belgië

Wolvennest – Temple

In onze jaarlijst van 2018 maakte ik nog het statement dat Wolvennest zo wat het beste was wat de underground scene in België te bieden heeft. Benieuwd of ze de hooggespannen verwachtingen op de (altijd moeilijke) derde langspeler “Temple” opnieuw ruimschoots weten waar te maken. In het interview naar aanleiding van voorganger “Void” – in tussentijd verscheen wel nog de “Vortex” EP – vertelde gitarist Corvus dat het muzikale receptuur van the Nest geen grenzen kent: “expect the unexpected!”. Verwacht op “Temple” geen al te grote muzikale bokkensprongen want de enorm intrigerende en pakkende mix van gitaar loops, repetitieve beats, synthesizers, rituele ambient en hypnotiserende zang die aan de basis van Wolvennest ligt, maakt nog steeds furore. Echt onverwachte nieuwe invalshoeken bespeuren we in “Disappear” dat als eerste single vooruit geschoven werd. In de prachtige psychedelische duisternis van dit meer uptempo nummer lijkt het haast alsof Wolvennest de reïncarnatie van Peter Steele heeft weten strikken. Corvus wist me te vertellen dat er wel vier versies van deze song bestaan, maar dat degene met Déhà op zang het haalde van de versies waarop Corvus, Kirby en Shazzula zongen. De gotische inslag die aan bands als Type O Negative, latere Moonspell en Tiamat of Sisters Of Mercy doet denken, gaat wonderwel mooi samen met de hallucinogene blackmetal- en ambientbasis van Wolvennest. In het met kippenvel opwekkende gitaarleads opgefleurde “Succubus” horen we dan weer TJ Cowgill ofte King Dude met zijn gekende flair de vocale honneurs waarnemen. Maar niet getreurd want ook Shazzula’s kenmerkende bezwerende zang maakt natuurlijk weer haar opwachting. Net als “Ritual lovers” van voorganger “Void” schittert ze ook nu weer met haar innemende vocalen in het tweede nummer “Swear to fire” dat een beetje in hetzelfde straatje ligt van “Ritual lovers“. Net als die song maakt ook “Swear to fire” kans om als favoriete nummer van het jaar te eindigen, maar laat ons niet op de zaken vooruit lopen, want we zijn nog maar eind februari. In het gitzwarte “All that black” laat Shazzula horen van vele markten thuis te zijn en zet ze haar stem op een onheilspellende proclamerende manier in.”I like darkness, darkness is beautiful” zingt ze, en we geloven haar blindelings. Duisternis en de dood lijken wel als rode draad doorheen de plaat te lopen. Het repetitieve en traag naar een climax toewerkende “Incarnation” dat pakkend Paradise Lost achtig gitaarwerk laat horen, ligt in het verlengde van de meer dan twaalf minuten durende (ietwat veilige, maar daarom niet minder aanstekelijke) opener “Mantra” en zuigt je mee in een intrigerende rituele trance vol druipend kaarsvet, macabere doodshoofden en aan de neusvleugels prikkelende geur van wierook en mirre. In de ceremoniële afsluiter “Souffle de mort” bezorgt Shazzula ons met haar in het Frans vertolkte toverspreuken de daver op het lijf. “Alecto” is dan weer een instrumentaal nummer dat enkele sacrale melodielijnen omvat en ook wel wat postrocktrekjes vertoont. De titel is Grieks en betekent ‘onophoudelijk’. Het is één van de drie Erinyen (of Furiën) in de Griekse mythologie. Volgens de Griekse dichter Hesiodus waren Alecto en haar zusters Megaera en Tisiphone de dochters van Gaea, die bevrucht werd door het bloed van Uranus, toen hij gecastreerd werd door Kronos. De taak van de Erinye Alecto was het straffen van mensen die schade toegebracht hadden aan andere mensen. Het is tevens een leuke knipoog naar Cult Of Erinyes, het blackmetalproject van gitarist Corvus. Minpuntjes kunnen we in de acht nieuwe nummers, die gezamenlijk op bijna tachtig minuten afklokken, niet detecteren of het moest de langgerokken aan- en uitloop van sommige composities zijn waardoor de intervallen het soms lang wachten maken op het muzikale spektakel. Maar uiteindelijk knalt dat psychedelische vuurwerk in elk nummer wel, en dat is het voornaamste. “Temple” is het resultaat van groepswerk van een stel gelijkgestemde zielen, ook al is de muzikale achtergrond heel divers. Drummer Bram Moerenhout is nu ook plaat te horen daar waar producer en zevende bandlid Déhà de voorganger nog intrommelde. Met “Temple” bevestigt Wolvennest zijn status. Of de geplande show met Wiegedood op 1 mei in de Casino in Sint-Niklaas haalbaar is, is voorlopig nog koffiedik kijken. Laat ons dus maar focussen op dit geweldige “Temple” en uitkijken naar de liveregistratie van “Ritual MMXX” die in februari 2020 in de Brusselse AB werd vastgelegd. Ik denk dat het mijn laatste gig voor de uitbraak van de pandemie moet geweest zijn. Het zou een mooi afscheid van het concertgebeuren geweest zijn als de wereld daarna was vergaan.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Temple (Ván Records 2021)
1. Mantra
2. Swear to fire
3. Alecto
4. Incarnation
5. All that black
6. Succubus
7. Disappear
8. Souffle de mort

Dolchstoss – Dolchstoss

De Dolkstootlegende – in het Duits “Dolchstoßlegende” of “Dolchstoßlüge” – is een bekende complottheorie die tussen de beide wereldoorlogen vooral onder de nationalisten en conservatieven in Duitsland leefde. Het idee werd gevoed dat de Eerste Wereldoorlog niet op het slagveld verloren was, maar doordat de linkse revolutionairen het land met hun Novemberrevolutie hadden ondermijnd en vervolgens een (linkse) burgerlijke regering aan de macht hadden gebracht die het bevel aan de legerleiding gaf om de strijd te staken. De sociaaldemocraten en andere ‘interne vijanden’, onder wie de Joden, links-revolutionaire bewegingen en de kleurloze massa, dan wel burgerbevolking, hadden Duitsland aldus een ‘dolkstoot’ in de rug gegeven. De dolkstoot inspireerde reeds een Amerikaanse industrial en Duitse oi band en dichter bij huis vond ook een stel blackmetalmuzikanten het een geschikte naam voor hun muzikale uitwasemingen die over de dood en vernieling van Wereldoorlog I handelen. Ik meen een idee te hebben van enkele leden die achter Teutoonse schuilnamen als Otto Grimminger, Wolff Ott of Karl Schmidt-Hammer en de bijhorende gasmaskers verborgen zitten. Hoewel Antifa zijn messen waarschijnlijk al aan het slijpen is, vermoed ik dat we hier veeleer over oorlogsfascinatie in plaats van -verheerlijking mogen spreken. “Don’t mention the war!” Het zal Dolchstoss ongetwijfeld worst wezen. In een tijdspanne van 19 minuten krijgen we naast een intro en outro met oorlogsgerelateerde spoken word samples vier volwaardige blackmetalsongs toebedeeld die je als een panzertank vakkundig platwalsen. De snedige gitaarriffs klinken als allesverschroeiende vlammenwerpers, maar verliezen toch ook de melodie niet uit het oog, en de zanger lijkt wel een portie yperiet ofte mosterdgas (zowat het meest onmenselijke en ontwrichtende wapen van de Eerste Wereldoorlog) uit te ademen. De zweep gaat er tijdens de dodenmars tempogewijs goed op met hier en daar een panzer division Marduk spurtje dat getrokken wordt. Met deze opzwepende soundtrack ter beschikking hadden de soldaten er in de Westhoek destijds waarschijnlijk minder lang over gedaan om enkele honderden meters land te heroveren. “On Flemish soil” bezit een heerlijke punky Impaled Nazarene vibe terwijl het kwintet in een nummer als het afsluitende “Guttering, choking, drowning” dan weer mid-tempo door de loopgraven en dodenakkers ploetert. Deze nieuwe orde van vuur en staal zendt met deze eerste demo Überzeugende Grüße von der Front!

JOKKE: 80/100

Dolchstoss – Dolchstoss (Iron Scourge 2021)
1. … Wenn es einig war
2. On Flemish soil
3. Yperite dawn
4. Flamethrower deathcult
5. Guttering, choking, drowning
6. Todesmarsch

Effroi – Sinister omen

Nog even een tweede demo op de mensheid lossen en dan is het eindelijk tijd voor een langspeler van Effroi. Het zou een primeur zijn voor Medieval Prophecy Records daar het label, met een uitstekende neus voor zwartmetaal van eigen bodem, tot hiertoe voornamelijk demo’s en splits uitbracht van de bands waar het in gelooft. De twee nummers die op “Sinister omen” prijken, laten geen verrassingen horen voor wie de “Cryptic prophecies” demo en split met Crypts Of Wallachia ook al in huis heeft. Maar dat verwachten we ook helemaal niet van een band als Effroi. Er zijn voldoende andere spelers die hun black metal met tal van invloeden uit death metal, post-rock, folk, avant-garde of klassieke muziek injecteren. Deze heren houden het graag puur. Hun zwartmeaal klinkt gestript en ontdaan van overbodige franjes en focust zich op de kernemoties van het genre: een muzikale uiting van negativiteit en sombere gedachten. Ook qua bezetting gaat Effroi voor een less is more aanpak van zang, gitaar en drums. Bassist D is deze keer blijkbaar niet van de partij. De gitaarsound is lekker korrelig en de drums klinken organisch zoals dat zou moeten. Tsotha’s vocalen komen bovendien beter tot hun recht vergeleken met de wat monotone eerdere prestaties. De riffs blijven hangen en de twee nummers hebben een gevoel voor dynamiek door mid-tempo passages af te wisselen met up-tempo uitbarstingen. Dit sinistere voorteken doet uitkijken naar de op til zijnde langspeler. Voer voor wie destijds niet verder dan de iconische eerste platen van een Darkthrone of Gorgoroth geraakte.

JOKKE: 79/100

Effroi – Sinister omen (Medieval Prophecy records 2021)
1. Ominous winds
2. Battles in desolate regions

Alkerdeel – Slonk

Niet enkel in het landelijke, West-Vlaamse Lichtervelde heeft men wel eens last van mestkarren die wat gevels besmeuren. In het Meetjesland noemt men zoiets in het dialect een alkerdeel, en laat de gelijknamige band nu net hetzelfde soort smerigheid uitademen als een Lichterveldse stoeprand. Net als bij de stop van de voornoemde kakbak is er ook bij dit kwartet een hoek af: een dikke maand geleden kwam de “Alkerdees” menig zieltjes verblijden (zoek maar op!) en voorzien van kaoetsjoe botten werd in de drek van de Meetjeslandse velden een verbond aangegaan met Babylon Doom Cult Records en Consouling Sounds om een vierde langspeler te lossen. Met vier nummers, die elk één van de elementen representeren – zanger Pede is nogal fan van dit concept – krijgen we bijna zevenendertig minuten smurrie over ons uitgekapt. Gezien Alkerdeel voornamelijk een liveband is werd de plaat ook live – op enkele vocal takes na –  in de Gentse Boma Studio ingeblikt en dat hoor je eraan: lekker organisch, wat dampend maar verrassend helder. Voor een steriele sound hoef je niet bij deze heren aan te kloppen: het geheel is zodanig natuurlijk tot stand gekomen dat de band het vierde nummer reeds opgenomen had zonder het zelf door te hebben. QW’s baslijnen eisen op “Slonk” meteen de spotlights op, wat zelfs onverwachts voor enkele knipogen richting Ved Buens Ende zorgt in opener “Vier”. Alkerdeel wordt vaak als sludge omschreven, en zelf hebben ze schijt aan dat label. Op “Slonk” klinken ze dus meer rechtdoorzee ‘black metal’ dan ooit, zonder daarbij in te boeten aan de sound die nog steeds te boek staat als één van de meest ruftende van het land. Bovenop wat op het eerste gehoor als een geluidsbrij met belachelijk veel distortion klinkt, maar na herhaaldelijk luisteren toch verbazend veel details prijsgeeft, haalt Pede zijn kenmerkende in reverb ondergedompelde strot boven en krijst deze keer – voor de verandering – voluit geschreven teksten. Mijn favoriete lyric aller tijden, die verdomme deel zou moeten uitmaken van het black metal canon, komt veelvuldig voor en vormt zelfs de aftrap van “Zop”, waarna het nummer op primitieve, punky wijze op gang getrokken wordt: “UGH!”. Na het met snelheden spelende “Vier” en het rechtdoorzee rammende “Eirde” haalt “Zop” het tempo wat naar beneden (al is dit relatief) en doet me dankzij de simpele d-beats en enkele hooks die uit de punk weggelopen zijn meteen denken aan Darkthrone – dat einde! Het afsluitende “Trok”, volgens de band zelf wat terugblikkend op Ancients “Svartalvheim”, trekt opnieuw alle registers open en Pede haalt hier ook enkele gortdroge schreeuwen uit de kast – extra variatie op wat het meest melodieuze maar daarom niet minder knallende nummer van de plaat is. Dat aan “Slonk” een langer en meer doelbewust schrijfproces met veel oog voor detail vooraf is gegaan, is opvallend, en hoewel Alkerdeel als hoofdmoot vieze black metal speelt, doen ze dit toch niet zonder omwegen: zoals de haas op het zelfgemaakte artwork rondspringend richting doom metal en, jawel, accenten die in de taal van het plebs sludge kunnen worden genoemd. Ondanks de stank die van de sound afspat is de plaat toch zeer gebalanceerd en klinkt ze zoals steeds weer wat tongue-in-cheek, niettegenstaande het feit dat “Slonk” naar eigen zeggen de meest serieuze Alkerdeel-creatie tot nu toe is. Het organische van de opname straalt ook door in de composities van de nummers, het gaat vloeiend van ongeremd meppen tot vernuftige baslijntjes en voldoende dynamiek om het geheel vlot weg te laten luisteren. Sonische poldermodder op zijn best! UGH!

CAS: 86/100

Alkerdeel – Slonk (Babylon Doom Cult Records & Consouling Sounds, 2020)
1. Vier
2. Eirde
3. Zop
4. Trok

Antzaat – For you men who gaze into the sun

Antzaat is een oud-Nederlands woord. Het betekent ‘hatelijk’ of ‘vijandig’. Als je antzaat bent, dan ben je vooral ‘tegen.’ De Belgische band Antzaat is in 2015 opgericht om de ‘creatieve frustraties van de leden kwijt te kunnen.’ Vocalist en gitarist Ronarg zit ook nog in Ars Veneficium. De andere leden hebben hun sporen vooral buiten de black metal verdiend. De band haalt hun inspiratie vooral uit bands uit de jaren ’90, bijvoorbeeld Sargeist, Behexen, Satanic Warmaster, Darkthrone en Ulver. Afgelopen oktober hebben ze hun tweede release uitgebracht nadat ze in 2017 debuteerden met de EP “The black hand of the father“. Het gaat om hun eerste langspeler met de naam “For you men who gaze into the sun.” Deze plaat is uitgekomen via Immortal Frost Productions van Ars Veneficium medelid Surtur. Ik moet bekennen dat mij de moed in de schoenen zonk bij het opzetten van de plaat. De intro stoot mij danig tegen het zere been. Ik ben groot fan van kerkorgels, maar voor mij is de eerste anderhalve minuut van de plaat een gruwel. Een kerkorgel is voor mij een imposant instrument, waar ook imposante muziek mee wordt gemaakt. Groots, overdonderend, dramatisch, dat zijn voor mij de kenmerken van orgelmuziek. De intro van de plaat biedt niets van dat alles. De plank wordt mijns inziens, volledig misgeslagen. Het intro biedt mij geen spanningsboog, geen drama en vooral geen overdondering. Gelukkig is dit ook letterlijk het enige zwakke punt van de plaat. De opener “Between the beginning and the end” doet mij denken aan het latere werk van Lutomysl, wat mij positief stemt. IJzige tremolo gitaren, een geprononceerde baslijn, episch slepend mid-tempo drumwerk doet mijn hart weer opleven. Ik hou van gelaagde muziek. De dissonante melodielijnen van de gitaren worden perfect ondersteund door de bas en drums en ook de vocalen voegen toe aan de dynamiek. Er is ruimte voor bijna heavymetal-achtige riffs, vooral in “For you men who gaze into the sun”. De plaat staat bol van variatie en melancholische epiek. De productie, in handen van Wolfthrone Studios uit Finland, is ronduit fantastisch. Voor mensen met nostalgie naar de jaren ’90 melodische black, maar dan met betere productie, kan je niet misgrijpen met deze plaat. Alleen dat intro… Na een aantal keer luisteren snap ik dat intro nog minder goed. Koop deze plaat en skip het intro is mijn advies.

MISCHA: 80/100

Antzaat – For you men who gaze into the sun (Immortal Frost Productions 2020)
1. Intro
2. Between the beginning and the end
3. For you men who gaze into the sun
4. Crown of concrete
5. Through the eyes of a rotten mind
6. Radiant fire
7. Veil of darkness
8. Man made flesh made God machine
9. And this day shall come again

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Ihloosuhree – In de fleur van de sleet

De review van ABRAHAMIC LIAR’s “genesis” EP maakte me bewust van het feit dat Ihloosuhree, wiens zanger op “genesis” te horen valt, onlangs een EP had uitgebracht die bijna tussen de mazen van het net glipte. Dat is hoogstwaarschijnlijk te wijten aan de labelswitch want Breathe Plastic Records en Ratking Records volg ik minder dan voormalig platenlabel Babylon Doom Cult Records. “Analysis paralysis” was een OK debuut dat soms wat te druk was en waarop de muzikanten te veel ideeën in één nummer wilden proppen. Benieuwd hoe de heren het er twee jaar later vanaf brengen. De intelligent opgebouwde, op Franse leest geschoeide black met een snuifje death klinkt bij momenten heel beklemmend, dissonant en overdonderend maar de eb- en vloedaanpak injecteert ook heel wat ademruimte tussen de verscheidene sonische aanvallen door. Zo neemt het titelnummer rustig de tijd om middels basgitaar en drum stelselmatig op te bouwen tot een eerste explosie onvermijdelijk wordt om nadien terug te gaan liggen ploeteren in de allesomvattende leegte waar zich gaandeweg post-rockachtige gitaren aan de getergde vocalen toevoegen. Ook opener “Niets als bodem” wordt door de ritmesectie in gang gezet en wisselt heerlijk slepende passages af met overdonderende uitbarstingen en melodieuze partijen. Het drumwerk is doorgaans een pak minder druk dan op de voorganger en blend deze keer veel beter met de rest van de muziek die in de soms lange instrumentale passages al eens de experimentele en psychedelische tour durft opgaan. Zo neigt de start van “The dubious upper hand in a burning world” wat naar het Mechelse Psychonaut, maar Ihloosuhree houdt er duidelijk van om de luisteraar plots uit zijn of haar trip terug de harde realiteit in te duwen middels een beklemmende brok extreme black metal. “Manifestation of the ultimate absurd“, dat u hieronder kan beluisteren, is mijn persoonlijke favoriet. Knap hoe de heren mij hier in de zinderende finale volledig weten te overmeesteren. “In de fleur van de sleet” (geweldige titel trouwens) heeft een krachtige en dynamische sound meegekregen die voldoende ademt en ruimte aan de basgitaar geeft. De gevarieerde, deeltijds Nederlands, deeltijds Engels screamende vocalen verkennen heel wat regionen en toonhoogtes (soms wat op het theatrale of avant-gardistische af) en zijn één van de sterkste punten van deze Belgische band die een mooie groei laat horen en een unieke positie in het Belgische extreme metallandschap weet in te nemen met zijn psychedelische/dissonante black!

JOKKE: 81/100

Ihloosuhree – In de fleur van de sleet (Breathe Plastic Records/Ratking Records 2020)
1. Niets als bodem
2. The dubious upper hand in a burning world
3. Manifestation of the ultimate absurd
4. In de fleur van de sleet

ABRAHAMIC LIARS – genesis

Op 15 april 2019 zagen we de Notre Dame in Parijs deels in vlammen opgaan. Het duurde een luttele 666 seconden alvorens de eerste memes verschenen waarin een grijnzende Varg te zien was. Die bleek er voor niets tussen te zitten. Die dag was het wel de allereerste bijeenkomst van enkele oudgedienden van de Belgische (extreme) metal scene die besloten hadden een lekkere pot black metal te gaan spelen. ABRAHAMIC LIARS werd geboren en de eerste zes nummers worden gelost op de EP “genesis” (de bandnaam moet trouwens steeds in hoofdletters en de albumtitel in kleine letters geschreven worden aldus de huisstijl van de band). “genesis” vormt het eerste deel van een trilogie van EP’s met telkens 6 nummers, you do the math. Muzikaal gezien werd de mosterd naar eigen zeggen gehaald bij first wave blackmetalbands als Celtic Frost, Venom, Bathory en Hellhammer, maar daar hoor ik eerlijk gezegd niet veel van terug. ABRAHAMIC LIARS klinkt mijns inziens immers een pak moderner en strakker. Voor de vocale invulling deden de muzikanten beroep op buitenstaanders. Twee per song met name, wat enkele leuke resultaten oplevert. De groovy openingsriff van “Black metal blues” doet me niet zo veel, maar gelukkig wakkert het blackmetalvuur na enkele seconden fel aan, hoewel het openingsthema nog regelmatig terugkeert en steeds als rustpunt dient alvorens het gaspedaal terug in te trappen. Achter de microfoon treffen we Tim (o.a. Works Of The Flesh en Izah) aan die vocaal de strijd aangaat met Cin (Seethr en Curse of The Ninth). Het zorgt alvast voor de nodige dynamiek en live zullen beide vocalisten de honneurs waarnemen. Hoewel Cin qua gestalte een goeie meter kleiner is dan Tim, moet haar hoge scream niet onderdoen voor diens diepere klanken. “Votre dame” lijkt op de ontstaansgeschiedenis van ABRAHAMIC LIARS te alluderen. Het is een erg compacte en uptempo compositie waarvoor Ihloosuhree’s Jonckm en Le Freux hun stembanden ter beschikking stelden en waarin we de nodige Zweedse meloblack invloeden terughoren. Dit is trouwens zowat het meest geslaagde vocale duel dat we op “genesis” horen. Muzikaal kan het verschil met “Schijnheilig/Schijnveilig” niet groter zijn. Want het tempo zakt hier serieus de diepte in en subtiele keyboards zorgen voor extra sfeer. Het nummer sleept zich grotendeels traag voort, hoewel naar het einde toe ook blastbeats van stal gehaald worden. De raspende strotten van dienst zijn die van Jorre (Grafjammer) en Galgenvot (Wrang, Nevel). In goede Grafjammer traditie levert dit een interessante Nederlandstalige tekst op. Voor “As I face death” werd opnieuw iemand van over de grens bereid gevonden om een bijdrage te leveren. En dat is niemand minder dan de IJslander Guðmundur Óli Pálmason (Katla., ex-Solstafir) wiens semi-clean screamende stembanden in gevecht gaan met de krijsende strot van Arneriach. Die laatste kennen we van Marche Funèbre, zo wat de meest populaire doomband van ons land, maar die in dit nummer terug zijn blackmetalverleden laat doorschijnen. Qua dynamiek zit het opnieuw snor want geselende uptempo passages worden afgewisseld met meer rockgetinte old-school riffs. De stemmen die we op het korte, old-school groovende “Inescapable lurking void” horen, kunnen we niet meteen plaatsen. Pedra en The Beyonder blijken in tal van mij onbekende Portugese acts te spelen en hun diepere stemmen geven dit nummer een hoog deathmetalgehalte mee hoewel het riffwerk wel nog zwartgeblakerde tinten bevat. Ontegensprekelijk de song waarin de muzikale referenties die de band aanhaalt het meest doorschemeren. En zo zijn we al vrij snel bij “A lesson in paranoia” aanbeland, muzikaal en compositorisch gezien mijn favoriet en met zes en een halve minuut speeltijd de langste song van “genesis“. Er wordt voortdurend gejongleerd met black- en deathmetalinvloeden, ook vocaal door Dennie ‘Duvelskèndj’ Grondelaers (L’opportuniste) en Niklaas ‘Sancti’ Reinhold (Artefacts, Chrysalis). De nadruk ligt nu natuurlijk op alle gastzangers en -zangeressen, maar ook muzikaal zit het hier wel snor met dynamische composities en een klassebak van een drummer (Jozef De Ridder). Met “genesis” levert ABRAHAMIC LIARS een geslaagd eerste visitekaartje af. Benieuwd naar deel twee en drie en wie daar allemaal de microfoon ter hand zal nemen.

JOKKE: 80/100

ABRAHAMIC LIARS – genesis (Eigen beheer)
1. Black metal blues
2. Votre dame
3. Schijnheilig/Schijnveilig
4. As I face death
5. Inescapable lurking void
6. A lesson in paranoia

Wolven – Generate mass violence

Wolven, het eenmansproject van de toch in onze contreien behoorlijk illustere Filip Dupont, is alweer aan zijn derde vrucht toe. Na een demo en een langspeler is hier het tweede album, dat met “Generate mass violence” een – naar goeie gewoonte – ontiegelijk duidelijke titel opgespeld kreeg. Voor de duidelijkheid – en voor de leken onder ons; wat we hier krijgen lijkt in de verste verte niet op wat we van de andere projecten van de beste man gewoon zijn. Wolven brengt een grauwe en snedige hardcorevariant die grotendeels bol staat van de crust en d-beat. Uiterst getormenteerde en klaarblijkelijk verbolgen vocalen, quasi-militante drumsalvo’s en vranke riffs die gemaakt zijn om te scheuren, niet om mee te slepen, vormen de basis op deze LP. Waar de uit 2015 afstammende demo “New world apocalypse” nog een groot crustfestijn was, is er op deze plaat meer ruimte voor variatie: met momenten drijft Wolven de boel op tot een grindcorewaardig tempo, even later is daar een gekscherend vorte breakdown. Alle elementen worden aardig in elkaar gehaakt en maken van deze opvolger van “Eight billion deathmarch” een stevig en smaakvol brouwsel. De plaat werkt het best wanneer de riffs virulent opbouwen en naar de keel grijpen, zoals op de feilloze opener, “Total lockdown”, die op een luttele 48 seconden heel erg weet bij te blijven. Of deze pieken iets te maken hebben met eerder opgedane ervaring bij projecten als Hemelbestormer, Mahlstrøm en Rituals Of The Dead Hand, laat ik voorts volledig in het midden – maar de uiterst fijngevoelige combinatie van al deze elementen zou wel eens iets heel groots kunnen voortbrengen.

JULES: 77/100

Wolven – Generate mass violence (Loner Cult/Back From The Grave Tapes 2020)
1. Total lockdown
2. Absolute
3. All is violence
4. Silence is golden
5. Life of lies
6. Narcist nation
7. Death cult
8. Discipline
9. Eject mode
10. Twice the needle
11. Degenerate
12. Anti anthem

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates