serpentcult

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged

Bathsheba – Servus

Doom is een genre dat de laatste tijd slechts héél sporadische zijn weg vindt naar onze kritische pen. Er zijn niet veel bands die met kop en schouders boven de grijze massa uitsteken en na enkele nummers belanden we steevast in slaapmodus; weinig platen kunnen ons immers een hele rit lang boeien. Onze landgenoten van Bathsheba weten duidelijk waar de valkuilen uit het genre liggen en vermijden deze op hun eerste langspeler “Servus” vakkundig. Daar waar menig doom band een broertje dood heeft aan afwisseling en het principe “traag – trager – traagst” hanteert, laat Bathsheba verscheidene facetten van haar demonengezicht zien. Daar waar “Conjuration of fire” een mokerslag uitdeelt waarbij alle gekende ingrediënten van het genre (laag toerental, dreunende bas en gitaarrifs, donderdrums en pakkend refrein) ingezet worden, krijgen we de grootste verrassing te horen op “Ain soph” waarin de heren en dame op haast black metal en sludge-achtige wijze van jetje geven en waarbij het gebruik van sinistere saxofoonklanken (die Peter Verdonck van Wound Collector uit zijn toeter tevoorschijn tovert) een heel apart duister en intrigerend sfeertje weet neer te zetten. Wat een song! In “Manifest” wordt – na een intieme aftrap – dan weer de kaart van traditionele melodieuze doom getrokken en ontpopt een knappe gitaarsolo zich minutenlang tot een ontroerend hoorspel. Op vocaal gebied overtuigt frontvrouw Michelle  (ex-Serpentcult, Leviathan Speaks, Death Penalty) over de gehele lijn en laat ze menig andere zangeres een poepje ruiken. Ze wisselt met het grootste gemak af tussen bezwerende sirenelokroepen en kermende en screamende uithalen zoals in “Demon 13” waarbij haar keelklanken uit de diepste krochten van de Limburgse steenkoolmijnen lijken op te stijgen (ik moet regelmatig denken aan de Italiaanse Raffaella Rivarolo, gekend van Opera IX en Cadaveria). Natuurlijk zou deze she-devil niet zo kunnen schitteren, als haar bandmakkers Jelle (ex-Sardonis), Raf (ex-Gorath, Torturerama en Death Penalty) en Dwight (ex-Disinterred) niet de perfecte loodzware muzikale basis zouden neerleggen, die dankzij de Brusselse Blackout Studio (o.a. Emptiness en Enthroned) bijzonder vet uit de speakers knalt. “The sleepless gods” kennen we reeds van de in 2015 verschenen EP en ik blijf erbij dat Windhand een moord zou begaan om zulke song te kunnen schrijven. “I, at the end of everything” somt tenslotte nog eens alle kwaliteiten van de band op. De plaat klinkt de hele rit lang verleidelijk, spannend en gevaarlijk…een beetje zoals “seks met je ex”. “Servus” is dan ook zonder twijfel de beste doom-plaat die ik in lange tijd gehoord heb en Bathsheba staat hiermee tot dienst van alle liefhebbers van (occulte) doom. Het is nog tot 24 februari wachten alvorens ie fysiek uitkomt, maar het eerste hoogtepunt van 2017 is reeds een feit!

JOKKE: 91/100

Bathsheba – Servus (Svart Records 2017)
1. Conjuration of fire
2. Ain soph
3. Manifest
4. Demon 13
5. The sleepless gods
6. I, at the end of everything

Bathsheba – The sleepless gods

Als u denkt dat Bathsheba een nieuw merk kattenvoer is, moet ik u teleurstellen. In plaats van brokjes voor uw favoriete huisdier, is het voer voor de “riff aanbiddende zware muziek” liefhebber. We hebben hier immers te maken met een stoner/doom band die uit de Limburgse moerassen naar boven komt pruttelen. De bandnaam werd ontleend aan een vissersdorpje aan de oostkust van Barbados waar de band jaarlijks enkele uren al zonnebadend in fluorescerende zwemshorts en foute hawaïhemdjes haar vakantie doorbrengt. Of toch net niet…Wikipedia leert ons ook dat Bathsheba de Bijbelse vrouw van koning David was, waarmee ze overspel pleegde. De betekenis van haar naam betekent “dochter van de eed” (weten we meteen waar de songtitel van de tweede track op deze 10” vandaan komt). We zijn enkele seconden ver in de openingsriff van “The sleepless gods” en ik weet meteen dat het goed zit. Laat daarna de donderende drums van Jelle Stevens (die we ook kennen van Sardonis) invallen, begeleid door een slepende solo en het wordt nog beter. Dit zou zo op de laatste plaat van Windhand kunnen staan. De bezwerende zang van frontvrouw (of –heks) Michelle Nocon (ex-Serpentcult, Death Penalty) vormt de kers op de taart. Waar ze in andere bands meer de hoge epische tour opgaat, past haar lage en ceremoniële zang hier beter op de muziek. Ik moet regelmatig aan Jex Thoth haar stemtimbre denken, wat absoluut als compliment geldt. Ook de andere leden Dwight Goossens en Raf Meukens hebben hun strepen reeds verdiend in Belgische acts als Gorath, Disinterred en Torturerama. Op kant B klinkt “Daughter of the oath” zelfs nog zwaarder, duisterder en slepender dan de titeltrack. Dit kan zonder blozen de internationale competitie aangaan en Roadburn lonkt dan ook! Mooi trouwens dat onze landgenoten een deal bij het interessante Svart Records in de wacht hebben kunnen slepen. Om in ’t oog te houden dus.

JOKKE: 85/100

Bathsheba – The sleepless gods (Svart Records 2015)
1. The sleepless gods
2. Daughter of the oath