anathema

Secrets Of The Moon – Sun

Midden vorige week was mijn review van de nieuwste Secrets Of The Moon plaat “Sun” een feit, met een score die een pak lager lag dan het getal dat je nu onder mijn gezwets ziet staan. Diep teleurgesteld was ik. Hoe was het in satansnaam mogelijk dat een band die ervoor gekend stond spannende dingen te doen met zo’n flauwe plaat kwam aanhollen? Ik geef toe dat de twee voorgaande werkstukjes wel al niet meer konden tippen aan krakers als  “Carved in stigmata wounds” en “Antithesis” doordat ze hun zwartmetaal gingen combineren met een meer rock-getinte benadering van het genre à la Satyricon. Dat leverde nog wel een handvol goede songs op, maar aan de andere kant werd het soms een wat saaie en zaaddodende meug. Op “Sun” worden alle scherpe kantjes die er nog aanzaten op vakkundige wijze weggeslepen en het lijkt wel of de band zijn wilde haren kwijtgeraakt is. Dat is niet het enige wat onze Oosterburen verloren zijn. In 2013 verkoos bassiste LSK immers om het tijdelijke voor het eeuwige in te ruilen. Niet lang daarna besloot ook drummer Trawn Thelemnar om nieuwe oorden op te zoeken. Zo bleef bezieler sG achter met de intussen vastbenoemde Ar (o.a. Odem Arcarum en Ascension). Die vond tussen zijn Facebookvriendjes in de vorm van Naamah Ash en Erebor (Thulcandra) gelukkig vrij snel twee nieuwe strijdkrachten waarmee “Sun” kon ingeblikt worden. Zoals eerder gezegd valt er niet veel black metal meer te bespeuren, voornamelijk doordat sG zijn screams veilig opgeborgen houdt en zich de hele plaat lang uit middels (semi-)cleane vocalen. Ondanks de nodige zang coaching van Thomas Helm (Empyrium), blijkt sG geen wereldzanger te zijn, maar naarmate je het album meer beluistert, blijkt dit wel de correcte aanpak te zijn voor de songs die ze schreven (de vraag is enkel of hij live niet door de mand gaat vallen?). In tegenstelling tot het gitzwarte artwork is enkel in opener “No more colours” nog wat ouderwets zwart venijn geslopen en trekt de band nog eens hard van leer. In de overige songs horen we eerder een soort dark rock terug die meermaals doet denken aan Sentenced of het recente Anathema zoals in “Hole”, een song die wel elke luisterbeurt blijft groeien. Even wennen dus. Met het toegankelijke en ondermaatse “Dirty black” slaat “wennen” echter om in “wenen” want dit had ik toch echt niet verwacht van Secrets Of The Moon. Gelukkig bewijst het viertal op het magistrale “Man behind the sun”, waarin sG wél de pannen van het dak zingt en de gitaarslides de nodige kiekeboebelen opwekken, toch nog erg sterk voor de dag te komen. Op de limited edition staat naast ander bonusmateriaal nog een alternatieve versie van deze song met gastbijdragen van A∂albjörn Tryggvason (Solstafir) en Rayshele Teige. Je zou bijna denken in deze song met één of andere Amerikaanse stadion rockband te maken te hebben. Ongetwijfeld heiligschennis voor velen, maar het werkt wel! Ook in “Here lies the sun” komt het viertal héél Amerikaans voor de dag, wat nog bewerkstelligd wordt door de lelijke uitspraak van het Engels. Het lijkt soms allemaal op een iets killere versie van Alice In Chains, wat op het eerste zicht een rare link lijkt (hoewel de band in het verleden “Them bones” al eens door de mallenmolen gehaald heeft). Het afsluitende en enigszins vertrouwd klinkende uptempo “Mark of cain” laat toch nog het beste voor de toekomst vermoeden. “Sun” is ontegensprekelijk de moeilijkste plaat die ik het afgelopen jaar besproken heb. Enerzijds siert het de band dat ze het experiment niet uit de weg gaan. Stilstaan is achteruitgaan, weet je wel. Of dit een stap vooruit is, zal de toekomst ongetwijfeld uitwijzen. Dat “Sun” een héél toegankelijk album is geworden valt niet te ontkennen, maar ik geloof het viertal wel. Het voelt met andere woorden niet aan als een geforceerde knieval richting platte commerce. Anderzijds valt het af te wachten hoeveel fans van het eerste uur ze met deze plaat gaan kunnen overtuigen? Benieuwd dus of Secrets Of The Moon in de toekomst op de meer toegankelijke ingeslagen weg gaat blijven voortborduren (ik zou liever hebben dat sG via het middelmatige Crone deze richting uitgaat). Als dit een album met meerdere krakers zoals “Man behind the sun” oplevert en de zang nog wat bijgeschaafd wordt, moedig ik ze aan. Als het verder richting “plattekazenrock” evolueert, haak ik af. Ik gun ze dus voorlopig nog het voordeel van de twijfel omdat er tenslotte maar één echt slechte song opstaat. Ik raad iedereen aan de plaat meerdere luisterbeurten te gunnen, want de geheimen van de zon worden mondjesmaat prijsgegeven.

JOKKE: 78/100

Secrets Of The Moon – Sun (Lupus Lounge 2015)
1. No more colours
2. Dirty black
3. Man behind the sun
4. Hole
5. Here lies the sun
6. I took the sky away
7. Mark of cain

Paradise Lost – The plague within

Laat ik maar meteen open kaart spelen en bekennen dat ik helemaal geen connaisseur ben van de back catalogue van het Britse Paradise Lost. Oudjes zoals “Gothic” of “Lost Paradise” staan bij menig metal fan geboekstaafd als onontbeerlijke meesterwerkjes voor de liefhebber van gothic/doom metal, die aan de wieg stonden van dit sub-genre. Hoewel ik links en rechts van elke plaat wel eens een nummer heb gehoord, heb ik nooit echt de moeite gedaan om me goed te verdiepen in hun repertoire. Ik kan me herinneren dat ik enkele jaren geleden uit verveling zelfs halverwege een live show ben opgestapt. Collega genregenoten zoals Katatonia, Anathema of My Dying Bride weet ik dan weer wel enorm te appreciëren. Na oprecht verbaasd te zijn van de vocale prestaties die frontman Nick Holmes wegzette op de laatste Bloodbath plaat en de goede kritieken die ik her en der zag verschijnen van het nieuwe werk, besloot ik “The plague within”, dan toch maar eens een kans te geven en aan een luisterbeurt te onderwerpen. Ondertussen zit ik op een weekje tijd aan ongeveer het tienvoudige qua toertjes draaien op de platenspeler, wat een goed teken is. Sleutelwoord op deze plaat is afwisseling. Ome Nick wisselt zijn grunts gedurende het hele album af met cleane zang, maar zijn ruwere strot beslaat toch wel het grootste deel van de vocale invulling. Qua gitaarwerk tovert Gregor Mackintosh de ene na de andere mokerriff (“Terminal”, “Punishment through time”, waarop de band met momenten naar Triptykon neigt, of het pure doomnummer “Beneath broken earth”) uit zijn instrument, maar gooit regelmatig ook melodieuze en melancholische leads in de strijd, om voor een mooi tegengewicht te zorgen (“Cry out” is hier een schoolvoorbeeld van). Een traag en door violen ondersteund nummer als “An eternity of lies” waarin Nick op zang wordt bijgestaan door Heather Thompson (die haar stem ook reeds uitleende voor eerdere Paradise Lost-albums) ligt vergeleken met een bommetje zoals het met momenten zwaar hakkende “Flesh from bone“ dan ook even ver uiteen als de twee benen van Hot Marijke als ze de horizontale samba danst. Het zou me niet verbazen als dit misschien wel de heftigste song uit hun oeuvre is. Het afsluitende “Return to the sun” zet nogal pompeus in met koorzang en blazers om nadien een aanstekelijke gitaarmelodie op je af te vuren, die nog dagen in je hoofd blijft rondspoken. Paradise Lost weet met “The plague within” in de vorm van tien donkere, pakkende, compacte, gevarieerde en goed geschreven nummers een uitstekende indruk op yours truly na te laten. Zal ik dan toch maar eens aan het oude werk beginnen?

JOKKE: 87/100

Paradise Lost – The plague within (Century Media Records 2015)
1. No hope in sight
2. Terminal
3. An eternity of lies
4. Punishment through time
5. Beneath broken earth
6. Sacrifice the flame
7. Victim of the past
8. Flesh from bone
9. Cry out
10. Return to the sun

Callisto – Secret youth

Callisto; gekend als Finse helden al even opzoek naar henzelf. Hun eerste plaat, meer dan tien jaren geleden, was een dikke knipoog naar Cult of Luna en aanverwanten. Met “Noir” deden ze dat trucje enkele jaren later nog eens over, als ware wel met een meer progressieve invalshoek. “Providence” uit 2009 zorgde voor een grote ommekeer en hun gekende kwaliteiten weren ingewisseld voor erg ongeïnspireerde zooi opgebouwd rond verdwaalde post-rickriffjes en zeurende zang. Ik denk dat de band het zelf ook doorhad, want ze knutselden zes jaren aan opvolger “Secret youth“. Om meteen met de deur in huis te vallen en alle illusies in de kiem te smoren: de nieuweling bouwt verder op het saaie “Providence“. Echter niet getreurd, de nummers zijn kwalitatief exponentieel beter dan die op op Callisto’s voorganger. De dynamiek van “Noir” wordt gekoppeld aan sterk songs. Jani Ala-Hukkala zijn teelballen zijn blijkbaar enkele centimeters ingedaald want de beste kerel klinkt alsof hij wat meer ballen gekregen heeft. De schreeuwzang is nagenoeg haast volledig naar de achtergrond verwezen. Eerlijk gezegd weet ik niet of het een echt gemis is. Met “Secret youth” heeft Callisto een eigen plaatsje opgeëist en werpt het verleden van hun af. Hun eigenzinnige mix van avantgarde rock, sludge metal en avontuurlijke escapades laten de band erg origineel overkomen. Van zanglijnen die doen denken aan Anathema, tot stevigere (al blijft het meestal rustig) uitbarstingen zoals Cult of Luna, tot vreemde akkoordenschema’s, you’ll have it all! Belangrijk in dit verhaal is de elektronica van Arto Karvonen die nooit op de voorgrond staat, maar onmiskenbaar zijn stempel drukt. Toch is een stortvloed aan superlatieven niet aan de orde. Spijtig genoeg slaagt Callisto er niet in de aandacht voor een vol uur vast te houden. Halverwege het uur mag dan wel het pareltje “Breasts of mothers” de revue passeren, toch loert duivel Saaiheid om de hoek. Ondanks de grote stappen voorwaarts blijft de zang wederom een hekelpunt en wordt het na een poos toch weer zagerig. Graag wat meer variatie zoals tijdens het eerste deel van de plaat. Desalniettemin heeft Svart Records een kwalitatief erg hoogstaande plaat op de teller staan. Petje af.

Flp: 83/100

Callisto – Secret youth (Svart Records 2015)
1. Pale pretender
2. Backbone
3. Acts
4. The dead layer
5. Lost prayer
6. Breasts of mothers
7. Grey light
8. Ghostwritten
9. Old souls
10. Dam’s lair road

Last Leaf Down – Fake lights

Bij addergebroed doen we het soms ook eens wat rustiger aan. Het moet immers niet altijd (extreme) metal zijn die de klok slaat. Wie ons al langer dan vandaag kent, weet dat we ook het hele post-rock en shoegaze gebeuren (of toch minstens enkele bands uit die scene) een warm hart toe dragen. Een nieuwe ontdekking voor ondergetekende is het uit Zwitserland afkomstige Last Leaf Down. “Voor fans van Anathema, Katatonia en Slowdive” stond er op de Facebook banner te lezen die plots voor mijn neus oppopte. Grote Katatonia fanboy zijnde besloot ik om toch maar eens eventjes door te klikken. Goede zet bleek later (en met veel dank aan de marketing boys!). De band zag het levenslicht in 2003 en speelde toen een soort van doom/dark metal met een zéér grote knipoog naar Katatonia. In 2007 vond er een kantelmoment plaats, toen de zanger en drummer het hazenpad kozen en Benjamin Schenk en Patrick Hof de respectievelijke vacante posities van zanger en drummer invulden. De line-up wissel ging hand in hand met een verschuiving van het bandgeluid van metal naar de huidige shoegaze sound. De dream pop van genrestichters Slowdive is inderdaad alom tegenwoordig op de eerste plaat getiteld “Fake lights”. Dertien songs en vijftig minuten lang neemt de in-bondige-songs-verpakte maar zweverige shoegaze van Last Leaf Down ons mee op een wegdroom trip. Delay en reverb pedalen maken overuren terwijl de met effecten overgoten zang (die met momenten als twee druppels water lijkt op de vocalen van Alcest’s Neige) je in een zeemzoete trance brengt. Post rock infused gitaarlijntjes zorgen op de achtergrond voor melancholieke ontroering. Filmische soundscapes creëren een waas van verlichting. Extase vormt de totaalbeleving. Het latere werk (voornamelijk het “Just in case we’ll never meet again (soundtrack for the cassette generation” album) van de Italianen van Klimt 1918 (Weet iemand waar deze momenteel uithangen want ze lijken wel van de aardbol verdwenen te zijn?), overgoten met een pakkende shoegaze saus kan als referentiekader dienen. Ook liefhebbers van de eerder dit jaar verschenen “Guilty of everything” plaat van Nothing zullen dit wel trekken. Dertien songs is voor sommigen misschien een beetje te veel van het goede en niet alle tracks zijn van eenzelfde niveau. De pareltjes zijn het inleidende “Refulgence”, “Inmost life”, de single “The theme”, “An endless standoff”, “Wish to leave” en het afsluitende “Fake lights in the sky“. “Giant”, “Growing fear” en “Born dead” beschouw ik als de mindere songs. De nummers lijken hard op mekaar waardoor er meerdere luisterbeurten nodig zijn om het onderscheidend karakter van de songs te ontdekken, maar eenmaal je de plaat op je ziel hebt laten inwerken, openbaart er zich een heerlijke reisgezel voor de late nachtelijke uurtjes. Kort de plaat een nummertje of drie in en je hebt de perfecte LLD-trip. Benieuwd wat dat naar de toekomst toe nog gaat geven!

JOKKE: 81/100

Last Leaf Down – Fake lights (Lifeforce Records 2014)
1. Refulgence
2. In dreams
3. The thought that I saw you
4. In these waters
5. Inmost life
6. Giant
7. Growing fear
8. The theme
9. An endless standoff
10. Truth is a liar
11. Wish to leave
12. Born dead
13. Fake lights in the sky