belgië

Āter – Vullighied

Dat het muzikaal gezien niet altijd van een leien dakje loopt, bewijst het West-Vlaamse Āter dat reeds in 1996 als éénmansproject het levenslicht zag. Er gebeurde echter niets met Āter totdat oprichter Wesley Beernaert (Satyrus, ex-Lemuria) in 2004 aan de slag ging met gitarist Mantarok en er een EP geschreven werd. Daarna sloeg het noodlot echter toe en door gecrashte computers ging het materiaal verloren. Jaren later konden er echter vier nummers van een kapotte harddrive gerecupereerd worden. Nadat ze deels opnieuw ingespeeld en geremastered werden, was de EP “Vullighied” eindelijk een feit. Leuk weetje is dat de teksten, die handelen over het misbruik van de elite tegenover het gewone volk, in een oeroude versie van het Vlaamse dialect neergepend werden. De vier nummers van deze EP klinken even archaïsch en old-school als de vuige boerske taferelen die we op de zwart-witte cover gadeslaan tijdens het beluisteren ervan. Het is een rechtlijnig black metal geluid dat, mede door het veelvuldig aanwezige china-cymbaal en het voortrazende tempo, regelmatig knipoogt naar de eerste twee Enthroned-platen en dat ik op basis van Wesley’s andere meer avantgarde en progressieve muzikale bezigheden eigenlijk niet verwacht had. “Vullighied” klinkt dan ook perfect alsof ie in 1996 had kunnen verschenen zijn, maar de riffs zouden nog wat pakkender moeten uitdraaien. Als bonus werd nog het sterk afwijkende “Diatomacious ooze” toegevoegd dat eerder in het blackened death en horrorhoekje kan geplaatst worden en waarin de vocalen een hysterische vorm aannemen. Deze avantgarde song werkt echter als een tang op een varken en het is me een compleet raadsel waarom Wesley dit futuristisch klinkend gedrocht wou koppelen aan vier veelbelovende oerconservatieve nummers. Ondertussen heeft Wesley de nodige muzikanten weten strikken om van Āter een volwaardige band te maken en muziek te schrijven. Benieuwd naar meer (als de lijn van de eerste vier nummers doorgetrokken wordt tenminste)!

JOKKE: 78/100

Āter – Vullighied (Eigen beheer 2019)
1. ‘d Oere
2. De strontroaper van Abjille
3. Oes vorvoadern vochten
4. Valkennacht
5. Diatomacious ooze

Kludde – In de kwelm

Met nieuw werk van Kludde kent de Belgische black metal-scene haar zoveelste wederopstanding. Een jaar na de release van debuut “In den vergetelheid” werd in 2009 de stekker eruit getrokken totdat het in 2014 terug begon te kriebelen. Stichtend lid en zanger Uglúk hield het in 2015 voor bekeken maar gitarist Snoodaert – die er eveneens van in den beginne bij was – deed stug voort, verzamelde nieuwe bandleden en trok in 2018 de studio in met “In de kwelm” als resultaat. Het wordt bij opener “Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen” meteen duidelijk dat de Aalstse band nog nooit zo zwaar geklonken heeft als op dit nieuwe werk. Kludde rockt er meermaals als een soort zwartgeblakerde High On Fire op los met massieve riffs en een beukende ritmesectie. Een recht-voor-de-raap nummer als “Kludde IV” vormt een ware aanslag op de nekspieren en doet wat aan het Nederlandse Herder denken, des te meer daar er ook een melodieuze gitaarsolo passeert. Ook in “Bloedkoesj” gieren en scheuren de gitaren erop los terwijl Cerulean – die de plaat ook opnam – de longen uit zijn lijf brult en we horen de black metal-invloeden uit het verleden lichtjes doorschemeren. In “Schramoeille” wordt het tempo aanvankelijk teruggeschroefd en grossiert het kwartet opnieuw in een aanstekelijke mix van blackened sludge en stoner, maar aan het einde van het nummer laat drummer Vellekläsjer zien ook een blast uit zijn ledematen te kunnen trekken. “Kasteelke van verdoemenis” is melodieuzer van opzet en contrasteert met het heerlijk opzwepende “Poesjkapelle” waarin de zanger opnieuw een gitaarsolo in de strijd gooit. Meer black metal als in het furieuze “Schabouwelijke praktijken II: De commerçant” wordt het op “In de kwelm” niet. Goed om te horen dat Kludde het nog niet verleerd is om ziedende black te spelen! De “Laatste reis” breit een tien minuten durend einde aan de plaat en laat heel wat ruimte waarin gestaag de spanning opgebouwd wordt totdat de black metal-demonen opnieuw losgelaten worden en we een finale pandoering op ons muil krijgen. Kludde levert met “In de kwelm” een plaat af die het oude werk simpelweg verpulvert!

JOKKE: 85/100

Kludde – In de kwelm (Consouling Sounds 2019)
1. Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen
2. Kludde IV
3. Bloedkoesj
4. Schramoeille
5. Kasteelke van verdoemenis
6. Poesjkapelle
7. Schabouwelijke praktijken II: De commerçant
8. De laatste reis

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif

Bij de naam Hertogenwald denkt iedere rechtgeaarde black metal-fan natuurlijk meteen aan het slotnummer van Enthroned’s tweede plaat “Towards the skullthrone of Satan” waarop Venom’s Cronos te horen is. De song verwijst naar het Hertogenwoud, een groot Ardens bos in het uiterste oosten van België aan de grens met Duitsland en een “nieuw” black metalcollectief vond het woud wel passend bij hun concept van natuurverering en heidendom. Hertogenwald is een Belgisch-Frans woudlopersclubje waarbij de fransozen Guido Saint Rock (gitaar en synths) en Alrinack (zang, bas- en akoestische gitaar) de samenwerking aangaan met de Waalse drummer S. Nihil die we ook van Nartvind kennen. Hoewel het trio al sinds 2007 operatief is, brengt Medieval Prophecy Records nu pas diens eerste demo “Esprit tellurique primitif” uit. Het woordje “primitief” uit de titel is zeker ook van toepassing op de archaïsche black die we dertig minuten lang op ons afgevuurd krijgen. De sound kraakt en piept en de sfeer is er één van vuiligheid en aardse vergankelijkheid. De gitaarriffs zijn repetitief net zoals de continu doorhakkende drums die na een tijdje wel eentonig worden. Een andere drumbeat op tijd en stond zou de dynamiek zeker ten goede komen jongens! Alrinack zorgt gelukkig wel voor nog wat variatie door hoge screams af te wisselen met dieper gegrom waardoor het lijkt alsof er soms twee verschillende gekeelde speenvarkens te horen zijn. Af en toe gooit hij ook een spoken word stukje in de strijd waarbij opvalt hoe bijtend en agressief dat Frans wel niet klinkt. Links en rechts fleuren een keyboardlijntje of een stukje akoestische gitaar de boel wat op, maar over het algemeen is de sfeer bedrukkend en gitzwart. Wie in de jaren negentig is blijven hangen en een afkeer heeft van vooruitgang zal hier misschien wel plezier aan beleven. Ondanks dat we hier met een eerste demo te maken hebben, had ik toch iets meer verwacht van een band die reeds twaalf jaar actief is. Als luistertip kan ik “Réminiscence” aanbevelen, het beste nummer van de demo.

JOKKE: 68/100

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Purification (Introduction)
2. L’Haleine du marais
3. L’Œil de l’arbre
4. Anamnèse (Interlude)
5. L’Avertissement du crapaud
6. Réminiscence
7. Le noir chemin de l’Erèbe (Fin)

LVTHN/Häxenzijrkell – Split

De nacht van 30 april op 1 mei wordt ook wel Walpurgisnacht genoemd. Het is een van oorsprong Europees voorchristelijk feest dat gericht is op vruchtbaarheid en op de dunne scheidingslijn tussen leven en dood. Vooral heidenen en wicca’s hechten veel betekenis aan Walpurgisnacht en het Duitse volksgeloof wilde dat in deze nacht de boze geesten vrij spel hadden en er een heksenbal plaatsvond. Walpurgisnacht werd vooral door Goethes “Faust II” (1832) sterk gemythologiseerd. Vanwaar deze Wikipediaanse uiteenzetting hoor ik u denken? Walpurgisnacht laatstleden was immers ook de releasedatum van een split tussen onze landgenoten LVTHN en hun Duitse labelcollega’s Häxenzijrkell. De samenwerking tussen beide black metal-bands werd middels een 10 inch met exclusief materiaal voor het nageslacht vastgelegd. Onze klinkerloze beeldenstormers brachten twee nummers aan waarvan één coversong, namelijk Mayhem’s “Pure fucking armageddon“. Aangezien ze in het verleden ook al hun versie brachten van Katharsis’ “666” had ik eigenlijk een meer obscure keuze verwacht dan dit vrij voor de hand liggende nummer waarvan de uitvoering niets speciaals is. Het zal wel voor de jol geweest zijn. “The spirit of the flesh in the flesh of the spirit” is een nummer dat eveneens stamt uit de opnamesessies van de “Eradication of nescience” plaat en de “The spider goddess” EP. De vrij monotone en repetitieve riffs liggen in het verlengde van deze laatste release en samen met de gortdroge screams van zanger ZD hoor je meteen dat LVTHN hier aan het werk is. Het nummer wisselt snelle passages af met eerder black ’n roll gestuurd gitaargeweld wat dan weer goed aansluit bij de coversong. Gitarist DS poogt steeds een gevoel van onbehagen in zijn riffs te leggen en slaagt daar ook nu weer in. Het Duitse duo Häxenzijrkell komt middels deze split voor de eerste keer aan bod op Addergebroed hoewel de eerdere EP’s en demo in mijn collectie gehuisvest zijn. Bij onze oosterburen ligt de nadruk vooral op atmosfeer. Vocalen worden schaars ingezet tijdens het acht minuten durende “Blutsabbat” maar dat wordt naar goede gewoonte opgevangen door het veelvuldig gebruik van samples, deze keer uit “Cry of the Banshee” een uit 1970 stammende horrorfilm van Gordon Hessler rond een heksenjager. Vandaar waarschijnlijk ook de specifiek gekozen releasedatum. Ondanks de archaïsch klinkende, monotone en minimalistische riffs en de dunnere sound vergeleken met LVTHN’s bijdrage, ademt het nummer een vervreemdend en mysterieus sfeertje uit. Vette band toch!

JOKKE: 82/100 (LVTHN: 80/100 – Häxenzijrkell: 84/100)

LVTHN/Häxenzijrkell – Split (Amor Fati Productions 2019)
1. LVTHN – The spirit of the flesh in the flesh of the spirit
2. LVTHN – Pure fucking armageddon (Mayhem cover)
3. Häxenzijrkell – Blutsabbat

Forbidden Temple – Demo VI

Al een geluk dat de mannen van Forbidden Temple hun demo’s nummeren want ik ben ondertussen de tel kwijt. Dit zou volgens het Romeinse cijfer in de titel nummer zes moeten zijn en werd in eigen beheer uitgebracht in plaats van via Medieval Prophecy Records. Blijkbaar komen ook niet alle demo’s in het “commerciële” circuit terecht want demo nummer vijf is blijkbaar aan mijn voelsprieten ontsnapt. Zoals we van het duo Tenebrae en Agaliarept ondertussen gewend zijn, trakteren ze ons op een dikke 23 minuten groezelige black die teruggrijpt naar de good ol’ days. Forbidden Temple klinkt lo-fi, grimmig en primitiever dan ooit maar doorheen de wazige mist aan gure riffs en zo goed als ondefinieerbare drumaanslagen en verwrongen screams, zorgen de keyboards van L. voor een punt van herkenning. De productie – of het ontbreken ervan – is echter niet storend en past wel bij deze übergrimmige kelderblack voor fans van oude-Behemoth, Graveland, Moenen Of Xezbeth of Moonblood. Persoonlijk vind ik dit zelfs hun beste materiaal tot op heden.

JOKKE: 77/100

Forbidden Temple – Demo VI (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Clouds of majesty
3. Path to the wisdom of darkness
4. Impure seed
5. Winter’s tyranny
6. Outro

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged

Solfatare – Prémices

Er lijkt toch weer iets te bloeien in ons kleine Belgenland de laatste tijd, een hoogst welgekomen evolutie (straks worden die Nederlanders nog als enige actieve Beneluxland beschouwd wat underground metal betreft…). Twee jaar geleden dacht ik nog ‘amai, black metal is een beetje dood hier’ maar ondertussen hebben we de revival van Paragon Impure gehad, de geboorte van Moenen of Xezbeth en daar blijft het niet bij: bands en albums beginnen de laatste tijd precies als paddenstoelen uit de grond te schieten. Enter Solfatare, een Brussels collectief waarover amper iets geweten is, behalve de initialen waarachter de bandleden schuilgaan. Niet verbazend dit, gezien de demo (of is het een EP?) genaamd “Prémices” pas gisteren het levenslicht zag. Vooralsnog hangt de band ook nog niet vast aan een label en van info omtrent eventuele fysieke releases ontbreekt elk spoor. De drie blonde Bruxellois presenteren 3 nummers aan rechttoe rechtaan black metal waarbij het tempo consistent hoog wordt gehouden met dank aan de ietwat simpele, doch doeltreffende drumpatronen van T.G.T.H. Bij een eerste luisterbeurt van het zeventien minuten durende kleinood leg ik quasi meteen de connectie met het IJslandse Naðra gezien de sterke gelijkenis tussen de vocalen van zangers T.S.G.H. en Örlygur Sigurðarson: blaffende, woeste uithalen waarin gevoel boven techniek wordt gesteld (en waarbij La sale Famine de Valfunde (Peste Noire) eigenlijk ook als referentie kan worden aangehaald). Solfatare lost halfweg “Ontogenèse du malheur” even het gaspedaal om een dissonante riff in te leiden die – uiteraard – terug losbarst in een furie van blast beats. Qua schrijfstijl horen we Zweedse invloeden, alsook krijgt het tremolo-gitaarspel bijwijlen een orthodox karakter. De rauwe productie waaraan franjes ontbreken en waarbij niks werd opgeleukt geven de drie songs een vuil en ongemakkelijk kantje mee, terwijl alle instrumenten toch de ruimte krijgen om te ademen. De ijle gitaartoon past mooi bij de in het Frans vertolkte zang terwijl de drums en bas een stevig fundament vormen voor de middellange songs. Ik hoop oprecht dat deze jongens meer van zich laten horen, want ten eerste is het hoopgevend dat België terug ondergrondse vuiligheid begint uitspuwen, en ten tweede bevat “Prémices” een stevige flow die je vlot doorheen de kleine twintig minuten meesleurt. Een aangename verrassing!

CAS: 83/100

Solfatare – Prémices (independent, 2019)
1. Nocturne attrition
2. Ontogenèse du malheur
3. Ozymandias