satyricon

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat

Vier jaar geleden meldde het Noorse Whoredom Rife zich vanuit het niets aan het black metal-firmament. Partner in crime was Terratur Possessions, een label met een uit de kluiten gewassen neus voor al het talent dat er in Trondheim en omstreken ronddwaalt. Middels haar selftitled EP uit 2016 en de debuutlangspeler “Dommedagskvad” uit 2017 wist de band, bestaande uit kernduo V. Einride (alle muziek) en K.R. (zang), heel wat zieltjes voor zich te winnen. Ook live wist het duo, aangevuld met leden van One Tail One Head, Mare, Ritual Death en Perished, me eerder dit jaar op Throne Fest te overtuigen middels een strakke en bevlogen performance. Dat sommige criticasters van Boredom Rife spreken, snap ik dan ook hoegenaamd niet, tenzij je je portie black metal liever rommeliger, grimmiger of dissonanter consumeert: op dat vlak is Whoredom Rife inderdaad meer easy listening. Het duo perfectioneert haar jaren ’90 black dan ook tot in de puntjes zonder echter een nieuw/fris geluid te laten horen. De band heeft als doel de oude Noorse grootheden te eren en slaagt met verve in haar opzet. Zoals al vaker het geval is geweest bij de band, ervaar ik hetzelfde majestueuze gevoel als bij het onvolprezen debuut van Keep Of Kalessin (ik weet het ondertussen wel hoor jongens!) en in “New hate dawns” grijpt de band terug naar het gouden Satyricon-tijdperk ten tijde van “Nemesis divina“. Aan inspiratie blijkbaar geen gebrek aangezien de Noren een jaar na “Dommedagskvad” al met langspeler nummer twee op de proppen komen. Een plaat die de band wel eens definitief tot in de hoogste regionen van het black metal-wereldje zou kunnen stoten, zonder dat er noemenswaardige veranderingen te bespeuren vallen ten opzichte van het debuut. De bijwijlen epische en monumentale zwartmetalen klanken bevatten nog steeds de nodige portie haat en venijn, de sound is droog en helder maar niet te afgelikt en het artwork is voor de derde keer op rij van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal en Kontamination Design en bevat – in tegenstelling tot de blasfemische taferelen van de hoes van “Dommedagskvad” – verwijzingen naar de lokale thuisstad Trondheim. Het nieuwe materiaal klinkt wel donkerder en meer repetitief vergeleken met de voorganger en er werden deze keer amper ondersteunende keyboards ingezet. “Hyllest” werd als eerste nummer op ons losgelaten en start inderdaad met een vrij eentonige basisbeat, maar halfweg het nummer schudt de multi-instrumentalist wel weer een ijskoude kippenvelopwekkende melodie uit zijn gitaar. Elke song bevat er zo wel één. Herhaling (zowel qua riffstructuren als invulling van de blastbeats waarbij er weinig plaats is voor cymbaalaccenten en inventieve roffels) en een goed oor voor melodie lijken ook in de andere songs de basisformule te zijn, maar het magistrale “Where the shadows dwell“, dat akoestisch start, springt er nog een tikkeltje extra bovenuit qua pakkendheid. Het tempo ligt volcontinu hoog waarbij opener “Summoning the ravens” en “Crown of deceit” het felste uit de speakers knallen. Het is eigenlijk pas in de meer dan tien minuten durende afsluiter “Ceremonial incantation” dat er wat gas terug genomen wordt; dit is meteen ook de meest epische en slepende song op de plaat. Whoredom Rife levert met “NID – Hymner av hat” een logische opvolger uit voor het debuut dat waarschijnlijk nog moeilijk te overtreffen valt. De aanpak is iets meer back to basics, maar zelfs na een tiental luisterbeurten blijven de songs dermate boeien, waardoor de band in haar opzet slaagt. Ik voorspel een heel mooie toekomst voor deze Noren.

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat (Terratur Possessions 2018)
1. Summoning the ravens
2. Verdi oeydest
3. Where the shadows dwell
4. Hyllest
5. Crown of deceit
6. New hate dawns
7. Ceremonial incantation

WhoredomRife_Cover

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Whoredom Rife – Dommedagskvad

De gelijknamige debuut EP van het Noorse Whoredom Rife liet een diepe indruk na, niet alleen bij ondergetekende, maar bij een zeer groot deel van mijn black metal minnende broeders en zusters. De verwachtingen voor de met-veel-grootspraak-aangekondigde eerste volwaardige langspeler zijn dermate hooggespannen dat dit ook wel de nodige risico’s op een mogelijke teleurstelling inhoudt. De nummers “Beyond the skies of god” en “Svik” werden als eerste vrijgegeven en lieten al meteen horen dat “Dommedagskvad” een serieuze pandoering in het gezicht zou worden. Ook de vier andere “songs of doom” zijn om duimen en vingers bij af te likken, althans voor wiens zwartgeblakerde hart sneller gaat slaan bij op-en-top Noorse, strak uitgevoerde, goed klinkende en adrenaline pompende black metal met melodieuze kippenvelopwekkende riffs en symfonische keyboardondertonen. Whoredom Rife doet niet aan hipstergedoe, orthodoxe grootspraak of atmosferisch boomgeknuffel, maar doet de gloriedagen van de Noorse jaren negentig herleven. Nog steeds hoor ik veel, maar dan ook héél veel oude Keep Of Kalessin terug in de Whoredom Rife sound en zou “Dommedagskvad” dan ook als de toenmalige – overtreffende – opvolger van diens onderschatte debuut “Through times of war” hebben moeten uitkomen. Hoewel ontkend wordt dat er een link is tussen beide bands, durf ik mijn hand er voor in het vagevuur steken dat de (oude) Keep Of Kalessin-leden Ghash en Vyl achter de illustere heren K.R. en V. Einride schuil gaan. Maar wat doet het er eigenlijk toe? Black metal draait voor een groot stuk om mysterie, n’est-ce pas? Een andere referentie is ontegensprekelijk Satyricon (beluister “Winged assassin” maar eens) ten tijde van “Nemesis divina” en zeshonderdzesenzestig keer overtuigender en kwaadaardiger dan de platte troep die die band de laatste jaren heeft uitgebracht. Bij overrompelende muziek hoort natuurlijk ook bijpassend magnifiek artwork, in dit geval van de hand van kunstenaar Jose Gabriel Alegría Sabogal. Benieuwd om weldra de LP-versie in mijn handen te houden en de geur van het puike ongecensureerde drukwerk te ruiken. Je zou kunnen lopen ouwehoeren dat de plaat met zes nummers en zevenendertig minuten wat aan de korte kant is, maar nu is het wel all killer, no filler! Als Whoredom Rife “Dommedagskvad” begin jaren negentig had uitgebracht, zouden ze ondertussen ongetwijfeld tussen de allergrootsten vertoeven. Nu schudden ze de Noorse scene echter ook duchtig wakker en leveren hoogstwaarschijnlijk dé plaat van 2017 af.

JOKKE: 95/100

Whoredom Rife – Dommedagskvad (Terratur Possessions 2017)
1. Intro (Bells of doom)
2. Beyond the skies of god
3. Cursing the storm to come
4. Spir
5. Svik
6. Winged assassin
7. Pilgrim

Whoredom Rife – Whoredom Rife

Naar aanleiding van Prague Death Mass kondigde Terratur Possessions met veel bombarie zeven (nieuwe) releases aan. Eén van deze zwarte pareltjes is het gelijknamige debuut van Whoredom Rife. Deze band uit Trondheim (Nidaros) vormt een nieuwe kwalitatieve toevoeging aan de reeds allerminst misselijk makende Nidrosian black metal scene die vorm gegeven wordt door o.a. Vemod, One Tail One Head, Dark Sonority, Black Majesty, Mare en Celestial Bloodshed. Zoals wel meer het geval is bij acts die met Terratur Possessions de ideale broodheer gevonden hebben, primeert ook hier de muziek en is er niet veel méér geweten over het duo V. Einride (alle instrumenten – wat kan die man spelen zeg!) en K.R. (zang). Over naar de muziek dan maar! Zelf zegt de band voornamelijk geïnspireerd te zijn door de oude klassieke Noorse black metal scene. Dat ga ik allerminst ontkennen, maar zou hier toch ook de nodige Zweedse invloeden van bijvoorbeeld een Ondskapt (duisterheid) en zelfs Dark Funeral (snelheid) aan willen toevoegen. Luister maar eens naar het sublieme melodieuze gitaarwerk (inclusief solo’s) van bijvoorbeeld “Gitt til Odin“. De eerste twee songs zijn voornamelijk full force and speed ahead, maar op kant B wordt wat gas terug genomen voornamelijk in de laatste track dan. In “Thought and memory” doen de subtiele keyboards en de kille sfeer me aan het machtige debuut “Through times of war” van Keep Of Kalessin denken. De afsluiter is echter het prijsbeest van deze EP. Een song waarnaar je je als band vernoemt, vraagt natuurlijk net dat beetje meer aandacht want deze representeert toch min of meer wel waar je als band voor staat. De rollende basdrums en melodieuze, doch kille en tikkeltje industrieel aanvoelende gitaren, refereren aan Satyricon ten tijde van “Volcano“. Deze prachtig vorm gegeven 12” LP is een knaller van een eerste visitekaartje. Dat belooft voor de toekomst!

JOKKE: 87/100

Whoredom Rife – Whoredom Rife (Terratur Possessions 2016)
1. Fyrstens land
2. Gitt til Odin
3. Thought and memory
4. Whoredom rife

 

 

Awe – Providentia

Wie op zoek is naar een snelle hap is bij het Griekse Awe aan het verkeerde adres. Hun eerste langspeler “Providentia” is immers een heus driegangenmenu dat voor sommigen waarschijnlijk zwaar op de maag zal liggen. De drie mastodonten van nummers klokken tezamen boven de vijftig minuten af en behandelen een conceptuele ideologie van een niet aflatende gewelddadige revolutie van de mens in het zicht van een absurd en zinloos bestaan in het universum. Dit alles wordt prachtig vormgegeven door de Griekse illustrator Konstantinos Psichas (Viral Graphics). “Actus primus” kan als voorgerecht al meteen tellen. Tergend traag en hypnotiserend bouwt deze kolos van twintig minuten langzaam op waarbij men vanuit ondergrondse doomregionen naarboven kruipt om na een zestal minuten met een orthodoxe black metal eruptie uit te pakken. Deathspell Omega duikt meteen als referentiekader op, zowel qua muzikale benadering (hoewel iets minder chaotisch) als qua vocale aanpak. Als opwarmer (die wel een tikkeltje te langdradig is) weet deze track je maag uit te rekken om het daaropvolgende machtige “Actus secundus”, waarop het tempo een pak hoger ligt, te kunnen verteren. Dissonante gitaarriedels, geselende drums, eigenzinnige bastonen en talloze tempowissels (die wel wat weg hebben van een Satyricon ten tijde van “Rebel extravaganza”) worden in je maag gesplitst en zullen bij heel wat luisteraars een misselijk gevoel opwekken. “Actus purus” is een behoorlijk toetje om duimen en vingers bij af te likken. Heerlijk opzwepende tempo’s, af en toe naar black ’n roll neigend, maar voor de rest full spead ahead  met vette knipoog naar Watain. Ik kan me inbeelden dat sommigen onder u een gaviscon of twee zullen nodig hebben om hun brandend maagzuur te verhelpen, maar ondergetekende heeft hier enorm van gesmuld. Om te weten wie er achter de maskers van dit Awe schuilgaat zullen we een telefoontje naar Anonymous moeten plegen, hoewel ik een sterk vermoeden heb dat er een uitwisselingsprogramma is met leden van Vacantfield en End waar eerder dit jaar een split met werd uitgebracht. Feit is dat de band niet het stereotiepe Griekse black metal geluid weet te herkauwen, maar best een eigen draai geeft aan hun enigmatische mix van black, doom en death metal. Af en toe weet het Indonesische Pulverised Records nog eens een kanjer te strikken. Vorig jaar deden ze dat met het Zweedse Nidsang en dit jaar met Awe.

JOKKE: 88/100

Awe – Providentia (Pulverised Records 2015)
1. Actus primus
2. Actus secundus
3. Actus purus

Vorde / Predatory Light – Split

Split records, you love them or you hate them. Je maakt onmiddellijk een vergelijking tussen de participerende bands en zelden zijn ze van hetzelfde niveau. De split-release van de twee Amerikaanse bands Vorde en Predatory Light wekte in eerste instantie mijn interesse voor de Vorde-kant, want van hun debuutplaat uit 2014 was ik danig onder de indruk. Echter is het hier het voor mij tot dusver onbekende Predatory Light dat me lichtjes van mijn sokken blaast. Dit kwartet gaat nog maar een viertal jaartjes mee en bevat Kyle Morgan (Ash Borer mastermind) in de gelederen. De invloeden van Ash Borer klinken wel enigszins door in de USBM maar het tempo ligt over het algemeen toch wel een pak lager. Wat deze band volop genieten maakt zijn de soms iele gitaarleads die je echt bij je nekvel grijpen en de kippenvelfactor progressief doen toenemen. De twee songs op deze split zijn eigenlijk een heruitgave van de “Death essence” demo uit 2014 en de gelijknamige song is echt een regelrechte bom. De ene fenomenaal-pakkende-en-atmosfeer-in-twee-snijdende melodie is nog maar net achter de rug of de gitaristen toveren al een volgende uit hun hoed. De lichtjes sacrale cleane zang op de achtergrond, die een symbiose vormt met de ijselijke black metal screams, vormt de kers op de taart. Negative Plane doemt als referentiekader op en de eindmelodie heeft wel wat weg van prehistorische Satyricon in een nummer als “Taakeslottet”. Vorde (één van de bands van Fell Voices drummer Michael Rekevics) borduurt met haar twee songs verder op haar debuutplaat en garandeert creepy en beklemmende black metal voornamelijk door de Attila Csihar-achtige vocale invulling. Het tempo ligt overigens beduidend hoger dan op hun debuut. Met zevenendertig minuten play time biedt deze split-LP waar voor je geld en Predatory Light vormt de ontdekking van de maand!

JOKKE: 87 (Predatory Light: 92/100 – Vorde: 82/100)

Vorde / Predatory Light – Split (Psychic Violence Records / Fallen Empire Records 2015)
1. Predatory Light – Bathed in tongues
2. Predatory Light – Death essence
3. Vorde – Seven forms
4. Vorde – Husks in cosmic afterbirth