abigor

The Kryptik – Behold fortress inferno

Beetje vreemd dat The Kryptik zijn nieuwe release “Behold fortress inferno” als een EP bestempelt als je weet dat die met een speelduur van bijna veertig minuten zelfs een tikkeltje langer duurt dan de twee langspelers die de Brazilianen reeds op hun conto hebben (“Through infinity of darkness” uit 2017 en “When the shadows rise” uit 2019). Misschien komt het doordat ze een Mayhemcover hebben moeten toevoegen om aan de speelduur te komen? Daarover later meer. De heren Sinner en Tormentor zijn duidelijk ergens halfweg de jaren negentig in hun muzikale ontwikkeling blijven steken, want The Kryptik eert symfonische blackmetalgrootheden als Emperor, Obtained Enslavement, Abigor en Limbonic Art, maar zal ook liefhebbers van recentere bands als Evilfeast of Vargrav kunnen bekoren. Bij de combinatie “symfonisch” en “Braziliaans” zal u in eerste instantie misschien de wenkbrauwen fronsen, daar we normaliter meer bestiale klanken gewend zijn die uit het Latijns-Amerikaanse land op ons afkomen, maar wie het vorige werk van The Kryptik kent, weet dat het duo best wel kaas heeft gegeten van het componeren van aanstekelijke symfonische blackmetalsongs. Vanaf de begintonen van “Behold fortres inferno” wordt een middeleeuwse citadel aan neo-klassieke symfonische black opgetrokken. De toetsen tieren welig, maar de fundering van snijdende tremolo’s, stuwende drums en ijselijke screams zit stevig in de ondergrond verankerd. “The plagues of the abyss” wordt middels klokkengeluid, mysterieuze samples en het gehuil van wolven ingeleid, waarna hemelse keyboards voortdurend aanzwellen tussen de nocturnale black metal die naar het einde toe wat in snelheid afneemt. Na de twee eerste songs, die beide op meer dan acht minuten afklokken, is het tijd om even adem te happen tijdens het somber klinkende intermezzo “…Of darkness“. Het geeft de tijd om de zwaarden opnieuw te slijpen en aangesterkt door klanken van strijdgewoel begeven we ons terug het slagveld op tussen de marcherende zwarte legioenen. Mavorim zanger Baptist komt de krijgers mee ophitsen en op dit nummer bereikt The Kryptik met veel gratie en grootsheid haar apotheose. De clandestiene mysteries van hun sound geven langzaam hun geheimen prijs wanneer je de kosmische sleutel op de juiste manier weet te gebruiken om de bombastische kryptokronkels te ontcijferen. Terwijl de strijd vervaagt, explodeert ook “Paths from eternity” de kosmos in. De heldere zang die hier opduikt is wel niet om over naar huis te schrijven en vormt een kleine smet op het voor de rest glanzende blazoen. Deze uitstekende EP bevat als toetje nog een getrouwe maar uit mistige synths opgetrokken cover van de Mayhem klassieker “Funeral fog” met een zangbijdrage van Utu’s Necromaniac wiens scream ik minder overtuigend vind, maar Attila’s timbre wel meer benadert dan die van Sinner. The past is alive!

JOKKE: 81/00

The Kryptik – Behold fortress inferno (Purity Through Fire 2020)
1. Behold fortress inferno
2. The plagues of the abyss
3. …Of darkness
4. Black legions march
5. Paths from eternity
6. Funeral fog (Mayhem cover)

Grafvitnir – Death’s wings widespread

Je kan er haast je klok op afstemmen dat er elk jaar (max. twee jaar) een nieuwe plaat van Grafvitnir verschijnt. Dat resulteerde sinds de oprichting in 2007 in maar liefst zeven langspelers en op één demo na, concentreren de twee Zweden zich blijkbaar ook alleen op full-lengths. “Necrosophia” en “Keys to the mysteries beyond” haalden het tot op onze ‘redactie’. “Venenum scorpionis” dat begin 2019 uitkwam, bleef onder onze radar. Wie de muzikale uitspattingen van Niantiel en Mordrus al langer dan vandaag volgt, weet perfect wat hij of zij ook van het nagelnieuwe “Death’s wings widespread” mag verwachten. Geselende maar ook melodieuze Scandinavische black met occulte insteek (zonder circustoestanden weliswaar) waarvoor het onvolprezen Setherial debuut “Nord“, inclusief sporadische aanwending van akoestische gitaren die een subtiele middeleeuwse flair toevoegen, nog steeds als blauwdruk lijkt te gelden. De erg sappige scream is, zoals steeds, vrij prominent in de mix aanwezig en bijna de helft van de nummers wordt ook in de moerstaal gekeeld, terwijl dat voorheen slechts sporadisch gebeurde. Het draagt bij aan het authentieke gevoel van second wave black metal. Ook oude Abigor (de vocalen) en landgenoten als het terziele gegane, en in het geval van Zweedse meloblack dikwijls over het hoofd geziene Sorhin en Thy Primordial gelden nog steeds als referentie. De koude en ijzige tonen lijken wel voort te komen uit mystieke dorre landschappen en dragen een ijskoude sneeuwstorm van beklijvende riffs en huiveringwekkend sinistere gitaarmelodieën aan. De snijdende en striemende tremolo’s voelen als een ware kastijding aan en het tempo ligt doorgaans erg hoog. Hierdoor blijft onderlinge inwisselbaarheid van de nummers altijd wel wat op de loer liggen bij een Grafvitnir plaat. Liefhebbers en verzamelaars van Zweedse meloblack kunnen echter nog amper om Grafvitnir heen en zullen de band met wijd opengesperde vleugels omarmen, maar of het nu absoluut noodzakelijk is om alle zeven langspelers netjes in de platenkast te hebben staan, laat ik aan u over.

JOKKE: 79/100

Grafvitnir – Death’s wings widespread (Carnal Records 2020)
1. Midnattsskogens isande lockrop
2. Helvetesnatt
3. Death’s wings widespread
4. In infinitum
5. Into the unknown
6. Det glimrande djupets kall
7. Wound in night’s flesh
8. Inner void
9. Wings of the night
10. I häxmånens sken

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Welkin – Recollections of conquest and honour

Het artwork dat op de hoes prijkt van Welkin’s debuutlangspeler “Recollections of conquest and honour” herkennen we in één oogopslag van Abigor’s “Channeling the quintessence of Satan“, maar het betreft hier natuurlijk geen commissioned piece maar een werk van de Duitse kunstenaar Albecht Dürer getiteld “”Knight, death, and the devil”, geen wonder dat deze gravure uit 1514 te pas en te onpas opduikt in black metal artwork. Het betreft hier trouwens niet de Belgische Welkin, maar een éénmansproject van de Singaporese Hasthur die middels dit vehikel enerzijds zijn voorliefde voor Finse black à la Satanic Warmaster, Sargeist, Baptism, Behexen en Noenum wil botvieren en anderzijds ook inspiratie vond in meer episch/folky en exotisch zwartmetaal van namen als Darkenhöld, Holyarrow, Vothana en Thrawsunblat. Na een demo en een lokale samenzwering met Nuurisk en Luna Azure vond Hasthur de tijd rijp voor een volwaardig debuut en het moet gezegd dat “Recollections of conquest and honour” allerminst de mist ingaat, althans voor wie de black metal en typische melancholie van de aangehaalde Finse referenties (maar dan met een modernere sound) wel kan smaken en ook niet vies is van de nodige epiek. De riffs zijn melodieus, maar niet overdreven complex en pretenderen zeker niet naar de neoklassieke inslag van de Zweedse school. Zoals gezegd groeide Hasthur eerder met Finse black in zijn tienerkamer op. De vijf lange composities bevatten een onmiskenbare folk ruggengraat, maar gelukkig op een subtiele wijze zonder in hoempapa toestanden te verzanden. Het woeste, bijna tien minuten durende “War.Victory.Honour” doet zijn naam alle eer aan en bevat samples van zwaardgekletter en hinnikende paarden wat het oorlogszuchtig karakter van de song nog extra onderstreept. De drums zijn hoorbaar geprogrammeerd, maar het werkt nergens storend. Hashtur beschikt over een fijne, doch doorsnee klinkende raspende stem die doet wat ie moet doen, maar ons nergens omver blaast. Het afsluitende “Farewell” is geen outro-achtig mijmerend niemendalletje maar een negen minuten durend so long, farewell, auf wiedersehen, goodbye dat goed samenvat waar Welkin voor staat. “Recollections of conquest and horror’ is een plaat die aangenaam en toegankelijk klinkt, opwinding zonder risico verschaft en vertrouwd klinkt zonder te vervelen. Wie zich aangesproken voelt, moet deze dan ook maar eens een luisterbeurt gunnen. Best impressionant voor een zeventienjarige!

JOKKE: 79/100

Welkin – Recollections of conquest and honour (Pest Productions/Azure Graal 2020)
1. The Thalassic path / To the new world
2. Conquest
3. Winds of strife
4. Upon the starlit highlands
5. War.Victory.Honour
6. Farewell

Membaris – Misanthrosophie

Het Duitse Membaris heeft al heel wat jaren op de teller staan en was vooral sinds diens oprichting in 1999 tot aan 2014 productief wat resulteerde in vier langspelers, een demo en twee splits. Ik had nog nooit van de band gehoord wat te wijten kan zijn aan het feit dat ik de black metal-scene van onze oosterburen begin jaren 2000 niet altijd op de voet volgde doordat middelmatigheid vaak troef was. Nu W.T.C. zijn schouders onder de band zet, kwam Membaris op mijn radar terecht. Het artwork van Karmazid dat op “Misanthrosophie“, langspeler nummer vijf, prijkt, mag dan wel een futuristische/moderne insteek hebben, de zwartmetalen klanken van Membaris staan met beide voeten diep in second wave black geworteld. Aan een intro doen de heren Obscurus (drums, gitaren, zang) en Kraal (gitaren, bas, zang) in elk geval niet mee want “Architektur fern Struktur” voelt meteen als een vuist in een overvolle maag aan. De drums ratelen als een bezetene en er gaat geen enkele snare-aanslag onhoorbaar aan ons voorbij dankzij een krachtige en transparante mix en mastering van Abigor’s TT. Even vreesde ik 54 minuten durende voortrazende eenheidsworst voorgeschoteld te hebben gekregen, maar die angst was ongegrond want vanaf de opener wordt duidelijk gemaakt dat het duo heel wat tijd en energie heeft gestoken in het uittekenen van dynamische structuren en contouren. Ook in het vocaal departement is het afwisseling troef waarbij de semi-cleane semi-raspende zang een heuse portie Kampfar in de strijd gooit. “Nebel Haras” wordt gekenmerkt door majestueuze melodieën die zich, ondersteund door intense drumsnelheden, ontplooien en uitmonden in een adembenemende solo waarvoor een zekere Stefan Hofmann optekende. “My path of stars” wordt door een vocaal krijsexperimentje voorafgegaan en bevat een spannende wisselwerking tussen agressie en melodie, duivels gekrijs en pompeuze heldere zang. Het negen minuten durende “Constant companion” wordt opnieuw middels een flitsende solo in gang getrapt en de vocalen doen in dit nummer meer dan eens aan Ihsahn denken wanneer ze voor een hesere insteek gaan. Een meeslepende melodieuze solo brengt ons in vervoering en neemt ons mee op sleeptouw gedurende de resterende vijf minuten van dit pakkende epos. Halfweg “Misanthrosophie” lassen Obscurus en Kraal met “The only reason to stay” een akoestisch intermezzo ondersteund door heldere klaagzang in. “Imaginations through the horn-crowned skull” heeft een minuutje nodig om zich tot een Zweeds aandoende rampestamper te ontpoppen waarbij diepere vocalen ook wat death metal aan het klankpallet toevoegen. Het intense meer compacte “Pulsar” zet de meer rechttoe rechtaan aanpak van het voorgaande nummer verder, alvast wat het hondsdolle drumptempo en de bijtende riffs betreft, want op vocaal vlak valt weer heel wat te beleven waarbij beide zangers laten horen wat ze in hun mars hebben. Net wanneer je denkt het wel even allemaal gehoord te hebben omdat de titeltrack ook weer recht voor de raap blijkt te zijn, zakt het tempo hoewel Obscurus het gaspedaal nadien toch weer snel weet terug te vinden. Het Duits geblaf klinkt agressief, maar ondanks het feit dat dit nummer tot titeltrack gebombardeerd werd, vind ik het misschien wel het minste van de plaat. Gelukkige herpakken de heren zich met de lange afsluiter “Aus Tiefen empor…” waarin het op en top genieten is van de blastsalvo’s, vurige riffs, bijtende Duitstalige screams en pakkende melodieën inclusief ferme leads. Obscurus hield zich voorafgaand aan deze “wederopstanding” bezig met o.a. Porta Nigra en Chaos Invocation, maar ik ben maar wat blij dat hij Membaris van onder de mottenballen heeft gehaald om deze kraker op ons los te laten. “Misanthrosophie” is een dynamisch luisterspel dat heel wat voor de luisteraar in petto heeft, maar nergens verliezen deze twee veteranen de controle. De touwtjes worden immers strak in handen gehouden en op geen enkel departement vliegt Membaris uit de bocht. Misschien toch maar eens in het verleden van de band duiken.

JOKKE: 87/100

Membaris – Misanthrosopie (World Terror Committee 2020)
1. Architektur fern Struktur
2. Nebel Haras
3. My path of stars
4. Constant companion
5. The only reason to stay
6. Imaginations through the horn-crowned skull
7. Pulsar
8. Misanthrosophie
9. Aus Tiefen empor…

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split

Een Oostenrijkse Käsespätzle met Griekse feta, het zou misschien nog wel lekker zijn. Ook al is dit misschien eerder iets voor de nog op te richten kookblog “Addergebraad” in plaats van deze muzieksite. Soit, ik zocht een bruggetje om over te gaan naar deze collaboratie tussen het Oostenrijkse Amestigon en het voor mij onbekende Heretic Cult Redeemer, een band die al een decennium lang in de Griekse scene rond dwarrelt. Beide bands sloegen de handen in mekaar voor een split waarvoor telkens één nummer werd aangeleverd, maar dan wel van respectievelijk dertien en twaalf minuten. Dergelijke lange epossen waren we reeds gewend van Amestigon’s “Thier“-plaat uit 2015; voor de Grieken is het een primeur. De Oostenrijkse band met enkele (ex-)leden van Abigor en Summoning bijt de spits af met een opus getiteld “Qvri Okbish 718“. De compositie kruipt aanvankelijk geniepig langzaam vooruit totdat de drummer rond 3:30 het tempo de hoogte in jaagt. Het venijn wordt uitgespuwd middels repetitieve black metal inclusief bezwerende basgitaar maar na enkele minuten doorspekken de muzikanten hun zwartgeblakerde creatie met enkele hypnotiserende tonen en melodieuze, uit post-metal ontleende elementen. De zinderende finale moet het hebben van haar repetitieve blastmodus en hypnotiserende riffs, waarbij de zanger en zijn nogal droge strot besloten hebben de instrumenten het verhaal te laten vertellen. Het maakt van “Qvri Okbish 718” een interessante compositie waarin heel wat te beleven valt. Na deze helse rit laten we Wenen voor wat het is en verkassen we naar Athene voor “In the depths of the nine chambers of fire“. De sound van dit epos klinkt wat scheller en zanger Funus hanteert een semi-raspende semi-cleane strot, wat deze band meteen in het occulte black metal-hoekje duwt. Muzikaal gezien gebeurt er heel wat. Trage gitaarpartijen gaan haast voortdurend in de clinch met uptempo drumwerk en de Grieken zijn niet vies van een streep dissonantie links of rechts. De overgangen blijven mekaar in sneltempo opvolgen wat maakt dat er heel wat info op de luisteraar afgevuurd wordt. Het maakt van “In the depths of the nine chambers of fire” een eerder fragmentarische aangelegenheid. Vanaf 4:20 heeft een psychedelisch gitaarlijntje het minutenlang alleen voor het zeggen. Je verwacht je natuurlijk op een bepaald moment aan een uitbarsting, maar Heretic Cult Redeemer beslist om de spanningsboog traag en gestaag terug aan te spannen. Drummer Vagelis Felonis blijft allerhande druk drumwerk onder de bezwerende riffs plaatsen en uiteindelijk leveren de Grieken ook een overdonderende apotheose af. Best een aardige split.

JOKKE: 79/100 (Amestigon: 82/100 – Heretic Cult Redeemer: 76/100)

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split (World Terror Committee 2019)
1. Amestigon – Qvri Okbish 718
2. Heretic Cult Redeemer – In the depths of the nine chambers of fire

Selenite – Mahasamadhi

Ik heb altijd een zwak gehad voor de scherpe black metal die tijdens de jaren ’90 door de Oostenrijkse bergen schalde. Bands als Abigor, Amestigon, Heidenreich, Summoning, … behoren tot de absolute genre-top wat mij betreft. Misschien daarom dat ik me nog vaag kan herinneren aan Stefan Traunmüllers erg degelijke Golden Dawn project. Nu ben ik die band zo’n vijftien jaar geleden na “Masquerade” uit het oog verloren, maar het is zeker en vast een pas om dit Selenite een kans te geven. Hoewel de debuutplaat “Mahasamadhi” – een Yoga-term voor het verlaten van het lichaam – eigenlijk een funeral doom-album is, heeft het wel enige “typisch” Oostenrijkse zwartmetalen invloeden, zeker wat betreft de synths en drums. De hele “oosterse filosofie-insteek” kan ik met de beste wil ter wereld niet in de muziek terugvinden, maar het is zeker een interessante release. “Mahasamadhi” klinkt, ondanks de melodieuze aard en behoorlijke afwisseling, toch monotoon en daarmee past het zeker nog in het funeral doom-rijtje. De productie is niet te gelikt, maar wel professioneel. De instrumenten worden bespeeld met ervaring en zonder teveel tierelantijntjes. De grunts komen sporadisch voorbij en zijn best in orde, net als de cleane zang. Alles wat er in zit, past bij het klankconcept. Nu ja, alles is veel gezegd, want de vrouwenzang is namelijk vreselijk en verknalt vooral het laatste nummer “Final reckoning“. Het mag dan wel een operazangeres wezen, dit had Stefan echt beter kunnen skippen. Storend accent en niet immens toonvast, past het timbre van haar stem ook niet echt bij de muziek. Jammer, maar ook dat was vaak deel van die Oostenrijkse klank waarover ik het eerder had…

Xavier: 74/100

Selenite – Mahasamadhi (Séance Records 2019)
1. Requiem for a soul
2. Hidden presence
3. Third eye open
4. Channelling chants from beyond
5. Final reckoning

Mortuus/Serpent Noir – Split

Enkele maanden geleden verscheen een interessante 7 inch split die ik u toch niet wil onthouden. Zoals iedereen ondertussen wel weet is het met Daemon Worship Productions niet zo goed afgelopen. Heel wat bands zijn dan ook in de zak gezet door het label en enkele releases zijn in de vergetelheid geraakt. Het plan was dat er op een bepaald moment een labelcompilatie zou verschijnen, maar dat is nooit waar geworden. Links en rechts zijn al enkele van die songs opgedoken en ook op deze split prijken twee nummers die voor de verzamelaar bestemd waren: ééntje van Mortuus en ééntje van Serpent Noir. Beide songs werden door Abigor’s TT uit de compilatie geselecteerd en middels World Terror Committee uitgebracht. Het Zweedse Mortuus staat gekend voor haar slepende black die een penetrante grafgeur uitademt. En dat is op “Nyctophilia” niet anders. Je hoort zelfs wat invloeden van Thorns ten tijde van diens legendarische “Trøndertun“-tape uit 1992 terug. Ook de Grieken van Serpent Noir brengen geen blastfestijn met “Dreaming iblis“. Een dromerige ietwat sensuele atmosfeer kronkelt zich doorheen de occulte akkoorden en ritmes, maar het nummer klinkt toch wat ruwer dan wat we op diens laatste plaat “Erotomysticism” voorgeschoteld kregen. Interessante split voor de liefhebbers.

JOKKE: 82/100 (Mortuus: 82/100 – Serpent Noir: 82/100)

Mortuus/Serpent Noir – Split (World Terror Committee 2018)
1. Mortuus – Nyctophilia
2. Serpent Noir – Dreaming iblis

Ekstrophë – Compilation

De beste “split-compilatie sinds de vierdelige split met Abigor, Mortuus, Thy Darkened Shade en Nightbringer die vorig jaar via World Terror Committee verscheen, staat ongetwijfeld op naam van deze “Ekstrophë” waarbij zes bands op hun eigen manier hun muzikale interpretatie weergeven op het losmaken van de ziel, geest en het bewustzijn (hier verwijst de aan het oud-Grieks ontleende titel van de compilatie ook naar). De mastering van de plaat was in handen van TT (Abigor) en de zes nummers worden onderling verbonden via ambient-interludes waar Black Majesty and the Temple of Erythran Current voor optekende. Aftrapper van dienst is het Finse Devouring Star dat qua tempo deels verder borduurt op de doom/death insteek van het vorig jaar verschenen “Antihedron“, hoewel er ook wel een versnelling in “Mors invicta” ingebouwd is. Dit nummer, dat een kwaadaardig sfeertje uitstraalt, weet ons echter meer te overtuigen. We kijken dus al uit naar de split met Caecus die later op het jaar zou moeten verschijnen. Na deze goede opener is het de beurt aan het Zweedse Flagellant dat dringend werk moet maken van een opvolger voor het sterke, maar reeds uit 2013 daterende, “Maledictum“. “Great illuminating void awareness” bevalt mij met haar dissonante tonen, repetitief getokkelde gitaarnoten en zwartgallig sfeertje in elk geval. Meer van dat en snel graag! Arfsynd is het eenmansproject van Erik Gärdefors die we ook kennen van o.a. Grift. Het snellere tempo en de schellere sound in combinatie met de hese screams van Erik (die waarschijnlijk niet iedereen zullen bekoren) doen de balans voor het eerst volledig richting black metal doorslaan. We krijgen nog een iele solo te horen alvorens het tempo naar het einde toe zakt en de sfeer somberder wordt wanneer de vervormde vocalen ook een meer proclamerende toon aannemen. De zwartmetalen klanken krijgen middels de bijdrage van het Nederlandse Ibex Angel Order een meer occult karakter. Het snelle en opzwepende “Abrasax rises to be crowned” ligt in het verlengde van het uitstekende debuut “I“, maar de drumsound klinkt me iets te plastiekerig. Het Noorse Dødsengel palmt met het meer dan tien minuten durende “Arcane slumber” het grootste deel van de compilatie in. Hoewel “Interequinox” me niet echt kon bekoren, doet het duo dat nu op een macabere en hallucinerende manier wel. De gevarieerde vocalen, subtiele keyboards, afwisselende tempo’s, ambient-intermezzo’s en repetitieve riffs zijn hier allemaal debet aan. In elk geval de meest experimentele band op deze compilatie. Chalice Of Blood neemt als laatste de honneurs waar en passeerde met haar meest recente EP “Helig helig helig” ook reeds aan ons kritisch oor. Ten opzichte van Dødsengel gaat het hier veel meer rechtlijnig en old school aan toe. Chalice Of Blood klinkt grimmig en ijzig maar ook vertrouwd in de oren. De ambientklanken van Black Majesty and the Temple of Erythran Current krijgen het laatste woord. Drie van de zes bands (Arfsynd, Ibex Angel Order en Chalice Of Blood) werkten in het verleden samen met Daemon Worship Productions, maar nadat het label op mysterieuze wijze van de aardkloot verdween (hoewel er recent precies terug een nieuw teken van leven leek te zijn), hebben ze via deze weg (dank aan Terratur Possessions) toch nieuwe eerste tekenen van leven (of dood) kunnen laten horen. Interessant verzamelwerkje waarbij Cold Poison voor elke bijdrage ook bijpassend artwork aanleverde.

Jokke: 82/100 (Devouring Star: 82/100 – Flagellant: 85/100 – Arfsynd: 75/100 – Ibex Angel Order: 79/100 – Dødsengel: 86/100 – Chalice Of Blood: 84/100)

Ekstrophë – Compilation (Terratur Possessions 2018)
1. Devouring Star – Mors invicta
2. Flagellant – Great illuminating void awareness
3. Arfsynd – Flesh of God
4. Ibex Angel Order – Abrasax rises to be crowned
5. Dødsengel – Arcane slumber
6. Chalice Of Blood – Shimmering

The Negative Bias/Golden Dawn – Split

De Oostenrijkse black metal scene heeft me eigenlijk nooit wat gedaan. Er zijn slechts enkele Abigor-platen waar ik wat mee kan aanvangen en ook de rest van de scene is/was me doorgaans te bombastisch. Oostenrijk had destijds haar “Austrian Black Metal Syndicate” waar de bands Pervertum, Trifixion, Pazuzu, Knechte des Schreckens, Vuzem (de voorganger van Hollenthon) en Golden Dawn deel van uitmaakten. Deze laatste band werd reeds in 1992 opgericht door Stefan Traunmüller (Wallachia en Rauhnåcht) en bracht met “The art of dreaming” in 1996 een degelijke plaat uit, maar het latere werk vond ik tenenkrommend slecht. Op deze split met landgenoten The Negative Bias levert Golden Dawn het nummer “Lunar Serpent” aan dat al uit 2010 dateert maar geremixt werd voor deze release en gelukkig een terugkeer naar de dagen van het debuut laat horen waarbij atmosfeer primeert over bombast en complexiteit. Doorheen de elf minuten durende compositie loopt een Burzum-achtig keyboard melodietje, dat op de vier minuten grens eventjes solo gaat en dan een newbeat-achtige richting uitgaat. Het gefrons van de eerste luisterbeurt maakte de keren nadien plaats voor verlangen naar dit catchy kantelpunt in de song. Naar het einde toe nemen melodieuze black metal elementen terug de overhand. Best genietbaar! The Negative Bias zag pas in 2016 het levenslicht en werd opgericht door I.F.S. (ex-Alastor) waarbij hij de hulp kreeg van de eerder aangehaalde Stefan Traunmüller. De band bracht eind vorig jaar haar debuut “Lamentation of the chaos omega” uit en reikt voor deze split één song aan die eveneens boven de elf minuten aftikt. “Temple of cruel empathy” trapt dreigend en groots af en laat symfonische black metal horen die modernistisch in plaats van nostalgisch klinkt. The Negative Bias klinkt middels de nodige blastbeats extremer dan Golden Dawn, incorporeert cleane zangkoren in haar muziek evenals (helaas pindakaas) metalcore-achtige breaks en riffs. Tevens komt het geheel wat te veel als knip-en-plakwerk over wat de flow niet ten goede komt. Golden Dawn scoort dus als de betere van de twee. Wel nog even meegeven dat beide songs voorzien zijn van een zéér moderne sound waardoor deze split voor de liefhebbers van underground-spul hoogstwaarschijnlijk té gelikt is. Voor mij is dit in de regel ook te modern en mist de sound karakter, maar ik amuseerde me toch lekker met “Lunar serpent“.

JOKKE: 76/100 (The Negative Bias: 70/100 – Golden Dawn: 82/100)

The Negative Bias/Golden Dawn – Split (Séance Records 2018)
1. Temple of cruel empathy
2. Lunar serpent