code666

Saille – Eldritch (re-inter-view)

Saille en Addergebroed hebben altijd een speciale band gehad. Het hoe en waarom zoeken jullie zelf maar uit, hieronder gaan we het hebben over hun nieuwe zilverling “Eldritch“. Op de derde plaat van Saille toont de band wederom haar wereldklasse. Samen met keyboardspeler Dries kwam dit re-inter-view tot stand. Bovengenoemde voorzag me van allerlei opmerkingen die misbruikt werden in de review. Lees!

Saille - promopic1

Emerald
Dries: Dit nummer was voor ons duidelijk de opener wegens de mysterieuze intro. Het nummer bevat ook een mooi overzicht van wat er nog komen zal, handig voor mensen die enkel het eerste nummer van een plaat beluisteren. De piano die werd gebruikt is de prachtige pianola die Reinier ooit op de kop kon tikken, ze staat net genoeg vals om extra sfeer aan het nummer toe te voegen.

De cleane zang die je hoort is de stem van Jonathan, de eerste zanger van Saille, nu de gitarist en medecomponist.

Addergebroed: Dries vat het hier mooi samen allemaal. Naast het mysterieuze aspect knalt “Emerald” ook behoorlijk hard en komen vintage Mortifer (de oude band van Dries en Jonathan) invloeden de kop op duiken. De semi-cleane zang die Dries aanhaalt doet erg Keep of Kalessin aan en nu we toch aan het name-droppen zijn, dient ook Arcturus aangehaald te worden bij bepaalde pianopassages.

Walpurgis
Dries: Het snelste en kortste nummer van de plaat, gewoon even alle registers open. Onze vrouwen Petra Gryson en Niki Dierickx verspreiden ook hun zoetgevooisde klanken over dit nummer.

Qua artwork werkten we samen met Colin van Rain Song design, hij schreef dit neer : “Wanneer Saille me contacteerde over het “Eldritch” artwork, hadden ze een aantal grote lijnen voor me uitgewerkt qua sfeer, toon en natuurlijk ook tekstueel. Buiten dit kreeg ik min of meer carte blanche over de inhoud van het artwork. Ik had enkele ideetjes, en speelde met enkel basis schetsen, om uiteindelijk tot een sterk idee te komen wat de hoes voor het album zou vormen. De band vroeg een duistere illustratie, met horror verwijzingen, dus ik besloot om het werk statisch en groots te maken. In het begin van de samenwerking was er een hint naar een oude bibliotheek en occulte bewakers ervan, dus ik nam dit als startpunt en maakte een grote duistere structuur gebouwd in een grotachtige rotsformatie. Het was belangrijk om de kleurtoon en sfeer duister en mysterieus te houden, met een bijna onopmerkbare figuur aan de ingang van de structuur, interpreteerbaar naar wens. Het extra artwork in het booklet maakte ik in verbinding met de hoes, door in gedachten de omgeving van de structuur te gaan verkennen. Ik wilde dat het artwork niet alleen de muziek weerspiegelde, maar ook de verschillende invloeden die Saille ondergaat en gebruikt, en ik hoop dat ik daar in geslaagd ben“.

Addergebroed: “Walpurgis” is inderdaad de peer op je mule van het album. Deze track zorgt in zijn eentje dat niets meer overeen blijft. Kort maar krachtig blaast het nummer als een orkaan en daar waar Saille in het verleden steevast het gaspedaal indrukte, is “Eldricht” in het algemeen wat trager en sfeervoller. Wat geen negatief punt hoeft te zijn.

The great god Pan
Dries: Onze vrienden van Winterfylleth Simon en Chris zorgden voor de spoken words op dit nummer. Voor het eerst werkten we ook met echte hobo.

Nieuwe drummer Kevin De Leener had ook een grote impact bij het schrijven van de nummers. Zijn input vanuit drumperspectief was groter dan wat we gewoon waren, en deze factoren, nummers gebaseerd op drum en gitaren, vormden een solide basis voor onze melodische black metal. We wilden natuurlijk ook onze beste plaat ooit schrijven, de composities van de vorige platen proberen overstijgen door een verschillende aanpak qua songwriting, en ik vind dat we daarin alvast geslaagd zijn.

Addergebroed: Kevin is gekend om zijn retestrak drumwerk met vele technische tierlantijntjes. Het past Saille perfect. Doch springt “The great god Pan” in het oog door die ene simpele riff met zijn straight forward drumbeat, iets wat Niko van team dramaqueen Shining ook met regelmaat uit zijn al dan niet bekraste polsen schudt.

Aklo
Dries: Alle koren, maar vooral deze werden gezamenlijk ingezongen door iedereen binnen Saille. Video’s komen er binnenkort aan. De cleane zang is opnieuw door Jonathan en Niki.

Net zoals de vorige opnamesessies hebben we opnieuw klassieke instrumenten toegevoegd aan de nummers (in plaats van hun midi-klonen). Deze instrumenten opnemen is niet makkelijk, maar zorgt voor een authentiek karakter en helpt om de sfeer die we willen creëren te vervolledigen. Na de opnames hadden we specialist Reinier Schenk in de rangen. Hij bereidde alle nummers voor op de eindmix en -mastering. Klas Blomgren (Zweden) nam dit voor zijn rekening, wij ontdekten hem door zijn uitstekend werk voor Svart, het project van Shining’s bassist Draug.

Addergebroed: “Aklo” begint met loodzware blazers (ja?) alvorens over te gaan tot een midtempo death metalriff. Deze death metalinvloeden komen ook vaker terug dan op beide vorige albums. De zangkoren doen erg Enslaved aan, maar vormen een mooi contrast met de zware onderliggende gitaarlijnen.

Cold war
Dies: Nummer in combinatie van piano-improvisatie en monsterrif van Jonathan. Filmsample komt uit “The Thing“. Er zijn heel veel sessies nodig geweest om correct te fluiten, niet makkelijk in black metal stijl.

Eldritch” verschilt nogal van onze vorige twee albums. We wilden dat de nieuwe nummers meer gitaargeörienteerd waren, met meer pit/edge. Daarom besloten we om onze basiswerkwijze aan te passen. Onze gitaristen Reinier Schenk en Jonathan Vanderwal startten nu met het schrijven van de nummers vanuit een gitaarperspectief, om daarna de keyboards en drums er aan toe te voegen. Op onze twee vorige platen “Ritu” en “Irreversible Decay” werden de nummers net andersom geschreven, vanuit een keyboard-drum perspectief.

Addergebroed: …en dat hoor je. De synths staan ook een beetje meer op de achtergrond in de mix en de gitaarcomposities bevatten meer details en meer soli. “Cold war” komt op gang met een soort melodieuze riff die niet zou misstaan in een outro, maar trekt na enkele minuten alle registers open. Dit nummer doet me het minste. De melodie blijft eindeloos doorgaan en het nummer mist net dat speciale wat ieder nummer laat opvallen op een of andere manier.

Eater of worlds
Dries: Persoonlijk mijn favoriet van de plaat, hopelijk lukt het om van deze een lyric video klaar te krijgen voor de releasedatum, maar we houden ons zoveel mogelijk weg van deadlines de komende tijden, dat werkt niet echt bevorderlijk, deze op “Eldritch” waren redelijk hectisch om te halen. De plaat komt opnieuw uit in een mooie digipak editie, dus besloten we om extra inspanning te doen om het extra interessant te maken. We zijn dan ook heel trots op het booklet, wat quotes bevat van alle schrijvers met toestemming van de auteurs zelf of hun erfgenamen. Zelfs Stephen King gaf z’n toestemming, het nummer “Eater of Worlds” is namelijk gebaseerd op het boek “It“. De quotes worden weergegeven naast de tekst, zodat een vergelijking /inspiratie makkelijk mogelijk is.

Addergebroed: Dries slaat hier de nagel op de kop. Toen “Eldritch” voor het eerst door mijn speakers knalde, gaf “Eater of worlds” me een instant oorgasme. De blazers klinken zeer heroïsch en hun klank is perfect. Ook mijn favoriet!

Red death
Dries: Voor deze plaat hebben we, aangezien Shumcot studio werd opgedoekt, alle opnames zelf voor onze rekening genomen. Ieder nam thuis zelf z’n instrumenten op. Zang en koren werden bij drummer Kevin opgenomen. Dit liep oorspronkelijk vlot, maar we hebben toch beslist om het voor de volgende plaat toch opnieuw allen samen in één studio te gaan doen. De hoeveelheid extra werk om alle files van alle nummers op de correcte plaats te zetten en aan te passen hadden we wat onderschat. Gelukkig waren we net na de release van “Ritu” gestart met het volledige pre-productieproces, waardoor de deadline niet in het gedrang kwam.

Addergebroed: Gitarist Reinier heeft dit nummer op zijn conto staan en er is bewust geen blastbeat ingestoken. Het langzame en onheilspellende “Red death” kabbelt lekker voorbij. De productie komt ook het best tot zijn recht in de tragere nummers. En dat is zowat het enigste minpuntje van “Eldritch“; de productie. Het mag geweten worden dat ik een aversie heb voor steriele producties, maar dit soort atmosferische metal schreeuwt om een cleane aanpak. Dat begrijp ik. Toch gaat Saille deze keer net iets té ver. Met name de drums klinken zo bewerkt dat heel wat software digitale drums natuurlijker laten klinken dan wat hier voorgeschoteld wordt. Vooral de snaredrum blijkt een dooddoener te zijn. Tijdens snelle passages zuigt hij de rest van het geluid een beetje op. Een productie zoals die van “Nexus polaris” van Covenant zou Saille perfect passen.

Dagon
Dries: Alle teksten van de nummers op “Eldritch” werden geschreven door Sailles zanger Dennie en vinden hun oorsprong in horror literatuur, zowel klassiek, turn-of-the-20th-century als moderne verhalen en boeken. De teksten tonen de ware aard van horror zoals dit opgevat werd in verschillende tijden en vormen. Ze vervolledigen de nummers door er het ontastbare, onaangename en dus de horror aan toe te voegen op een organische manier. We hadden niet de bedoeling om een album te schrijven wat geïnspireerd werd door H.P. Lovecraft, maar zijn invloed is opnieuw opvallend over de gehele plaat en kan niet genegeerd worden. Sterker nog, de bron van elk nummer (behalve “Walpurgis” – gebaseerd op Goethes “Faust“) kan beschouwd worden als proto-, post- of volledig Lovecraftiaans.

Addergebroed: Dennie mag een dikke vette Oscar in ontvangst nemen voor zijn prestaties. Nog nooit, en ik heb Dennie al heel vaak mogen aanhoren, heeft de beste man zo goed geklonken. Zijn screams klinken natuurlijker dan ooit. Agressief en gevarieerd; Attila- geknor, diepere screams, Burzumesque-speenvarkensgekrijs en een heel scala aan cleane gezangen, op “Eldritch” hoor je het allemaal. Op “Ritu” was het van “Iä! Iä! Cthulhu Fhtagn“. Nu weerklinkt “Iä! Dagon“. Voor de die hards: wederom vintage Mortifer invloeden hier!

Carcosa
Dries: Ik ben nog nooit zo tevreden geweest van een plaat als van “Eldritch“, had al een goed gevoel vanaf de eerste basis van de pre-productie. De nummers staan als een huis, en de tegenslagen die we onderweg te verwerken kregen waren makkelijk op te vangen door het vertrouwen in de nummers. Misschien een minpunt is dat we iets te weinig tijd hadden goed over de eindmix na te denken, maar dit is aan de andere kant ook een pluspunt, gewoon op je gevoel afgaan en je brein in z’n hokje laten zitten.

Addergebroed: Saille heeft met “Ritu” al bewezen dat hun skills geen toeval waren. “Eldritch” bevestigt alleen maar. Enerzijds ga je nu een resem zeikerds tegenkomen die zeggen dat Saille steeds uit hetzelfde vaatje put en de nieuweling niks openbaarlijks tevoorschijn tovert. Anderzijds mag wel duidelijk vastgesteld worden dat Saille 3 maal na elkaar wereldklasse albums uitbrengt. Het is weinig bands gegeven. En los daarvan verschilt “Eldritch” wel op enkele subtiele vlakken: minder synths op de voorgrond, een meer dreigendere sfeer, nog meer gevarieerde gezangen en een habbeklats meer death metalinvloeden. Enkel de zwakke drumproductie is een hekelpunt, maar daar zal niet iedereen zich aan storen. Als Carach Angren wereldfaam oogst, mag onze Vlaamse (pardon, met een snuifje Amsterdam) Dimmu Borgir datzelfde doen. That is not dead which can eternal lie!

Flp: 86/100

Saille – Eldritch (Code666 2014)
1. Emerald
2. Walpurgis
3. The great god Pan
4. Aklo
5. Cold war
6. Eater of worlds
7. Red death
8. Dagon
9. Carcosa

Carpe Noctem – In terra profugus

Ijsland en black metal. Dan denken we onvermijdbaar aan Svartidauði. Mijn hoofd eraf als deze vergelijking niet in elke bespreking van Carpe Noctems debuut “In terra profugus” voortkomt. Want niet alleen hun afkomst delen ze met team Þórir, ook hun voorliefde voor obscure dissonante black metal. Louter verwijzen naar Svartidauði is verwijzen is Deathspell Omega oneer aandoen, aangezien “First prayer” al eens gerecycleerd werd door die andere band. Met heel veel grote woorden beschrijft de promosheet Carpe Noctem als een van Ijslands grootste black metalacts. Nu goed, de scene daar stelt geen hol voor, maar dan nog is deze grootspraak niet nodig. Carpe Noctem haalt niet het niveau van beide bands eerder vernoemd hierboven. Ze spelen weliswaar goed onderbouwde nummers, maar vaak overstijgen ze niet de grijze middelmaat. Uitschieter is wat mij betreft “VITRIOL”, zijnde nummer 3. Zij noemen het nummer 1, want, ik kopieer het Engels (dat bekt beter): “the order of the songs count down at first, and then upwards, signifying the initial descent into the earth, into the dream or afterlife, and the subsequent transformation and resurrection”. Weer onnodige grootspraak. “VITRIOL” was dan ook het nummer dat me deed watertandend deed verlangen meer te horen. Het obscuur sfeertje is alom vertegenwoordigd op “In terra profugus”, doch zijn er heus wat death metalinvloeden te horen, zoals de upbeat drumstukken in “Metamorphoses maleficarum”. En ook de sound leunt meer aan bij death metal. Op zich is “In terra profugus” geen onaardig schijfje, maar waarom naar de B-kant van Svartidauði luisteren? Ik had wat meer verwacht.

FLP: 79/100

Carpe Noctem – In terra profugus (Code666 2013)
1. III. Odium somniferum
2. II. Ars moriendi
3. I. VITRIOL
4. II. Metamorphoses maleficarum
5. III. Hostis humani generis

Control Human Delete – The prime mover

Zes volle jaren heeft het geduurd alvorens de snuiters van Control Human Delete met een opvolger voor “Terminal world perspective” op de proppen kwamen. Het lange wachten wordt beloond, want “The prime mover” is een juweeltje van jewelste geworden. Ik volg de band als sinds hun demoperiode en keer op keer wordt een vernieuwend schijfje aangeboden. Het is sterk hoe de band zich onderscheidt van de grote massa. In die mate zelfs dat het moeilijk is om er wat op te plakken. Destijds waren vergelijkingen met bands op Satyr’s Moonfog Productions duidelijk merkbaar, maar daar schiet steeds minder van over, al zou een referentie naar een meer avontuurlijke versie van DHG wel passend zijn. Luister maar naar het schitterende “Shapeshifting”. Een track als “Continuous data, part 1” doet dan weer wat Thorns aan. “The prime mover” richt zich meer op het elektronische en het industriële aspect dan het (black) metalgebeuren. Een ongekend scala van vreemde custom made geluiden passeert de revue en de drumcomputer gaat soms echt erover met over the top kicks en hi-hats. I love it! Control Human Delete is zowat de enigste band ter wereld waarbij drumcomputer > echte drums. Ondanks al deze lofbetuigingen moet ik de jongens een paar kletsen op de billen toedienen, want er zijn zeker en vast ook wat mindere momenten aanwezig. Het trage en erg lange “Earth-like behaviour” is gewoonweg te saai. Punt. Ik mis daar ook de drukke samples die de plaat zo kenmerken. Waarom dan niet een rustige soundscape inbouwen zoals het magistrale “Transpherium” (van op de vorige cd). En wat met die lelijke zang op het einde? Het zijn ook de zangpartijen die best wel wat spectaculairder mogen zijn. Begrijp me niet verkeerd, de stemkleur is dik in orde en de matige variatie die wordt aangeboden door allerhande effecten te zetten op spoken words passages doen het aardig. Maar het kan beter. Op steeds (haast immer) dezelfde toon, in hetzelfde tempo en met dezelfde articulatie worden de teksten geschreeuwd. Waarom dat niet eens een keer aanpassen? Komaan, lekker wild doen! Desalniettemin luistert “The prime mover” aardig weg. De opmerkingen wegen niet op tegen het enthousiasme dat teweeg gebracht wordt door de drang om te experimenteren en het hoog originaliteitsgehalte.

fLP: 80/100

Control Human Delete – The prime mover (Code666 2013)
1. New replicators
2. Transporter
3. Continuous data, part 1
4. Continuous data, part 2
5. Shapeshifting
6. Earth-like behavior
7. Recurrence

Saille – Nog lang niet aan het einde van hun Latijn

De nieuwe rijzende ster in de symfonische black metalwereld komt uit ons eigen strontland. Saille katapulteert zich naar de top van het genre en stoot uitgeblazen coryfeeën zonder al te veel moeite van hun troon. “Ritu” is het tweede wapenfeit van de band en het lijkt wederom een schot in de roos te zijn. Hun bewandelde pad is er dan ook eentje waarvan ik alvast jaloers word. Saille verdient dan ook alle lof en het is gitarist Reinier Schenk die de honneurs waar komt nemen. (fLP)

735528_10151386986610250_265260735_o

Jullie korte tour met Negura Bunget is vroegtijdig tot een einde gekomen? Vertel! Hoe verliep alles, kunnen jullie tevreden zijn?
Je zal het nooit anders meemaken. Gaan we eindelijk de hort op en dan ligt er een hoop sneeuw en ijs om ons doorheen te ploeteren. Het viel eerst nog mee, maar in bepaalde streken was er geen doorkomen aan. De laatste dag was in het noorden van Nederland, waar het pas écht erg bleek te zijn. Bovendien was het op een maandagavond, de treinen reden daar zelfs niet meer en veel mensen kondigden vooraf al aan om lekker thuis bij de kachel te blijven. We vonden het niet verstandig om daar naartoe te glijden en dan misschien zelfs voor een lege zaal te spelen, dus hebben we met spijt besloten om huiswaarts te gaan. Maar voor de rest was het overal fun, vooral in Oostende was het volle bak en dik uitverkocht! We hebben ontzettend veel merch en cd’s verkocht, wat natuurlijk een mooie bonus was.

Niemand durfde op voorhand zijn hand ervoor in het vuur te steken dat “Ritu” de maximumscores van “Irreversible Decay” zou evenaren, maar dat lukte met de vingers in de neus. De plaat is pas uit, maar speelt voor jullie al lang in de oren. Wil je beide albums eens vergelijken met elkaar?
Ritu” is op alle punten een stap vooruit. Het was deze keer het resultaat van hard werk door de hele band. Meerdere bandleden hebben bijdragen geleverd. De teksten kwamen deze keer volledig van onze zanger Dennie Grondelaers, die ze allemaal heeft voorzien van een vet duister kantje. Het is ook een conceptalbum, ieder nummer handelt over een andere vorm van rituele offering, telkens binnen een andere cultuur. De tracks zijn onderling ook meer gevarieerd, er zijn veel snellere nummers bij, maar evengoed ook hele trage passages. Je hoort meer echte instrumenten door gastmuzikanten, dan nog wat speciale instrumenten die we ergens opgedoken hebben, maar duidelijker gearrangeerd dan op “Irreversible decay”. We zijn niet drastisch van stijl veranderd, maar het is allemaal beter uitgewerkt en gedoseerd. En niet onbelangrijk: het geheel klinkt veel donkerder en voller, de productie is stukken beter en ook de mastering van Tom Kvålsvoll draagt bij tot het mooie resultaat. Het is gewoon heftiger en agressievere schijf geworden en we zijn er met z’n allen erg trots op.

Een poos terug werd op Facebook met foto’s aangetoond dat jullie de teksten van “Ritu” in houten planken hadden gebrand, ze daarna in de grond hadden gestopt en vervolgens hadden opgegraven. Ik weet niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar het resultaat in de digipack is toch niet zo speciaal, me dunkt. Of mis ik wat?
Ik vind het wel wat hebben, maar ik veronderstel dat je bedoelt dat het effect een beetje verloren gaat door het kleine formaat van een cd-boekje. Tja, op LP uitbrengen met uitklaphoes dan maar? Dat buiten beschouwing gelaten moet je toch toegeven dat de digipack er heel mooi en verzorgd uitziet?

Klopt, zou je de betekenis van het cover artwork en het symbool erbij willen toelichten?
Op de cover staat het originele Saille-symbool/de letter Saille uit het Oud-Ierse ‘Ogham-alfabet’. De letters van het Ogham-schrift werden genoemd naar bomen. ‘Saille’ betekent eigenlijk ‘wilgenboom’, maar stond voor de letter S. We vonden het artwork goed passen bij de rode draad die door de teksten loopt, maar we wilden ook dat het aansloot bij de vorige cd. Michal Karcz heeft ook deze keer het artwork verzorgd.

Achteraan op jullie digipack staat “met de steun van de Vlaamse Overheid”. Leg eens uit hoe jullie dat klaar kregen?
In plaats van zielig te zitten mekkeren dat ‘een ander wel iets krijgt en wij niet’ dachten we eraan om eerst eens uit te proberen of dat beeld wel klopt. Er worden zoveel leuterverhalen verteld. Dries heeft een mooi en dik dossier over Saille opgesteld, met doelstelling, budget enzovoort (zoals vereist). Dat was niet simpel , veel werk en ontiegelijk saai natuurlijk. Dat pakketje is spontaan opgestuurd naar de bevoegde instantie en wij dachten allemaal dat daar mooi niks van in huis zou komen. Na verloop van tijd kregen we echter bevestiging dat we subsidie kregen en het verbaasde ons best wel. Je kunt je voorstellen dat we daar best wel tevreden over waren. Het komt allemaal niet vanzelf natuurlijk, je moet er wel een beetje moeite voor doen.

Laatst las ik in de Rock Tribune dat de Amerikaanse rukband All That Remains een videoclip schieten pure geldverkwisting vonden. Wat vind jij daarvan? Vertel ineens ook wat meer over jullie pas geschoten clip.
Daar ben ik het niet mee eens. De band die jij noemt verkwanselt daar misschien bergen geld aan en klaagt dat ze niet op MTV gedraaid worden. Dat is een verkeerd uitgangspunt en zeker niet onze bedoeling. Een videoclip of een mooie liveregistratie geeft je als band de mogelijkheid om jezelf visueel te presenteren aan de mensheid en dan weet men tenminste wat men kan verwachten. Het is ook aangenamer om naar een filmpje te kijken op You Tube dan enkel op een hoes te zitten staren terwijl je een band checkt. Wij hebben een video gemaakt van “Blood Libel”, met een pro camerateam, script en regisseur incluis. De voorbereiding en het filmen zelf hebben heel wat inspanningen gevergd, want er komt echt enorm veel bij kijken; denk maar aan de camerastandpunten, de belichting, weersomstandigheden, toestemming krijgen van instanties, de juiste attributen vinden. Er is uit de hand gefilmd, maar ook vanaf rijdende voertuigen, van een skateboard tot aan een quad. Er waren gelukkig heel wat grappige momenten. Er hebben heel veel mensen meegeholpen, waarvoor wij dankbaar zijn. De clip zit nu in de eindmontage-fase en we zijn zeer benieuwd naar het resultaat.

Sinds kort verzorgt Morbid Management jullie tot in de watjes. Bezieler Willem is een jonge knaap die pas komt piepen in de metalscène. Wat doet hij eigenlijk voor Saille?
Toen wij twee jaar geleden begonnen deed Dries alles. Dat werd op redelijk korte termijn teveel werk en als band wil je je toch vooral bezig houden met de muzikale kant. Vorig jaar kwam Willem plotseling tevoorschijn om samen te werken met ons en ik moet toegeven dat ik in het begin een beetje sceptisch was. Echter, hij heeft op zeer korte tijd laten zien dat hij veel in z’n mars heeft en verdomd goed weet waar de klepel hangt. Laat je niet misleiden door zijn jonge leeftijd, hij weet van alles te regelen en heeft kennis van zaken. Hij heeft Saille al veel mooie diensten bewezen en ondertussen verzorgt hij ons management onder zijn eigen naam. Hij levert uitstekend werk, doet onze bookings, deals, promo en legale toestanden en zo kunnen Saile en Morbid Management allebei groeien. Ondertussen is hij zelfs al de exclusieve Belgische booker voor TMR Music Promotions (ADDERGEBROED: van o.a. Eindhoven Metal Meeting), dat wil toch ook wat zeggen. Het werkt heel goed voor ons en daar zijn we blij om.

Onlangs werd me gezegd dat Saille zichzelf uithoert door als bezetenen op de (sociale) media te storten. En dat voor een “black metal” band. Wanneer vind je dat je daarin te ver kunt gaan, of kan dat niet?
Ze mogen het noemen hoe ze willen, maar het is nu eenmaal een feit dat je reclame moet maken als je wilt opvallen. De huidige sociale media lenen zich daar perfect voor en daar moet je gebruik van maken. Ik heb al veel cd’s gekocht en bands bezocht die ik heb ontdekt op dezelfde manier. Ik vind het lulkoek dat je alleen maar geloofwaardig bent als black metal band als je in de marge rommelt en in Klootjeskapelle in een gore tent voor dertien tr00 metalheads staat te spelen en 2 low budget cassettes verkoopt. We weten heus wel wat de underground is en dat is voor ons heus niet te min. De tijd die deze roddeltantes verprutsen aan achterklap en zeiken over dat soort onzin steken wij liever in onze band. Wij werken echt hard en we zijn enkel bezig met onze muziek en met wat er voor nodig is om ons uit het ruime aanbod van bands naar boven te wurmen. Waarom zouden andere genres wel met meer respect behandeld mogen worden? Wel een mooi woord overigens ‘uithoeren’, maar het werkt blijkbaar wel.

Blijkbaar zijn jullie de belangrijkste band op Code666. Het gaat jullie ook voor de wind, want de speciale “Ritu” box was in 10 minuten (!) uitverkocht. Ik verwacht dat het label met wat extra inspanning over de boeg zal moeten komen als ze ook nummer 3 willen uitbrengen. Is de samenwerking met Code666 een positief verhaal en wat zou je graag anders zien voor nummer 3?
Of wij de belangrijkste band bij Code666 zijn weet ik niet, maar dat het lekker gaat kunnen we niet ontkennen. Tot dusver zijn we erg tevreden, maar alles kan beter. In deze tijden is het voor labels ook niet evident om in het diepe te springen met een nieuwe band en wij zijn blij dat we bij een goed label zitten. Er zijn wel wat bands te noemen die hun platen niet gereleased krijgen door een label, dus dat zit alvast snor. Hoe meer wij bewijzen, hoe meer wij stapsgewijs in return krijgen. Zo is er de genoemde limited edition, er komen speciale T-shirts en er zitten nog wat verrassingen in de pijplijn.

Saille startte als “bij-band” voor leden van In-Quest, Fractured Insanity, Mortifer en Fleshmould. Afgaande op het succes doet de “bij-band” het beter dan de prioriteitenbands. Zijn de rollen nu omgekeerd?
Inmiddels heeft iedereen zijn andere muzikale activiteiten laten vallen, met uitzondering van Gert die nog drumt bij In-Quest. Het is gewoon niet meer te combineren, dus dat zegt al genoeg. We krijgen steeds meer aanbiedingen om op te treden en dat doen we dus ook steeds meer. En er komt nog heel wat bij kijken van promotionele activiteiten en interviews. Het is voor ons ook veel plezieriger om alle ideeën, tijd en energie in Saille te steken, omdat we daar tenminste direct waardevolle resultaten van zien. We zijn op korte tijd zelfbedruipend (ADDERGEBROED: dat is ook een mooi woord) geworden, zoals dat zo mooi heet en we hebben al veel gave concerten mogen doen. Het loopt met andere woorden dus lekker.

Waar gaat de succesvolle Saille-epos eindigen? Concreet op kort termijn: wanneer ben je tevreden met “Ritu” en alles wat erbij komt kijken? Concreet op lang termijn: waar zouden jullie de band willen zien in 5 jaren?
Voorlopig zijn we nog niet aan het einde van ons Latijn. Aangezien wij “Ritu” in 4-5 maanden hebben gemaakt en in 10 weken hebben opgenomen wil dat zeggen dat wij nog wel wat uit onze hoed kunnen toveren in de toekomst. Als onze tweede cd het debuut op alle punten overtreft (en daar ziet het wel naar uit) is de missie geslaagd en wil dat zeggen dat we nog steeds groeien. En dat is goed. We weten nu al wat we beter willen voor het volgende hoofdstuk en tussen ons gefluisterd… We zijn eigenlijk al bezig met ideeën te verzamelen voor de derde cd. Waar zouden we de band willen zien over een jaar of vijf? Mmmh, dat is moeilijk te zeggen, maar laat ik het houden op een constante en solide groei, op alle coole podia gespeeld hebben en wat bevriende bands in ons zog meesleuren. En hopelijk doen we het al die tijd met evenveel plezier als nu het geval is.

Saille – Ritu

Vorig jaar sloeg Saille hun debuut “Irreversible decay” in als een bom. Niet geheel onverwacht katapulteerde de band zich naar de top van de symfonische black metal. Haast alle besprekingen waren laaiend enthousiast en niet zelden werd een maximumscore toegeschreven. Bezieler alsook keyboardspeler Dries heeft dan ook jaren de tijd gehad om deze Blitzkrieg voor te bereiden. Uiteindelijk brandt er slechts één vraag op ieders lippen: kan Saille hun debuut evenaren? Zonder twijfel luidt het antwoord volmondig ja! Met “Ritu” brengt Saille opnieuw een viersterren album uit dat de heersers in het genre moeiteloos evenaart. Daar waar een band als Dimmu Borgir te theatraal en te gemaakt klinkt, druipt de passie eraf bij Saille. Tijdens het beluisteren moet ik regelmatig denken aan een meer symfonische versie van Keep of Kalessin, met name het gitaarwerk in “Upon the idol of Crona” (inclusief de geweldige gitaarsolo) en de epische zanglijnen in “Runaljod” . Het pedaal is meestal diep ingedrukt, maar toch wordt her en der gas terug genomen. Het trage en opzwepende “Fhtagn” is voor mij dan ook de knaller van “Ritu”. Het doet me onmiddellijk denken aan “Lucifer” van Behemoth: duister, traag en onheilspellend! Nieuweling Dennie Grondelaers heeft de moeilijke job om zijn uiterst veelzijdige voorganger te vervangen achter de microfoon en hij slaagt daar wonderbaarlijk goed in. Opnieuw passeert een dozijn aan verschillende gezangen en wordt de sfeer perfect aangevoeld, al zal de feeërieke vrouwenzang in “Runaljod” niet van een penismens komen. Enkel het knullige horrorstemmetje in “Subcutaneous terror” lijkt een misplaatste Disney-opname. De zang staat stil in de mix, wat ik persoonlijk een goede zet vind, want zo worden de bombastische lagen keyboards beter benadrukt. Vergeleken met het ietwat steriele vorige album, klinkt “Ritu” veel voller, natuurlijker en warmer – Er valt werkelijk niks negatiefs op aan te merken. Saille heeft zich meer ontwikkeld op deze nieuwe zilverling en klinkt een pak meer gevarieerd en complexer dan op “Irreversible decay”. Het geheel luistert niet zo gemakkelijk weg en heeft meerdere luisterbeurten nodig om de schoonheid ervan te ontginnen. Eens je dat vat, ben je verkocht! Klasse.

fLP: 90/100

Saille – Ritu (Code666 2013)
1. Blood libel
2. Subcutaneous terror
3. Fhtagn
4. Upon the idol of Crona
5. Sati
6. A titan’s sacrifice
7. Haunter of the dark
8. Runaljod
9. Ritual descent