celeste

Celeste – Infidèle(s)

Leven in de Westhoek is meestal vrij eentonig, maar heel af en toe ook de moeite waard. Zo ook toen ik de verpletterende show van het Franse Celeste zag op Ieper Winter Fest in 2013, naast felbeminde namen als Alkerdeel en Amenra. Een tijd nadat ik kennis had gemaakt met het fenomenale “Misanthrope(s)” stelden de vier bewegende fietslichtjes live allerminst teleur. Met de nieuwe langspeler “Infidele(s)” is het verhaal hetzelfde: ik heb er lang naar uitgekeken, en mijn verwachtingen werden ingelost. Celeste vindt zichzelf noch het warm water opnieuw uit, maar levert als vanouds een meer dan degelijk album af. Dezelfde mix van hier eens meeslepende, dan weer rauwere black metal en sludge blijft centraal staan. Op de vraag of de band stagneert luidt het antwoord echter nee. De sound is voller en vooral meer gebalanceerd, wat in een nummer als “(I)” qua sound zelfs wat herinnert aan het Australische Spire (wat een debuut brachten die vorig jaar trouwens uit!). “Infidèle(s)” is, zoals hier bij Addergebroed wel vaker wordt gezegd, een album om in zijn geheel te luisteren. Hoewel er niet onverwacht weer heel wat repetitiviteit te bespeuren valt, houdt Celeste je gedurende bijna vijftig minuten in zijn greep zonder ook maar ergens aan intensiteit in te boeten. Vocaalgewijs wordt nauwelijks van de vertrouwde stijl afgeweken maar wat maakt dat uit als je zanger zo’n rauwe strot bezit? Toch heeft de band gelukkig niet ‘opnieuw hetzelfde album’ geschreven: men zet iets harder in op de sludgepassages en de blastbeat-uitbarstingen zijn iets sporadischer. Hoewel het never-change-a-winning-formula-idee in ere wordt gehouden klinkt dit werk volwassener – misschien een resultaat van het feit dat ze deze keer wél ruim te tijd genomen hebben in plaats van ongeveer elk jaar een album uit te brengen. Zij die de vroegere releases van Celeste appreciëren kunnen “Infidèle(s)” blindelings aanschaffen terwijl het album in termen van productie en het gemiddeld iets lager tempo hoogstwaarschijnlijk hun meest toegankelijk opus is tot nu toe. Hoewel dat laatste natuurlijk enorm relatief is.

CAS: 84/100

Celeste – Infidèle(s) (Denovali Records 2017)
1. Cette chute brutale
2. Comme des amants en reflet
3. Tes amours noirs illusoires
4. Sombres sont tes déboires
5. À la gloire du néant
6. Sotte, sans devenir
7. (I)
8. Entre deux vagues
9. De l’ivresse au dégoût
10. Sans Coeur et sans corps

Au-Dessus – End of chapter

Au-Dessus; een naam die gestaag haar opmars maakt in de florerende ondergrondse muzikale catacomben. Je zou denken met een bende fransozen van doen te hebben, nochtans prijkt Litouwen op het paspoort van dit kwartet. “End of chapter” pikt met “VI” de draad op waar de debuut EP uit 2015 stopte. Driekwartier lang krijgen we intense post-black te verduren, die dankzij een moderne, doch ietwat gecompresseerde sound enorm krachtig uit de speakers knalt. De bandleden flirten qua outfit en symboliek met de orthodoxe stroming, maar de grootse en weidse melodieën die de blasts en de raggende betonriffs overstijgen, verraden ontegensprekelijk de nodige invloeden en inspiratie uit post-metal en sludge. De vocalen switchen tussen raspende screams en cleane partijen en komen de afwisseling ten goede. Met momenten gaat het er best vrij progressief aan toe; driekwart van de bezetting heeft dan ook een verleden in de technische brutale death metal band Paralytic. De laaggestemde gitaren in “VIII” vechten het uit met tremolo blackie riffs waarbij beide voortdurend meppen op je middenrif uitdelen. Wanneer we bij “XI” en haar repetitieve riffs aangekomen zijn, komt Amenra héél even héél hard vanachter de hoek piepen, maar ach, ze zijn niet de eerste en wellicht ook niet de laatste band die zich door onze landgenoten laat inspireren. Gitaristen Simonas en Jokūbas, zanger/bassist Mantas en drummer Šarūnas Bedulis weten duidelijk hoe ze interessante en dynamische songs moeten schrijven en de plaat klinkt bovendien compact en coherent. Met “XII” komt er een eind aan dit hoofdstuk, maar ik ben benieuwd wat deze Litouwers nog meer in hun mars hebben. Nog even meegeven dat voor het artwork Valnoir (Metastazis) werd ingeschakeld; dat zit dus zoals gewoonlijk ook wel snor. Een aanrader voor fans van moderne, trendy post-black à la Deluge, Der Weg Einer Freiheit of Celeste.

JOKKE: 82/100

Au-Dessus – End of chapter (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1.VI
2. VII
3. VIII
4. IX
5. X
6. XI
7. XII: End of chapter

Rorcal – Creon

De jongens van Rorcal zijn een bende eikeltjes die met hun arty farty packaging mij nooit echt weten te overtuigen. Zo heb ik in bezit: “Monochome” waarvan je niet weet wat de boven- en onderkant van de cd is. Of “Világvége” dat in een vreselijk piepschuim met lichtpaarse kaft zit. “Heliogabalus” zit dan weer in een soort enveloppe die haast scheurt als je alleen nog maar naar kijkt. Nieuweling “Creon” zit gelukkig in een stevige digipack en wie het Grieks niet machtig is, kan het boekje meteen bij het papierafval zetten, want dan valt er niks te lezen. Sommige mensen zullen het wel “vree neig” vinden, maar doe mij maar de klassieke formule. Bon, naar de kern van de zaak. “Creon” is goed. Heel goed. Meer nog, voor mij is dit Rorcals beste werk. Hun formule van knalharde core, gemengd met black metal en sludge is erg origineel. Het doet me steevast denken aan een betere versie van Celeste, die andere hippe band in het genre. De uitgesponnen tracks zijn werkelijk verstikkend. Je wordt met de keel genepen, en ongeacht of het tempo traag of snel is, de grip lost niet. Ook Celeste heeft zo’n wurgende sound, maar laten de metertjes altijd in het rood staan. Rorcal zorgt gelukkig wel voor voldoende dynamiek. Mede omdat er op “Creon” meer black metalinvloeden te horen zijn. Zo komt er in het eerste nummer een heerlijke ouderwetse Burzum klinkende riff voorbij. Het gros van deze hipsterbands gaan in de leer bij het sfeervol gejengel van Wolves in the Throne Room, wat zeker geen slechte band is. Maar Rorcal haalt haar mosterd eerder bij de kille Scandinavische scene uit de jaren negentig, maar dan met heftig en (minpunt) eenzijdig keelwerk. Hardcore gasten die black metal spelen, ik heb het er altijd moeilijk mee. Maar Rorcal staat als een huis en “Creon” klinkt beresterk! Wat een plaat! Fuck! Flp: 91/100

Rorcal – Creon (Bleak Recordings, Lost Pilgrims Records, Division Records, Dullest Records, We Are Grains of Sand, Long Legs Long Arms, Unquiet Records 2016)
1. Πολυνείκης
2. Ἀντιγόνη
3. Αἵμων
4. Εὐρυδίκη

Merci, Metal Archives!

Déluge – Æther

Op gebied van blackened postcore/post-black metal lopen er met Celeste en Regarde Les Hommes Tomber bij onze zuiderburen enkele sterke internationale spelers rond. Het uit Metz afkomstige gezelschap Déluge kan zonder blikken of blozen aan dit rijtje toegevoegd worden. Met “Æther” zijn ze, na een demo, toe aan een volwaardig debuut en het is vrij straf wat deze jonge band nu reeds in de vingers heeft en in een klein uurtje laat horen. Wat bij opener “Avalanche” meteen opvalt is de moderne harde maar transparante sound die uit de boxen knalt. De sterk gecompresseerde sound mist hierdoor wel wat dynamiek en zorgt ervoor dat de zondvloed aan machinaal klinkende blasts en niet aflatende stroom aan screams en riffs wel wat eentonig kan worden bij een plaat met zulke lange speelduur. Door het hoge black metal gehalte mag je het Duitse Downfall Of Gaia en Australische Hope Drone ook gerust als referenties neerschrijven. De postcore invloeden zitten hem vooral in de vocale aanpak van brulboei Maxime. Dat zijn vier kompanen hun instrumenten goed onder de knie hebben moge duidelijk zijn. In tracks als “Appât”, “Houle” en “Naufrage” zegeviert bodemloze agressie hoewel subtiele vrouwenzang, cleane gitaren en samples met natuurfenomeengeluiden zoals gedonder, regen en een stormachtige zee sporadisch voor wat fijngevoeliger tegengewicht zorgen. “Mélas | Khōlé” bevat een gastbijdrage van Alcest’s Neige en hoewel deze song best wel wat atmosferische passages bevat, zou het mij niet eens opvallen als ik het niet zou weten. Het instrumentale negen minuten durende “Klarträumer” vormt met een pianopassage het welgekomen rustpunt hoewel deze song naar het einde toe toch ook weer uitmondt in een maalstroom aan geselende gitaren en het betere blastwerk. Het knappe artwork van Valnoir (Metastazis) verdient een extra vermelding en schreeuwt om een vinyluitgave. De té lange speelduur en té moderne productie zijn kleine kritiekpunten maar voor de rest is dit een knap debuut waar de heren best trots op mogen zijn.

JOKKE: 80/100

Déluge – Æther (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2015)
1. Avalanche
2. Appât
3. Mélas | Khōlé
4. Naufrage
5. Houle
6. Klarträumer
7. Vide
8. Hypoxie
9. Bruine

Regarde les hommes tomber – Exile

Kijk, de mannen vallen! Figuurlijk. Want vallen doen ze niet echt. Integendeel zelfs. Na hun debuut “Regarde les hommes tomber” uit 2013 gaat het voor de band uit havenstad Nantes stijl omhoog. Grote Franse festivals, zoals Hellfest, en tevens ook Roadburn mogen van de bucketlist geschrapt worden. Hun aanzien steeg exponentieel. En verdorie terecht ook! Regarde les hommes tomber tovert niks nieuws uit hun mouwen. Opnieuw is het artwork erg geïnspireerd door Doré. Opnieuw weerklinkt een zeer stevige en volle moderne productie. De nieuwe zanger zijn stem is niet zo verschillend (minder diep, meer verb) dan zijn voorganger. En muzikaal borduurt alles verder op de uitstekende fond die enkele jaren geleden gelegd werd. Nieuweling “Exile” heeft eenzelfde pompende dynamiek zoals ook een Celeste dat heeft. Maar heel wat andere invloeden kneden een afwisselend geheel. Zo is er her en der wat post-rockgeriedel, wat soft djent- en hardcore-achtige beukwerk en de magistrale afsluiter “The incandescent march” vertoont een typische oude Burzum riff. Heerlijk! De nadruk ligt echter, en misschien toch wel een tikje meer dan bij de voorganger, op hevige black metal en sfeervolle slepende deuntjes. Regelmatig schiet de naam The great old ones me te binnen, al is dat niet zo vreemd daar de twee Franse hoofdmachten op hetzelfde label zitten. Echte minpunten zijn er niet op te merken. “Exile” is een sterke release en brengt gekende elementen op een verfrissende manier. Regarde les hommes tomber spreekt op deze manier een erg ruim publiek aan, gaande van de meer open-minded black metalfanaat (hoezo, een paradox) tot de hardcoreliefhebber tot fan van moderne metal en tot de zogenaamde hipsters uit de scène.

Flp: 93/100

Regarde les hommes tomber – Exile (Les acteurs de l’ombre 2015)
1. L’exil
2. A sheep among the wolves
3. Embrace the flames
4. They came…
5. …to take us
6. Thou shall lie down
7. The incandescent march

Deuil – Shock/Deny

Dat ze ook aan de andere kant van de taalgrens weten hoe ze een stevig potje beukend ondergronds metaal moeten produceren, bewijst het Luikse Deuil. Binnen honderd jaar bevat het “Huis van de Metallurgie en Industrie” van Luik ongetwijfeld een extra toonzaal die opgedragen is aan onze Luikse vrienden. Collega Filip sprak twee jaar geleden reeds lovende woorden over de eerste release “Acceptance/Rebuild” (https://addergebroed.wordpress.com/2013/12/30/deuil-acceptancerebuild/). En eigenlijk geldt het grootste deel van zijn kritische blik op het debuut ook voor deze opvolger. “Shock/Deny” bevat opnieuw een half uur aan pakkende sludgy en doomy black metal, netjes verdeeld over twee tracks, dat er bij hipsters als een zoete Luikse wafel in zal gaan. Daar waar ik van mening was dat het debuut niet de volle speelduur kon boeien, zijn de spanningsbogen en contrasten tussen beuk- en rampassages nu beter uitgewerkt. En hoewel de zanger nog steeds geen Oscar voor “meest afwisselende vocale prestatie” in de wacht zal slepen, geven zijn sappige edoch monotone krijsen (think Pest van Gorgoroth) een beklijvend cachet aan het geheel. De twee songs beschrijven de eerste twee fases van het rouwproces waar je doorgaat na het verliezen van een dierbare (volgende fases zijn depressie, aanvaarding en herstel). En dat dat proces geen lachertje is, wordt meer dan duidelijk in dit halfuur pakkende herrie! “Shock” gaat van start met een creepy intro waarvoor Leviathan Speaks (ofte Michelle van Bathsheba en Death Penalty) optekende. Daarna geeft Deuil van jetje middels afwisselende black metal geseling en slepende passages die een soort van roes creëren waar ook nabestaanden door moeten ploeteren als ze met de dood geconfronteerd worden. Na een Celestiaanse passage aan het begin van “Deny” worden halverwege de zwarte registers opengetrokken om daarna vergezeld van vrouwelijke narratieve vocalen tot een zwartgeblakerde culminatie te leiden (hoewel “lijden” hier meer op zijn plaats zou zijn) die je verweesd achterlaat. Het recente allesvernietigende debuut van labelgenoten Wiegedood kwam op eenzelfde manier aan haar einde. In de midtempo passages duikt het op Roadburn ontdekte machtige Thou als referentiekader op. Voeg daar nog het cool ogende artwork bij en we kunnen van een meer dan geslaagd Waals exportproduct spreken.

JOKKE: 83/100

Deuil – Shock/Deny (Consouling Sounds 2015)
1. Shock
2. Deny

Celeste – Animale(s)

Alvorens de nieuwste worp van Celeste tot in detail te ontleden, moet me eerst wat van het hart. Denovali Records gaat prat op zijn kunstzinnige en hoogstaande uitgaven en dito verpakkingen. “Animale(s)” zit verpakt in een 2x digipack. Beide cd’s duren samen iets meer dan een uur, dus passen ze perfect op één schuifje. Cut the crap en druk het dan ook op één schijfje! Of is dit een reden om de verkoopprijs de hoogte in te jagen? Een dubbelaar mag toch wat meer kosten? Buiten de foto’s op voor- en achterkant valt er niet veel te ontdekken. Oké, achter beide cd trays staat het bomvol met tekst. …als één lange zin, zonder leestekens en allemaal in hoofdletters. If you eat dyslexia for breakfast, it’ll still be a mean motherfucker to read. Onmogelijk! Titels van nummers? Afwezig! Een aanduiding welke cd welke is? Afwezig! Er zal wel een kunstzinnige of filosofische zaagreden voor zijn, maar als ik centen neerdok voor een fysische geluidsdrager verlang ik een meerwaarde t.o.v. een download. Hieraan heb je niks. Tot over enkele luisterbeurten.

Celeste weet steeds een ondoordringbare sound neer te poten. Hun productie haal je er zo uit. Het klinkt allemaal enorm vol en luid. Het is vaak (voor mij toch) een hele opgave om een volledig album in één ruk uit te lezen. Er is zeer weinig dynamiek aanwezig waardoor het geheel als een pletwals over je heen raast. Ik weet het wel te appreciëren, tot op een zekere hoogte, want na een tijdje ligt Celeste zwaar op je maag. Of oor. Of nerdbrilletje als je een hipster bent. “Animale(s)” is toch net iets je anders dan zijn voorgangers. Uiteraard is de obligatoire meervouds-s (staat zo in het Groene Boekje) aanwezig in de titel en wordt hun liefde voor strakke kindermeisjes nog eens in de picture gezet, maar muzikaal is de band (positief) geëvolueerd naar een tragere en sfeervol geluid. Nummer 2 (van cd 1 of 2, dat is onduidelijk) zet erg rustig in met erg veel black metalakkoorden. Het korte instrumentale tussendoortje, zijnde nummer 4 (van cd 1 of 2, dat is onduidelijk), is zelfs een heuse slak. Het hoogtepunt is voor mij nummer 6 (van cd 1 of 2, dat is onduidelijk), wederom een instrumentaaltje, maar erg afwijkend van de Celeste standaard; tergend traag, met veel ambience en zelfs blazerachtige synths die je zo meeslepen. Prach-tig! Ook het andere deel (cd 1 of 2, dat is onduidelijk) dekt volledig dezelfde lading. Meer dan ooit ligt de nadruk op onheilspellende akkoorden, maar het hardcoreverleden blijft onmiskenbaar aanwezig. Zo is Johan een pure screamo/metalcore krijser en flapt Antoine op zijn klopmachine zoals het een hardcoredrummer betaamt: vegen op de cimbalen en slechts toevallig begeleiden op de hi-hats of ride. Als muziek een universum is, dan is Celeste een zwart gat: het is fascinerend, krachtig, alles vernietigend en pekzwart. En als je te kort komt, krijg je op zijn minst koppijn (veronderstel ik). “Animale(s)” is voor mij de beste Celeste plaat tot op heden, maar laat me hem niet 5x na elkaar luisteren.

FLP: 80/100

Celeste – Animale(s) (Denovali 2013)
Band te lui om titel(s) fatsoenlijk te noteren? Ik te lui om ze ergens op het net te zoeken en te kopiëren.

Oathbreaker – Eros/Anteros

Oathbreakers opkomend succes wijten aan hun membership bij de Church of Ra zou de band oneer aandoen. Hun tweede langspeler “Eros/Anteros” staat namelijk als een huis en kan kwalitatief gemakkelijk plaatsnemen naast Amenra. Muzikaal wordt uit een heel ander vaatje getapt en brengt het Gentse collectief een sterk eigen geluid ten gehore. Het mag duidelijk zijn dat Oathbreaker hun oorsprong in de hardcore bevindt, doch zijn er zoveel meer invloeden merkbaar: shoegaze (“Clair obscur”), veel black metal (het fantastische “No rest for the weary”) en een mengelmoes van post-rock, wat chaotische core en wat rock. “Eros/Anteros” past uitstekend op Deathwish Inc., maar zou ook zeker niet misstaan op Southern Lord. De meeste bands die deze combinaties aangaan, dreigen snel te verzuipen in een moeras van meligheid en middelmatigheid. Maar niet Oathbreaker. Het softe element wordt er hardhandig uitgemept en in de plaats druipt een duister en onheilspellend sfeertje doorheen het ganse album. Tracks zoals het slepende “The abyss looks into me” tonen de diversiteit van de band aan. Caro Tanghe haar ziekelijk geschreeuw gaat door merg en been en ze bewijst een van de meest agressief klinkende zangeressen in het extreem genre te zijn. Eat this Angela Gossow! Meer dan ooit tevoren maakt ze gebruik van een ingetogen en rustige stem, wat minder opvallend was op Oathbreakers debuut “Mælstrøm”. Vergeleken met hun maagdenalbum klinkt “Eros/Anteros” een pak meer gevarieerd, meer volwassen, heftiger en tevens beter geproduceerd, met hulde aan Kurt “Converge” Ballou. Het geluid is werkelijk áf. “Eros/Anteros” is een voortreffelijk schijfje geworden en we mogen fier zijn dat Oathbreaker van ons is!

FLP: 82/100

Oathbreaker – Eros/Anteros (Deathwish Inc. 2013)
1. Beeltenis
2. No rest for the weary
3. Upheaval
4. As I look into the abyss
5. The abyss looks into Me
6. Condor tongue
7. Offer aan de leegte
8. Agartha
9. Nomads
10. Clair obscur

Hessian – Manégarmr

Het Church of Ra collectief schuift Hessian’s debuut “Manégarmr” (je weet wel; de noordse wolf die mensen opsmult en de maan als toetje erbij neemt) onder onze neus. Twee korte ep’tjes staan gemarkeerd op Hessian’s levenslijn en nu dus ziet hun debuut het levenslicht op het legendarische Southern Lord. De band zelf noemt Zweedse oerbands als Dismember en Entombed als hun grote voorbeelden, iets wat ik met heftig ja geknik beaam, afgaande van oud materiaal dat te horen is op the internets. Wie meent dit lomp geweld te mogen aanhoren op “Manégarmr” zal snel en heftig neen schudden. Hessian laat zich gemakkelijk onder een pet vangen en in een hokje proppen, want bij het aanvangen van “Ascension” schreeuwt het Italiaanse The Secret onmiddellijk “questa è la nostra!” Neen hoor, van plagiaat is zeker geen sprake, maar de parallellen zijn duidelijk merkbaar: Southern Lord, HM-2 buzzsound, snel spel en een hybride vorm van hardcore en metal (gaande van black tot – indeed – her en der wat Ikea oerdeath). “Plague monger” is zo een typisch kort hardcore nummertje, en het trage “Father of greed” is tergend slepend. In “Mother of light” komt Colin van Amenra nog eens zijn door merg een been gaand geschreeuw Hessian’s hardcore grunts afwisselen. In tegenstelling met hun povere live sound (ik miste echt een tweede gitaar om het geluid meer testikels te geven) klinkt het album als een betonmolen op amfetamines. Wat een beest! “Manégarmr” is een sterk debuut voor iedereen die Zweeds klinkende metalcore (oké voor iedereen?) kan bekoren. Als je een mix van The Secret, Trap Them, Celeste, Nails en consoorten weet te appreciëren, zal je met Hessian ook aan jouw trekken komen. Alleen; een full lp hoort langer dan 30 minuten te duren. Dank u.

fLP: 71/100

Hessian – Manégarmr (Southern Lord 2013)
1. Ascension
2. Serpent’s whisper
3. Mourn the world of man
4. Plague monger
5. Father of greed
6. Vamacara
7. Swallowing nails
8. Hollowe eyes
9. Manegarmr
10. Mother of light