Auteur: addergebroed

Ish Kerioth – Under unclean wings

Het regent de laatste tijd black metal demo’s van eigen bodem. En tussen dat aanbod aan tapes zit heel wat potentieel, zo ook Ish Kerioth, een band met leden van Kosmokrator en Lugubrum die met “Under unclean wings” aan hun eerste EP toe zijn, nadat eerder al de veelbelovende debuutdemo “One of the twelve” verscheen. Net als op die eerste tape draait de themathiek hoofdzakelijk rond Judas Iscariot, één van de twaalf apostelen en diegene die Jezus heeft verraden aan de Romeinse autoriteiten, waarna onze vriend gekruisigd werd. Zo verwijst de titel van het nummer “Akeldama” naar de bloedakker die aan Judas Iscariot geassocieerd wordt en trapt opener “In the circle of hunters” af met de aan een film ontleende Bijbelquote “Truly I tell you, one of you is about to betray me…”. Muzikaal gezien krijgen we vier heerlijke black metal nummers voorgeschoteld die een uitstekende – nog steeds rauwe – sound meekregen die werd vastgelegd in de Kosmik Womb Studio en een mastering kreeg van Temple Of Disharmony. Eerder dan pure agressie staat atmosfeer centraal hoewel SNVN het gaspedaal ondermeer in het titelnummer diep intrapt. We ontwaren zowel old-school (het riffwerk van JNDR) als meer moderne elementen (o.a. de vocale aanpak) in Ish Kerioth’s visie op black metal. De rond abrahamitische religies draaiende teksten worden door zanger/bassist JHCR op een sterke, geloofwaardige en ietwat ophitsende wijze neergezet wat bewijst dat een goeie zanger het muzikale niveau van een band nog net dat tikkeltje extra kan opkrikken. De aandachtige luisteraar zal in het riffthema aan het einde van het reeds aangehaalde “Akeldama” ongetwijfeld de melodie van Chopin’s “Dodenmars” herkennen. En inderdaad: dankzij Judas Iscariot zal Jezus geen kommiesjes ni meer doen. Deze EP verschijnt op tape via Haunted By Ill Angels en op vinyl via het Portugese Signal Rex. Daar waar de nieuwe lichting bij onze Noorderburen bijna steevast meteen voor langspelers gaat, doen onze nieuwkomers in black metal land het traag maar gestaag middels kleinere releases. Het wordt echter verdomd tijd dat er hier ook langspeelplaten als statement gemaakt worden die ons Belgenlandje internationaal als waardige leverancier van zwartmetaal op de kaart zetten. Ish Kerioth is zo’n band met dat potentieel.

JOKKE: 85/100

Ish Kerioth – Under unclean wings (Haunted by Ill Angels/Signal Rex 2020)
1. In the circle of hunters
2. Nothing in his name
3. Under unclean wings
4. Akeldama

Mirre – Het gedoofde licht

Utrecht is zowat het epicentrum van de hedendaagse NLBM-scene en in diens diepste krochten waren bevreemdende creaturen zoals Cruentare, Himelvaruwe, Kaffaljidhma en Mirre rond. Die laatste brengt na een resem demo’s nu eindelijk een eerste langspeler uit, maar “Het gedoofde licht” blijkt – zoals de titel eigenlijk al aangeeft – ook meteen de zwanenzang van het trio te zijn. Een half uur lang dompelt het trio ons onder in een hypnotische waas aan rauwe riffs die even overweldigend als bedwelmend klinken en die, net zoals de geur van mirre en wierook, in je kleren kruipen en daar zelfs na ettelijke wasbeurten blijft hangen. Doorheen de penetrante wasem waart het hopeloze gehuil en gekrijs van Myrrha’s verbazingwekkende stem. Dronende repetitieve drums en verwrongen noisey gitaarriffs zijn uit op een verstikkende gloed en slagen in hun opzet. Vergeleken met het demomateraal klinken de vier “nummers” hier meer gepolijst maar laat dat nu nog relatief wezen voor dit soort atmosferische rauwe black. Voer voor wie niet vies is van experimentele lo-fi black en noise.

JOKKE: 77/100

Mirre – Het gedoofde licht (Eigen beheer 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet

Het woordje “goatbaphomet” uit de titel van Walpurgia’s eerste demo verraadt meteen wat voor rottend vlees we hier in de kuip hebben: nucleaire apocalyptische war metal voor geitenneukers die woorden als “infernal hails” en “true cult” doorgaans als “infernal hailz” en “true kvlt” schrijven. Deze Griekse band is ontsproten aan het brein van gitaarvernieler Porphyrion (Nergal, Kawir, Cult of Eibon, etc.) die kortelings daarna een bloedpact sloot met vuilbekker Nyogtha Zalon Nazaron (Hate Manifesto, Black Blood Invocation, etc.) en bassist Sadistic Necrofagos (Kawir, Caedes Cruenta, etc.). Voor de opnames van “Altar of the goatbaphomet” werd de Duitser Hyperion (Kawir, Abyssus) als huurling voor het slachtwerk aangetrokken. De demo verscheen in een oplage van 50 handgenummerde exemplaren en het feit dat die in sneltempo van eigenaar veranderd waren, trok het Zweedse Regain Records aan om het onding opnieuw te verspreiden op analoge en digitale dragers. Het powertrio raast er vijf blasfemische nummers in 21 minuten door en eert daarbij het “trve” Helleense geluid hoewel Walpurgia doorgaans een pak bestialer, rauwer, brutaler en aggressiever klinkt. De gitaren zijn laaggestemd en zorgen samen met de diepe onverstaanbare growls voor een regelrechte aanval in de lage regionen. Aan het woord “progressie” hebben deze beeldenstormers het groengespikkeld schijt en nummers als “Anomalistic orgies of the Mephistopheles” en het afsluitende “Desecration ritual” zijn dan ook geschreven zonder compromissen te maken. Vooruit met de geit en slacht ze op het altaar van de Gehoornde die met een goedkeurend alziend oog vanuit het door onze landgenoot Christophe  Szpajdel ontworpen gave logo toekijkt! De organisch klinkende drums hakken er in de snelle passages als een op hol geslagen naaimachine op los en toch bevat bijvoorbeeld de openende titeltrack ook opvallend veel schwung. Het wat langere “Sadistic recrucifixion” kent een dynamische songstructuur terwijl “Rites of the black mass” dan weer een tergend traag repetitief death/doom-nummer is waarbij door de mangel gehaalde heldere proclamerende zang een liturgie verkondigt. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik Walpurgia een pak beter trek dan veel genregenoten. Als oude rukkers als Blasphemy, Beherit of Bestial Warlust uw meug zijn, moet je Walpurgia zeker eens checken.

JOKKE: 77/100

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet (Regain Records/Helter Skelter 2020)
1. Altar of the goatbaphomet
2. Anomalistic orgies of the mephistopheles
3. Sadistic recrucifixion
4. Rites of the black mass
5. Desecration ritual

Odiosior – Odiosior

Finse black metal muzikanten zijn blijkbaar niet vies van het presteren van overuren want de hoeveelheid releases van – veelal nieuwe – bands is nog amper bij te houden. Odiosior en diens self-titled debuut vormen het onderwerp van deze review. Het betreft hier een éénmansproject, maar laat u dat vooral niet afschrikken. A. Vexd, de man verscholen onder de cape op de cover, is wel geen babyface op gebied van black metal, want hij deed reeds ervaring op bij het ter ziele gegane Alghazanth en To Conceal The Horns, waarvan we de eerste langspeler een tijdje terug nog onder de loep namen. In vergelijking met diens symfonische en kosmische black gaat het er hier een stuk r(a)uwer aan toe: de hymnes ter meerdere eer en glorie van onze gehoornde vriend worden in het Fins uitgeschreeuwd, het tempo ligt doorgaans hoog en de vlijmscherpe knapperige riffs verliezen melodie en atmosfeer niet uit het oog. Zo héél af en toe worden er nog wel toetsen ingezet, maar dat is dan louter ter ondersteuning en het toevoegen van extra sfeer en gezelligheid. Na een dikke twintig minuten zit dit eerste wapenfeit erop en we zijn nog niet meteen overtuigd dat Odiosior iets of wat toevoegt aan het legioen Finse black metal bands. Daarvoor komen de vijf nummers niet hard genoeg binnen: geen enkele riff is memorabel en op geen enkel moment wil ik wijdbeens gespreid en met opengesperde handen onzichtbare appelsienen in de lucht steken. Enkel de inleidende klanken van het openingsnummer klinken iets of wat gaaf…maar daar red je het dus niet mee. Geef mij dan maar To Conceal The Horns.

JOKKE: 69/100

Odiosior – Odiosior (Spread Evil 2020)
1. Kavahda näkyäni
2. Kutsu
3. Oodi sudelle
4. Antaudu yölle
5. Andrasin sinetti

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls

Of de bandnaam geïnspireerd is door het gelijknamige album van het Oostenrijkse Abigor weet ik niet; wat ik wel weet is dat er in Wallonië een serieuze verontreiniging van het leidingwater moet geweest zijn, want de ene na de andere nieuwe black metal band komt er uit de ondergrond naar boven gesproten. Drie vijfde van de line-up van Orkblut is actief bij Crypts Of Wallachia en ongeveer dezelfde drie vijfde bij Phlegethon’s Majesty, enkel zanger Cherna Dusha houdt er blijkbaar geen muzikale nevenactiviteiten op na. Deze twee zwartgeblakerde bands zagen hun eerste demo via Medieval Prophecy Records uitgebracht worden; idem voor Orkblut, en “Shadowmancer of the haunted knolls” is al meteen een schot in de roos. Orkblut geeft aan door het oude werk van Arckanum en Denial Of God geïnspireerd te zijn en daar kan ik me wel in vinden. Nadat de inleidende pianoklanken en regendruppels van het inleidende “The thickets have eyes” weggestorven zijn, krijgen we uptemo zwartmetaal met grimmig riffwerk voorgeschoteld. Drummer Napast placeert tussen het vele uptempo geknuppel ook enkele welgeplaatste passages waarin hij zijn basdrums lekker laat rollen. Wat ben ik fan van diens warme organische sound. Cherna Dusha bewijst over een gedegen strot te beschikken want zijn krijsstem bevat veel diepte en variatie en draagt ver. De heldere samenzang die meermaals ingezet wordt, geeft Orkblut’s muziek een pagan randje en op die manier is de link met hun Zweedse referentie dus terecht. Sommige riffs en vocale passages dragen ook die typische Oost-Europese melancholie in zich. In het zeven minuten durende “Lugubre call over misty swamps” gebruikt de zanger zijn stem ook op een verhalende manier of om een soort klaagzang ten berde te brengen. Het nummer – en tevens ook de demo – komt met een cleane zangoutro aan een (veel te vroeg) einde. Top spul!

JOKKE: 83/100

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls (Medieval Prophecy Records 2020)
1. The thickets have eyes
2. As Satan’s spark in breathless night
3. Ageless Sylvan labyrinth
4. Lugubre call over misty swamps

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Irae – Lurking in the depths

Ik verschoot even dat “Crimes against humanity“, de vorige langspeler van het Portugese Irae, al drie jaar achter ons ligt. Time flies when you’re having fun, ook al leven we momenteel in donkere en onzekere tijden. COVID19 zal ongetwijfeld een heuse krater in het muzikale landschap achter laten die hopelijk wel snel terug gevuld kan worden. Ik vermoed dat veel muzikanten van de lockdown gebruik gemaakt zullen hebben om nieuwe muziek te componeren waardoor 2021 hopelijk een druk muzikaal jaar zal worden, en dan niet alleen voor studioplaten maar ook voor live-muziek. Vulturius, de man achter tal van Portugese black metal acts en al achttien jaar lang aan het roer van Irae, liet zich alvast inspireren door de wereldwijde pandemie. De muzikant was in februari op weg naar Italië om er met een van zijn bands op een festival te spelen. Het Corona-virus gooide echter roet in het eten en de man kon pas dagen later terug vliegen. Toen hij de nacht voor zijn terugvlucht noodgedwongen op de luchthaven moest doorbrengen, kreeg hij inspiratie door het hele gebeuren en pende songteksten op zijn smartphone voor drie nummers van “Lurking in the depths” zijn op til zijnde vijfde langspeler. Thema’s als zelfisolatie, levensmoeheid, de val van de mensheid en spookachtige atmosferen hebben tot teksten geleid die minder infantiel zijn dan die op zijn vorig werk. Vulturius geeft ook toe dat hij zich beter muzikaal dan tekstueel weet uit te drukken. Soit, voor “Lurking in the depths” liet de Portugese black metal veteraan zich door een sessiedrummer bijstaan en voor de eerste keer ook door een toetsenpeler, wat een nieuw gegeven is voor Irae en wat extra dimensie weet toe te voegen aan de doorgaans lineaire black. Verwacht geen symfonische opera, maar spookachtig toetsenwerk dat de grijze en grimmige nummers waar nodig een extra sinister randje meegeeft. Tegelijkertijd zijn de thrash- en speed metal elementen van de voorganger naar de achtergrond verdwenen en ligt het tempo wat lager. Het levert een sound op die me, hoewel verre van wereldschokkend, nét dat tikkeltje meer weet te bekoren.

JOKKE: 79/100

Irae – Lurking in the depths (Signal Rex 2020)
1. Nightshade
2. Black metal violator
3. Ratazanas
4. A blaze in the mist
5. Between ruins
6. Encurralado
7. Calor, fome e doenças
8. Carved in pit stones

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris

Het debuut van Serment was voor Sepulchral Productions een schot in de roos. Met Sombre Héritage lossen ze opnieuw het eerste werk van een nieuwe act uit Quebec, hoewel de bandnaam enigszins bekend in de oren klinkt. Net als Serment is Sombre Héritage composotorisch gezien het werk van één man, in dit geval Exu van Hak-Ed Damm, op drums voor de gelegenheid bijgestaan door Silencer. Deze veteraan van de Canadese black metal scene koos voor dit nieuwe product een vorm van zwartmetaal die het midden houdt tussen enerzijds een ijskoude atmosfeer en riffwerk maar waar anderzijds melancholische leads een warme gloed doorheen laten schijnen. De productie is krachtig en modern maar toch voldoende rauw, waardoor alle gespeelde noten en aangeslagen potten en pannen goed hoorbaar zijn. Het maakt het nog meer genieten van de brok rauwe ongebreidelde emotie die Exu weet te ontketenen. In de ferme openingstrack “Polaris” is het al meteen raak. Wanneer de man dan nog eens zijn heldere koorstem boven haalt, zijn we helemaal verknocht aan zijn gevoel voor melodramatiek. Snelheden variëren van mid- tot up-tempo wat de nummers een goede dynamiek en flow meegeeft. “Nature souillée” klinkt door een meer rock gerichte aanpak wat opener en toegankelijker vergeleken met een rampestamper als “Sombre héritge“, hoewel het venijn ‘em in dit nummer duidelijk in de staart zit. “Déchéance” staat bol van de dynamiek, hoewel de snelle passages soms wat gerushed aanvoelen. De diepe heldere zang zorgt voor een magisch gevoel en het contrast met de verbeten krijsstem van Exu kan niet groter zijn. Ook in “Dissidence” voelt het soms aan alsof er willens nillens snelle passages aanwezig moeten zijn, wat soms wat geforceerd aanvoelt tussen de meer emotioneel geladen tragere stukken. In het afsluitende “Ténèbres” gaat het tempo terug wat naar beneden en wordt er opnieuw wat ‘opener’ gemusiceerd. In het vocaal departement wordt Exu hier bijgestaan door Molag-Venn van Nälzer die ook over een pakkende verhalende heldere stem beschikt. Ondanks enkele kleine bemerkingen – en voeg daar meteen ook maar het ietwat knullige artwork en logo aan toe – is “Alpha ursae minoris” een dijk van een eerste statement. Net als Serment zou dit Sombre Héritage wel eens tot een grote naam in de Canadese scene kunnen uitgroeien!

JOKKE: 83/100

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris (Sepulchral Productions 2020)
1. Polaris
2. Sombre héritage
3. Nature souillée
4. Déchéance
5. Dissidence
6. Ténèbres