belgië

Slow – VI – Dantalion

Mijn kennismaking met Slow (kort voor Silens Lives Out/Over Whirlpool) was in 2017 toen “V – Oceans” uitgebracht werd, en het Belgisch duo wist me toen al een verstikkende trip aan te doen. Na een heropgenomen versie (met bonustrack) van “IV – Mythologiæ” kwam eind vorig jaar dan het tot nu toe laatste stuk in het verhaal, getiteld “VI – Dantalion”, naar de 71e demon in Solomons Lesser Key. Slow speelt funeral doom niet gewoon volgens, maar gaat verder op de regels van de kunst – de bandnaam is geen leugen. Sinds het eerst aangehaalde album nam Lore niet enkel de bas voor zich, maar ontfermt ze zich ook over de lyrics en songwriting in samenspraak met multi-projectionist en -instrumentalist Déhà (Aurora Borealis, Merda Mundi, Yhdarl, Cult of Erinyes, Wolvennest). Het resultaat is een album dat de bandnaam waardig is, en verre van het concept ‘riff’ eert. De klassieke piano die “Descente” inzet is een voorbode van de bijna orchestrale funeral doom die Slow naar ons hoofd gooit, waarbij keyboards en voornamelijk Déhà’s vocalen de sfeer scheppen – in plaats van lyrics te zingen fungeren zijn bombastische, uitgerekte grunts meer als instrument – en de 78 minuten durende speelduur vullen. Blijkbaar hebben we funeral doom nodig om eindelijk weer eens een full length die naam qua lengte waardig te gunnen. Ondanks het consistent trage, hier en daar met midtempo regionen flirtend tempo weet het duo wel voldoende variatie op te bouwen om niet binnen de paar minuten te gaan vervelen maar veeleer een lang uitgerekt klankbord te scheppen waarin je als luisteraar wordt meegezogen. Waar in “Lueur” de afdaling in de hel, die de songtitels omschrijven, nog enige hoop aanwezig lijkt te zijn, lijkt de gestorven ziel zo goed als hopeloos te zijn tegen de tijd dat “Futilité” er dertien minuten lang op inbeukt en waar een keyboardpassage voor een welkom rustpunt zorgt. “Lacune” is aanvankelijk dan weer het meest turbulente nummer en met “Incendiaire” krijgen we het meest gevarieerde en tegelijk opbouwende nummer van het album, waarbij de epiek meteen de hoogte in gestuwd wordt en het slopend trage tempo enkel zwaarder gaat klinken en uitgediept wordt – tot de keys op de voorgrond komen en een ridicuul cathartisch crescendo opbouwen, en meteen dé reden vormen waarom ofwel dit album, ofwel Clouds’ “Dor” op mijn nummer 11 van vorig jaar geëindigd zou zijn. Slow weet het voorgaande uur aan (durf ik het zeggen, gevarieerde) funeral doom op enkele minuten naar een absolute climax te spelen en sluit af met het zestien minuten durende, drum- en distortionloze “Elégie”, waarbij de luisteraar na een uur platstompende, bezwerende funeral doom eindelijk ruimte krijgt om de ingehouden adem uit te blazen. Funeral doom is een genre waarin het moeilijk is iets origineel te doen omwille van de aard van het beestje, maar Slow weet de aandacht vast te houden en een emotionele trip van jewelste neer te poten.

CAS: 86/100

Slow – VI – Dantalion (Code666 Records/Aural Music 2019)
1. Descente
2. Lueur
3. Géhenne
4. Futilité
5. Lacune
6. Incendiaire
7. Elégie

Forbidden Temple – Unholy rehearsal 2019

Rehearsal tapes; in lang vervlogen tijden verspreidden ze zich als een lopend vuurtje doorheen de metalen ondergrond. Anno 2020 lijken ze in het digitale tijdperk op sterven na dood te zijn. Dat is echter zonder enkele uitzonderingen gerekend die zich in de diepste krochten van de black metal-wereld bevinden. Vorig jaar bespraken we hier immers reeds een rehearsal tape van Dodenbezweerder en ook Forbidden Temple laat ons nu mee genieten van een intro en drie nieuwe songs die op een repetitie vastgelegd werden. Hoewel er ten opzichte van de vorige demo’s – onze landgenoten hebben precies nog steeds niet veel zin om voor een langspeler te gaan – niet veel aan het recept veranderd is, is het songschrijven er duidelijk op vooruit gegaan. Dat resulteert in een lading veelal mid-tempo black met ongecompliceerde maar pakkende riffs en melodieën waarbij toetsen niet uit den boze zijn. Up-tempo passages zoals in het geweldige “From the shroud of evil” worden echter niet vergeten en zorgen voor de nodige dynamiek. In “Forest wargod” houdt zanger/drummer Agaliarept een rustiger tempo aan en de riffs van Tenebrae en L.’ toetsenpartijen zijn best catchy te noemen. “Voices from beyond” lijkt terug voor een wat pittigere insteek te gaan, maar al snel verkiest het trio een mid-tempo aanpak om haar archaïsche klanken te verspreiden. Laat u niet afschrikken door het feit dat dit repetitieopnames zijn want Forbidden Temple heeft nog nooit zo “goed” geklonken als op deze onheilige sessie. Vrees ook niet dat de heren nu plots een pak toegankelijker klinken want Forbidden temple klinkt nog steeds vuig, groezelig en eerlijk. De tape wordt deze keer via Gramschap in plaats van Medieval Prophecy Records uitgebracht en is een aanrader voor eenieder die pure ouderwetse black aanbidt. Extra punten voor de übertrve zwart-wit geschminkte gezelligaard die lekker evil op zijn troon zit te poseren.

JOKKE: 82/100

Forbidden Temple – Unholy rehearsal (Gramschap 2019)
1. Intro
2. From the shroud of evil
3. Forest wargod
4. Voices from beyond

Phlegethon's Majesty – Downward journey to Tartaros domains

We keren nog even terug naar de laatste dagen van 2019 want op kerstdag bracht Medieval Prophecy records twee interessante tapes uit: de eerste demo van Effroi en eveneens een eerste demotape voor Phlegeton’s Majesty waarin enkele leden van Crypts Of Wallachia huizen, namelijk gitarist Prizrak en bassist Zabrava. De keyboards die deels de sound van Crypts Of Wallachia vormen, blijven bij dit Phlegeton’s Majesty achterwege. Het label haalt invloeden van een Clandestine Blaze, Legion of Doom en Darkthrone aan, drie referenties waarin we ons wel kunnen vinden. De vier nummers zijn van overtollig vet gestript en grijpen terug naar de essentie van black metal: grimmige riffs, ijskoude atmosfeer, demonische en haatvolle vocalen en energiek drumwerk. De repetitieve trance opwekkende riffs van opener “Sibyl’s blood-magick divination” missen hun effect niet en transporteren je terug in de tijd waarin black metal niet onderhevig was aan allerlei hippe trends. De drie volgende nummers liggen in elkaars verlengde en dat is meteen ook de enige kanttekening die ik maak: iets meer variatie zou welgekomen zijn want nu is het al vrij moeilijk om de songs onderling te onderscheiden, en het zijn er slechts vier. In “Acherontic endless pilgrimage” ontwaar ik wel een melodieuze gitaarlead-achtige partij waarvan er best meer mogen geïntegreerd worden in toekomstige composities. Net zoals op Crypts Of Wallachia’s “Drifting in the devil’s maze” is de sound van “Downward journey to Tartaros domains” erg goed voor een demo met extra aandacht voor de klanken in de lage regionen; geen superschel geluid dus. Thematisch gezien wordt er inspiratie gevonden in de Griekse mythologie. Zo verwijst de bandnaam naar een rivier die in Hades, de Griekse onderwereld, vloeide. De titel van de demo bevat dan weer een referentie naar de Griekse hel. Sterk spul van opnieuw een nieuwe speler in onze bloeiende black metal-scene. En extra punten voor Medieval Prophecy Records die een groot aandeel heeft in de aanvoer van nieuw Belgisch black metal-talent.

JOKKE: 81/100

Phlegethon’s Majesty – Downward journey to Tartaros domains (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Sibyl’s blood-magick divination
2. Drowning in the Cocytus maelstroms
3. Nekromanteion stygian gateways
4. Acherontic endless pilgrimage

Quaetdoener – Eternal wolf

Na het uiteenvallen van de Maldegemse death metal/grindcore band Headmeat, startten Nieke en Pui in 2005 Alkerdeel op. Drie van de andere zes leden vinden we nu terug in de nieuwe band Quaetdoener. Het logo en hoesontwerp doen dan misschien wel death metal verwachten, niets is minder waar want dit Oost-Vlaamse kwartet speelt onvervalste black als eerbetoon aan de iconen van de jaren negentig waar de heren mee opgroeiden. Er worden op “Eternal wolf“, het in eigen beheer uitgebrachte debuut, alvast geen compromissen gesloten want Quaetdoener raast en blaast dat het een lieve lust is. Wanneer er zoals in de titeltrack een black ’n roll passage passeert, komt een Taake vanachter de hoek piepen. In het eerste deel van een nummer als “Unshackled” komt het kwartet snedig uit de hoek maar al snel word een heuse portie rock ’n roll in het zwartmetaal geïnjecteerd en ook ritueel klinkende koorzang mag niet ontbreken, zonder dat deze band trouwens in het occulte hoekje geduwd kan worden. De heerlijke eindriff maakt van dit zes minuten durende nummer het hoogtepunt van de plaat. “Forged in the fire” gooit het aanvankelijk over een andere boeg en bevat mid-tempo gitaarwerk met Noorse inslag (denk aan een Kampfar) en een aanstekelijk meezingrefrein totdat de demonen ontketend worden en deze song in een helse furie overslaat. “Memento mori” is met acht en een halve minuut speelduur de langste compositie van dit plaatje. Het is een dynamische track met snelheidsuitbarstingen, mid-tempo riffs, rockende stukken en tremolo-melodieën. Ondanks de Oud-Vlaamse bandnaam krijst zanger Nuyt de teksten in het Engels waarbij iets meer afwisseling in het krijstimbre welgekomen zou zijn. Gelukkig bevat de muziek voldoende variatie om tot aan het einde bij de les te blijven. De rechttoe-rechtaan finale van “Memento mori” doet me wat aan de eerste twee Enthroned-platen denken, een mooi compliment wat mij betreft. In “I am the snake in your dreams” en het afsluitende “Black blood” bewijzen de heren wederom op de juiste momenten eventjes gas terug te nemen om daarna met een mokerslag terug te slaan én je in een wurggreep te houden. “Eternal wolf” zal in eigen beheer in een oplage van 100 stuks op CD verschijnen. Steun deze heren en schaf dit kleinood aan, al was het maar om ook onder de letter “Q” iets in de muziekcollectie te hebben staan pronken. Knap debuut!

JOKKE: 80/100

Quaetdoener – Eternal wolf (Eigen beheer 2019)
1. Eternal wolf
2. Farewell to the crown
3. Unshackled
4. Forged in the fire
5. Memento mori
6. I am the snake in your dreams
7. Black blood

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders

Het broederschap en wederzijds respect tussen Lugubrum en Urfaust is groot, héél groot. Zo viel Urfaust-drummer VRDRBR recent nog in voor Lugubrum-bassist Noctiz op twee Russische shows en in 2015 deelden beide bands een split (“Aalschuim der natie“). Vier jaar later herhalen ze dat concept nogmaals in de vorm van “Bradobroeders” die strikt gelimiteerd op 550 exemplaren door Ván Records uitgebracht wordt. Tegen de tijd dat u dit leest, bent u ofwel de trotse bezitter van dit werkje ofwel viste u achter het net aan en mag u reeds één week na verschijnen zo’n 80 euro of meer neerleggen voor een exemplaar dat door kapitalistisch uitschot op Discogs verkocht wordt. Zo’n lowlifes zijn de naam ‘muziekliefhebber’ onwaardig. Zowel Lugubrum als Urfaust hebben als gemeenschappelijke deler dat ze buitenbeentjes zijn in het respectievelijke Belgische en Nederlandse black metal-landschap. het Vlaamse trio zo waar nog meer dan het Nederlandse duo. Als we één kleur met Lugubrum mogen associëren is het zonder tegenspraak bruin. Zelf bestempelden ze hun experimentele muzikale output als brown metal, hun website benoemen ze “Lugubrum’s brown netherworld“, hun vijfde langspeler kreeg de niet mis te verstane titel “De bruyne troon” mee en het nummer dat ze voor deze split aanleveren is getiteld “Bruine moeder“. De associaties die deze titel kan oproepen, laat ik aan uw verbeelding over. Het trio experimenteert met jazzy klanken waarbij een speels orgel, een hoekig repetitief drumpatroon en ritmische basgitaar een bevreemdend muzikaal patroon neerzetten. Ik dacht 2 seconden met Oranssi Pazuzu te maken te hebben, maar dan zonder het overdonderende effect. Voeg daar nog de aparte zang (zowel helder als vervormd) van Midgaars aan toe en je krijgt een song die in de verte verte niets met black metal te maken heeft – het is een keurslijf dat Lugubrum al jaren ontgroeid is trouwens. Maar ik vraag me wel af of veel Urfaust-adepten dit zullen trekken. Wie openstaat voor een band als Grey Aura zal dit echter wel kunnen smaken. Benieuwd wat de voor februari 2020 geplande langspeler “Plage chômage” voor ons in petto zal hebben. Met deze schavuiten weet je nooit. Wanneer Urfaust aan de beurt is verandert de stemming van bizarre, haast luchtige free jazz naar het gekende recept van repetitief dronende duistere black, verdorven ambient, de hallucinogene meeslepende zang van IX en psychedelische leads. “Scabreusheden uit het tuchtarsenaal” bevat ook subtiele electronica en is één van de meest bezwerende composities die het duo de laatste jaren heeft geschreven. “Bradobroeders” is een split die muzikaal gezien ver uiteen ligt en waarbij vooral Urfaust me écht kon bekoren.

JOKKE: 80/100 (Lugubrum: 75/100 – Urfaust: 85/100)

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders (Ván Records 2019)
1. Lugubrum – Bruine moeder
2. Urfaust – Scabreusheden uit het tuchtarsenaal

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Possession/Spite – Passio Christi Part I/(Beyond the) witch’s spell & Possession/Venefixion – Passio Christi II/Necrophagous abandon

De klassieke muziek van Pergolesi, Vivaldi en Allegri en Doug Maxwell’s beiaardmuziek die de twee delen van “Passio Christi“, de nieuwe conceptuele splitreeks van Possession over de laatste uren van Jezus Christus, in- en uitluidt zou mijn grootouders nog wel hebben kunnen bekoren. De chaotische old school zwartgeblakerde metal of death die daartussen uit de speakers knalt, zou ongetwijfeld op minder bijval gerekend mogen hebben. Op één langspeler na (het uit 2017 stammende “Exorkizein“) bestaat Possession’s discografie voornamelijk uit korte releases. Onder de noemer “Passio Christi” verschijnen nu twee splits waarvoor de Belgen gelijkgestemde zielen vonden in het Amerikaanse Spite en, dichter bij huis, de Fransen van Venefixion. Twee namen die ik wel al heb horen waaien, maar écht bekend met hun werk ben ik niet. Opdracht van deze splits om daar verandering in te brengen. Possession trapt beide releases in gang. Doorheen de licht-chaotische extreme metal van de oude stempel waait bij wijlen een bestiaal windje, daar zit een tour met Black Witchery en Nyogthaeblisz ongetwijfeld voor iets tussen. Maar gelukkig worden hypnotiserende melodische leads in “Temptatio“, het felle compacte “Crux immissa” en het wat langere “Stabat mater” niet geweerd. Een door ondergetekende positief ontvangen evolutie. Op ritmisch vlak wisselen militant hakkende drumritmes mid-tempo partijen en swingende blasts af. Spite vervolledigt het eerste deel en de sound van dit eenmansproject bevat veel meer invloeden van pure snerpende black. Opnieuw echter op oude stoel geleest, met heel wat invloeden van een band als Negative Plane, op zich misschien niet zo verwonderlijk als je weet dat meesterbrein Salpsan van diens livebezetting deel uitmaakt. De in 2018 verschenen langspeler “Antimoshiach” moet ik precies toch maar eens opsnollen. De cover van het “Cruel creator” oudje van het Columbiaanse Manitú leunt dichter bij de sound van Possession aan. Voor het tweede deel klopte Possession bij Venefixion aan, een band met een nog vrij bescheiden discografie en een geluid dat zich overduidelijk in het doodsmetalen hoekje afspeelt, tenminste nadat de inluidende pianoklanken van “Egregore” uitgestorven zijn. Het contrast kan amper groter zijn, wanneer de bestiale death van Venefixion gedurende zeven en een halve minuut en verspreid over twee nummers op ons wordt afgevuurd. Flitsende leads klieven doorheen de asgrauwe lucht en zetten elk gebedshuis in vuur en vlam. Twee interessante releases waarbij me enerzijds Possession’s nieuwe insteek met hypnotiserend leadwerk positief bevalt en anderzijds Spite en Venefixion als interessante verder uit te spitten bands getipt worden.

JOKKE: P.C. I: 81/100 (Possession: 82/100 – Spite: 80/100)

Possession/Spite – Passio Christi part I/(Beyond the) witch’s spell (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – INRI
3. Possession – Temptatio
4. Spite – Beyond the witch’s spell
5. Spite – Cruel creator [Manitú cover]

JOKKE: P.C. II: 80/100 (Possession: 83/100 – Venefixion: 77/100)

Possession/Venefixion – Passio Christi part II/Necrophagous abandon (Iron Bonehead productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – Crux immissa
3. Possession – Stabat mater
4. Venefixion – Egregore
5. Venefixion – Necrophagous abandon
6. Venefixion – Ripped from the cross