uada

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Pillorian – Obsidian arc

Het nieuwbakken Pillorian – ontstaan uit de assen van het vergane Agalloch – wist ons met single “A stygian pyre” als appetizer gretig te doen watertanden naar de main course, die ons nu in de vorm van “Obsidian arc” wordt voorgeschoteld. De dark metal die met “By the light of a black sun” uit de boxen knalt, klinkt wel heel vertrouwd in de oren omwille van de veilige vintage Agalloch-sound die we voorgeschoteld krijgen, inclusief John Haughm’s rauwe vocalen die afgewisseld worden met gefluister, elektrische gitaren die het duel aangaan met hun akoestische broertje en epische leads die de gevoelige snaar moeten raken door een gevoel van mistroostige grandeur op te wekken. Ik had gedacht (en gehoopt) dat er meer black metal invloeden in het bandgeluid ingeslopen zouden zijn en dat is met “Archaen divinity” gelukkig het geval. Drummer Trevor Matthews (Uada, Infernus) pept de boel middels afwisselend drumwerk op en eens de dubbele basdrum begint te rollen en de elektrische gitaarlead ons bij de keel grijpt, ontwaken mijn armhaartjes uit hun slaapstand. “The vestige of thorns” bewandelt opnieuw veiligere paden met een van-melancholie-doordrongen-sound totdat “Forged iron crucible” opnieuw plaats maakt voor wat zwartgeblakerde agressie. Het reeds gekende “Stygian pyre” vormt met haar oude-Katatonia/Daylight Dies melancholische vibe en Dissection-invloeden het hoogtepunt van de plaat. Alvorens de tien-minuten durende afsluiter “Dark is the river of man” zich over ons meester maakt, zorgt een bijdrage van Alison Chesley (Helen Money) voor een duistere opbouw in “The sentient arcanum“, die naadloos overvloeit in het hekkensluitende epos waar John zijn stembanden afwisselend inzet om de juiste toon te zetten. Dat is er geen van joligheid, maar eerder van een wijd spectrum aan gevoelens in mineur. In de songs op “Obsidian arc”  worden elementen uit dark metal, black metal, folk, noise en avantgarde samengebald, en hoewel deze doorwinterde muzikanten over de gehele lijn kwaliteit afleveren, zijn het – naast de trage, slepende eindsong – de nummers waar het tempo en pit wat hoger liggen, die mij het meest bij de keel grijpen. De Agalloch-fans kunnen zonder aarzelen toehappen. Tot op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Pillorian – Obsidian arc (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. By the light of a black sun
2. Archaen divinity
3. The vestige of thorns
4. Forged iron crucible
5. A stygian pyre
6. The sentient arcanum
7. Dark is the river of man

Pillorian – A stygian pyre

Vorig jaar schrok ik me een hoedje toen personal favourite Agalloch besloot het bijltje erbij neer te leggen. Aan riooljournalistiek doen we hier niet mee, dus laten we het houden op een tegenstrijdige toekomstvisie van enerzijds mainman John Haughm en de andere drie bandleden. Er kwam geen rechtzaak van – zoals bij Gorgoroth en Immortal – over wie nu wel of niet aanspraak op de bandnaam kon maken. In plaats daarvan kondigde John al vrij snel aan dat hij met een nieuwe band zou verder gaan en dat hij in de vorm van Stephen Parker (Maestus, ex-Arkhum) en Trevor Matthews (Uada, ex-Infernus) twee gelijkgestemde zielen en doorwinterde muzikanten had gevonden. Volgende maand komt debuut “Obsidian arc” uit, maar in de vorm van (de reeds in pre-order uitverkochte) single “A stygian pyre” krijgen we al een amuse-bouche voor wat nog komen zal. Op basis van deze song zijn overduidelijk invloeden van Agalloch niet zo voor de hand liggend hoorbaar. Hoewel de band eveneens claimt dark/black metal te maken, neigt Pillorian toch veel meer naar de zwartmetalen hoek door dan Agalloch. “A stygian pyre” moet zelfs zowat de meest agressieve song zijn die John ooit gepend heeft! De uitstekende productie maakt het genieten van de donkere melodieën die leentjebuur spelen bij het legendarische Dissection en de kippenvel gitaarlead doet terugdenken aan de oude dagen van Katatonia. Op B-kantje “The ardor of scorn” laat Pillorian een andere kant van het obscure, melancholische spectrum zien. Deze ambient/drone song klinkt mysterieus dreigend, mede door de celloklanken van Helen Money’s Alison Chesley. En de andere Agalloch leden? Wel, drummer Aesop Dekker, gitarist Don Anderson en bassist Jason William Walton trokken Giant Squid-frontman Aaron John Gregory aan en vormden Khôrada. Zij werden op snelheid gepakt door Pillorian, maar vermits muziek geen wedstrijd is, kunnen we – in plaats van te rouwen om het heengaan van Agalloch – nu alleen maar hopen dat we er twee nieuwe uitstekende bands bij hebben. Pillorian weet hier alvast dubbel en dik te scoren. Laat dat debuut maar komen!

JOKKE:86/100

Pillorian – A stygian pyre (Eisenwald 2017)
1. A stygian pyre
2. The ardor of scorn

Void Omnia – Dying light

Net zoals hun landgenoten van het geweldige Uada het graag op z’n Zweeds doen, schiet ook “Dying light”, het debuut van het uit Oklahoma afkomstige Void Omnia, onder de vorm van “Remanence of a ghost haunt” zonder al te veel poeha uit de startblokken met een ferme dosis Zweeds aandoende black metal . De band werd in 2011 gevormd door de gitaristen Mike Jochimsen (ex-Apocryphon) en Tyler Schroeder. Nadat vocalist Jamison Kester (Infinite Waste, ex-Apocryphon) de heren vervoegde werd een (vrij saaie) selftitled demo opgenomen. Er volgden nog enkele line-up wissels totdat uiteindelijk Cody Stein (Tragic Death) als vellenmepper gerekruteerd werd en Justin Ennis (Ulthar, Ruine, ex-Mutilation Rites, ex-Tombs) de vacature van bassist invulde. Men trok de Earhammer Studios in met “Dying light” als resultaat. In vergelijking met de demo werd op alle vlakken – productie, songwriting en uitvoering –  vooruitgang geboekt. Zoals eerder aangehaald druipen de Zweedse invloeden eraf, maar toch is tevens duidelijk hoorbaar dat het om USBM gaat. Niet alleen ligt het tempo bijna voortdurend (verschroeiend) hoog, de kosmische – één blik op de overigens knappe hoes zegt genoeg – black metal bevat bijwijlen ook dat typisch Amerikaanse, licht enerverende gitaarwerk, zonder dat duivelse gevoel voor melodie uit het oog te verliezen. Ook het soepele, swingende, doch strakke drumwerk, verraadt de Amerikaanse achtergrond van de band. Enkel in de eerste minuten van het op-bijna-tien-minuten-afklokkende “Of time” doet Void Omnia de luisteraar even naar adem happen, maar al snel gaat de zweep er terug op. Deze song was in een zes minuten kortere vorm ook reeds op de demo terug te vinden. De vrij hoge pitch van de sterke screams snijdt door merg en been en slechts zelden borrelen diepere keelgeluiden op. Een andere parallel die kan getrokken worden met het reeds vernoemde Uada, is dat de koek ook hier na een kleine vijfendertig minuten op is, maar dat het koekiemonster in mij zin heeft in meer, véél meer. Met dit Void Omnia is de erg sterke USBM-scene wederom een excellente speler rijker.

JOKKE: 82/100

Void Omnia – Dying light (Vendetta Records 2016)
1. Remanence of a ghost haunt
2. Fallowed remembrance
3. Singularity
4. Of time
5. Emptied heartless

Uada – Geen plaats voor gimmicks, limieten of compromissen

Uit de immense wouden van Portland (Oregon) bereikte ons onlangs het nieuwe black metal kwartet Uada, die met hun uitmuntende debuutalbum “Devoid of light” een melancholische blast from the past afleverden. In tegenstelling tot het gros van de USBM bands eren zij het oude Zweedse geluid in plaats van de Cascadian scene die meer op het Noors erfgoed gestoeld is. Hoogtijd om Uada voor te stellen op Addergebroed! Ik mailde wat over-en-weer met zanger/gitarist Jake Superchi. Dit is wat hij te zeggen had. (JOKKE)

Uada

(c) Peter Beste

Ik ben erg onder de indruk van “Devoid of light”. Wat een plaat om je band mee aan het wereldwijde legioen black metal fans voor te stellen! Hoe is Uada twee jaar geleden tot stand gekomen en welke doelen hebben jullie voor ogen met de band?
Eind 2014 realiseerde ik me dat het hoog tijd was voor een nieuw begin. Een stem in mij vertelde dat het moment voor een transitie aangebroken was. Na achttien jaar met een andere band (Ceremonial Castings; ADDERGEBROED), was een nieuwe start aan de orde. De vier leden van Uada deelden met hun bands hetzelfde gevoel van stagnatie. Uada is hier om te doen wat we moeten doen en we zullen doorgaan tot het bittere einde.

Hoewel jullie afkomstig zijn uit de Cascadia regio (noordwesten van Noord-Amerika) klinken jullie toch anders dan de atmosferische bands zoals Wolves In The Throne Room of Agalloch. Jullie lijken eerder inspiratie te halen uit de old school melodieuze Zweedse black metal à la Dissection en Dawn. Wat trekt jullie zo aan tot deze sound, die ik vrij uniek vind voor een Amerikaanse band?
Atmosfeer en riffs zijn wel degelijk erg belangrijk en ik ben van mening dat deze de basis zijn van onze sound. Ik kan niet ontkennen dat bands zoals Dissection en Dawn een grote rol spelen in deze opvatting. Eén van de eerste zaken die we bespraken was de nood aan harmonie en het gitaarwerk. Heel veel bands hebben de dag van vandaag twee gitaristen en ik vind dat velen het volledige potentieel ervan niet benutten. Het voelt bijna als een verloren gegaan tijdperk, maar ik herinner me het nog levendig en luister tot op de dag van vandaag nog naar vele classics uit de jaren ‘90. Ze inspireerden ons toen en doen dat nog steeds.

Devoid of light” is jullie debuut. Omwille van de DIY-opnames en de vrij korte speelduur van drieëndertig minuten, vroeg ik me af of het album niet eerder als een demo of EP bedoeld was om labels te prikkelen en dat het – door in zee te gaan met Eisenwald – echter tot een debuut is uitgegroeid, waardoor jullie de demofase hebben overgeslagen. Klopt deze veronderstelling?
Klopt inderdaad, maar door twintig jaar ervaring op de teller te hebben staan, had ik geen zin in een demo. Gedurende het volledige opnameproces hielden we onszelf voor dat dit geen demo was. Je kan er op eender welke manier naar kijken, maar we zijn hier niet toevallig om muziek te schrijven en op te nemen. Dit is ons leven en we zijn hier alle vier al heel lang mee bezig. Nu is het onze tijd om de wereld te laten zijn wie we zijn en waarom we hier zijn.

Hoe zijn jullie in contact gekomen met Eisenwald Records? In de promopraatjes die jullie album vergezellen, las ik lovende woorden van John Haughm (Agalloch). Vermits Eisenwald Records de Europese vinylversie van Agalloch’s laatste opus verzorgde, lijkt het me aannemelijk dat John jullie aan het label voorstelde, correct? Zijn jullie tevreden met de inspanningen die het label voor jullie doet?
Klopt! John heeft ons een paar keer in Portland zien optreden en vermeldde al snel Eisenwald. Toen we het label contacteerden, stonden ze bij wijze van spreken reeds op ons te wachten. Beiden lijken hard te geloven in wat we met Uada doen en dat betekent heel veel voor ons. Wij nemen onze kunst niet licht op en geloven dat Uada en Eisenwald een perfecte match vormen. Ze zijn erg goed voor ons en we hebben geen klachten. We hadden er ook een goed voorgevoel bij. Bovendien is hun bandrooster en geschiedenis onmiskenbaar.

Als we de visuele kant van Uada bekijken, lijkt deze even belangrijk te zijn als de muzikale. Voor het hoesontwerp kozen jullie om in zee te gaan met de gekende Belgische ontwerper Kris Verwimp, die een lange carrière heeft in het maken van covers voor o.a. Marduk, Enthroned, Absu en Månegarm. Hoe is dit ontwerp gerelateerd aan de teksten of concept van het album? Het niet vermelden van bandlogo en albumtitel op de hoes lijkt bovendien risky business vanuit marketing standpunt bekeken.
Elk detail van het ontwerp is uitermate belangrijk. Ik werd reeds meer dan tien jaar met Kris samen en tijdens mijn transitieperiode was het belangrijk om deze samenwerking te behouden. Toen ik in mijn tienerjaren door de black metal microbe gebeten werd, behoorden Kris zijn ontwerpen tot de meest briljante die er waren. Ik heb het altijd al belangrijk gevonden om het artwork, dat bij de muziek past, de luisteraar te laten betoveren zoals de platen uit de jaren ’90 bij mij deden. We kozen ervoor ons logo niet op de cover af te beelden zodat het ontwerp op zichzelf kon staan. Riskant? Misschien. Als mensen deze plaat echt willen leren kennen, zullen ze er wel naar op zoek gaan. “Let the music speak for itself” is ons motto, en ik vind dat het artwork dat ook moet doen – en daar bovendien in slaagt. De hoes past perfect bij mijn opvattingen over leven en dood, die naar voor komen in de teksten: de moeder, het kind en het eenzame einde. Het is een cyclus waar we allemaal moeten doorgaan om te blijven bestaan. De meesten onder ons sterven op deze aarde waarbij ze enkel weten wat hen werd aangeleerd. Voor mij is het belangrijk uit deze cyclus te breken en zelf op zoek te gaan naar de diepere betekenis achter dingen, hoewel dit niet zo eenvoudig is. Muziek en kunst helpen je geest open te zetten en vormen poorten naar nieuwe mogelijkheden en realiteiten.

De bandfoto’s van de hand van gerenommeerd fotograaf Peter Beste, die het meest gekend is voor zijn boek “True Norwegian black metal” – dat een aantal iconische portretten bevat van bands zoals Mayhem, Satyricon en Gorgoroth –  zijn adembenemend. Ik ben er zeker van dat veel bands een arm of een been zouden willen verkopen om door deze fotograaf vereeuwigd te worden. Hoe kwamen jullie in contact met Peter en was hij gemakkelijk te overhalen tot een fotoshoot?
Peter was op dat moment net in Portland en leek erg te genieten van wat we deden. Hij vertelde me dat hij aanvoelde dat hij ons moest fotograferen. We zijn erg nederig en vereerd hierdoor.

uadaband

(c) Peter Beste

Door met deze twee artiesten te werken, lijken jullie een brug te willen slaan tussen het eerder klassieke hoesontwerp van Verwimp en de recentere, moderne fotografie van iemand als Beste. Was dit de intentie of is dit eerder toevallig?
Dit is in elk geval een toevalligheid hoewel ik geloof dat alles gebeurt  met een reden. De termen “old school” en “new school” hoor ik wel vaker passeren wanneer anderen onze muziek beschrijven. Wij zijn geen jonge broekies die net een band oprichtten of net kennis maakten met black metal, dus in dat opzicht zijn we “old school”. En met de moderne technologie van vandaag wordt het hedendaags. Al wat ik kan zeggen, is dat wij onze eigen visie creëren, wat de anderen hiervan ook mogen denken. Dit is onze opvatting over wat Black Metal betekent voor ons.

Jullie hebben een geweldige videoclip opgenomen voor de titelsong, die werd gefilmd in de uitgestrekte bossen van de Amerikaanse Noord-Westkust. De manier waarop jullie gezichten bedekt worden door de kappen van jullie lederen vesten, is een manier om anonimiteit te creëren die ook gebruikt wordt door de Poolse grootheden Mgła en de IJslandse heersers Svartidauði en lijkt het hedendaagse antwoord te zijn op het klassieke gebruik van corpsepaint. Is anonimiteit belangrijk voor jullie, hoewel jullie onder jullie eigenlijke geboortenamen opereren?
Met Uada hebben we nooit de interesse gehad in de clichés van corpsepaint, pinnenbanden en bloed. We kozen voor een volledig zwarte verschijning, als anti-image statement. Er is al genoeg valse beeldspraak in de metal scene. Het was belangrijk niet op iets of iemand anders te lijken. Als je beter naar ons artwork, teksten en live shows kijkt, zal je een “eclips” al terugkerend thema zien. Onze visie was om ons visueel als een eclips voor te stellen. We kozen voor onze geboortenamen omdat we het belangrijk vinden onszelf te zijn in onze muziek. Dit is wat we zijn en wat we creëren. Er is geen plaats voor gimmicks, limieten of compromissen.

De videoclip toont ook een soort heidens ritueel. Waar gaat het over?
Opnieuw vallen deze beelden perfect binnen het concept van de teksten en het artwork. Alles op deze plaat heeft te maken met transitie. Het was een transitie voor elk van ons. Nieuw leven. Ook de natuur speelt een grote rol in onze inspiratie. Het weer in ons leefgebied is een emotie op zich en beïnvloedt onze muziek en onze levens.

In mei steek ik voor het eerst de oceaan over om naar de US te gaan (New York meerbepaald). Als ik echter de overweldigende natuurbeelden in jullie videoclip zie, krijg ik meer goesting om mijn trip om te boeken naar een trektocht doorheen de Cascadian regio. Doet me veel denken aan mijn road trip door Noorwegen van afgelopen jaar. Wat is de beste periode om jullie regio te bezoeken en welke plaatsen kan je aanraden?
Er vallen hier zo veel majestueuze plaatsen te ontdekken. Ik woon hier en zelfs ik heb nog zo veel te ontdekken. We bezitten uitgestrekte regenwouden, slapende en actieve vulkanen, spookachtige stranden, verlaten woestijnen, donkere ondergrondse grotten en nog zo veel meer. Als je ooit tot hier komt, raad ik de Columbia River Gorge aan, een canyon die je zeker moet bezoeken en doortrekken.

Jullie staan op het punt op tour te vetrekken met Witchaven en Imperial Triumphant (ondertussen is de tour afgelopen; ADDERGEBROED). Is dit jullie eerste tourervaring en wat verwachten jullie van het leven op de baan? Plannen om de oversteek naar Europa te maken?
Dit is niet mijn tour ontmaagding, ik ben in het verleden reeds enkele keren op tour geweest en kijk er erg naar uit om terug de hort op te gaan. We zijn aan het werken op een tour doorheen Europa, wat altijd al een droom is geweest. Voor ons is Europa een groot doel om te bereiken. Ik hoop dat de dag waarop ik voet op Europese bodem zet snel aanbreekt!