belgië

Saqra’s Cult – The 9th king

Het uit Brussel afkomstige Saqra’s Cult wordt dikwijls over het hoofd gezien in onze contreien en lijkt sterker op het buitenland gefocust te zijn dan op de thuismarkt. De kwaliteit van het debuut “Forgotten rites” uit 2017 loog er dan ook niet om en bewees dat de heren zeker kunnen meespelen op internationaal niveau. Het interessante aan Saqra’s Cult is dat het niet de zoveelste occulte of orthodoxe band is maar dat er met de Inca-cultuur voor een vrij origineel concept werd gekozen. De band probeert de wereld waarin we leven en de ontwikkeling van westerse religie te bekijken vanuit het perspectief van de Inca’s en zo in vraag te stellen. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat, naast gitarist S. Iblis (Possession, Maleficence), de Ecuadoriaanse drummer/ kunstenaar Gabriel Tapia mee aan het ontstaan van de band ligt en die man dus wel een link heeft met de Inca-cultuur. Na de release van het debuut hing Gabriel zijn drumstokken wegens tijdsgebrek echter aan de wilgen en werd de line-up – waarin we ook de Maleficence-leden Alkhöloïkh en Destroyer G terugvinden – herschikt. Gabriel is echter nog steeds bij de band betrokken aangezien hij het artwork verzorgt, een groot deel van de teksten voor zijn rekening neemt en sporadisch nog deelneemt aan het songschrijfproces. Het Inca-concept van het debuut is met andere woorden nog alom tegenwoordig op “The 9th king“, het tweede album van onze landgenoten dat met een speelduur van een half uurtje wel wat aan de korte kant is. Zeker omdat wat we horen verdomd lekker klinkt. Het is niet zo dat de nummers, zoals bij menig folkband of de leden van de Black Twilight Circle, bulken van de traditionele instrumenten, melodieën en gezangen. Neen, de tribal-achtige Inca-invloeden zijn, net zoals op het debuut, subtiel verweven in de vier nummers die een mix laten horen van black, death en thrash metal die wel wat gelijkenissen vertoont met een band als Possession, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het bijna tien minuten durende titelnummer is hier het beste voorbeeld van en bevat ook melodieuze accenten en enkele geweldige riffs zoals degene die op 7’12” de zinderende finale inluidt. “Endless devotion” bevat heel wat dynamiek en de galopperende drums stuwen het nummer rusteloos voort. In “Legends of Pururaucas” worden trage passages afgewisseld met vinnige uitbarstingen en een rockend refrein. Als kritische bemerking geef ik wel mee dat het de authentieke Inca-gezangen zijn die een herkenbare toets aan de nummers meegeven want enkele riffs in het eerste deel van “Last denial” zijn immers nogal onderling inwisselbaar met die van de andere nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op het blazoen van Saqra’s Cult.

JOKKE: 80/100

Saqra’s Cult – The 9th king (Amor Fati Productions 2019)
1. The 9th king
2. Endless devotion
3. Legends of Pururaucas
4 Last denial

Forbidden Temple – IV

Het uit Vlaamse klei opgetrokken Forbidden Temple passeerde eerder op het jaar al aan ons kritisch oor middels de split die de heren uitbrachten met het Nederlandse Ultima Thule. Nu is het de beurt aan demo “IV” waar Medieval Prophecy Records de undergroundliefhebbers opnieuw mee verblijdt nadat de tape eerder dit jaar in eigen beheer werd uitgebracht. Forbidden Temple speelt obscure black metal zonder al te veel poespas met een groezelige analoge sound. Denk aan oud Pools stuff genre Graveland. Hopelijk krijg ik Metal Sucks nu niet op mijn dak door deze bandnaam nog maar te vermelden! Middels gure gitaarriffs, helse screams, kletterende drums en mistige keyboardondersteuning massacreert het duo alle heilige huisjes en begraafplaatsen die het op haar weg tegenkomt. En daar heeft de primitieve black geen blastbeats of tremolo-riffs voor nodig. Simpel maar effectief. Het doet deugd om te zien dat er de laatste tijd weer heel wat activiteit is in de meest duistere steegjes van het Belgisch black metal-gebeuren. We hadden al Moenen Of Xezbeth, Perverted Ceremony en Zwarte Dood, maar Forbidden Temple mag hier gerust aan toegevoegd worden.

JOKKE: 71/100

Forbidden Temple – IV (Medieval Prophecy Records 2018)
1. Intro
2. Sortilèges
3. Unholy night of evil
4. Blasphemous howling
5. Outro

Zwarte Dood – Voor zijn glorie

Tweede demo voor het Belgische Zwarte Dood. De eerste tape “Van Kaïn’s zaad” kwam aan het eind van de zomer uit en katapulteerde ons meteen naar de donkerste winterdagen. Nu is het de beurt aan “Voor zijn glorie” (ra ra ra wie hier alom geprezen wordt) die de duisternis van deze decembermaand perfect omarmt. Mastermind ZD heeft met behulp van D en CV vier nieuwe nummers ingeblikt die aangevuld worden met de nodige intro, interlude, outro en coversong. Op de eerste demo werd Ildjarn geëerd, nu is het de beurt aan Thorns met een geslaagde versie van diens meest bekende en beste song “Ærie descent“. Het eigen materiaal kan opgesplitst worden in twee delen. De twee songs die voor het interlude passeren bulken van de agressie waarbij de demonische krijsen en krakende drumaanslagen de riffs (spijtig genoeg) wat naar de achtergrond duwen. Maar rauw is het zeker. In het lugubere en traag voortkruipende “Onze vervloekte bloedlijn” en het met een duivelse riff startende “Elf nagels voor de ziel” daarentegen neemt atmosfeer de overhand en worden de screams en drums meer op de achtergrond geduwd ten voordele van gitzwarte duisternis. Zwarte Dood staat gelijk aan old-school black metal die pure ongefilterde misantropie als boodschap uitdraagt. “Voor zijn glorie” is dan ook enkel bestemd voor individuen die in de diepste krochten van de underground op zoek zijn naar hun geliefkoosd gitzwart spul dat niet aan de moderne geluidsnormen voldoet. Of voor wie een antidote nodig heeft voor de melige kerstliedjes die we dezer dagen naar ons hoofd gesmeten krijgen. 

JOKKE: 75/100

Zwarte Dood – Voor zijn glorie (Invicta Requiem Mass 2018)
1. Aanvang  
2. Doodsaanbidding  
3. In de glorie van Baaltzelmoth  
4. Interlude 
5. Onze vervloekte bloedlijn 
6. Elf nagels voor de ziel  
7. Uitvaart  
8. Ærie descent (Thorns cover)

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings

Iteru – Ars moriendi

Het mysterieuze Iteru blijkt uit leden met een Belgisch paspoort te bestaan. Nogmaals het bewijs dat er heel wat moois in onze vaderlandse scene aan het gebeuren is. “Ars moriendi” betekent in het Latijn zo veel als “de kunst van het sterven” en is het eerste teken van leven dat onze landgenoten laten horen. Het kleinood kwam oorspronkelijk vorig jaar al op cassette uit via Helter Skelter Productions, maar na tot drie maal toe uit te verkopen, slaan Blood Harvest en Regain Records nu de handen in elkaar voor een CD- en LP-release. Hoewel de band uit anonieme leden bestaat die hun sporen reeds in klassieke black metal-bands verdiend zouden hebben, speelt Iteru zich af in het doom/death-wereldje. De occulte saus druipt van opener “Through the Duat” af. Het tergend trage tempo en de sacrale cleane gezangen lijken een plechtstatig begrafenisritueel in te luiden totdat imposante diepe grunts en loodzware riffs het overnemen en er een monolithisch klinkend geheel wordt neergezet waarin echter ook ruimte blijft voor melodieuze leads. In “We the dead” stijgt het tempo middels rollende dubbele bassen een beetje en eisen de gorgelende vocalen en pakkende leads opnieuw alle aandacht op. De zang neemt me zo’n vijfentwintig jaar mee terug in de tijd en doet me op één of andere manier denken aan hoe Ancient Rites’ Gunther Thijs klonk in een nummer als “Crucifixion justified (Roman supremacy)“, hoewel de muzikale stijl natuurlijk niet te vergelijken valt. “Salvum me” trekt de lijn van het vorige nummer door maar bevat ook cleane gitaarpartijen als rustpunten waardoor de dynamiek goed bewaard blijft en door het inzetten van koorzangen en het geluid van luidende klokken klinkt deze song bovendien onheilspellend. “We are doomed”!, you know? Het serene en trieste gevoel dat afsluiter “To the gravewarden” uitdraagt wordt nog extra in de verf gezet door de folky intro waarna slepende leads en allesvermorzelende doodsgrunts elk lichtpuntje dat er nog in je miserabele leventje was wegzuigen. Wanneer de muur van geluid stilvalt, nemen atmosferische klanken en een verhalende diepe stem het over om nadien een heuse eindversnelling richting finish in te zetten. “Ars moriendi” is een overtuigend visitekaartje van een band waar we nog wel wat van zullen horen. Doom/death-fans horen deze EP – in welk fysiek formaat dan ook – verplicht in de kast te hebben staan.

JOKKE: 80/100

Iteru – Ars moriendi (Helter Skelter Productions/Blood Harvest/Regain Records 2018)
1. Through the Duat
2. We the dead
3. Salvum me
4. To the gravewarden