cradle of filth

Totengeflüster – The faceless divine

Het is dan wel een groot land met een rijke metal geschiedenis, er zijn de laatste jaren maar weinig extreme bands uit Duitsland die veel potten breken. Voor mij is Totengeflüster er eentje van, want ondanks dat je drie albums op dertien jaar tijd niet buitensporig productief kan noemen, slagen de jongens en het meisje uit Baden-Württemberg er namelijk wel in om voor de derde keer een rechttoe rechtaan, sfeervolle symfonische black metal schijf uit te brengen. Een genre dat ik een beetje mis tussen de vele “post-metal” muziek anno 2019. Anders dan de vorige twee releases, heeft de band nu voor Engels gekozen in plaat van Duits. Iets wat internationale fans misschien wel op prijs zullen stellen en hopelijk deuren zal openen naar meer Europese podia. Net zoals de vorige releases wordt “The faceless divine” gekenmerkt door de geslaagde vermenging van retestrakke drums, snijdende gitaren en donkere synths. Of hoe het zou klinken als je een Zweedse melodische black metal band met orchestratie laat spelen. Iets wat meteen na de intro al opvalt met het nummer “On carrion wings“. Dat de band in een dergelijke track profiteert van een sterke drummer als Frostbitten mag duidelijk zijn, maar voor mij zijn het de eerder mid-tempo nummers als “The hollow wanderer” of “Affliction” die er het beste ingaan. Het laatste nummer voor de outro “Reise eines verloren Geistes” gaat de meer epische tour op en is met bonustrack “Entflamme mich!” het enige Duits dat we horen. Die bonustrack doet me ergens denken aan hoe Eisregen destijds had kunnen klinken, indien ze… beter waren geweest. Doorheen elk nummer hoor je dat, ondanks het symfonische label, er niet overdreven wordt met keyboards en dat het de bedoeling is om met alle instrumenten samen de duistere toon te creëren die wordt beoogt. Vocalen dragen natuurlijk ook een zware steen bij en lijken qua frasering/klankkleur soms wat op het betere Cradle of Filth werk. Al was dat een pak duidelijker op voorganger “Im Nebel der Vergangenheit“. Trouwens ook een geweldige release, die naar mijn smaak genoot van een iets betere gitaarsound. Het indrukwekkende artwork is van de hand van bezieler Simon Bessert akaTotleben die zo maar even ook de orchestratie en gitaren voor zijn rekening neemt, de muziek schrijft en de productie doet. Knappe shit, als je het mij vraagt.

Xavier: 90/100

Totengeflüster – The faceless divine (Black Lion Records 2019)
1. The arrival of the withered
2. On carrion wings
3. The hollow wanderer (Cursed)
4. The Hunt
5. Affliction
6. Extinct paradise
7. Grant us thy blessing
8. Vermin
9. Reise eines verlorenen Geistes
10. Requiem
11. Entflamme mich
12. The hollow wanderer (Satin version)

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt

Met Vargrav en Gardsghastr hebben we het afgelopen jaar al fijne met keyboards doorspekte black mogen horen. Ook het Zwitserse Ateiggär doet nu een poging om nieuw leven te blazen in het in het verleden vaak verguisde subgenre van de door ons allen geliefde black metal. Ateiggär betekent zoveel als “initiator van ideeën” en werd pas aan het begin van dit jaar opgericht door de gesluierde individuen Fauth Temenkeel en Fauth Lantav. Het lyrisch universum van de band beslaat alchemistische en mystieke ideeën die uit het begin van de moderne tijd stammen. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” is het eerste wapenfeit van het duo dat banden heeft met het “Helvetic Underground Committee” waarvan o.a. Arkhaaik en Kvelgeyst hier de revue al passeerden. Beide muzikanten presenteren ondanks hun jeugdige leeftijd op deze EP vier volbloed nummers en een intro die diep geworteld zijn in de symfonische tradities van jaren negentig second wave black metal. De inluidende klanken van “En Seelefunke” zetten een bombastisch symfonisch geluid neer dat een Limbonic Art of Cradle Of Filth-achtig spektakel doet vermoeden, hoewel de keyboards in de eigenlijke nummers toch een iets minder overheersende rol innemen. Op een misplaatst kermisachtig pianoriedeltje in “Und d Korybante tanzed in Sturm” na, nemen de toetsen het vooral over wanneer de riffs net wat té lichtvoetig uitvallen om alzo meer body aan het geheel te geven. Maar gelukkig bevat een nummer als “En Blinde namens Duracotus” best ook wel enkele gave old-school opzwepende riffs. Door de band genomen draagt het toetsenwerk bij aan de mystieke sfeer die neergezet wordt, hoewel enkele Disney-achtige passages niet vermeden kunnen worden. Ook wordt er soms geëxperimenteerd met helder gezongen uithalen die niet altijd geslaagd uitdraaien. “De Dämon us Levania” bevat enkele oude Dødheimsgard-referenties wat natuurlijk dan weer wel mooi meegenomen is. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” heeft zo zijn momenten, maar is niet over de gehele lijn geslaagd. Bepaal vooral zelf of je hier mee weg kunt. Liefhebbers kunnen kiezen tussen een digitale versie, vinyl- of cassetterelease.

JOKKE: 74/100

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt (Eisenwald 2019)
1. En Seelefunke
2. Und d Korybante tanzed in Sturm
3. Us d’r Höll chunnt nume Zyt
4. En Blinde namens Duracotus
5. De Dämon us Levania

Hecate Enthroned – Embrace of the godless aeon

In de jaren negentig was er een vuile wieg die nogal wat bands inspireerde. Weinig onder hen gingen echter zó overduidelijk de mosterd schrapen van Cradle of Filth-platen als de Britse landgenoten Hecate Enthroned. Ondanks de soms treffende gelijkenissen, slaagde de band erin een eigen geluid uit te dragen dat sneller en rauwer was dan dat van menig andere symfonische black metal-tijdgenoten. In hoeverre dat aan het productiebudget lag, laat ik hier even in het midden. De eerste drie albums werden destijds goed onthaald, maar daarna ging het naar mijn mening een beetje mis voor de heren. Een andere zanger en weinig geslaagde death metal-invloeden vervreemden Hecate Enthroned een beetje van hun fanbasis en na het vierde “Kings of chaos” bleef het dan ook enkele jaren stil. Die stilte hadden ze beter niet doorbroken, want full-length opvolger “Redimus” was weinig meer dan een erg slappe doodsmetalen hap. Een heuse negen jaren later kwam het degelijke “Virulent rapture“. Een album dat sterk deed denken aan de eerste releases, maar waarna het toch weer een hele poos duurde vooraleer Hecate haar troon opnieuw besteeg met “Embrace of the godless aeon“. Het is een stevige plaat geworden waarin de band voor het eerst in bijna twintig jaar laat zien dat ze de verschillende metalen wel degelijk kan combineren tot een leuke legering. Het gitaargeluid klinkt lekker rauw, de drums zijn krachtig en de keys zijn een melodieuze meerwaarde. De screams van nieuwe zanger Joe Stamps passen mooi bij de muziek en de compacte productie. In de overwegend snelle tracks is alles dan wel niet immer even goed hoorbaar, de nummers komen tot hun recht dankzij de eenheid tussen geluid en compositie. Persoonlijk ben ik iets minder gewonnen voor de grunts en de tragere passages, zoals bijvoorbeeld in “Enthrallment“, die naar mijn gevoel niet evenwichtig zijn uitgewerkt. Hoe dan ook vind ik het hun beste plaat in lange tijd en hoop ik dat ze op dit elan kunnen verder gaan. Liefhebbers van meer dan een schaamstreek streepje synth in hun black metal, moeten dit zeker een kans geven.

Xavier: 83/100

Hecate Enthroned – Embrace of the godless aeon (M-Theory Audio 2019)
1. Ascension
2. Revelations in autumn flame
3. Temples that breathe
4. Goddess of dark misfits
5. Whispers of the mountain ossuary
6. Enthrallment
7. Silent conversations with distant stars
8. Erebus and terror

Mephorash – Shem ha mephorash

De zoveelste carnavaleske band hoor ik u al denken bij het aanschouwen van de bandfoto’s van Mephorash. Ik kan u geen ongelijk geven. Een bepaald deel van de hedendaagse black metal-scene hecht bijna meer belang aan het visuele aspect dan aan de muziek. Ik heb het dan over de vele religieuze/orthodoxe bands die enorm populair zijn en met hun symboliek en mysterieuze outfits tot de verbeelding spreken. De roots van deze Zweden zijn diep in deze scene geworteld. Aan u te oordelen of Mephorash’s muziek even interessant en spannend klinkt als de visuele presentatie. De band met leden van Ofermod en Malign heeft in elk geval werk gemaakt van de muzikale uitwerking want de acht nummers die op “Shem ha mephorash” prijken, klokken op een monumentale 74 minuten speeltijd af. Bij deze grootse aanpak hoort natuurlijk ook een heus concept waarbij het kwartet de luisteraar meeneemt op een esoterische reis doorheen de concepten en ideeën van het “Shem Ha Mephorash-systeem”: de 72-ledige expliciete naam van God. Niet alleen qua présence, maar ook stilistisch gezien kunnen parallellen getrokken worden met een band als Schammasch. Mephorash hanteert immers voor het grootste deel een mid-of down-tempo-aanpak waarbij slechts sporadisch het gaspedaal ingedrukt wordt. De epische nummers nemen hun tijd om zich te ontpoppen tot majestueuze hoogtepunten en vloeien middels sacraal klinkende intermizzi in mekaar over wat het samenhangend karakter van de nummers en het thema nog meer onderstreept. De muzikanten toveren heel wat toeters en bellen uit hun mouwen om de lange songs interessant te houden: zo horen we allerhande (vrouwelijke) koorzangen, onheilspellende gothische klanken, klokkenspel, rituele percussie, angstaanjagende keelgeluiden en klassieke instrumenten zoals piano die allen bijdragen tot het bombastische en grandioze karakter van de muziek. Gitarist Mishbar Bovmeph kleurt “Chant of Golgotha” en “Sanguinem” met slepende en kreunende doomy leads in, maar na een paar luisterbeurten irriteren deze mij mateloos. Hoewel de band er alles aan doet om het interessant te houden, is 74 minuten dezer dagen heel lang om de aandacht van de gemiddelde luisteraar vast te houden. Ook de Zweden slagen er niet in om mij de volledige rit op het puntje van mijn stoel te laten zitten. Daarvoor klinkt het soms allemaal wat te braaf of worden bepaalde melodieën te lang gerokken. Sneller tot de kern van de zaak komen kan soms geen kwaad en zou voor meer variatie zorgen. Op deze punten van kritiek na, heeft Mephorash een erg ambitieuze plaat geschreven. Knap trouwens dat drievierde van de band nog maar halfweg de twintig is en dat ze nu reeds een dergelijk massief conceptalbum kunnen afleveren. Wat mij betreft heeft Mephorash me toch overtuigd van haar muzikale kunnen. De verkleedpartijen neem ik daar graag bij. Liefhebbers van het reeds vermelde Schammasch, maar bijvoorbeeld ook een Ruins Of Beverast, Cradle Of Filth, Batushka en Farsot moeten deze plaat zeker eens checken.

JOKKE: 79/100

Mephorash – Shem ha mephorash (Shadow Records 2019)
1. King of kings, lord of lords
2. Chant of Golgotha
3. Epitome I bottomless infinite
4. Sanguinem
5. Epitome II the amrita of vile shapes
6. Relics of Elohim
7. 777_ Third woe
8. Shem ha mephorash

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon