australië

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed

In dit bloederige bolwerk treffen we de Poolse drummer Krew aan, die de ezelsvellen bij tal van bands geselt, en de Australiër zanger/gitarist/bassist Nightwolf die we ondermeer kennen van Runespell. Beide heren hebben een voorliefde voor Poolse black die ze sinds 2014 botvieren via Blood Stronghold. Na een kleine zes jaar tijd is het duo met de derde langspeler “Spectres of bloodshed” ondertussen al aan diens tiende release toe. Aan inspiratie geen gebrek met andere woorden, maar het is mijn persoonlijke eerste kennismaking. Blood Stronghold moet het niet hebben van gebalde agressie of hypersonische snelheden, maar schildert middels sombere en tragische – soms middeleeuws aanvoelende – melodieën een droomwereld van lang vervlogen tijden. Clean gitaarspel voegt ook een heidense toets toe. Het drumwerk van Krew is hoorbaar beïnvloed door tribale ritmes, alleen spijtig dat het lijkt alsof hij op een kartonnen drumkit speelt, want in de drumsound zit nu eens echt geen greintje energie. Wanneer de gewenning na een tijdje optreedt, past dit echter wonderwel bij het bandgeluid dat staat voor een onheilspellende weerspiegeling van een al te oud verleden. Nightwolf’s scream klinkt echter als dertien in een dozijn en komt weinig geïnspireerd over. In de tweede helft van de plaat horen we ook heldere zang opdraven en de iets langere nummers als “Forests dark eyes” en het afsluitende “Sunder” kunnen me het meest bekoren omdat de muziek het hier ook regelmatig lang alleen voor het zeggen heeft en er dan wel in slaagt me mee te vervoeren naar lang vervlogen tijden. Jullie moeten het echter doen met een luisterclipje van “Crowned virtue“, een iets feller nummer.

JOKKE: 70/100

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed (Nebular Carcoma/Satanik Requiem 2020)
1. Edict of conflict
2. Unbowed wolves
3. From the depths of Veles sea
4. Blood dawn
5. Forests dark eyes
6. Crowned virtue
7. Sunder

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn

De review van Runespell’s derde langspeler “Voice of opprobrium” sloten we af met de opmerking dat elk jaar een plaat uitbrengen misschien wat te veel van het goede is en dat Nightwolf beter wat meer over kwaliteit kan waken dan kwantiteit te laten primeren want in de hedendaagse overvloed aan releases is het sowieso al moeilijk om boven te komen drijven en langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. De Australiër sloeg onze goede raad duidelijk in de wind, want opnieuw laat hij vrij snel na vorig plaatwerk alweer van zich horen, deze keer in de vorm van een split met Forest Mysticism, het eenmansproject van zijn landgenoot D. die we ook kennen van Woods Of Desolation. Maar Runespell bijt de spits af met het tien minuten durende “Wolf woods“. De sound van deze melancholische en hyper melodieuze pagan black ligt sterk in het verlengde van “Voice of opprobrium” met het verschil dat dit nummer ons wel meteen bij ons nekvel grijpt. Wat een bloedmooie melodielijnen krijgen we hier voorgeschoteld! Fans van Agalloch, Gallowbraid of Fen moeten dit zeker eens uitchecken, hoewel Runespell wel zwaarder naar de black metal kant doorneigt. Na het akoestisch intermezzo “Streams of sorrow” volgt het tweede volwaardige nummer “Fated in blood” dat opnieuw op een epische zeven minuten afklokt en langzaam aanzwelt om vervolgens diens warme gloed op ons gezicht te laten schijnen. De droge en korte houtachtige snare-aanslag heeft een EnslavediaansEld“-gevoel en past wel bij deze rurale klanken. Wat Runespell hier laat horen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Forest Mysticism heeft nog geen langspeler op zijn palmares staan, maar de drie nummers die hier in zestien minuten passeren, vormen zo wat de langste muzikale release ooit sinds diens eerste split met Larmes d’Hivers uit 2007. Op zich is Forest Mysticism een geschikte sparringpartner voor Runespell, hoewel diens bosachtige black iets ruwer en minder gepolijst is. Je moet wat meer moeite doen om de verscholen melodielijnen van gitaren en keyboards te ontdekken in de woudmystiek van “Summon“. Ook hier wordt de aanpak gehanteerd van twee volwaardige nummers onderbroken door een instrumentaal intermezzo. Het bijna acht minuten durende “Ancient tides of war” bulkt iets meer van de melodieuze toetsen en gitaarlijnen en is een knappe afsluiter van een geslaagde EP met adembenemend cover artwork.

JOKKE: 80/100 (Runespell: 82/100 – Forest Mysticism: 78/100)

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Runespell – Wolf woods
2. Runespell – Streams of sorrow
3. Runespell – Fated in blood
4. Forest Mysticism – Summon
5. Forest Mysticism – Rivers of silver (II)
6. Forest Mysticism – Ancient tides of war

Order Of Orias – Ablaze

Order Of Orias begot. Nooit gedacht dat deze Aussies nog eens van zich zouden laten horen. In 2011 maakten ze met het geweldige debuut “Inverse” deel uit va de eerste lichting black metal bands die een orthodox geluid lieten horen. Nadien explodeerde deze niche tot een maalstroom aan releases waarbij er enkele leiders zijn en vooral veel volgers. Nadien werd het echter stil rond Order Of Orias. In 2015 verscheen er nog wel een split met het Franse Aosoth, maar opnieuw hulde de band zich daarna al vrij snel in stilzwijgen. Tot nu dus, want negen jaar na het debuut komt opvolger “Ablaze” uit de lucht gevallen, nog steeds via het Duitse W.T.C., een label met een groot aandeel in de orthodoxe black metal-stroming. De line-up van Order Of Orias is op negen jaar tijd – net als mijn haar – serieus uitgedund. Enkel zanger A.S. en gitarist/bassist D.A. zijn nog van de partij, voor de gelegenheid aangevuld met sessiedrummer Jarro Raphael van Nocturnal Graves. Het fijne aan Order Of Orias is dat het duo niet voortdurend snelheidsrecords wil breken. Er zijn natuurlijk de haast obligate snelle rampetampers zoals de binnenvaller “Blood to dust” en “Raging idols” waarin D.A. zich met een solo en enkele melodieuze leads kan uitleven, maar een nummer als “Gleaming night” moet het toch eerder van down- tot mid-tempo gemusiceer hebben. Het resulteert in een track waarin een onderhuidse spanning voortdurend latent is in de grootse open akkoorden. In “Snares and thorns” duikelt het tempo nog meer de dieperik in en houdt A.S. ons met zijn gravelstrot in de ban. Opnieuw doet een meeslepende gitaarsolo de rillingen over onze rug lopen. Wanneer de zeven minutende song tweederde ver is, kletsen ze met een kort maar krachtige en onverwachte versnelling om onze oren alvorens in de finale terug de atmosferische en melodieuze kaart te trekken. Ook “Crowned in brass” jongleert zo wat met elke tempo dat gangbaar is binnen extreme metal en zet wederom in op melodische leads. Afsluiter “Dawning light” is erg catchy van opzet met heel wat pakkend doom/death/black gitaarwerk om van te smullen en een opzwepende vibe gaande van rock tot thrash-ritmes. BST (The Order of Apollyon, ex-Aosoth) zat achter de knoppen en zoals steeds resulteert dat in een puike sound: krachtig en transparant, maar met voldoende grain. Ook al is het orthodoxe black metal genre ondertussen compleet uitgemolken, Order Of Orias is er met glans in geslaagd om toch nog een interessante plaat af te leveren door vooral de dynamiek in het oog te houden en veelvuldig op melodie in te zetten.

JOKKE: 86/100

Order Of Orias – Ablaze (World Terror Committee 2020)
1. Blood to dust
2. Gleaming night
3. Raging idols
4. Snares and thorns
5. Crowned in brass
6. Dawning light

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph

De moderne rauwe black metal-scene is de laatste jaren springlevend. Eén van de labels met een grote hand in deze donkerste krocht van de zwartmetalen kunsten is GoatowaRex. Onder de noemer “Howling sanguine spirit” presenteert het Chinese label ons een split tussen Kommodus en Grógaldr, twee one man bands die als huisorkest van het label beschouwd kunnen worden en waarvan er weldra ook langspelers zullen verschijnen. Grógaldr ofte het vehikel van een zekere Zugarramurdi bijt de spits af. De Amerikaan vond inspiratie voor zijn bandnaam in de Edda, een verzameling literaire en mythologische werken uit het middeleeuwse IJsland en meer bepaald in één van de zes gedichten waarin necromantie aan bod komt. Doorheen de tracks die onze zwart/wit geschilderde vriend laat horen, waait overduidelijk een oude vampierachtige wind ontsproten aan de aars van Les Légions Noires, het clubje black metal-artiesten dat voornamelijk tussen 1992 en 1997 actief was in de Franse black metal-scene. Minimalistisch, rauw, haatvol en een tikkeltje hypnotiserend, je kent het wel. Alle drie de nummers overschrijden de zes minuten-grens en vergeleken met het demo-materiaal werden gigantische stappen vooruit gezet, zowel qua uitvoering als sound die hier toch wel een heel pak voller klinkt, zonder uit het oog te verliezen dat het hier wel degelijk om écht undergroundspul draait. Op Grógaldr’s Bandcamp-pagina staan ook al previews van het op til staande “Illness unto the womb of spirit” debuut en de “Disinterred graves of saints” EP (en verder staat er ook nog een split met het Amerikaanse Valac op de planning). Zugarramurdi gaat er hard voor en opnieuw horen we vooruitgang, want het toekomstige materiaal bevat meer nuance en dynamiek. Kommodus, het éénmansvehikel van de illustere The Infernal Emperor – Lepidus Plague, wroet in dezelfde niche als Grógaldr maar het zwartmetaal van deze Australiër is met heel wat elementen uit punk geïnfuseerd. Het levert drie explosieve en agressieve songs op waarin chaotische leads niet mogen ontbreken. Thematisch gezien behandelde onze Einzelgänger reeds thema’s als Japans nationalisme (“An imperial sun rises“) terwijl hij nu (weer) zijn voorliefde voor het Romeinse Rijk laat botvieren. Zo verwijst “Lupercalian spirits rise” naar de Lupercalia, één van de oudste Romeinse (vruchtbaarheids-)feesten. Het primitieve en knarsende “Black prayer to Aeolus” handelt dan weer over Aeolus, een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie. Hij was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Maar genoeg geschiedenisles; Kommodus is het aanhoren waard, want diens hysterische sound klinkt best uniek. De punky elementen en de door oerinstincten aangedreven agressieve rampartijen geven het geheel een ietwat industriële feel waarbij weinig plaats is voor nuance, hoewel een melodie links of rechts (en zelfs een akoestisch stukje gitaar) niet gemeden wordt. Wie Invunche trekt, moet dit ook eens opsnorren. “Howling sanguine triumph” is een onderhoudende split waarbij vooral Kommodus triomfeert.

JOKKE: 75/100 (Grógaldr: 72/100; Kommodus: 78/100)

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph (GoatowaRex 2019)
1. Grógaldr – To reap a godhead
2. Grógaldr – Boiling seed, Howling spirit
3. Grógaldr – Entranced in bloodshed
4. Kommodus – Lupercalian spirits rise
5. Kommodus – March of the leper legion
6. Kommodus – Black prayer to Aeolus

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Carved Cross – The yawning abyss of perdition

Het Australische Carved Cross heeft ondanks haar zes levensjaren al een serieuze output aan releases op haar palmares staan. “The yawning abyss of perdition” is de derde langspeler van het uit Tasmanië afkomstige duo en tevens de eenentwintigste release (als ik me niet misteld heb op Metal Archives). Stilistisch gezien liggen het onleesbare bandlogo en de stapel dode takken die op het zwart-witte hoesontwerp prijken in elkaars verlengde. Love it! Op “The yawning abyss of perdition” trakteren M.N. (gitaar en drum) en S.V. (zang) ons op twee songs die qua speelduur even lang zijn als de titels. Carved Cross moet het niet hebben van duivelse snelheden, tomeloze agressie of complexe songstructuren, maar grossiert in atmosferische black met de nadruk op atmosferisch. De trage oersimpele beat die M.N. in “Nourished by the marrow of those once yours” fabriceert blijft nagenoeg achttien minuten ongewijzigd en vormt de repetitieve basis waarover groezelige riffs, ruwe vocalen en af en toe een subtiel keyboardje (allez, dat denk ik toch) tonnen atmosfeer draperen en dit minuut na minuut totdat de eenzaamheid, wanhoop en leegte langzaamaan uitsterven. In “Tortured journey towards that face which stares only back at you” wordt twintig minuten lang nagenoeg hetzelfde business model gehanteerd. Ik kan snappen dat enkelen onder jullie dit na een paar minuten voor bekeken houden maar ik onderga met veel plezier de volledige rit, want wat het duo doet, doet het goed: ongecompliceerde black met tonnen sfeer produceren die de juiste gevoelige snaar weet te raken.

JOKKE: 80/100

Carved Cross – The yawning abyss of perdition (GoatoWarex 2018)
1. Nourished by the marrow of those once yours
2. Tortured journey towards that face which stares only back at you

Encircling Sea – Hearken

De Aussies van Encircling Sea volg ik al sinds hun debuut “I” uit 2009. Met “Hearken” zijn ze na een stilte van vijf jaar terug boven water gekomen en daar ben ik héél blij mee. Ten opzichte van voorganger “A forgotten land” is er in de post-black van het trio nu minder ruimte voor lange, uitgesponnen passages of folky akoestische intermezzo’s en ligt de nadruk meer op de heavy elementen, hoewel groots klinkende en uitwaaiende gitaarclimaxen nog steeds aanwezig zijn. Dat vertaalt zich ook in de speelduur van de nummers want hoewel deze nog steeds op een gemiddelde van tien minuten afklokken is dat naar Encircling Sea begrippen relatief kort (ze draaiden in het verleden hun hand niet om voor twintig à veertig minuten durende composities). Zelden klonk de band zo agressief of recht-voor-de-raap als in het voortstuwende “Everoak” of “Elderfire“, een song waarbij er naast de nodige blastbeats een flinke portie sludge in de riffs verwerkt zit. In hekkensluiter “Kinsoil” zorgen vrouwelijke zang (die verzorgd werd door Ramanee King, de vrouw van frontman Robert Allen) en ingetogen gitaargetokkel voor een intieme atmosferische toets, hoewel nadien ook terug alle registers opengetrokken worden. In de imposante sound die Encircling Sea neerzet zit zowel de drukte van de geïndustrialiseerde beschaving als de primitieve schoonheid van de natuur vervat. Dit doet de band door elementen van sludge, black, doom en post-metal te blenden tot een krachtig, zij het niet zo origineel meer, geheel (hallo Cult Of Luna in opener “Bloodstone“). Maar zolang dit pakkende songs oplevert, maal ik daar niet om. “Hearken” is dan ook een héél fijne plaat geworden waarbij er aandacht besteed wordt aan de mislukkingen en triomfen van onze voorouders en de spirituele groei van de mensheid zoals blijkt in “Kinsoil“: “Our roots reach across generations / Through blood and spirit/ The connections flow / … Our hearts are in these forests / These rivers, these stones / And all throughout these valleys / Rejoice in the Truth of home”. Liefhebbers van Cult Of Luna, Downfall Of Gaia en Fall Of Efrafa zullen dit wel kunnen smaken. Hopelijk krijgen we de band ook eens in onze contreien te zien.

JOKKE: 85/100

Encircling Sea – Hearken (EPV Recordings 2018)
1. Bloodstone
2. Elderfire
3. Everoak
4. Sunhelm
5. Kinsoil

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud