Ash Borer

Vanum – Burning arrow

De heren Kyle Morgan en Mike Rekevics kunnen weinig fout doen bij ondergetekende. Elke week spint er wel een plaat waar één van hen op te horen is haar rondjes op mijn draaitafel. Zij het Ash Borer, Predatory Light, Vilkacis, Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes of Ruin Lust. Met “Realm of sacrifice” leverde Vanum twee jaar geleden al een knap debuut af. Met een gezamenlijke tour met Ash Borer op de planning, levert het duo vers plaatwerk af, zij het deze keer een EP getiteld “Burning arrow“. Hoewel de drie songs gemiddeld een minuut of acht duren, zijn ze ten opzichte van het debuut meer gestroomlijnd en van overtollig vet ontdaan. Bovendien werd de inspiratie deze keer meer uit de klassieke Griekse en Slavische black metal scene van begin jaren negentig gehaald, hoewel er op het debuut ook al een enkele knipoog naar een band als Drudkh te ontwaren viel. Adjectieven die de sound en atmosfeer beschrijven zijn deze keer dus eerder “triomfantelijk”, “tragisch”, “bombastisch” en “glorieus” in plaats van “melancholisch” en “introspectief”. Doorheen de multi-gelaagde gitaarsound weerklinken orchestrale toetsen die refereren aan het latere werk van Bathory. Hoewel er links en rechts enkele typische signature riffs van Kyle opduiken, onderscheidt Vanum zich nu met een eigen smoelwerk meer van Ash Borer en Fell Voices. Op tekstueel vlak zijn de songs doordrongen van alchemie en het gedachtegoed van psycholoog Carl Jung met betrekking tot “nigredo” of “zwartheid”, in alchemistische termen ook wel “verrotting” of “ontbinding” betekenend. Jung interpreteerde “nigredo” als een moment van maximale wanhoop en zag het als een voorwaarde voor verdere persoonlijke ontwikkeling. De innerlijke zoektocht naar het zelfbewustzijn en de eindeloze persoonlijke strijd komen sterk tot uiting in deze spirituele black metal met “Spring of life” als hoogtepunt. Sterke EP die met elke luisterbeurt groeit. Benieuwd naar Vanum’s live show op Roadburn waarvoor bijkomende muzikanten uit het aanverwante Predatory Light opgetrommeld worden.

JOKKE: 85/100

Vanum – Burning arrow (Profound Lore Records/Psychic Violence 2017)
1. Watcher in the eastern sky
2. Immortal will
3. Spring of life

Turia – Dede kondre

We zijn midden januari en Turia opent haar tweede – mysterieus getitelde – langspeler “Dede kondre” (Surinaams voor “land van de doden”) met de titeltrack die meteen aast op een plaatsje in mijn “songs-van-het-jaar-lijstje” dat binnen elf maanden zal verschijnen. De hypnotiserende riffs van O (Galg, Iskandr, Lubbert Das) zwellen gemoedelijk uit hun feedback aan totdat drummer J zijn simpele maar effectieve groove inzet en T met haar ijle, pakkende screams de koude rillingen over mijn rug doet lopen…goed voor zeven minuten pure gitzwarte zelfexpressie.  Ook “Een poort van takken en loof” weet met dezelfde basisingrediënten een innemende song neer te zetten waar de geest van een Ash Borer nog wel doorheen waait, hoewel Turia toch steeds meer een eigen draai aan haar atmosferische muziek heeft weten geven. Zo valt “Houten tempel” positief op door de cleane gezangen aan het begin van de song en domineren slepende doomritmes met melodieuze uitwaaiers over de black metal aggressie om uiteindelijk te stranden in akoestische gitaren en noise. En halverwege “Waterzucht” menen mijn aandachtige oren zelfs een mondmuziekske waar te nemen. Positief is dat de vrij uitgesponnen songs – opgebouwd uit nochtans repetitieve drum- en gitaarpartijen – nergens lang aanvoelen en voorbij zijn voor je het weet. Eindigen doet Turia met het tergend trage, getormenteerd klinkende “De toorn der goden” dat op je gemoed inhakt zoals de regering op onze levensstandaard en je leeg en verweesd achterlaat eens ook hier de akoestische klanken en noise weggeëbd zijn. Over eersteling “Dor” was ik al lovend, maar op deze opvolger heeft het trio zich nog weten overtreffen. Zoals met de voorganger het geval was staat hun eigen Haeresis Noviomagi label in voor een gelimiteerde run op cassette en zal het Portugese Altare Productions de vinylrelease op zich nemen. Snel handelen zal de boodschap zijn!

JOKKE: 90/100

Turia – Dede kondre (Altare Productions/Haeresis Noviomagi 2017)
1. Dede kondre
2. Een poort van takken en loof
3. De houten tempel
4. Waterzucht
5. De toorn der goden

Urzeit – Anmoksha

Bijna gelijktijdig met de nieuweling van Ash Borer laten twee van diens leden ook met Urzeit horen hoe een solide brok black metal uit de krochten van Portland’s broeiende black metal scene klinkt. Na twee demo’s en een geweldige split met Akatharsia vormt “Anmoksha” het debuut voor het trio waarbij zanger/gitarist R.F. en bassist M elkaar ook op de repetities van Dagger Lust, Serum Dreg, Triumvir Foul en Uškumgallu – allen bands van het Vrasubatlat label, waar Urzeit echter geen deel van uit maakt – terug zien, terwijl we drummer/zanger A.L.N. bij Hell en מזמור op de drumstoel terug vinden. In tegenstelling tot Ash Borer wordt de gebalde haat hier geventileerd in minder lang uitgesponnen nummers en zorgt een Darkthronish punky ondertoon voor de nodige pepers in de reet. Ik moet regelmatig aan een Wolvhammer denken, maar dan wel r(a)uwer als diens laatste wapenfeit. De tien meedogenloze nummers hakken erin en de basgitaar zoemt en dendert lekker doorheen de ruwe bolster riffs. Voeg Horned Almighty dus ook maar aan het lijstje referentiebands toe. “Nascphanin” is met zijn gevarieerde vocalen en slachtoffers makende riffsalvo een explosief nummer waarbij het shrapnel in het rond vliegt, terwijl “Gravvivek” met zijn donkere, dreigende midtempo riffs ook wel wat Amenra in zich draagt, totdat halfweg haar zeven minuten speeltijd de nekspieren terug danig los geschud kunnen worden. Ik pik er nu deze twee nummers uit maar eigenlijk zijn ook de acht andere songs schoolvoorbeelden van intense black metal waar elke vorm van subtiliteit, weemoed of romantisch verlangen ver zoek zijn. Regelmatig passeren supersonisch hoge screams de revue die door merg en been gaan en hoewel de opzwepende stukken misschien wat onderling inwisselbaar zijn, kan dit stuk venijn niet snel genoeg zijn weg naar mijn muziekcollectie vinden!

JOKKE: 85/100

Urzeit – Anmoksha (Eigen beheer 2016)
1. Imnagas
2. Anmoksha
3. Exeris
4. Nascphanin
5. Bellisunya
6. Illartha
7. Autmomus
8. Migrakama
9. Gravvivek
10. Entitiksha

Ultha – Converging sins

Je hebt bands die er acht jaar over doen om met een nieuw album op de proppen te komen en je hebt er waarbij de inspiratiebron eerder like an everflowing stream is. Het Duitse Ultha behoort tot de laatste categorie en lijkt in een vat toverdrank gevallen te zijn want sinds hun oprichting in 2014 zijn ze erg actief met het afgelopen jaar zelfs drie releases op de teller. Eerst was er de “Dismal ruins” EP die een lichte sluier ophief over de nieuwe sound die ontwikkeld werd na toevoeging van keyboardspeler Andy Rosczyk, terwijl we kortelings daarna een split met Morast voorgeschoteld kregen waarop beide bands hun liefde voor Bathory in het zwarte wax beitelden. En nu is met “Converging sins” ook de tweede langspeler een feit. De Ultha leden namen in het verleden al ruim de tijd om hun zegje te doen, maar op de nieuwe plaat draaien ze hun hand niet om voor songs die het kwartier overschrijden. De voorliefde voor USBM was reeds hoorbaar in het oude werk, maar nu is de invloed van Ash Borer, Weakling, Wolves In The Throne Room en andere boomknuffelaars nog verder in de sound van het vijftal doorgedrongen en dat juich ik met open armen toe! “The night took her right before my eyes” is met zeventien minuten speeltijd niet meteen een Radio 2-hitje. Na een heel-erg-aan-Ash-Borer-schatplichtige intro met cleane gitaren worden alle registers open getrokken en vliegen de blasts en razende riffs ons rond de oren. Op vocaal gebied valt er voldoende afwisseling te bespeuren tussen de hoge, ijle screams van bassist Chris en de diepere stembandverkrachting van gitarist Ralph. De vrouwelijke zanglijnen die het veel rustigere, maar daarom niet minder intense “Mirrors in a black room” inkleuren, werden ingezongen door Rachel A. Davies van Esben and The Witch. ’t Is eens iets anders om haar vocalen in een metalen omgeving te horen opduiken in plaats van in de electronic dubstep soundscapes die we van het Britse trio gewend zijn. In het snelle, hypnotiserende “You will learn about loss” worden grote stukken dan weer door een bezwerende cleane diepe mannenstem gedragen. Met “Athame | Bane emanations” bewijst Ultha ook doomy slepende tracks te kunnen pennen. Sowieso draagt de wisselwerking tussen snelle en trage passages enorm bij aan de dynamiek van het werk. Hoewel de plaat over de gehele lijn erg sterk is, wordt met het massieve “Fear lights the path (Close to our hearts)” het beste voor het letste bewaard. Opnieuw een lang uitgesponnen track met een duidelijke knipoog naar de USBM-scene, waarin voortdurend met erg pakkende gitaarmelodieën en snijdende leads à la Predatory Light wordt uitpakt die nog een tijdje blijven nazinderen. Kippenvel galore! Nieuwkomer Andy bewijst een absolute meerwaarde te zijn en verrijkt niet alleen de sound met zijn electronics en keyboardklanken, maar nam meteen ook maar plaats achter de knoppentafel en hoewel de plaat in het repetitiekot van de band opgenomen werd, is de sound enorm krachtig, vuil en rauw. Zo horen we het graag! Met tweede gitarist Ralf Conrad werd Ultha opnieuw van vers zwart bloed voorzien, hoewel ook oudgediende Jens op “Converging sins” nog op gitaar te horen is. “Converging sins” is een major leap vooruit ten opzichte van debuut “Pain cleanses every doubt” en biedt een uur kwaliteitsmuziek waar ik de winter zeker mee ga doorkomen. Wat laat Ultha het in Keulen donderen met deze beest van een plaat zeg!

JOKKE: 92/100

Ultha – Converging sins (Vendetta Records 2016)
1. The night took her right before my eyes
2. Mirrors in a black room
3. Athame | Bane emanations
4. You will learn about loss
5. Fear lights the path (Close to our hearts)

Predatory Light – Predatory Light

Vorig jaar verkoos ik “Death essence” van Predatory Light tot song van het jaar.  Na twee uitstekende releases (een demo en een split met Vorde) was het dan ook reikhalzend uitkijken naar het debuut van deze Amerikaanse band, die leden van Ash Borer, Vanum, Mania en tal van andere acts huisvestigt. Openingstrack “Laughing wound” laat meteen weer die snedige gitaarriffs en -sound horen, waarvoor ik deze band zo aanbid. Terwijl deze snijdende riffs in het verleden alle aandacht naar zich toe trokken, krijgt de ritmesectie nu ook wat meer adem- en speelruimte wat de afwisseling ten goede komt. “Lurid hand” en het schuimbekkende “Path of unbeing” zijn hier mooie voorbeelden van. Bovendien wordt de heftige black metal nu ook doorspekt met de nodige doom metal invloeden (check afsluiter “Born of the wrong blood”) zoals ook een band als Negative Plane deze aanpak hanteert en lijken de vocalen van L.S., die een puike prestatie neerzet, wat naar de death metal kant opgeschoven te zijn. Uit al deze stijlelementen heeft Predatory Light echter een unieke en herkenbare sound weten te kerven, die mijn hartslag in overdrive brengt. Bij elke track gaat mijn vuist de lucht in en roep ik dat dit het hoogtepunt van de plaat is. Om maar te zeggen dat Predatory Light de torenhoge kwaliteit eenenveertig minuten lang weet aan te houden. Wat zijn er dit jaar toch weer al een hoop knallers uit de USBM-scene voortgekomen zeg, met deze titelloze langspeler als absolute koploper. Voeg aan al dit lekkers nog puik artwork van Grady Gordon toe en we hebben hier een kanshebber op plaat van het jaar. Kom asjeblieft zo snel mogelijk onze contreien op, want dit maakt live slachtoffers!

JOKKE: 95/100

Predatory Light – Predatory Light (Psychic Violence Records/Invictus Productions 2016)
1. Laughing wound
2. Lurid hand
3. Path of unbeing
4. Membrane
5. Sacrum (Feral devotion)
6. Born of the wrong blood

Michael Rekevics – Prefereert eerlijkheid boven aanstellerij of pose

Een paar maanden  geleden ontmoette ik de Amerikaan Michael Rekevics in de Antwerpse Kavka toen hij op tour was met Yellow Eyes. Hoewel hij zijn identiteit niet verbergt achter een welluidend pseudoniem zoals Frost of Hellhammer, is hij toch een opmerkelijke drummer. Wat Michael van vele andere black metal drummers onderscheidt, is zijn ongetemde energie en rauwe, primaire en agressieve speelstijl. We vinden de Amerikaan op de drumkruk terug bij tal van USBM bands (Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes, Vanum, etc.), maar daarnaast is Michael ook een multi-instrumentalist, wat hij bewijst met zijn éénmansbands Sleepwalker en Vilkacis. Omdat interviews met zijn bands schaars zijn, leek het me de ideale gelegenheid om Michael eens wat vragen voor te schotelen omtrent al zijn bands en projecten. Daar hij zo’n bezige bij is, heeft het dan ook nog enkele maanden geduurd vooraleer zijn antwoorden in mijn mailbox terecht kwamen. (JOKKE)

michael1(c) Jack Crosbie

Hi Michael! Laten we van start gaan met Yellow Eyes, de in New York gevestigde black metal band, die je in de loop van vorig jaar vervoegde ter vervanging van drummer Jon Chamberlin. Je dook de studio in met de Skarstad broers wat resulteerde in de release van “Sick with bloom” (Gilead Media), meteen ook het hoogtepunt in de Yellow Eyes discografie. Hoe ben je bij de band terecht gekomen en hoe verlief de Europese tour?
Ik ben al geruime tijd bevriend met Yellow Eyes. Ze deelden regelmatig de affiche met Vorde, Vilkacis en Fell Voices waardoor een gemeenschappelijke band tussen ons ontstond op vlak van gevoel en benadering van kunst en muziek. We voelden ons een soort outsiders binnen de dominante metal “scene” en groeiden op een natuurlijke manier naar mekaar toe als samenwerkers. Toen Jon aankondigde dat hij naar Californië wou verhuizen, vroegen ze me initieel enkel om de drums in te spelen op “Sick with bloom“. Ik ging de uitdaging meteen aan, maar was me er ook wel degelijk van bewust dat mijn drumstijl in vrij groot contrast staat met de techniciteit van Jon zijn speelstijl. Tijdens het schrijf- en repeteerproces werd me echter duidelijk dat de Skarstad broers gretig waren om samen met mij te schrijven in plaats van me enkel als menselijke drummachine te gebruiken waardoor ik al snel een vast bandlid werd in plaats van een sessielid. Het daaropvolgende tourproces is immens positief verlopen, waardoor ik er enorm naar uitkijk om met hen aan nieuw materiaal te werken.

Je bent het meest gekend als drummer van Fell Voices. Na het wereldwijde succes van Wolves In The Throne Room, begon de zogenaamde Cascadian black metal stijl uit zijn voegen te barsten. Samen met Ash Borer, bracht Fell Voices meerdere fantastische releases uit voor zij die het graag iets rauwer hebben vergeleken met Wolves In The Throne Room. Het laatste Fell Voices album (“Regnum saturni“) dateert alweer uit 2013. Wat is de status van de band? Is er een nieuwe plaat op komst?
Vooraleer op je vraag te antwoorden toch even meegeven dat Fell Voices zich nooit profileerde als een “Cacscadian” black metal band. De term “Cascadian” verwijst naar een specifieke geografische regio die zich uitstrekt van het Noord-Westen van de Verenigde Staten tot de Zuid-Westelijke hoek van Canada. Wij zijn ontstaan in Santa Cruz (California), HONDERDEN kilometers verwijderd van zelfs de meest zuidelijke uitloop van de Cascadian bergketen. Fell Voices als “Cascadian” bestempelen zou hetzelfde zijn als een band van Amsterdam bestempelen als Iberische black metal band. Totaal absurd!
Dit terzijde is er inderdaad vooruitgang met het nieuwe album, zij het enorm traag. Het schrijfproces bij Fell Voices verloopt erg organisch en collectief en wordt gekenmerkt door herhaling, improvisatie en voortdurende herziening. Het is niet zo simpel als één persoon die al het materiaal schrijft en dit de anderen aanleert, zoals bij andere bands waarvan de bandleden ver uit mekaar wonen. Het feit dat ik aan de andere kant van de Verenigde Staten woon, gekoppeld aan alle niet muziekgerelateerde verplichtingen, maakt het moeilijk om met enige consistentie aan de nieuwe plaat te schrijven. Dat gezegd zijnde, is Fell Voices zeker niet gedaan voor mij. Het spelen bij deze band is absoluut uniek ten opzichte van alle andere projecten waarbij ik betrokken ben en ik denk dat we allemaal de intensie hebben ons collectieve werk verder te zetten, zelfs als het de nodige tijd zal vragen.

Ondanks de radiostilte van Fell Voices tijdens de afgelopen jaren, heb je je volgers wel nog weten plezieren met twee andere bands, zijnde Vilkacis, waarmee je het rauwe “The fever of war” uitbracht en Vanum, een samenwerking met Kyle Morgan (Ash Borer en Predatory Light), wat in 2015 resulteerde in de schitterende “Realm of sacrifice” plaat die uitkwam op Profound Lore. Hoewel beide bands als ruwe, doch atmosferische black metal omschreven kunnen worden, wou ik graag weten waar voor jou persoonlijk het verschil ligt tussen Vilkacis en Vanum. Vanwaar de drang om de Vilkacis plaat uit te brengen, daar er toch heel wat parallellen getrokken kunnen worden met het werk van Fell Voices?
Elk project waarin ik betrokken ben, is uniek omwille van de welbepaalde groep mensen die erin samenwerkt (of het ontbreken daarvan zoals bij Vilkacis). Hoewel er dus een zekere mate van sonische gelijkenissen te bespeuren valt, verschilt de chemie van elk van de projecten dus wat mij betreft. Daarenboven zijn zowel Vanum als Vilkacis vanuit compositorisch standpunt veel meer “song” gericht dan Fell Voices. Daar waar Fell Voices meer en meer richting een onverzettelijke minimalistische en pure krachtinspanning opschoof, gefocust op gevoel en hypnotiserend effect, gaan de twee andere, meer recentere projecten, eerder op zoek naar een grotere melodieuze en structurele dynamiek. Naarmate meer werk uitgebracht wordt door beide bands, zullen de verschillen in benadering en intentie volgens mij nog duidelijker worden. Vilkacis is van alle projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte, daar grotendeels gebonden aan een single-minded nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Vanum, echter, verkent meer en meer het potentieel van textuur en zowel ritmische als structurele variatie als verhalend en emotioneel element.

vilkacis-europa
(c) Invisible Oranges Instagram

Welk project beschouw je zelf als het meest dierbare? Ik kan veronderstellen dat – hoewel allemaal op de één of andere manier met elkaar verbonden – er een verschil in persoonlijke voldoening en ontwikkeling als muzikant bestaat, afhankelijk van het feit of je enkel als drummer actief bent en geen deel neemt aan het schrijfproces of wanneer je zelf voor alles verantwoordelijk bent in je éénmansbands? In welke projecten ben je actief bij het schrijfproces betrokken?
Ik kan niet zeggen dat één welbepaald project het belangrijkste voor mij is. Zoals eerder gezegd, reflecteert elke band een unieke relatie tussen mijzelf en de andere leden, waardoor elke samenwerking onderscheidend en waardevol is voor mijn creatief proces. Ik tracht actief bij te dragen tot het schrijfproces van elke band waar ik deel van uitmaak, waardoor elk project een aspect van mijn zelfexpressie reflecteert en een bewijs naar buiten draagt van mijn persoonlijke bijdrage.

Enkele van je bands hebben New York als uitvalsbasis, terwijl andere gesitueerd zijn in Californië. Waar woon jij en maken de afstanden het niet moeilijk om te reizen afhankelijk van de band waar je mee optreedt, opneemt of repeteert?
Ik woon sinds zes jaar in New York, maar ben oorspronkelijk afkomstig van Californië. Fell Voices ontstond in Santa Cruz (Californië) en mijn bandmakkers leven nog in die buurt. De live muzikanten van Vanum wonen allen verspreid over het westen van de Verenigde Staten. Hoewel het wel degelijk een dure en tijd consumerende bezigheid is om alle bands gaande te houden, is de connectie die ik met de andere individuen als vriend of muzikant heb uiteindelijk veel belangrijker dan gemakzucht of functionaliteit.

Een project dat zich enigszins onderscheid van de rest is Sleepwalker. Hoewel dikwijls omschreven als black metal met ambient en post-rock invloeden, zei je me dat je het zelf eerder als indie rock beschouwt. Na enkele draaibeurten van de vinyluitgave van je demo uit 2010 versta ik beter waarom je er dit label aan ophangt, vooral in het akoestische “Dead moon“. Welk doel had je voor ogen met het oprichten van Sleepwalker en welke invloeden zijn er merkbaar? Waarom beschouw je Sleepwalker als indie rock?
Het conceptueel begin van zowel Vilkacis en Sleepwalker gaat terug naar de Letse mythologie waaraan de bandnaam Vilkacis ontsproten is. De mythe van de vilkacis (letterlijke vertaling: “wolfsogen”), zoals ze mij verteld werd, handelt over een weerwolfachtige geest die uit de dromen van een sterfelijk individu ontstaat en gedurende de nacht een ravage aanricht om pas bij ochtenddauw terug te keren en te dematerialiseren in het onderbewustzijn van de dromer. Ik werd in het verhaal aangetrokken door zowel het ontbreken van fysische transformatie als de helende functie die het beest leek te hebben in het omgaan met psycho-spirituele onderdrukking. Er lag een zekere intelligentie en nuance in deze mythe die ik grotendeels vond ontbreken in de andere weerwolf mythologieën die ik voorhaan had gelezen. In 2007 werd deze mythe de centrale tekstuele en thematische focus voor mijn toenmalige nieuwe project Sleepwalker. Oorspronkelijk had ik de intentie om dit project Vilkacis te dopen, maar verkoos uiteindelijk een iets subtielere naam die beter pastte bij de sonische kwaliteiten waarmee ik aan het werk was: de droom die het beest voortbrengt eerder dan het beest an sich. De logica verder trekkend, omvat Vilkacis de andere kant van het spectrum: geheim, gewelddadig en onverzettelijk, zoals het beest zich manifesteert.
Muzikaal gezien vormen mijn invloeden voor Sleepwalker voornamelijk de noise rock acts uit de late jaren ’80 zoals Sonic Youth en My Bloody Valentine ten tijde van “Isn’t anything“. Dat gezegd zijnde, vonden de atmosfeer en kracht van black metal onvermijdelijk ook hun weg naar het geheel. Ik denk dat ik ultiem op zoek was naar een soort van niet-idiomatische vrijheid die het black metal label niet noodzakelijk toelaat, vandaar de deels als grap bedoelde “indie rock” omschrijving. Ik erken en respecteer dat er een soort van code in black metal bestaat en dat een zuiverheid qua visie en doel daar belangrijk voor is. Ik wou niet lichtvoetig of onrespectvol omgaan met het genre en haar traditie waar ik een enorm respect voor heb. Ik denk dat dat een veel voorkomend probleem is bij tal van hedendaagse bands: de onmogelijkheid om zich te differentiëren tussen invloeden en de daadwerkelijke hechting aan een genre en traditie.

Ik kom niet dikwijls bij muziek uit die door sommigen als black metal omschreven wordt en door anderen als indie rock, wat het interessant maakt, omdat de meeste mensen muziek graag in hokjes onderbrengen. Bands zoals een Watain of een Marduk zien black metal gerelateerd aan duivelaanbidding. Vermits ik geen satanische referenties terug vind in je muziek – behalve misschien bij Vorde, wiens teksten handelen over occulte en gnostische onderwerpen – vroeg ik me af wat black metal voor jou betekent en welke definitie jij aan dit genre geeft? Naar welke niet-metal gerelateerde muziek luister je verder nogal?
Zonder overdrijven, staat black metal voor spirituele oorlog. De generieke kenmerken van metal zijn uiteindelijk van weinig belang voor mij. Wat mij aanspreekt en interesseer is de ecstatische spirituele traditie die veel van wat zich als black metal identificeert, onderbouwt: een traditie die de moderne idiomatische opvatting van “metal” voorafgaat, één die voor mij meer resoneert met de “Chöd“-rituelen van de boeddhistische en “Bön“-tradities of het “Sama“-ritueel van het soefisme. Het doorsnijden van het ego om tot een meer zuivere destillatie van je eigen geest te komen. Diezelfde zienswijze kan eveneens aangeboord en benaderd worden vanuit de perspectieven van satanisme of heidendom, persoonlijke esoterische oefeningen enzovoort.
Wat mijn non-metal muzikale smaak betreft, ben ik vooral geïnteresseerd in pure en onvolprezen expressie, wat zich in verscheidene vormen manifesteert. Ik probeer mezelf en mijn interesses niet te beperken tot het ghetto van deze homogene subcultuur. Het filosoferen even daar gelaten, is de muziek van Phil Lynott, Greg Sage en John Coltrane doorheen de jaren van grote betekenis voor mij geweest.

Tijdens mijn roadtrip door Noorwegen van vorig jaar werd me duidelijk waarom Noorse black metal bands inspiratie halen uit de natuur en de koude winters en iconische albumhoezen regelmatig gelijk staan aan gecorpsepainte individuen die in donkere bossen poseren. Hetzelfde geldt voor punk en hardcore bands die in een urbane/industriële omgeving opgroeien en bijvoorbeeld met graffiti bekladde muren als achtergrond voor bandfoto’s gebruiken. Waar haal jij – als black metal muzikant – inspiratie uit?
Mijn inspiratie komt voornamelijk eerder vanuit een innerlijke zoektocht dan van invloeden van buitenaf, hoewel je omgeving onvermijdelijk een zekere impact op je heeft. Hoewel het niet iets is dat ik toen perse probeerde vast te leggen, kan ik er niet omheen dat ik de invloed en aanwezigheid van de regenachtige en dichte mist van de kust in Santa Cruz, waar ik leefde, terug voel en hoor als ik naar de platen van Fell Voices en Sleepwalker luister. Dat gezegd zijnde voel ik uiteindelijk niet dat mijn locatie zo’n enorme impact heeft op wat ik tegenwoordig creëer. Ik woon nu in New York City en ik zou mijn huidige projecten nu niet meteen als “stads” of “industrieel” omschrijven.

Het lijkt me duidelijk dat je het grootste deel van je tijd muzikaal gezien op je drumstoel doorbrengt, hoewel je ook gitaar en basgitaar speelt. Beschouw je jezelf voornamelijk een drummer of eerder een multi-instrumentalist? Op welke leeftijd besloot je te beginnen met drummen en welk parcours heb je sindsdien afgelegd? Wie zijn je voornaamste inspiratiebronnen als drummer en wat trekt je zo aan in dit instrument?
Ik speelde eigenlijk al veel langer gitaar alvorens ik met drummen begon, maar uiteindelijk bespeelde ik beide instrumenten reeds als kind. Ik denk dat wat me toen aantrok tot drummen nog steeds datgene is waarom ik ook nu nog zo van het instrument hou: het fysische aspect ervan. Ik apprecieer de onverwijlde natuur van ritme. Het gebrek aan bemiddeling tussen de ideeën van woede en razernij en de heel echte fysische manifestatie van die idee. Er ligt een zuiverheid qua expressie in drummen.

Ik heb je twee keer live als drummer bezig gezien. De eerste keer was tijdens de tour van Fell Voices met Ash Borer in Ancienne Belgique en de tweede keer was tijdens de Europese Yellow Eyes tour. Hoewel muziek niet als een wedstrijd beschouwd dient te worden, prefereer ik Ash Borer op plaat iets boven Fell Voices, hoewel jullie live set ongemeen intens was en die van jullie vrienden oversteeg. Tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit een drummer zo intens aan het werk gezien. Niet alleen was je voortdurend als een gek over je drums aan het rossen, je was tegelijkertijd ook je longen uit je lijf aan het screamen – zonder gebruik van een microfoon – waarbij de primaire screams zelfs nog boven de muzikale razernij uitkwamen en me perplex deden staan. Wat me zo in je drumstijl aanspreekt is dat je niet lijkt te drummen met je verstand maar met je hele lijf, wat duidelijk werd bij het aanschouwen van je spieren en lichaam die duidelijk afzagen tijdens de intense snelheid waarmee je aan het performen was.
Mijn manier van drummen is simpelweg een verlenging van wat ik onder black metal versta: black metal IS oorlog! Als het geen pijn doet, doe ik het niet goed. Voor mij is dat gevoel van totale toewijding en opgave absoluut noodzakelijk om me in die staat te krijgen die ik wil bereiken.

michael2(c) Stefan Raduta

Tijdens je Yellow Eyes set merkte ik op dat je misschien niet de meest metronoomvaste drummer in de scene bent – wat ook niet perse altijd noodzakelijk is – maar dit is op een bepaalde manier charmant en het past goed bij de ruwe en ongetemde muziek van zowel Fell Voices als Yellow Eyes. In vergelijk met vele death metal muzikanten die dikwijls onafgebroken staan te headbangen of over het podium hossen, beweegt het merendeel van de black metal muzikanten amper wanneer ze live optreden, en lijken ze zich daarbij eerder te focussen op foutloos spelen dan in hun optreden op te gaan. Bij Yellow Eyes zouden jij en je drumstel vooraan op het podium moeten staan want terwijl de anderen vrij passief optreden, vraag en ontketen jij de meeste energie binnen de band. Vind je het in zekere zin niet spijtig dat de andere bandleden niet zo veel energie lijken te geven als jijzelf?
Ik speel met veel kracht omdat dat de manier is waarop ik moet spelen. Ik hoef of verlang hetzelfde niet van anderen. Bij black metal ga ik eerder op zoek naar focus en intentie dan naar energie. Ik ben niet noodzakelijk geïnteresseerd in entertainment of rock ’n roll capriolen op het podium. Als gevolg hiervan ben ik dus niet teleurgesteld in het gebrek aan energie bij mijn bandmaten of hun niet-verbondenheid met het publiek. Ik prefereer eerlijkheid boven aanstellerij of pose.

Het moge duidelijk zijn dat je niet kan leven zonder muziek. Naast alle reeds eerder besproken bands, maakt Metal Archives nog vermelding van tal van andere – al dan niet nog bestaande – projecten zoals Astron Argon, Demencia, Mohoram Atta, Resin Hits en Skeleton Closet. Wat kan je hierover kwijt? Waar ben je momenteel nog zoal mee bezig?
Ik speel reeds vijftien jaar lang live met allerhande bands, waarvan een groot deel het vermelden niet waard is. Momenteel ben ik erg druk bezig met allerhande zaken. Ik heb juist het nieuwe Vilkacis album “Beyond the mortal gate” afgewerkt dat in de herfst zal uitkomen via Psychic Violence. Ruin Lust heeft het opnemen van een nieuwe plaat bijna afgewerkt. Vanum staat op het punt aan een nieuw album te beginnen. Vorde is intensief bezig geweest met het schrijven van een nieuwe langspeler. En Yellow Eyes heeft de bedoeling om zich aan nieuw materiaal te zetten zodra de korte US tour, die momenteel bezig is, achter de rug is. Buiten black metal, heb ik me de laatste jaren ook bezig gehouden met een project genaamd Grey Hell, wat een beetje een terugkeer naar mijn punk roots inhoudt. Verwacht enkele demo’s van dit project in de nabije toekomst!  

Bedankt voor het interview!
Jij bedankt! De interesse in mijn bands en projecten wordt oprecht gewaardeerd.

 

Cepheide – Respire

Het Parijse Cepheide kwam al eerder op Addergebroed aan bod toen hun demo De silence et de suie onder de loep genomen werd. Ondanks de monotone vocalen hoorde ik wel het nodige potentieel in hun groezelige, doch atmosferische black metal. Nu het lichtjes fantastische Falen Empire Records het duo onder haar vleugels heeft genomen voor de vinylrelease van de reeds vorig jaar uitgebrachte EP “Respire” ben ik benieuwd te horen hoe Cepheide het er twee jaar na datum vanaf brengt. Beide Fransen – ondertussen zou de line-up verdubbeld moeten zijn zodat ze ook live aan het werk kunnen – schotelen ons twee erg uitgesponnen tracks voor van respectievelijk zeventien en negentien minuten speelduur, waardoor deze EP niet bepaald kort uitvalt. Nog steeds zijn de hysterische getormenteerde screams van zanger/drummer Gaetan even wennen, voornamelijk door de eentonigheid (ik vermoed nog steeds dat er geen échte lyrics aan te pas komen), maar het stoort me een pak minder. De monotone uithalen fungeren hier eigenlijk eerder als een extra laag/instrument in het atmosferische geheel dan dat ze een bepaalde boodschap willen uitdragen (alhoewel pijn en depressie nooit veraf lijken te zijn). Na een aanloopfase die wel ettelijke minuten in beslag neemt, krijgen we in “Le souffle brulânt de l’immaculé“ quasi voortdurend aan een hoog tempo voortrazende black metal te verteren die nog steeds een duidelijke link heeft met de Amerikanen van Fell Voices en Ash Borer, behalve op vocaal gebied dan waar eerder depressieve black metal paden verkend worden. De doomy ondertoon van de riffs in combinatie met de wanhoop van de zang, geven dit geweld een zekere tristesse mee. In “La chute d’une ombre” tapt Cepheide deels uit een ander vaatje, want deze song zwelt via sinistere ambient/drone en desolate gitaarecho’s, waarbij de spanning te snijden valt, gestaag aan tot een broeierige lavastroom aan majestueuze en epische black metal. Eens de opgekropte woede uit het systeem is, wordt de spanning middels post-rockachtige gitaren opnieuw opgebouwd om uiteindelijk te ontaarden in een broeierige apotheose waarin alle verkende stijlelementen samenvallen en je bij je nekvel grijpen. Op productioneel vlak werd lichte vooruitgang geboekt, hoewel het geheel nog steeds een overduidelijke underground waas en feel uitademt. Vrij onconventioneel voor dit type black metal is dat de basgitaar toch ook zijn plaatsje in het geheel opeist en deining in het gladde gitaaroppervlak veroorzaakt. Ook het begeesterende artwork mag niet onvermeld blijven. Zonder haar roots te verloochenen heeft Cepheide duidelijke stappen voorwaarts gezet en met “Respire” een meer dan interessante EP uitgebracht. Vooral de meer ambient/black benadering van de tweede song mag van mij in de toekomst verder uitgediept worden.

JOKKE: 82/100

Cepheide – Respire (Fallen Empire Records 2016)
1. Le souffle brulânt de l’immaculé
2. La chute d’une ombre