belgië

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Ande – Vossenkuil

Ook al schrijf je reeds enkele jaren voor een underground metalblog die heel wat aandacht aan de scene van eigen bodem schenkt, toch kan je plots nog op een onontgonnen band stoten. Ande is er zo één. Het is het geesteskind van Jimmy Christiaens en met “Vossenkuil” is de Limburger al aan zijn derde langspeler toe. Hoe kan het in godsnaam dat we dan nu pas kennismaken met dit éénmansproject? Ook de platenmaatschappijen zijn zich blijkbaar nog niet bewust van dit Ande want vooralsnog wordt zijn muzikale output in eigen beheer uitgebracht. Nadat de ambient aanvangsklanken de toon gezet hebben, volgt met “Nachtwandeling” het eerste échte nummer en met een speeltijd van meer dan acht minuten ook meteen de langste compositie en een knappe binnenkomer. Op deze nocturnale tocht worden we vergezeld van atmosferische black met post-inslag en enkele melodieuze leadpartijen en subtiele glimmende toetsen die ons bij de hand nemen en doorheen de duisternis leiden. Het daaropvolgende “Beverdansen” laat meteen al een ietwat ander geluid horen. Het tempo ligt lager, er passeren verhalende heldere vocalen en de riffs zijn minimalistischer van opzet. Het melancholische nummer is tevens opener van geest en gevoel en er waart een vleugje second wave black metal door. Met “Eeuwig vuur” had ik opnieuw een opflakkering qua intensiteit verwacht, maar het tegendeel is waar. Jimmy gaat hier volop voor ingetogen atmosfeer met cleane gitaren, subtiele percussie, heldere zang (hoewel hij ook zijn raspende stem bovenhaalt) en meewoedige gitaren die een heuse shoegaze/post-rock sfeer neerzetten. Met “De hutten” en diens meerdere blastbeatpartijen neemt de muzikant een U-turn qua venijnigheid en hoewel de drums regelmatig ook voor een meer swingende beat zorgen, vind ik dit nummer maar doorsnee klinken. De monotone en clichématige gitaarlead die we op het einde nog voorgeschoteld krijgen, kan daar spijtig genoeg niet veel meer aan veranderen. Hierna is het tijd voor een cover van ons eigenste Lugubrum. Ande koos voor “Mijn koninkrijk van groen” dat op “Gedachte & geheugen” uit 1997 prijkt. Aan dit oorspronklijk slepende repetitieve nummer dat heel wat keyboards bevat, voegde Jimmy een mooie opbouw toe die gaandeweg tot een melodieuze finale openbloeit. Hierdoor past het nummer wonderwel tussen het eigen materiaal. In “Sneeuw op het meer” wordt opnieuw een brug gelegd tussen traditionele black metal en een meer atmosferische, natuurgedreven aanpak zoals we die ook bij een band als Fen horen. “Vossenkuil” kreeg door Jimmy een einde aangemeten dat is opgetrokken uit minimale dromerige ambient die overgaat tot dreunende akoorden en dit enkel ondersteund door een minimalistische beat. Wanneer de drums eerder op het album volle gas gaan, hebben ze een punchy sound meegekregen ook al zijn ze geprogrammeerd. Ondanks de soms clichématige basisriffs, heeft Jimmy wel een goed oor voor melodieën die gevoelens gaande van neerslachtigheid en melancholie tot een voorzichtig sprankeltje hoop uitdragen. Hoewel het volop zomert, wist Ande me toch een kleine driekwartier lang een herfstgevoel aan te meten. “Vossenkuil” laat heel wat progressie horen vergeleken met diens meer depressieve voorganger “Het gebeente” uit 2017 en is een mooi visitekaartje geworden dat een label als Immortal Frost Productions toch overstag zou moeten krijgen.

JOKKE: 78/100

Ande – Vossenkuil (Eigen beheer 2020)
1. Aanvang
2. Nachtwandeling
3. Beverdansen
4. Eeuwig vuur
5. De hutten
6. Mijn koninkrijk van groen (Lugubrum cover)
7. Sneeuw op het meer
8. Afsluiting

Ish Kerioth – Under unclean wings

Het regent de laatste tijd black metal demo’s van eigen bodem. En tussen dat aanbod aan tapes zit heel wat potentieel, zo ook Ish Kerioth, een band met leden van Kosmokrator en Lugubrum die met “Under unclean wings” aan hun eerste EP toe zijn, nadat eerder al de veelbelovende debuutdemo “One of the twelve” verscheen. Net als op die eerste tape draait de themathiek hoofdzakelijk rond Judas Iscariot, één van de twaalf apostelen en diegene die Jezus heeft verraden aan de Romeinse autoriteiten, waarna onze vriend gekruisigd werd. Zo verwijst de titel van het nummer “Akeldama” naar de bloedakker die aan Judas Iscariot geassocieerd wordt en trapt opener “In the circle of hunters” af met de aan een film ontleende Bijbelquote “Truly I tell you, one of you is about to betray me…”. Muzikaal gezien krijgen we vier heerlijke black metal nummers voorgeschoteld die een uitstekende – nog steeds rauwe – sound meekregen die werd vastgelegd in de Kosmik Womb Studio en een mastering kreeg van Temple Of Disharmony. Eerder dan pure agressie staat atmosfeer centraal hoewel SNVN het gaspedaal ondermeer in het titelnummer diep intrapt. We ontwaren zowel old-school (het riffwerk van JNDR) als meer moderne elementen (o.a. de vocale aanpak) in Ish Kerioth’s visie op black metal. De rond abrahamitische religies draaiende teksten worden door zanger/bassist JHCR op een sterke, geloofwaardige en ietwat ophitsende wijze neergezet wat bewijst dat een goeie zanger het muzikale niveau van een band nog net dat tikkeltje extra kan opkrikken. De aandachtige luisteraar zal in het riffthema aan het einde van het reeds aangehaalde “Akeldama” ongetwijfeld de melodie van Chopin’s “Dodenmars” herkennen. En inderdaad: dankzij Judas Iscariot zal Jezus geen kommiesjes ni meer doen. Deze EP verschijnt op tape via Haunted By Ill Angels en op vinyl via het Portugese Signal Rex. Daar waar de nieuwe lichting bij onze Noorderburen bijna steevast meteen voor langspelers gaat, doen onze nieuwkomers in black metal land het traag maar gestaag middels kleinere releases. Het wordt echter verdomd tijd dat er hier ook langspeelplaten als statement gemaakt worden die ons Belgenlandje internationaal als waardige leverancier van zwartmetaal op de kaart zetten. Ish Kerioth is zo’n band met dat potentieel.

JOKKE: 85/100

Ish Kerioth – Under unclean wings (Haunted by Ill Angels/Signal Rex 2020)
1. In the circle of hunters
2. Nothing in his name
3. Under unclean wings
4. Akeldama

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls

Of de bandnaam geïnspireerd is door het gelijknamige album van het Oostenrijkse Abigor weet ik niet; wat ik wel weet is dat er in Wallonië een serieuze verontreiniging van het leidingwater moet geweest zijn, want de ene na de andere nieuwe black metal band komt er uit de ondergrond naar boven gesproten. Drie vijfde van de line-up van Orkblut is actief bij Crypts Of Wallachia en ongeveer dezelfde drie vijfde bij Phlegethon’s Majesty, enkel zanger Cherna Dusha houdt er blijkbaar geen muzikale nevenactiviteiten op na. Deze twee zwartgeblakerde bands zagen hun eerste demo via Medieval Prophecy Records uitgebracht worden; idem voor Orkblut, en “Shadowmancer of the haunted knolls” is al meteen een schot in de roos. Orkblut geeft aan door het oude werk van Arckanum en Denial Of God geïnspireerd te zijn en daar kan ik me wel in vinden. Nadat de inleidende pianoklanken en regendruppels van het inleidende “The thickets have eyes” weggestorven zijn, krijgen we uptemo zwartmetaal met grimmig riffwerk voorgeschoteld. Drummer Napast placeert tussen het vele uptempo geknuppel ook enkele welgeplaatste passages waarin hij zijn basdrums lekker laat rollen. Wat ben ik fan van diens warme organische sound. Cherna Dusha bewijst over een gedegen strot te beschikken want zijn krijsstem bevat veel diepte en variatie en draagt ver. De heldere samenzang die meermaals ingezet wordt, geeft Orkblut’s muziek een pagan randje en op die manier is de link met hun Zweedse referentie dus terecht. Sommige riffs en vocale passages dragen ook die typische Oost-Europese melancholie in zich. In het zeven minuten durende “Lugubre call over misty swamps” gebruikt de zanger zijn stem ook op een verhalende manier of om een soort klaagzang ten berde te brengen. Het nummer – en tevens ook de demo – komt met een cleane zangoutro aan een (veel te vroeg) einde. Top spul!

JOKKE: 83/100

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls (Medieval Prophecy Records 2020)
1. The thickets have eyes
2. As Satan’s spark in breathless night
3. Ageless Sylvan labyrinth
4. Lugubre call over misty swamps

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard

De bandnaam zette me initieel op het verkeerde been daar ik black metal verwachtte, maar Dwaellicht situeert zich in de traagste regionen van het extreme metal genre. Funeral doom dus, lang geleden dat er hier nog zo’n traag plaatje passeerde. Dwaellicht is het project van twee leden van de progressieve death metal band Moss Upon The Skull die middels Dwaellicht hun voorliefde voor al wat traag is botvieren. De Brusselaars brachten in 2016 de digitale single “Het duistere licht” uit en vervolgen hun parcours nu met de EP “Te vuur en te zwaard” die qua fysieke uitgave momenteel op tape te scoren valt dankzij “Back From The Grave Tapes” en op CD via Cavernous Records. De EP bevat drie échte nummers en het korte folky akoestische instrumentaaltje “De dans der vlammen“, maar wie iets afweet van funeral doom weet dat drie songs toch al gauw een half uur kunnen omspannen, wat hier dus ook het geval is. Vanaf de openingstonen van het titelnummer druipen de weemoed en tristesse van de uitgesponnen riffs, wijds gespreide drumaanslagen en lang aangehouden grunts af. Somber klinkend akoestisch gitaargetokkel en treurige orgelklanken waarover verhalende heldere vocalen gedrapeerd zijn, versterken de begrafenissfeer en even later hakt een meeslepende gitaarlead verder op onze emoties in. “Het duistere licht“, dat dus een tweede leven krijgt op deze EP, is pakkend in zijn eenvoud en zal fans van Mournful Congregation en Evoken ongetwijfeld kunnen bekoren. Gitaarriffs moeten niet complex zijn om iets los te maken, dat bewijzen de heren ook in het bijna twaalf minuten durende “Vorst” dat een kille en gitzwarte ondertoon heeft en alle opgewekte emoties instant bevriest. Dwaellicht slaagt erin mij niet in slaap te wiegen met hun slepende death/doom, een hele prestatie! Dat komt niet alleen door het feit dat het duo pakkende nummers schrijft, maar ook door de speeltijd van een half uur, want bij funeral doom platen van meer dan uur maak ik het einde meestal niet meer bewust mee. Veelbelovende start voor Dwaellicht!

JOKKE: 78/100

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard (Back From The Grave Tapes/Cavernous Records 2020)
1. Te vuur en te zwaard
2. Het duistere licht
3. De dans der vlammen
4. Vorst

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial

Ars Veneficium – Usurpation of the seven

Hoewel Ars Veneficium nog maar toe is aan zijn tweede langspeler, zal de bandnaam nogal wat Belgen ten noorden van de taalgrens bekend in de oren klinken. Deze Limburgers timmeren namelijk al sinds 2013 langzaam aan de metalen weg uit de nationale ondergrond. Hun stijl is scherpe, Zweeds aandoende black metal. Snel en furieus, maar met voldoende gevoel voor melodie. Dat de heren een degelijke schijf bij elkaar konden schrijven was al duidelijk aan de hand van debuut full-length “The reign of the infernal king” uit 2016, maar waar die release te kampen had met een nogal dunne productie en wat speltechnische schoonheidsfoutjes, is “Usurpation of the seven” een moderne, vrij strakke plaat van formaat geworden. Eén die eigenlijk met gemak alle vorige werk overstijgt in kwaliteit. Het begint allemaal vrij klassiek met een korte ambient intro die overgaat in het razende “Wrath of life“, een track die de toon zet voor de rest van het album. Beukende blastbeats, snijdende gitaarlijnen en mid-range screams. Puik dus, al ben ik geen fan van de nogal zwevende gitaarsolo die kort voorbij komt. Volgende nummers “Devour the light” en “In sin, bred by madness” liggen in dezelfde lijn. Misschien een beetje jammer, want het – nochtans capabele – drumwerk gaat mij persoonlijk een heel klein beetje op de zenuwen werken. Dit omwille van het feit dat er te weinig nadruk ligt op het voetenwerk en er daarom iets teveel “getrommeld” wordt. Prima uitgevoerd, maar niet echt ondersteunend naar de eufonische gitaren toe. “De luiaard heerst” is een iets rustiger nummer, al is dat voor Ars Veneficium best een relatief adjectief. Opnieuw geen slecht nummer, maar toch iets te doelloos en met teveel parlando voor mijn smaak. “In the fires of eternity” is waarschijnlijk het meest toegankelijke – het is herkenbaar en afwisselend qua sfeer en tempo – nummer op deze CD en lijkt me een sterke, pompende live track in wording. Dan wordt het, voor mij althans, iets minder. De instrumentale black metal in het korte nummer “7” voelt teveel aan als filler en opnieuw wringt er iets aan de lead/solo op het eind. “Under the wings of beautiful darkness” is me net wat teveel van hetzelfde, maar een tikkeltje zwakker. Afsluiter “The flames of endless yearning” biedt dan wel wat variatie, het is helaas niet de juiste. Een opvallend pagan aandoende riff steelt daar namelijk de show, maar heeft eigenlijk geen goede plek in de rest van het nummer. En het is sneu dat het net daar, dan vrij abrupt stopt. “Usurpation of the seven” is een album waar ik een beetje mee in de knoop lig. Alles is ordelijk ingespeeld en ook de productie is kwalitatief prima. De muzikanten beheersen hun instrumenten en zijn goed in het maken van nineties Zweedse black metal. Toch zijn er kleinigheden die me na enkele luisterbeurten echt storen, zoals de nogal zwakke leads/solo’s en het gebrek aan een goed uitgewerkte basdrum. Ook zou ik de nummers misschien wat anders hebben verdeeld of de tweede helft van het album toch nog eens hebben overdacht zodat het kruid niet meteen is verschoten na de eerste tracks. Maar dat ligt misschien gewoon aan mij. Dat gezegd zijnde, blijft dit knap werk van Ars Veneficium, dat de jaren goed heeft benut om een professioneel product af te leveren dat zeker en vast internationaal gehoord mag worden.

Xavier: 78/100

Ars Veneficium – Usurpation of the seven (Immortal Frost Productions 2020)
1. Hymns Of chaos
2. Wrath of lifet
3. Devour The light
4. In sin, bred by madness
5. De luiaard heerst
6. In the fires of eternity
7. 7
8. Under the wings of beautiful darkness
9. The flame of endless yearning

Bones – Gate of night

Bones heeft tien jaar op de teller staan, maar lost slechts mondjesmaat muziek. In de vorm van “Gate of night” vuren de Belgen eindelijk nog eens niewe grafdeuntjes op ons af, ook al zijn het er slechts twee. Zoals we van Bones gewend zijn, hebben ze het niet zo begrepen op plastic klinkende en van technische virtuositeiten doordrongen death metal. En gelukkig maar! Dit is doodsmetaal die een organische en ruwe productie meekreeg (maar wel wat zwaarder klinkt dan de sound die we op “Awaiting rebirth” hoorden), waarbij flitsende solo’s stof vergarende skeletten in frut vaneen splijten, diepe echoënde grunts uit de beerput opborrelen en er dynamisch gemusiceerd wordt gaande van doomy passages tot alles vermorzelend en opzwepend gebeuk. De zeven minuten durende titeltrack is enerzijds met de nodige old school riffs geïnjecteerd – wat we alleen maar kunnen toejuichen – maar maakt ook plaats voor de nodige mystieke atmosfeer. Great FUCKING death metal! En nu werk maken van een langspeler!

JOKKE: 81/100

Bones – Gate of night (Blood Harvest 2020)
1. Utterance beyond death
2. Gate of night

Slaughter Messiah – Cursed to the pyre

Old School is the new black‘ moeten de heren van het Belgische Slaughter  Messiah hebben gedacht. Na een slordig decennium komt de band met onder meer Sabathan (ex-Enthroned) in de gelederen op de proppen met een eerste full CD die – als je de band kent – klinkt zoals je zou verwachten, namelijk ouderwetse thrash metal met wat black metal invloeden. “Cursed to the pyre” is een release volgens de klassieke thrashy regels van de kunst: knullige cover, opvallend geleende riffs hier en daar – luister bijvoorbeeld maar naar de track “Hideous affliction” –  en een geluid dat afwisselt tussen chaotisch en strak. Dat gezegd zijnde klinkt alles best treffelijk en is het duidelijk dat de band met de spreekwoordelijke volle goesting speelt en de instrumenten ook degelijk beheerst, waarbij vooral de goede vocalen opvallen. Helaas is elk nummer nogal volgens het boekje en is die herdruk wel enigszins afgezaagd. Begrijp me niet verkeerd, dit is hoegenaamd geen slechte release, maar de plaat had dertig jaar geleden gewoon meer indruk gemaakt op een versie van mezelf die dit nog geweldig vond. Dit soort ‘worship of days gone by‘ heeft zeker een plaats, maar is simpelweg niet aan mij besteed zonder ergens een vernieuwende toets en dit geldt trouwens voor eender welk genre. Uiteindelijk is dit misschien wel zo een band die staat of valt met hoe ze het op termijn live zullen waarmaken. Intussen kunnen mensen die niet genoeg krijgen van bands als Dark Angel dit zeker kopen. Verder zou ik aanraden om het een kans te geven en een eigen oordeel te vormen. 

Xavier: 75/100

Slaughter Messiah – Cursed to the pyre (High Roller Records 2020)
1. From the tomb into the void
2. Mutilated by depths
3. Pouring chaos
4. Hideous affliction
5. Descending to black fire
6. Pyre
7. The hammer of ghouls
8. Fog of the malevolent sore