belgië

Iteru – Ars moriendi

Het mysterieuze Iteru blijkt uit leden met een Belgisch paspoort te bestaan. Nogmaals het bewijs dat er heel wat moois in onze vaderlandse scene aan het gebeuren is. “Ars moriendi” betekent in het Latijn zo veel als “de kunst van het sterven” en is het eerste teken van leven dat onze landgenoten laten horen. Het kleinood kwam oorspronkelijk vorig jaar al op cassette uit via Helter Skelter Productions, maar na tot drie maal toe uit te verkopen, slaan Blood Harvest en Regain Records nu de handen in elkaar voor een CD- en LP-release. Hoewel de band uit anonieme leden bestaat die hun sporen reeds in klassieke black metal-bands verdiend zouden hebben, speelt Iteru zich af in het doom/death-wereldje. De occulte saus druipt van opener “Through the Duat” af. Het tergend trage tempo en de sacrale cleane gezangen lijken een plechtstatig begrafenisritueel in te luiden totdat imposante diepe grunts en loodzware riffs het overnemen en er een monolithisch klinkend geheel wordt neergezet waarin echter ook ruimte blijft voor melodieuze leads. In “We the dead” stijgt het tempo middels rollende dubbele bassen een beetje en eisen de gorgelende vocalen en pakkende leads opnieuw alle aandacht op. De zang neemt me zo’n vijfentwintig jaar mee terug in de tijd en doet me op één of andere manier denken aan hoe Ancient Rites’ Gunther Thijs klonk in een nummer als “Crucifixion justified (Roman supremacy)“, hoewel de muzikale stijl natuurlijk niet te vergelijken valt. “Salvum me” trekt de lijn van het vorige nummer door maar bevat ook cleane gitaarpartijen als rustpunten waardoor de dynamiek goed bewaard blijft en door het inzetten van koorzangen en het geluid van luidende klokken klinkt deze song bovendien onheilspellend. “We are doomed”!, you know? Het serene en trieste gevoel dat afsluiter “To the gravewarden” uitdraagt wordt nog extra in de verf gezet door de folky intro waarna slepende leads en allesvermorzelende doodsgrunts elk lichtpuntje dat er nog in je miserabele leventje was wegzuigen. Wanneer de muur van geluid stilvalt, nemen atmosferische klanken en een verhalende diepe stem het over om nadien een heuse eindversnelling richting finish in te zetten. “Ars moriendi” is een overtuigend visitekaartje van een band waar we nog wel wat van zullen horen. Doom/death-fans horen deze EP – in welk fysiek formaat dan ook – verplicht in de kast te hebben staan.

JOKKE: 80/100

Iteru – Ars moriendi (Helter Skelter Productions/Blood Harvest/Regain Records 2018)
1. Through the Duat
2. We the dead
3. Salvum me
4. To the gravewarden

Soul Dissolution – Nowhere

Met haar tweede langspeler “Stardust” wist Soul Dissolution ons eerder dit jaar best te verbazen. De heren Jabawock en Acharan zaten duidelijk in een creatieve flow want ze trakteren ons alweer op nieuw werk, deze keer in de vorm van een twee-songs-tellende EP die toch op een mooie vierentwintig minuten speeltijd aftikt. Nieuw is dat het kernduo op deze EP wordt bijgestaan door haar live-drummer Celestial die we ook van death metal-band Bones kennen. Op de opgekrikte songspeelduur en de nieuwe trommelaar na, merken we geen grote veranderingen in het Soul Dissolution-kamp. We krijgen met andere woorden nog steeds melodieuze en atmosferische black metal te horen die fans van Agalloch, Alcest en consorten wellicht zal bekoren. Doorheen de pakkende melodieën schemert een post-rock-vibe die de luisteraar naar explosieve hoogtepunten meevoert terwijl de rustige passages een zeker tristesse uitstralen. Alle drie de muzikanten laten zich van hun beste kant zien: zanger Acharan brengt het verhaal over pijn en doorzettingsvermogen na een tegenslag op een emotionele en geloofwaardige manier, snarenplukker Jabawock heeft een goed oor voor pakkende riffs en melodieën en ook Celestial blijkt een goede aanwinst te zijn met zijn dynamisch drumspel. En op momenten dat het voor sommigen misschien té liefelijk en weemoedig begint te klinken, wordt het gaspedaal ingedrukt en laat Soul Dissolution zien nog steeds een zwartmetalen kern te bevatten. Tijdens de intieme gitaartokkelmomenten verandert de rauwe zangstem meermaals in spoken word-vocalen die me in “Fading darkness” meer bevallen dan in “Road to nowhere“. Voor de rest valt hier niet veel negatiefs op aan te merken. Ik betrap me na het beluisteren van de EP dan ook telkens op het neuriën van de pakkende melodieën die soms minutenlang aangehouden worden zoals ook een Forgotten Tomb dat kon. Puike EP!

JOKKE: 83/100

Soul Dissolution – Nowhere (GS Productions 2018)
1. Road to nowhere
2. Fading darkness

Carnation – Chapel of abhorrence

Het is nog eens tijd voor een op-en-top old school death metal plaat vol Zweedse crunch en dan nog wel één van eigen bodem. Hoewel het kwintet Carnation nog niet veel jaartjes op de teller heeft staan, klinkt dit doodseskadron als een doorwinterde machine. Op de “Cemetary of the insane” EP uit 2015 liet de band horen heel wat in haar mars te hebben. Ook Season Of Mist was dat blijkbaar opgevallen, want zij lijfden onze landgenoten in. “Chapel of abhorrence” bevat elf nummers en is met zevenenveertig minuten speeltijd vrij lang voor een plaat in het genre. Nochtans boeit het album de volledige rit en zit de koek er dankzij het uptempo spel en dynamiek van de plaat voor je het weet op. Opener “The whisperer” is meteen de langste song van de plaat en tovert met haar raggende riffs, bulderende grunts en hakkende drums meteen een grijns op mijn gezicht. Frontbeest Simon Duson bewijst een oerdegelijke grunt te bezitten die vrij verstaanbaar de lyrics vol dood en verderf in het rond spuwt. Gitaristen Jonathan Verstrepen en Bert Vervoort weten in elke song wel degelijke death/thrash-riffs uit hun mouw te schudden en steken de nummers gelukkig niet tjokvol nietszeggende solo’s. De ritmesectie bestaande uit bassist Yarne Verheylen en drummer Vincent Verstreepen houdt de touwtjes strak in handen en perst er zo ongeveer elk bestaand death metal-ritme uit. Tussen alle dissonante en van enige structuur ontvreemde death metal die ik doorgaan draai door, doet het eigenlijk deugd om nog eens de straightforward kick-ass variant te horen. Carnation eert dan ook de oerbands uit het genre en schreef meerdere nummers die een strofe-bridge-refrein skelet bevatten met daarrond een heerlijk vette riffmassa. Nummers als “Hellfire“, “Sermon of the dead” of de titeltrack zijn dan ook gemaakt om luidkeels op mee te brullen en – voor wie nog kan – de lange haren in het rond te laten zwiepen. Carnation bewijst echter geen one-trick pony te zijn en blaast ons zowel met mid-tempo als retesnel werk van onze sokken. Als ik dan al eens in the mood ben voor dit soort no-nonsense brutaal doodsmetaal, grijp ik steevast naar iets van Bloodbath, maar voortaan is deze “Chapel of abhorrence” van Carnation een mooi alternatief…of toch alvast totdat de nieuwe Bloodbath arriveert.

JOKKE: 85/100

Carnation – Chapel Of abhorrence (Season Of Mist 2018)
1. The whisperer
2. Hellfire
3. Chapel of abhorrence
4. The unconquerable sun
5. Disciples of bloodlust
6. Hatred unleashed
7. Plaguebreeder
8. Magnum chaos
9. Sermon of the dead
10. Fathomless depths
11. Power trip

Zwarte Dood – Van Kaïn’s zaad

Black metal heb je in alle maten en gewichten. Van extreem technisch, avant-garde, progressief en dissonant spul tot simplistische, rechtlijnige en ruwe ketelherrie. Het nieuwe Belgische Zwarte Dood – suffe bandnaam wel –  houdt niet zo van technische snufjes en complexe toestanden en richt zich tot de oerkrachten van het genre zoals dat zich begin jaren negentig manifesteerde. Na de verplichte ambient-intro, schiet de titeltrack van deze demo uit de startblokken waarbij ruw, haatvol en vernietigend de codewoorden zijn. Tussen de feedbackende gitaren en het gekraak van de punky galopperende drums, perst main man ZD haatdragende vocalen uit zijn salpeterstrot. Simpel maar effectief. “Ik roep de duisternis aan me te omarmen” is geen standaardnummer daar het eerder een collage van getormenteerde vocalen, penetrerende feedback en demonische noise behelst. Halfweg valt een trage drumbeat in die de song naar ongefilterde misantropische haat leidt. De duivels teringherrie van het ondergeproduceerde “Het naamloze pad” manifesteert zich opnieuw via punky, rockende riffs en tonnen gekraak, feedback en noise. Afsluiten doet Zwarte Dood met “Nacht en mist” een cover van het Ildjarn-Nidhogg-nummer “Natt og tåke” van diens “Norse” EP, dan weet je meteen ook waar de mosterd gehaald werd. Zwarte Dood brengt echter een nog r(a)uwere versie van het origineel. Dit is geen black voor tere zieltjes.

JOKKE: 72/100

Zwarte Dood – Van Kaïn’s zaad (Signal Rex 2018)
1. Aanvang 
2. Van Kaïn’s zaad
3. Ik roep de duisternis aan me te omarmen
4. Het naamloze pad
5. Nacht en mist

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge