satyricon

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Ondskapt – Grimoire ordo devus

We hebben maar liefst een decennium lang moeten wachten op “Grimoire ordo devus“, de vierde langspeler van het Zweedse Ondskapt. De vele line-upwissels zijn hier ongetwijfeld debet aan want enkel zanger Acerbus blijft nog over van de kwaadaardige bezetting die Ondskapt 20 jaar geleden uit de grond stampte. De nieuwelingen zijn gitarist J.Megiddo, die recent ook als nieuwe bassist bij Marduk toetrad en een staat van dienst opbouwde bij o.a. Degial en In Aternum, bassist Gefandi Ör Andlät (o.a. ex-Mephorash) en drummer Daemonum Subeunt die ondermeer bij Sterbhaus voor de percussionele hartslag zorgt. Nu, het lange wachten wordt wel beloond met een plaat die op een klein uur aftikt. Genereus nietwaar? De hamvraag is natuurlijk of het aantrekken van nieuwe snarenplukkers een grote invloed heeft gehad op de sound van Ondskapt anno 2020? De sinistere begrafenisatmosfeer die over de EP en drie volwaardige voorgangers gedrapeerd hing, is nog steeds aanwezig, zij het in mindere mate doordat het tempo bij momenten gevoelig hoger ligt. Er werd tevens ook een zekere complexiteit en techniciteit in het gitaarwerk geïnjecteerd. “Semita sinistram“, de échte opener van deze plaat, laat eigenlijk al meteen een samenvatting horen van al waar Ondskapt voor staat, namelijk dynamisch gearrangeerd orthodox zwartmetaal waarbij met het grootste gemak tussen verschillende tempo’s geswitched wordt, voor de gelegenheid voorzien van een snuifje bombast. In “Ascension” horen we een adembenemende solo terwijl we in het meer dan acht minuten durende “Animam malum daemonium” dan weer Satyricon “Rebel extravaganza“-era dis-harmonieën waarnemen. “Paragon Belial” wordt middels sfeervol akoestisch gitaarwerk op gang getrapt om daarna een pandoering rond de oren te geven. Ook in het afsluitende “Excision” is naast beklijvend tremolo gitaarwerk een grote rol voor akoestische klanken weggelegd. In een song als “Devotum in legione” zorgen abrupte overgangen tussen meer slepende en venijnig snelle tremoloriffs, die bovendien vakkundig en gezwind aan mekaar getimmerd worden, voor een spannende dynamiek. Ook Acerbus laat een uur lang horen het kunstje van gevarieerd te screamen nog niet verleerd te zijn. Op de juiste momenten gooit de Zweed ook heldere, theatrale zang in de strijd wat het orthodoxe karakter nog extra in de zwarte verf zet, maar het “DMDSworship niveau van debuut “Draco sit mihi dux” wordt niet meer herhaald. Parallellen met landgenoten Valkyrja of Watain zullen niet verbazen en in het melodische gitaarwerk van “Opposites” waart de geest van Jon Nödtveidt ontegensprekelijk rond. Het Zweedse plaatje zou in dit geval natuurlijk niet compleet zijn zonder enkele Dissection invloeden. Nog even meegeven dat we in de intro en het enorm pakkende met akoestische gitaren doorspekte “Possession” een sample horen van de film “The witch” uit 2015. Liefhebbers van de grafstemming die het oude werk typeerde zullen misschien een tikkeltje teleurgesteld zijn in “Grimoire ordo devus“. Ook voor mij lijkt deze vierde full-length niet te kunnen tippen aan de eerste twee langspelers maar desondanks de meer technische aanpak, is dit nog steeds een bovengemiddeld sterke release die bovendien een uur lang de aandacht weet vast te houden.

JOKKE: 85/100

Ondskapt – Grimoire ordo devus (Osmose Productions 2020)
1. Prelude
2. Semita sinistram
3. Ascension
4. Devotum in legione
5. Animam malum daemonium
6. Opposites
7. Paragon Belial
8. Possession
9. Old and hideous
10. Excision

Nadsvest – Kolo ognja i železa

We trishen even want Nadsvest’s debuut EP “Kolo ognja i železa” verscheen eigenlijk reeds vorig jaar, maar omdat ie nu pas dankzij New Era Productions een tweede, fysiek leven (zowel op CD als vinyl) ingeblazen krijgt, brengen we hem toch nog even onder de aandacht want, mijn God, beleven we hier 26 minuten lang plezier aan! Nadsvest is een samenwerking tussen de Servische Atterigner (ex-Triumfall) die sommigen misschien wel kennen vanwege het feit dat hij Gorgoroth’s “Instinctus bestialis” inkrijste en de Nieuw-Zeelander Krigeist die verder ook actief is in tal van bands waarvan Barshasketh ongetwijfeld de bekendste is. Nadsvest’s doel is de black metal van weleer te eren mits toevoeging van een fikse scheut donkere Servische folklore. Het levert alvast een intrigerende atypische bandfoto op. De jaren negentig herleven inderdaad en laten een mengelmoes aan Scandinavische (overwegend Noorse zoals Kampfar, oue-Satyricon, mid-era Darkthrone en Gorgoroth) en Oostblok-invloeden horen. Opzwepende zwartgeblakerde tremoloriffs (de openingsriff van “Otvori dveri” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van deze EP) gaan hand in hand met onheilspellende keyboards die in “Pesma prokletih” welig tieren en een heerlijk oubollige toets toevoegen. Het zijn deze toetsen en het leadgitaarwerk waarin de invloeden vanachter het IJzeren Gordijn héél sterk naar voor komen. Het acht minuten durende titelnummer hakt er met zijn blackthrash en stampende ritmes genadeloos op in, heeft verderop nog een schedelsplijtende solo in petto en klinkt in de finale haast als “Hammerheart“-era Bathory. Het vocale departement mag trouwens zeker niet onvermeld blijven want hier valt heel wat te beleven: ijselijke screams, heldere koorzang, folkloristische gezangen en dramatische verhalende liturgieën voegen heel wat variatie toe. “Snovidjenje” klinkt haast als een orthodoxe opera. Je verwacht misschien een tweedehandsproductie maar “Kolo ogna i železa” heeft een krachtige, moderne, maar niet te afgelikte sound meegekregen (Krigeist verzorgde zelf de opnames en de mastering was in handen van Javier Félez van de Spaanse Moontower Studios). Ongebreidelde agressie en een duistere Slavische folkloristische atmosfeer gaan hier hand in hand. All hail Nadsvest!

JOKKE: 88/100

Nadsvest – Kolo ognja i železa (New Era Productions 2020)
1. Otvori dveri
2. Pesma prokletih
3. Kolo ognja i železa
4. Snovidjenje

Kult Ofenzivy – Tak jsem Ji přizval k sobě

Na een relatief lange afwezigheid van zes jaar slaat de Tsjechische Offensieve Cult terug toe met een vierde langspeler en naar aloude tradities wordt een totaalduur van een half uur net niet gehaald. Het met Nietzsche dwepende mysterieuze duo heeft een grote voorliefde voor vroege jaren ’90 black, plain and simple, zonder confetti, slingers, toeters en bellen. Vooral Darkthrone anno “Transilvanian hunger” en in mindere mate oude Satyricon (“The shadowthrone” en “Nemesis divina“) waren voortdurend door de vijf songs; referenties die ook gelden voor Triumph, Genus, een band waar ook één of meerdere leden van Kult Ofenzivy in actief zijn. Het No(o)rs aanvoelende gitaarwerk klinkt in mineur, is grimmig en ijskoud, cyclisch en repetitief met kleine verschuivingen op de frets. De drums staan in dienst van het geheel en proberen nergens de aandacht te trekken, maar vervullen wel een solide basis. De ééndimensionale hypnotiserende snijdende snareaanslagen die we op voorganger “Nauky různic” hoorden, zijn nu meer naar de achtergrond gedrongen en Svar raast ook niet meer ononderbroken door, maar laat al eens wat ruimte voor tragere stukken. De eerder gesproken dan gekrijste in het Tsjechisch vertolkende vocalen van Jaroslav geven een ietwat exotische, maar sinistere flair aan het geheel. De productie neigt veel meer naar het vorig jaar verschenen “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” album van het reeds vermelde Triumph, Genus, maar dan nog net wat donkerder. Google Translate geeft mij “Dus ik nodigde haar bij mij uit” als vertaling van de albumtitel “Tak jsem Ji přizval k sobě” aan. Ondanks de iets te evident Darkthrone worship, raad ik alle liefhebbers van gestripte ijskoude black metal met nostalgische jaren ’90 feel aan deze plaat bij hem of haar uit te nodigen.

JOKKE: 81/100

Kult Ofenzivy – Tak jsem Ji přizval k sobě (Hexencave Productions 2020)
1. Procházím okolo vašich obydlí a sídel
2. Vstupuji do ovčích ohrad
3. Nehovořím, když mi na mysl…
4. Tak jsem Ji přizval k sobě
5. Neúrodná je v této chvíli řeč

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd

Het heengaan van Wederganger vonden we in 2018 best sneu, maar gelukkig herrees een deel van de line-up al snel in de vorm van Bezwering als een feniks uit diens smeulende assen. Hun vuurdoop vond in november vorig jaar plaats tijdens Unholy Congregation fest en naar aanleiding van deze seance werden reeds twee veelbelovende voortekenen gelost. Nu verschijnt via het toonaangevende Ván Records het volwaardige, smakelijk getitelde en door Karmazid van fantastisch artwork voorziene debuut “Aan de wormen overgeleverd” waarop – naast de twee eerder geloste omens – nog zeven nieuwe decomposities prijken. “Vredeloos” trapt het zaakje op gang en handelt over het schrijnende vooruitzicht van de outlaw op een rusteloos hiernamaals. De mid-tempo undeath metal van de Gelderse ondoden schurkt in deze opener best tegen het moderner werk van een Satyricon aan, alleen veel overtuigender gebracht. “Nagezeten” vertelt over een verdwaalde zwerver die in het bos opgejaagd wordt wat zich vertaalt in meer rusteloze en uptempo passages. Het navolgende “Rouwstoet” volgt het lome tempo van de heerlijk bedwelmende gitaarmelodie en plechtstatige rouwende heldere zang van Alfschijn die de stoet traag door de ijskoude regen voorstuwt totdat de serene atmosfeer plotseling in duivelse toestanden omslaat en er voortaan getreurd kan worden om de rouwenden. Sowieso het hoogtepunt van de plaat! De helse finale van dit beklijvende nummer wordt verder doorgetrokken in het felle “Uitgeteerd” dat toepasselijk handelt over de eersten die stierven aan een epidemie en de anderen met zich meesleurden in het graf. Ik werkte aan deze review tijdens het hoogtepunt van de Corona-crisis en hoopte stiekem dat de horroreske taferelen van dit nummer geen werkelijkheid zouden worden. In “Aan gene zijde” wordt zowel middels de typerende heldere zang als sappige screams een dialoog met de doden aangegaan. Het resulteert in een catchy song met rockende ritmes. Het dynamische “Terror terroris” kent een meer historische aanpak en roept de geest van de wrede Gelderse veldmaarschalk Maarten van Rossum aan wat resulteert in een blitzkrieg einde alvorens met “Geen bloemen op mijn graf” opnieuw terug te keren naar de tragedie van de vergeten doden. Een gevoel dat uitgedragen wordt door de vele doomy treurige gitaarleads, hoewel het spelen met verschillende ritmes ook nu weer voor de nodige variatie en dynamiek zorgt waardoor dit allesbehalve een zielepotige bedoening is. Het over de vloek van helderziendheid handelende meer atmosferische “Het tweede gezicht” komt traag en instrumentaal op gang maar weet zich uiteindelijk toch een feller gezicht aan te meten waarbij heldere vocalen de ziedende black metal vergezellen. “Waanzinskolk” heeft zijn naam niet gestolen en gedijt langzaamaan verder om uiteindelijk in een krankzinnige finale uit te monden. Het nummer vormt een treffend sluitstuk voor deze negen-nagels-tellende doodskist waarin het stoffelijk overschot van Bezwering aan de wormen overgeleverd ligt weg te rotten maar regelmatig halfvergaan ontwaakt om ons de stuipen op het lijf te jagen.

JOKKE: 85/100

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd (Ván Records 2020)
1. Vredeloos
2. Nagezeten
3. Rouwstoet
4. Uitgeteerd
5. Aan gene zijde
6. Terror terroris
7. Geen bloemen op mijn graf
8. Het tweede gezicht
9. Waanzinskolk

Whoredom Rife/Taake

In de vorm van “Pakt” schotelt Terratur Possessions ons een te gekke split voor waarbij twee Noorse black metal-grootheden de handen in mekaar slaan. Het betreft hier oudgediende Taake en het relatief nieuwe Whoredom Rife die geen onbekenden voor mekaar zijn aangezien zowel Taake frontan Hoest als V. Einride, de man achter Whoredom Rife, mekaar regelmatig zagen in de tour line-up van Gorgoroth wanneer die naar Latijns-Amerika trok en Infernus externe hulp moest zoeken. Beide Noorse bands leveren twee exclusieve tracks aan waarvan ééntje een cover is van Sisters of Mercy. Maar daarover later meer want het is Whoredom Rife dat de spits afbijt. Na de akoestische “Vinternatt” EP uitstap, horen we het duo nu opnieuw in al haar black metal-glorie aan het werk. Kippenvel opwekkende tremolo-riffs, stuwende blastbeats/dynamisch drumwerk en de raspende scream van Kjell Rambeck zijn de drie hoofdingrediënten waarmee Whoredom Rife er keer op keer in slaagt om kwalitatieve en pakkende nummers af te leveren. De dronende floor tom-aanslagen in “From nameless pagan graves” voegen nog een tikkeltje extra onheil aan. In het Noors getitelde “En lenke smidd i blod” ligt het tempo een pak lager dan in de opener. Het is een slepende song met subtiele melancholische melodieën die uitmonden in heerlijke tremolo riff-werk en een ingetogen akoestische finale. Wie geen hol meer vindt aan huidige Satyricon en Keep Of Kalessin, kan zijn of haar hart ophalen aan Whoredom Rife die het verleden van deze bands doet herleven. “Ubeseiret” laat aanvankelijk de rockende kant van de omstreden Hoest en zijn band Taake horen en hoewel het misschien niet het beste Taake -nummer is, bevat het wel weer die typische kenmerkende hooks, breaks (dat basgitaarloopje!) en folky melodieën waarbij ook hier een akoestische gitaar niet mag ontbreken. Tevens is er de nodige spielerei aanwezig zoals iets wat lijkt op ver in de achtergrond gemixte huilende babygeluiden (zet die koptelefoon maar eens op) en een koebel. Het is een dynamische compositie met vele zwart/witte gezichten. Deze ten inch split sluit af met “Heartland” van de Sisters of Mercy-plaat “Some girls wander by mistake“, één van de meest populaire non-metalbands bij metal-liefhebbers. Het warme en hypnotiserende karakter van het origineel is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Daar is de raspende strot van Hoest natuurlijk debet aan want die ligt mijlenver verwijderd van de innemende typerende goth-zang van Andrew Eldritch. Op zich leuk dat de Taake-frontman voor een a-typisch nummer heeft gekozen, maar het origineel blijft toch een pak beter. Oordeel zelf en schaf deze split aan!

JOKKE: 84/100 (Whoredom Rife: 88/100; Taake: 80/100)

Whoredom Rife/Taake – Pakt (Terratur Possessions 2020)
1. Whoredom Rife – From nameless pagan graves
2. Whoredom Rife – En lenke smidd i blod
3. Taake – Ubeseiret
4. Taake – Heartland (Sisters of Mercy cover)

Muvitium – Evighetens cirkel…

Eens het kind een naam gekregen heeft verander ik die niet graag – dat kost verdomme €600. Daarom is Swartadauþuz voor mij dus nog steeds Svartedöden. De alombekende Zweed (en nee, ik ga niet opnieuw al zijn projecten opnoemen, als je ze nu nog niet vanbuiten kent moet je heel dringend richting de metalen archieven surfen) heeft er een bijzonder levendig begin van de decembermaand op zitten middels meerdere releases op één weekend tijd: de in 2015 aangekondigde triple LP van Beketh Nexëhmü wordt eindelijk uitgegeven, Tyranni ontketende een full length en ook Muvitium komt ten tonele. “Evighetens cirkel…” is het eerste van de drie uitgegeven langspelers onder deze naam, en naar eigen zeggen ook het meest duister. Die beschrijving klopt als een bus: Svartedöden gaat hier na uitstapjes naar de occulte death metal (Musmahhu) en meer door keyboard gestuwde black metal (Gardsghastr) terug naar de rauwe 90’s roots, waarbij een knipoog naar Satyricons debuut “Dark medieval times” niet wordt geschuwd. Middels een rauwe productie en pakkende, slepende riffs doorspekt met een subtiele laag aan keyboards – niet constant, maar daar waar nodig – toont het heerschap dat zijn meest vooraanstaande invloeden, hoe kan het ook anders, nog steeds bij de second wave black metal liggen. In plaats van de melodieuze Zweedse toer op te gaan ligt hier de nadruk op de Noorse op riffs zonder zever gebaseerde variant, waarbij de productie Ancient Records-gewijs ruw, rauw en ronkend gehouden wordt. Origineel? Zoals Svartedöden betaamt niet, maar wel, opnieuw, verdomd strak. Weinig black metalmuzikanten slagen er heden ten dage in de sfeer van weleer terug op te roepen, maar voor deze mysterieuze Zweed blijkt het een koud kunstje te zijn. Spek voor de bek van ieder die nood heeft aan een portie oldschool svart metal waarvan de kantjes niet worden afgevijld, de hoekjes niet worden gepolijst en waar de koude wind van mijn geboortedecennium door raast.

CAS: 83/100

Muvitium – Evighetens cirkel… (Mysticism Productions/Purity Through Fire 2019)
1. Evig vangdring till gamla riken
2. De viskande vindarna
3. Vid mörkrets fäste
4. Under en iskall natt
5. I nattsvart dunkel
6. Nordisk frostnatt

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek

Begin 1996 kampeerden er drie legendarische black metal-muzikanten in de Noorse Waterfall Studios. De nummers die de heren Satyr, Frost en Kveldulv hadden ingeblikt, resulteerde in het machtige “Nemesis divina“. Nadat de dagelijkse shift van de Noren erop zat, sloop een Tsjechisch duo stiekem de studio in om met dezelfde settings van amps en drumstel ook een plaat op te nemen. Het duurde echter nog een luttele 23 jaar alvorens “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” van Triumph, Genus – het levenslicht zou zien. U had natuurlijk al door dat dit een fabeltje is, maar mijn punt is hopelijk wel duidelijk. Satyricon’s laatste pure black metal-plaat heeft blijkbaar een onuitwisbare indruk nagelaten op de Tsjechen want alles aan dit halfuur durend schijfje ademt “Nemesis divina” uit, nog véél meer dan voorganger “Všehorovnost je porážkou převyšujících” uit 2013. De nieuwe langspeler heeft een schizofreen effect op mijn geest want die wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen pure Noorse bitter- en grimmigheid hoewel de Tsjechische taal dan toch weer dat op en top nors aanvoelende Oost-Europese gevoel voedt, hoewel het timbre van Jarsolav’s vocalen als twee druppels water op dat van Satyr gelijkt. De melodieën dragen een elitaire triomfantelijke drang uit en worden soms subtiel ondersteund door keys. De riffs in “Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl” druipen dan weer van het salpeterzuur. De uitvoering is top notch. Zo zit “Po vrhu vždy je prázdno kolébeken” qua compositie doordacht en technisch in mekaar en ook het instrumentale “Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším” kent een vernuftige opbouw en flow. Hoewel niet alleen de algemene feel en sound, maar ook bijvoorbeeld veel overgangen en drum fills de invloed van het reeds menigmaal geciteerde Noorse black metal meesterwerk uitademen, twijfel ik geen seconde aan de integriteit van de band. Gelukkig weten de zeven nummers ook te beklijven zodat “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” allerminst als een goedkoop Oost-Europees namaakproduct de analen ingaat.

JOKKE: 85/100

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek (New Era Productions 2019)
1. Nahlížím přes okraj hrobových jam
2. Byli jsme rozděleni, nese se celým řádem
3. Snad jste do země zaseti
4. Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl
5. Po vrhu vždy je prázdno kolébek
6. Sledovat skladbu, polohu i tvar dříve, než přijdou k sobě
7. Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším