terratur possessions

Misotheist – For the glory of your redeemer

Wie het Terratur Possessions-kamp af en toe in het oog houdt, weet dat het op SoundCloud te doen is om Ole Aune’s eerste rough cuts en previews te vinden – of zo ging het toch, althans. Daar priemde twee jaar geleden een in mysterie gehulde track bovenaan de pagina, zonder titel of bandnaam, voorzien van een esoterisch getinte hoes, waar onderstaande maar opnieuw en opnieuw terug naar op zoek ging. De agressieve maar tegelijkertijd melodieuze compositie bleek achteraf “Beast and soil” te zijn, tweede nummer op de debuutplaat van Misotheist, uit Trondheim. De band wist met drie uitgesponnen saga’s een heel duidelijk statement te maken en quasi meteen een plek tussen de groten van dat label te veroveren. Drie jaar later staat “For the glory Of your redeemer” daar, en de verwachtingen zijn hooggespannen. De riffs op deze plaat, als auditieve stroboscopen die je gehoorveld op een ijltempo afwisselend overbelasten en abandonneren, versterkt door drumsalvo’s die eindeloos blijven beuken en rollen en galmen, nemen met hun groots en drukkend karakter meteen de leidende hand in dit verhaal. Binnenkomer “Rope and hammer” zet na een niet onvergetelijke intro van op de kop veertig seconden aan met een muur van geluid waarbij weinigen onberoerd blijven, met opzwepende tremolo en desolate intermezzo’s. Hoewel zowel de opener als “Benefactor of wounds” erg geslaagd zijn, ligt alle kracht van dit album sluiks verscholen in de imposante afsluiter, “Acts of flesh”. Op een dikke zestien minuten raast dit meesterwerk doorheen alle sterke kanten van de band: de zenuwslopende ambient, de dissonantie die wedijvert met harmonie, de onvervalste muzikale ritualiteit. Of Kråbøl zich nog steeds verdienstelijk maakt voor de van corrosiviteit doordrongen, galspuwende vocalen op “For The Glory Of Your Redeemer” is voorlopig niet geweten, maar ook hier maken ze wederom het verschil. De verscheurende herhalingen en melancholie naar het einde toe, de op funeral doom scholende en met haat doordrongen roet, bonjourt de staart van de slang zonder mededogen in diens bek en breidt zonder enige sierlijkheid een einde aan het verhaal. Op net iets langer dan een half uur weten de Noren achter Misotheist een manifest voor de Nidrosian Black Mass zaliger op te tekenen, een krachtdadige slag in het met ongeloof doordrongen gezicht van onze Heer en redder. 

JULES: 87/100

Misotheist – For the glory of your redeemer (Terratur Possessions 2021)
1. Rope and hammer
2. Benefactor of wounds
3. Acts of flesh

Deus Mortem – The fiery blood

Mijn favoriete Polen (op Mgła na) keren terug aan het front met “The fiery blood” onder hun kogelriem. Geen nieuwe langspeler echter, want dat zou wel heel snel na “Kosmocide” uit 2019 zijn, maar een vier tracks tellende EP die ons eindejaarslijstje qua korte releases nog even door mekaar komt klutsen. We hadden natuurlijk niet anders verwacht van bandleider Necrosodom en zijn kompanen. De eerste twee songs die we te horen krijgen, laten meteen een grand décart qua tempo horen, want daar waar Deus Mortem op “Down the scorched paradise” zelden zo agressief, venijnig en haatvol uit de hoek kwam (met de sacrale toetsen en akoestische openingsklanken proberen ze ons nog even op het verkeerde been te zetten), moet het fantastische “Lord of all graves” het eerder hebben van zijn slepende mid-tempo aanpak, melodieus kwaliteitsvol gitaarwerk (zowel de riffs als de solo) en scanderende samenzang. Met de koptelefoon op menen we zelfs psychedelisch toetsenwerk waar te nemen, ook al zit dat mijlenver weg in de mix verstopt. Wat een klassenummer met een oosters aanvoelende atmosfeer die keer op keer voor de nodige portie kippenvel zorgt! “Breaking the sceptres, crushing the wands” valt opnieuw in de categorie van de snelheidsduivels. Drummer Stormblast heeft zijn naam duidelijk niet gestolen en onderbouwt de vurige thrashy riffs als een klassebak met de nodige precisie en kracht. Hij duwt het gaspedaal echter ook erg diep in wanneer de snaarverstrengelingen eerder traag uitwaaierend zijn, en dat vormt een mooi contrast. Een dikke minuut voor het einde slaagt de sfeer middels een langgerekte break om van ziedende blasts naar stuwende uptempo zwartmetalen klanken maar de gitaristen verliezen nergens hun gevoel voor melodie uit het oor, en dat is één van de vele sterke punten van Deus Mortem. Het in het Pools ingezongen “Nod” (dat mogen ze van mijn part nog meer doen) start als een licht symfonische variant van Mgła (het is niet de eerste keer dat deze naam als referentie valt voor de mid-tempo nummers van Deus Mortem), maar eenmaal de triomfantelijke toon gezet is, verdwijnen de keyboards terug in de koelkast om pas in de finale opnieuw ingezet te worden en wordt er stevig van leer getrokken. Echter nooit voor erg lang, want “Nod” ontpopt zich tot een dynamische gearrangeerde kraker. Deus Mortem bestaat uit vier gepassioneerde en getalenteerde muzikanten, dat weten we al langer dan vandaag. De eerste tegenvaller moeten de heren nog schrijven, beetje zoals hun Noorse labelmaten Whoredom Rife. All killer, no filler dus, ook al is “The fiery blood” “slechts” een EP.

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – The fiery blood (Malignant Voices/Terratur Possessions 2020)
1. Down the scorched paradise
2. Lord of all graves
3. Breaking the sceptres, crushing the wands
4. Nod

Ominous Resurrection – Judgement

Bij de meest recente batch releases van Terratur Possessions zat deze “Judgement” van Ominous Resurrection, een band uit New York die niet meteen een belletje deed rinkelen. Blijkbaar is de plaat in kwestie de tweede langspeler voor het trio, maar “Omniscient” dateert alweer uit 2016. Wat me aantrok tot Ominous Resurrection is het feit dat gitarist/componist Diabolic Gulgalta ook deel uitmaakt van het lichtjes geniale Negative Plane. Het zal u dus niet verbazen dat je invloeden van deze laatste terughoort in de sound van Ominous Resurrection, hoewel het er niet zo vingerdik opligt als bij een Funereal Presence, de andere band van Negative Plane drummer Bestial Devotion. Naast deze referentie herbergt het gitaarwerk ook heel wat oud-mediterrane invloeden, denk aan de begindagen van het Italiaanse Mortuary Drape of het Griekse Rotting Christ, maar ook de Brazilianen van Mystifier. Ook orgelklanken zijn alom aanwezig, niet enkel in de onheilspellende intro, maar ook later vervullen ze de rol van eigenzinnige sfeermaker. Ongetemde riffs en chaotische drums vormen een rusteloze en beestachtige stroom van macabere oude energie die doorheen het album vloeit, waarbij bezwerende vocalen door de zinderende, meedogenloze instrumentale basis gieren. De songwriting is gericht op herhaling om de luisteraar alzo in een hypnotiserende toestand te brengen, hoewel er naast de tranceachtige melodieën haast evenveel meedogenloze explosies waar te nemen vallen. Opener “Heir to the throne” geeft je een redelijk goed idee van wat je kunt verwachten, aangezien bijna de helft van diens zeven minuten wordt besteed aan knallende drums en wervelende gitaarleads die over de opname lijken te dansen, waarbij hetzelfde idee behoorlijk lang wordt herhaald alvorens zich in een langzamere cadans te nestelen. Maar ook het eindthema van mijn persoonlijke favoriet, het meer slepende “Sons of Pleiades” beukt je repetitief, vol glorie en op een heroïsche wijze in trance. Wat menigeen tegen de borst lijkt te stoten, is dat de productie rauwer en minder vol is vergeleken met het debuut, het ware alsof “Judgement” in een ondergrondse crypte werd vastgelegd, maar dat mag wat mij betreft de pret niet drukken. Het komt de sinistere atmosfeer zelfs nog ten goede. Hoe meer je die volumeknop opendraait, hoe beter dat “Judgement” tot zijn recht komt. Er gebeurt best veel dat geabsorbeerd dient te worden, maar voor wie doorzet, biedt Ominous Resurrection een gevoel van rauwe mystiek dat je steeds opnieuw naar “Judgement” doet grijpen en je van begin tot eind in zijn greep houdt.

JOKKE: 85/100

Ominous Resurrection – Judgement (Terratur Possessions 2020)
1. Judgement
2. Heir to the throne
3. Ashes of holocaust
4. Sons of Pleiades
5. Decalogue
6. Three holy coffins
7. Genetic providence

Whoredom Rife – Ride the final tide

Ongelofelijk hoeveel monsterriffs er jaren hebben liggen sluimeren in de hersenpan van V. Einride, het muzikale mastermind achter Whoredom Rife. Sinds de band in 2016 uit het niets met diens gelijknamige EP toesloeg en een krater in het ietwat vastgeroeste Noorse black metal landschap sloeg, is Whoredom Rife op kruissnelheid. In een tijdspanne van ruim vier jaar volgden immers nog twee langspelers, een akoestische EP en recent ook nog een split met Taake. Een nieuwe full-length zou weeral in de maak zijn en weldra op ons losgelaten worden, maar voor het zo ver is, lost het duo nu middels “Ride the final tide” nog een extra EP, daar dit titelnummer nog net een tikkeltje aggressiever is dan het nieuwe materiaal dat op de langspeler zal prijken. Dit resulteert ook in een ietwat atypische videoclip vol oorlogstaferelen, wat ik nu niet meteen van deze Noren verwacht had. Soit, de venijnige, heerlijk opzwepende tremeloriffs en blastbeats vliegen je om de oren en ook Kjell Rambeck’s vocalen klinken nog net wat dieper en woester dan gewoonlijk. Er valt deze keer haast eerder een Zweedse zweem à la Setherial of Dark Funeral te bespeuren, vooral ook in de afsluitende leadpartij. Om al deze razernij te counteren en omdat de band een belangrijke speler was in de ontwikkeling van de black metal scene rond Trondheim waaruit ook Whoredom Rife afkomstig is, kozen de heren middels een cover van “Maane(n)s natt” voor een ode aan Manes. Wie oude Manes kent – heden ten dage klinkt die band veel experimenteler en hebben ze haast niets meer met metal te maken, hoewel ze middels de reïncarnatie Manii ook terug black metal spelen – weet dat dit nummer heel slepend en atmosferisch is. Whoredom Rife blijft vrij dicht tegen de versie die op debuut “Under ein blodraud maane” uit 1999 prijkt (je hebt ook nog de demoversies), maar dan in een betere en wat zwaardere productie gestoken. De sinistere orgelklanken, penetrante slome riffs, traag rollende dubbele basdrums, echoënde vocalen en percussie zijn nog aanwezig, maar enkele pianoriedeltjes werden wel achterwege gelaten. Ook in deze andere setting weet Whoredom Rife te beklijven (ook akoestisch heeft de band al bewezen overeind te blijven). “Ride the final tide” is de aankoop zeer zeker waard, zelfs als je niet zo’n fan bent van het 7 inch formaat. Laat die nieuwe langspeler maar komen en hopelijk tot op Unholy Congregation in november!

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – Ride the final tide (Terratur Possessions 2020)
1. Ride the final tide
2. Maanens nat (Manes cover)

Enevelde – Enevelde

Trondheim is het nieuwe Bergen, zo lijkt het de laatste jaren in elk geval te zijn in het Noorse black metal landschap. Ook nu weer steekt een veelbelovende nieuwe band de kop boven water. Enevelde is de bandnaam, wat Noors is voor ‘alleenheerschappij’ en Terratur Possessions is het label van dienst – hoe kan het ook anders? De bandnaam is niet slecht gekozen daar Enevelde het soloproject is van Misotheist frontman B. Kråbøl, die in afwachting van diens nieuwe album zelf een plaat schreef, opnam en inspeelde. Het gelijknamige album bevat vier nummers die gezamenlijk op een veertigtal minuten afklokken. Dit impliceert een min of meer epische en grootse aanpak wat zeker bevestigd wordt. De vier composities zitten goed doordacht in mekaar en zijn veelal slepend van aard hoewel er in opener “Kroppens mani” ook ruimte is voor uptempo agressie. Het melodieuze gitaarwerk is in staat om panoramische landschappen te schetsen waarboven massieve donderwolken – net zoals op het onheilspellende cover artwork -samenpakken die vervolgens niet veel goeds inluiden. De strot van B. Kråbøl klinkt lekker diep en verhalend. Op het repetitieve meer dan tien minuten durende “Forringelse” horen we Whoredom Rife zanger K.R. de vocalen voor zijn rekening nemen. De neerslachtige sfeer die heer neergezet wordt, heeft soms ook wel wat weg van labelgenoten Knokkelklang. “Irrgangen” wordt middels pakkende riffs ingezet en drijft het tempo opnieuw op, hoewel dit naar het einde toe wordt afgezwakt en we haast in doomregionen belanden. Vellenmepper van dienst in dit nummer is trouwens Katechon drummer (en familielid?) T. Kråbøl. Middels “Daukjøttet” zijn we al gauw bij het laatste nummer aanbeland waarin opnieuw ruimte is voor een gastbijdrage. De gitaarsolo is immers van de hand van Mare’s Nosophoros. Deze hekkensluiter start aanvankelijk met mysterieuze natuurmystieke klanken om kort nadien in een heus blastfestijn los te barsten. Terwijl de drums repetitief blijven doordenderen weten de beklijvende tremeloriffs ons volledig in te pakken. Dit is een debuut om trots op te zijn. Ongelofelijk hoeveel talent er in Trondheim rondloopt.

JOKKE: 85/100

Enevelde – Enevelde (Terratur Possessions 2020)
1. Kroppens mani
2. Forringelse
3. Irrgangen
4. Daukjøttet

Bythos – The womb of zero

Perkele!” nog aan toe, wat een fijn orkestje krijgen we hier nu weeral voorgeschoteld door Terratur Possessions! De heren M.S. (zang), M.L. (gitaar en bas) en L.R. (drums) besloten de – voor deze gelegenheid onbekladde – koppen samen te steken en Bythos op te richten, waarvan de naam ontleend is aan de gnostiek waarin een pleroma de benaming voor de volheid, de structuur en verblijfplaats van de goddelijke wereld voorstelt. In het pleroma van gnosticus Ptolemaeus is er sprake van een volmaakte eon die het ‘Oerbegin’, de ‘Oervader’ of ‘Diepte’ (‘Bythos’) wordt genoemd. Deze Finse geweldenaars mikken op het resetten van de goddelijke plannen door vernietiging: schoonheid in vernietiging, vernietiging in schoonheid. Het trio houdt er nevenactiviteiten bij Behexen, Sargeist, Horna en Ajattara op na, maar heeft toch bestaansrecht naast deze gekende Finse blekkies. Bythos’ sound is immers niet zo Fins als verwacht werd, maar bevat veeleer elementen uit Noorse en vooral Zweedse black. Bovendien werd gekozen voor een krachtige en meer moderne productie wat de nummers meteen ook toegankelijker maakt. Nu niet om te zeggen dat de negen songs op debuutplaat “The womb of zero” mainstream klinken, maar ze happen toch gemakkelijker weg dan het materiaal van hun andere bands. Wat opvalt is dat de muziek van een nummer goed aansluit bij diens thematiek. Zo klinken de lofbetuigingen aan duistere figuren als Sorath en Lucifer dankzij de energieke meebrulrefreinen of sacraal aandoende gezangen heel krachtig en ecstatisch. Songs als de bezwerende opener “Black labyrinth” en het met subtiele keyboards en een melodieuze solo doorspekte “Call of the burning blood” slagen er dan weer in om een gevoel van beklemmende wanhoop te doen binnen komen. “When gold turns into lead” barst van het magnifiek melodieus gitaarwerk waarin de invloed van een band als Dissection hoorbaar is. De zanglijn volgt de melodie braafjes wat het een heel toegankelijk nummer maakt. “Omega dragon” kent een stuwende rock-beat en zet onherroepelijk aan tot meebrullen met het heldere zangkoor dat meermaals opduikt. “Legacy of Naahmah” wordt afgesloten met ingetogen akoestisch gitaargetokkel waarna het eerder berustende “Destroyer of illusions” je meevoert op diens meanderend melodieus gitaarspel. De vocalen die over de tremolo-riffs bulderen zijn licht vervormd en vormen een mooi contrast met de goed in het gehoor liggende gitaarharmonieën. De vernietigingsdrang van het goddelijke komt middels “Luciferian dawn” tot een einde. Met zes en een halve minuut speeltijd is het de langste compositie die “The womb of zero” telt waarbij akoestische gitaren er een sereen einde aan breien. Blastbeat fanatiekelingen zullen op hun honger blijven zitten, want ik heb er gedurende drie kwartier geen enkele geteld. “The womb of zero” is een uitermate geslaagd debuut dat het moet hebben van diens prachtig gitaarwerk en aanstekelijke, veelal meebrulrefreinen.

JOKKE: 85/100

Bythos – The womb of zero (Terratur Possessions 2020)
1. Black labyrinth
2. When gold turns into lead
3. Sorath the opposer
4. Omega dragon
5. Call of the burning blood
6. Hymn to Lucifer
7. Legacy of Naahmah
8. Destroyer of illusions
9. Luciferian dawn

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma

Bij IJsland en metal roepen we meteen allemaal black metal natuurlijk. De scene van het hermetisch afgelegen eiland explodeerde nadat Svartidauði in 2012 diens “Flesh cathedral” uitbracht en het thuisland en zowat de rest van onze aardkloot in lichterlaaie zette. Op gebied van death metal bleef het echter oorverdovend stil. Tot nu, want de heren Sturla Viðar (Svartidauði) en Dauðadagur (Misþyrming en Naðra) sloegen de handen in mekaar en presenteren ons in de vorm van Drottinn (afgeleid van het oud-Noorse woord voor “heer, leider”) een nieuw vehikel dat zich richt op het kanaliseren van ouderwetse metal of death. Het duo wordt op drums bijgestaan door Svartidauði vellenmepper Magnús Skúlason en live ook door tweede gitarist Gústaf Evensen (Misþyrming, Naðra); het blijft één grote incestueuze boel natuurlijk. Het eerste teken van leven is de “Í helgum dýrðar ljoma” demotape die in een paar verschillende kleurtjes uitgebracht werd via Terratur Possessions. Ik scoorde een bloedrode. “Af Blóðinu helgast blaðið” schiet furieus uit de startblokken met een heerlijke groove maar laat ook ruimte voor een melodieuze leadpartij. Dauðadagur gooit zelfs toetsen in de strijd, maar Magnús knuppelt er tussendoor ook als een bezetene op los. Het resulteert in een dynamische opener die onder de noemer atmosferische old school death metal gecatalogiseerd kan worden. “Fòrnin og lambið” start vrij chaotisch met een scheurende lead en slaat dan over naar opzwepende en groovende ritmes inclusief meebrulrefreinen, althans als je dat onuitspreekbare IJslandse taaltje onder de knie hebt. Ik moet regelmatig wat aan een Behemoth denken, maar dan zonder de gepolijste productie. “Mahurinnodýrið” lijkt het aanvankelijk wat rustiger te houden, maar dat is louter om ons op het verkeerde been te zetten want al snel beginnen de basdrums te ratelen en de riffs doorheen de lucht te klieven. Toch laten de heren daarna het tempo nog eens zakken waarbij toetsen de death/doom een verheven karakter geven. Onze IJslandse vrienden laten horen ook het spelen van een heerlijke pot death metal absoluut in de vingers te hebben. Benieuwd of Drottinn ook door andere bands navolging zal krijgen. Absolute knaller van een demo!

JOKKE: 86/100

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma (Terratur Possessions 2020)
1. Af Blóðinu helgast blaðið
2. Fòrnin og lambið
3. Mahurinnodýrið

Whoredom Rife/Taake

In de vorm van “Pakt” schotelt Terratur Possessions ons een te gekke split voor waarbij twee Noorse black metal-grootheden de handen in mekaar slaan. Het betreft hier oudgediende Taake en het relatief nieuwe Whoredom Rife die geen onbekenden voor mekaar zijn aangezien zowel Taake frontan Hoest als V. Einride, de man achter Whoredom Rife, mekaar regelmatig zagen in de tour line-up van Gorgoroth wanneer die naar Latijns-Amerika trok en Infernus externe hulp moest zoeken. Beide Noorse bands leveren twee exclusieve tracks aan waarvan ééntje een cover is van Sisters of Mercy. Maar daarover later meer want het is Whoredom Rife dat de spits afbijt. Na de akoestische “Vinternatt” EP uitstap, horen we het duo nu opnieuw in al haar black metal-glorie aan het werk. Kippenvel opwekkende tremolo-riffs, stuwende blastbeats/dynamisch drumwerk en de raspende scream van Kjell Rambeck zijn de drie hoofdingrediënten waarmee Whoredom Rife er keer op keer in slaagt om kwalitatieve en pakkende nummers af te leveren. De dronende floor tom-aanslagen in “From nameless pagan graves” voegen nog een tikkeltje extra onheil aan. In het Noors getitelde “En lenke smidd i blod” ligt het tempo een pak lager dan in de opener. Het is een slepende song met subtiele melancholische melodieën die uitmonden in heerlijke tremolo riff-werk en een ingetogen akoestische finale. Wie geen hol meer vindt aan huidige Satyricon en Keep Of Kalessin, kan zijn of haar hart ophalen aan Whoredom Rife die het verleden van deze bands doet herleven. “Ubeseiret” laat aanvankelijk de rockende kant van de omstreden Hoest en zijn band Taake horen en hoewel het misschien niet het beste Taake -nummer is, bevat het wel weer die typische kenmerkende hooks, breaks (dat basgitaarloopje!) en folky melodieën waarbij ook hier een akoestische gitaar niet mag ontbreken. Tevens is er de nodige spielerei aanwezig zoals iets wat lijkt op ver in de achtergrond gemixte huilende babygeluiden (zet die koptelefoon maar eens op) en een koebel. Het is een dynamische compositie met vele zwart/witte gezichten. Deze ten inch split sluit af met “Heartland” van de Sisters of Mercy-plaat “Some girls wander by mistake“, één van de meest populaire non-metalbands bij metal-liefhebbers. Het warme en hypnotiserende karakter van het origineel is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Daar is de raspende strot van Hoest natuurlijk debet aan want die ligt mijlenver verwijderd van de innemende typerende goth-zang van Andrew Eldritch. Op zich leuk dat de Taake-frontman voor een a-typisch nummer heeft gekozen, maar het origineel blijft toch een pak beter. Oordeel zelf en schaf deze split aan!

JOKKE: 84/100 (Whoredom Rife: 88/100; Taake: 80/100)

Whoredom Rife/Taake – Pakt (Terratur Possessions 2020)
1. Whoredom Rife – From nameless pagan graves
2. Whoredom Rife – En lenke smidd i blod
3. Taake – Ubeseiret
4. Taake – Heartland (Sisters of Mercy cover)

Whoredom Rife Emissary – Vinternatt

Terwijl we ons al zitten verkneukelen op de op til staande split met Taake, trakteerde Whoredom Rife – de rijzende ster aan het black metal-firmament – ons op winterzonnewende op een nieuwe EP die de titel “Vinternatt” (winternacht) meekreeg. De aandachtige lezer merkte misschien al op dat dit onder de noemer Whoredom Rife Emissary gebeurt, een sub-project met andere woorden waarmee muziekschrijver V. Einride een andere kant van de band – in dit geval als solo-project – wil laten zien. Voor de gelegenheid betekent dat akoestische muziek waarbij heldere gezangen de Scandinavische verhalen vertolken. Deze EP heeft een hoog kampvuurgehalte, maar laat u dat niet afschrikken. De natuurelementen die in het noorden in staat zijn om barkoude wintertaferelen te creëren horen we doorheen de intieme akoestische gitaarklanken echoën. In de vorm van “Beyond the skies of god” staat er ook een wondermooie kippenvelopwekkende versie van de opener van de eerste langspeler “Dommedagskvad” op deze EP. Prachtig om te horen dat dit klassenummer ook in gestripte versie zo statig als de Nidarom-domkerk overeind blijft. Ook ‘Spir“, van diezelfde plaat, is hier in een andere vorm te horen maar is minder snel herkenbaar doordat het niet zo’n catchy basisriff als die van “Beyond the skies of god” bevat. V. Einride speelde naar ’t schijnt alles in zijn eentje in, dus ik vermoed dat ook hij degene is die we horen zingen in plaats van partner in crime K.R. De man bewijst hier een muzikaal talent te zijn die van meerdere markten thuis is. Geslaagde EP die een beklijvende, meer intieme kant van Whoredom Rife laat horen.

JOKKE: 82/100

Whoredom Rife Emissary – Vinternatt (Terratur Possessions 2019)
1. Vinternatt
2. Spir (acoustic)
3. Beyond the skies of god (acoustic)
4. Solverv

Askeregn/Kêres – Split

Askeregn is een Noorse black metal-band die in 2011 voor het eerst van zich liet horen middels de uitstekende “Undergangsglimt” demo. Een jaar later volgde een split met het Finse Vordr en in 2015 verscheen uiteindelijk de eerste langspeler “Monumenter“. Het Noorse trio bestaande uit zanger, drummer en gitarist E. Rustad, gitarist F. Granum en bassist T. Torsetnes is niet van de meest productieve maar volgend jaar zou, als alles goed gaat, een tweede volwaardige plaat moeten verschijnen via Terratur Possessions. In afwachting van dat heuglijke nieuws verblijden de Noren ons met een onuitgegeven nummer dat in 2017 vereeuwigd werd. Voor de gelegenheid werd opnieuw bij een Finse band aangeklopt om de krachten te bundelen voor een split. Deze keer is het geniale Kêres de uitverkorene, maar Askeregn trapt de split af. Van het volwaardige debuut weten we dat de Noren zowel in staat zijn om up-tempo traditionele songs te schrijven als meer atmosferische, a-typische composities met complexe structuren. “Fra avgrunnens rumlende dyp” past eerder onder die laatste noemer want het is een intrigerende track die middels bijtende riffs en up-tempo drumwerk start, maar gaandeweg ook meeslepende gitaarpartijen bevat die naar het einde toe repetitief van aard zijn. De zang wisselt af tussen standaard screams, semi-cleane partijen en een subtiele depressieve vocale invulling wat de vermoedens dat de zanger bij het geweldige Knokkelklang betrokken zou zijn, alleen maar versterkt. Voor dit nummer alleen al is deze split het aanschaffen waard. Maar dan moet Kêres nog komen. Atvar, de Fin achter deze one man band, verschafte ons eerder dit jaar nog veel luisterplezier met zijn vierde full-length “Ice, vapor and crooked arrows” en kan in onze ogen en oren eigenlijk bar weinig verkeerd doen. “Forging the forbidden stone” is, ondanks een snelle start, opnieuw grotendeels een mid-tempo compositie vol beklijvende gitaarmelodieën, atmosferische grimheid en hoorbare bastonen, maar klinkt qua totaalsound iets minder rauw en meer melodieus ten opzichte van het voorgaande werk. De keyboards die op de laatste langspeler meermaals opdoken blijven ditmaal achterwege en worden hier geen seconde gemist. In de laatste break van het nummer nemen de riffs een haast stoner-achtige groove aan hoewel de algemene stemming er toch één van gure doch dromerige besneeuwde Finse winterlandschappen blijft. Ook dit nummer is een schot in de roos. Geluidsfragmenten zijn er momenteel online nog niet te vinden, maar we raden liefhebbers van één of beide bands ten stelligste aan deze seven inch in huis te halen, ook indien je deze geluidsdrager normaliter niet aanschaft. Luister nu voor een keer eens naar onze goede raad.

JOKKE: 84/100 (Askeregn: 84/100 – Kêres: 84/100)

Askeregn/Kêres – Split (Terratur Possessions 2019)
1. Askeregn – Fra avgrunnens rumlende dyp
2. Kêres – Forging the forbidden stone