Ascension

Ascension – Under ether

Het Duitse World Terror Committee staat immer garant voor orthodoxe black metal van de bovenste plank, zoals Chaos Invocation recent bewees. Sinds het eveneens Duitse Ascension in 2007 ontstond werd de band ook onder de vleugels van het befaamde (en beruchte) label ondergebracht. Het anonieme gezelschap (waarvan één van de leden, zo blijkt, ook in Secrets of the Moon actief is) bracht van daaruit de EP “With burning tongues” uit, die mij meteen bij de keel wist te grijpen met een snedige gitaarsound en lang uitgesponnen, meeslepend gitaarwerk. Met opvolger “Consolamentum” zette de band in 2010 de trend voort en loste een pareltje dat in mijn ogen ondertussen als een moderne black metalklassieker mag worden beschouwd. “Consolamentum” was een conceptalbum, tot de nok toe gevuld met fantastische, bijwijlen dissonante riffs en de karakteristieke blastbeat-uitbarstingen – zo karakteristiek dat we het in besloten kring op den duur over ‘Ascension-riffs’ hadden. Na het iets minder geslaagde “The dead of the world”, dat hier en daar een opflakkering van de gekende Ascension-genialiteit liet horen (“Deathless light”), is het eind deze maand dan tijd voor langspeler nummer drie: “Under ether”. Het evocatieve artwork van Dávid Glomba zet zelfs voor de eerste luisterbeurt al de toon: “Under ether” is op nieuw een op en top orthodox black metal album vol left hand path symboliek. Onze oosterburen blijken qua sound het pad begonnen met “The dead of the world” verder te bewandelen, waarbij meer en meer death metalriffs de bovenhand nemen. We krijgen de gekende dynamiek tussen agressieve uitbarstingen en melodieuze twin-guitarpartijen opnieuw voorgeschoteld, doorspekt met staccato passages en vaak diepere vocalen dan we van de Duitsers gewend zijn. Echter besluipt me het gevoel dat de inspiratie voor langspeler nummer drie wat zoek was. In nummers zoals “Dreaming in death” vliegen de saaie chugga-chugga riffs ons om de oren, terwijl “Ecclesia” iets te veel een nummer als “Consolamentum” probeert na te doen. Ascension weet wel degelijk hoe ze degelijke tot zelfs zeer sterke songs in elkaar moeten boksen (afsluiter “Vela dare” is exact wat ik van deze band had gehoopt te horen!), maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de band af en toe zichzelf lijkt te kopiëren of zelfs riffs recycleert. “Under ether” is zeker een degelijk album geworden, maar weet minder te beklijven dan eerder materiaal. Dat World Terror Committee dit album promoot als het beste wat de band ooit heeft geschreven, is helaas een loopje nemen met de waarheid.

CAS: 75/100

Ascension – Under ether (World Terror Committee 2018)
1. Garmonbozia
2. Ever Staring Eyes
3. Dreaming In Death
4. Ecclesia
5. Pulsating Nought
6. Thalassophobia
7. Stars To Dust
8. Vela Dare

Chaos Invocation – Reaping season, bloodshed beyond

Met bands als Acherontas, Ascension, Fides Inversa, Acrimonious en Inferno onder haar hoede kan je het Duitse World Terror Committee gerust als het Mekka voor occulte en/of orthodoxe black metal beschouwen. Misschien minder bekend dan de aangehaalde bands, maar daarom niet minder bemind, en toch al drie platen lang bij WTC gehuisvest, is het Duitse Chaos Invocation. Op debuutplaat “In bloodline with the snake” uit 2009 klonken onze oosterburen nog als het kleine broertje van Watain, maar met opvolger “Black mirror hours” uit 2013 wisten ze mijn zwartgeblakerde hart voorgoed te veroveren. Daarna bleef het echter verdacht stil rond de band totdat vorig jaar een eerste teken van leven verscheen middels de split met labelgenoten Thy Darkened Shade. De band rond A. (gitaar) en M. (zang) had zich lange tijd teruggetrokken in het repetitiehok om aldaar aan de blijkbaar moeilijke derde langspeler te werken. Ondertussen werden de troepen ook herschikt en treffen we nu drumheerser Gionata Potenti (deze man behoeft geen introductie meer) in de line-up aan die in zijn kielzog Darvaza- en Fides Inversa-collega Tumulash op basgitaar meebracht. De kwaliteit die op “Black mirror hours” te horen was, is gelukkig na al die tijd niet weggeëbd, wat bewijst dat Chaos Invocation nog steeds een duivelseskadron is om rekening mee te houden. De black metal wordt ter meerdere eer en glorie van de Gehoornde gebracht en is met een gezonde portie Dissection-melodie geïnfuseerd. Dat resulteert in pakkende songs zoals het catchy “Obsession is always the answer” en het creatieve “Menskindrums of doom” waarbij ritualistische en melodieuze passages hand-in-hand gaan. Is “Reaping season, bloodshed beyond” dan een herhalingsoefening van de vorige langspeler geworden? Niet helemaal, want de aandachtige luisteraar merkt toch op dat er iets meer progressieve elementen in de volwassen songstructuren geslopen zijn. De mannen van Chaos Invocation vertonen vakmanschap op gebied van songwriting waarbij er duidelijk oog is voor interessante bruggetjes en onverwachte wendingen. Tevens wordt er nog steeds geëxperimenteerd met cleane vocalen, een uitprobeersel dat echter niet altijd volledig in smaak valt bij ondergetekende. Zo zijn de cleane gezangen in “Blackmoon prayer” op het randje van tenenkrommend. Dit is echter een héél kleine smet op het blazoen van een voor de rest beresterke en overtuigende plaat.

JOKKE: 88/100

Chaos Invocation – Reaping season, bloodshed beyond (World Terror Committee 2018)
1. Where hearts shall not rest
2. Calling from Dudail
3. To fathom the bloodmist
4. Menskindrums of doom
5. Obsession is always the answer
6. The search of keys and gates
7. Blackmoon prayer
8. Luciferian terror chorale
9. Chaos invocation
10. Bloodshed beyond
11. Ajna assassins absolute

Kaosophia – Serpenti vortex

Eén blik op het ronduit fantastische artwork van David Glomba en we weten wat voor vlees we in de kuip hebben met Kaosophia. Juist ja, van occultisme doordrongen black metal. Deze Oekraïners opereerden eerst onder de ietwat vreemde bandnaam Cotard Syndrome (zeldzame psychische aandoening waarbij iemand de waan heeft dat hij dood is, niet bestaat of dat zijn organen of bloed ontbreken). Sinds 2011 doen ze het echter als Kaosophia en met “Serpenti vortex” zijn ze toe aan een tweede langspeler. Het duurde vier jaar alvorens het kwartet – voor de opnames aangevuld met drummer Amorth – op de proppen komt met de opvolger van “The origins of extinction” en dat lange wachten wordt absoluut beloond want “Serpenti vortex” is een absolute aanschaf voor liefhebbers van onder andere Ascension, Blaze Of Perdition, Merrimack en Chaos Invocation. De melodieuze gitaarpartijen tillen de snelle occulte black metal naar een hoger niveau met “Fall into singularity” als kroonjuweel. Het majestueuze gevoel dat een band als Mgła weet neer te zetten, duikt ook in deze song op. Het stemgeluid van vocalist Morthvarg – die zijn teksten zowel in het Engels als Oekraïens schreeuwt – leunt bovendien dicht tegen dat van diens zanger M aan. In “Устремляясь к предвечному” zit subtiele koorzang verscholen waardoor Batushka even komt piepen, maar nergens wordt het zo bombastisch als bij deze Polen. Kaosophia rekt haar nummers nooit te lang uit wat resulteert in korte krakers zoals de titeltrack of “Прощение в крови“, dat op het einde van een swingende drumbeat voorzien is. Enkel het afsluitende “В могиле бытия” duurt met zes en een halve minuut wat langer en is ook de minst snelle song van de plaat. Akoestische gitaren geven deze track extra cachet alvorens het gaspedaal uiteindelijk toch terug tot aan het gaatje ingeduwd wordt voor haar zinderende finale. “Serpenti vortex” is voorzien van een uitstekend geluid dat maakt dat alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn en de snelle passages nergens in een geluidsbrij verzanden. Eigenlijk valt er maar één negatief puntje van kritiek aan te merken en dat is dat 33 minuten wat aan de magere kant is, maar het is wel een meer dan uitstekend half uur!

JOKKE: 86/100

Kaosophia – Serpenti vortex (Lamech Records 2017)
1. Enter the devotion
2. Устремляясь к предвечному
3. Fall into singularity
4. Serpenti vortex
5. Прощение в крови
6. Event horizon
7. В могиле бытия

Cult Of Fire – EP

Onze Tsjechische gemaskerde vrienden van Cult Of Fire zitten duidelijk in een EP-fase, want na “Čtvrtá symfonie ohně” uit 2014 en”Life, sex & death” uit 2016 verschijnt er nu een derde EP op rij, alleen bleek de inspiratie ver te zoeken zijn als het op het verzinnen van titels aankwam, want zowel de EP als de twee songs die erin gegraveerd zijn, gaan naamloos door het leven. Op de vorige EP namen de symfonische aspecten zulke enorme proporties aan dat het extreme metal element wat in het hoekje geduwd werd, iets wat op de twee nieuwe nummers duidelijk niet het geval is. Het tempo ligt een pak hoger, de drums rossen als een bezetene en de gitaren scheuren, natuurlijk nog wel steeds met een keyboardklankentapijt, waarvoor buitenstaander Zdeněk Šikýř instond, dat doorheen de riffs gedrapeerd is. Cult Of Fire keert met andere woorden terug naar het geluid van de eerste twee langspelers. Hoewel de songs meer dan degelijk zijn, weet het zaakje me echter niet echt te pakken en lijkt het een beetje een haastklus te zijn geweest. Het majestueuze en triomfantelijke gevoel en de kippenvelfactor ontbreken. Het feit dat er zoals gezegd ook geen titels zijn, versterkt dat gevoel nog meer. De verpakking en het artwork van David Glomba (Teitan Arts), die onder andere ook al voor Ascension, Inferno en Death Karma prachtig werk afleverde, zijn echter zoals steeds om van te smullen, maar het muzikale blijft natuurlijk primeren. Als je de drie EP’s beluistert, wordt het duidelijk waarom deze songs apart uitgebracht werden want, hoewel het telkens overduidelijk om Cult Of Fire gaat, heeft elke release toch wel duidelijk zijn specifieke eigenheid. Van een identiteitscrisis zou ik met andere woorden niet durven spreken, alleen benieuwd welke koers er op een nieuwe langspeler gevaren zal worden.

JOKKE: 75/100

Cult Of Fire – EP (Beyond Eyes Productions 2017)
1. –
2. –

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues

Naar aanleiding van de lopende Dimensional Nomads tour met gelijkgestemde zielen Acherontas, Slidhr, Sinmara en Shrine Of Insanabilis verschijnt van die laatste een twee songs tellende EP. Hoewel het nog steeds gissen is naar de identiteit van deze Duitsers, is het wel meer dan duidelijk dat deze jongens – ik ga er gemakkelijkheidshalve maar even vanuit dat er geen leden van het vrouwelijke geslacht achter de hoodies schuil gaan – weten hoe ze een potje overtuigende black metal moeten spelen. Net zoals de Duitse autosnelwegen toelaten de snelheidsmeter uit te testen, raast ook Shrine Of Insanabilis er regelmatig aan een ziedend hoog tempo van door. Snelle Zweeds aandoende black dus, voorzien van de nodige occulte inslag die in het straatje ligt van Blaze Of Perdition en labelgenoten Ascension en Chaos Invocation en de kwaliteit van debuut “Disciples of the void” doortrekt. Hoewel ik wel vond dat ze op die plaat een iets meer uitgesproken identiteit hadden, en het nu wat generieker klinkt. Benieuwd of deze snelle black ook live als een huis zal staan.

JOKKE: 80/100

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues (World Terror Committee 2016)
1. Burning voice
2. Hamartia

Verwoed – Bodemloos

Verwoed is de creatie van de Nederlander Erik B en was tot voor kort gekend onder de monniker Woudloper. Om de één of andere reden werd echter een naamsverandering doorgevoerd en ik vermoed dan ook dat de subtiele koerswijziging die heeft plaats gevonden in ’s mans black metal hier debet aan is. De eerder atmosferische en traditionele black die hij met Woudloper bracht, heeft plaats geruimd voor zwartmetaal met een fikse dosis eigenzinnige psychedelica. De openingsriff van “Bodemloos” snijdt meteen recht door mijn ziel en voelt enigszins orthodox aan waarbij de naam Ascension op mijn lippen verschijnt. Naarmate de song vordert, duikt het tempo de dieperik in en doet subtiele psychedelica zijn intrede waardoor de sfeerzetting nihilistischer wordt en de woestenij soms wel wat naar Svartidauði neigt (zowel qua sound als qua sfeer als qua vocalen). In “Een leven aan de oppervlakte” worden de psychedelische en hallucinogene kosmische structuren verder ontbonden om een onbehagelijk gevoel op te wekken zoals ook Deathspell Omega en zijn landgenoten Nihill dat kunnen. Deze song werkt zo verslavend dat ik de naald steeds opnieuw de begingroef doe opzoeken. “Leegte” tenslotte slaat de nagel op de kop want deze negen minuten durende track bevat naargeestige, zinderende en dramatisch trage ambient passages die naar soundscapes uit de hel ruiken. “Als het duister tussen de sterren. Ik ben de zon die niet meer schijnen zal. Mijn ziel vraagt, vurig, uit te mogen rusten, al dromend van de Dood. In zwak vaal licht wringt zich nog redeloos het leven. Schril, terwijl de eindeloze nacht nadert. Giet je venijn in me, dat het me balsem biedt. Het onbekende in; het deert me niet.‘ Als de laatste noot wegebt, blijf je dan ook compleet leeg maar voldaan achter. Nog even meegeven dat het vuurrode artwork van de hand van Joost Vervoort (Terzij de Horde) is en perfect de sfeer van het album weet te vatten. Op productioneel vlak zit het eveneens snor daar JB Van Der Wal (Aborted, Herder) tekende voor de mix en mastering. Blijkbaar heeft Erik in tussentijd de nodige gelijkgestemde zielen kunnen ronselen daar Verwoed in september het podium gaat opkruipen om de EP live voor te stellen. Ik probeer er alvast bij te zijn en kijk reikhalzend uit naar meer werk van dit veelbelovende Verwoed.

JOKKE: 87/100

Verwoed – Bodemloos (Argento records 2016)
1. Bodemloos
2. Een leven aan de oppervlakte
3. Leegte

Secrets Of The Moon – Sun

Midden vorige week was mijn review van de nieuwste Secrets Of The Moon plaat “Sun” een feit, met een score die een pak lager lag dan het getal dat je nu onder mijn gezwets ziet staan. Diep teleurgesteld was ik. Hoe was het in satansnaam mogelijk dat een band die ervoor gekend stond spannende dingen te doen met zo’n flauwe plaat kwam aanhollen? Ik geef toe dat de twee voorgaande werkstukjes wel al niet meer konden tippen aan krakers als  “Carved in stigmata wounds” en “Antithesis” doordat ze hun zwartmetaal gingen combineren met een meer rock-getinte benadering van het genre à la Satyricon. Dat leverde nog wel een handvol goede songs op, maar aan de andere kant werd het soms een wat saaie en zaaddodende meug. Op “Sun” worden alle scherpe kantjes die er nog aanzaten op vakkundige wijze weggeslepen en het lijkt wel of de band zijn wilde haren kwijtgeraakt is. Dat is niet het enige wat onze Oosterburen verloren zijn. In 2013 verkoos bassiste LSK immers om het tijdelijke voor het eeuwige in te ruilen. Niet lang daarna besloot ook drummer Trawn Thelemnar om nieuwe oorden op te zoeken. Zo bleef bezieler sG achter met de intussen vastbenoemde Ar (o.a. Odem Arcarum en Ascension). Die vond tussen zijn Facebookvriendjes in de vorm van Naamah Ash en Erebor (Thulcandra) gelukkig vrij snel twee nieuwe strijdkrachten waarmee “Sun” kon ingeblikt worden. Zoals eerder gezegd valt er niet veel black metal meer te bespeuren, voornamelijk doordat sG zijn screams veilig opgeborgen houdt en zich de hele plaat lang uit middels (semi-)cleane vocalen. Ondanks de nodige zang coaching van Thomas Helm (Empyrium), blijkt sG geen wereldzanger te zijn, maar naarmate je het album meer beluistert, blijkt dit wel de correcte aanpak te zijn voor de songs die ze schreven (de vraag is enkel of hij live niet door de mand gaat vallen?). In tegenstelling tot het gitzwarte artwork is enkel in opener “No more colours” nog wat ouderwets zwart venijn geslopen en trekt de band nog eens hard van leer. In de overige songs horen we eerder een soort dark rock terug die meermaals doet denken aan Sentenced of het recente Anathema zoals in “Hole”, een song die wel elke luisterbeurt blijft groeien. Even wennen dus. Met het toegankelijke en ondermaatse “Dirty black” slaat “wennen” echter om in “wenen” want dit had ik toch echt niet verwacht van Secrets Of The Moon. Gelukkig bewijst het viertal op het magistrale “Man behind the sun”, waarin sG wél de pannen van het dak zingt en de gitaarslides de nodige kiekeboebelen opwekken, toch nog erg sterk voor de dag te komen. Op de limited edition staat naast ander bonusmateriaal nog een alternatieve versie van deze song met gastbijdragen van A∂albjörn Tryggvason (Solstafir) en Rayshele Teige. Je zou bijna denken in deze song met één of andere Amerikaanse stadion rockband te maken te hebben. Ongetwijfeld heiligschennis voor velen, maar het werkt wel! Ook in “Here lies the sun” komt het viertal héél Amerikaans voor de dag, wat nog bewerkstelligd wordt door de lelijke uitspraak van het Engels. Het lijkt soms allemaal op een iets killere versie van Alice In Chains, wat op het eerste zicht een rare link lijkt (hoewel de band in het verleden “Them bones” al eens door de mallenmolen gehaald heeft). Het afsluitende en enigszins vertrouwd klinkende uptempo “Mark of cain” laat toch nog het beste voor de toekomst vermoeden. “Sun” is ontegensprekelijk de moeilijkste plaat die ik het afgelopen jaar besproken heb. Enerzijds siert het de band dat ze het experiment niet uit de weg gaan. Stilstaan is achteruitgaan, weet je wel. Of dit een stap vooruit is, zal de toekomst ongetwijfeld uitwijzen. Dat “Sun” een héél toegankelijk album is geworden valt niet te ontkennen, maar ik geloof het viertal wel. Het voelt met andere woorden niet aan als een geforceerde knieval richting platte commerce. Anderzijds valt het af te wachten hoeveel fans van het eerste uur ze met deze plaat gaan kunnen overtuigen? Benieuwd dus of Secrets Of The Moon in de toekomst op de meer toegankelijke ingeslagen weg gaat blijven voortborduren (ik zou liever hebben dat sG via het middelmatige Crone deze richting uitgaat). Als dit een album met meerdere krakers zoals “Man behind the sun” oplevert en de zang nog wat bijgeschaafd wordt, moedig ik ze aan. Als het verder richting “plattekazenrock” evolueert, haak ik af. Ik gun ze dus voorlopig nog het voordeel van de twijfel omdat er tenslotte maar één echt slechte song opstaat. Ik raad iedereen aan de plaat meerdere luisterbeurten te gunnen, want de geheimen van de zon worden mondjesmaat prijsgegeven.

JOKKE: 78/100

Secrets Of The Moon – Sun (Lupus Lounge 2015)
1. No more colours
2. Dirty black
3. Man behind the sun
4. Hole
5. Here lies the sun
6. I took the sky away
7. Mark of cain