Americana

Volahn – El Tigre del Sur

Volahn – mijn persoonlijke favoriet van de Black Twilight Circle – is reeds tweemaal aan bod gekomen op Addergebroed, telkenmale in de vorm van een samenzwering met één of meerdere bendegenoten. Deze keer doet Eduardo Ramírez, CEO van het clubje en meesterbrein achter Volahn, het in zijn eentje. Volahn kenmerkt zich door zijn volstrekt unieke sound die een exotische cocktail is van chaotische black metal, Americana en spaghetti western klanken, een mix die op papier misschien kokhalzend lijkt, maar in praktijk vlotjes binnen gaat. Op een tweede langspeler is het nog steeds wachten – het fantastische “Aq’Ab’Al” ligt ondertussen toch al vijf jaar achter ons – maar ondertussen is er dus deze nieuwe EP “El Tigre del Sur” die één veertien minuten durende compositie bevat. Het nummer verwijst naar Emiliano Zapata Salazar, een vermoorde Mexicaanse revolutionair die als één van de hoofdrolspelers uit de Mexicaanse Revolutie bestempeld kan worden. Zapata is in Mexico uitgegroeid tot een nationale held die al menigmaal bezongen werd, o.a. door Manu Chao en Rage Against the Machine. Gezien de historische en culturele achtergrond van Volahn was het slechts een kwestie van tijd vooraleer ook hij een ode zou brengen aan deze moedige en strijdlustige generaal. De zweep gaat er meteen op, de strijdklanken schallen ruw maar transparant door het oorlogsgeweld en Volahn schreewt de Spaanstalige teksten ter meerdere eer en glorie van Zapato: “En nombre de la patria ¡Viva Zapata!“. We zijn ongeveer drie minuten ver wanneer de native Mexicaanse klanken voor het eerst hun opwachting maken, zij het nog subtiel in het strijdgewoel vermengd. Stipt halfweg vindt een bruuske ommekeer plaats wanneer de akoestische gitaren en ratelaars vanonder het stof worden gehaald en de teneur middels zinderende desert blues en western-klanken omslaat. De woeste screams maken plaats voor een doorleefde en van een zekere grain voorziene donkere mannenstem. Het zou hier zowaar de soundtrack voor een film als “Desperado” kunnen betreffen. “El Tigre del Sur” is een heerlijke en unieke EP vol Zapatistische black wat mij betreft.

JOKKE: 85/100

Volahn – El Tigre del Sur (Crepúsculo Negro/Nuclear War Now! Productions 2019)
1. El Tigre del Sur

Cobalt – Slow forever

Na de release van het geweldige “Gin” in 2009 leek het wel alsof het Amerikaanse Cobalt van deze aardkloot verdwenen was. Multi-instrumentalist Erik Wunder zette Cobalt even “on hold” om aandacht te schenken aan Man’s Gin, zijn meer psychedelic rock-getinte project. In maart 2014 kondigde zanger McSorley dan weer zijn vertrek aan hoewel de band bevestigde aan een nieuw album met hem bezig te zijn. Naar aanleiding van een homofobe en misogyne Facebook post in december 2014 werd McSorley prompt door Wunder aan de deur gezet en besliste die laatste om Cobalt verder te zetten met een nieuwe frontman. Die werd uiteindelijk gevonden in brulboei Charlie Fell, die op zijn beurt bij het geweldige Lord Mantis de laan uitgestuurd werd. Er werden dus heel wat woelige watertjes doorzwommen om tot het nagelnieuwe “Slow forever” te komen. Na de lange afwezigheid besloot het duo zijn trouwe fanschare dan maar meteen te verwennen met een dubbelabum waarbij de speelduur van de elf songs op meer dan tachtig minuten afklokt. Wie Cobalt een beetje kent, weet dat de band niet voor één gat te vangen is. Hoewel ze in de metalen archieven als black metal band geboekstaafd staan, vind ik deze omschrijving veel te kort door de bocht en zelfs in hoge mate misleidend. Klinkt dit als Marduk artillerie? In geen zeshonderzesenzestig jaar! Neigt dit naar Wolves In The Throne Room boomgeknuffel? Ik dacht het niet! Lijkt dit op Gorgoroth grimness? Zijt ge zot! Horen we blasts? Nope (behalve in de titelsong)! IJzige tremelo riffs? Nada! Satan worshipping? Nah! Cobalt staat voor een hybride vorm van moderne (bah, wat een vies woord!) metal waarin elementen geïnjecteerd worden uit americana en western blues (beluister opener “Hunt the buffalo” of “Beast whip” waarbij een link naar Volahn voor de hand ligt), hardcore (sommige breakdowns in “Ruiner” neigen naar een band als Walls Of Jericho), folk (de rustpunten op de plaat zoals de aftrap van het lange “King rust” of het intermezzo “Breath”), noise (“Siege”), sludge en vuile rock (het geweldige “Cold breaker” dat het eerste deel afsluit), black ’n roll (hedendaagse Darkthrone is bij momenten niet veraf in “Elephant graveyard”, een stampende rocker van formaat) en tenslotte black metal (meest hoorbaar in de bijtende vocalen van Fell en de meest uptempo songs zoals “Final will” en de titeltrack). Al deze elementen zitten meermaals in één song verpakt, zonder dat de boel geforceerd klinkt, waardoor het zaakje fris oogt en je als luisteraar de hele rit lang aan je boxen gekluisterd blijft. Op de cover van “Gin” stond de jonge Ernest Hemingway als militair soldaat afgebeeld en op “Slow forever” is de schrijver opnieuw aanwezig, ditmaal in het nummer “Iconoclast” waarin een sample opduikt van de speech die de auteur in 1954 gaf naar aanleiding van zijn Nobelprijs: “Things may not be immediately discernible in what a man writes, and in this sometimes he is fortunate; but eventually they are quite clear and by these and the degree of alchemy that he possesses he will endure or be forgotten.” Ook komt gin, de lievelingsdrank van de heren (en ondergetekende), opnieuw aan bod in “Cold breaker” wanneer Fell volgende nihilistische lijnen uit zijn longen perst: “I can’t trust anyone/ Hit the streets with the cloak and dagger/ Neon steam on a melting beam/ Pissing gin with your bath salt stagger.” Met “Slow forever” levert Cobalt de overtreffende trap van “Gin” af. Dit is zo’n plaat waar je binnen tien jaar nog plezier aan beleeft.
JOKKE: 90/100

Cobalt – Slow forever (Profound Lore Records 2016)
Disc 1
1. Hunt the buffalo
2. Animal law
3. Ruiner
4. Beast whip
5. King rust
6. Breath
7. Cold breaker
Disc 2
1. Elephant graveyard
2. Final will
3. Iconoclast
4. Slow forever
5. Siege

Inter Arma – The cavern

Na het lichtjes geniale “Sky burial” uit 2013, komt deze Amerikaanse band nu al met een nieuwe EP op te proppen. Allez ja, EP, what’s in a name? Hoewel dit plaatje slechts één song bevat, klokt die wel af op net geen 46 minuten. Altijd risky business als een band probeert om één monsterlijke song uit de mouw te schudden, want het is dan natuurlijk altijd de vraag of het nummer de volledige speeltijd kan blijven boeien. “The cavern” begint nog enigszins ingetogen maar gaat toch al vrij snel over tot metalen heaviness. Beukende sludgy metal met een subtiele keyboardgordijn op de achtergrond knalt door de speakers. Deze riff wordt iets te lang aangehouden om dan abrupt over te gaan naar een nieuw deel van de song, dat iets progressiever getint is en qua riffs en vocalen de Mastodon tour opgaat. Na enkel minuten gaat de muziek, ditmaal subtieler, terug over naar zware sludge met black metal vocalen. Dit is echter niet van lange duur, want de geluidsmuur valt terug stil en een nieuwe opbouw wordt gecreëerd middels trage sludge met een slepende vioolmelodie. Spijtig genoeg volgt plots weer een abrupte shift van een meer proggy passage om dan toch weer terug naar de vorige riff terug te keren en dit doen ze nog een keer. Je wordt als luisteraar voortdurend op het verkeerde been gezet en éénmaal je mee bent met een bepaalde mood brengt Inter Arma je het hoofd op hol. Daarna krijgen we een geslaagde Americana getinte passage inclusief lap steel, strijkers en zwoele vrouwelijke vocalen van Windhand’s Dorthia Cottrell. Een uitgesponnen gitaarsolo die op het einde inkakt en meer weg heeft van guitar wanking vormt de brug naar hakkende riffs die overgaan naar een nieuwe inspiratieloze en véél te lange solo. Het is nu al een lange rit en we zijn nog maar iets over halfweg. Plots steekt er terug een Mastodiaanse gitaarriff de kop op met tegendraads drumwerk. Na deze lange instrumentale passage, mag zanger Mike Paparo terug meedoen en wordt het beginthema van de song terug aangehaald. De song komt tenslotte ook erg abrupt tot een einde, waarschijnlijk omdat de maximum speelduur van een elpee behaald is. Links en rechts bevat “The cavern” wel leuke passages maar over het algemeen springt de band te veel van de hak op de tak en de abrupte overgangen geven het idee van knip- en plakwerk. Ik mis bovendien de black metalgetinte razernij van de vorige plaat. Als de song in verscheidene tracks opgedeeld zou zijn, kan je nog fast forward doen naar je voorkeurspartijen, nu ben je verplicht om de hele rit uit te zitten, waardoor ik deze plaat waarschijnlijk nooit meer opzet. Aan het muzikaal talent ligt het in elk geval niet, maar dat is nog geen zekerheid voor een boeiende song. Ik beschouw het als een mislukt experiment, en hoop dat de band met een volgende reguliere plaat terug de draad oppikt van “Sky burial”. Onderstaande trailer bevat de interessantste passages van de song. In drieënhalve minuut kan het dus ook.

JOKKE: 62/100

Inter Arma – The Cavern (Relapse Records 2014)
1. The Cavern