belgië

Those Who Didn’t – Almost optimistic

Het Antwerpse Grimmsons was een band die we een mooie toekomst voorspelden, maar spijtig genoeg door enkele line-upwissels steeds wat leek tegengehouden te worden. Eind 2017 bleek het dan ook game over te zijn voor de band. Gitarist Fré Duran bleef echter niet bij de pakken zitten en richtte Those Who Didn’t op waarvoor hij bassist Patrice Van Damme (ex-Grimmsons, ex-Solid Spaces), drummer Michael-John Joosen (The Girl Who Cried Wolf, Moonbeast, Billie Rodney, Ebbenflow, ex-Grimmsons) en gitarist Jan Douws (King For A Day) aan boord hees. U ziet dat een zanger in deze line-up ontbreekt, maar niet getreurd want vocalen worden in de post-everyting en pre-nothing aanpak van Those Who Didn’t geenszins gemist. De eerste EP “Almost optimistic” laat – naar analogie met diens titel – vijf depressieve feel-good songs horen die, ondanks hun compacte vorm, heel wat in huis hebben. Het opzwepende “Barfly” is meteen een kopstoot van jewelste. “I’m not him I suppose” is bij aanvang misschien net wat té feel-good voor het gros van onze lezers, maar de weidse post-hardcore explosie maakt veel goed en beukt op onze gemoedstoestand in. “Warschauer Strasse” werkt middels beklijvende en melancholische melodieën en heel wat dynamiek naar dat lichtje aan het einde van de tunnel toe. “Out” doet hier zonder blikken of blozen nog een schepje bovenop. Ook “Trajectory“, dat vier minuten lang op ons inbeukt, maakt indruk en laat een krater in onze gehoorgang achter. De korte speelduur van de nummers werkt want de melodieën teasen ons, zonder uitgemolken te worden, waardoor je automatisch telkens weer naar die repeatknop teruggrijpt. Those Who Didn’t laat middels “Almost optimistic” meteen horen heel wat in huis te hebben. Nu hopelijk snel eens live aanschouwen, want naar’t schijnt knalt dit de kalk uit het plafond.

JOKKE: 80/100

Those Who Didn’t – Almost optimistic (Eigen beheer 2019)
1. Barfly
2. I’m not him I suppose
3. Warschauer Strasse
4. Out
5. Trajectory

Leegte – Abandon

Dankzij een YouTube-aanbeveling kwam ik in contact met Leegte, een nieuwe speler in onze vaderlandse black metal-scene. Midden mei werd een eerste demo de digitale melkweg ingestuurd die kortelings nadien reeds opvolging kreeg door de “Abandon” EP. Deze mini is goed voor vijfentwintig minuten zwart- en grijsgetinte atmosferische black waarbij meteen de goede productie opvalt, aangezien ik om één of andere reden een keldergeluid had verwacht. De nihilistische aanpak van het anonieme Leegte – het is vooralsnog giswerk wie achter de band schuilgaat – zit vervat in repetitieve gitaarriffs die gestaag naar melodische climaxen toewerken (zonder de emo-tour op te gaan) en ijle krijszang die net zoals bij een band als Cepheide ver naar achter in de mix zit en alzo één laag vormt met de muziek. De eb- en vloedaanpak zorgt – zoals het genre het betaamt – voor een dynamische spanning waarbij rustige passages overhellen naar sneller knuppelwerk, maar de catharsis blijft – hoewel “Woe unto him” en “Deny me your tears” wel beklijven – vooralsnog uit. Daarvoor zouden de riffs soms nog net wat pakkender en memorabeler moeten worden want de melodieën vervagen tamelijk snel in plaats van in het onderbewustzijn te blijven rondzweven. De demo laat een ruwer geluid horen, wat ik persoonlijk prefereer, omdat de r(a)uwe emoties dan harder binnenkomen. Desalniettemin een erg fijne kennismaking met dit Leegte dat laat horen voldoende potentieel in huis te hebben.

JOKKE: 75/100

Leegte – Abandon (Eigen beheer 2019)
1. Forsaken to the ire
2. Woe unto him
3. Deny me your tears

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace

Voor de gelegenheid van een 7 inch split sloegen het Belgische Ars Veneficium en het Russische Ulvdalir – over wiens meest recente langspeler “…Of death eternal” we erg positief waren – de handen in mekaar. De snelle, op Zweedse school gestoelde black van onze landgenoten, vond ik altijd maar wat dertien in een dozijn klinken, maar met “A thousand wheeping angels” laat de band wel horen vorderingen te hebben gemaakt. Het nummer wordt strak uitgevoerd en bevat enkele sterke tremolo picking riffs. Om boven de grote horde bands in het, zeg maar, Dark Funeral-straatje bovenuit te kunnen steken, zullen ze nog meer van dit soort nummers moeten schrijven. Ze zijn alvast goed op weg. Wanneer de Russen uit de startblokken schieten, valt meteen het verschil qua productie op. Initieel klinkt het rockende en hakkende “Litany of death” maar plat en mist het punch vergeleken met Ars Veneficium, maar uiteindelijk werkt deze sound wel voor dit type old-school black en scoort dit organische geluid beter dan de ietwat zielloze moderne sound van Ars Veneficium. En dat Russisch bekt echt wel lekker weg voor een black metalband. Ik heb geen idee wat de bindende factor tussen Ars Veneficium en Ulvdalir is, want zowel qua sound als stijl zijn er toch wel grote verschillen. Deze split is geen absolute must, maar wel onderhoudend voor fans van één of beide bands.

JOKKE: 73/100 (Ars Veneficium: 70/100 – Ulvdalir: 76/100)

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace (Immortal Frost Productions 2019)
1. Ars Veneficium – A thousand wheeping angels
2. Ulvdalir – Litany of death

Enthroned – Cold black suns

Nooit eerder zat er een gat van vijf jaar tussen twee opeenvolgende Enthroned-platen. Om maar aan te geven dat het na het verschijnen van “Sovereigns” duidelijk geen sinecure is geweest om met die elfde langspeler “Cold black suns” op de proppen te komen. Behalve op “Pentagrammaton” en “Obsidium“na, is Enthroned er nog nooit in geslaagd om twee opeenvolgende platen met dezelfde line-up in te spelen en ook nu vielen er twee personeelswissels te noteren. Bassist Phorgath hield het na elf jaar trouwe dienst voor bekeken (maar zat wel opnieuw achter de knoppen tijdens de opnames in de Blackout Studio) en werd vervangen door Norgaath (o.a. Coldborn, Grimfaug en Nightbringer). En op die moeilijke positie van tweede gitarist treffen we nu de Argentijn (!) Luis Cederborg aan. Nu u weer helemaal mee bent op vlak van line-up, kunnen we tot de muziek overgaan. Het moge duidelijk wezen dat “Cold black suns” niet de meest standaard Enthroned-plaat is geworden en dat we heel wat variatie te horen krijgen. In de vorm van het korte intense “Hosanna Satana” en het modern klinkende en claustrofobische “Vapula omega” vallen er nog wel enkele typische post-Sabathan-era Enthroned-nummers te bespeuren, maar een uitermate atmosferische en vrij toegankelijke song zoals “Silent redemption” en haar trippy start is toch wel een primeur voor onze vaderlandse blekkies. Het als een mantra opgebouwde “Aghoria” is met haar bezwerende gezangen een ander opvallend nummer dat boven de rest van de plaat uitsteekt net zoals de psychedelische insteek van het mysterieuze Oosters-klinkende “Oneiros” en haar rituele koorzang. “Beyond humane greed” is een song van contrasten op vlak van snelheid en bevat knappe psychedelische leads. Ook “Smoking mirror” heeft twee gezichten want na een mid-tempo start ontpopt het zich tot een razendsnel Enthroned-nummer waarin drummer Menthor volledig kan losgehen. Toch is er opnieuw ruimte voor een soort van kosmische atmosfeer die een link legt met het artwork waarvoor gitarist Neraath optekende. Het negen minuten durende “Son of man” borduurt hierop verder en heeft opnieuw een erg weids en open karakter waarbij ik soms wat Pink Floyd-invloeden in het gitaarwerk meen te bespeuren. Middels koorzangen die “Hail, Lucifer!” zingen komt er een einde aan deze avontuurlijke reis. Daar waar de laatste paar Enthroned-platen erg onderling inwisselbaar waren, siert het de band dat er met “Cold black suns” nieuwe wegen verkend worden. Puntje van kritiek is dat Enthroned in de blastpassages nogal steriel klinkt, een euvel dat ze sinds de laatste paar platen al hadden. Ik kan aannemen dat sommige fans wel eens zullen slikken bij de passages waar de band voluit voor atmosfeer gaat, maar ik smaak deze nieuwe invalshoek wel. Jankers die nog altijd op een nieuwe plaat in de stijl van “Towards the skullthrone of Satan” blijven hopen, zijn er ook nu weer aan voor de moeite en kunnen hun geld misschien beter op Sabathan inzetten.

JOKKE: 85/100

Enthroned – Cold black suns (Season Of Mist 2019)
1. Ophiusa
2. Hosanna Satana
3. Oneiros
4. Vapula omega
5. Silent redemption
6. Aghoria
7. Beyond humane greed
8. Smoking mirror
9. Son of man

Ish Kerioth – One of the twelve

Na een gesmaakte eerste release in de vorm van “Mass of the serpent” van het Gentse Serpent Mass, heeft Haunted by Ill Angels met Ish Kerioth nog een band uit het Gentse opgevist die de moeite waard is. JHCR, SNVN en JNDR houden er in tegenstelling tot hun collega’s een meer traditionele black metal-aanpak op na. De sound van de twee nummers werd vastgelegd in de Kosmik Womb Studio en is verrassend goed voor een demotape. Dit maakt dat het optimaal genieten is van “One of the twelve“, dat naar het einde toe een heerlijke riff bevat, en “Iskarioutha” dat wat aan landgenoten Possession doet denken. De twee nummers zitten technisch goed in mekaar en de muzikanten hebben oog voor de vele details zoals afwisselende zangstijlen en samples die het boeiend en dynamisch houden, hoewel Ish Kerioth verre van origineel klinkt. De titel van deze demo slaat gelukkig niet op de oplage waarin dit kleinood verschijnt want er zijn 100 stuks van gemaakt. Ik zou echter niet al te lang wachten om er één op de kop te tikken. Interessante nieuwkomer!

JOKKE: 80/100

Ish Kerioth – One of the twelve (Haunted by Ill Angels 2019)
1. One of the twelve
2. Iskarioutha

Serpent Mass – Mass of the serpent

Er is weer heel wat activiteit in de Belgische black metal-scene en daar zijn we bij Addergebroed heel blij mee. In navolging van Medieval Prophecy Records is er nu in de vorm van het Belgisch/Duitse Haunted by Ill Angels-label nog een nieuwe speler bij die diep in de krochten van de vaderlandse ondergrond spit om beloftevolle acts naar boven te halen. De eerste (cassette)release waar het label ons mee verblijdt, is er één van het Gentse Serpent Mass. De aliassen van de bandleden (J. Witchfvkker, J. Deathhammerer en M. Bestial Nekromancer) verraden meteen in welke hoek van het genre we het trio kunnen situeren en ook de allesbehalve subtiele songtitels laten niets aan de verbeelding over. Serpent Mass spuwt zeventien minuten lang een primitieve DIY-black metal sound uit waarin heel wat invloeden van war metal te horen zijn, vooral in een nummer als “Denunciation of Christ, bastard son of a worthless God“. Normaal gezien zijn we niet zo voor deze bestiale klanken te vinden, maar in het geval van Serpent Mass blijf ik toch getriggerd worden door deze barbaarse vuiligheid. Hoewel de nummers geen technische hoogstandjes laten horen, zijn ze toch minder eenvoudig en rechtlijnig dan wat er doorgaans door de vele Blasphemy- en Beherit-worshippers geproduceerd wordt. En ook de vocalen vertonen meer afwisseling dan wat er in deze muzikale niche gangbaar is. Het gebruik van keyboards voegt in “Grand conjuration of the master of the revolted, Lucifer” een sacraal sfeertje toe wat erg gesmaakt wordt. Toffe eerste release van Haunted by Ill Angels en we kunnen weeral op speurtocht gaan naar de identiteit van dit trio.

JOKKE: 75/100

Serpent Mass – Mass of the serpent (Haunted by Ill Angels 2019)
1. Hypnotic invocation / Unholy communion, feed upon the naked bitch
2. Denunciation of Christ, bastard son of a worthless God
3. Midnight’s deathslut
4. Grand conjuration of the master of the revolted, Lucifer

Āter – Vullighied

Dat het muzikaal gezien niet altijd van een leien dakje loopt, bewijst het West-Vlaamse Āter dat reeds in 1996 als éénmansproject het levenslicht zag. Er gebeurde echter niets met Āter totdat oprichter Wesley Beernaert (Satyrus, ex-Lemuria) in 2004 aan de slag ging met gitarist Mantarok en er een EP geschreven werd. Daarna sloeg het noodlot echter toe en door gecrashte computers ging het materiaal verloren. Jaren later konden er echter vier nummers van een kapotte harddrive gerecupereerd worden. Nadat ze deels opnieuw ingespeeld en geremastered werden, was de EP “Vullighied” eindelijk een feit. Leuk weetje is dat de teksten, die handelen over het misbruik van de elite tegenover het gewone volk, in een oeroude versie van het Vlaamse dialect neergepend werden. De vier nummers van deze EP klinken even archaïsch en old-school als de vuige boerske taferelen die we op de zwart-witte cover gadeslaan tijdens het beluisteren ervan. Het is een rechtlijnig black metal geluid dat, mede door het veelvuldig aanwezige china-cymbaal en het voortrazende tempo, regelmatig knipoogt naar de eerste twee Enthroned-platen en dat ik op basis van Wesley’s andere meer avantgarde en progressieve muzikale bezigheden eigenlijk niet verwacht had. “Vullighied” klinkt dan ook perfect alsof ie in 1996 had kunnen verschenen zijn, maar de riffs zouden nog wat pakkender moeten uitdraaien. Als bonus werd nog het sterk afwijkende “Diatomacious ooze” toegevoegd dat eerder in het blackened death en horrorhoekje kan geplaatst worden en waarin de vocalen een hysterische vorm aannemen. Deze avantgarde song werkt echter als een tang op een varken en het is me een compleet raadsel waarom Wesley dit futuristisch klinkend gedrocht wou koppelen aan vier veelbelovende oerconservatieve nummers. Ondertussen heeft Wesley de nodige muzikanten weten strikken om van Āter een volwaardige band te maken en muziek te schrijven. Benieuwd naar meer (als de lijn van de eerste vier nummers doorgetrokken wordt tenminste)!

JOKKE: 78/100

Āter – Vullighied (Eigen beheer 2019)
1. ‘d Oere
2. De strontroaper van Abjille
3. Oes vorvoadern vochten
4. Valkennacht
5. Diatomacious ooze