. Ik heb nooit oogkleppen gedragen, altijd een open-minded muziekliefhebber geweest. Mijn absolute favorieten zijn al jaar en dag The Doors, Led Zeppelin, The White Stripes, Pink Floyd, Portishead, Morbid Angel, Primus, My Dying Bride, Ulver, Marilyn Manson, QOTSA, Wolfmother, Radiohead, Eels, Cannibal Corpse (post-Barnes)…vorig jaar heb ik Meshuggah (her)ontdekt en recenter het latere werk van Tom Waits. (Na deze opsomming haast menig Black Metal puritein zich naar zijn rekje om “To Gaius!” te liquideren.) Om kort te reageren over Verloren: het imago van de band werd gemaakt en gekraakt door Verderf, meteen de reden waarom onze wegen zich scheidden. Verderf was, zowel op als naast het podium, een man van extremen. Laten we het daarbij houden. We hebben het op persoonlijk vlak later bijgelegd maar de band kon niet meer functioneren met hem, en wat bleek: ook niet zonder hem. Het vertrek van Lennert – hij werkt als manager voor InBev in Budapest – betekende de doodslag. Ik denk en hoop dat de eeuwige discussie over “true” en “posers” enkel wordt gevoerd door groentjes en minderbegaafden, net zoals wij groentjes en minderbegaafd waren in den beginne van Verloren, haha… Nota bene: integriteit siert de artiest, maar charisma en overtuigingskracht geven de performance een extra dimensie. Ter illustratie enkele notoire voorbeelden: Erik (Watain), Niklas (Shining), MkM (Antaeus), Mortuus (Marduk),…Verloren kon zich wat présence betreft geen betere frontman wensen dan Verderf.