aura noir

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Eternity – To become the great beast

To become the great beast” van het Noorse Eternity – er lopen wel meer gelijknamige bands op onze aardkloot rond – is een album dat maar liefst dertien jaar na debuut “Bringer of the fall” verschijnt. Frontman en oprichter Evighet beschouwt het dan ook als zijn levenswerk en zoals zijn alias aangeeft, heeft het dus een eeuwigheid geduurd om de opvolger wereldkundig te kunnen maken. Eigenaardig is dat vijf van de tien nummers op “To become the great beast” ook al op een gelijknamige demo uit 2015 prijkten. En nog merkwaardiger is dat de Noor een hele resem mooie namen rond zich heeft kunnen verzamelen. Zo horen we Blasphemer (Vltimas, Aura Noir, ex-Mayhem) op basgitaar terug en bestaat de rest van de band uit leden van Nocturnal Breed en Den Saakaldte. Ook Brynjard Tristan (ex-Dimmu Borgir, ex-Old Man’s Child) komt nog een nummertje meebrullen. De tien nummers die de revue passeren laten een kwalitatief en doordacht ietwat schel Scandinavisch black metal-geluid horen waarbij het duidelijk mag zijn dat er vakmanschap aan te pas is gekomen (mag ook wel als je zo lang aan een album zit te sleutelen). Evighet heeft duidelijk een voorliefde voor het snelle werk want er wordt goed gas gegeven en de tremolo-riffs volgen mekaar in een moordend snel tempo op. Wel opletten geblazen dat het niet te eentonig wordt jongens! Tragere nummers zoals “In subspecies aeterna” en “Nine magic songs” zijn dus welgekomen. Eternity laat geen moment iets vernieuwend horen maar dat vinden we in dit geval helemaal niet erg. Er komen geen tierlantijntjes zoals keyboards, akoestische gitaren, samples of dergelijke aan te pas en op vocaal gebied valt er eveneens geen hocus pocus te horen, maar een doelgerichte verbeten scream. Met het oude werk van de band was ik niet bekend, maar “To become the great beast” is een schot in de roos. Was ook wel deels te verwachten als je weet dat een man als Blasphemer hier zijn medewerking aan verleent.

JOKKE: 81/100

Eternity – To become the great beast (Soulseller Records 2019)
1. Sun of hate
2. Bringer of the fall
3. Te nostro deum sathanas
4. If I ever lived
5. Horror vacui
6. In subspecies aeterna
7. To become the great beast
8. Violator
9. Empire
10. Nine magic songs

Worsen – Cursed to witness life

Worsen is terug begot. Vijf jaar geleden was ik ferm onder de indruk van diens “Blood” EP. In tussentijd verscheen nog een split met Whitewurm, maar nu is er eindelijk een eerste volwaardige langspeler. “Cursed to witness life” werd het beestje gedoopt, een titel met een sombere insteek. Rick Contes, de alleenheerser achter Worsen die verder ook actief is/was bij Ayr, Young And In The Way en Votnut, schreef en speelde de plaat op zijn eentje in en bewijst dat hij tot de top qua one man metal bands behoort. In de review van de EP kwam de band Mgła menigmaal ter sprake en ook nu is de invloed van deze Poolse heersers nog steeds hoorbaar aanwezig in de melodieuze maar tegelijkertijd agressieve USBM. Wanneer halfweg in opener “Open grave” Zweeds klinkende gitaarharmonieën opduiken, wordt ook een Dissection en Uada-connectie hoorbaar. “Aspirations rusted shut” heeft ook iets Zweeds over zich hangen, maar dan met meer focus op snelheid en vinnigheid. “Weakened world” laat het tempo zakken en is opnieuw heel schatplichtig aan de gemaskerde Polen, hoewel ook een Nachtmystium vanachter de hoek komt piepen. Keyboards zorgen voor extra pompeuze ondersteuning terwijl de catchy melodielijn zich in je gehoor nestelt en de riffs ook weer kortstondig Zweedse wateren verkennen. In “A blade in the dark” wordt het tempo terug opgeschroefd en vliegen de tremoloriffs om de oren, maar na twee minuten kiest Rick opnieuw voor een mid-tempo intermezzo met mooie gitaarlijnen, alvorens een versnelling hoger te schakelen voor de finale van het nummer. De sfeer die in “Cradled by the cold” wordt neergezet, klinkt somber en guur en bevat een heel coole riffsectie. Het titelnummer is dan weer triomfantelijker van insteek hoewel de boodschap niet zo optimistisch is. Ook hier maakt Rick gretig gebruik van keyboards als extra sfeerscheppende factor. Veel bands plaatsen hun meest epische nummer aan het einde van een plaat, zo ook Worsen. Het negen minuten durende “Haunting my mind” is de traagste song van het geheel, bevat het grootste aandeel keyboards en sleept zich gestaag naar een cathartische climax toe waarbij pakkende leads voor een zalvende toets zorgen. Over het algemeen beschouwd, is er op “Cursed to witness life” meer ruimte voor melodieuze harmonieën en verschoof de agressie wat meer naar de achtergrond, hoewel er toch ook nog de nodige in your face stukken te horen zijn. Rick nam alles zelf op en zorgde voor de mix terwijl de mastering in handen was van Jack Control (o.a. Darkthrone en Aura Noir). “Cursed to witness life” is het prototype van een moderne black metal-plaat met een uitstekende, maar niet overgeproduceerde sound en pakkende nummers waarbij gedurende veertig minuten geen enkel dipje te bespeuren valt. Liefhebbers van de aangehaalde referenties kunnen zonder blikken of blozen tot een aanschaf overgaan.

JOKKE: 86/100

Worsen – Cursed to witness life (The Hell Command 2019)
1. Open grave
2. Aspirations rusted shut
3. Weakened world
4. A blade in the dark
5. Cradled by the cold
6. Cursed to witness life
7. Haunting my mind

Vltimas – Something wicked marches in

All-star bands, het is – naar mijn mening – vaak een hol fenomeen. Soms kan het echter de moeite zijn om aan te horen. Zo is het bij Vltimas, het zielenkind van David Vincent (ex-Morbid Angel, I am Morbid, Genitorturers, …), Blasphemer (ex-Mayhem, Aura Noir, …) en Flo Mournier (Cryptopsy, …). Hoewel niemand ondersteboven zal zijn van de nogal brave mix van metalen stijlen, is “Something wicked marches in” een erg aangename plaat als je van lift-muziek metal houdt. Nergens bekennen de heren enige sub-cultuur kleur of voorliefde voor een bepaald genre, behalve misschien voor de geliefde mid-tempo uitspattingen van het inmiddels erg teleurstellende Morbid Angel. Toch is het een erg interessante plaat die misschien wel symbool kan staan voor grensoverschrijding van de metalcultuur. Goed in het gehoor liggende poppy structuren maken de death en thrash – bij gebrek aan betere omschrijving – een ideale luisterbeurt voor de metalfan die niet per se een nichespektakel wil. De sterke performance van “I am Morbid” indachtig, kan ik het niet helpen dat ik het idee heb dat dit de uiteindelijke, betere ontwikkeling is van Morbid Angel.

Xavier: 82/100

Vltimas – Something wicked marches in (Season Of Mist 2019)
1. Something wicked marches in
2. Praevalidus
3. Total destroy!
4. Monolilith
5. Truth and consequence
6. Last ones alive win nothing
7. Everlasting
8. Diabolus est sanguis
9. Marching On

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Wrathprayer/Force of Darkness – Wrath of darkness

Het mag geweten zijn dat ik niet vies ben van een streepje ranzige blackdeath en met mate ook blackthrash. Blijkbaar hebben ook Spaanstaligen een voorliefde voor dit soort smerigheid, gezien enkele van de meest interessante bands deze tongval als moedertaal meegekregen hebben. Dit doet natuurlijk snel denken aan het Spaanse Teitanblood, maar voor deze uitgave steken we de Atlantische Oceaan over en ontmoeten we twee Chileense bands: Wrathprayer en Force of Darkness. Niet ontoevallig brachten deze bands een split uit, die gemakkelijkheidshalve maar “Wrath of darkness” werd getiteld en door David Herrerias (opnieuw van oorsprong Spaanstalig!) van artwork werd voorzien. Gezien beide bands een onderkomen hebben gevonden bij het Amerikaanse Nuclear War Now! Productions klinkt het achteraf bezien best logisch dat deze split ter wereld is gekomen. Muzikaal gezien liggen beide bands echter even ver uiteen als dat de kustlijn van Chili lang is. Daar waar Wrathprayer hun gekende formule van laaggestemde gitaren, gorgelende grunts en sterke dynamiek tussen knallende uitbarstingen en sinistere, broedende passages terug uit de kast halen horen we bij Force of Darkness typische blackthrash à la Aura Noir, waarbij het tempo echter nog iets verder wordt opgeschroefd en waar een sausje smerigheid afkomstig uit de darmen van Sarcófago over werd gegoten. Tijdens de eerste twee nummers na de intro, van de hand van Wrathprayer, worden we teruggekatapulteerd richting het uit 2012 afkomstige “The sun of moloch”, een persoonlijke mijlpaal in het genre. Het gaat hier om genadeloze blackdeath metal in de stijl van Pseudogod, Grave Miasma en dergelijke meer. Het trio beukt er vanaf de eerste noten op los om meteen terug te vallen in de aloude gewoonte van onheilspellend opbouwende passages – dit alles is natuurlijk enkel een voorbode van de sonische slachtpartij die ons gedurende het volgende kwartier ten deel zal vallen. Wrathprayer klinkt zoals gewoonlijk compromisloos, oerduister en gevaarlijk. Force of Darkness daarentegen gooit het met hun hondsbrutale aanpak over een andere boeg: de focus ligt op hypersnelle riffs en dito geram op de drumvellen, waarbij amper een rustpunt te bespeuren valt. De gitaren klinken messcherp en de reverb spat van de vocalen af. Enkele chaotische solo’s worden doorheen de strakke blastbeats geweven maar wat mij betreft mochten deze gerust achterwege gelaten worden. Los van een geslaagd melodieus deel in “The order” komt Force of Darkness snel eentonig over en weten deze Chilenen mijn aandacht niet vast te houden. Stiekem was het beter geweest indien Wrathprayer gewoon een nieuwe langspeler de ether in zou hebben geknald.

CAS: 79/100 (Wrathprayer 85/100 – Force of Darkness 73/100)

Wrathprayer/Force of Darkness – The wrath of darkness (Nuclear War Now! Productions 2017)
1. Wrathprayer – Intro – inhaling wrath
2. Wratphrayer – Tria serpentis
3. Wrathprayer – De profundis
4. Force of Darkness – Wall of fire
5. Force of Darkness – Nunc scio tenebris lux
6. Force of Darkness – The order
7. Force of Darkness – Outro – exhaling darkness

Void Eater – I

Soms doe je alles beter zelf. Dat moet ook Kristian Valbo aka RKV gedacht hebben. Bij uiteenlopende bands als Obliteration (death metal), Spectral Haze (psychedelische stoner/doom) en Black Magic (heavy/speed metal) bespeelt hij de potten en pannen en op het podium klust hij ook bij voor onder andere Aura Noir en Furze. Om zijn liefde voor bodemloze en ondoorgrondelijke black en death metal vorm te geven, richtte de Noor Void Eater op waarbij hij de zang en het volledig instrumentarium op zich nam. Dat resulteert op “I” in twee korte instrumentaaltjes en twee langere nummers waar echo’s van Grave Miasma en Negative Plane doorheen waaien. Geen afgelikte, modern klinkende en gepimpte toestanden hier, maar rauwe, eerlijke death metal die – zwart van hart – dood en verderf uitwasemt. Het gaat er bij momenten best technisch aan toe en de songs en structuren klinken progressief en daardoor weinig voorspelbaar, maar toch hangt er een zekere spontaneïteit over deze demo. De riffs klinken bij momenten opgejaagd en zenuwachtig, hebben dan weer een punky feel in zich, maar creëren even goed een psychedelisch sfeertje of hakken je ondersteund door staccato drumwerk tot mootjes. In twintig minuten weet Kristian ons warm te maken voor meer. Fijne kennismaking!

JOKKE: 79/100

Void Eater – I (Eigen beheer 2017)
1. Hollow
2. Glyph
3. Mephitic
4. Abyss

Witch Trail – Thole

Het sympathieke Babylon Doom Cult Records heeft al enkele interessante releases op haar palmares staan en voegt daar met “Thole“, de nieuwe EP van ons eigenste Witch Trail, een puike uitgave aan toe. Hoewel qua speelduur langer dan debuut “Nithera“, beschouwt het trio “Thole” dus toch niet als een volwaardige langspeler. Het zij zo. Wat ik zo fijn vind aan Witch Trail is dat ze elementen van black, thrash, punk, en death-rock in één grote mengketel gieten en daar een vrij unieke en eigenwijze sound uit weten distilleren. “Fever pulse” en “New worlds for old” klinken als een kruisbestuiving tussen punky Darkthrone, rechttoe-rechtaan Aura Noir en een noisey variant van Pixies. Op plaat vind ik het black metal-aandeel zwaarder doorwegen dan tijdens live optredens, waar een no-nonsense attitude en een op het eerste zicht nonchalante punk-spirit de overhand nemen, hoewel de jongens best weten waar ze mee bezig zijn. “Splendour” is een mooi voorbeeld van een song die haast in ware goth-rock stijl aftrapt maar gaandeweg extremere oorden verkent waarbij er zowaar enkele blasts voorbijkomen en naar het einde een post-rock climax opdraaft. In het lange en loodzware “Unnatural caresses” ragt Hendriks bas als een tientonner door waarna opzwepend drumwerk en punky riffs het overnemen. Met vocalen wordt spaarzaam omgesprongen maar zowel drummer Laurens als gitarist Jeffrey verdelen de taak van het screamen met verve wanneer de songs erom vragen. De plaat klinkt dynamisch en heeft een rauw karakter wat uitermate past bij de ietwat chaotische muziek van het trio. Vooral naar het einde van de EP toe toont Witch Trail in het sludgy “Transe” haar voorliefde voor uitbundige noise-achtige chaos. In afwachting van de fysieke releases, die door een misprint en ellenlange vertragingen wel behekst lijken te zijn, valt de EP te beluisteren op de Bandcamp-pagina van de band. Allen daarheen en daarna richting Babylon Doom Cult Records voor een CD of vinyl!

JOKKE: 82/100

Witch Trail – Thole (Babylon Doom Cult Records 2017)
1. Fever pulse
2. New worlds for old
3. Splendour
4. Unnatural caresses
5. Thin
6. Transe

Djevel – Norske ritualer

In het rijtje legendarische Noorse black metal drummers zie je steevast illustere figuren als Hellhammer, Frost of Trym opduiken, maar er dwaalt nog een fenomenale ezelsvellenmepper in de Noorse bossen rond die eveneens al heel wat dienstjaren op de teller heeft staan, maar dikwijls over het hoofd gezien wordt. Ik heb het hier over Per Husebø (aka Dirge Rep) die deel uitmaakt(e) van enkele zwartmetalen topacts zoals Gehenna, Enslaved, Orcustus, NettleCarrier, Gorgoroth, Aura Noir, Neetzach, … Sinds 2012 vind je hem ook op de drumkruk bij Djevel, het geesteskind van oprichter/songschrijver/zanger/gitarist Trond Ciekals (NettleCarrier, ex-Ljå, ex-Neetzach). Verder maken ook bassist Mannevond (o.a. Koldbrann, NettleCarrier, ex-Urgehal, ex-Vidsyn) en zanger Erlend Hjelvik (Kvelertak) deel uit van deze formatie, die gerust het predikaat “supergroep” als patch opgespeld mag krijgen, hoewel de bandleden daar waarschijnlijk allerminst ook maar één seconde van wakker liggen. “Crafting Black Metal with decades of experience” is een soort van kwaliteitsgarantie die eigenlijk op het album zou mogen prijken. Middels drie puike platen (“Dødssanger” uit 2011, “Besatt av maane og natt” uit 2013 en “Saa raa og kald” uit 2015) onder de arm en het weldra te verschijnen nagelnieuwe “Norske ritualer” houdt het kwartet er bovendien een ijverig werktempo op na. De traditionele oer-Noorse black metal van de nieuwe langspeler ligt zoals te verwachten in het verlengde van de vorige platen, maar alles is nog net dat tikkeltje beter nu. De stalagtieten druipen van de striemende, ijzige tremolo picking riffs, de drums gaan er als een door-hondsdolle-en-op-hol-geslagen-huskies-voortgetrokken-slede op sneltempo van door en de raspende strot van Erlend wordt afgewisseld met cleane zangpartijen en koorzang van Trond (“Med tornespiger var han haengt“). De ruwe, krachtige productie zit deze stijl als gegoten en de songs variëren van kort, maar krachtig en snoeihard (“Med christi legeme og blod under hoeiere fod“) tot langer uitgerekte, licht epische nummers (opener “Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord“, “Doedskraft og tri nagler” waarop Hoest (Taake) de vocalen voor zijn rekening neemt en afsluiter “Afgrunds engle“). In “Til mitt kjaere norge” wordt de akoestische gitaar van stal gehaald om even op te warmen aan deze Noorse kampvuursong, maar al snel daarna worden we opnieuw bedolven onder een ijzige gletsjer aan black metal geweld die nóg kouder aanvoelt dan de ijsklompvoeten die mijn lief ’s nachts tegen mij aan legt. Dit is hoe échte Noorse black metal moet klinken jongens en meisjes!

JOKKE: 88/100

Djevel – Norske ritualer (Aftermath Music 2016)
1. Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord
2. Jeg maner eder alle!!
3. Doedskraft og tri nagler
4. Med christi legeme og blod under hoeiere fod
5. Til mitt kjaere norge
6. Med tornespiger var han haengt
7. Maatte vetter rase som aldrig foer
8. Afgrunds engle

Witch Trail – Nithera

De jonge wolven van het Antwerpse Witch Trail wisten me live reeds twee maal van mijn sokken te blazen met hun aanstekelijke en opzwepende mix van black metal en thrash. Als je hun debuut “Nithera” vergelijkt met de eerder verschenen digitale singles en EP’s merk je wel dat het thrash element iets naar de achtergrond verdwenen is. Waar de band op het ouder materiaal wel wat weg had van een Aura Noir, neigt de balans nu wat meer door naar de black metal kant, hoewel nog steeds op smaak gebracht met talrijke uitstapjes naar andere genres zoals classic rock of speed metal (de chugga chugga riffs in “The light spells doom”), stoner/sludge (dé riff van de plaat horen we terug op “Night”) en deathrock. Post-black noemen ze het zelf, hoewel ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues of Deafheaven moet denken. Ook ligt het tempo héél af en toe wat lager dan in het verleden, hoewel het trio op haar best is wanneer ze beuken en swingen als een tiet (wat het merendeel van de speeltijd het geval is). Binnen de nummers wordt duchtig geëxperimenteerd met verschillende ritmes en tempo’s (“Altered state” switcht de snelste beats die we op de plaat te horen krijgen af met eerder Amenra-style sludgeriffs en hoemparitmes) en vellenmepper Laurens laat zich dan ook volledig gaan met inventief en effectief drumspel. Tevens wisselt hij het vocale gegeven af met gitarist Jeffrey, wat voor extra dynamiek zorgt. Ook bassist Hendrik laten we niet onvermeld, want zijn duidelijk-in-de-mix-aanwezige bas vormt het perfecte bindmiddel. Chapeau trouwens voor de organische en dynamische sound want er zijn veel platen van grotere bands die een pak slechter klinken. Je hoort tevens een gebeten en bezeten band aan het werk want het spelplezier spat van dit plaatje af. Hoewel “Nithera” aftrapt met een intro genaamd “Hiding”, hoeft Witch Trail zich allerminst te verstoppen of te schamen voor dit debuut. Behalve de korte speelduur (net geen half uur) heb ik hier weinig of niets op aan te merken.  Met “Nithera” op zak moet het deze jongens absoluut lukken een platenfirma te kunnen strikken!

JOKKE: 81/100

Witch Trail – Nithera (Eigen beheer 2015)
1. Hiding
2. Orlok
3. The light spells doom
4. Nithera
5. Night
6. Altered state