darkthrone

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis

Mayhem, Darkthrone, Emperor, Burzum, Enslaved, Bathory, Satyricon, Immortal, … zowat alle grote jongens uit de black metal-scene werden reeds geëerd met een tribute. Nu is het de beurt aan het Duitse Katharsis, een minder bekende band voor het grote publiek maar wel één die met haar primitieve, morbide en chaotische old school black een onuitwisbare nadruk heeft nagelaten op tal van bands die dieper in de underground resideren. Het Spaanse Bile Noire en het Duitse No Return namen het initiatief en brengen de compilatie geheel volgens de old school tradities op tape uit. Katharsis werd in 1994 opgericht en vijftien jaar later verscheen met “Fourth reich” diens laatste wapenfeit. De meeste bands die aan het eerbetoon meewerkten plukten songs van de drie langspelers. “666” uit 2000 is vertegenwoordigd met vier songs, “Kruzifixxion” uit 2003 met twee stuks en het (voor velen) magnus opus “VVorldVVithoutEnd” uit 2006 met twee nummers. The Order of Appollyon en Balmog kozen voor nummers van de “Fourth reich” EP (mijn persoonlijke favoriete Katharsis-release) en Délirant en The Reptillian Session gingen voor meer obscuur werk in de vorm van respectievelijk “Shine beyonde” van de split met Black Witchery en “A.R.I.I.O.T.H.“, een uitstekend nummer dat verscheen op Blut & Eisen’s “Tormenting legends II” sampler en mij voorheen onbekend was. Meer dan een uur lang worden de Duitse helden door bekende en minder bekende acts geprezen waarbij geen enkele échte uitschuiver te bespeuren valt. Enkel Balmog’s sound is wat iel en dunnetjes en Nexul neigt voor mij persoonlijk wat te veel richting war metal. De hoogtepunten worden aangebracht door onze landgenoten LVTHN (die eerder ook al “666” coverden) en een solide versie van het sublieme “VVytchdance” neerzetten waarbij de zanger een sterke beurt maakt en het voor mij onbekende Velo Misere dat “Thy horror” uitvoert en hierbij vrij dicht bij het origineel blijft. Hetzelfde geldt voor Black Fucking Cancer en hun bevlogen aanpak van “Shine beyonde”, wat natuurlijk ook gewoon een retevet nummer is. Ook Shrine Of Insanabilis weet de unieke Katharsis-atmosfeer perfect te capteren in haar uitvoering van “Painlike paradise” en The Order of Apollyon voegt een death metal-randje toe aan “Eucharistick funereall“, nog zo’n Katharsis klassieker. Alleen spijtig dat niemand voor “So nail the hearts” koos. Prima compilatie die Katharsis alle eer aandoet!

JOKKE: 82/100

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis (Bile Noire/No Return 2019)
1. Acedia Mundi – 666 (Hohelied Der Wiedererweckung)
2. Veter Daemonaz – Lunar castles (Harvest)
3. Velo Misere – Thy horror
4. Délirant – Shine beyonde
5. Black Fucking Cancer – Kross fyre
6. The Order of Apollyon – Eucharistick funereall
7. Nexul – Raped by demons / Luziferion
8. The Reptilian Session – A.R.I.I.O.T.H.
9. Shrine of Insanabilis – Painlike paradise
10. LVTHN – VVytchdance
11. Balmog – The ris(inn)ing koronation

Darkened Nocturn Slaughtercult – Mardom

Olienar ofte Yvonne Wilczynska hoort naast ondermeer Ross Dolan (Immolation), Danny Cecati (Eyefear), Matt Barlow (ex-Iced Earth), Brian Fair (Shadows Fall) en Paul Kuhr (Novembers Doom) hoogstwaarschijnlijk thuis in de top 10 van metalmuzikanten met extreem lang haar. Behalve dit wistjedatje staat de van origine Poolse muzikante al meer dan twintig jaar lang samen met Velnias aan het roer van Darkened Nocturn Slaughtercult. Hoewel ik de band wel al eens aan het werk heb gezien – en dat was toen behoorlijk ok – ben ik niet zo bekend met het oeuvre van deze Duitse band. Misschien heeft de vrij infantiele bandnaam me onbewust tegengehouden om hun discografie eens onder de loep te nemen? Soit, ondertussen zijn de dame en heren aan langspeler nummer zes aangekomen, de eerste die ik deftig beluister dus. “Mardom” werd als titel gekozen en verschijnt zes jaar na voorganger “Necrovision“. Doorheen haar bestaan is Darkened Nocturn Slaughtercult uitgegroeid tot een vaste waarde van de Duitse black metal-scene en na de discografie diagonaal te hebben gehoord, kan besloten worden dat de band stug aan de tradities van het genre (en vooral dan de Noorse invalshoek) vasthoudt. We horen dan ook echo’s van Immortal, Gorgoroth, Ancient, Darkthrone en Satyricon in de tien songs doorschemeren. Het bezwerende en enigmatische, van vierkwartsmaten afwijkende “A beseechment twofold“, waarin tevens heel wat ruimte is voor duistere atmosfeer, bevat een heuse Gehenna-vibe en is daardoor ongetwijfeld één van mijn favorieten op deze plaat. Ook het navolgende “Exaudi domine” wil ik eruit pikken want dit is zo’n typische opzwepende meebruller die het vooral tijdens live optredens goed zal doen en waarbij leuke telwissels het interessant houden. “Mardom” is op en top Deutsche gründlichkeit en blijkbaar een plaat waar veel liefhebbers van traditionele Scandinavische black lang naar uitgekeken hebben. Ik geef ze geen ongelijk.

JOKKE: 83/100

Darkened Nocturn Slaughtercult – Mardom (War Anthem Records 2019)
1. Inception of atemporal transition
2. Mardom – Echo zmory
3. A sweven most devout
4. T.O.W.D.A.T.H.A.B.T.E.
5. A beseechment twofold
6. Exaudi domine
7. The boundless beast
8. Widma
9. Imperishable soulless gown
10. The sphere


Death Karma – The history of death & burial rituals part II

2018 bracht ons vreemd genoeg geen nieuwe muziek van het Tsjechische trio Cult of Fire, die er normaalgezien nochtans een werktempo van één release per jaar op nahouden. Dan maar Death Karma, dat in feite bestaat uit de Cult of Fire-bezetting, maar dan zonder enigmatische zanger Devilish, aka Petr Kudlacek. In plaats van het bij Shiva-verering te houden reist Death Karma de wereld rond om een muzikale interpretatie te maken van hoe verschillende culturen omgaan met de dood. Enkele jaren geleden kregen we The history of death & burial rituals part I dus komt nu logischerwijs part II, waarmee de Oost-Europeanen Tom Coroner (Tomáš Corn) en Infernal Vlad (Vladimir Pavelka) ons onder andere meenemen naar Tibet, Nieuw-Zeeland, Egypte en Indonesië. Het interessante aan deze vorm van conceptalbums is dat telkens gepoogd wordt het gevoel van de traditionele rouw- en begrafenisriten op te roepen, alsook dat traditionele instrumenten gebruikt wordt en de – uiterst melodieuze – black metal een folkloristisch tintje meekrijgt. Hoewel de strot van Cult of Fire hier dus schittert in zijn afwezigheid klinken de vocalen van Infernal Vlad toch verbazingwekkend gelijkaardig – maar dat kan ook gezegd worden van het gitaarspel en de opbouw van een track als “Tibet – sky burial”, dat soms wel erg veel weg heeft van het nummer “काली मां”. Zo gaat “The history of death & burial rituals part II” verder, met “New Zealand – mongrel mob” als hoogtepunt. Hier gooien de heren het onverwachts over een veel minder melodieuze boeg en wordt lekker staccato gebeukt  waarbij enkele Zweedse invloeden in het gitaarwerk kunnen worden bespeurd, wat zorgt voor een vrij accurate vertolking van het geweld van de bekende Nieuw-Zeelandse motorbende en waarin de rollende riffs je doen denken aan reutelende motoren (al zullen de samples er ook wel mee te maken hebben). Neem daar een punky UGH-momentje – denk mid-era Darkthrone, uiteraard – bij en je krijgt een knaller van een song. Never change a winning formula is duidelijk het motto van de heren, want een gelijkaardige Darkthrone-referentie steekt nog eens gezellig de kop op in “Indonesia – tana toraja”. Death Karma is een project met een zeer eigenwijze insteek, maar helaas een greintje te weinig eigenheid. Al bij al wordt iets te veel verder gevaren in het kielzog van Cult of Fire en speelt Death Karma door weinig inventief gemusiceer op veilig, zonder helaas in de buurt te komen van de genialiteit van een album als मृत्यु का तापसी अनुध्यान (Ascetic meditations of death)”. Death Karma is zeker onderhoudend en luistert vlot weg, maar blijft helaas niet erg lang hangen.

CAS: 80/100

Death Karma – The history of death & burial rituals part II (Beyond Eyes Productions 2018)
1. Haiti – voodoo
2. Tibet – sky burial
3. Scandinavia – ship burial
4. New Zealand – mongrel mob
5. Egypt – pharaohs
6. Indonesia – tana toraja
7. Czech Republic – ossuary

Clandestine Blaze – Tranquility of death

Bij Clandestine Blaze zijn we qua no-nonsense black reeds twintig jaar en tien langspelers lang aan het juiste adres. Sinds 1999 verschijnen alle releases van de band steevast op Northern Heritage Records, het label van Mikko Aspa, de man achter Clandestine Blaze. Opener “God on the cross” wint er geen doekjes om en is vergeleken met wat volgt een korte uptempo song met een basic, old school rechttoe-rechtaan aanpak die eindigt met een blitse chaotische solo. Het daaropvolgende “Tragedy of humanization” gooit het met haar slepende en mid-tempo gemusiceer en subtiel triomfantelijk toetsenwerk meteen over een andere boeg en doet wat denken aan Satyricon ten tijde van diens middeleeuws geïnspireerde periode. Maar ook oude Darkthrone en Hellhammer blijven natuurlijk een grote invloed op het werk van Clandestine Blaze. “Blood of the enlightenment” wordt door stompende ritmes aangedreven waarbij de sound van de snaredrum echter nogal vlak klinkt. “Tamed hearts” zet de luisteraar met haar mid-tempo start op het verkeerde been wanneer even later snellere old-school black uit de boxen rolt. In de titeltrack worden akoestische klanken meermaals vermengd met de grimmige riffs en is er heel wat ruimte voor melodie, voornamelijk in de slepende passages. Uitsmijter “Triumphant empire” is zo’n steengoede catchy mid-tempo kraker wiens riffs lange tijd in je hoofd blijven zitten. Clandestine Blaze stelt zelden teleur en levert met “Tranquility of death” opnieuw een sterke plaat uit waarbij het gitaargeluid teruggrijpt naar de sound van de allereerste platen. Respect voor Mikko die stug en wars van alle trends zijn eigen traditionele black metal-pad blijft bewandelen.

JOKKE: 83/100

Clandestine Blaze – Tranquility of death (Northern Heritage Records 2018)
1. God on the cross
2. Tragedy of humanization
3. Blood of the enlightenment
4. Tamed hearts
5. Tranquility of death
6. Triumphant empire

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Andeis – Servants of the cold night

Over het trio Andeis is niet veel geweten behalve dat de bandnaam en teksten van debuut “Servant of the cold night” in het oud-Gotisch, een uitgestorven Oost-Germaanse taal, geschreven zijn. Dit versterkt dan ook het vermoeden dat we hier met een stel Duitsers te maken hebben. Het materiaal voor deze eerste langspeler werd over een periode van zeventien jaar geschreven door zanger/bassist/keyboardspeler Laignech en drummer Verwoesting. Dat is ook niet verwonderlijk bij het aanhoren van de veelal archaïsche black metal-klanken en aftandse sound die we vijfentwintig minuten lang te verteren krijgen. Om zo lang aan de plaat geschreven te hebben, had ik echter toch wel meer verwacht. De old-school black van “Skalkos blindons nahts” en “Hailag leik” bevindt zich in het oude Gorgoroth en Darkthrone-straatje en laat niets bijzonders horen. Het is pas bij het chaotische en experimentele “Wintrus hailagaizos aggwiþos” dat het trio mijn aandacht weet vast te krijgen door in de anarcha-black allerhande op-de-gemoedsrust-inspelende noise-klanken te verwerken. Drummer Verwoesting heeft hierbij zijn naam niet gestolen want voor precisiedrumwerk of inventieve ritmische accenten zijn we bij hem aan het foute adres. Als een op hol geslagen drilmachine hakt hij immers genadeloos repetitief doorheen de zwarte geluidsbrij. Het contrast met het daaropvolgende, eerder conventionele “Andilausa aƕa azgons” is dan ook groot. “Skauns dauþus” is dan weer een instrumentale keyboard-track zoals we er in ons leven echter al betere gehoord hebben. Hierna volgt met “The black oath” het enige Engelstalige nummer waarvan het me niet zou verbazen dat het een cover is. Ik ben er alleen nog niet uit van welke band dit zou kunnen zijn. “Servants of the cold night” is met haar korte speeltijd en het ontbreken van een eigen identiteit of duidelijk koers maar een mager beestje, zeker na zo’n uitzonderlijk lang creatieproces. Eén van de mindere releases op het nochtans almachtige Fallen Empire Records.

JOKKE: 66/100

Andeis – Servants of the cold night (Fallen Empire Records 2018)
1. Menin daur
2. Skalkos blindons nahts
3. Hailag leik
4. Wintrus hailagaizos aggwiþos
5. Andilausa aƕa azgons
6. Skauns dauþus
7. The black oath