borgne

Despondent Moon – The infernal shadows of winter

Derde langspeler op een half jaar tijd alweer van Despondent Moon, het geesteskind van de Brit Deorc Weg. Als je dan weet dat hij met zijn ander, naar zichzelf vernoemde, dungeon synth soloproject sinds januari 2017 al een twintigtal (digitale & tape) releases heeft uitgebracht, weet je dat zijn inspiratievat bodemloos lijkt. Despondent Moon situeert zich in de symfonische, maar rauwe black metal hoek, maar meet zich een kosmisch karakter aan waar tevens ook ruimte is voor ambient en dungeon synth. Een geluid dat over-en-weer flitst tussen de diepste ondergrondse krochten en het oneindige heelal dus. De drumcomputer raast onverstoord als een bezetene en vormt de hogesnelheidspuls voor de volcontinu pakkende melodieuze leads die de solomuzikant uit zijn gitaar schudt. De salpeter screams en hoge shrieks echoën door tijd en ruimte en geven – ondanks een gebrek aan variatie – een ijselijke dimensie aan zijn black metal. In tegenstelling tot kosmische genre-astronauten als Borgne, Arkhtinn of Darkspace worden de nummers – op de zeven minuten durende afsluiter “The veil of the wintermoon” na – vrij bondig gehouden, maar door het ijzingwekkend hoge tempo gebeurt er bijna zoveel als wat er in een lichtjaar bij een funeral doom band plaats vindt. Het breekpunt tussen het sinistere pianospel in “Shrouded movement by night” en de rauwe monsterriff die de afsluiter vervolgens in gang trapt, bezorgt me keer op keer kippenvel. Vergeleken met de voorgangers “A spectral descent” en “Invoking the freezing mist” heeft “The infernal shadows of winter” productioneel gezien aan kosmische kracht toegenomen. Het symfonische element van Despondent Moon zal fans van oude Emperor ongetwijfeld kunnen bekoren en de snerpende doordreunende gitaarthema’s refereren aan een Nightbringer. In de beklijvende titeltrack valt alles mooi samen. Heerlijk spul!

JOKKE: 82/100

Despondent Moon – The infernal shadows of winter (His Wounds 2020)
1. Majestic chants of the spectral forest
2. Frost beneath the vast light
3. The crystal dagger in the mighty woods
4. Of the black cosmos (pt II)
5. The infernal shadows of winter
6. Ancient coffins amongst the trees
7. Shrouded movement by night
8. The veil of the wintermoon

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

Asagraum – Dawn of infinite fire

Het interview dat ik met Asagraum’s Obscura afnam naar aanleiding van het overweldigende debuut “Potestas magicum diaboli” is de tweede meest gelezen post ooit op deze blog. Om maar te zeggen dat er blijkbaar heel veel interesse is in deze band. En dat is volledig terecht, alleen hoop ik dat het niet louter komt door het feit dat Asagraum 100% vrouwelijk is. Naast bandleidster Obscura bestaat Asagraum officieel nog uit drumster Amber de Buijzer (ex-Sisters Of Suffocation) die de drumstokken overnam van Trish Kolsvart die momenteel een erg zware strijd tegen kanker levert. Op de promofoto’s treffen we echter ook nog live-bassiste Mortifero aan, het gaat hier om de Nederlandse kern van de band. Verder vervolledigen de Zweedse gitariste V-Kaos, de Noorse bassiste Makhashanah en de Zwitserse keyboardspeelster Lady Kaos (Borgne) het live-plaatje nog. De sulfur spatte van de eerste single “Abomination’s altar” af en wakkerde de hoge verwachtingen nog verder aan. Deze worden trouwens volledig ingelost. Obscura’s kenmerkende raspende krijsen brengen de blasfemische boodschappen (een titel als “Hate of Satan’s hammer” liegt er niet om) vol vurige overtuiging en ook muzikaal zet “Dawn of infinite fire” de boel drie kwartier lang in vuur en vlam (wat overigens knap wordt weergegeven in het artwork van de hoes). Venijnige messcherpe riffs en pakkende tremolo’s wisselen meer melodieuze passages en Watain-achtige leads (“Guahaihoque” en “Beyond the black vortex“) af waarbij de erg goed hoorbare baslijnen (dank aan Tore Stjerna’s Necromorbus Studio) voor de compacte lijm zorgen. Amber timmert het geheel vakkundig en met precisiewerk aaneen. Ambitieuze songwriting en een dynamische spel van snelheden zorgen voor voldoende variatie hoewel het tempo doorgaans hoog ligt. De old-school Noors/Zweedse formule wordt met een brandende vitaliteit gebracht die we buiten Scandinavië nog maar zelden te horen krijgen dezer dagen (of het moet door een band als Darkened Nocturn Slaughtercult zijn). Ten opzichte van het debuut is het aantal Nederlandstalige nummers nu verdubbeld. Als de tekst van “Dochters van de zwarte vlam” op Obscura en co slaat, hoop ik de dames alvast niet in het donker tegen te komen. In “Waar ik ben, komt de dood” zet mysterieuze heldere zang de toon voor een waardige afsluiter van deze erg geslaagde tweede langspeler. Ik heb één van de 150 gelimiteerde vinylexemplaren op de kop kunnen tikken waar als surprise nog een 7 inch met twee extra nummers bij zit. “Visions from the serpent’s chalice” wijkt met haar duistere ambient sterk af van de rest van de songs, terwijl “Abyssum abyssus invocat” de verleidelijke vertrouwde duivelse tronie van Asagraum laat zien. Ik kan me inbeelden dat de grotere labels al in de rij staan om Asagraum in te lijven.

JOKKE: 88/100

Asagraum – Dawn of infinite fire (Edged Circle productions 2019)
1. They crawl from the broken circle
2. The lightless inferno
3. Abomination’s altar
4. Guahaihoque
5. Dawn of infinite fire
6. Dochters van de zwarte vlam
7. Beyond the black vortex
8. Hate of Satan’s hammer
9. Waar ik ben, komt de dood

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta

Albums lijken gemiddeld steeds minder lang te duren. Hier zal enerzijds de korte aandachtspanne waar veel mensen tegenwoordig last van hebben wel wat mee te maken hebben. Anderzijds brengen heel wat artiesten een nieuwe plaat uit die draait om één of meerdere singles en daarnaast opvullers bevat. Het Finse Se Lusiferin Kannel trekt zich hier niets van aan en levert een kolos van een debuut af waarop slechts vier nummers prijken maar die tezamen op een dikke éénenzeventig minuten afklokken. De Finnen brachten “Valtakunta” oorspronkelijk in 2017 in eigen beheer uit maar Signal Rex geeft het ding nu een tweede leven inclusief nieuw artwork en nieuwe mastering door Stephen Lockhart (Studio Emissary). De plaat is het resultaat van vijf jaar schrijven en bijschaven aan de songs en laat een geluid horen dat liefhebbers van Darkspace of Borgne wel zal kunnen bekoren. Verder kunnen ook Paysage d’Hiver, Evilfeast en een Bekëth Nexëhmü wel als referentie genoteerd worden. “Valtakunta” is een uit-ontelbare-laagjes-bestaande vortex aan majestueuze atmosferische black metal en valt als één ellenlange ononderbroken kosmische trip te ondergaan. De sound is bij momenten heel overdonderend want de multi-dimensionale texturen klinken bombastisch en grandioos. Er gebeurt heel wat maar – eerlijk is eerlijk – tegelijk ook weinig want het is wel héél veel van hetzelfde. Het is dan ook niet alle artiesten gegeven om vier nummers met een gemiddelde speelduur van zeventien minuten van begin tot einde boeiend te houden. Akkoord, je zal her en der wel stukjes theremin ontwaren en de veelvuldig uit de kosmos neerdalende sacrale gezangen hebben soms wel wat weg van Batushka, maar er wordt in een nummer als “Ilmestys myrskystä” te weinig afgewisseld qua intergalactische snelheden. Middels “Auringon valtakunta” wordt de ruimtereis beëindigd en wanneer de overrompelende meteoorregen na dertien minuten stilvalt, brengen relaxerende ambientklanken de welverdiende rust. Op zich klinkt het allemaal niet erg verkeerd, maar een compactere aanpak had zijn vruchten in dit geval wel afgeworpen.

JOKKE: 75/100

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta (Signal Rex 2019)
1. Edes vedet eivät saa rauhaa
2. Ilmestys myrskystä
3. Näin vastaa autio maa
4. Auringon valtakunta

Manii – Sinnets irrganger

Het vanuit Trondheim, Noorwegen opererende Manes leverde in 1999 met “Under ein blodraud maane” een werkstukje af dat nog steeds als een semi-klassieker binnen het symfonisch black metal-wereldje wordt beschouwd. Zanger Sargatanas hield het na de release van de plaat reeds voor bekeken en multi-instrumentalist Cernunnus verzamelde andere muzikanten rondom zich. Met de albums die zouden volgen ging Manes de avant-garde tour op waarop er hoe langer hoe meer buiten de lijntjes gekleurd werd vergeleken met het debuut en de voorafgaande demo’s. Gisteren verscheen het album “Slow motion death sequence” waarop toch wel een heel andere sound te horen valt ten opzichte van hun muzikale beginselen. Rond 2013 begon het bij beide oprichters echter te kriebelen om terug de diepere black metal-krochten in te duiken en de geest van de jaren ’90 te doen herleven. Manii werd hiervoor in het leven geroepen en datzelfde jaar werd onder deze moniker het sterke album “Kollaps” via Avantgarde music uitgebracht. Vijf jaar later verschijnt nu eindelijk via Terratur Possessions de opvolger getiteld “Sinnets irrganger” wat kan vertaald worden als “syndroom van de geest”. Ik had dit nieuwe werkje reeds een tijdje op cassette in mijn bezit, maar het album krijgt nu ook een groter bereik middels een CD- en elpee-release. Nog even meegeven dat op de cassetteversie ook nog de “Skuggeheimen” EP als bonus toegevoegd werd, die oorspronkelijk in 2015 via het Franse Debemur Morti verscheen, en heropnames bevat van twee nummers die destijds op de “Til kongens grav de døde vandrer” en “Ned i stillheten” Manes-demo’s verschenen. Hoewel Manii als Manes-reïncarnatie wel degelijk diens oer-black metal-sound opzoekt, is de symfonische bombast die het Manes-debuut kenmerkte niet meer aanwezig (behalve op de twee bonustracks dan). De ongemakkelijk aanvoelende duisternis en de kille, spookachtige sfeer die we reeds op “Kollaps” hoorden dan weer wel. Ook de geprogrammeerde drums behoren tot de verleden tijd want ondertussen ontfermt de Zwitser Bornyhake (o.a. Borgne) zich over de organische drumlijnen en de man speelde ook links en rechts nog een gitaarlijntje in. Het tempo ligt op “Sinnets irrganger” meermaals een pak hoger dan op diens voorganger die eerder als doomy slow-motion depressieve black kon omschreven worden en met “Kaldt” een nummer bevatte dat nog steeds tot tranen toe beroert. Openen doet Manii met “Da har de sænket mig ned i jord” wat nu niet meteen hun sterkste nummer is. Het daaropvolgende uptempo “Gravsang” is met haar betoverend en etherisch klinkend keyboardlijntje dan weer met voorsprong de beste nieuwe song. “Dødmands ben” leunt het meest naar de voorganger toe en bevat opnieuw een betoverend keyboardriedeltje. Het tot de essentie gestripte “Hundre gonger hengd” is het snelste nummer dat Manii ooit schreef en komt het dichtst bij pure old-school Noorse black. Het contrast met de tergend trage voortkruipende titeltrack die heel wat neerslachtige melodieuze leads bevat, kan haast niet groter zijn. Hier horen we Manii de desolaatheid en treurnis van “Kollaps” terug opzoeken. Concluderend kunnen we stellen dat Manii afgeweken is van de beklemmende sound van de voorganger wat best jammer is, want niet alle songs raken me zoals dat hoogstwaarschijnlijk bedoeld is. Het siert de Noren dat ze niet in herhaling willen vallen, maar “Sinnets irrganger” is wel de minste langspeler die het duo tot hiertoe heeft uitgebracht.

JOKKE: 79/100

Manii – Sinnets irrganger (Terratur Possessions 2018)
1. Da har de sænket mig ned i jord
2. Gravsang
3. Dødmands ben
4. Hundre gonger hengd
5. Sinnets irrganger

Oculus – The apostate of light

Het debuut van Oculus werd reeds in 2014 geschreven door mastermind Nero, die we ook als Azlum kennen van Manetheren. Met het schrijven van klassieke orthodoxe black metal voor ogen ging de Amerikaan op zoek naar gelijkgestemde zielen die hij vond aan de overkant van de grote plas. De Serviër Kozeljnik (o.a. The Stone) nam de vocalen en het schrijven van Luciferiaanse teksten op zich terwijl de Zwitser Ormenos, beter bekend als Bornyhake van Borgne en een dozijn andere bands, zich mocht uitleven op bas, drums en keyboards. Occulte atmosfeer staat centraal bij dit illustere trio en haar zes songs die op meer dan vijftig minuten speeltijd afklokken. Kozeljnik hanteert het gros van de tijd een soort van ruwe (s)preekzang in plaats van screams die bijdragen aan het sinistere, rituele karakter van de muziek en het volgen van de teksten vrij gemakkelijk maakt, zelfs zonder het tekstvel onder je neus te hebben liggen. Hoewel de lange nummers voldoende donkere vibes bevatten, slagen ze er echter niet altijd in om de hele rit te boeien. Hiervoor wordt er te veel in mind-tempo regionen geopereerd. Het zijn dan ook voornamelijk de snellere tracks zoals opener “The sour waters of life” (wanneer die na drie inleidende minuten openbarst tot een zwart etterende puist), het dynamische “A visage of dark remembrance” en de salpeter spuitende hekkensluiter “Storms of havoc” die blijven plakken. Nu, slecht is “The apostate of light” allerminst. Het is alleen spijtig dat dit album drie jaar op de planken is blijven liggen, want anno 2017 moet Oculus nog een tandje bijsteken om tot de allergrootsten in dit ondertussen platgereden genre te behoren. Ten opzichte van de laatste platen van een Israthoum of Angrenost moet dit internationaal gezelschap dan ook de duimen leggen. Desalniettemin een onderhoudend schijfje dat best haar begeesterende momenten heeft.

JOKKE: 78/100

Oculus – The apostate of light (Blood Harvest 2017)
1. The sour waters of life
2. Salt for the healer
3. A visage of dark remembrance
4. Axiom of the plague
5. The apostate of light
6. Storms of havoc

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy

Arkhtinn – IV

“Google man, ben je daar?” Blijkbaar niet, want buiten het feit dat Arkhtinn uit het noorden komt, is er niet veel geweten over deze (eenmans?)-band. Wat ik wel weet is dat deze act al vier “cassette-demo’s” lang ijzige, maar ook dromerige ambient black metal maakt waar mijn gelukshormoon van in overdrive geraakt. Naar aloude gewoonte krijgen we twee ongetitelde tracks te horen – de eerste in een metalen jasje gestoken en de tweede bestaande uit pure ambient – die elks op een minuutje of twintig afklokken en de luisteraar doorheen tijd en ruimte katapulteren waarbij het watertanden is op de dimensies die middels dichte keyboardlagen vorm krijgen. Eenmaal de drums en gitaren in ‘I‘ invallen, weten we dat het goed komt. Atmosferische gitaar- en keyboardtapijten worden doormidden gekliefd door een snaredrum die klinkt als een specht op speed en de militaristische cadans er stevig inhoudt. Hierover draperen de pakkende screams zich als een extra saus die alle openingen van de nochtans redelijk volgestouwde songs opvullen. Dit is spacecake voor aanhangers van Darkspace, Mysticum en Borgne. Na deze kosmische rollercoaster is het met “II” tijd om de ademhaling en hartslag – die ondertussen compleet in het rood staan – opnieuw onder controle te krijgen. Vergeet die meditatieve cd’s vol walvisgeluiden of kabbelende beekjes! Hier wordt een mens pas rustig van. “IV” is wederom een schot in de roos. Dat belooft voor “V” die ondertussen ook al in de intergalactische pijplijn zou zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 82/100

Arkhtinn – IV (Fallen Empire Records 2017)
1. I
2. II