Auteur: addergebroed

Balmog – Pillars of salt

Het Spaanse Balmog is een band die we wel trekken en eenieder die een Watain weet te appreciëren, moet zich eens verdiepen in het oeuvre van dit duivelse trio. Na de prima derde langspeler “Vacuum” komen de Spanjaarden nu met een EP op de proppen en ondanks dit gegeven betreft het hier hun meest ambitieuze werk tot op heden. Op “Pillars of salt” prijkt namelijk slechts één song, maar het is wel een compositie die maar liefst achttien minuten duurt en waarbij de duisternis opgezocht wordt middels een breed amalgaam aan muziekstijlen. Natuurlijk maken black en death metal riffs en stevige uitbarstingen deel uit van het receptuur maar ook dark rock, psycho/prog rock, goth rock, post punk en traditionele heavy metal zijn enkele van de welgesmaakte ingrediënten. Dit vertaalt zich in blastbeats, dissonante gitaren en tremolo-riffs maar evengoed in melodieuze leads, clean gitaargetokkel, stuwende ritmes en orgelklanken. Ook op vocaal vlak horen we oerdegelijk screamwerk, proclamerende en verhalende stemmen, beklijvende heldere gezangen en mysterieus gefluister. Het draagt bij tot een spannend en dynamisch geheel dat eigenlijk nergens verveelt en fans van Farsot, Schammasch of Secrets Of The Moon zou moeten kunnen aanspreken. Onderhoudende EP waarop de veelzijdigheid aan muzikale invloeden van Balmog mooi tot uiting komt.

JOKKE: 81/100

Balmog – Pillars of salt (War Anthem Records/Black Seed Productions 2020)
1. Pillars of salt

Membaris – Misanthrosophie

Het Duitse Membaris heeft al heel wat jaren op de teller staan en was vooral sinds diens oprichting in 1999 tot aan 2014 productief wat resulteerde in vier langspelers, een demo en twee splits. Ik had nog nooit van de band gehoord wat te wijten kan zijn aan het feit dat ik de black metal-scene van onze oosterburen begin jaren 2000 niet altijd op de voet volgde doordat middelmatigheid vaak troef was. Nu W.T.C. zijn schouders onder de band zet, kwam Membaris op mijn radar terecht. Het artwork van Karmazid dat op “Misanthrosophie“, langspeler nummer vijf, prijkt, mag dan wel een futuristische/moderne insteek hebben, de zwartmetalen klanken van Membaris staan met beide voeten diep in second wave black geworteld. Aan een intro doen de heren Obscurus (drums, gitaren, zang) en Kraal (gitaren, bas, zang) in elk geval niet mee want “Architektur fern Struktur” voelt meteen als een vuist in een overvolle maag aan. De drums ratelen als een bezetene en er gaat geen enkele snare-aanslag onhoorbaar aan ons voorbij dankzij een krachtige en transparante mix en mastering van Abigor’s TT. Even vreesde ik 54 minuten durende voortrazende eenheidsworst voorgeschoteld te hebben gekregen, maar die angst was ongegrond want vanaf de opener wordt duidelijk gemaakt dat het duo heel wat tijd en energie heeft gestoken in het uittekenen van dynamische structuren en contouren. Ook in het vocaal departement is het afwisseling troef waarbij de semi-cleane semi-raspende zang een heuse portie Kampfar in de strijd gooit. “Nebel Haras” wordt gekenmerkt door majestueuze melodieën die zich, ondersteund door intense drumsnelheden, ontplooien en uitmonden in een adembenemende solo waarvoor een zekere Stefan Hofmann optekende. “My path of stars” wordt door een vocaal krijsexperimentje voorafgegaan en bevat een spannende wisselwerking tussen agressie en melodie, duivels gekrijs en pompeuze heldere zang. Het negen minuten durende “Constant companion” wordt opnieuw middels een flitsende solo in gang getrapt en de vocalen doen in dit nummer meer dan eens aan Ihsahn denken wanneer ze voor een hesere insteek gaan. Een meeslepende melodieuze solo brengt ons in vervoering en neemt ons mee op sleeptouw gedurende de resterende vijf minuten van dit pakkende epos. Halfweg “Misanthrosophie” lassen Obscurus en Kraal met “The only reason to stay” een akoestisch intermezzo ondersteund door heldere klaagzang in. “Imaginations through the horn-crowned skull” heeft een minuutje nodig om zich tot een Zweeds aandoende rampestamper te ontpoppen waarbij diepere vocalen ook wat death metal aan het klankpallet toevoegen. Het intense meer compacte “Pulsar” zet de meer rechttoe rechtaan aanpak van het voorgaande nummer verder, alvast wat het hondsdolle drumptempo en de bijtende riffs betreft, want op vocaal vlak valt weer heel wat te beleven waarbij beide zangers laten horen wat ze in hun mars hebben. Net wanneer je denkt het wel even allemaal gehoord te hebben omdat de titeltrack ook weer recht voor de raap blijkt te zijn, zakt het tempo hoewel Obscurus het gaspedaal nadien toch weer snel weet terug te vinden. Het Duits geblaf klinkt agressief, maar ondanks het feit dat dit nummer tot titeltrack gebombardeerd werd, vind ik het misschien wel het minste van de plaat. Gelukkige herpakken de heren zich met de lange afsluiter “Aus Tiefen empor…” waarin het op en top genieten is van de blastsalvo’s, vurige riffs, bijtende Duitstalige screams en pakkende melodieën inclusief ferme leads. Obscurus hield zich voorafgaand aan deze “wederopstanding” bezig met o.a. Porta Nigra en Chaos Invocation, maar ik ben maar wat blij dat hij Membaris van onder de mottenballen heeft gehaald om deze kraker op ons los te laten. “Misanthrosophie” is een dynamisch luisterspel dat heel wat voor de luisteraar in petto heeft, maar nergens verliezen deze twee veteranen de controle. De touwtjes worden immers strak in handen gehouden en op geen enkel departement vliegt Membaris uit de bocht. Misschien toch maar eens in het verleden van de band duiken.

JOKKE: 87/100

Membaris – Misanthrosopie (World Terror Committee 2020)
1. Architektur fern Struktur
2. Nebel Haras
3. My path of stars
4. Constant companion
5. The only reason to stay
6. Imaginations through the horn-crowned skull
7. Pulsar
8. Misanthrosophie
9. Aus Tiefen empor…

Vredehammer – Viperous

Soms heb je een goede muzikale trap onder je kont nodig en als dat weer eens het geval is, kan ik deze “Viperous” van het Noorse Vredehammer aanbevelen. Multi-instrumentalist Per Valla is de bezieler van dit project en is zeker niet aan zijn proefstuk toe, zo is hij bijvoorbeeld gitarist bij het geweldige Allfader en heeft hij dienst gedaan bij onder meer Abbath en Nordjevel. Vredehammer is inmiddels bij de derde full-length aanbeland en breekt hiermee een beetje met de stijl van de vorige twee albums. Waar “Violator” uit 2016 nog een kwalitatieve mix van death en black metal met vlagen van gitaarvirtuositeit was, klinkt opvolger “Viperous” veel meer als een tornado van metalen scherven die raast door een post-apocalyptisch poollandschap waar toevallig een fabriek uit de jaren tachtig staat. Met andere woorden, retestrakke blackened death metal met ouderwetse industrial invloeden. De nadruk ligt op kille sfeer, genadeloos beukende riffs en verpletterende drums, geweldig ingespeeld door Kai Speidel van o.a. Totengeflüster, maar er is gelukkig nog steeds hier en daar ruimte voor de flitsende solo’s van Valla, zoals in het schitterende “Wounds“. De productie is zwaar, maar toch duidelijk en kil, wat dus perfect past bij het muzikale opzet. Iets wat je reeds hoort bij opener “Winds of dysphoria” en zich verder ontwikkelt tot het tragere, helaas iets mindere laatste nummer “From a spark to a withering flame“. Deze Vredehammer-plaat doet me denken aan een genuanceerde versie van bands als Zyklon of Myrkskog gemengd met een op amphetamines doldraaiend Samael. Great stuff.

Xavier: 90/100

Vredehammer – Viperous (Indie Recordings 2020)
1. Winds Of dysphoria
2. Aggressor
3. Suffocate all light
4. Viperous
5. Skinwalker
6. In shadow
7. Wounds
8. Any place but home
9. From a spark to a withering flame

Medico Peste – ב :The black bile

Dat Polen zich het voorbije decennium gestaag heeft opgewerkt naar een land dat heel wat in petto heeft op gebied van black en death metal, moge duidelijk wezen. Er zijn natuurlijk veteranen als Behemoth en Vader maar ook een meer recente speler als het goddelijke Mgła is zich middels enkele uitstekende platen richting de hoogste echalons van de black metal-scene aan het opwerken. Daarnaast kent de Poolse scene tal van veelbelovende, meer underground, sub-toppers zoals Kriegsmaschine, Mord’A’Stigmata, Blaze Of Perdition, Clandestine Blaze, Arkona, Furia en Cultes des Ghoules…om er maar een paar te noemen. In deze massa hoort ook Medico Peste thuis, een kwintet dat sinds 2010 aan de weg timmert en waarvan enkele leden gekend zijn als live-lid van Mgła of een verleden hebben in Mord’A’Stigmata. Na de debuut langspeler “א: Tremendum et Fascinatio” die via Malignant Voices uitkwam en de EP “Herzogian darkness” die door W.T.C. op de markt gegooid werd, verkaste Medico Peste voor hun tweede plaat naar Season Of Mist. Het vijftal omhelst een specifieke kijk op thema’s als de dood, religie en de duivel door de vervormde opvattingen van een gekwelde, neurotische persoon en zijn schizofrene visies te verkennen. Dat uit zich vast en zeker in de muziek van Medico Peste want je wordt voortdurend heen-en-weer geslingerd tussen stevige uitbarstingen en meer ingetogen passages die echter vrijwel steeds een soort van verwrongen ondertoon hebben. Het geluid van de Franse black metal-scene loert hierbij vanachter de hoek. Het jongleren met traag gespeelde dissonante gitaarriffs (waarvoor drie gitaristen optekenen) waaronder de drums snelle blastspurtjes trekken, experimentele loopjes, atonale melodieën en zelfs jazzy intermezzo’s creërt een vrij hoekige flow waardoor zelfs na menig luisterbeurt nog lang niet alle puzzelstukjes in mekaar vallen. De totaalsound en vooral de strot van pestdokter Lazarus vallen bovendien ook wat te droog uit. Het feit dat de zeven nummers met een gemiddelde speelduur van zeven minuten ongemakkelijk, onconventioneel en wringend klinken, past natuurlijk perfect binnen het concept dat de band wil uitdragen, maar de mayonaise wilt toch nog niet echt pakken bij ondergetekende. Misschien verandert dit op een volgende plaat wel. Liefhebbers van avant-garde spul als Virus of het eveneens Poolse Lux Occulta moeten dit misschien wel eens een kans geven.

JOKKE: 73/100

Medico Peste – ב :The black bile (Season Of Mist 2020)
1. God knows why
2. All too human
3. Numinous catastrophy
4. Were saviours believers?
5. Skin
6. Holy opium
7. The black bile

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge

Het Russische Ulvdalir zette in 2019 het jaar meteen goed in met haar vierde langspeler “…Of death eternal“. Later dat jaar verscheen nog een split met onze landgenoten Ars Veneficium en nu verschijnt via Inferna Profundus Records een nieuwe EP die de titel “Hunger for the cursed knowledge” meekreeg en met een speeltijd van 33 minuten absoluut waar voor zijn geld biedt. De vier lange songs bevatten telkens een ambient intro en outro die voor duistere interludes zorgen alvorens de muzikanten opnieuw uit de startblokken schieten. Wanneer het black metal-geweld van Ulvdalir invalt, valt meteen op dat de productie een stuk rauwer is uitgevallen vergeleken met “…Of death eternal“. Het komt de nostalgisch klinkende black in dit geval misschien nog wel ten goede. Noorse invloeden van oude Darkthrone en Dødheimsgard hebben hun sporen nagelaten maar ook het grimmige van een Judas Iscariot en het heidense van een Arckanum horen we hier terug. De lange nummers zijn dynamisch van opzet en de old-school riffs van “Road of knowledge” krijgen het hoofd aan het bewegen, terwijl dat Russisch taaltje nog extra ruwheid toevoegt, njammie! De tien minuten durende afsluiter wisselt voortdurend tussen slepende haast apocalyptisch klinkende passages, up-tempo geraas en rockende opzwepende ritmes en is dankzij diens duidelijke Darkthrone-worship een kraker van jewelste. Alvorens in de uitluidende ambient-tonen te verzanden, draven er nog extatische koorgezangen op die een sacraal randje toevoegen hoewel Ulvdalir zich van occulte en orthodoxe black distantieert. Dikke vette aanrader deze EP!

JOKKE: 82/100

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge (Inferna Profundus Records 2020)
1. Anger bringer
2. Road of knowledge
3. The sun of the pale night (Void amongst the fire)
4. Out of the darkness of the depths

Impiety – Versus all gods

Impiety is een band die ik me nog herinner uit de jaren negentig maar die ik geheel uit het oor had verloren tot ik recent de jongste langspeler “Versus all gods” te verwerken kreeg. Blijkbaar is het de eerste in ongeveer zeven jaar, een periode waarin een hele hoop kleine releases zoals splits en EP’s de tijd hebben gevuld. Na de sterke – doch cliché – epische instrumentale intro, merk ik meteen dat dit niet de rauwe black metal band is die ik me herinner. “Versus all gods” heeft een pak meer thrash invloeden op elk vlak, van gitaren en drums tot stem. Iets wat niet per se bij mij in de smaak valt. Desondanks kan ik zeker de ervaring horen die deze Singaporezen hebben in het maken van no-nonsense metal. Al doet het me ergens wel denken aan een Griekse coverband van het Duitse Desaster die in de Coronatestwachtzaal iets teveel naar “Altars of madness” heeft geluisterd. De meeste nummers blijven mid-tempo met blast uitspattingen, wat prima is, al mis ik echt wel een extra laagje of een lead hier en daar. Alles is heel degelijk gespeeld, zonder echt technisch uit te blinken. Beetje jammer, want de karige momenten dat er eens een echt goede lead of solo opduikt, het ritme eens afwijkt of de drums eens uit de rij dansen, zijn hoogtepunten op “Versus all gods“, omdat het dan allemaal een tikkeltje interessanter wordt dan de zoveelste afgerammelde blackened thrash plaat. Elke track heeft wel zo zijn lichtpuntjes, maar het lekker klinkende – vroege Morbid Angel aandoende – “Reigning armageddon” en de afsluiter “Magickal wrath” vind ik de beste tracks, dankzij de dynamische riffs en de iets sporadischere zang. Dit laatste is belangrijk, want het typische toiletgekweel gaat na een tijdje echt op mijn laaghangend vlees werken. In een klotedop kan je stellen dat dit een degelijk, doch vrij middelmatig album is waar fans misschien op zaten te wachten, maar dat geen potten zal breken of pannen zal deuken. Voor liefhebbers van het genre echter wel de moeite om in hun collectie te hebben, al is het maar omwille van de geschiedenis die Impiety heeft binnen de scene.

Xavier: 70/100

Impiety – Versus all gods (Shivadarshana Records 2020)
1. Intro- Kommand IX
2. Reigning armageddon
3. Djinn of all djinns
4. Barbarian black horde
5. Azazel
6. Inviktus satanikus
7. Terror occult dominion
8. Dajjal united
9. Interstellar deathfuck
10. Magickal wrath

Grifteskymfning – Svart materia & Bedrövelsens härd

Eind 2018 werd het toen nog ongetitelde “III” op het YouTube-kanaal van Darker Than Black Records geplaatst, en er na enkele dagen weer afgehaald. “Allez kom zeg, zijn toch geen doeningen?” hoor ik Marcel al zeggen en ik had exact dezelfde reactie, want ik keek zo mogelijk nog harder uit naar nieuw Grifteskymfning materiaal dan naar een eventueel tweede seizoen van Willy’s en Marjetten. Dat laatste is helaas van de baan, maar wat dat eerste betreft hebben we meer chance: een jaar na deze escapades wist de man achter het label ons op het ter ziele gegane en beruchte Nuclear War Now!-forum te vertellen dat er niet één, maar twee nieuwe Grifteskymfning albums het licht zouden zien. Ergens in februari werden die dan eindelijk, uit het niets, online gezwierd en het gat dat ik in de lucht sprong was zodanig groot dat ik waarschijnlijk een nieuwe scheur in de ozonlaag heb gereten. Het was namelijk al van 2011 geleden dat Sir N. ons verblijde met materiaal van zijn project dat in het Oud-Zweeds ‘grafschennis’ heet. In die periode is de bezetting wel wat veranderd, want naast Sir N. krijgen we nu Nohr op zang, bas en drums, die we kennen van ondermeer Grav.

Het eerste van deze twee albums heet “Svart materia” en de naam dekt de lading: melodieuze Zweedse black metal (hoe kan het ook anders?) die voornamelijk voortgaat op het élan van Grifteskymfnings eerste full length “Djavulens Böning”. Voor het eerst krijgt Grifteskymfning hier de productie die het verdient: de gitaren klinken messcherp en doen de melodieus uitgesponnen riffs meer dan ooit tot hun recht komen, en de ‘klik klik klik’-drumsound die het debuut kenmerkte (en waar ik in den beginne absoluut niet van moest weten) wordt achterwege gelaten, met uitzondering van het middenstuk in “Et åndsløst kald”, de ‘officiële’ eerste single die begin dit jaar werd vrijgegeven. Nohrs rauwe, krassende stem completeert de ietwat ruwe doch goed geproduceerde sound, maar het is Sir N. die zoals vanouds de show steelt – luister maar naar de laatste paar minuten van het hierboven vernoemde “III” dat uiteindelijk werd omgedoopt tot “Galgerytter”, meteen de beste riff van het album. De rustiger passages die “Djavulens Böning” zo herkenbaar maakten alvorens te ontaarden in een meeslepende tremolo-riff zijn hier ook alomtegenwoordig, zoals in afsluiter “En afslutning” duidelijk is. Interessant is hoe Sir N. duidelijk op het debuut verder borduurt…

Nog interessanter is dat “Bedrövelsens härd”, album nummer twee, zich van het debuut afkeert en de draad oppikt waar de Zweden die in 2011 lieten liggen met de demo “Likpsalm”, die in tegenstelling tot het debuutalbum veel ruiziger was qua klank en waar hoge leadlijnen minder domineerden tegenover de algemene sfeer. Zo ook bij deze nieuwe telg, waarin de leadgitaar iets minder prominent in de mix zit dan op “Svart materia” het geval is. De drumsound is een pak krachtiger en Nohr’s drumspel stuwt opener “Sorte horisonter” meteen aan een ferm tempo vooruit, en zijn vocals klinken getormenteerder en schizofrener terwijl het tempo doorheen het album opvallend hoger ligt dan op de contemporaire tegenhanger. De nadruk ligt hier, net zoals op de demo, meer op sfeerschepping en songwriting dan dat er gefocust wordt op aparte riffs. Het maakt de songs misschien iets minder onderling herkenbaar, maar het album hangt logischer aaneen en ook de bas komt iets meer tot zijn recht. Ondanks het feit dat we het hier over ondergronds Zweeds zwart metaal hebben zit de plaat vol catchy hooks – de meest memorabele in het voornoemde openingsnummer. Ook de ambient intermezzo’s die we in “Likpsalm” terugvinden keren hier terug.

Heeft Sir N. hier dan twee compleet verschillende albums op eenzelfde dag uitgebracht? Nee, alleen liggen beide in lijn met een specifieke oudere release, wat best een interessante denkoefening is als recensent. Hoewel “Bedrövelsens härd” bij mij meer blijft hangen is “Svart materia” ontegensprekelijk ook een brok kwalitatief spul – enkel liggen de accenten anders. Het is maar wat je voorkeuren zijn, maar in elk geval lijkt Sir N. zijn ex-kompaan-ondertussen-rivaal Swartadauþuz hiermee te evenaren qua niveau gezien beide albums belachelijk goed zijn.

CAS: “Svart materia“: 86/100; “Bedrövelsens härd“: 90/100

Grifteskymfning – Svart materia (Darker Than Black Records 2020)
1. Svart materia
2. Et skridt mod intet
3. Galgerytter
4. Et åndsløst kald
5. Urgabets Skrænter
6. En afslutning

Grifteskymfning – Bedrövelsens härd (Darker Than Black Records 2020)
1. Intro  
2. Sorte horisonter
3. Hadstjerne 
4. Lad ondt spire fra dybet  
5. Monster
6. En jagt på vinger  
7. I skyggen af den æreløse strejfer  
8. Bedrövelsens härd