triptykon

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy

Paradise Lost – The plague within

Laat ik maar meteen open kaart spelen en bekennen dat ik helemaal geen connaisseur ben van de back catalogue van het Britse Paradise Lost. Oudjes zoals “Gothic” of “Lost Paradise” staan bij menig metal fan geboekstaafd als onontbeerlijke meesterwerkjes voor de liefhebber van gothic/doom metal, die aan de wieg stonden van dit sub-genre. Hoewel ik links en rechts van elke plaat wel eens een nummer heb gehoord, heb ik nooit echt de moeite gedaan om me goed te verdiepen in hun repertoire. Ik kan me herinneren dat ik enkele jaren geleden uit verveling zelfs halverwege een live show ben opgestapt. Collega genregenoten zoals Katatonia, Anathema of My Dying Bride weet ik dan weer wel enorm te appreciëren. Na oprecht verbaasd te zijn van de vocale prestaties die frontman Nick Holmes wegzette op de laatste Bloodbath plaat en de goede kritieken die ik her en der zag verschijnen van het nieuwe werk, besloot ik “The plague within”, dan toch maar eens een kans te geven en aan een luisterbeurt te onderwerpen. Ondertussen zit ik op een weekje tijd aan ongeveer het tienvoudige qua toertjes draaien op de platenspeler, wat een goed teken is. Sleutelwoord op deze plaat is afwisseling. Ome Nick wisselt zijn grunts gedurende het hele album af met cleane zang, maar zijn ruwere strot beslaat toch wel het grootste deel van de vocale invulling. Qua gitaarwerk tovert Gregor Mackintosh de ene na de andere mokerriff (“Terminal”, “Punishment through time”, waarop de band met momenten naar Triptykon neigt, of het pure doomnummer “Beneath broken earth”) uit zijn instrument, maar gooit regelmatig ook melodieuze en melancholische leads in de strijd, om voor een mooi tegengewicht te zorgen (“Cry out” is hier een schoolvoorbeeld van). Een traag en door violen ondersteund nummer als “An eternity of lies” waarin Nick op zang wordt bijgestaan door Heather Thompson (die haar stem ook reeds uitleende voor eerdere Paradise Lost-albums) ligt vergeleken met een bommetje zoals het met momenten zwaar hakkende “Flesh from bone“ dan ook even ver uiteen als de twee benen van Hot Marijke als ze de horizontale samba danst. Het zou me niet verbazen als dit misschien wel de heftigste song uit hun oeuvre is. Het afsluitende “Return to the sun” zet nogal pompeus in met koorzang en blazers om nadien een aanstekelijke gitaarmelodie op je af te vuren, die nog dagen in je hoofd blijft rondspoken. Paradise Lost weet met “The plague within” in de vorm van tien donkere, pakkende, compacte, gevarieerde en goed geschreven nummers een uitstekende indruk op yours truly na te laten. Zal ik dan toch maar eens aan het oude werk beginnen?

JOKKE: 87/100

Paradise Lost – The plague within (Century Media Records 2015)
1. No hope in sight
2. Terminal
3. An eternity of lies
4. Punishment through time
5. Beneath broken earth
6. Sacrifice the flame
7. Victim of the past
8. Flesh from bone
9. Cry out
10. Return to the sun

Thy Darkened Shade – Liber lvcifer I: Khem sedjet

Eén blik op de tracklist en titel van het tweede album van het Griekse Thy Darkened Shade en je weet wat voor vlees je in de kuip hebt: orthodoxe black metal (sorry “acausal necrosophic black metal” zoals ze zelf zeggen) waarbij het een gegoochel is met magische formules, occulte boodschappen, en duivelse mantra’s. Bio’s van dergelijke bands (sorry: entiteiten) zijn soms op het lachwekkende af omdat zowat alles verbloemd wordt met occulte grootspraak en kosmisch geneuzel. Spilfiguren van het hellenistische Thy Darkened Shade zijn Semjaza (o.a. Acrimonious) die instaat voor alle snareninstrumentatie en de teksten (sorry: mantra’s), die vocaal gebracht worden door bloedbroeder The A. Op drums worden ze uit de nood geholpen door een zekere H.G, die zich erg goed van zijn taak kwijt. De productie, mix en mastering van “Liber lvcifer I: Khem sedjet” was in handen van knoppentovenaar V. Santura (Dark Fortress, Triptykon) en Stamos Kolliousis. De heldere (hoor die bass!) maar droge sound maakt het maar liefst tachtig minuten lang genieten van de uitgesponnen maar goed in het gehoor liggende occultos black metallos. Vergeleken met andere orthodoxe collega’s zoals Acrimonious, Flagellant of Chaos Invocation klinkt Thy Darkened Shade echter nergens écht gevaarlijk. Het klinkt tamelijk braaf en sfeervol. De songs (sorry: rites) zitten echter wel erg goed ineen en je hoort dat hier getalenteerde muzikanten aan het werk zijn. Geheel volgens het boekje duiken her en der de obligate duivelskoren op. In het afsluitende nummer “Δαήμων Ὁ Φώσφορος” levert  Magus Wampyr Daoloth (Necromantia) nog een vocale bijdrage. Tachtig minuten lijkt een lange rit, maar die is makkelijk te halen door de toegankelijkheid, hoewel het hier absoluut geen commercieel popcorn occultisme betreft.

JOKKE: 80/100

Thy Darkened Shade – Liber lvcifer I: Khem sedjet (World Terror Committee 2014)
1. Holy lvcifer
2. Revival through arcane skins
3. Elixir of azazel
4. Black light of sitra ahra
5. Or she-ein bo mahshavah
6. Nox profunda
7. Drayishn I Ahriman o divan
8. Saatet-ta renaissance
9. Liber lvcifer
10. Deus absconditus
11. Δαήμων Ὁ Φώσφορος

The Ruins of Beverast – Blood vaults

Deze band is de reden dat ik Ván Records begonnen ben”, aldus de grote man achter het kwalitatieve label. Een opmerking die als een paal boven water staat, aangezien The Ruins of Beverast garant staat voor een hoogstaande mix van allerlei donkere tonen. Zo ook album nummer 4, vrolijk getiteld: “Blood vaults – The blazing gospel of Heinrich Kramer”. U zegt Heinrich wie? Een Duitse celebrity die onder zijn artiestennaam Henricus Institor joeg op heksen en in de 15de eeuw de bestseller “Malleus Maleficarum” (Latijn voor heksenhamer) uitbracht. Nu weet u meteen waarover deze prachtschijf gaat. En een prachtschijf is het ook! De hype rond The Ruins of Beverast neem grote(re) proporties aan, maar is uitermate gegrond. Als geen ander weet bezieler (en tevens enig bandlid) Alexander von Meilenwald een aardezwart en behoorlijk claustrofobisch sfeertje neer te zetten. Naar waarden en normen zou je het werk van The Ruins of Beverast als black metal kunnen bestempelen, maar muzikaal zorgen een diepe grunt, laaggestemde gitaren en een regelmatig terug geschroefd tempo ervoor dat voorgaande stempel de lading niet echt dekt. Bon, het is een pluspunt dat de band zich niet dadelijk laat categoriseren, originaliteit troef! Opener “Malefica” start hypnotiserend met bezwerende koorzang gevolgd door kurkdroog gitaargedreun. Onmiddellijk zuigt “Blood vaults” je op om enkele nummers later wakker te worden met een bedrukt gevoel. Zoals ook Triptykon dat kan, weet “Ornaments on malice” de sfeer erg beklemmend te maken. En nu we toch namen noemen, wil ik Esoteric vermelden als vergelijkpunt bij sommige trancestukken. Maar The Ruins of Beverast klinkt vooral als The Ruins of Beverast. Al hun albums passen bij elkaar en deze is niet anders. Al ligt hier meer nadruk om samples en vocale effecten. Vaak verknipt een filter de zanglijnen zodat ze erg sci-fi klinken. Ik vind het schitterend, maar Joey DeMaio zal het wellicht niet snappen. Het enige zwakke punt is de lengte van het album. Less is more. Na een uurtje zit ik erdoor en snak ik naar wat levensvreugde. Het komende half uur dat daarna volgt durft wel eens vervelen, vooral omdat de sterkste nummers vooraan staan. En ook nog deze kleine opmerking: als je als label zoveel moeite steekt in een originele verpakking (zowel op vinyl als de cd), moet je toch erover waken dat het kleinood technisch helemaal in orde is. Vormgeving is altijd al een hekelpunt geweest bij The Ruins of Beverast. Deze keer mag het artwork dan wel snor zitten, een deel van de teksten is afgedrukt in het bruin… Op een bruine achtergrond. Komaan! Maar laten we niet flauw doen, “Blood vaults – The blazing gospel of Heinrich Kramer” (nog een keertje helemaal) maait zowat alle andere uitgaven dit jaar van de baan. Het is gewoonweg een superplaat met een unieke sfeer die de band live ook weer neer te zetten. Korte samenvatting van deze review: kopen.

FLP: 96/100

The Ruins of Beverast – Blood vaults (Ván Records 2013)
1. Apologia
2. Daemon
3. Malefica
4. Ornaments on malice
5. Spires, the wailing city
6. A failed exorcism
7. Trial
8. Ordeal
9. Monument

Secrets of the Moon – Seven bells

Sinds “Carved in stigmata wounds” draag ik de heren van Secrets of the Moon een stijve penis toe. Niet zozeer omdat hun X-factor hoge toppen scheert, zoals altijd wordt een Duitse band in eigen land tot God verheven, maar Secrets of the Moon kan echt wel een interessant potje black metal koken. “Antithesis” en het vorige “Priviligium” bewezen dat Phil en zijn kornuiten het black metalrecept extra peperden met tribal drums, zware en trage gitaren. Ook op “Seven bells” wordt voortgeborduurd op dezelfde pekzwarte sfeer als voordien. Album nummer vijf is toch net iets anders dan voordien. De officiële videoclip voor “Nyx” deed mij (komt ie-) niks en ik vreesde dat “Seven bells” vol zou staan van zulke trage en inspiratieloze meuk. De laatste albums waren dan ook erg statisch en traag. Gelukkig blijkt deze angst ongegrond, want het titelnummer opent met de typische up-tempo vibe die in 2004 ook “Carved in stigmata wounds” kenmerkte. Secrets of the Moon gaat nog een stukje verder en brengt her en der wat old school thrash metalinvloeden, iets wat ze voordien nooit deden. Datzelfde wordt nadien enkele keren herhaald, onder andere in “Goathead”. Het is effe schrikken Secrets of the moon in deze gedaante te horen. De band doet dan ook veel moeite om niet in herhaling te vallen met het verleden. Sir Golden experimenteert met zijn stem en hij komt er goed mee weg. Van zijn kenmerkende zwak klinkende black metal screams helt het over naar zuiverdere stukken en haast Gojira-inspired geroep zoals in “Serpent Messiah”, een b666st van een nummer! Dat nummer swingt en brengt tegelijkertijd een ingetogen sfeer met zich mee. Soms doet het me wat aan Satyricon denken, maar die vergelijking zou Secrets of the Moon oneer aandoen. Die donkere sfeer wordt doorgetrokken in trage nummers zoals “Nyx” en het Celtic Frost/Triptykon aandoende “Worship”. Dit maal past de puzzel wel en voelt het allemaal erg goed aan. De productie van “Seven bells” staat als een huis, maar is eerder een minpunt, want de klinische productie doet steriel aan en haalt de sfeer naar beneden. Het is moeilijk een goed beeld te vormen van deze schijf. Enerzijds is het een beetje teleurstellend en verwachtte ik misschien te veel? Anderzijds steekt dit boven de middelmaat uit. Zonder twijfel!

fLP: 77/100

Secrets of the Moon – Seven bells (Lupus Lounge 2012)
1. Seven bells
2. Goathead
3. Serpent messiah
4. Blood into wine
5. Worship
6. Nyx
7. The three beggars

Valborg – Barbarian

Het is een misvatting te beweren dat productiviteit originaliteit in de weg staat. De drie heren van Valborg brengen voor het derde jaar op rij een langspeler uit. “Barbarian”, de vierde in hun oeuvre, is geen kapklare brok. Ruim drie kwartier wordt en moeilijk te verteren doom-achtige metal uitgekotst. Een vergelijking met Triptykon is zeer voor de hand liggend, alsmeer door de bij momenten erg gelijkende zang. Dit neemt niet weg dat Valborg minder nadruk legt op een verpletterende sfeer, maar meer heil zoekt in ongemakkelijke en relatief progressieve klanken. Er zijn momenten dat je lekker wilt meegaan met het ritme, maar door een of andere tempowisseling ebt dat gevoel weer zeer snel weg. Net als Tom G. Warrior weet ook Valborg een unieke sfeertje neer te zetten. “Samantha alive” is een klasse apart en doet aan als een soort rock hit op geheel vreemde wijze. Valborg valt erg moeilijk te klasseren, maar iedereen die Neurosis en aanverwanten met een licht progressief randje kan waarderen, is bij Valborg op het juiste adres. Rare jongens, rare plaat en een hondslelijk logo!

fLP: 78/100

Valborg – Barbarian (Zeitgeister 2011)
1. Intro
2. Astral kingdom
3. Battlefield of souls
4. Exterminator
5. Amethystine skies
6. Dead flowers on a demon grave
7. Phlegethonian stream
8. Towering clouds
9. Iron dreams
10. Samantha alive
11. Last silence