belgië

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion)

Vorig jaar deden we een klein vreugdedansje toen Paragon Impure na een afwezigheid van dertien jaar keihard terug sloeg met “Sade” en nu zijn we opnieuw in onze nopjes met het uit Tielt afkomstige Thronum Vrondor dat er ook maar liefst tien jaar heeft over gedaan om met een opvolger voor het op Dante Alighieri’s “La divina commedia” gebaseerde “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” uit de bus te komen. Nu niet dat het oude werk dezelfde impact had als Paragon Impure’s onovertroffen “To Gaius!“, maar Thronum Vrondor leverde met haar eerste twee platen toch ook uitmuntende Belgische black af. Paragon Impure-mastermind Noctiz is trouwens op het Thronum Vrondor-debuut “Vrondor I: Epitaph of Mass-Destruction” uit 2007 nog als gastzanger te horen, naast de kern van de band die op de eerste twee platen bestond uit Vrondor (gitaar en bas; Hellewacht en Demonizer) en Crygh (drums en zang; ex-Urzamoth en ex-Grimfaug). Sinds 2015 lijfde het duo echter zanger SvN (Dodengod) als versterking in en werd aan album nummer drie begonnen dat nu eindelijk via Pulverized het levenslicht ziet. Ondanks de lange pauze klinkt Thronum Vrondor anno 2019 niet spectaculair anders dan een decennium geleden. De black van het misantropische trio roept nog steeds een desolate atmosfeer en apocalyptische beelden van ziekte, plagen, moord, kwelling en dood op, maar klinkt misschien net iets progressiever dan vroeger. Nadat de inleidende tonen van “The well” weggeëbd zijn, start “A symbol of acrimony” – één van de langere tracks op de plaat – vrij atmosferisch en bombastische door een aanwellend keyboardtapijt, maar al gauw ontbloot het trio haar tanden en krijgen we vervaarlijk klinkende black te horen. De klankkleur van nieuwe zanger SvN geeft soms een death metal-insteek aan het geheel hoewel hij varieert tussen black- en death-vocalen. De drumsound doet me wel te klinisch aan en neigt naar geprogrammeerde drums. Het hieronder te horen “Ceremony of atonement” is één van de meer agressievere tracks van het album zonder echter het gevoel voor melodie te verbannen daar er tal van melodieuze gitaarleads passeren. Ook doorheen de titeltrack zweeft een apocalyptische gitaarlead zoals die bij het latere In-Quest ook veelvuldig aanwezig waren. In het rustige middenstuk van het extreme “Diety” wordt met semi-cleane geëxperimenteerd, maar dat overtuigt niet voor de volle honderd procent. Het korte “Vision of the seven tombs” bevat heuse striemende black metal-riffs en staat in schril contrast met het meer dan zeven minuten durende “Doom upon doom…” dat – zoals de titel doet vernoemen – een trage epische start kent. Thronum Vrondor zet de luisteraar echter graag op het verkeerde been want al snel volgen opnieuw verschillende extreme erupties die de spanningsboog strak opgespannen houden. De cleane epische zang die aan het einde van het nummer opduikt, werkt hier dan weer wel. Er komt heel wat info binnen wat een tijdje vraagt alvorens alles verwerkt is. “Ichor (The rebellion)” is dan ook geen easy listening-album geworden maar een plaat waarvan de texturen zich pas na meerdere luisterbeurten in je hersenpan nestelen en die heel wat diepte en een eigenzinnig karakter laat horen. Welkom terug heren!

JOKKE: 81/100

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion) (Pulverized Records 2019)
1. The well
2. A symbol of acrimony
3. Ceremony of atonement
4. Ichor (The rebellion)
5. Diety
6. …And then the fall
7. Vision of the seven tombs
8. Doom upon doom…
9. The Last Specs of a Dying Light

Saqra’s Cult – The 9th king

Het uit Brussel afkomstige Saqra’s Cult wordt dikwijls over het hoofd gezien in onze contreien en lijkt sterker op het buitenland gefocust te zijn dan op de thuismarkt. De kwaliteit van het debuut “Forgotten rites” uit 2017 loog er dan ook niet om en bewees dat de heren zeker kunnen meespelen op internationaal niveau. Het interessante aan Saqra’s Cult is dat het niet de zoveelste occulte of orthodoxe band is maar dat er met de Inca-cultuur voor een vrij origineel concept werd gekozen. De band probeert de wereld waarin we leven en de ontwikkeling van westerse religie te bekijken vanuit het perspectief van de Inca’s en zo in vraag te stellen. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat, naast gitarist S. Iblis (Possession, Maleficence), de Ecuadoriaanse drummer/ kunstenaar Gabriel Tapia mee aan het ontstaan van de band ligt en die man dus wel een link heeft met de Inca-cultuur. Na de release van het debuut hing Gabriel zijn drumstokken wegens tijdsgebrek echter aan de wilgen en werd de line-up – waarin we ook de Maleficence-leden Alkhöloïkh en Destroyer G terugvinden – herschikt. Gabriel is echter nog steeds bij de band betrokken aangezien hij het artwork verzorgt, een groot deel van de teksten voor zijn rekening neemt en sporadisch nog deelneemt aan het songschrijfproces. Het Inca-concept van het debuut is met andere woorden nog alom tegenwoordig op “The 9th king“, het tweede album van onze landgenoten dat met een speelduur van een half uurtje wel wat aan de korte kant is. Zeker omdat wat we horen verdomd lekker klinkt. Het is niet zo dat de nummers, zoals bij menig folkband of de leden van de Black Twilight Circle, bulken van de traditionele instrumenten, melodieën en gezangen. Neen, de tribal-achtige Inca-invloeden zijn, net zoals op het debuut, subtiel verweven in de vier nummers die een mix laten horen van black, death en thrash metal die wel wat gelijkenissen vertoont met een band als Possession, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het bijna tien minuten durende titelnummer is hier het beste voorbeeld van en bevat ook melodieuze accenten en enkele geweldige riffs zoals degene die op 7’12” de zinderende finale inluidt. “Endless devotion” bevat heel wat dynamiek en de galopperende drums stuwen het nummer rusteloos voort. In “Legends of Pururaucas” worden trage passages afgewisseld met vinnige uitbarstingen en een rockend refrein. Als kritische bemerking geef ik wel mee dat het de authentieke Inca-gezangen zijn die een herkenbare toets aan de nummers meegeven want enkele riffs in het eerste deel van “Last denial” zijn immers nogal onderling inwisselbaar met die van de andere nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op het blazoen van Saqra’s Cult.

JOKKE: 80/100

Saqra’s Cult – The 9th king (Amor Fati Productions 2019)
1. The 9th king
2. Endless devotion
3. Legends of Pururaucas
4 Last denial

Forbidden Temple – IV

Het uit Vlaamse klei opgetrokken Forbidden Temple passeerde eerder op het jaar al aan ons kritisch oor middels de split die de heren uitbrachten met het Nederlandse Ultima Thule. Nu is het de beurt aan demo “IV” waar Medieval Prophecy Records de undergroundliefhebbers opnieuw mee verblijdt nadat de tape eerder dit jaar in eigen beheer werd uitgebracht. Forbidden Temple speelt obscure black metal zonder al te veel poespas met een groezelige analoge sound. Denk aan oud Pools stuff genre Graveland. Hopelijk krijg ik Metal Sucks nu niet op mijn dak door deze bandnaam nog maar te vermelden! Middels gure gitaarriffs, helse screams, kletterende drums en mistige keyboardondersteuning massacreert het duo alle heilige huisjes en begraafplaatsen die het op haar weg tegenkomt. En daar heeft de primitieve black geen blastbeats of tremolo-riffs voor nodig. Simpel maar effectief. Het doet deugd om te zien dat er de laatste tijd weer heel wat activiteit is in de meest duistere steegjes van het Belgisch black metal-gebeuren. We hadden al Moenen Of Xezbeth, Perverted Ceremony en Zwarte Dood, maar Forbidden Temple mag hier gerust aan toegevoegd worden.

JOKKE: 71/100

Forbidden Temple – IV (Medieval Prophecy Records 2018)
1. Intro
2. Sortilèges
3. Unholy night of evil
4. Blasphemous howling
5. Outro

Zwarte Dood – Voor zijn glorie

Tweede demo voor het Belgische Zwarte Dood. De eerste tape “Van Kaïn’s zaad” kwam aan het eind van de zomer uit en katapulteerde ons meteen naar de donkerste winterdagen. Nu is het de beurt aan “Voor zijn glorie” (ra ra ra wie hier alom geprezen wordt) die de duisternis van deze decembermaand perfect omarmt. Mastermind ZD heeft met behulp van D en CV vier nieuwe nummers ingeblikt die aangevuld worden met de nodige intro, interlude, outro en coversong. Op de eerste demo werd Ildjarn geëerd, nu is het de beurt aan Thorns met een geslaagde versie van diens meest bekende en beste song “Ærie descent“. Het eigen materiaal kan opgesplitst worden in twee delen. De twee songs die voor het interlude passeren bulken van de agressie waarbij de demonische krijsen en krakende drumaanslagen de riffs (spijtig genoeg) wat naar de achtergrond duwen. Maar rauw is het zeker. In het lugubere en traag voortkruipende “Onze vervloekte bloedlijn” en het met een duivelse riff startende “Elf nagels voor de ziel” daarentegen neemt atmosfeer de overhand en worden de screams en drums meer op de achtergrond geduwd ten voordele van gitzwarte duisternis. Zwarte Dood staat gelijk aan old-school black metal die pure ongefilterde misantropie als boodschap uitdraagt. “Voor zijn glorie” is dan ook enkel bestemd voor individuen die in de diepste krochten van de underground op zoek zijn naar hun geliefkoosd gitzwart spul dat niet aan de moderne geluidsnormen voldoet. Of voor wie een antidote nodig heeft voor de melige kerstliedjes die we dezer dagen naar ons hoofd gesmeten krijgen. 

JOKKE: 75/100

Zwarte Dood – Voor zijn glorie (Invicta Requiem Mass 2018)
1. Aanvang  
2. Doodsaanbidding  
3. In de glorie van Baaltzelmoth  
4. Interlude 
5. Onze vervloekte bloedlijn 
6. Elf nagels voor de ziel  
7. Uitvaart  
8. Ærie descent (Thorns cover)

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings