satyricon

Stilla – Synviljor

Album nummer vier alweer voor het Zweedse Stilla, een band die de kneepjes van het black metal-genre tot in de puntjes beheerst. Hoewel Zweeds van oorsprong klinken de zeven nieuwe composities op “Synviljor” eerder Noors getint genre Kvist, oude Gehenna en Satyricon (dit zou de overgangsplaat tussen diens “The shadowthrone” en “Nemesis divina” kunnen geweest zijn) of een nieuwere band als The Deathtrip. Zo komt zanger Andreas Petterson meermaals en vooral in het meer dan acht minuten durende “Över blodiga vidder” aardig in de buurt van diens meesterzanger Aldrahn. Het kwartet bestaande uit (ex-)leden van Bergraven, Armagedda en LIK bewijst dat Scandinavische black nog zoooo veel cooler/koeler klinkt als deze in de moerstaal uitgevoerd wordt. De klank en uitspraak van vele Zweedse woorden (waarvan ‘mörk’ met voorsprong) klinken zo bijtend als natriumhydroxide. Maar check ook het mooie a capella-gezongen en naar Wardruna-neigende einde van opener “Frälsefrosten“. Vol heimwee naar de jaren negentig neem ik de mix van weemoedige (“Myr“), kwaadaardige, folky (“Ut ur tid och rum“), frostbitten en majestueuze black in me op waarbij vooral de door-weids-klinkende-drumaanslagen-en-astrale-toetsen-ondersteunende accenten in ondermeer “Den kusligaste av gäster” mijn hartslag de hoogte in jagen. Maar schenk ook aandacht aan de in-het-oor-springende basloopjes in o.a. “En närvaro av då“.”Synviljor” (‘optische illusie’) staat garant voor driekwartier heerlijk snerpende natuurgeïnspireerde Scandinavische black opgesmukt met de nodige orchestrale keyboards en bijtende screams. De nostalgische sound van “Synviljor” ademt ijskoude bitterheid uit wat tevens wordt weergegeven in de mooie albumcover waarop besneeuwde naaldboombossen onder een demonisch ogend noorderlicht prijken. Al wie Scandinavische black een warm (of beter gezegd koud) hart toedraagt kan niet om deze plaat heen. 

JOKKE: 88/100  

Stilla – Synviljor (Nordvis 2018)
1. Frälsefrosten  
2. Skogsbrand 
3. En närvaro av då 
4. Den kusligaste av gäster
5. Myr
6. Över blodiga vidder
7. Ut ur tid och rum

Nachtmystium – Resilient

Nachtmystium is terug na een afwezigheid van vier jaar. Niet iedereen zal hiermee opgezet zijn aangezien bandleider/enfant terrible Blake Judd de afgelopen jaren op de tenen van heel wat fans en mensen uit de platenbusiness heeft getrapt. Het wangedrag van meneer Judd was toe te schrijven aan zijn drugsverslaving, maar hij zou nu al meer dan twee jaar clean moeten zijn. Het blijkt echter moeilijk om het verleden achter te laten, want recent stond Blake weer in het middelpunt van de belangstelling naar aanleiding van oplichting via heruitgaves van de back catalogue van Judas Iscariot door het Ascension Monuments Media-label waaraan hij verbonden is. Soit, de details laten we over aan de metalen roddelpers-sites. Lupus Lounge was bereid Blake een tweede kans te geven en tekende Nachtmystium. Hopelijk fuckt hij ze niet op. De Amerikaan hervormde zijn band met muzikanten uit twee werelddelen. De Nederlandse maar in het Noorse Bergen wonende keyboardspeler Job ‘Phenex” Bos werkte reeds in het verleden samen met Blake voor het fijne Hate Meditation en kennen we verder van Dark Fortress en als live-muzikant voor o.a. Satyricon, The Ruins Of Beverast, Dordeduh en In The Woods. De ritmesectie bestaat uit de Duitse bassist Martin van Valkenstijn (Mosaic, Ysengrin en live-lid van o.a. Sun Of The Sleepless, The Vision Bleak en Empyrium) en de Amerikaanse drummer Jean Graffio van Sumeria. Met de nagelnieuwe “Resilient” EP breekt een nieuw hoofdstuk aan voor Judd en Nachtmystium. Na de inleidende klanken van “Conversion” valt het titelnummer in waarbij meteen de grote rol van Job Bos opvalt. De mid-tempo riffs worden immers begeleid door dromerige keyboards. Blake heeft altijd al een goed oor gehad voor melodie, hooks en catchy refreinen, en dat is ook in dit nummer weer het geval zonder te verzanden in een platvloerse meezinger. Verderop in het nummer krijgen we nog een eighties gothrock-achtige solo en cleane koorzang te horen wanneer het nummer met een groots klinkende atmosfeer open barst. De psychedelische landscapes  uit het verleden blijven grotendeels achterwege ten voordele van bakken extra donkere atmosfeer. “Silver lanterns” ligt in de lijn van de fantastische voorganger “The world we left behind“. Het nummer kent een simpele maar effectieve hoofdriff waarover een pakkende melodieuze single note tremololijn gespeeld wordt en subtiele keyboards vormen de lijm tussen de kippenvel opwekkende riffs en half-blastende drums. Er duikt ook een spoken word sample op en de song blijft voortdurend van gedaante veranderen door met verschillende tempo’s en snelheden te spelen. Met het bijna tien minuten durende “Desert illumination” zijn we spijtig genoeg al aan het laatste nummer gekomen. Het is echter een epische song waarin heel wat gebeurt. Er wordt aan een doomtempo gestart waarbij gesproken vocalen, grootse keyboards, akoestische gitaren en bongo’s een gezapige dromerige toon zetten. Gewaagd en iets wat we niet onmiddellijk van de band verwacht hadden, maar eerder aan een moderne Katatonia zouden toeschrijven. Black metal lijkt hier ver zoek…alhoewel. Halfweg perst Jake een schitterende black metal-riff uit zijn gitaar, versnellen de drums en maakt de band zich op voor een zinderende repetitieve finale waarin de instrumenten het voor het zeggen hebben. Nachtmystium levert met “Resilient” een pracht comeback. Hopelijk blijft Blake nu op het rechte pad zodat we nog meer moois van zijn band te horen krijgen.

JOKKE: 86/100

Nachtmystium – Resilient (Lupus Lounge 2018)
1. Conversion
2. Resilient
3. Silver lanterns
4. Desert illumination

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat

Vier jaar geleden meldde het Noorse Whoredom Rife zich vanuit het niets aan het black metal-firmament. Partner in crime was Terratur Possessions, een label met een uit de kluiten gewassen neus voor al het talent dat er in Trondheim en omstreken ronddwaalt. Middels haar selftitled EP uit 2016 en de debuutlangspeler “Dommedagskvad” uit 2017 wist de band, bestaande uit kernduo V. Einride (alle muziek) en K.R. (zang), heel wat zieltjes voor zich te winnen. Ook live wist het duo, aangevuld met leden van One Tail One Head, Mare, Ritual Death en Perished, me eerder dit jaar op Throne Fest te overtuigen middels een strakke en bevlogen performance. Dat sommige criticasters van Boredom Rife spreken, snap ik dan ook hoegenaamd niet, tenzij je je portie black metal liever rommeliger, grimmiger of dissonanter consumeert: op dat vlak is Whoredom Rife inderdaad meer easy listening. Het duo perfectioneert haar jaren ’90 black dan ook tot in de puntjes zonder echter een nieuw/fris geluid te laten horen. De band heeft als doel de oude Noorse grootheden te eren en slaagt met verve in haar opzet. Zoals al vaker het geval is geweest bij de band, ervaar ik hetzelfde majestueuze gevoel als bij het onvolprezen debuut van Keep Of Kalessin (ik weet het ondertussen wel hoor jongens!) en in “New hate dawns” grijpt de band terug naar het gouden Satyricon-tijdperk ten tijde van “Nemesis divina“. Aan inspiratie blijkbaar geen gebrek aangezien de Noren een jaar na “Dommedagskvad” al met langspeler nummer twee op de proppen komen. Een plaat die de band wel eens definitief tot in de hoogste regionen van het black metal-wereldje zou kunnen stoten, zonder dat er noemenswaardige veranderingen te bespeuren vallen ten opzichte van het debuut. De bijwijlen epische en monumentale zwartmetalen klanken bevatten nog steeds de nodige portie haat en venijn, de sound is droog en helder maar niet te afgelikt en het artwork is voor de derde keer op rij van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal en Kontamination Design en bevat – in tegenstelling tot de blasfemische taferelen van de hoes van “Dommedagskvad” – verwijzingen naar de lokale thuisstad Trondheim. Het nieuwe materiaal klinkt wel donkerder en meer repetitief vergeleken met de voorganger en er werden deze keer amper ondersteunende keyboards ingezet. “Hyllest” werd als eerste nummer op ons losgelaten en start inderdaad met een vrij eentonige basisbeat, maar halfweg het nummer schudt de multi-instrumentalist wel weer een ijskoude kippenvelopwekkende melodie uit zijn gitaar. Elke song bevat er zo wel één. Herhaling (zowel qua riffstructuren als invulling van de blastbeats waarbij er weinig plaats is voor cymbaalaccenten en inventieve roffels) en een goed oor voor melodie lijken ook in de andere songs de basisformule te zijn, maar het magistrale “Where the shadows dwell“, dat akoestisch start, springt er nog een tikkeltje extra bovenuit qua pakkendheid. Het tempo ligt volcontinu hoog waarbij opener “Summoning the ravens” en “Crown of deceit” het felste uit de speakers knallen. Het is eigenlijk pas in de meer dan tien minuten durende afsluiter “Ceremonial incantation” dat er wat gas terug genomen wordt; dit is meteen ook de meest epische en slepende song op de plaat. Whoredom Rife levert met “NID – Hymner av hat” een logische opvolger uit voor het debuut dat waarschijnlijk nog moeilijk te overtreffen valt. De aanpak is iets meer back to basics, maar zelfs na een tiental luisterbeurten blijven de songs dermate boeien, waardoor de band in haar opzet slaagt. Ik voorspel een heel mooie toekomst voor deze Noren.

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat (Terratur Possessions 2018)
1. Summoning the ravens
2. Verdi oeydest
3. Where the shadows dwell
4. Hyllest
5. Crown of deceit
6. New hate dawns
7. Ceremonial incantation

WhoredomRife_Cover

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Whoredom Rife – Dommedagskvad

De gelijknamige debuut EP van het Noorse Whoredom Rife liet een diepe indruk na, niet alleen bij ondergetekende, maar bij een zeer groot deel van mijn black metal minnende broeders en zusters. De verwachtingen voor de met-veel-grootspraak-aangekondigde eerste volwaardige langspeler zijn dermate hooggespannen dat dit ook wel de nodige risico’s op een mogelijke teleurstelling inhoudt. De nummers “Beyond the skies of god” en “Svik” werden als eerste vrijgegeven en lieten al meteen horen dat “Dommedagskvad” een serieuze pandoering in het gezicht zou worden. Ook de vier andere “songs of doom” zijn om duimen en vingers bij af te likken, althans voor wiens zwartgeblakerde hart sneller gaat slaan bij op-en-top Noorse, strak uitgevoerde, goed klinkende en adrenaline pompende black metal met melodieuze kippenvelopwekkende riffs en symfonische keyboardondertonen. Whoredom Rife doet niet aan hipstergedoe, orthodoxe grootspraak of atmosferisch boomgeknuffel, maar doet de gloriedagen van de Noorse jaren negentig herleven. Nog steeds hoor ik veel, maar dan ook héél veel oude Keep Of Kalessin terug in de Whoredom Rife sound en zou “Dommedagskvad” dan ook als de toenmalige – overtreffende – opvolger van diens onderschatte debuut “Through times of war” hebben moeten uitkomen. Hoewel ontkend wordt dat er een link is tussen beide bands, durf ik mijn hand er voor in het vagevuur steken dat de (oude) Keep Of Kalessin-leden Ghash en Vyl achter de illustere heren K.R. en V. Einride schuil gaan. Maar wat doet het er eigenlijk toe? Black metal draait voor een groot stuk om mysterie, n’est-ce pas? Een andere referentie is ontegensprekelijk Satyricon (beluister “Winged assassin” maar eens) ten tijde van “Nemesis divina” en zeshonderdzesenzestig keer overtuigender en kwaadaardiger dan de platte troep die die band de laatste jaren heeft uitgebracht. Bij overrompelende muziek hoort natuurlijk ook bijpassend magnifiek artwork, in dit geval van de hand van kunstenaar Jose Gabriel Alegría Sabogal. Benieuwd om weldra de LP-versie in mijn handen te houden en de geur van het puike ongecensureerde drukwerk te ruiken. Je zou kunnen lopen ouwehoeren dat de plaat met zes nummers en zevenendertig minuten wat aan de korte kant is, maar nu is het wel all killer, no filler! Als Whoredom Rife “Dommedagskvad” begin jaren negentig had uitgebracht, zouden ze ondertussen ongetwijfeld tussen de allergrootsten vertoeven. Nu schudden ze de Noorse scene echter ook duchtig wakker en leveren hoogstwaarschijnlijk dé plaat van 2017 af.

JOKKE: 95/100

Whoredom Rife – Dommedagskvad (Terratur Possessions 2017)
1. Intro (Bells of doom)
2. Beyond the skies of god
3. Cursing the storm to come
4. Spir
5. Svik
6. Winged assassin
7. Pilgrim

Whoredom Rife – Whoredom Rife

Naar aanleiding van Prague Death Mass kondigde Terratur Possessions met veel bombarie zeven (nieuwe) releases aan. Eén van deze zwarte pareltjes is het gelijknamige debuut van Whoredom Rife. Deze band uit Trondheim (Nidaros) vormt een nieuwe kwalitatieve toevoeging aan de reeds allerminst misselijk makende Nidrosian black metal scene die vorm gegeven wordt door o.a. Vemod, One Tail One Head, Dark Sonority, Black Majesty, Mare en Celestial Bloodshed. Zoals wel meer het geval is bij acts die met Terratur Possessions de ideale broodheer gevonden hebben, primeert ook hier de muziek en is er niet veel méér geweten over het duo V. Einride (alle instrumenten – wat kan die man spelen zeg!) en K.R. (zang). Over naar de muziek dan maar! Zelf zegt de band voornamelijk geïnspireerd te zijn door de oude klassieke Noorse black metal scene. Dat ga ik allerminst ontkennen, maar zou hier toch ook de nodige Zweedse invloeden van bijvoorbeeld een Ondskapt (duisterheid) en zelfs Dark Funeral (snelheid) aan willen toevoegen. Luister maar eens naar het sublieme melodieuze gitaarwerk (inclusief solo’s) van bijvoorbeeld “Gitt til Odin“. De eerste twee songs zijn voornamelijk full force and speed ahead, maar op kant B wordt wat gas terug genomen voornamelijk in de laatste track dan. In “Thought and memory” doen de subtiele keyboards en de kille sfeer me aan het machtige debuut “Through times of war” van Keep Of Kalessin denken. De afsluiter is echter het prijsbeest van deze EP. Een song waarnaar je je als band vernoemt, vraagt natuurlijk net dat beetje meer aandacht want deze representeert toch min of meer wel waar je als band voor staat. De rollende basdrums en melodieuze, doch kille en tikkeltje industrieel aanvoelende gitaren, refereren aan Satyricon ten tijde van “Volcano“. Deze prachtig vorm gegeven 12” LP is een knaller van een eerste visitekaartje. Dat belooft voor de toekomst!

JOKKE: 87/100

Whoredom Rife – Whoredom Rife (Terratur Possessions 2016)
1. Fyrstens land
2. Gitt til Odin
3. Thought and memory
4. Whoredom rife