De laatste jaren is er een echte blackmetalrevival in België aan de gang. Nieuwe bands schieten als paddenstoelen uit de grond en oudgedienden als Enthroned of Lugubrum zijn nog lang niet uitgemusiceerd. Wat ook opviel, is dat enkele bands zich na een jarenlange stilte plotsklaps terug aan het front meldden…en dat met knallers van ‘comeback’ platen. Denk maar aan “Sade” van Paragon Impure, Thronum Vrondur met “Ichor (The rebellion)” en Kludde met “In de kwelm“. Deze keer is het de beurt aan Gotmoor die alvast het record breken en na maar liefst 16 (!) jaar met een tweede langspeler op de proppen komen. De Oost-Vlaamse band was er tamelijk vroeg bij en bracht eind jaren ’90 twee legendarische en steengoede demotapes uit die daarna onder de noemer “Vlaemsche premitieven” ook op CD gebundeld werden. De tweede demo (“Uit den donkere grond gerezen“) moet destijds zo wat mijn eerste blackmetaldemo geweest zijn – ofwel was het “Solemn tears” van Signs Of Darkness – de herinnering is wazig. Ik heb dan ook heel wat uurtjes op mijn kamer met Gotmoor’s mysterieuze trollish black metal doorgebracht. Toen in 2005 de eerste langspeler verscheen, waren de verwachtingen hooggespannen maar die werden niet ingelost daar de band het met een grotendeels vernieuwde line-up radicaal over een andere boeg gooide. De (Middel)-Nederlandstalige teksten over allerhande lokale folkloristische en middeleeuwse onderwerpen hadden plaats geruimd voor gewelddadige, misantropische lyrics en de old-school black met keyboards was vervangen door een meer modern en militant geluid. Daarna werd het stil rond Gotmoor, héél erg stil. Tot nu dus en Gotmoor met een tweede langspeler aan komt draven. Reuze benieuwd was ik, maar ik wist ook dat ik mijn verwachtingen niet te hoog moest leggen want op 16 jaar tijd kan er heel veel veranderen binnen een band. Gotmoor anno 2021 bestaat uit de oudgedienden Nevel (gitaar en orchestratie) en Storm (gitaar en bas), verder aangevuld met drummer Hammerman (Fractured Insanity, Darkest Mind, ex-Huldrefolk, Svartsyn) en de Nederlandse zanger D’n Osschaert. Live is ook Yuri (Darkest Mind, Ars Veneficium) van de partij. Wanneer “Zonderlingen” met “Gefluister des duister” aftrapt, slaat mijn hart heel even een slag over want het nummer start met koorzang en laat een moderne sound inclusief getriggerde basdrums horen. D’n Osschaert heeft een goed verstaanbare scream waardoor je de Nederlandstalige teksten zelfs zonder tekstvel in de hand kan volgen en verkent Belphegor/Deicide gewijs ook wat diepere regionen met zijn stem. Even bekruipt het koud zweet me dat Gotmoor de weg van generieke symfonische black/death met moderne Andy Classen productie is ingeslagen. Gelukkig is het allemaal zo erg niet eens je je bij de 21ste eeuwse productie kunt neerleggen. Er zitten inderdaad heel wat symfonische elementen in Gotmoor’s hedendaagse geluid, maar deze worden wel erg goed gedoseerd en resulteren niet in bombastische Disney-metal of een Studio 100 blackmetalmusical. De grootste verrassing is de koorzang die o.a. in het treurige “Land van niets“, het mysterieuze “Aradia’s geheim“, het van duidelijk basgitaar voorziene “Eibor Neevik” en de afsluiter opduikt en waarvoor met een écht koor werd samengewerkt, wat wel een grote meerwaarde is vergeleken met synthetische koorgezangen. Met Hammerman in de gelederen, beschikt Gotmoor over een sterke drummer die zich in een snelheidsmonster als “Den schimmenganger” voluit mag laten gaan qua snelheid, maar een nummer als “Tanneke Sconynckx” (mijn persoonlijke favoriet) bevat ook heel wat mid-tempo passages en grijpt door zijn subtiel toetsenwerk en tekst over een lokale folkloristische legende misschien nog wel het meest naar het geluid uit de demodagen terug. “Verheft het vaandel” bevat gitaarmelodieën en -leads die niet op een Zweedse blackmetalplaat uit de jaren ’90 zouden misstaan, terwijl “Eeuwige winter” middels akoestische gitaren wordt in- en uitgeleid en een ietwat veilige keuze was om als eerste single naar voor te schuiven. Met het van plechtstatige blazers ingekleurde “Pagus Flandrensis” kent de plaat een knap einde. Elk nummer op “Zonderlingen” heeft een bepaalde hook of gitaar- of (koor)zangmelodielijn wat er voor zorgt dat er snel herkenning optreedt bij de volgende luisterbeurten. “Zonderlingen” is zeker een aangename comebackplaat voor Gotmoor die eerder aansluiting vindt bij de demo’s dan bij de voorganger, maar ik kan mij inbeelden dat de symfonische elementen bij de volgers van het eerste uur voor wat wrevel zullen zorgen. Ik kan ze nog wel smaken omdat ze niet te bombastisch aanwezig zijn. Enkel spijtig van de voor mij persoonlijk te moderne Classen-productie, een euvel waar ook Serpents Oath’s debuut “Nihil” aan leed en waardoor aan atmosfeer en grimmigheid wordt ingeboet. Benieuwd wat we in de toekomst nog van Gotmoor mogen verwachten. Welkom terug heren!

JOKKE: 80/100

Gotmoor – Zonderlingen (Headbangers Records/Big Bad Wolf Records 2021)
1. Gefluister des duister
2. Tanneke Sconynckx
3. Land van niets
4. Den schimmenganger
5. Aradia’s geheim
6. Eibor Neevik
7. Verheft het vaandel
8. Eeuwige winter
9. Pagus Flandrensis