behemoth

Terrestrial Hospice – Indian summer brought mushroom clouds

In 2018 maakte het Poolse Terrestrial Hospice een waar statement met diens eerste fijngevoelig getitelde EP “Universal hate speech“. We zijn nu twee jaar later en het duo slaat opnieuw keihard terug met een eerste langspeler getiteld “Indian summer brought mushroom clouds“, opnieuw een weinig aan de verbeelding overlatende titel. Terrestrial Hospice is misschien nog geen al te grote naam in het genre, hoewel de helft van het duo toch wel een grote meneer is. Op drums treffen we immers Inferno aan, u weet wel, dat drummonster van Behemoth. De haatstem en snaren zijn voor rekening van Skyggen die ondanks zijn Pools paspoort een verleden bij tal van Noorse bands als Tortorum, Aeternus, Gorgoroth en Dead To This World heeft. De man was echter ook als Paimon actief bij een eerder fout orkestje als Swastyka. In deze bloeddorstige Antifa-tijden dus best een gewaagde keuze van Inferno om zijn diensten aan deze band te verlenen. Soit, op muzikaal gebied heeft deze trommelaar wel gelijk dat hij zijn kwaliteiten in dienst van Terrestrial Hospice stelt. Op dit volwaardige debuut leveren de heren nog steeds een venijnige en nucleair dreigende vorm van black metal doorspekt met wat thrash af die wel een meer krachtige en minder doffe, beter afgestofte (dat kunnen de Polen sowieso goed) sound meekreeg dan de EP. Aan intro’s doen de heren niet mee want opener “The sump where the universe filth and ephemera collect” zet meteen de heetgeblakerde furieuze toon voor de rest van de plaat. Of toch niet? Het geniaal getitelde “Please accept my most sincere condolences” trekt de lijn van repetitieve snare- en swingende ride-aanslagen in combinatie met vurig Carpathian Forest-achtig gitaarwerk nog stug door en ook een nummer als het galopperende “Pyromaniac” zet de fik er goed in maar gaandeweg muteert de song naar een mid-tempo gegeven. En deze trend wordt verder doorgetrokken op “Gang-raping the seven virtues” dat met bijna acht minuten speeltijd de langste track op de plaat is en een vrij melodieus Noors aandoend geluid horen. In “Come join the parade” zet Inferno zijn beide boots terug op het gaspedaal en slaat hij zijn china-cymbaal geregeld aan diggelen. Halfweg transformeert deze rampestamper echter ook kortstondig naar een mid-tempo intermezzo, om nadien terug rake klappen uit te delen. Om maar te zeggen dat Terrestrial Hospice het kunstje van dynamiek in nummers aanbrengen goed onder de knie heeft. Datzelfde trucje wordt in “Pig prayer” herhaald, terwijl de afsluiter “Crucifixion of antropocentrism” ons toelaat de nekspieren nog eens los te gooien. “Indian summer brought mushroom clouds” is een meer dan degelijk abum dat erin slaagt om haatvolle, destructieve, misanthropische en nihilistische gedachten in muziek te kanaliseren. Extra punten trouwens voor het cover artwork van James Read (Revenge, Conqueror, Axis Of Advance) waarop we Jezus zien zeulen met een kruis op zijn rug waarop een kernraket gebonden is. Geniaal!

JOKKE: 82/100

Terrestrial Hospice – Indian summer brought mushroom clouds (Shadow Records/Helter Skelter Productions 2020)
1. The sump where the universe filth and ephemera collect
2. Please accept my most sincere condolences
3. Pyromaniac
4. Gang-raping the seven virtues
5. Come join the parade
6. Pig prayer
7. Crucifixion of antropocentrism

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma

Bij IJsland en metal roepen we meteen allemaal black metal natuurlijk. De scene van het hermetisch afgelegen eiland explodeerde nadat Svartidauði in 2012 diens “Flesh cathedral” uitbracht en het thuisland en zowat de rest van onze aardkloot in lichterlaaie zette. Op gebied van death metal bleef het echter oorverdovend stil. Tot nu, want de heren Sturla Viðar (Svartidauði) en Dauðadagur (Misþyrming en Naðra) sloegen de handen in mekaar en presenteren ons in de vorm van Drottinn (afgeleid van het oud-Noorse woord voor “heer, leider”) een nieuw vehikel dat zich richt op het kanaliseren van ouderwetse metal of death. Het duo wordt op drums bijgestaan door Svartidauði vellenmepper Magnús Skúlason en live ook door tweede gitarist Gústaf Evensen (Misþyrming, Naðra); het blijft één grote incestueuze boel natuurlijk. Het eerste teken van leven is de “Í helgum dýrðar ljoma” demotape die in een paar verschillende kleurtjes uitgebracht werd via Terratur Possessions. Ik scoorde een bloedrode. “Af Blóðinu helgast blaðið” schiet furieus uit de startblokken met een heerlijke groove maar laat ook ruimte voor een melodieuze leadpartij. Dauðadagur gooit zelfs toetsen in de strijd, maar Magnús knuppelt er tussendoor ook als een bezetene op los. Het resulteert in een dynamische opener die onder de noemer atmosferische old school death metal gecatalogiseerd kan worden. “Fòrnin og lambið” start vrij chaotisch met een scheurende lead en slaat dan over naar opzwepende en groovende ritmes inclusief meebrulrefreinen, althans als je dat onuitspreekbare IJslandse taaltje onder de knie hebt. Ik moet regelmatig wat aan een Behemoth denken, maar dan zonder de gepolijste productie. “Mahurinnodýrið” lijkt het aanvankelijk wat rustiger te houden, maar dat is louter om ons op het verkeerde been te zetten want al snel beginnen de basdrums te ratelen en de riffs doorheen de lucht te klieven. Toch laten de heren daarna het tempo nog eens zakken waarbij toetsen de death/doom een verheven karakter geven. Onze IJslandse vrienden laten horen ook het spelen van een heerlijke pot death metal absoluut in de vingers te hebben. Benieuwd of Drottinn ook door andere bands navolging zal krijgen. Absolute knaller van een demo!

JOKKE: 86/100

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma (Terratur Possessions 2020)
1. Af Blóðinu helgast blaðið
2. Fòrnin og lambið
3. Mahurinnodýrið

Medico Peste – ב :The black bile

Dat Polen zich het voorbije decennium gestaag heeft opgewerkt naar een land dat heel wat in petto heeft op gebied van black en death metal, moge duidelijk wezen. Er zijn natuurlijk veteranen als Behemoth en Vader maar ook een meer recente speler als het goddelijke Mgła is zich middels enkele uitstekende platen richting de hoogste echalons van de black metal-scene aan het opwerken. Daarnaast kent de Poolse scene tal van veelbelovende, meer underground, sub-toppers zoals Kriegsmaschine, Mord’A’Stigmata, Blaze Of Perdition, Clandestine Blaze, Arkona, Furia en Cultes des Ghoules…om er maar een paar te noemen. In deze massa hoort ook Medico Peste thuis, een kwintet dat sinds 2010 aan de weg timmert en waarvan enkele leden gekend zijn als live-lid van Mgła of een verleden hebben in Mord’A’Stigmata. Na de debuut langspeler “א: Tremendum et Fascinatio” die via Malignant Voices uitkwam en de EP “Herzogian darkness” die door W.T.C. op de markt gegooid werd, verkaste Medico Peste voor hun tweede plaat naar Season Of Mist. Het vijftal omhelst een specifieke kijk op thema’s als de dood, religie en de duivel door de vervormde opvattingen van een gekwelde, neurotische persoon en zijn schizofrene visies te verkennen. Dat uit zich vast en zeker in de muziek van Medico Peste want je wordt voortdurend heen-en-weer geslingerd tussen stevige uitbarstingen en meer ingetogen passages die echter vrijwel steeds een soort van verwrongen ondertoon hebben. Het geluid van de Franse black metal-scene loert hierbij vanachter de hoek. Het jongleren met traag gespeelde dissonante gitaarriffs (waarvoor drie gitaristen optekenen) waaronder de drums snelle blastspurtjes trekken, experimentele loopjes, atonale melodieën en zelfs jazzy intermezzo’s creërt een vrij hoekige flow waardoor zelfs na menig luisterbeurt nog lang niet alle puzzelstukjes in mekaar vallen. De totaalsound en vooral de strot van pestdokter Lazarus vallen bovendien ook wat te droog uit. Het feit dat de zeven nummers met een gemiddelde speelduur van zeven minuten ongemakkelijk, onconventioneel en wringend klinken, past natuurlijk perfect binnen het concept dat de band wil uitdragen, maar de mayonaise wilt toch nog niet echt pakken bij ondergetekende. Misschien verandert dit op een volgende plaat wel. Liefhebbers van avant-garde spul als Virus of het eveneens Poolse Lux Occulta moeten dit misschien wel eens een kans geven.

JOKKE: 73/100

Medico Peste – ב :The black bile (Season Of Mist 2020)
1. God knows why
2. All too human
3. Numinous catastrophy
4. Were saviours believers?
5. Skin
6. Holy opium
7. The black bile

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra

Het is niet de eerste keer dat er een alliantie wordt gesmeed tussen het Griekse Devathorn en de Tsjechen van Inferno. We verwijzen daarvoor terug naar de conceptuele split “Zos vel thagirion“. Haxandraok is een nieuwe entiteit die door Devathorn’s Saevus H. Aldra -Al-Melekh (zang, gitaar en tekst) en oud Inferno-drummer Marcello gestalte kreeg. Toen ik de albumtitel “Ki si kil ud da kar ra” de eerste keer uitsprak, veranderde mijn vriendin plotsklaps in een kikker. Om maar te zeggen dat dit werkje bol staat van de mantra’s en betoveringen ontleend aan Qliphotische tovenarij en oerhekserij. Als we de bijhorende grootspraak van het persbericht naast ons neerleggen, horen we een werkstuk dat er desondanks in geslaagd is om een half uur lang een meeslepende en intrigerende rituele atmosfeer neer te zetten. Dit met name dankzij Saevus’ semi-cleane-semi-raspende strot die de vele spreuken op een hypnotiserende manier ten berde brengt. Muzikaal gezien worden verscheidene toverformules uit de zwarte kunsten aangewend zoals het vinnige op Zweedse leest gestoelde “Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX” of het meeslepende mid-tempo “Lilith unbound” waarvoor de tekst werd aangeleverd door de Zweedse occulte en esoterische auteur Thomas Karlsson die lange tijd de teksten voor Therion verzorgde. Rituele ambient mag natuurlijk ook niet ontbreken en wordt bewaard voor het afsluitende “La sorciere rouge“. Wat Haxandraok van alle andere occulte black metal-bands onderscheidt is de zekere schwung die in de riffs en het drumwerk schuilt. Het regenereert een soort van mediterrane zwoelheid en oosterse mystiek. Tel daar nog eens de puike sound bij die werd vastgeleged door Arek ”Malta”  Malczewski (o.a. Behemoth, Hate, Lost Soul en Vesania) en we kunnen concluderen dat “Ki si kil ud da kar ra” een knappe occulte black metal-plaat geworden is.

JOKKE: 84/100

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra (Ván Records 2019)
1. The temptress of UD DA KAR RA
2. Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX
3. Tower Sub Rosa
4. Lilith unbound
5. La sorciere rouge

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

Forbidden Temple – Demo VI

Al een geluk dat de mannen van Forbidden Temple hun demo’s nummeren want ik ben ondertussen de tel kwijt. Dit zou volgens het Romeinse cijfer in de titel nummer zes moeten zijn en werd in eigen beheer uitgebracht in plaats van via Medieval Prophecy Records. Blijkbaar komen ook niet alle demo’s in het “commerciële” circuit terecht want demo nummer vijf is blijkbaar aan mijn voelsprieten ontsnapt. Zoals we van het duo Tenebrae en Agaliarept ondertussen gewend zijn, trakteren ze ons op een dikke 23 minuten groezelige black die teruggrijpt naar de good ol’ days. Forbidden Temple klinkt lo-fi, grimmig en primitiever dan ooit maar doorheen de wazige mist aan gure riffs en zo goed als ondefinieerbare drumaanslagen en verwrongen screams, zorgen de keyboards van L. voor een punt van herkenning. De productie – of het ontbreken ervan – is echter niet storend en past wel bij deze übergrimmige kelderblack voor fans van oude-Behemoth, Graveland, Moenen Of Xezbeth of Moonblood. Persoonlijk vind ik dit zelfs hun beste materiaal tot op heden.

JOKKE: 77/100

Forbidden Temple – Demo VI (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Clouds of majesty
3. Path to the wisdom of darkness
4. Impure seed
5. Winter’s tyranny
6. Outro