urfaust

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer

Vorig jaar deed Kwade Droes ons met haar gelijknamige EP schuimbekkend watertanden naar meer van deze aanstekelijke duivelse kankerherrie. De symbiose tussen black metal en doom zoals we die horen in het zinnenprikkelende “De geile lokroep van gene zijde“, de rituele duisternis die de zeven songs uitdragen, de bezwerende psychedelica en het originele opzet van deze “De duivel en zijn gore oude kankermoer” bevestigen mijn vermoeden dat er serieuze Urfaust-inmenging is aan de muzikale zijde van deze uit de Gelderse drek opstijgende penetrante geluidsuitwasemingen. Over de bijwijlen hallucinogene kakofonie horen we veelzijdige vocale en prozaïsche vuilbekkerij die de grafstemming erin brengt. Hoor maar eens welke verscheidenheid aan schizofrene keelklanken we horen galmen in de ondergrondse krochten van “Lood om oud ijzer” dat halverwege qua riffs een heuse aderlating van het satanische bloed van een Von kent. De vocalen doen meermaals (o.a. in het krankzinnige “De Satan allerheiligst“) denken aan Mikka ten tijde van de eerste Impaled Nazarene-platen. De non-conformistische en punky attitude van sommige nummers is hier eveneens debet aan. “Drank is den duvel” horen we wel eens zeggen en het effect van gerstenat en andere gedistilleerde spiritualiën op de menselijke gemoedstoestand wordt in het orgastische, met piano en andere toeters en bellen opgeluisterde “Drankduivel” muzikaal perfect vertaald. Tijdens de aftrap van het bijzonder heavy “Misdaad loont” verkennen de doodsreutels diepere regionen en structuur is amper aanwezig in deze spastische zwartgeblakerde kneedboel. Ik kan de schadelijke muzikale uitstoot van dit zootje ongeregeld alleen maar toejuichen. De eerste langspeelplaat – ook al duurt ze maar een half uurtje – van deze vieze gore kankerdroezen is dan ook een schot in de roos!

JOKKE: 88/100

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer (Ván Records 2018)
1. De teerling is geworpen
2. Lood om oud ijzer
3. De wrange boodschap
4. Drankduivel
5. Misdaad loont
6. De geile lokroep van gene zijde
7. De Satan allerheiligst

Urfaust – The constellatory practice

Urfaust heeft een hoog love-it-or-hate-it gehalte. Velen dromen spontaan weg bij de slepende nummers van VRDRBR en IX, anderen vinden het monotone brol. Ik hoor thuis in het eerste kamp (hun logo staat dan ook geschilderd op mijn trve kvlt leather jacket ov hell) dus sprong ik een jaar na de release van het geniale “Empty space meditation” een gat in de lucht toen werd aangekondigd dat we niet opnieuw 6 jaar op een nieuwe full length zouden moeten wachten. Zonder promo (hoeveel ik Jokke hieromtrent heb lastiggevallen…) en zonder veel boe of ba werd vorige vrijdag dan plots “The constellatory practice” online vrijgegeven en tegelijkertijd gereleased door Ván Records. Urfaust valt op zich met geen enkele andere band echt te vergelijken, en tegelijk verschilt elk album substantieel van het vorige – en toch hoor je vanaf de eerste noten dat je naar onze favoriete zatte Nederlanders luistert. “The constellatory practice” is opnieuw typisch Urfaust, maar de enorme dynamiek die “Empty Space Meditation” kenmerkte is achterwege gelaten. De nieuwe trip die ons wordt voorgeschoteld bevat grotendeels hetzelfde, trage tempo, vergezeld van IX’ klagende zang, af en toe afgewisseld met de screams die op de voorganger werden geïntroduceerd. Het is echter juist dit absolute gebrek aan variatie dat van “The constellatory practice” een gewaagde en moeilijk verteerbare brok maakt. Het is eigenlijk pas met de voorlaatste track “Trail of the conscience of the dead” dat Urfaust me echt wakkerschudt: de plotse, scherpe leadgitaar, over een doomy riff gedrapeerd en gecombineerd met (ik vermoed) cello’s creëert een uitermate bezwerende en melancholische sfeer, die doorheen het hele album duidelijk voelbaar is. Afsluiter “Eradication through hypnotic suggestion” is dan weer een bijna tien minuten durende ambient track, die iets te lang wordt uitgerokken. De clochards tonen ons hier en daar een glimps van de genialiteit die ze bezitten, maar mij kon “The constellatory practice” moeilijker in de ban houden dan eerder werk. Al kan ik me best inbeelden dat het album perfect gepaard gaat bij de melancholische staat van ontnuchtering als je tegen de ochtend terug naar je bed slentert, want zo klinkt het album: als een zatte avond waarna je alleen naar huis zwalpt en beseft dat alles melancholie uitstraalt.

CAS: 76/100

Urfaust – The constellatory practice (Ván Records, 2018)
1. Doctrine of spirit obsession
2. Behind the veil of the trance sleep
3. A course in cosmic meditation
4. False sensorial impressions
5. Trail of the conscience of the dead
6. Eradication through hypnotic suggestion

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise

Dezelfde stem die tijdens de meest recente Mayhem tour voorafgaand aan de show vroeg om geen foto’s te maken en de smartphones achterwege te houden, trapt de derde EP van het Duitse (Dolch) in gang met een dienstmededeling waarbij onder andere wordt meegegeven dat de zesde track van de plaat achterstevoren kan afgespeeld worden, tenminste als je een platenspeler hebt. Beetje vreemd om een album op dergelijke manier in gang te zetten, zeker voor een band waarbij atmosfeer en een serene sfeerschepping centraal staan. Daarna volgt een korte intro met pauken en trompetten – zoals de titel zonder rond de pot te draaien weergeeft – en kan het album met “The river” eindelijk tot de kern van de zaak komen. Gedurende acht minuten weten de dame en heer complete duisternis op te roepen met hun fuzzy zwartgeblakerde doom met een industrieel randje, die soms wel wat aan Urfaust verwant is. De titel van de plaat is behoorlijk “tongue in cheek” want een mens geraakt van het melancholische geluidlandschap dat gecreëerd wordt, in combinatie met de droevige vocalen en neerslachtige teksten, nu niet bepaald in een vrolijke mood. Maar dat is natuurlijk de doelstelling niet van het Duitse duo. “Siren” doet haar naam alle eer aan want het repetitieve karakter van de song en de bezwerende lokroep van de zangeres zuigen je mee de dieperik in. “Hydroxytryptamin baby I” is bedwelmend in al haar glorieuze tristesse. Niet moeilijk als je weet dat deze neurotransmitter (ook gekend als serotonine) een invloed heeft op het geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust en een rol speelt bij de verwerking van pijnprikkels. Op kant B prijkt enkel het achttien minuten durende “100000 days” dat ook erg repetitief en hypnotiserend van opbouw is, maar al snel verzandt in één langgerekte noise-partij. In vergelijking met de eerste twee EP’s vallen de songs – eigenlijk dekt de term “compositie” beter de lading – nu een pak moeilijker onder de noemer “occult ambient rock” te catalogiseren en blijven ze eerlijk gezegd niet bepaald hangen omdat de catchiness van het oude werk simpelweg ontbreekt. Ook tijdens het recente optreden van de tour met King Dude en The Ruins Of Beverast bleek overduidelijk dat de oudere nummers het beter doen. Oh ja, die zesde track is niets meer dan wat applaus en kort gebrabbel dat ik nog niet weten ontcijferen heb.

JOKKE: 70/100

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise (Ván Records 2017)
1. Opening speech
2. Intro mit Pauken und Trompeten
3. The river
4. Siren
5. Hydroxytryptamin baby I
6. Track six
7. 100000 days

Kwade Droes – Kwade Droes

Een grote meute kinderen trok afgelopen vrijdag – al dan niet met tegenzin – voor de eerste keer terug schoolwaarts. Een speciale dag voor deze kindertjes. Ook voor het – ik vermoed Nederlandse – Kwade Droes was 1 september een hoogdag, want het kwaliteitslabel Ván Records loste haar eerste 7″ EP op de mensheid. Kwade Droes lijkt een ietwat vreemde naamkeuze maar deze term (ook wel malleus genoemd) is een ernstige ziekte van paarden en paardachtigen, zoals ezels en muildieren. Dat verklaart het dier op de hoes alvast en maakt het natuurlijk een geschikte naam voor een black metal band. Het silhouet van beide mannen, hun paard en kar werd trouwens met een mengsel van inkt en paardenbloed op het speciale papier van deze 7″ vereeuwigd. Teksten bezit ik niet maar vermits de gehoornde in beide songtitels aanwezig is, lijkt de thematiek voor de hand liggend. “De zegepraal van Satan” trapt ritualistisch af en eens de instrumenten invallen, neemt een innemende duisternis ons in haar wurggreep om pas zes en een halve minuut later terug te lossen zodat we naar adem kunnen happen, niet dat het erg was, integendeel. De black is doorspekt met gitzwarte psychedelica en bezwerende leads en doet één of andere Urfaust-inmenging vermoeden. Hierna is het de beurt aan “De witte duivel” waarin het tempo aanvankelijk slepend en repetitief is en de atmosfeer bedwelmend. Vergelijk het een beetje met Marduk’s “Accüser/Opposer“. Naarmate de song vordert, stijgt het tempo echter en neemt de waanzin rechtevenredig toe. De galmende vocalen klinken afwisselend en lekker gestoord en tillen het geheel naar een nog hoger niveau. Kwade Droes verdient alle lof en eer om met deze geweldige EP op de proppen te komen. Vind ik leuk.

JOKKE: 90/100

Kwade Droes – Kwade Droes (Ván Records 2017)
1. De zegepraal van Satan
2. Witte duivel

Solar Temple – Rays of Brilliance

De debuutcassette van het Nederlandse Solar Temple telt welgeteld één song, maar weet ons gelukkig wel een kwartier lang bij de lurven te grijpen. Veel meer dan de afkomst is er over Solar Temple niet geweten, maar het feit dat de tape het levenslicht ziet via Haeresis Noviomagi en Fallen Empire Records, zegt genoeg voor wie de ondergrondse hellekrochten uitspit op zoek naar interessante, beklijvende gitzwarte pareltjes. Er valt heel wat te beleven in de vijftien minuten van “Rays of brilliance“. In het lange repetitieve, bezwerende karakter van de song lijk ik aannemelijke sporen te ontwaren van Turia, maar of er achter Solar Temple één of meer dezelfde bandleden verscholen zit(ten), komen we niet te weten. Urfaust lijkt eveneens nooit veraf te zijn, want net als deze twee heren weet Solar Temple atmosferische lo-fi black en psychedelische doom tot één geheel te vervlechten met een psychoactieve catharsis als eindbestemming: “Initiation into the Dionysian realms – Swallowed by the cosmic firmament“. Tegen de tijd dat u deze review leest, is de kans echter groot dat u al achter de mazen van het net aan vist om nog een fysieke tape op de kop te kunnen tikken (de cassette verscheen in een gelimiteerde oplage van 150 stuks), maar de track kan u zich gelukkig ook digitaal toe-eigenen via volgende link: https://solartemplehn.bandcamp.com/album/rays-of-brilliance.

JOKKE: 88/100

Solar Temple – Rays of Brilliance (Haeresis Noviomagi/Fallen Empire Records 2017)
1. Rays of brilliance

Dødsengel – Interequinox

Het duo Malach Adonai en Kark slaat onder de noemer Dødsengel reeds tien jaar lang de handen in mekaar om de mensheid met haar theatrale vorm van black metal te bestoken. Als de twee Noren met een nieuwe langspeler op de proppen komen, krijg je als luisteraar steeds waar voor je geld. Zo klokte de dubbele voorganger “Imperator” vijf jaar geleden nog op 150 minuten af. Op het nagelnieuwe “Interequinox” werd het overtollige vet weggesneden, hoewel de elf nummers toch nog een klein uurtje in beslag nemen. Het avangarde/theatrale kantje van Dødsengel manifesteert zich voornamelijk door het brede scala aan zangstijlen waarmee gegoocheld wordt, waardoor we bijwijlen met een occulte black metal opera te maken lijken hebben. In het verleden haakte ik af op de falsetto heavy metal uithalen en ook nu werken deze bij ondergetekende als een tang op een varken. Bij opener “Pangenetor” is het spijtig genoeg al meteen prijs. Wanneer Kark zijn stembanden in “Prince of ashes” of het gothrock-achtige “Rubedo” meer Urfaust-gewijs inzet, vallen de cleane vocalen al een pak beter te pruimen. Positief punt voor een progressieve black metal band is dat de productie verre van gelikt klinkt, waardoor recht-door-zee songs zoals “Værens korsvei“, “Opaque” en “Ved alltings ende” best nog grimmig voor de dag komen. Het lijkt er echter op dat Dødsengel te veel van twee walletjes probeert te eten in plaats van ofwel volop te experimenteren ofwel honderd procent voor grimmigheid te gaan. Experimenteerdrift met een rem op als het ware, waardoor niet alle kunst-en-vliegwerk even geslaagd klinkt. Fans van Arcturus, Fleurity of Ved Buens Ende gaan hier veel meer plezier aan beleven dan ik doe.

JOKKE: 66/100

Dødsengel – Interequinox (Debemur Morti Productions 2017)
1. Pangenetor
2. Prince of ashes
3. Værens korsvei
4. Emerald earth
5. Opaque
6. Illusions
7. Palindrome
8. Ved alltings ende
9. Rubedo
10. Gloria in excelsis deo
11. Panphage

Fyrnask – Fórn

Het Duitse Fyrnask wist mij in het verleden reeds te overtuigen met haar platen “Bluostar” (2011) en “Eldirr Nótt” (2013) en ook het kwaliteitslabel Ván Records ging blijkbaar overstag want Fyrnd (de man achter deze éénmansband) ondertekende een contract met hen voor het nagelnieuwe “Fórn”. Wie dit goed bewaarde Duitse geheim nog niet kende en integere pagan black metal bands wel kan smaken, moet deze band zeker eens een luisterbeurt gunnen. In een tijdspanne van vijfenvijftig minuten doet Fyrnd ons, middels vijf volwaardige atmosferische natuurrituelen, de dagelijkse aardse beslommeringen even vergeten. Woeste en vrij snelle black metal, waarbij het metalen raamwerk van de songs doorweven is met allerhande natuurelementen, is het medium waarmee Fyrnask ons naar een mysterieuze wereld tracht te katapulteren. De vijf andere tracks zijn instrumentaal, vervullen de rol van intro en spanningsopbouwende intermezzo’s en voelen als de natuurlijke biotoop aan waarin Fyrnd het liefst vertoeft. Wanneer het (elektronische) gaspedaal diep wordt ingedrukt en de keyboardklanken aanzwellen, neigt het geheel naar Darkspace. Als de snerpende Noorse black metal wervelwindriffs gaan liggen en donkere heidense ambient rituelen het schouwspel overnemen, moeten we meermaals aan Wardruna denken, check “Fornsǫngvar” er maar eens op na. Dit geldt als garantie op het uitblijven van dronkemans huppeldepuppel pagan metal – godzijdank! Op vocaal gebied wordt een breed spectrum aan keelklanken aangewend om de – ik vermoed oud-IJslandse teksten – te manifesteren; hese black metal screams, fluweel gefluister en epische cleane zang(koren) passeren de revue. Vanaf we met “Agnis offer” op kant B zijn aanbeland, gaan de cleane vocalen de hoogte in om een soort bezwerende theatraliteit op zijn Urfaust’s aan te nemen. Ook op bonustrack “Vitran” – die op mijn tot-in-de-puntjes-verzorgde vinyluitgave op een extra 7 inch gegraveerd staat – bedient Fyrnd zich van deze bijzondere zangstijl. Ik smaak het wel. Als je ook iets van kritiek verwacht op deze plaat is het de drumsound, waarbij vooral tijdens de digitale cymbaalaanslagen opvalt dat de drums uit een doosje komen. Organische akoestische drums zouden deze atmosferische muziek best wel ten goede komen. Voor de rest is dit een allround overtuigende plaat voor liefhebbers van kwaliteitsvolle pagan/black.

JOKKE: 82/100

Fyrnask – Fórn (Ván Records 2016)
1. Forbænir
2. Draugr
3. Niðrdráttr
4. Vi er dømt
5. Agnis offer
6. Urðmaðr
7. Blótan
8. Fornsǫngvar
9. Kenoma
10. Havets kjele
11. Vitran (Bonus)