post-black

Saor – Forgotten paths

Atmosferische black metal heet dat dan. Het sub-genre waarbij de melodieuze ontwikkeling van een muzikaal thema – en niet zozeer het creëren en assembleren van riffs – moet zorgen voor de gevoelsmatige eenheidsdraad die door het album wordt geregen. Nogal wat bands mengen snellere black metal in Zweedse stijl met postrock en klassieke invloeden, maar het Schotse Saor onder leiding van Andy Marshall gooit het over een eerder folky boeg door in te zetten op een geluid dat de luisteraar weemoedig terug hoort te voeren naar de serene majestueuze kracht van de natuur. Nu heb ik op verdacht weinig boswandelingen een kerel horen krijsen over elektrische gitaren, maar dat kan natuurlijk liggen aan het feit dat ik steeds het black metal videoclipseizoen lijk te missen. “Forgotten paths” is het vierde album van Saor,dat van solo-project al een heuse poos is uitgegroeid tot een, op menig podia prijkende, live band. Net als bij de vorige platen krijgen we met slepende gitaarleads doorspekte en voornamelijk up-tempo tracks van een behoorlijke lengte voorgeschoteld. Maar het voelt allemaal wat ingetogener aan. De stem wordt sporadischer ingezet dan voordien en zowel cleane zang als screams gaan meer op in het geheel van de nummers waar ook een instrumentaal werk bijhoort. De gastmuzikanten, waaronder Neige van Alcest, zijn van een behoorlijk niveau en zeker niet slechts frivole marketing toevoegingen, luister maar naar “Bròn“. Kortom dit is een plaat die je als liefhebber van hoempaloze folk metal of atmosferische black metal zonder twijfelen kan aanschaffen.

Xavier – 86/100

Saor – Forgotten paths (Avantarde Music 2019)
1. Forgotten paths
2. Monadh
3. Bròn
4. Exile

Time Lurker/Cepheide – Split

“Tweewerf hoera!” want zowel Time Lurker als Cepheide laten opnieuw van zich horen en in het geval van die laatste is dat vrij verrassend nadat ze er vorig jaar officieel de stekker hadden uitgetrokken. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en voor het eerste teken van leven van de Franse band na diens korte hiatus hebben ze hun bevriende landgenoot Mick van Time Lurker opgetrommeld om zo de krachten te bundelen en een split met nachtmerries als thema te schrijven. Het volwaardig debuut van Time Lurker kreeg destijds een negen van ons toebedeeld, uitermate benieuwd naar dit nieuwe materiaal dus! Thibo van Paramnesia neemt de zang op de twee Time Lurker nummers voor zijn rekening en deed dat deels ook reeds op het debuut. De uitstekende sound van deze twee post-black nummers weet de combinatie van duistere atmosfeer, melancholische gevoelens en tomeloze agressie perfect te capteren. Op zich is dat trucje ondertussen al honderden keren gedaan, maar Time Lurker weet met de ingrediënten wel steeds pakkende songs te componeren die onder je huid kruipen. De sirene-achtige vrouwelijke vocalen die je als een lokstem de onstabiele nacht mee intrekken, hebben bovendien iets betoverends en bedwelmends. De horrortaferelen die zich nadien afspelen, doen je badend in het zweet wakker worden. Kippenvel tot de tweede macht! Ook Cepheide’s platen “Respire” (2016) en “Saudade” (2017) wisten ons te bekoren. Naar goede gewoonte kijken Gaetan en François niet op een minuutje meer of minder zodat hun bijdrage in de vorm van “Lucide” op een kleine twintig minuten aftikt. De post-zwarte creatie van het Parijse duo moet het hebben van lang uitgesponnen passages, ijselijke vocalen, een verstikkende atmosfeer en lange rustpauzes vol ambient en post-rock taferelen waarin de spanningsbogen langzaamaan tot nieuwe crescendo’s opgebouwd worden. Het kolossale nummer bevat heel wat variatie in tegenstelling tot het ouder werk dat veel meer stoelde op herhaling en repetitiviteit. De duisternis die erin vervat zit, verspreidt zich muisstil als een inktvlek in water om je beetje bij beetje te overmeesteren. Wat een grandioos einde ook! Qua productie klinkt Cepheide nu ook écht overdonderend wat maakt dat “Lucide” het beste nummer is dat ze tot op heden hebben geschreven. Deze split is voor beide bands een schot in de roos en zal geen enkele fan van post-black metal onberoerd laten!

JOKKE: 89/100 (Time Lurker: 88/100 – Cepheide: 90/100)

Time Lurker/Cepheide – Split (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Time Lurker – No one is real
2. Time Lurker – Unstable night
3. Cepheide – Lucide

Drawn Into Descent – The endless endeavour

Eind februari…de koude is nog in het land maar de dagelijkse dosis zonlicht neemt stilaan toe. De eerste zonnestralen schemeren door de ochtenddauw en de natuur begint zich stilaan op te maken voor een nieuw leven. De Mechelse band Drawn Into Descent vond deze periode ideaal om haar tweede album “The endless endeavor” uit te brengen. Het tweespel tussen het lengen van de dagen en de toch nog kille nachten wordt perfect vertolkt middels de dualiteit tussen enerzijds dromerige blackgaze-tapijten en post-rock-gitaarlijnen en anderzijds heftige atmosferische black metal-passages. Op zich werd er dus niet al te veel gesleuteld aan de formule die we kennen van het selftitled debuut dat fans van Agalloch, Forgotten Tomb en Alcest zou moeten kunnen bekoren. De hevige zwartgeblakerde stukken in opener “Dystopia” klinken grimmiger vergeleken met de voorgaande plaat en er wordt ook iets minder gesoleerd. De weids klinkende post-rock grandeur tiert wel nog welig in een nummer als “Wither” terwijl het kwartet in “Death…” ook durft flirten met een bijna goth rock-achtig geluid à la Klimt 1918 (doet er mij aan denken dat ik hun comebackplaat uit 2016 nog altijd eens moet opsnorren). Op deze korte song na, neemt Drawn Into Descent de tijd om haar lang uitgesponnen nummers langs persoonlijke hoogtes en laagtes te stuwen. Gevoel staat sowieso centraal bij deze band die deze muziek louter voor zichzelf speelt en ook geen specifieke boodschap uitdraagt. Leg gewoon de plaat op, zet de speakers op tien, laat je meevoeren doorheen deze pakkende atmosferische black metal-trip en interpreteer de muziek zoals je zelf wil.

JOKKE: 81/100

Drawn Into Descent – The endless endeavour (Avantgarde Music 2019)
1. Dystopia
2. Wither
3. Death…
4. …Embrace me
5. The endless endeavour

Downfall Of Gaia – Ethic of radical finitude

Het Duitse Downfall Of Gaia heeft ondertussen meer dan tien jaar op de teller staan. In dit decennium heeft de band het gepresteerd om, naast enkele kleinere releases, reeds vijf langspelers uit te brengen waarvan “Ethic of radical finitude” de allernieuwste is. Het kwartet is één van dé vaandeldragers van het post-black genre waarin bikkelharde zwartmetalen passages het contrast opzoeken met emotioneel gedragen intimiteit en groots klinkende postrock melodieën. Het is een formule die ondertussen door menig band volledig uitgemolken werd en ook Downfall Of Gaia wijkt er geen duimbreed vanaf. Dat maakt dat er op “Ethic of radical finitude” geen échte verrassingen te horen vallen. Desondanks trapt “The grotesque illusion of being” de plaat op een dusdanig beklijvende manier af waarbij de band laat zien een ruwe bolster met blanke pit te zijn. De twee navolgende lange nummers zijn meer episch van opzet zodat Downfall Of Gaia haar kunnen nog beter kan laten zien. In “We pursue the serpent of time” horen we Nikita Kamprad van Der Weg Einer Freiheit op gastzang en wordt de extreme metal aan het einde ingetrokken om plaats te maken voor serene pianoklanken. Het prijsbeest is echter “Guided through a starless night” dat middels cleane gitaarloopjes nog enigszins hoopvol start om nadien een pandoering te geven. De grootse melodieën worden misschien wel wat te lang aangehouden, maar zodra Mers Sumida (drummer Mike Kadnar’s collega van bij Black Table) een gedicht over de dood beging voor te dragen, weet de band écht te raken. Het compactere “As our bones break to the dance” bevat ondanks haar steviger karakter ook een heleboel knappe pakkende melodieën. In het afsluitende “Of withering violet leaves” wordt de post-rock kaart getrokken en horen we diepe heldere mannelijke zang en vrouwelijke spoken word voor afwisseling zorgen met de krijszang. Een minpuntje zijn de hese screams van bassist Anton Lisovoj die me op deze plaat net wat te eentonig klinken, hoewel ze eerder sporadisch ingezet worden want de muziek krijgt voldoende ruimte om zich zangloos te openbaren. Ondanks enkele kritiekpuntjes breidt Downfall Of Gaia haar discografie met “Ethic of radical finitude” op een solide manier uit zonder echter te verrassen. Ik zweer wel nog steeds bij “Suffocating in the swarm of cranes” en “Aeon unveils the throne of decay”.

JOKKE: 80/100

Downfall Of Gaia – Ethic of radical finitude (Metal Blade Records 2019)
1. Seduced by…
2. The grotesque illusion of being
3. We pursue the serpent of time
4. Guided through a starless night
5. As our bones break to the dance
6. Of withering violet leaves

Blurr Thrower – Les avatars du vide

Tijdje geleden alweer dat hier nog eens iets van Les Acteurs de l’Ombre Productions passeerde. Hun nieuwste telg heet Blurr Thrower en het betreft hier een éénmansproject. In juli 2018 zag een eerste EP “Les avatars du vide” het digitale levenslicht, maar het Franse label brengt het onding nu ook fysiek uit. Het bestaansrecht van de band wordt gevoed door de angstaanvallen, hallucinaties en het isolement van de Parijzenaar die achter dit creatuur schuilgaat. Hij beschouwt Blurr Thrower in dit geval niet als een cathartische ervaring maar eerder als een neurose. De muzikant zijn psychische stoornis manifesteert zich in de vorm van lang uitgesponnen atmosferische black metal, waarbij de mosterd vooral gehaald werd bij Amerikaanse bands zoals Weakling, Ash Borer en Fell Voices en bij stijl- en landgenoten Paramnesia, Cepheide en Time Lurker. Vermits het vooral rond die eerste bands verdacht lang stil blijft, was een Cascadian style plaatje nog wel eens welgekomen. De occulte thematiek – hoewel ik daar bij het lezen van de Franse teksten niet veel van merkte – is echter niet zo veel voorkomend binnen deze stijl maar ligt dan wel weer in lijn met veel grondleggers en grootheden van de Franse black metal-scene. Ondanks het kalme cleane repetitieve openingsriffje van “Par-delà les aubes” gaan de drums meteen in blast-modus. Hierbij valt wel meteen de nogal dunne, droge en erg kort klinkende snaresound op. Wat meer galm had het drumgeluid meer ruimte gegeven en een upgrade van hi-hats en cymbalen had ook geen kwaad gekund. De gitaar begint rond de 2:30 grens naar de distorted kant over te hellen, wat voor een kolossale track van negentien minuten dus best meevalt als inleidende passage. Doorheen het lange nummer wordt regelmatig afgewisseld tussen introverte passages en uitbarstingen waarbij de blasts en schurende riffs lange tijd hetzelfde patroon aanhouden. Subtiele ondergrondse laagjes – ik ben niet zeker of deze via een keyboard of gitaar opgewekt worden – zorgen voor een hypnotiserend karakter waarover gekwelde vocalen hun angsten bezingen. Iets voorbij de dertien minutengrens en na een passage vol groots klinkende post-rock riffs, gaat Blurr Thrower in overdrive en horen we ook iets van een Turia doorschemeren. Tijdens deze manische ketelherrie klinkt Blurr Thrower op haar best. Na de storm valt de stilte terug in en ben ik verbaasd dat die eerste ellenlange song er toch al opzit. “Silences” moet qua speelduur echter niet onderdoen voor de opener en de titel zet je meteen al op het verkeerde been, want we krijgen à la minute een zwartmetalen pandoering om de oren. De drive zit er goed in en de zoemende riffs wiegen je stilaan in een trance waarbij de vloedpassages zich betrekkelijk weinig terugtrekken. Blurr Thrower is een veelbelovende nieuwe speler in de schemerzone van een genre dat wat op zijn retour is. De substroming een heus tweede leven inblazen is echter nog iets te hoog gegrepen. Daarvoor had de sound nog wel wat rauwer en bijtender moeten zijn. We zullen dus op één van de Amerikaanse vaandeldragers van de “Cascadian” sound – al dan niet woonachtig in deze geografische regio – moeten wachten voor een échte heropleving.

JOKKE: 79/100

Blurr Thrower – Les avatars du vide (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Par-delà les aubes
2. Silences

Griefloss – Griefloss

In 2014 schopte het nummer “łłł” van de Amerikaanse band Griefloss het tot mijn persoonlijke song van het jaar. Niet slecht voor een band die toen net haar debuut “Ruiner” in eigen beheer had uitgebracht. We zijn ondertussen vijf jaar verder en ik was de band eerlijk gezegd al uit het oog verloren. Plots is daar dan het nieuws dat de opvolger klaar is. En vreemd genoeg wordt die opnieuw in eigen beheer uitgebracht. Is er dan geen enkel platenlabel dat in deze mannen gelooft? Misschien heeft het te maken met het eclectische genre van de band waarin elementen uit shoegaze en atmosferische post-black vermengd worden en dat de hype rond deze niche al op haar retour is? Wie weet. Vol torenhoge verwachtingen waag ik me aan de self-titled opvolger. Zou het kwartet opnieuw zo’n kippenvel kraker als “łłł” geschreven hebben? De emotioneel geladen cleane vocalen van gitarist Ben Polson die dat nummer droegen, krijgen alvast meteen ook de hoofdrol in opener “Anneliese“, maar eerst jaagt een sample van exorcismegeluiden ons de stuipen op het lijf. Dit nummer behandelt immers de duiveluitdrijving van Anneliese Michel, een Duitse vrouw die geloofde dat ze bezeten was door diverse demonen en waarop ook de films “The exorcism of Emily Rose” (2005), “Requiem” (2006) en “Anneliese: The exorcist tapes” (2011) gebaseerd zijn. De heldere, niet altijd even toonvaste – zang en het mellow karakter van de muziek was nu niet meteen wat ik verwachtte na deze onheilspellende intro. Rond de 4:30 grens vallen dan plots de screams in en schakelen de drums een paar tandjes hoger zodat het black metal-aspect van Griefloss’ sound op de voorgrond treedt. Gewaagde openingssong! Het contrast met “Blood flashing” (het nummer dat in augustus vorig jaar als teaser de wereld ingestuurd werd) kan niet groter zijn want hier trekt de band middels blast beats en de helse krijsen van bassist Blade Ronetz volop de black metal-kaart. Ook in “God is hell” is het menens hoewel het tempo hier terug lager ligt, maar de ijle hoge screams wijden ver uit en vullen de ruimte met wanhoop. In “Life is too long” komt het depri-kantje om de hoek loeren maar in “Total hate” worden we op het verkeerde been gezet. Wie hier ziedende en haatvolle black verwachtte, is eraan voor de moeite. Electronica doet immers haar intrede en samen met de zwaar-door-de-effectenmangel-gehaalde cleane zang zorgt dit voor een Jesu-achtige beleving. Geen gitaren en drums hier maar elektronische beats en allerhande achtergrondgeluidjes. De band is duidelijk niet vies van experiment waardoor ik ook gerust een parallel durf te trekken met Altar Of Plagues’ zwanenzang “Teethed glory and injury“, hoewel de Ieren het experiment niet zó ver dreven. Ik ben er nog steeds niet goed uit wat ik hier van moet vinden. Na dit out of the box-uitstapje volgt nog de acht minuten durende uitsmijter “For decades” die het meer gekende blackgaze-terrein van het debuut verkent. Hier wisselen post-rock gitaargepingel en hevige uitbarstingen mekaar af en er wordt voldoende tijd uitgetrokken om spanningsbogen te creëren. Het weet me echter niet zo te pakken als hun oud materiaal. Griefloss bewijst op haar tweede langspeler dat het verschillende gezichten heeft en weerde het experiment niet wat leidde tot een plaat die heel wat luisterbeurten nodig heeft alvorens het kwartje valt. De niet eenduidige koers zal dan ook niet bij iedereen in de smaak vallen. Persoonlijk vind ik het een lichte tegenvaller vergeleken met “Ruiner” en blijf ik toch wat op mijn honger zitten.

JOKKE: 75/100

Griefloss – Griefloss (Eigen Beheer 2019)
1. Anneliese
2. Blood flashing
3. God is hell
4. Life is too long
5. Total hate
6. For Decades

Avast – Mother culture

Laat je niet misleiden door de baarden, tattoos en houthakkershemdjes outfit van deze Noren, want hoewel ze er als een stoner- of sludge-band uitzien, eren ze toch de grootste muzikale erfenis van hun prachtige thuisland Noorwegen, zijnde black metal. Het uit Stavanger afkomstige kwartet doet het echter niet op de traditionele manier maar mixt de extremiteiten en esthetiek van het genre met de atmosfeer, ingetogenheid en weidse ruimtelijkheid van post-rock. Qua thematiek lijken de roots van de band dan weer eerder in punk rock en hardcore te liggen want de teksten behandelen niet de doorsnee black metal topics, maar leunen meer naar een filosofische en poëtische kijk op sociale en milieugerelateerde zaken. In 2016 werd een twee-nummers-tellende EP uitgebracht die het beste deed beloven voor de toekomst. Het nagelnieuwe “Mother culture“gaat alvast op hetzelfde elan verder. Felle en snelle modern klinkende blackness à la Downfall of Gaia zoekt de contrasten op met betoverende en beklijvende post-rock soundscapes die zo uit de koker van een Caspian zouden kunnen komen. Reeds in de negen minuten durende opener worden we heen en weer gekatapulteerd tussen agressie en emotie waarbij de melodieën best catchy klinken maar nooit uitmonden in goedkoop emo-geneuzel. Avast bevindt zich met haar muzikale en vocale aanpak in het vaarwater van een Deafheaven maar laat de balans nooit naar een té grote emotionaliteit doorwegen. In de titeltrack flitsen ijzige screams als bliksemschichten doorheen een melancholisch post-rock wolkendek waar melodieuze gitaarmelodieën doorheen schemeren. “The myth” kent een instrumentale aanpak en laat van-ingetogenheid-naar-climax-evoluerende post-rock à la oude This Will Destroy You haar zegje doen zonder dat er zwartgalligheid aan te pas komt. Des te harder knalt “Birth of man” ons daarna tegen de kop met haar moderne black zonder echter de hele tijd door te rammen. In “The world belongs to man” versmelten black metal en post-rock nóg harder dan de ijskappen en de zee, waarbij dat laatste fenomeen desastreuze gevolgen gaat hebben voor de mensheid. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn en waarschuwt dan ook voor het grote potentieel van een wereldwijde catastrofe. De serene openingsklanken van “An earnest desire” klinken nog enigszins hoopvol en ontplooien zich If These Trees Could Talk-gewijs tot post-rock met een boodschap, maar verderop schudt het nummer ons wakker. Blijf niet bij de pakken zitten, maar doe iets! “Man belongs to the world” combineert rock-georiënteerde grooves met epische geluiden, dreunende bassnaren en zwartgeblakerde uithalen. Het warm water wordt hier niet uitgevonden, maar we stellen wel vast dat Avast in een uitgemolken genre toch nog een erg onderhoudende plaat heeft weten uitbrengen.

JOKKE: 83/100

Avast – Mother culture (Dark Essence Records 2018)
1. Mother culture
2. The myth
3. Birth of man
4. The world belongs to man
5. An earnest desire
6. Man belongs to the world