belgië

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split

In afwachting van een tweede demo van zowel Effroi als Crypts Of Wallachia, brengen beide bands ten zuiden van de taalgrens een split 7 inch uit via Medieval Prophecy Records en Satanik Requiem. Zowel Effroi als Crypts Of Wallachia maken deel uit van een soort lokaal uitwisselingsproject voor gelijkgestemde zwartgeblakerde zielen. Zo zijn enkele leden van Effroi ook actief bij Gouffre, Eole Noire, Hertogenwald, Heinous, Dikasterion, Possession en Nartvind. De muzikanten van Crypts Of Wallachia houden er dan weer nevenactiviteiten bij Orkblut en Phlegeton’s Majesty op na. Via deze release slaan beide groepen de handen in mekaar. Effroi bijt de spits af. Over de eerste demo “Cryptic prophecies” schreven we vorig jaar dat de pure, traditionele old-school blackmetalklanken in de lijn van Gorgoroth, oude-Darkthrone en oude-Deathspell Omega verre van bijster origineel klonken, maar toch de juiste snaar wisten te raken. En dat is met het nagelnieuwe nummer “Black riders from outer darkness” niet anders. De sound is organisch, krachtig en ruw, zonder al te lo-fi te zijn en de zweep gaat er goed op. Zanger Tsotha klinkt wel nog steeds wat eentonig en zou wat meer variatie in zijn gekrijs moge leggen. Crypts Of Wallachia klinkt iets warmbloediger en legt meer nadruk op duistere fantasy melodieën door o.a. het integreren van toetsen, maar ook het grimmige riffwerk klinkt aanstekelijk. We worden als het ware terug gekatapulteerd naar een heidense wereld vol woelige en bebloede strijdvelden (mede dankzij het gebruik van samples van zwaardgekletter en strijdgewoel), imposante bolwerken en vuurspuwende draken. Motstander’s vocalen situeren zich ergens tussen raspende screams en heldere uithalen en bevatten heel wat verhalende emotie. Ook Crypts Of Wallachia trekt op “Woeful gleam upon snowy stronghold” de lijn van de eerste demo “Drifting in the devil’s maze” stug door en deze bende drakenridders bewijst nogmaals een band te zijn om in’t oog te houden. Bij de 7 inch zat een Medieval Prophecy Records flyer waarop een hele waslijst aan upcoming releases vermeld staat waar nog heel wat lekkers lijkt tussen te zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 79/100 (Effroi: 75/100; Crypts Of Wallachia: 83/100)

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split (Medieval Prophecy Records/Satanik Requiem 2020)
1. Effroi – Black riders from outer darkness
2. Crypts Of Wallachia – Woeful gleam upon snowy stronghold

nether – Between shades and shadows

Vanuit de mistige herfstlandschappen waarin het pittoreske Limburg in deze tijd van het jaar meermaals ondergedompeld wordt, bereikt ons het debuut van nether (yep, zonder hoofdletter). De heren J, P, B en K hebben al wat kilometers op hun tellers staan en tezamen richtte ze de band vorig jaar op. Dat volwaardige debuut “Between shades and shadows” verschijnt dus al tamelijk snel via (het mij onbekende) Art Gates Records. Nu is nether niet de meest originele bandnaam, maar voor de heren symboliseert deze onderwereld de kern of roots van ieder individu, ook al is deze donker en goed verstopt. In het sobere artwork en bandlogo komt de thematiek duidelijk naar voren. Acht nummers prijken er op het debuut en in plaats van opener “The hand of the unspoken” met een gitaarriff in te zetten, krijgt drummer B de eer om het boeltje op gang te roffelen. Hij doet dat met verve (wat een binnenkomer zeg!) en al snel blijkt dat de drums een belangrijk deel vormen van de hondsagressieve sound die het viertal op ons afvuurt en die ingeblikt werd met Andy Classen achter de knoppen, gekend als producer van ondermeer Belphegor en Krisiun. In de ram- en blaasstukken van het voorts best dynamisch gecomponeerde “Abandon” of het brutale “Humanity’s crescendo” moeten we onlosmakelijk aan een band als Marduk, oude-Enthroned of Dark Funeral (ten tijde van “Diabolis interium“) denken, maar de riffs van K en P zijn nog niet altijd van hetzelfde kaliber. De hakkende tempo’s in combinatie met de gortdroge gitaarsound zorgen ook voor een machinale en industriële toets (ik hoor Mysticum in de verte soms wat resoneren). Voor finesse is er niet veel plaats op deze plaat, hoewel het tempo ook niet voortdurend verschroeiend hoog ligt. Zo neigen “To the shores” (mijn persoonlijke favoriet) en “The blood is gone” wat meer naar de atmosferische kant van het blackmetalspectrum. Bassist J neemt ook de honneurs als zanger waar, maar zijn krijsende strot is nogal eentonig, een wat breder bereik zou geen kwaad kunnen. In “To the shore” worden zijn screams afgewisseld met de wat diepere grunt van gitarist P. Op zich een mooie prestatie dat nether vrij snel met een langspeler op de proppen komt en de heren laten horen al goed op mekaar te zijn ingespeeld. Links en rechts moet er wel nog wat aan de formule bijgeschaafd worden, maar het potentieel is zeker aanwezig.

JOKKE: 75/100

nether – Between shades and shadows (Art Gates Records 2020)
1. The hand of the unspoken
2. Mouths sealed clenched fists
3. Abandon
4. To the shores
5. Humanity’s crescendo
6. The blood is gone
7. The oathbreakers
8. So all adore me

Soul Dissolution – Winter contemplations

Winter contemplations” is het eerste werk van Soul Dissolution sinds hun uiterst melancholische EP “Nowhere” uit 2018. De plaat bestaat uit twee meeslepende nummers, elks een dikke tien minuten tellende. Thematisch weten de Belgen je omgeving in een handomdraai te doen bevriezen, met lyrieken die verhalen over immense spijt en riffs die doen wegdromen naar moeilijke tijden – je moet gelukkig niet zo ver zoeken in 2020. Invloeden vanuit het betere post-werk zijn naar goeie gewoonte duidelijk merkbaar, wat op zijn beurt hun black metal meteen in een bepaalde categorie neigt te duwen. Van dat stigma weet de band zich doorheen het leeuwendeel van de plaat niet los te werken – er zijn ook geen indicatoren dat dat enigszins de bedoeling was – maar dat neemt niet weg dat de opbouw en daaropvolgende climax in beide nummers van “Winter contemplations” heel erg aangrijpend en meeslepend zijn. Bands als Alcest en ouder werk van Woods of Desolation doen iets gelijkaardigs, maar voor een blackmetalband kiest Soul Dissolution toch vaak voor iets tragere tempo’s en een volle, gebonden sound die de modale doomband zichzelf ook al eens durft veroorloven. Zeker bij de tweede track kiest bezieler Jabawock, aka Boris Iolis, ervoor om het tempo volledig omlaag te trekken, wat het emotionele losbarsten naar het einde toe alleen maar meer effect geeft. De vocalen van David ‘Acharan’ weten zich dan weer perfect te nestelen in het gehele verhaal, je kan de zoete wanhoop en ongefilterde melancholie zo proeven. De twee heren leverden samen ook al auditieve onheil voor de eenmalige output van L’Hiver en Deuil, en wanneer je deze sound combineert met de soms proggy doom van Jabawock in Marche Funèbre kan je een verrassend accuraat beeld schetsen van de origine van Soul Dissolution’s sound. Deze EP gaat geen historische ommekeer in de geschiedenis van extreme muziek teweegbrengen. Ergens in het geheel mocht er gerust een verslavende riff verstopt zitten, zo eentje waardoor je steeds blijft terugkomen voor hetzelfde stomweg hypnotiserende gevoel. Wat er wel ligt is een dikke twintig minuten feilloos geschreven post-blackmetal, perfect getimed voor de vele korte en koude dagen die voor ons liggen. Wie zich bij deze beschrijving helemaal thuis voelt, gaat ongetwijfeld genieten van deze release, en mogelijks de gerenommeerde voorganger “Stardust” nog eens herbeluisteren – en tot de conclusie komen dat laatstgenoemde plaat vooralsnog onovertroffen blijft.

JULES: 77/100

Soul Dissolution – Winter Contemplations (Viridian Flame Records 2020)
1. La dernière tempête
2. Where the clouds stand still…

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Ande – Vossenkuil

Ook al schrijf je reeds enkele jaren voor een underground metalblog die heel wat aandacht aan de scene van eigen bodem schenkt, toch kan je plots nog op een onontgonnen band stoten. Ande is er zo één. Het is het geesteskind van Jimmy Christiaens en met “Vossenkuil” is de Limburger al aan zijn derde langspeler toe. Hoe kan het in godsnaam dat we dan nu pas kennismaken met dit éénmansproject? Ook de platenmaatschappijen zijn zich blijkbaar nog niet bewust van dit Ande want vooralsnog wordt zijn muzikale output in eigen beheer uitgebracht. Nadat de ambient aanvangsklanken de toon gezet hebben, volgt met “Nachtwandeling” het eerste échte nummer en met een speeltijd van meer dan acht minuten ook meteen de langste compositie en een knappe binnenkomer. Op deze nocturnale tocht worden we vergezeld van atmosferische black met post-inslag en enkele melodieuze leadpartijen en subtiele glimmende toetsen die ons bij de hand nemen en doorheen de duisternis leiden. Het daaropvolgende “Beverdansen” laat meteen al een ietwat ander geluid horen. Het tempo ligt lager, er passeren verhalende heldere vocalen en de riffs zijn minimalistischer van opzet. Het melancholische nummer is tevens opener van geest en gevoel en er waart een vleugje second wave black metal door. Met “Eeuwig vuur” had ik opnieuw een opflakkering qua intensiteit verwacht, maar het tegendeel is waar. Jimmy gaat hier volop voor ingetogen atmosfeer met cleane gitaren, subtiele percussie, heldere zang (hoewel hij ook zijn raspende stem bovenhaalt) en meewoedige gitaren die een heuse shoegaze/post-rock sfeer neerzetten. Met “De hutten” en diens meerdere blastbeatpartijen neemt de muzikant een U-turn qua venijnigheid en hoewel de drums regelmatig ook voor een meer swingende beat zorgen, vind ik dit nummer maar doorsnee klinken. De monotone en clichématige gitaarlead die we op het einde nog voorgeschoteld krijgen, kan daar spijtig genoeg niet veel meer aan veranderen. Hierna is het tijd voor een cover van ons eigenste Lugubrum. Ande koos voor “Mijn koninkrijk van groen” dat op “Gedachte & geheugen” uit 1997 prijkt. Aan dit oorspronklijk slepende repetitieve nummer dat heel wat keyboards bevat, voegde Jimmy een mooie opbouw toe die gaandeweg tot een melodieuze finale openbloeit. Hierdoor past het nummer wonderwel tussen het eigen materiaal. In “Sneeuw op het meer” wordt opnieuw een brug gelegd tussen traditionele black metal en een meer atmosferische, natuurgedreven aanpak zoals we die ook bij een band als Fen horen. “Vossenkuil” kreeg door Jimmy een einde aangemeten dat is opgetrokken uit minimale dromerige ambient die overgaat tot dreunende akoorden en dit enkel ondersteund door een minimalistische beat. Wanneer de drums eerder op het album volle gas gaan, hebben ze een punchy sound meegekregen ook al zijn ze geprogrammeerd. Ondanks de soms clichématige basisriffs, heeft Jimmy wel een goed oor voor melodieën die gevoelens gaande van neerslachtigheid en melancholie tot een voorzichtig sprankeltje hoop uitdragen. Hoewel het volop zomert, wist Ande me toch een kleine driekwartier lang een herfstgevoel aan te meten. “Vossenkuil” laat heel wat progressie horen vergeleken met diens meer depressieve voorganger “Het gebeente” uit 2017 en is een mooi visitekaartje geworden dat een label als Immortal Frost Productions toch overstag zou moeten krijgen.

JOKKE: 78/100

Ande – Vossenkuil (Eigen beheer 2020)
1. Aanvang
2. Nachtwandeling
3. Beverdansen
4. Eeuwig vuur
5. De hutten
6. Mijn koninkrijk van groen (Lugubrum cover)
7. Sneeuw op het meer
8. Afsluiting

Ish Kerioth – Under unclean wings

Het regent de laatste tijd black metal demo’s van eigen bodem. En tussen dat aanbod aan tapes zit heel wat potentieel, zo ook Ish Kerioth, een band met leden van Kosmokrator en Lugubrum die met “Under unclean wings” aan hun eerste EP toe zijn, nadat eerder al de veelbelovende debuutdemo “One of the twelve” verscheen. Net als op die eerste tape draait de themathiek hoofdzakelijk rond Judas Iscariot, één van de twaalf apostelen en diegene die Jezus heeft verraden aan de Romeinse autoriteiten, waarna onze vriend gekruisigd werd. Zo verwijst de titel van het nummer “Akeldama” naar de bloedakker die aan Judas Iscariot geassocieerd wordt en trapt opener “In the circle of hunters” af met de aan een film ontleende Bijbelquote “Truly I tell you, one of you is about to betray me…”. Muzikaal gezien krijgen we vier heerlijke black metal nummers voorgeschoteld die een uitstekende – nog steeds rauwe – sound meekregen die werd vastgelegd in de Kosmik Womb Studio en een mastering kreeg van Temple Of Disharmony. Eerder dan pure agressie staat atmosfeer centraal hoewel SNVN het gaspedaal ondermeer in het titelnummer diep intrapt. We ontwaren zowel old-school (het riffwerk van JNDR) als meer moderne elementen (o.a. de vocale aanpak) in Ish Kerioth’s visie op black metal. De rond abrahamitische religies draaiende teksten worden door zanger/bassist JHCR op een sterke, geloofwaardige en ietwat ophitsende wijze neergezet wat bewijst dat een goeie zanger het muzikale niveau van een band nog net dat tikkeltje extra kan opkrikken. De aandachtige luisteraar zal in het riffthema aan het einde van het reeds aangehaalde “Akeldama” ongetwijfeld de melodie van Chopin’s “Dodenmars” herkennen. En inderdaad: dankzij Judas Iscariot zal Jezus geen kommiesjes ni meer doen. Deze EP verschijnt op tape via Haunted By Ill Angels en op vinyl via het Portugese Signal Rex. Daar waar de nieuwe lichting bij onze Noorderburen bijna steevast meteen voor langspelers gaat, doen onze nieuwkomers in black metal land het traag maar gestaag middels kleinere releases. Het wordt echter verdomd tijd dat er hier ook langspeelplaten als statement gemaakt worden die ons Belgenlandje internationaal als waardige leverancier van zwartmetaal op de kaart zetten. Ish Kerioth is zo’n band met dat potentieel.

JOKKE: 85/100

Ish Kerioth – Under unclean wings (Haunted by Ill Angels/Signal Rex 2020)
1. In the circle of hunters
2. Nothing in his name
3. Under unclean wings
4. Akeldama

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls

Of de bandnaam geïnspireerd is door het gelijknamige album van het Oostenrijkse Abigor weet ik niet; wat ik wel weet is dat er in Wallonië een serieuze verontreiniging van het leidingwater moet geweest zijn, want de ene na de andere nieuwe black metal band komt er uit de ondergrond naar boven gesproten. Drie vijfde van de line-up van Orkblut is actief bij Crypts Of Wallachia en ongeveer dezelfde drie vijfde bij Phlegethon’s Majesty, enkel zanger Cherna Dusha houdt er blijkbaar geen muzikale nevenactiviteiten op na. Deze twee zwartgeblakerde bands zagen hun eerste demo via Medieval Prophecy Records uitgebracht worden; idem voor Orkblut, en “Shadowmancer of the haunted knolls” is al meteen een schot in de roos. Orkblut geeft aan door het oude werk van Arckanum en Denial Of God geïnspireerd te zijn en daar kan ik me wel in vinden. Nadat de inleidende pianoklanken en regendruppels van het inleidende “The thickets have eyes” weggestorven zijn, krijgen we uptemo zwartmetaal met grimmig riffwerk voorgeschoteld. Drummer Napast placeert tussen het vele uptempo geknuppel ook enkele welgeplaatste passages waarin hij zijn basdrums lekker laat rollen. Wat ben ik fan van diens warme organische sound. Cherna Dusha bewijst over een gedegen strot te beschikken want zijn krijsstem bevat veel diepte en variatie en draagt ver. De heldere samenzang die meermaals ingezet wordt, geeft Orkblut’s muziek een pagan randje en op die manier is de link met hun Zweedse referentie dus terecht. Sommige riffs en vocale passages dragen ook die typische Oost-Europese melancholie in zich. In het zeven minuten durende “Lugubre call over misty swamps” gebruikt de zanger zijn stem ook op een verhalende manier of om een soort klaagzang ten berde te brengen. Het nummer – en tevens ook de demo – komt met een cleane zangoutro aan een (veel te vroeg) einde. Top spul!

JOKKE: 83/100

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls (Medieval Prophecy Records 2020)
1. The thickets have eyes
2. As Satan’s spark in breathless night
3. Ageless Sylvan labyrinth
4. Lugubre call over misty swamps