belgië

Forbidden Temple – Demo VI

Al een geluk dat de mannen van Forbidden Temple hun demo’s nummeren want ik ben ondertussen de tel kwijt. Dit zou volgens het Romeinse cijfer in de titel nummer zes moeten zijn en werd in eigen beheer uitgebracht in plaats van via Medieval Prophecy Records. Blijkbaar komen ook niet alle demo’s in het “commerciële” circuit terecht want demo nummer vijf is blijkbaar aan mijn voelsprieten ontsnapt. Zoals we van het duo Tenebrae en Agaliarept ondertussen gewend zijn, trakteren ze ons op een dikke 23 minuten groezelige black die teruggrijpt naar de good ol’ days. Forbidden Temple klinkt lo-fi, grimmig en primitiever dan ooit maar doorheen de wazige mist aan gure riffs en zo goed als ondefinieerbare drumaanslagen en verwrongen screams, zorgen de keyboards van L. voor een punt van herkenning. De productie – of het ontbreken ervan – is echter niet storend en past wel bij deze übergrimmige kelderblack voor fans van oude-Behemoth, Graveland, Moenen Of Xezbeth of Moonblood. Persoonlijk vind ik dit zelfs hun beste materiaal tot op heden.

JOKKE: 77/100

Forbidden Temple – Demo VI (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Clouds of majesty
3. Path to the wisdom of darkness
4. Impure seed
5. Winter’s tyranny
6. Outro

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged

Solfatare – Prémices

Er lijkt toch weer iets te bloeien in ons kleine Belgenland de laatste tijd, een hoogst welgekomen evolutie (straks worden die Nederlanders nog als enige actieve Beneluxland beschouwd wat underground metal betreft…). Twee jaar geleden dacht ik nog ‘amai, black metal is een beetje dood hier’ maar ondertussen hebben we de revival van Paragon Impure gehad, de geboorte van Moenen of Xezbeth en daar blijft het niet bij: bands en albums beginnen de laatste tijd precies als paddenstoelen uit de grond te schieten. Enter Solfatare, een Brussels collectief waarover amper iets geweten is, behalve de initialen waarachter de bandleden schuilgaan. Niet verbazend dit, gezien de demo (of is het een EP?) genaamd “Prémices” pas gisteren het levenslicht zag. Vooralsnog hangt de band ook nog niet vast aan een label en van info omtrent eventuele fysieke releases ontbreekt elk spoor. De drie blonde Bruxellois presenteren 3 nummers aan rechttoe rechtaan black metal waarbij het tempo consistent hoog wordt gehouden met dank aan de ietwat simpele, doch doeltreffende drumpatronen van T.G.T.H. Bij een eerste luisterbeurt van het zeventien minuten durende kleinood leg ik quasi meteen de connectie met het IJslandse Naðra gezien de sterke gelijkenis tussen de vocalen van zangers T.S.G.H. en Örlygur Sigurðarson: blaffende, woeste uithalen waarin gevoel boven techniek wordt gesteld (en waarbij La sale Famine de Valfunde (Peste Noire) eigenlijk ook als referentie kan worden aangehaald). Solfatare lost halfweg “Ontogenèse du malheur” even het gaspedaal om een dissonante riff in te leiden die – uiteraard – terug losbarst in een furie van blast beats. Qua schrijfstijl horen we Zweedse invloeden, alsook krijgt het tremolo-gitaarspel bijwijlen een orthodox karakter. De rauwe productie waaraan franjes ontbreken en waarbij niks werd opgeleukt geven de drie songs een vuil en ongemakkelijk kantje mee, terwijl alle instrumenten toch de ruimte krijgen om te ademen. De ijle gitaartoon past mooi bij de in het Frans vertolkte zang terwijl de drums en bas een stevig fundament vormen voor de middellange songs. Ik hoop oprecht dat deze jongens meer van zich laten horen, want ten eerste is het hoopgevend dat België terug ondergrondse vuiligheid begint uitspuwen, en ten tweede bevat “Prémices” een stevige flow die je vlot doorheen de kleine twintig minuten meesleurt. Een aangename verrassing!

CAS: 83/100

Solfatare – Prémices (independent, 2019)
1. Nocturne attrition
2. Ontogenèse du malheur
3. Ozymandias

Drawn Into Descent – The endless endeavour

Eind februari…de koude is nog in het land maar de dagelijkse dosis zonlicht neemt stilaan toe. De eerste zonnestralen schemeren door de ochtenddauw en de natuur begint zich stilaan op te maken voor een nieuw leven. De Mechelse band Drawn Into Descent vond deze periode ideaal om haar tweede album “The endless endeavor” uit te brengen. Het tweespel tussen het lengen van de dagen en de toch nog kille nachten wordt perfect vertolkt middels de dualiteit tussen enerzijds dromerige blackgaze-tapijten en post-rock-gitaarlijnen en anderzijds heftige atmosferische black metal-passages. Op zich werd er dus niet al te veel gesleuteld aan de formule die we kennen van het selftitled debuut dat fans van Agalloch, Forgotten Tomb en Alcest zou moeten kunnen bekoren. De hevige zwartgeblakerde stukken in opener “Dystopia” klinken grimmiger vergeleken met de voorgaande plaat en er wordt ook iets minder gesoleerd. De weids klinkende post-rock grandeur tiert wel nog welig in een nummer als “Wither” terwijl het kwartet in “Death…” ook durft flirten met een bijna goth rock-achtig geluid à la Klimt 1918 (doet er mij aan denken dat ik hun comebackplaat uit 2016 nog altijd eens moet opsnorren). Op deze korte song na, neemt Drawn Into Descent de tijd om haar lang uitgesponnen nummers langs persoonlijke hoogtes en laagtes te stuwen. Gevoel staat sowieso centraal bij deze band die deze muziek louter voor zichzelf speelt en ook geen specifieke boodschap uitdraagt. Leg gewoon de plaat op, zet de speakers op tien, laat je meevoeren doorheen deze pakkende atmosferische black metal-trip en interpreteer de muziek zoals je zelf wil.

JOKKE: 81/100

Drawn Into Descent – The endless endeavour (Avantgarde Music 2019)
1. Dystopia
2. Wither
3. Death…
4. …Embrace me
5. The endless endeavour

Heinous – Demo I

De nieuwe extreme metal-bands blijven de laatste tijd als paddenstoelen uit de Belgische ondergrond schieten en daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Het vrij jonge Medieval Prophecy Records heeft een groot aandeel in het opsporen van dit subterraan talent. Het cassettelabel bracht reeds demo’s uit van Forbidden Temple en Moenen Of Xezbeth en nu is het de beurt aan het mysterieuze Heinous. Mysterieus omdat het gissen is naar de identiteit van deze snoodaards, hoewel ik een vermoeden heb dat de origine van deze band in ons “hell hole” ligt. Heinous speelt black metal in zijn puurste vorm waarbij een band als Paragon Impure ten tijde van diens opus magnum “To Gaius!” niet veraf is. Maar ook de eerste releases van Nidrosian black metal-bands als Dark Sonority en Kaosritual of ons eigenste Possession schijnen in deze vier heftige nummers door. Het tempo van de scheurende en opzwepende black ligt hoog, enkel in “Disciple of Satan” wordt er even wat gas terug genomen en horen we Finse invloeden van bands als Sargeist terug. Dit is twintig minuten lang no nonsense ketelmuziek van de zwartste soort. Wel niet vergeten om voldoende variatie in te bouwen in de nummers jongens. Voor de rest dienen hier niet veel woorden aan vuil gemaakt te maken. Probeer gewoon een exemplaar te scoren.

JOKKE: 78/100

Heinous – Demo I (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Thirteen thousand knights
2. Unholy pyre
3. Heinous majesty
4. Disciple of Satan

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion)

Vorig jaar deden we een klein vreugdedansje toen Paragon Impure na een afwezigheid van dertien jaar keihard terug sloeg met “Sade” en nu zijn we opnieuw in onze nopjes met het uit Tielt afkomstige Thronum Vrondor dat er ook maar liefst tien jaar heeft over gedaan om met een opvolger voor het op Dante Alighieri’s “La divina commedia” gebaseerde “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” uit de bus te komen. Nu niet dat het oude werk dezelfde impact had als Paragon Impure’s onovertroffen “To Gaius!“, maar Thronum Vrondor leverde met haar eerste twee platen toch ook uitmuntende Belgische black af. Paragon Impure-mastermind Noctiz is trouwens op het Thronum Vrondor-debuut “Vrondor I: Epitaph of Mass-Destruction” uit 2007 nog als gastzanger te horen, naast de kern van de band die op de eerste twee platen bestond uit Vrondor (gitaar en bas; Hellewacht en Demonizer) en Crygh (drums en zang; ex-Urzamoth en ex-Grimfaug). Sinds 2015 lijfde het duo echter zanger SvN (Dodengod) als versterking in en werd aan album nummer drie begonnen dat nu eindelijk via Pulverized het levenslicht ziet. Ondanks de lange pauze klinkt Thronum Vrondor anno 2019 niet spectaculair anders dan een decennium geleden. De black van het misantropische trio roept nog steeds een desolate atmosfeer en apocalyptische beelden van ziekte, plagen, moord, kwelling en dood op, maar klinkt misschien net iets progressiever dan vroeger. Nadat de inleidende tonen van “The well” weggeëbd zijn, start “A symbol of acrimony” – één van de langere tracks op de plaat – vrij atmosferisch en bombastische door een aanwellend keyboardtapijt, maar al gauw ontbloot het trio haar tanden en krijgen we vervaarlijk klinkende black te horen. De klankkleur van nieuwe zanger SvN geeft soms een death metal-insteek aan het geheel hoewel hij varieert tussen black- en death-vocalen. De drumsound doet me wel te klinisch aan en neigt naar geprogrammeerde drums. Het hieronder te horen “Ceremony of atonement” is één van de meer agressievere tracks van het album zonder echter het gevoel voor melodie te verbannen daar er tal van melodieuze gitaarleads passeren. Ook doorheen de titeltrack zweeft een apocalyptische gitaarlead zoals die bij het latere In-Quest ook veelvuldig aanwezig waren. In het rustige middenstuk van het extreme “Diety” wordt met semi-cleane geëxperimenteerd, maar dat overtuigt niet voor de volle honderd procent. Het korte “Vision of the seven tombs” bevat heuse striemende black metal-riffs en staat in schril contrast met het meer dan zeven minuten durende “Doom upon doom…” dat – zoals de titel doet vernoemen – een trage epische start kent. Thronum Vrondor zet de luisteraar echter graag op het verkeerde been want al snel volgen opnieuw verschillende extreme erupties die de spanningsboog strak opgespannen houden. De cleane epische zang die aan het einde van het nummer opduikt, werkt hier dan weer wel. Er komt heel wat info binnen wat een tijdje vraagt alvorens alles verwerkt is. “Ichor (The rebellion)” is dan ook geen easy listening-album geworden maar een plaat waarvan de texturen zich pas na meerdere luisterbeurten in je hersenpan nestelen en die heel wat diepte en een eigenzinnig karakter laat horen. Welkom terug heren!

JOKKE: 81/100

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion) (Pulverized Records 2019)
1. The well
2. A symbol of acrimony
3. Ceremony of atonement
4. Ichor (The rebellion)
5. Diety
6. …And then the fall
7. Vision of the seven tombs
8. Doom upon doom…
9. The Last Specs of a Dying Light