post-black

Griefloss – Griefloss

In 2014 schopte het nummer “łłł” van de Amerikaanse band Griefloss het tot mijn persoonlijke song van het jaar. Niet slecht voor een band die toen net haar debuut “Ruiner” in eigen beheer had uitgebracht. We zijn ondertussen vijf jaar verder en ik was de band eerlijk gezegd al uit het oog verloren. Plots is daar dan het nieuws dat de opvolger klaar is. En vreemd genoeg wordt die opnieuw in eigen beheer uitgebracht. Is er dan geen enkel platenlabel dat in deze mannen gelooft? Misschien heeft het te maken met het eclectische genre van de band waarin elementen uit shoegaze en atmosferische post-black vermengd worden en dat de hype rond deze niche al op haar retour is? Wie weet. Vol torenhoge verwachtingen waag ik me aan de self-titled opvolger. Zou het kwartet opnieuw zo’n kippenvel kraker als “łłł” geschreven hebben? De emotioneel geladen cleane vocalen van gitarist Ben Polson die dat nummer droegen, krijgen alvast meteen ook de hoofdrol in opener “Anneliese“, maar eerst jaagt een sample van exorcismegeluiden ons de stuipen op het lijf. Dit nummer behandelt immers de duiveluitdrijving van Anneliese Michel, een Duitse vrouw die geloofde dat ze bezeten was door diverse demonen en waarop ook de films “The exorcism of Emily Rose” (2005), “Requiem” (2006) en “Anneliese: The exorcist tapes” (2011) gebaseerd zijn. De heldere, niet altijd even toonvaste – zang en het mellow karakter van de muziek was nu niet meteen wat ik verwachtte na deze onheilspellende intro. Rond de 4:30 grens vallen dan plots de screams in en schakelen de drums een paar tandjes hoger zodat het black metal-aspect van Griefloss’ sound op de voorgrond treedt. Gewaagde openingssong! Het contrast met “Blood flashing” (het nummer dat in augustus vorig jaar als teaser de wereld ingestuurd werd) kan niet groter zijn want hier trekt de band middels blast beats en de helse krijsen van bassist Blade Ronetz volop de black metal-kaart. Ook in “God is hell” is het menens hoewel het tempo hier terug lager ligt, maar de ijle hoge screams wijden ver uit en vullen de ruimte met wanhoop. In “Life is too long” komt het depri-kantje om de hoek loeren maar in “Total hate” worden we op het verkeerde been gezet. Wie hier ziedende en haatvolle black verwachtte, is eraan voor de moeite. Electronica doet immers haar intrede en samen met de zwaar-door-de-effectenmangel-gehaalde cleane zang zorgt dit voor een Jesu-achtige beleving. Geen gitaren en drums hier maar elektronische beats en allerhande achtergrondgeluidjes. De band is duidelijk niet vies van experiment waardoor ik ook gerust een parallel durf te trekken met Altar Of Plagues’ zwanenzang “Teethed glory and injury“, hoewel de Ieren het experiment niet zó ver dreven. Ik ben er nog steeds niet goed uit wat ik hier van moet vinden. Na dit out of the box-uitstapje volgt nog de acht minuten durende uitsmijter “For decades” die het meer gekende blackgaze-terrein van het debuut verkent. Hier wisselen post-rock gitaargepingel en hevige uitbarstingen mekaar af en er wordt voldoende tijd uitgetrokken om spanningsbogen te creëren. Het weet me echter niet zo te pakken als hun oud materiaal. Griefloss bewijst op haar tweede langspeler dat het verschillende gezichten heeft en weerde het experiment niet wat leidde tot een plaat die heel wat luisterbeurten nodig heeft alvorens het kwartje valt. De niet eenduidige koers zal dan ook niet bij iedereen in de smaak vallen. Persoonlijk vind ik het een lichte tegenvaller vergeleken met “Ruiner” en blijf ik toch wat op mijn honger zitten.

JOKKE: 75/100

Griefloss – Griefloss (Eigen Beheer 2019)
1. Anneliese
2. Blood flashing
3. God is hell
4. Life is too long
5. Total hate
6. For Decades

Avast – Mother culture

Laat je niet misleiden door de baarden, tattoos en houthakkershemdjes outfit van deze Noren, want hoewel ze er als een stoner- of sludge-band uitzien, eren ze toch de grootste muzikale erfenis van hun prachtige thuisland Noorwegen, zijnde black metal. Het uit Stavanger afkomstige kwartet doet het echter niet op de traditionele manier maar mixt de extremiteiten en esthetiek van het genre met de atmosfeer, ingetogenheid en weidse ruimtelijkheid van post-rock. Qua thematiek lijken de roots van de band dan weer eerder in punk rock en hardcore te liggen want de teksten behandelen niet de doorsnee black metal topics, maar leunen meer naar een filosofische en poëtische kijk op sociale en milieugerelateerde zaken. In 2016 werd een twee-nummers-tellende EP uitgebracht die het beste deed beloven voor de toekomst. Het nagelnieuwe “Mother culture“gaat alvast op hetzelfde elan verder. Felle en snelle modern klinkende blackness à la Downfall of Gaia zoekt de contrasten op met betoverende en beklijvende post-rock soundscapes die zo uit de koker van een Caspian zouden kunnen komen. Reeds in de negen minuten durende opener worden we heen en weer gekatapulteerd tussen agressie en emotie waarbij de melodieën best catchy klinken maar nooit uitmonden in goedkoop emo-geneuzel. Avast bevindt zich met haar muzikale en vocale aanpak in het vaarwater van een Deafheaven maar laat de balans nooit naar een té grote emotionaliteit doorwegen. In de titeltrack flitsen ijzige screams als bliksemschichten doorheen een melancholisch post-rock wolkendek waar melodieuze gitaarmelodieën doorheen schemeren. “The myth” kent een instrumentale aanpak en laat van-ingetogenheid-naar-climax-evoluerende post-rock à la oude This Will Destroy You haar zegje doen zonder dat er zwartgalligheid aan te pas komt. Des te harder knalt “Birth of man” ons daarna tegen de kop met haar moderne black zonder echter de hele tijd door te rammen. In “The world belongs to man” versmelten black metal en post-rock nóg harder dan de ijskappen en de zee, waarbij dat laatste fenomeen desastreuze gevolgen gaat hebben voor de mensheid. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn en waarschuwt dan ook voor het grote potentieel van een wereldwijde catastrofe. De serene openingsklanken van “An earnest desire” klinken nog enigszins hoopvol en ontplooien zich If These Trees Could Talk-gewijs tot post-rock met een boodschap, maar verderop schudt het nummer ons wakker. Blijf niet bij de pakken zitten, maar doe iets! “Man belongs to the world” combineert rock-georiënteerde grooves met epische geluiden, dreunende bassnaren en zwartgeblakerde uithalen. Het warm water wordt hier niet uitgevonden, maar we stellen wel vast dat Avast in een uitgemolken genre toch nog een erg onderhoudende plaat heeft weten uitbrengen.

JOKKE: 83/100

Avast – Mother culture (Dark Essence Records 2018)
1. Mother culture
2. The myth
3. Birth of man
4. The world belongs to man
5. An earnest desire
6. Man belongs to the world

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

Soul Dissolution – Nowhere

Met haar tweede langspeler “Stardust” wist Soul Dissolution ons eerder dit jaar best te verbazen. De heren Jabawock en Acharan zaten duidelijk in een creatieve flow want ze trakteren ons alweer op nieuw werk, deze keer in de vorm van een twee-songs-tellende EP die toch op een mooie vierentwintig minuten speeltijd aftikt. Nieuw is dat het kernduo op deze EP wordt bijgestaan door haar live-drummer Celestial die we ook van death metal-band Bones kennen. Op de opgekrikte songspeelduur en de nieuwe trommelaar na, merken we geen grote veranderingen in het Soul Dissolution-kamp. We krijgen met andere woorden nog steeds melodieuze en atmosferische black metal te horen die fans van Agalloch, Alcest en consorten wellicht zal bekoren. Doorheen de pakkende melodieën schemert een post-rock-vibe die de luisteraar naar explosieve hoogtepunten meevoert terwijl de rustige passages een zeker tristesse uitstralen. Alle drie de muzikanten laten zich van hun beste kant zien: zanger Acharan brengt het verhaal over pijn en doorzettingsvermogen na een tegenslag op een emotionele en geloofwaardige manier, snarenplukker Jabawock heeft een goed oor voor pakkende riffs en melodieën en ook Celestial blijkt een goede aanwinst te zijn met zijn dynamisch drumspel. En op momenten dat het voor sommigen misschien té liefelijk en weemoedig begint te klinken, wordt het gaspedaal ingedrukt en laat Soul Dissolution zien nog steeds een zwartmetalen kern te bevatten. Tijdens de intieme gitaartokkelmomenten verandert de rauwe zangstem meermaals in spoken word-vocalen die me in “Fading darkness” meer bevallen dan in “Road to nowhere“. Voor de rest valt hier niet veel negatiefs op aan te merken. Ik betrap me na het beluisteren van de EP dan ook telkens op het neuriën van de pakkende melodieën die soms minutenlang aangehouden worden zoals ook een Forgotten Tomb dat kon. Puike EP!

JOKKE: 83/100

Soul Dissolution – Nowhere (GS Productions 2018)
1. Road to nowhere
2. Fading darkness

Onrust – De oogst

Een tijdje terug viel vanop de verre parking – euh, Antwerpen – een zilveren schijfje op mijn West-Vlaamse deurmat. Het bleek het debuutalbum van onze landgenoten Onrust te zijn. Een tijdje terug begon helaas ook een zeer hectische examenperiode en moest er ook een thesis ineengeflanst worden, dus kwam van reviewen helaas even niet veel in huis. Driewerf hoera want ik ga een lange zomer tegemoet, kan terug in mijn pen kruipen én Onrust wist me danig te verrassen! Nadat de door u allen beminde Jokke zijn drumstokken helaas moest opbergen tijdens het schrijfproces van het debuutalbum “De oogst” werd vervanging gezocht en gevonden (Sam Wouters) en kon de band lustig verder musiceren. Dat Onrust er niet zo’n positief mens- en wereldbeeld op nahoudt wordt al snel duidelijk na een blik te werpen op de bevreemdende en afstootwekkende (en da’s positief bedoeld!) albumcover en het doornemen van de titels: “Verderf” en “Progeria” bijvoorbeeld roepen niet bepaald beelden op van een zomerse strandwandeling op. Deze eerstgenoemde track knalt het album meteen op gang en brengt een zwaar post-metalgeluid ten gehore, waarbij de hese zang van Ruben Birrell bijwijlen aan een minder rauwe versie van Kirk Windstein (Crowbar) doet denken. U hoort het al: geen zuivere black metal review van mijn hand deze keer, wel recht-voor-de-raap sludge met tal van elementen die we ook bij post-black metal en post-hardcore terugvinden, een mix die mij wel vaker weet te bekoren. “Progeria” zet de trend verder en wisselt agressieve, in-your-face passages af met bezwerende heldere gitaarlijnen die voor de welkome rustpunten zorgen. Bewust of onbewust slopen er ook enkele invloeden van het gerevereerde Fall of Efrafa in het album, iets wat op “Het nest” vooral duidelijk wordt (ook het gebruik van de Obama-sample als intro is hieraan debet), terwijl het titelnummer dan weer enkele knipogen richting Amenra bevat. Onrust weet een duidelijke rode draad doorheen het vijfenvijftig minuten durende album te trekken en levert een zeer sterk samenhangend werk af. Als debuutalbum kan dat wel tellen. Het volledige plaatje klopt: muzikaal is het album bijzonder coherent en de troosteloosheid en zweem van misantropie vinden een sterke echo in de songtitels en albumhoes. Dat de mix werd verzorgd door Bo Engelen, het eigenlijke meesterbrein achter de groep, verdient enkel maar pluspunten: de plaat klinkt bijzonder dynamisch en wordt gekenmerkt door een vol geluid waarbij elk instrument goed tot zijn recht komt. Onrust had duidelijk een heldere visie voor ogen bij het schrijven en opnemen van dit eerste wapenfeit, en weet deze bijzonder vlot over te brengen. Helaas moesten ze hun optreden in Gent van vorige week afzeggen, want ik was benieuwd of een live vertolking van “De oogst” even intens zou zijn. Simpel gezegd: Onrust brengt ons dit jaar één van de interessantse albums van Belgische bodem, waarbij een klemtoon op gevoel in plaats van techniciteit gelegd wordt en die je bijna een uur lang in vervoering weet te brengen. Het zilveren schijfje draaide al meerdere rondjes en het ziet ernaar uit dat het dat nog een tijdje zal blijven doen. Knap!

CAS: 86/100

Onrust – De oogst (independent 2018)
1. Intro
2. Verderf
3. Progeria
4. Eindig
5. Het lege geloof
6. Beschadigd
7. Het nest
8. Onrust
9. The outcast

Encircling Sea – Hearken

De Aussies van Encircling Sea volg ik al sinds hun debuut “I” uit 2009. Met “Hearken” zijn ze na een stilte van vijf jaar terug boven water gekomen en daar ben ik héél blij mee. Ten opzichte van voorganger “A forgotten land” is er in de post-black van het trio nu minder ruimte voor lange, uitgesponnen passages of folky akoestische intermezzo’s en ligt de nadruk meer op de heavy elementen, hoewel groots klinkende en uitwaaiende gitaarclimaxen nog steeds aanwezig zijn. Dat vertaalt zich ook in de speelduur van de nummers want hoewel deze nog steeds op een gemiddelde van tien minuten afklokken is dat naar Encircling Sea begrippen relatief kort (ze draaiden in het verleden hun hand niet om voor twintig à veertig minuten durende composities). Zelden klonk de band zo agressief of recht-voor-de-raap als in het voortstuwende “Everoak” of “Elderfire“, een song waarbij er naast de nodige blastbeats een flinke portie sludge in de riffs verwerkt zit. In hekkensluiter “Kinsoil” zorgen vrouwelijke zang (die verzorgd werd door Ramanee King, de vrouw van frontman Robert Allen) en ingetogen gitaargetokkel voor een intieme atmosferische toets, hoewel nadien ook terug alle registers opengetrokken worden. In de imposante sound die Encircling Sea neerzet zit zowel de drukte van de geïndustrialiseerde beschaving als de primitieve schoonheid van de natuur vervat. Dit doet de band door elementen van sludge, black, doom en post-metal te blenden tot een krachtig, zij het niet zo origineel meer, geheel (hallo Cult Of Luna in opener “Bloodstone“). Maar zolang dit pakkende songs oplevert, maal ik daar niet om. “Hearken” is dan ook een héél fijne plaat geworden waarbij er aandacht besteed wordt aan de mislukkingen en triomfen van onze voorouders en de spirituele groei van de mensheid zoals blijkt in “Kinsoil“: “Our roots reach across generations / Through blood and spirit/ The connections flow / … Our hearts are in these forests / These rivers, these stones / And all throughout these valleys / Rejoice in the Truth of home”. Liefhebbers van Cult Of Luna, Downfall Of Gaia en Fall Of Efrafa zullen dit wel kunnen smaken. Hopelijk krijgen we de band ook eens in onze contreien te zien.

JOKKE: 85/100

Encircling Sea – Hearken (EPV Recordings 2018)
1. Bloodstone
2. Elderfire
3. Everoak
4. Sunhelm
5. Kinsoil