chelsea wolfe

Chelsea Wolfe – Birth of violence

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wie had verwacht dat Chelsea Wolfe op haar nieuwe album “Birth of violence” opnieuw de hardere kaart zou uitspelen zoals op de sublieme voorganger “Hiss spun” komt bedrogen uit. Mevrouw Wolfe blinkt uit in het schrijven van nummers die een sombere schoonheid en American desolation blues in zich dragen wat zich doorheen haar discografie al op verschillende manieren uitte. “The grime and the glow” uit 2010 stond vol lo-fi bedroom recordings, terwijl “Unknown rooms” uit 2012 vele akoestische momenten bevatte. Tussen deze platen verscheen “Apokalysis” waarop elektrische wegen vol heavy uitspattingen ingeslagen werden, een aanpak die op het in 2017 verschenen “Hiss spun” herhaald werd en tot haar beste plaat leidde. Op “Pain is beauty” (2013) en diens opvolger “Abyss” (2015) werd dan weer succesvol met elektronische elementen geëxperimenteerd en werden de songs ingevuld met volledige bandarrangementen. Chelsea Wolfe’s muziek werd steeds voller en concentreerde zich op het live-element, wat best een contradictie is gezien het persoonlijke en geïsoleerde karakter van haar muzikale hersenspinsels. “Birth of violence” laat een terugkeer horen naar het teruggetrokken karakter van haar oudste werk en werd geschreven en opgenomen in de eenzaamheid van haar afgelegen huis in Noord-Californië. De chaos en survival mode die onlosmakelijk met het tourleven verbonden zijn, begonnen na acht jaar hun tol te eisen, waardoor me time broodnodig was. De impact van de talloze kilometers en voortdurende uitputting vonden hun weg naar nummers als “The mother road“, “Highway” en “Deranged for rock ’n roll“. Er worden ook hedendaagse topics aangekaart zoals de problematische schietpartijen op Amerikaanse scholen in het mineur-slaapliedje “Little grave” en de vernietiging van onze planeet op de donkere ballade “Erde“. “Birth of violence” laat geen onorthodoxe texturen of aanpak horen. De kern van de twaalf nummers bestaat uit Chelsea Wolfe’s innemende zang – in het intieme “Be all things” en het feeërieke “When anger turns to honey” in staat tot het creëren van vochtige ogen – gekoppeld aan haar akoestische gitaar. Waar nodig worden de songs aangevuld met vioolpartijen van Ezra Buchla en drums van Jess Gowrie, twee muzikanten waar Wolfe in het verleden ook al mee samenwerkte. Twaalf keer op rij weet Chelsea Wolfe een pakkende intieme atmosfeer en onheilspellende elegantie neer te zetten waarmee ze de eer van de Amerikaanse singer-songwriter en folk cultuur hoog houdt. Straffe straffe straffe madam!

JOKKE: 87/100

Chelsea Wolfe – Birth of violence (Sargent House 2019)
1. The mother road
2. American darkness
3. Birth of violence
4. Deranged for rock & roll
5. Be all things
6. Erde
7. When anger turns to honey
8. Dirt universe
9. Little grave
10. Preface to a dream play
11. Highway
12. The storm

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn

Emma Ruth Rundle – On dark horses

Roadburn zondag 23 april 2017. Compleet in extase door het sublieme optreden van Ulver verlaat ik de grote zaal van 013 en zie aan de Green Room een massa mensen staan kijken naar de performance van Emma Ruth Rundle. Ik steek mijn kop half binnen en wordt nogmaals weggeblazen, ook al zie en hoor ik maar de helft van het laatste nummer van haar setlist. Emma staat moederziel alleen, enkel vergezeld van haar gitaar op het podium en weet een zaal vol bebaarde en getatoeëerde muziekliefhebbers muisstil te krijgen. Meer heeft deze singer songwritster niet nodig om mij en vele anderen te overtuigen. Nadien heb ik het nummer “Real big sky” al minstens honderd keer beluisterd en telkens denk ik terug aan die magische kennismaking. Eens terug thuis ga ik op zoek naar haar werk. Ik schaf in sneltempo haar platen “Some heavy ocean” (2014), “Marked for death” (2016) en de samenwerking met Jaye Jayle getiteld “The time between us” (2017) aan. Het instrumentale album “Electric guitar one” vind haar weg naar mijn collectie later. Ik heb ook aan één noot genoeg om de EP en langspeler van haar voormalige band Marriages aan te schaffen. Dit bleek de verderzetting te zijn van postrock band Red Sparowes, maar die platen stonden reeds in mijn platenkast. De folkgaze van haar band The Nocturnes, doet me dan weer minder. Ik zie de Amerikaanse nadien drie keer live aan het werk en telkenmale weet ze mijn hart en ziel te veroveren of het nu onder begeleiding van haar liveband is of solo. Het knappe aan de liedjes van Emma is immers dat ze ook in hun puurste akoestische vorm overeind blijven en met de nodige beleving gebracht worden. Dat ze er een naarstig werktempo op nahoudt, blijkt uit het feit dat we middels “On dark horses” opnieuw vers werk voorgeschoteld krijgen en dat terwijl de in Louisville gebaseerde zangeres bijna voortdurend op tour is. Emma wordt op deze derde langspeler bijgestaan door drummer en percussionist Dylan Naydon (Wovenhand), bassist Todd Cook (Jaye Jayle) en Evan Patterson ofte mister Jaye Jayle himself op gitaar, piano en zang. De verwachtingen zijn als fanboy natuurlijk hoog, torenhoog. De plaat opent met de eerste single “Fever dreams“, een song over angsten (“A life spent uneasy, in pieces, always in pieces here/ A life rent out completely, release me away from fever dreams.“) waarin invloeden van de goth-folk van labelgenote Chelsea Wolfe doorschemeren. Extreem emotioneel en traag opbouwend naar een meer verheven einde. In “Control” is de reverb alom tegenwoordig waardoor deze song perfect op Marriages’ “Salome” had kunnen staan. In tweede single “Darkhorse” wordt de innemende stem van Emma bijgestaan door een mix van donkere Americana, mineur akkoorden en een goth-grandeur met bovendien veel aandacht voor percussie. Het was het eerste nummers dat voor de nieuwe plaat geschreven werd en als emotionele blauwdruk voor de rest van de nummers gold. “In the wake of weak beginnings, we can still stand high” horen we Emma zingen, een tekstregel die verwijst naar het volharden in de nasleep van een groot trauma. Het eerste trio songs is reeds voldoende om het album te doen slagen en ook de andere nummers weten te overtuigen of het nu een meer intieme song zoals “Races” is of het groots klinkende en meezingbare “Dead set eyes“. Op de tweede helft van de plaat valt “Light song” nog op, een – in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden – donker, psychedelisch en meeslepend nummer waarop Emma vocaal bijgestaan wordt door de zware, intrigerende stem van Evan, tevens vormgever van de plaat én haar man in spe. “You don’t have to cry” sluit af en is misschien wel het meest breekbare en ontroerende nummer van “On dark horses“. Hoewel de “dark horses” symbool staan voor de familiale tragiek, verslavingen en mentale problemen van Emma, schijnt er steeds een hoopvolle boodschap door in haar muziek en teksten. Ik ben er zeker van dat veel luisteraars kracht zullen putten uit deze knappe, pakkende plaat of er een luisterend oor in zullen vinden.

JOKKE:  91/100

Emma Ruth Rundle – On dark horses (Sargent House 2018)
1. Fever Dreams
2. Control
3. Darkhorse
4. Races
5. Dead set eyes
6. Light song
7. Apathy on the Indiana border
8. You don’t have to cry

Esben And The Witch – Older terrors

Het is mede dankzij de geslaagde gastbijdrage van Rachel Davies op het laatste Ultha album dat mijn aandacht nog eens op het Engelse – maar tegenwoordig vanuit Berlijn opererende – Esben And The Witch gevestigd werd, de band waar deze uitstekende muzikante als zangeres/bassiste het gezicht van vormt. Het wondermooie “A new nature” dateerde alweer van 2014 maar blijkbaar verscheen afgelopen zomer met “Older terrors” een opvolger…via Season Of Mist dan nog wel. Blijkbaar reikt de marketingcampagne van een groot label toch niet altijd even ver…ik bracht mijn zomer dan ook op de godverlaten doch zonovergoten parelwitte stranden van Antwerpen Linkeroever door. Met elk nieuw album dat het trio – naast frontvrouw Rachel aangevuld met Thomas Fisher (gitaar) en Daniel Copeman (drums, electronica) – schrijft, drijven ze verder weg van hun initiële electronic dubstep soundscapes sound waarbij de elektronische elementen meer en meer achterwege blijven ten voordele van een meer rock geörienteerde sound. De koers die op “A new nature” werd ingezet, wordt met andere woorden verder gezet en in de diepte uitgewerkt wat resulteert in vier lange songs die elk de magische tien-minuten-grens overschrijden. Goodbye pop/rock-song approach! En hoewel de songlengtes anders doen vermoeden, met ook een pak minder pure shoegaze. Rachel schittert als frontdame en zuigt alle aandacht naar zich toe middels haar pakkende, onderhuidse-rillingen-veroorzakende zangprestaties. Alleen de manier al waarop de dertien minuten van opener “Sylvan” je adem doen stokken, rechtvaardigen de aanschaf van dit album. Dit is muziek om je ziel aan te verwarmen tijdens de lange, eenzame winteravonden. “The reverist” zalft mijn gehavend hart met haar pakkende zang en grandiose shoegaze vibe. Luisterbeurt na luisterbeurt geven de vier tracks meer van hun geheimen prijs en vallen tussen de verschillende texturen en kleuren – zoals het prairiegevoel dat “Making the heart of a serpent” uitademt – de nodige subtiele details op. “The wolf’s sun” neigt dan weer naar indie-rock, vooral door de ritmische drive van de song om alsnog in een drone-eruptie uit te barsten. Maar ondanks het mozaïekvormige klankenpallet laat Esben And The Witch de songs wel schitteren in hun puurheid. Elke noot op deze plaat is er één die noodzakelijk was om de flow en dynamiek – gaande van een frêle ingetogenheid tot aan een explosieve catharsis en al wat daartussen zit – te capteren. Minder bombastisch vergeleken met hoe collega Chelsea Wolfe de dingen aanpakt, maar minstens even emotioneel overdonderend. Dit moet absoluut ook liefhebbers van Siouxsie and the Banshees, PJ Harvey, Daughter, Portishead, Swans, Mogwai of Lanterns On The Lake kunnen aanspreken. “Older terrors” is de volgende stap in de muzikale zoektocht van Esben And The Witch en klinkt allerminst als de eindbestemming. Begin 2017 trekt het trio erop uit en doen ze onder andere de Gentse Charlatan en Roadburn aan. Ga dat live aanschouwen!

JOKKE: 92/100

Esben And The Witch – Older terrors (Season Of Mist 2016)
1. Sylvan
2. Making the heart of a serpent
3. The wolf’s sun
4. The reverist

The Black Heart Rebellion – People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning

Na debuutplaat “Monologue” uit 2008 was het duidelijk dat het strakke keurslijf van de toen opkomende screamo/post hardcore scene geen ademruimte meer bood voor het Gentse The Black Heart Rebellion. Ze maakten een (bescheiden) opmars in het kielzog van Amenra maar in plaats van keurig binnen de lijntjes te blijven kleuren zoals hun leermeesters, gingen ze op zoek naar een eigen smoelwerk. Dit resulteerde in de “Har nevo” plaat die drie jaar later het levenslicht zag. Als ik deze release in retrospectief plaats, moet ik nu besluiten dat ik ze destijds te weinig groeikans gegund heb. Het leek me toen een ietwat krampachtige poging om vernieuwend uit de hoek te komen. Té ver gezocht, té hipsterig, té grote vernieuwingsdrang. We zijn opnieuw twee jaar verder en ik moet zeggen dat ik door de nieuwe plaat, die me erg goed bevalt, ook “Har nevo” opnieuw een kans heb gegund. And it makes sense now. Alle nieuwe stijlelementen die op de voorganger met eerste kinderpasjes geëxploreerd werden, worden nu verder uitgediept en beter uitgewerkt. De cleane zang van Pieter Uyttenhove klinkt misschien beheerster maar overtuigender dan ooit en de symbiose met de bezwerende muziek is een feit. In “Near to fire for bricks” (kiekeboebelen!) en “Violent love” duetteert hij prachtig met de ingetogen zalvende vrouwelijke vocalen van Annelies Van Dinter (Echo Beatty). Verder zorgt ook Stef Heeren (Kiss The Anus Of A Black Cat) voor een vocale bijdrage. Ook het percussietalent van Tim Bryon mag in de kijker geplaatst worden. Daar waar hij bij Hessian als een bezetene zijn drumkit afrost, zorgt hij bij TBHR middels tribal drums en allerhande percussie-instrumenten en bellen voor een pulserende beat (een hihat komt er nog amper aan te pas) en de plaat zwelt van de Oosterse melodieën. Ongetwijfeld heeft het veelvuldig touren in het land van de rijzende zon voor nieuwe impulsen en inspiratie gezorgd. Zo horen we onder andere een bouzouki en een Indisch harmonium terug. Geen alledaags instrumentarium voor een rock band. Ten opzichte van de voorganger hebben de opzwepende vocalen, distorted guitaren en crashende cymbalen nu plaats gemaakt voor een beklijvende ambient en drone flow met cinematografisch effect. De uitgezette krijtlijnen van afgewerkte songs zijn nu veeleer flou waardoor de plaat als één luistertrip ervaren wordt. Hoewel de experimenteerdrang op “Om benza satto hung” je even uit je trip haalt en beelden van duistere indianenrituelen oproept. “People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning” is voer voor Om, Hexvessel, Chelsea Wolfe en Grails adepten en perfect luistervoer voor de nachtelijke uurtjes.

JOKKE: 86/100

The Black Heart Rebellion – People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning (9000 Records/Consouling Sounds 2015)
1. Body breakers
2. Flower bone ornaments
3. Om benza satto hung
4. Bow and silk arrow
5. Near to fire for bricks
6. Dorsem
7. Rust
8. Violent love

Muscle And Marrow – The human cry

Toen ik de video clip van het nieuwe nummer “Ritual” van Muscle And Marrow voorbij zag komen op het net, was ik meteen geïntrigeerd door de sound en mystiek van dit Amerikaanse duo. Bleken ze in augustus van vorig jaar nog maar net een debuutplaat uitgebracht te hebben met de jolige titel “The human cry”. Dit is geen voer voor de doorsnee muziekliefhebber, hyperactieve huppeltrut of vrolijke frans. De eerste seconden van “Surround the fire” grijpen je meteen bij de strot. De wijze waarop de bezwerende en onheilspellende vocalen van zangeres/gitariste Kira Clark “Release, release me!” scanderen, doen de koude rillingen over mijn rug lopen. In een kleine veertig minuten tijd schildert het duo middels atmosferische doom, subtiele drone, donkere ambient en occulte mystiek een emotioneel beladen portret vol desolaatheid, angst en depressie. De dynamiek verandert van ingetogen en kwetsbaar (“Scissors”), naar plotse uitbarstingen van vervormde noise (“Childhood”, “The brave”, “I’m old”), ondersteund door de vernietigende drumslagen van Keith McGraw maar steeds blijft er een akelig en bezwerend gevoel ronddwalen dat op je psyche inbeukt. De etherische en van vrouwelijke mystiek doordrongen zang (meestal opera-achtig hoog, soms intens geschreeuw) werkt als een lokkende sirene en smeekt ons om te luisteren naar de melancholische poëzie van het leven. Dit is duisterder dan menig black metal band, angstaanjagender dan menig horrorfilm en beklemmender dan het gevoel geen adem meer te krijgen. Vrolijk wordt je hier niet van, integendeel. Als deze plaat langer dan veertig minuten zou duren, zou het zelfmoordcijfer wel eens kunnen pieken. Voor iemand die ontdaan is van alle levensvreugde en geen uitweg meer ziet op deze aardkloot,  zou “The human cry” wel eens de laatste trigger kunnen zijn om een kogel door de hersenpan te jagen. Als je echter op zoek wilt gaan naar de schoonheid en puurheid van de duistere kanten van het leven, zal je niet gauw een geschikter audio drama vinden. Liefhebbers van Swans, Chelsea Wolfe, Wolvserpent, Monarch, Earth, Jex Thoth of Siouxsie and The Banshees  moeten dit maar eens uitchecken. Voor de zekerheid maar even het nummer van de zelfmoordlijn meegeven: 1813.

JOKKE: 88/100

Muscle And Marrow – The human cry (Belief Mower Records 2014)
1. Surround the fire
2. Tongues
3. Childhood
4. Scissors
5. The brave
6. Madness
7. Help me
8. I’m old
9. Spirits