urfaust

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves

Duivel – Tirades uit de hel

Vorig jaar wist de gelijknamige EP van het Nederlandse Duivel ons uit het niets van onze sokken te blazen waardoor we maar wat blij zijn dat er nu ook een volwaardig debuut op onze deurmat ploft. “Tirades uit de hel” werd het ding toepasselijk gedoopt en er staan er zo zes stuks op. De kern van Duivel bestaat uit gitarist N (Urfaust, Botulistum, ex-Fluisterwoud), drummer D (D.R.E.P.), bassist P (van het Amerikaanse Black Anvil) en toetsenist K. Toen het opzwepende, haast maniakale “Dolend verteerd” passeerde werd meteen duidelijk dat W (Urfaust, The Spirit Cabinet) hier de vocalen voor zijn rekening nam, de man heeft immers een stem en zangstijl die uit de duizenden herkenbaar is, vooral wanneer zijn salpeterstrot overslaat in heldere klanken. Nader speurwerk leverde een bont allegaartje aan andere vuilbekkers op die hun strot aan één of meerdere nummers toe bedeelden. Zo horen we S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) op het met een knaller van een riff in gang geschoten “Schim der wreken“, het tussen hakwerk en mid-tempo alternerende “Het zwarte hart van walging” en “Hond der pimaten“, drie nummers vol heerlijk vunzige en ranzige old school black waarbij “Het zwarte hart van walging” een catchy keyboardriedeltje bevat dat een hallucinogeen randje aan de song toevoegt. Het meer grimmige, lo-fi klinkende, deels op een sluimerend tempo gespeelde en met spookachtige orgelklanken opgefleurde “Offerande aan de schimmen der afgestorvenen” werd vakkundig door B (ex-Lugubrum) ingekrijst en V (Vaal, Ravenzang) nam het rauwe van een schedelsplijtende solo voorziene “Sluimering van de dood” voor zijn rekening. “Tirades uit de hel” heeft een perfecte sound meegekregen die de nummers lekker energiek uit de boxen laat knallen zonder aan rauwheid te moeten inboeten en de basgitaar onder te sneeuwen. Tel daarbij het zinderend vocaal spektakel vol vuilbekkerij en de grote lading pakkende riffs en begeesterende toetsenpartijen op en je hebt een absolute knaller van een debuut!

JOKKE: 90/100

Duivel – Tirades uit de hel (Ván records 2020)
1. Schim der wreken
2. Offerande aan de schimmen der afgestorvenen
3. Het zwarte hart van walging
4. Dolend verteerd
5. Hond der primaten
6. Sluimering van de dood

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels

Mories van Gnaw Their Tongues eet en slaapt blijkbaar niet want deze creatieve duizendpoot lijkt meer uren in een dag te hebben dan jij of ik. Met Dodenbezweerder – één van zijn tig projecten waarvoor hij hier samenwerkt met drummer S – zit de Nederlander blijkbaar in een erg creatieve flow want hoewel we recent nog enkele kleinere releases van Dodenbezweerder van een oordeel voorzagen, ligt er weldra een eerste volwaardige langspeler in de rekken van het mortuarium…en dan blijkt dat we zelfs nog de tussenliggende demo “De rook van de pijniging zal opstijgen tot in de eeuwigheid” gemist hebben. Het volwaardige debuut kreeg de welluidende titel “Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels” mee waarvoor Mories de Nederlandstalige literatuurprijs in ontvangst zou mogen nemen. Het is een plaat die 38 minuten lang onwelriekende geuren laat opborrelen die zich omzetten in schurftige uitwasemingen die zich op je longen vastzetten en daar zelfs het coronavirus zouden moeten kleinkrijgen. Verwacht hier geen standaard composities met intro, brug, refrein structuur maar een vormeloze substantie die zich in allerhande bochten gaande van rauwe kelderblack tot horroreske ambient wringt. Ook wanneer het geweld wat stilvalt – zoals in “Opgeslokt door de ontzielde leegte” – wordt een bezwerende atmosfeer neergezet. De galmende feedback, uit het graf oprijzende wanhoopskreten en kletterende drums vormen het muzikaal equivalent van een heuse koortsdroom waarin je onrustige ziel getormenteerd wordt door plaaggeesten als Abruptum, Kwade Droes en Urfaust. Hoewel je soms naargesstige orgelklanken meent te ontwaren, bevestigt Mories dat er bij de creatie van dit monster geen synths aan te pas kwamen. Net zoals het voorgaand materiaal werden de zes nummers ter plaatse geïmproviseerd en opgenomen waarbij er enkel voor de “zang” overdubs aan te pas kwamen. Het moge duidelijk wezen dat deze verstikkende brok ketelherrie aan een negatieve en miserabele trance ontsproten is. Heerlijk! Samen met Mystagogue één van Mories zijn meest interessante en captiverende projecten.

JOKKE: 83/100

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels (Iron Bonehead productions 2020)
1. Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels
2. Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk
3. Opgeslokt door de ontzielde leegte
4. Glimmende zwaarden door de mist van het evangelie
5. Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam
6. Haat in het aangezicht van de verscheurde zielen

Ossaert – Bedehuis

De felle openingstonen van “Bedehuis” volstonden de eerste luisterbeurt al meteen om ons van onze sokken te blazen. Het betreft hier het debuut van Ossaert, een éénmansproject van een zekere P. die we ondertussen al eens aan de tand voelden over zijn band. Op drums liet deze Einzelganger zich wel bijstaan door W. Damiaen, die we kennen van o.a. Laster, Nevel, Mystagogue en Verval en de plaat ook opnam. Hij wist P. tevens te motiveren om enkele labels te contacteren want hij was overtuigd van het potentieel dat deze plaat bezat. Het Nederlandse Argento Records werd P.’s partner in crime. Vier ongetitelde nummers lang trapt Ossaert talrijke heilige huisjes in zonder daarbij voor gratuit satanisme of occultisme te gaan. Zijn afkeer tegen alles wat de mensheid op een voetstuk heeft geplaatst, laat hij botvieren middels haatvolle black metal die meermaals een hypnotiserend randje heeft door de niet aflatende onderstroom aan repetitief knuppelwerk. Maar het is niet al agressie wat de klok slaat, want P. beschikt over een ferm stel stembanden waarmee hij zijn muziek meermaals een theatrale dramaturgische insteek geeft met “III” als climax. De heldere gezangen creëren een majestueus gevoel en we horen er her en der een zekere Urfaust-vibe doorheen echoën. En wanneer P. op zijn raspende vocalen overschakelt, vliegen de splinters van de op de cover prijkende preekstoel in het rond. Luister maar eens naar die maniakale finale van het van zinderende tremolo-riffs doorspekte “IV“! De ferme opener waarin P.’s stem ook de diepere regionen verkent, draagt wel wat Uada in zich mee en de verwrongen Alkerdeelse openingsriff van “II” mag ook niet onvermeld blijven waarna het nummer zich opnieuw transformeert in een hallucinogene razernij. “Bedehuis” is een 35 minuten durende trip vol macabere schoonheid waarbij de dualiteit tussen helse toorn en een sacraal aanvoelende melodieusheid voortdurend wordt opgezocht. Het vervolg zou al geschreven zijn. Laat maar komen!

JOKKE: 86/100

Ossaert – Bedehuis (Argento Records 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV


Brånd / Häxenzijrkell – Split

Tweede split EP op rij voor het Duitse Häxenzijrkell nadat ze vorig jaar met labelmakkers LVTHN samenhokten voor een gespleten ten inch. Deze keer werd het Oostenrijkse Brånd als tegenpartij gekozen, misschien een iets meer logische keuze aangezien de sound van beide bands dichter bij mekaar ligt. Brånd is het geesteskind van Vritra, een illuster figuur die we ook kennen van Kringa. Brånd’s muziek is een amalgaam van post-punk, ambient en oer-black à la Ildjarn. Het lijkt misschien een wat vreemde combo op papier, maar in realiteit is dit heel goed te smaken. Een kille, spookachtige atmosfeer staat centraal, waarbij er heel wat ge-experimenteerd wordt met heldere en verwrongen vocalen, toetsen en xylofoons en effectenpedalen maar ook de basgitaar eist een grote rol op in de meer noisey passages van het zeven minuten durende “Seis wies Sei“. De punky start van het nummer staat mijlenver weg van de sobere ijzingwekkende finale, maar toch vloeien de verschillende passages naadloos in mekaar over en klinken de overgangen nergens geforceerd. Een interessante ontdekking! De twee heren van Häxenzijrkell sleuren de luisteraar de ondergrondse catacomben in voor een portie ruwe, onheilspellende black. Zowel cleane gezangen als getormenteerde screams zetten een sinistere atmosfeer neer die baadt in een ritualistische waas en ook hier heel bezwerend en innemend klinkt. Dit is een EP die dankzij het trance opwekkende karakter van de muziek geschikt is om een uur lang in een loopje af te spelen. Geschikt voor liefhebbers van Urfaust, Kwade Droes en konsoorten.

JOKKE: 85/100 (Brånd: 85/100 – Häxenzijrkell: 85/100)

Brånd / Häxenzijrkell – Split (Amor Fati Productions/Tour de Garde 2020)
1. Brånd – Seis wies Sei
2. Häxenzijrkell – Der Totenrijtt

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders

Het broederschap en wederzijds respect tussen Lugubrum en Urfaust is groot, héél groot. Zo viel Urfaust-drummer VRDRBR recent nog in voor Lugubrum-bassist Noctiz op twee Russische shows en in 2015 deelden beide bands een split (“Aalschuim der natie“). Vier jaar later herhalen ze dat concept nogmaals in de vorm van “Bradobroeders” die strikt gelimiteerd op 550 exemplaren door Ván Records uitgebracht wordt. Tegen de tijd dat u dit leest, bent u ofwel de trotse bezitter van dit werkje ofwel viste u achter het net aan en mag u reeds één week na verschijnen zo’n 80 euro of meer neerleggen voor een exemplaar dat door kapitalistisch uitschot op Discogs verkocht wordt. Zo’n lowlifes zijn de naam ‘muziekliefhebber’ onwaardig. Zowel Lugubrum als Urfaust hebben als gemeenschappelijke deler dat ze buitenbeentjes zijn in het respectievelijke Belgische en Nederlandse black metal-landschap. het Vlaamse trio zo waar nog meer dan het Nederlandse duo. Als we één kleur met Lugubrum mogen associëren is het zonder tegenspraak bruin. Zelf bestempelden ze hun experimentele muzikale output als brown metal, hun website benoemen ze “Lugubrum’s brown netherworld“, hun vijfde langspeler kreeg de niet mis te verstane titel “De bruyne troon” mee en het nummer dat ze voor deze split aanleveren is getiteld “Bruine moeder“. De associaties die deze titel kan oproepen, laat ik aan uw verbeelding over. Het trio experimenteert met jazzy klanken waarbij een speels orgel, een hoekig repetitief drumpatroon en ritmische basgitaar een bevreemdend muzikaal patroon neerzetten. Ik dacht 2 seconden met Oranssi Pazuzu te maken te hebben, maar dan zonder het overdonderende effect. Voeg daar nog de aparte zang (zowel helder als vervormd) van Midgaars aan toe en je krijgt een song die in de verte verte niets met black metal te maken heeft – het is een keurslijf dat Lugubrum al jaren ontgroeid is trouwens. Maar ik vraag me wel af of veel Urfaust-adepten dit zullen trekken. Wie openstaat voor een band als Grey Aura zal dit echter wel kunnen smaken. Benieuwd wat de voor februari 2020 geplande langspeler “Plage chômage” voor ons in petto zal hebben. Met deze schavuiten weet je nooit. Wanneer Urfaust aan de beurt is verandert de stemming van bizarre, haast luchtige free jazz naar het gekende recept van repetitief dronende duistere black, verdorven ambient, de hallucinogene meeslepende zang van IX en psychedelische leads. “Scabreusheden uit het tuchtarsenaal” bevat ook subtiele electronica en is één van de meest bezwerende composities die het duo de laatste jaren heeft geschreven. “Bradobroeders” is een split die muzikaal gezien ver uiteen ligt en waarbij vooral Urfaust me écht kon bekoren.

JOKKE: 80/100 (Lugubrum: 75/100 – Urfaust: 85/100)

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders (Ván Records 2019)
1. Lugubrum – Bruine moeder
2. Urfaust – Scabreusheden uit het tuchtarsenaal

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Gaistaz – Gaistaz

Laat je niet misleiden door het black metal uitziende logo dat Christophe Szpajdel voor Gaistaz ontwierp, want wat deze Nederlanders laten horen valt volgens hen eerder in het “doom”-hokje te plaatsen. “Supernatural doom metal” menen ze zelf. Twee nummers werden op een eerste op zesenzestig stuks gelimiteerde tape uitgebracht. Ik heb nummer éénenzestig weten bemachtigen. Gaistaz’ kijk op doom resulteert gelukkig niet in de cleane, afgelikte variant, maar heeft een zekere bovennatuurlijke necro feel over zich. De riffs van Krem klinken lekker ruw en duister. Aan “Altijd hier” zit ook een psychedelisch en ritueel kantje, wat de twaalf kaarsen in het logo dan weer hinten. Een Urfaust is hier niet zo veraf. Wanneer de plechtstatige heldere vocalen een uitzichtloos bestaan portretteren, wordt meteen duidelijk dat Alfschijn hier de vocalen voor zijn rekening neemt. Jullie kennen hem waarschijnlijk wel van Wederganger (RIP), Bezwering, :Nodfyr: en Knoest. Wat een unieke stem heeft die man toch! Sporadisch gooit Krem een krijs in de strijd wat voor een aangenaam contrast zorgt en opnieuw een link legt met black metal. “De tocht omlaag” neigt meer naar pure doom. Het uitzicht is kleurloos maar toch bombastisch dankzij majestueus toetsenwerk van Baluw. Gaistaz levert een – in mijn ogen – vrij frisse aanpak van het doom genre. De interesse is gewekt.

JOKKE: 82/100

Gaistaz – Gaistaz (Eigen beheer 2019)
1. Altijd hier
2. De tocht omlaag

Gaua – Feeble psychotic vortex

Vergeleken met Portugal hinkt de Spaanse black metal-scene toch nog een beetje achterop. Gaua probeert daar verandering in te brengen. Het betreft een nog vrij jonge band die in 2015 werd opgericht en later dat jaar een demo op de markt smeet (“Unearthly sorrowed visions“). In 2018 volgden een split met het Baskische Ur en een EP getiteld “Feeble psychotic vortex” die via Altare Productions op CD en LP verscheen. Écht nieuw is deze 37 minuten (!!) durende EP dus niet, maar vermits ie via Nebular Carcoma nu ook een derde leven op tape krijgt en wat we hier te horen krijgen best overtuigend klinkt, besloten we deze release toch nog even onder de aandacht te brengen. Adepten van Finse bands genre Sargeist (wegens de schurende grimmigheid en de openingsriff van “Schlitze” die wel heel veel wegheeft van diens “Satanic black devotion“) dienen de oren te spitsen voor Gaua. Hun black wordt verder à point gehouden middels een mengelmoes aan slepende melodieuze partijen en leads (finale van “Misfortune“), punky uitbarstingen, marcherende ritmes en Urfaustiaanse psychedelica wanneer de vocalen in “Second lament of a star” de semi-cleane tour opgaan. Wat een heerlijk intoxicerend nummer! De rockende partijen in combinatie met de grauwe screams ademen ook een zekere Nachtmystium-vibe uit. Dit alles verpakt in drie lange songs. Als toetje krijgen we nog een herwerking van het Vlad Tepes’ oudje “Drink the poetry of the Celtic disciple“, dat met zijn veertien minuten speeltijd eerder een ‘dessert deluxe’ is en met een minder ruwe sound dan het origineel laat zien dat dit best een gave compositie is. De aangehaalde referenties zouden jullie in staat moeten stellen een goed beeld te krijgen van dit “Feeble psychotic vortex” dat enerzijds vanuit een basis van traditionele grimmige black vertrekt maar daar toch ook talrijke melodieuze extra’s aan toevoegt.

JOKKE: 81/100

Gaua – Feeble psychotic vortex (Nebular Carcoma 2019)
1. Misfortune
2. Schlitze
3. Second lament of a star
4. Drink the poetry of the Celtic disciple (Vlad Tepes cover)

Dodenbezweerder – Zwarte sluiers & Rehearsal tape 20/02/2019 & 27/02/2019

Recent kwam Maurice De Jong op Addergebroed aan het woord in het kader van het op til zijnde debuut van Mystagogue. Deze duivel-doet-al heeft echter nooit aan één project genoeg, zodoende verscheen er recent ook een nieuwe EP van Dodenbezweerder waarvoor Mories samenwerkt met drummer Santino Van der AA (Aardling, Hypothermia). Eerder verschenen al twee geïmproviseerde (!) rehearsal tapes (gratis digitaal in huis te halen via de Bandcamp-pagina) en de EP in kwestie getiteld “Zwarte sluiers” is een voorbode voor een eerste langspeler die in 2020 verwacht wordt en waarvan ook al een tipje van de (zwarte) sluier werd opgelicht. De band heeft haar naam alvast niet gestolen want de twee nummers die het duo ons op de EP voorschotelt, klinken als een rituele bezwering die in goed verscholen ondergrondse krochten leek te hebben plaatsgevonden en een über-lügüber sfeertje uitwasemt. Santino stuurt een pulserende doombeat doorheen de kille echoënde atmosfeer waarin allerhande verwrongen kreten, schelle uithalen, oorschurend geschreeuw en gorgelend geprevel begraven zijn. De vochtige schimmel druipt dan weer van de snijdende en bijtende gure riffs. Op de één of andere manier sijpelt er een subtiele Urfaust doorheen deze grafherrie, want net zoals haar landgenoten, wekken deze trage bezwerende klanken een hallucinogeen effect op, maar dan met een meer uitgesproken black metal-karakter. Vooral de eerste rehearsaltape weet me in een sepulchrale trance te brengen, klaar om één of ander kerkhof te ontwijden. De tweede rehearsaltape, die een week na de eerste ingespeeld werd, laat een toegenomen lo-fi ‘necro-feel‘ horen, maar het zou een brug te ver zijn om te beweren dat deze onmenselijke klanken bij onderstaande necrofiele verlangens opwekken. De gitaareffecten in “Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam” belichamen als het ware het klaroengeschal van de dood. De “Bestorming van de hemel” lijkt dan weer met duivels en manisch klinkend orgelspel gepaard te gaan dat opdoemt vanuit diens hysterische zwartgalligheid. Nadien nemen deze begrafenisklanken een meer berustend karakter aan wanneer je wordt “Opgeslokt door de ontzielde leegte“. Dodenbezweerder grossiert als geen ander in de productie van “Weemoedige liederen van de dood“, dat staat als een omgekeerd kruis op een graftombe. Op basis van de eerder vermelde teaser van de aankomende langspeler, lijkt Dodenbezweerder daar voor een nóg meer verstikkende en beklemmende aanpak te gaan. Dat belooft!

JOKKE: 81/100 (EP: 82/00; Rehearsal 1: 81/100; Rehearsal 2: 79/100)

Dodenbezweerder – Zwarte sluiers (Eigen beheer 2019)
1. Verstenigd en verdelgd
2. Zwarte sluiers over dode gezichten

Rehearsal tape 27/02/2019 (Eigen beheer 2019)
1. Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam
2. Bestorming van de hemel
3. Opgeslokt door de ontzielde leegte
4. Weemoedige liederen van de dood

Rehearsal tape 20/02/2019 (Eigen beheer 2019)
1. Untitled
2. Untitled