RDS-220 – Agressie kanaliseren

Eén van de meest agressieve dingen die we de laatste tijd te horen kregen, staat op naam van het mysterieus genaamde RDS-220. “Hell is truth seen too late” is de naam van een erg intens werkstuk dat – verspreid over twee cassettereleases – onze gehoorgangen verpulverde. Het kon niet anders dan dat de twee bezielers van de band een niet zo positieve kijk op de wereld om ons heen hebben. Een gesprek met John M. en Siegfried H. drong zich op. (JOKKE)

RDS220

Dag heren! Laten we het om te beginnen over de ietwat vreemde bandnaam hebben. RDS-220 is de officiële naam van de Tsar bomba, een Russisch kernwapen uit de tijd van de Koude Oorlog waarmee de Russen in Nova Zembla de krachtigste explosie ooit veroorzaakte. Vanwaar de idee voor deze bandnaam en zit er ook een politieke boodschap achter verborgen? Hoe kijk jij naar het forsbolgerol en de grootspraak inzake kernwapens tussen de VS en Noord-Korea?
SH: In zekere zin wél, al is dat met gastzangers en bijgevolg guest lyrics niet voor de hand liggend. Er schuilt zéker een boodschap in de naamkeuze in de zin dat de RDS-220-bom destijds het summum was in de wapenwedloop. We zijn terug helemaal in die tijd beland, de wedloop is in feite gewoon aan de gang gebleven, de oorlogsindustrie is één van de grootste op aarde en here to stay. We zijn halverwege ergens ingedommeld door een media-overload. Extreem rechts staat overal klaar om terug over te nemen en de messen zijn meer dan ooit terug geslepen. We leven gewoon in heel donkere, rare tijden. In die zin vonden we deze naam wel gepast. Een gigantische bom die Damocles-gewijs boven onze koppen hangt… Wat er in de VS gebeurt illustreert des te duidelijker ook dat het grote geld nu helemaal heeft overgenomen. De massa wordt dom en murw gemaakt en gehouden en blijft op die manier bijdragen aan die overname. Dat gebeurt hier bij ons net zo. Het centrum schuift alsmaar verder op naar rechts, en de meerderheid slikt het. We worden bang gemaakt met een constante dreiging, de machine wordt op die manier gevoed en brengt grof geld op voor de bovenlaag van de maatschappij.
JM: Je moet weten dat we er best lang over gedaan hebben om de naam vast te leggen. We wilden sowieso een bold statement maken en verwijzen naar het leed (heden en verleden) waar politieke machtsspelletjes aan de basis liggen/lagen. RDS-220 dus, keihard en luid, net als de muziek…

Welke behoefte(s) proberen jullie met RDS-220 in te vullen?
JM: Wel voor mij is het een hoge nood om snelle riffs die ontiegelijk hard aankomen te capteren gecombineerd met drums die je voelt tot in je maag. Vuile black metal riffs zonder te gaan voor een “rauwe (gegorgel ruis) productie”. Keiharde heavy riffs die onder het vriespunt duiken, maar toch ergens een melodische ondertoon bevatten. Het opnemen van snerende metalen maar overal toch een punksaus over gieten. Komt daar nog eens bij dat het voor mij ook een vorm van eer betuigen aan de groten is…
SH: Wat mij betreft is het inderdaad een zekere ‘behoefte’ om terug snelle muziek te spelen. Snelheid draagt een agressie in zich waar ik altijd al een soort fysieke nood aan heb gehad. In het verleden speelde ik in bands waar de nadruk ook op snelheid lag. Daarnaast heb ik echter altijd een brede kijk op muziek gehad en konden trage, logge dingen ook, daarvoor heb ik andere projecten. Met RDS-200 is het uitgangspunt agressie kanaliseren. Ik wil met dit project gewoon compromisloze dingen maken. Er is echt te veel gelikte shit die via allerlei wegen onze kop vervuilt. Er wordt vaak gedweept met de term ‘harde muziek’, terwijl die muziek in kwestie helemaal effen geproducet is om toch maar vlotjes binnen te gaan. RDS-220 hoeft niet vlot binnen te gaan… Als je de vier hoofdstukken na mekaar beluisterd hebt, wil ik dat je je murw geklopt voelt.

Vanwaar de keuze voor de pseudoniemen John M. en Siegfried H.? Is anonimiteit noodzakelijk voor jullie om zo de nadruk volledig op de muziek te kunnen leggen
JM: Inderdaad. We wilden vooral dat RDS-220 beoordeeld zou worden omwille van het muzikale aspect en niet wegens het ex-members lijstje. De anonimiteit zorgt ervoor dat wij op het gemak aan onze songs kunnen werken zonder dat er verwachtingen zijn. Een nieuw project (en het woord nieuw bekijk ik dan vooral vanuit de hoek “members hebben al een band (gehad) die goed tot zeer goed draait/draaide”) brengt altijd verwachtingen mee. Maar door de anonimiteit konden we de focus leggen op de muziek, zonder dat de luisteraar iets verwacht. Met een tweede release is dit anders, dan zijn er wel verwachtingen. Maar ook hier gaan die terug op het muzikale…Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat we koste wat het kost onze identiteit geheim gaan houden hoor.
SH: Ik kan JM hierin enkel bijtreden. Wie we zijn of wat we ooit al deden doet bij RDS-220 niets ter zake. Het verleden heeft mij veel geleerd: op muzikaal en menselijk vlak, wat ik wél wil doen en vooral wat ik niét meer wil of kan doen. Alles is ook een momentopname, wat ik nu maak is wat ik nu voel. Wat ik vijf jaar terug voelde doet hier niet zo veel ter zake. Ik schrijf en neem heel impulsief op. Dat gebeurt ook zo bij mijn werk onder de Stormwind-naam. Alles daaraan is geïmproviseerd. RDS-220 is in zekere zin ook zo. De riffs komen, we overleggen heel snel en boksen alles op een paar uur in mekaar. Het uiteindelijke resultaat wordt meestal heel snel duidelijk. Dat kan ook omdat we maar met twee zijn. Het is een manier van werken die ons heel goed ligt.

RDS220 1

RDS-220 bestaat “slechts” uit twee leden. Siegfried verzorgt de riffs en staat in voor de programmatie van de drums terwijl John de bas hanteert. Voor de zangpartijen doen jullie beroep op buitenstaanders. Hoe is dit idee ontstaan?
JM: Toen we met RDS-220 startten, waren we gewoon aan het focussen op riffs en songs. Instrumenten en geluiden, nooit vocalen. En die songs bleven ook instrumentaal overeind. Maar dan komt er toch een moment dat je in je hoofd iets extra hoort in die songs. En dan zoek je naar opties. Ik las toen ergens een interview met Time Lurker, een Frans éénmansproject dat zangers/vrienden uitnodigt om vocalen te voorzien, et voila.
SH: De vocale factor is inderdaad pas nadien gekomen. Het muzikale gedeelte is hoe wij twee al een tiental jaar samen dingen maken. Vroeger onder een andere naam, nu met RDS-220. Het is een heel spontane en eerlijke samenwerking, waarbij er eigenlijk weinig discussies aan te pas komen. Helemaal anders dan met vijf opgesloten te zitten in een repetitiehok waarbij ieder zijn zegje wil doen. Het is voor ons allebei een heel efficiënte manier van werken, waarin we mekaar heel goed aanvullen en -voelen. Eens we aan het puzzelen gaan is de meeste ballast al overboord gegooid. Soms kom ik met een pak riffs op de proppen waarvan we er dan samen drie vierde uit schrappen, soms komt JM met één primitieve riff en blijkt op het einde van de rit dat we daarrond een heel nummer konden optrekken. Open mind en ogen gefocust op het uiteindelijke doel.

Voor deel I werkten jullie met Jenci van VVovnds en voor deel II met Hans van Liar. Voor delen III en IIII keken jullie over de landsgrenzen heen en werden respectievelijk Paulo Rui van Besta en Dehn Sora van Treha Sektori en Throane bereid gevonden de vocalen te verzorgen. Was het moeilijk om hen te overhalen aangezien geen van allen een échte black metal-achtergrond heeft?
SH: Ik zou mezelf ook niet echt een black-metal achtergrond toedichten. Is ook zéér relatief. Ik heb metal ontdekt via veel wegen, zéker niet exclusief via de extremere genres. Ik ben nog steeds into Pantera en King Diamond om maar wat te zeggen. Ik kan niet overweg met puristen. Vandaar dat het voor mij ook geen probleem was om mensen aan te spreken die ook een niet de voor de hand liggende achtergrond hebben. We zijn vooral gaan selecteren op wie enthousiast was over het idee. En een interessante stem uiteraard. Ik ben een beetje blijven steken in de jaren ’90 wat metal betreft, de laatste jaren luister ik veel breder en kunnen andere genres me evengoed boeien. Er is in mijn hoofd maar beperkte plaats, dus kom ik er niet meer aan toe om nog veel recente metal te checken. JM maakt dan een selectie voor mij haha.
JM: En we hebben niet echt moeten aandringen nee. Na het horen van enkele halve nummers hebben Jenci en Hans zichzelf eigenlijk aangeboden. Paulo en Dehn Sora waren onmiddellijk down. We zijn zoals SH het al zei, gestart vanuit de stem die we bij ons nummers hoorden. Duister, diep, prominent aanwezig, etc… En we weten van alle zangers tot op heden wat ze lyrisch-gewijs voor staan, dus ja, voor ons was het snel duidelijk wie we wilden en veel overtuigingskracht was niet nodig. Ook met de nieuwe nummers trouwens.

Werd elk nummer geschreven met een specifieke gastzanger in gedachten of konden de zangers zelf kiezen op welke songs ze zich konden uitleven?
JM: Tot hier hebben we slechts één nummer geschreven met een zanger in het achterhoofd. Voor alle andere nummers componeren we zoals het tot ons komt en eens het nummer voor drie vierde vorm heeft, denken we luidop na over eventuele zangers.
SH: Neen, we schrijven het nummer inderdaad eerst. En dan pas wordt de shortlist van zangers bovengehaald. Andersom zou ons te zeer sturen in het schrijfproces en het hele impulsieve idee wat ondermijnen.

Naar aanleiding van dit interview zeiden jullie dat de gastzangers ook de teksten voor hun song aanleverden en jullie bijgevolg niet echt over de inhoud van de teksten kunnen praten. Kregen zij met andere woorden carte blanche of diende de tekstuele inhoud toch min of meer een coherent geheel te vormen en te stroken met jullie eigen wereldbeeld?
SH: Daar haal je zeker een interessant punt aan. Wat mij betreft is het hele idee van RDS-220 het ventileren van een pissed-off state of mind die me bezighoudt. Ik krijg het op deze manier geventileerd. Ik ben kwaad als ik de wereld bekijk, en ik moet dat op één of andere manier kwijt. Mijn taal is niet die van lyrics, wel die van muziek en ik vertrouw er in zekere zin op dat de mensen die meewerken aan RDS-220 een gelijkaardige drang hebben om dingen die hen dwars zitten van zich af te schrijven. Het is niet het soort muziek om idyllische teksten bij te verzinnen.
JM: We vertrouwen er inderdaad op dat de teksten goed zitten. Zoals ik eerder al zei, we kennen de zangers die we kozen en weten ook wat van hen te verwachten op gebied van lyrics. Ik durf wel te zeggen dat hun teksten aansluiten bij ons visie.

Ik vind deel III meer industrial en machinale invloeden hebben terwijl deel IIII melodieuzer van aard is, hoewel nog steeds hondsagressief. Niet alleen door de felle riffs maar vooral ook door het bombardement aan drumsalvo’s. Vanwaar komt al die woede die we horen in de muziek van RDS-220?
SH: Actualiteit, nieuws, de wereld rondom ons. Ik ben me absoluut bewust van de relativiteit van ons geschreeuw, maar ik kan niet anders dan kwaad zijn. Dat vertaalt zich momenteel in een salvo na salvo, riff na riff.
JM: Alles heeft te maken met die state of mind waar ik het reeds over had. Overdag zwoeg je met de beste bedoelingen om iets te betekenen op je werk. En dan zie/hoor je ‘s avonds het nieuws en dat bevat enkel pijn en ellende. En dan komen we samen, pluggen gitaren in en onstaan er enkel hondsagressieve riffs. Dit is onze manier van verwerken, snoeiharde black metal is ons medium…

RDS220 2

Wat trekt jou zo aan in black metal en welke bands vormden een inspiratie voor RDS-220?
SH: Ik ben persoonlijk absoluut geen kenner van wat er zich momenteel afspeelt. Ik ben blijven hangen bij Dissection, Emperor, Satyricon, dat soort bands. De bands die mijn jeugd mee gevormd hebben, die mijn gitaarspelen hebben beïnvloed. Er is zo danig veel muziek te vinden tegenwoordig dat ik wat toe geklapt ben. Black en death metal blijven me echter boeien, omdat ze zoveel energie in zich dragen. Het compromisloze van extreme muziek blijft me aanspreken. Daar waar tegenwoordig toegankelijkheid en compromis de bovenhand hebben. Het experimentele en ‘rare’ in muziek boeit me wel… Bands als Morbid Angel, zijn gewoon fucking raar. Maar ik blijf ernaar teruggrijpen. Mijn gateway bands waren Slayer, Sepultura en Pantera, en iets daarna Emperor, Satyricons “Nemesis divina“, Enslaved’s “Frost” en “Eld“-platen. Death en At The Gates zijn voor mij ook heel invloedrijk geweest. Zeker door de melodie die op één of andere manier in hun toch agressieve nummers gevat zit. Ik zou oneindig verder namen kunnen noemen, maar dat brengt ons nergens. Laat het er me op houden dat al die bands mij gevormd hebben in mijn spelen en schrijven.
JM: Wat mij aantrekt is de tremelo picking, drumsalvo na drumsalvo, 230 bpm… Maar ook het obscure, zeker dat obscure dat er dan ook nog eens grafisch goed uitziet (we zijn beiden graficus van opleiding). Ik ben mede gestart met Enslaved dankzij een metal focussed klasgenoot. Necrophobic en Dissection hebben toen alles bepaald. Maar ik ben ook enorm te spreken over de nieuwe garde. Fallen Empire Records en Vrasubatlat brengen enkel maar toppertjes uit precies. Ik haal veel uit Nadra, Utzalu, Whoredom Rife, Triumvir Foul, Adzalaan. Dergelijke dingen. Maar ook die nieuwe Marduk-plaat “Victoria” (behalve het nummer “Werewolf” dan haha) en Darkthrone blijven heersen. Het industriële vind ik dan weer in Mysticum. Ja ik luister toch wel veel naar nieuwe dingen.

De nummers van de “Hell is truth seen too late”-reeks werden per twee stuks op een cassette gezet die in een gelimiteerde oplage van 50 stuks zal uitkomen. Vanwaar de keuze om enkel voor een tape als fysieke geluidsdrager te gaan, bovendien een medium dat toch erg niche is?
JM: Het cassettegegeven is wat in die richting gegroeid mede door ons ‘demo’-denken. Wij zijn beiden al wat ouder en hebben de cassette als hét demomedium meegemaakt. Het leek ons wel cool in die richting te denken. Anderzijds heeft Svart Blod dit mee in die richting gestuurd.
SH: Ik ben inderdaad ook een kind dat opgegroeid is met tapes. Mixed tapes maken, het twee kanten gegeven, het scrummy  aspect ervan. Ik had destijds een rugzak vol tapes die helemaal vort klonken wegens kapot gespeeld, maar je had toch maar mooi je gerief mee, goeie tijden.

Is de reeks beëindigd of zullen er nog delen volgen?
JM: “Hell is truth seen too late” op cassettes is klaar. De tweede box is beschikbaar. Eenmaal die out of print is bekijken we alles opnieuw. Er is een vijfde hoofdstuk bijna afgewerkt en er staan al mensen klaar om ons hier een platform voor te geven.
We zijn ook al bezig met een nieuw stuk (nog zonder titel en ongekend hoeveel hoofdstukken). Dit zal ongetwijfeld opnieuw een donkere ondertoon krijgen.
SH: Zolang de inspiratie er is, zullen er nieuwe dingen geschreven en gereleased worden. Dit deel is nu inderdaad afgesloten.

Voor de release werkten jullie samen met het vrij nieuwe Svart Blod-label. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
JM: Wel een tijdje terug, toen RDS-220 een viertal nummers oud was, sprak ik met de mensen van Svart Blod. Heersers deluxe trouwens! En zij waren wel geïnteresseerd, maar on their terms. Zijnde een speciale release, origineel, niche, collectable en zeer mooi verpakt. Dus we zijn gaan denken. Op dat moment kwam ook de idee van de gastzangers en zo zijn we gaan puzzelen. Een RDS-220-nummer duurt gemiddeld vijf à zes minuten, perfect voor één kant van een tape. We zijn uiteindelijk bij het ‘box’-gegeven terechtgekomen et voilà. Vier zangers is vier tapes, twee per box. Gezeefdrukte sleeves of artwork cards, booklets met full color collages… Sinds kort staat alles ook op onze Bandcamppagina als ‘name your price’-download, alle support is welkom.

Zit er een kans in dat RDS-220 ooit meer dan een studioproject wordt en met andere woorden ook live zal spelen?
JM: Wel ik ben geneigd te zeggen “zeg nooit nooit”. Maar momenteel is er zeker geen behoefte om live te spelen. We voelen ons goed in het donkere zoldertje waar we met ons twee kunnen focussen op alles wat hard is en “tegen de tanden”. Maar nooit is een groot en allesomvattend woord, niet?
SH: Het voordeel van deze manier van werken is dat de tijd steeds aan onze zijde blijft. Er is geen druk om dingen binnen een bepaalde tijd af te krijgen. Als je een studio boekt dan heb je van dan tot dan, en mijn ervaring leert me dat dingen tijd moeten krijgen om te rijpen en te herwerken. Dan is home-studio recording de beste optie. Ik ben op mijn zestiende beginnen werken met drumcomputers om nummers te schrijven, toen met een bandopnemer, nu digitaal. Dit is voor mij 100% like home. Demo’s inspelen met gitaar plugins en korte stukjes om mee te puzzelen, drums programmeren en dan uiteindelijk de gitaren en bas opnieuw en in één track inspelen met echte versterkers en cabinets en micro’s. Live spelen is een ander verhaal, het vergt vele keren meer tijd en die heb ik niet wegens andere projecten én een gezin en job. Live spelen veronderstelt ook dat je een klik maakt met minstens vier (in het geval RDS-220 eerder vijf) mensen. Dat is niet evident. Het is dubbel… voorlopig geen optie, maar zeg nooit nooit inderdaad!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s