Windhand

Bathsheba – Servus

Doom is een genre dat de laatste tijd slechts héél sporadische zijn weg vindt naar onze kritische pen. Er zijn niet veel bands die met kop en schouders boven de grijze massa uitsteken en na enkele nummers belanden we steevast in slaapmodus; weinig platen kunnen ons immers een hele rit lang boeien. Onze landgenoten van Bathsheba weten duidelijk waar de valkuilen uit het genre liggen en vermijden deze op hun eerste langspeler “Servus” vakkundig. Daar waar menig doom band een broertje dood heeft aan afwisseling en het principe “traag – trager – traagst” hanteert, laat Bathsheba verscheidene facetten van haar demonengezicht zien. Daar waar “Conjuration of fire” een mokerslag uitdeelt waarbij alle gekende ingrediënten van het genre (laag toerental, dreunende bas en gitaarrifs, donderdrums en pakkend refrein) ingezet worden, krijgen we de grootste verrassing te horen op “Ain soph” waarin de heren en dame op haast black metal en sludge-achtige wijze van jetje geven en waarbij het gebruik van sinistere saxofoonklanken (die Peter Verdonck van Wound Collector uit zijn toeter tevoorschijn tovert) een heel apart duister en intrigerend sfeertje weet neer te zetten. Wat een song! In “Manifest” wordt – na een intieme aftrap – dan weer de kaart van traditionele melodieuze doom getrokken en ontpopt een knappe gitaarsolo zich minutenlang tot een ontroerend hoorspel. Op vocaal gebied overtuigt frontvrouw Michelle  (ex-Serpentcult, Leviathan Speaks, Death Penalty) over de gehele lijn en laat ze menig andere zangeres een poepje ruiken. Ze wisselt met het grootste gemak af tussen bezwerende sirenelokroepen en kermende en screamende uithalen zoals in “Demon 13” waarbij haar keelklanken uit de diepste krochten van de Limburgse steenkoolmijnen lijken op te stijgen (ik moet regelmatig denken aan de Italiaanse Raffaella Rivarolo, gekend van Opera IX en Cadaveria). Natuurlijk zou deze she-devil niet zo kunnen schitteren, als haar bandmakkers Jelle (ex-Sardonis), Raf (ex-Gorath, Torturerama en Death Penalty) en Dwight (ex-Disinterred) niet de perfecte loodzware muzikale basis zouden neerleggen, die dankzij de Brusselse Blackout Studio (o.a. Emptiness en Enthroned) bijzonder vet uit de speakers knalt. “The sleepless gods” kennen we reeds van de in 2015 verschenen EP en ik blijf erbij dat Windhand een moord zou begaan om zulke song te kunnen schrijven. “I, at the end of everything” somt tenslotte nog eens alle kwaliteiten van de band op. De plaat klinkt de hele rit lang verleidelijk, spannend en gevaarlijk…een beetje zoals “seks met je ex”. “Servus” is dan ook zonder twijfel de beste doom-plaat die ik in lange tijd gehoord heb en Bathsheba staat hiermee tot dienst van alle liefhebbers van (occulte) doom. Het is nog tot 24 februari wachten alvorens ie fysiek uitkomt, maar het eerste hoogtepunt van 2017 is reeds een feit!

JOKKE: 91/100

Bathsheba – Servus (Svart Records 2017)
1. Conjuration of fire
2. Ain soph
3. Manifest
4. Demon 13
5. The sleepless gods
6. I, at the end of everything

Bathsheba – The sleepless gods

Als u denkt dat Bathsheba een nieuw merk kattenvoer is, moet ik u teleurstellen. In plaats van brokjes voor uw favoriete huisdier, is het voer voor de “riff aanbiddende zware muziek” liefhebber. We hebben hier immers te maken met een stoner/doom band die uit de Limburgse moerassen naar boven komt pruttelen. De bandnaam werd ontleend aan een vissersdorpje aan de oostkust van Barbados waar de band jaarlijks enkele uren al zonnebadend in fluorescerende zwemshorts en foute hawaïhemdjes haar vakantie doorbrengt. Of toch net niet…Wikipedia leert ons ook dat Bathsheba de Bijbelse vrouw van koning David was, waarmee ze overspel pleegde. De betekenis van haar naam betekent “dochter van de eed” (weten we meteen waar de songtitel van de tweede track op deze 10” vandaan komt). We zijn enkele seconden ver in de openingsriff van “The sleepless gods” en ik weet meteen dat het goed zit. Laat daarna de donderende drums van Jelle Stevens (die we ook kennen van Sardonis) invallen, begeleid door een slepende solo en het wordt nog beter. Dit zou zo op de laatste plaat van Windhand kunnen staan. De bezwerende zang van frontvrouw (of –heks) Michelle Nocon (ex-Serpentcult, Death Penalty) vormt de kers op de taart. Waar ze in andere bands meer de hoge epische tour opgaat, past haar lage en ceremoniële zang hier beter op de muziek. Ik moet regelmatig aan Jex Thoth haar stemtimbre denken, wat absoluut als compliment geldt. Ook de andere leden Dwight Goossens en Raf Meukens hebben hun strepen reeds verdiend in Belgische acts als Gorath, Disinterred en Torturerama. Op kant B klinkt “Daughter of the oath” zelfs nog zwaarder, duisterder en slepender dan de titeltrack. Dit kan zonder blozen de internationale competitie aangaan en Roadburn lonkt dan ook! Mooi trouwens dat onze landgenoten een deal bij het interessante Svart Records in de wacht hebben kunnen slepen. Om in ’t oog te houden dus.

JOKKE: 85/100

Bathsheba – The sleepless gods (Svart Records 2015)
1. The sleepless gods
2. Daughter of the oath

Saturnalia Temple – To the other

 

Het Zweedse Saturnalia Temple gooide in 2011 hoge ogen in het doom wereldje met hun eerste volwaardige album “Aion of drakon”. We zijn vier jaar verder en het tweede album “To the other” is een feit. In tussentijd werd de “Impossibilum” EP nog als zoethoudertje uitgebracht. Redelijk onder de indruk van de eerste plaat, waren mijn verwachtingen voor de opvolger hoog gespannen. Kan gevaarlijk zijn. Om maar meteen to the point te komen: “To the other” is geen gemakkelijke rit. Het vraagt dan ook enkele luisterbeurten om deze plaat naar waarde te schatten. Er zijn twee wezenlijke verschillen met voorgaand werk. Ten eerste zijn de vocalen van zanger/gitarist en occult schrijver Tommie Eriksson een pak extremer van aard doordat hij opteert voor een naar black metal neigende scream. Hierdoor gaat de vergelijking met genregrootheden Electric Wizard of het populaire Windhand nu minder op. Een combinatie van cleane vocalen en screams zoals bijvoorbeeld Cough hanteert, had voor meer variatie gezorgd. Ten tweede bevat zowat elk nummer een heuse solo, die spijtig genoeg niet allemaal van hetzelfde niveau zijn (die aan het begin van “Black sea of power” is bijwijlen zelfs tenenkrommend vals). En waarom je nieuwe plaat misplaatst aftrappen met de zwakste gitaarsolo die er te horen valt? Voor mij een compleet raadsel. Lijkt een geïmproviseerde ingeving van het moment geweest te zijn. Voor de rest horen we in deze song ongeïnspireerde stoner doom terug. “To the other” is met zijn repetitieve karakter, slepend ritme en spiegedelisch gitaarspel (effectjes maken overuren in deze track) echter van een beduidend hoger niveau en zorgde niet alleen op plaat maar ook live, tijdens de recente passage in Het Bos, voor een psychedelische trip to the other side. De experimentele gitaarmasturbaties in “Snow of reason”, “March of gha’agsheblah” en het instrumentale ‘Void” zorgen dan weer wel voor het gewenste broeierige en geestverruimende effect. De repetitieve geluidsgolven van “Crownedwithseven” stuwen zich als een log nijlpaard door een zee van hallucinogene riffs voort. Wie de vinylversie aanschaft krijgt er met “The white shadow” nog een goede bonus track bij. “To the other” is zeker geen slechte plaat en kent bij momenten heerlijke passages, maar voor sommige solo’s verdient Tommy de nodige zweepslagen. Het ontbreken van heuse krakers à la “Black magic metal” en “Aion of drakon” en enkele ongeïnspireerde riffs zorgen ervoor dat deze plaat beduidend minder scoort dan zijn voorganger. Wel merk ik dat het album luisterbeurt na luisterbeurt steeds meer van haar geheimen prijs geeft.  Best mogelijk dat mijn score binnen enkele weken dan ook met gemak tien punten hoger ligt.

JOKKE: 77/100

Saturnalia Temple – To the other (Listenable Records 2015)
1. Intro
2. Zazelsorath
3. To the other
4. Snow of reason
5. March of gha’agsheblah
6. Black sea of power
7. Crownedwithseven
8. Void
9. The white shadow

Inter Arma – The cavern

Na het lichtjes geniale “Sky burial” uit 2013, komt deze Amerikaanse band nu al met een nieuwe EP op te proppen. Allez ja, EP, what’s in a name? Hoewel dit plaatje slechts één song bevat, klokt die wel af op net geen 46 minuten. Altijd risky business als een band probeert om één monsterlijke song uit de mouw te schudden, want het is dan natuurlijk altijd de vraag of het nummer de volledige speeltijd kan blijven boeien. “The cavern” begint nog enigszins ingetogen maar gaat toch al vrij snel over tot metalen heaviness. Beukende sludgy metal met een subtiele keyboardgordijn op de achtergrond knalt door de speakers. Deze riff wordt iets te lang aangehouden om dan abrupt over te gaan naar een nieuw deel van de song, dat iets progressiever getint is en qua riffs en vocalen de Mastodon tour opgaat. Na enkel minuten gaat de muziek, ditmaal subtieler, terug over naar zware sludge met black metal vocalen. Dit is echter niet van lange duur, want de geluidsmuur valt terug stil en een nieuwe opbouw wordt gecreëerd middels trage sludge met een slepende vioolmelodie. Spijtig genoeg volgt plots weer een abrupte shift van een meer proggy passage om dan toch weer terug naar de vorige riff terug te keren en dit doen ze nog een keer. Je wordt als luisteraar voortdurend op het verkeerde been gezet en éénmaal je mee bent met een bepaalde mood brengt Inter Arma je het hoofd op hol. Daarna krijgen we een geslaagde Americana getinte passage inclusief lap steel, strijkers en zwoele vrouwelijke vocalen van Windhand’s Dorthia Cottrell. Een uitgesponnen gitaarsolo die op het einde inkakt en meer weg heeft van guitar wanking vormt de brug naar hakkende riffs die overgaan naar een nieuwe inspiratieloze en véél te lange solo. Het is nu al een lange rit en we zijn nog maar iets over halfweg. Plots steekt er terug een Mastodiaanse gitaarriff de kop op met tegendraads drumwerk. Na deze lange instrumentale passage, mag zanger Mike Paparo terug meedoen en wordt het beginthema van de song terug aangehaald. De song komt tenslotte ook erg abrupt tot een einde, waarschijnlijk omdat de maximum speelduur van een elpee behaald is. Links en rechts bevat “The cavern” wel leuke passages maar over het algemeen springt de band te veel van de hak op de tak en de abrupte overgangen geven het idee van knip- en plakwerk. Ik mis bovendien de black metalgetinte razernij van de vorige plaat. Als de song in verscheidene tracks opgedeeld zou zijn, kan je nog fast forward doen naar je voorkeurspartijen, nu ben je verplicht om de hele rit uit te zitten, waardoor ik deze plaat waarschijnlijk nooit meer opzet. Aan het muzikaal talent ligt het in elk geval niet, maar dat is nog geen zekerheid voor een boeiende song. Ik beschouw het als een mislukt experiment, en hoop dat de band met een volgende reguliere plaat terug de draad oppikt van “Sky burial”. Onderstaande trailer bevat de interessantste passages van de song. In drieënhalve minuut kan het dus ook.

JOKKE: 62/100

Inter Arma – The Cavern (Relapse Records 2014)
1. The Cavern

SubRosa – More constant than the gods

All of my life I have been waiting for you”. ‘t Zal wel zijn! Met deze woorden trapt de nieuwe langspeler van de uit Salt Lake City afkomstige doom/stoner/sludge-band SubRosa af. Ik was al lange tijd geïntrigeerd door de hoes van de vorige plaat “No help for the mighty ones” maar nam nu pas de tijd om de band eens deftig gehoor te geven. Ik heb mijn hoofd net drie maal tegen de muur geramd van miserie, want godverdomme, waarom heb ik nooit eerder de moeite gedaan om me in het muzikale universum van deze dames en heren te verdiepen? De eerste song “The usher” klokt al meteen boven de 14 minuten af. Frêle vrouwenzang vergezeld van piano zet de plaat in gang om spoedig vergezeld te worden van viool en een cleane mannenstem. Even denk je dat je met een singer/songerwriter-achtige band te maken hebt die in een programma als “Duyster” niet zou misstaan, maar als na een drietal minuten de distorted gitaren invallen en een heuse doom pletwals op gang getrokken wordt, gaat mijn tikker nogal te keer. Halfweg de song passeren er nog fluiten en gaan de violen de psychedelische toer op. Njammie! De daaropvolgende track ‘”Ghost of a dead empire” is pure amp-worship. Loodzware riffs, drums als mokerslagen, een Oosters aandoende viool en hypnotiserende vrouwenzang vormen de benodigdheden voor een heuse trip richting doomparadijs. Volgend jaar ga ik er twee weken op vakantie! “Cosey Mo” trapt op een meer stoner/doomachtige manier af. Opnieuw duelleren de gitaren met de violen, maar in hun strijd om leven en dood is er geen winnaar, want in plaats van elkaar de loef af te steken vormen ze de perfecte blend, net zoals mijn heerlijke gin/tonic die ik aan het nuttigen ben terwijl ik in bijna complete duisternis van deze magische plaat aan het genieten ben. “Fat of the ram” is de hevigste song op de plaat waar ook hier de drie vrouwenstemmen de hypnotiserende en bezwerende proclamaties op je afvuren en de onrustige violen je brein binnendringen om de rust te verstoren. De apotheose van deze monstersong is opnieuw om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Affliction” is een überslome doomparel waarbij de violen je weer een naargeestig gevoel van onbehagen bezorgen. Het 12 minuten durende “No safe harbour” vormt de majestueuze hekkensluiter van dit meesterwerk dat de recentste plaat van die andere female fronted doomband Windhand nog net overklast. De laatste dagen van 2013 tikken langzaam weg en net op de valreep dringt SubRosa tot de allerhoogste regionen van mijn eindejaarslijst door. Pure klasse! Staande ovatie!

JOKKE: 93/100

SubRosa – More constant than the gods (Profound Lore Records 2013)

1. The Usher
2. Ghosts of a dead empire
3. Cosey Mo
4. Fat of the ram
5. Affliction
6. No safe harbor