darkthrone

Death Karma – The history of death & burial rituals part II

2018 bracht ons vreemd genoeg geen nieuwe muziek van het Tsjechische trio Cult of Fire, die er normaalgezien nochtans een werktempo van één release per jaar op nahouden. Dan maar Death Karma, dat in feite bestaat uit de Cult of Fire-bezetting, maar dan zonder enigmatische zanger Devilish, aka Petr Kudlacek. In plaats van het bij Shiva-verering te houden reist Death Karma de wereld rond om een muzikale interpretatie te maken van hoe verschillende culturen omgaan met de dood. Enkele jaren geleden kregen we The history of death & burial rituals part I dus komt nu logischerwijs part II, waarmee de Oost-Europeanen Tom Coroner (Tomáš Corn) en Infernal Vlad (Vladimir Pavelka) ons onder andere meenemen naar Tibet, Nieuw-Zeeland, Egypte en Indonesië. Het interessante aan deze vorm van conceptalbums is dat telkens gepoogd wordt het gevoel van de traditionele rouw- en begrafenisriten op te roepen, alsook dat traditionele instrumenten gebruikt wordt en de – uiterst melodieuze – black metal een folkloristisch tintje meekrijgt. Hoewel de strot van Cult of Fire hier dus schittert in zijn afwezigheid klinken de vocalen van Infernal Vlad toch verbazingwekkend gelijkaardig – maar dat kan ook gezegd worden van het gitaarspel en de opbouw van een track als “Tibet – sky burial”, dat soms wel erg veel weg heeft van het nummer “काली मां”. Zo gaat “The history of death & burial rituals part II” verder, met “New Zealand – mongrel mob” als hoogtepunt. Hier gooien de heren het onverwachts over een veel minder melodieuze boeg en wordt lekker staccato gebeukt  waarbij enkele Zweedse invloeden in het gitaarwerk kunnen worden bespeurd, wat zorgt voor een vrij accurate vertolking van het geweld van de bekende Nieuw-Zeelandse motorbende en waarin de rollende riffs je doen denken aan reutelende motoren (al zullen de samples er ook wel mee te maken hebben). Neem daar een punky UGH-momentje – denk mid-era Darkthrone, uiteraard – bij en je krijgt een knaller van een song. Never change a winning formula is duidelijk het motto van de heren, want een gelijkaardige Darkthrone-referentie steekt nog eens gezellig de kop op in “Indonesia – tana toraja”. Death Karma is een project met een zeer eigenwijze insteek, maar helaas een greintje te weinig eigenheid. Al bij al wordt iets te veel verder gevaren in het kielzog van Cult of Fire en speelt Death Karma door weinig inventief gemusiceer op veilig, zonder helaas in de buurt te komen van de genialiteit van een album als मृत्यु का तापसी अनुध्यान (Ascetic meditations of death)”. Death Karma is zeker onderhoudend en luistert vlot weg, maar blijft helaas niet erg lang hangen.

CAS: 80/100

Death Karma – The history of death & burial rituals part II (Beyond Eyes Productions 2018)
1. Haiti – voodoo
2. Tibet – sky burial
3. Scandinavia – ship burial
4. New Zealand – mongrel mob
5. Egypt – pharaohs
6. Indonesia – tana toraja
7. Czech Republic – ossuary

Clandestine Blaze – Tranquility of death

Bij Clandestine Blaze zijn we qua no-nonsense black reeds twintig jaar en tien langspelers lang aan het juiste adres. Sinds 1999 verschijnen alle releases van de band steevast op Northern Heritage Records, het label van Mikko Aspa, de man achter Clandestine Blaze. Opener “God on the cross” wint er geen doekjes om en is vergeleken met wat volgt een korte uptempo song met een basic, old school rechttoe-rechtaan aanpak die eindigt met een blitse chaotische solo. Het daaropvolgende “Tragedy of humanization” gooit het met haar slepende en mid-tempo gemusiceer en subtiel triomfantelijk toetsenwerk meteen over een andere boeg en doet wat denken aan Satyricon ten tijde van diens middeleeuws geïnspireerde periode. Maar ook oude Darkthrone en Hellhammer blijven natuurlijk een grote invloed op het werk van Clandestine Blaze. “Blood of the enlightenment” wordt door stompende ritmes aangedreven waarbij de sound van de snaredrum echter nogal vlak klinkt. “Tamed hearts” zet de luisteraar met haar mid-tempo start op het verkeerde been wanneer even later snellere old-school black uit de boxen rolt. In de titeltrack worden akoestische klanken meermaals vermengd met de grimmige riffs en is er heel wat ruimte voor melodie, voornamelijk in de slepende passages. Uitsmijter “Triumphant empire” is zo’n steengoede catchy mid-tempo kraker wiens riffs lange tijd in je hoofd blijven zitten. Clandestine Blaze stelt zelden teleur en levert met “Tranquility of death” opnieuw een sterke plaat uit waarbij het gitaargeluid teruggrijpt naar de sound van de allereerste platen. Respect voor Mikko die stug en wars van alle trends zijn eigen traditionele black metal-pad blijft bewandelen.

JOKKE: 83/100

Clandestine Blaze – Tranquility of death (Northern Heritage Records 2018)
1. God on the cross
2. Tragedy of humanization
3. Blood of the enlightenment
4. Tamed hearts
5. Tranquility of death
6. Triumphant empire

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Andeis – Servants of the cold night

Over het trio Andeis is niet veel geweten behalve dat de bandnaam en teksten van debuut “Servant of the cold night” in het oud-Gotisch, een uitgestorven Oost-Germaanse taal, geschreven zijn. Dit versterkt dan ook het vermoeden dat we hier met een stel Duitsers te maken hebben. Het materiaal voor deze eerste langspeler werd over een periode van zeventien jaar geschreven door zanger/bassist/keyboardspeler Laignech en drummer Verwoesting. Dat is ook niet verwonderlijk bij het aanhoren van de veelal archaïsche black metal-klanken en aftandse sound die we vijfentwintig minuten lang te verteren krijgen. Om zo lang aan de plaat geschreven te hebben, had ik echter toch wel meer verwacht. De old-school black van “Skalkos blindons nahts” en “Hailag leik” bevindt zich in het oude Gorgoroth en Darkthrone-straatje en laat niets bijzonders horen. Het is pas bij het chaotische en experimentele “Wintrus hailagaizos aggwiþos” dat het trio mijn aandacht weet vast te krijgen door in de anarcha-black allerhande op-de-gemoedsrust-inspelende noise-klanken te verwerken. Drummer Verwoesting heeft hierbij zijn naam niet gestolen want voor precisiedrumwerk of inventieve ritmische accenten zijn we bij hem aan het foute adres. Als een op hol geslagen drilmachine hakt hij immers genadeloos repetitief doorheen de zwarte geluidsbrij. Het contrast met het daaropvolgende, eerder conventionele “Andilausa aƕa azgons” is dan ook groot. “Skauns dauþus” is dan weer een instrumentale keyboard-track zoals we er in ons leven echter al betere gehoord hebben. Hierna volgt met “The black oath” het enige Engelstalige nummer waarvan het me niet zou verbazen dat het een cover is. Ik ben er alleen nog niet uit van welke band dit zou kunnen zijn. “Servants of the cold night” is met haar korte speeltijd en het ontbreken van een eigen identiteit of duidelijk koers maar een mager beestje, zeker na zo’n uitzonderlijk lang creatieproces. Eén van de mindere releases op het nochtans almachtige Fallen Empire Records.

JOKKE: 66/100

Andeis – Servants of the cold night (Fallen Empire Records 2018)
1. Menin daur
2. Skalkos blindons nahts
3. Hailag leik
4. Wintrus hailagaizos aggwiþos
5. Andilausa aƕa azgons
6. Skauns dauþus
7. The black oath

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Myrkraverk – Nær døden

Op papier zou ik instant verk(n)ocht moeten zijn aan Myrkaverk, het geesteskind van Infamroth, beter bekend van onder andere Throne Of Katarsis en Skuggeheim. Dat de man een voorliefde heeft voor klassieke black metal zoals die tot 1996 uit zijn thuisland verscheen is dan ook geen staatsgeheim. Hij benoemt het beestje zelf als “Nasjonalnekromantisk svart metall” en wist grootheden als Nocturno Culto (Darkthrone), Grutle Kjellson (Enslaved) en Hoest (Taake, Gorgoroth) te strikken om enkele gastvocalen vast te leggen voor zijn debuut “Nær døden” dat elf jaar na de oprichting verschijnt (eerder bracht Myrkraverk wel al twee EP’s uit). In welke songs deze legendarische zangers opduiken, mogen jullie zelf uitvissen. Tot hiertoe lijkt er nog steeds geen vuiltje aan de lucht te zijn, au contraire! Na de obligatoire intro klinken de conservatieve klanken van “Heidinn rites blot” en “Ritual” best aangenaam in de oorgang. Samen met drummer Blot destilleert Infamroth de meest ijskoude ingrediënten uit pure en authentieke Noorse black. Deze nummers hadden zo van de eerste paar Gorgoroth platen kunnen komen. Daarna verliest het duo echter alle focus en wordt een blik experimenten opengetrokken waarvan de inhoud alle kanten uitspat, soms in de vorm van nummers en soms eerder als intermezzo. Zo horen we rituele drums (met blikken koekendoos sound) en een saaie gitaarriff (“Astral“), wat getokkel op een Spaanse gitaar (“NatasataN” en “Rekviem“), eentonige black metal met hypnotiserende noise-vocalen (“Blåkvit“) en een valse gitaarsolo in een voor de rest OK song (“Instinkt“). Verder merken we nog oude heidense gezangen op die doen denken aan “Loreia” van Siebenbürgen (“Sensdlava“) evenals een hoop angstwekkende klanken in de titeltrack. Tussendoor passeren gelukkig ook nog het slepende “Hyllest! Reia!“, het kort maar krachtige (“Dimensjon dødsspiral“) en het zeven minuten durende, goed in het gehoor liggende “Nordvegen II“. Op een paar overtuigende nummers na mist “Nær døden” samenhang en structuur. Volgende keer graag sterkere songs uit de goede ideeën laten knallen in plaats van wat in het rond te schieten en elke losse flodder op plaat te gooien.

JOKKE: 66/100

Myrkraverk – Nær døden (Blut & Eisen Productions 2018)
1. Inngang
2. Heidinn rites blot
3. Ritual
4. Astral
5. Nær døden
6. NatasataN
7. Blåkvit
8. Sensdlava
9. Instinkt
10. Hyllest! Reia!
11. Rekviem
12. Dimensjon dødsspiral
13. Nordvegen II
14. Utgang

Black Mass Pervertor – Life beyond the walls of flesh

Onze 666-ste post is weggelegd voor de nieuwe EP van het Finse Black Mass Pervertor. Ondanks het feit dat dit zootje ongeregeld niet opgenomen werd in het “The devil’s cradle” boek dat de Finse black metal scene onder de loep neemt (en een serieuze aanrader is), klinkt deze compacte EP, die op net geen twintig minuten speeltijd aftikt, absoluut niet verkeerd. Hoewel Black Mass Pervertor reeds in 1998 het daglicht zag, kwam de eerste fysieke output er pas in 2007. Al wat het trio ons laat horen is echter diepgeworteld in de beginjaren van de (Finse) black metalscene en katapulteert ons terug naar de primitieve, ongecompliceerde no-nonsense begindagen van Barathrum, Impaled Nazarene en Black Witchery. De korte catchy songs zijn meestal mid-tempo van opzet, maar ook sneller werk zoals “Chains of guilt” of het einde van het lekker klinkende “Unorthodox methods of magick” wordt niet geschuwd. De black ’n roll groove en vocalen van o.a. “The forbidden path” en “The golden spears” zijn overduidelijk geïnspireerd op Darkthrone ten tijde van “Ravishing grimness“, hoewel in het openingsnummer “Imbibing the seas of darkness” ook Absu’s Proscriptor even door mijn gedachten flitste wanneer de raspende vocalen de hoogte in gaan. Leuke EP met een soms tongue in cheek satanisch kantje die als teletijdmachine kan dienen voor wie hunkert naar de oerdagen van het black metal genre.

JOKKE: 82/100

Black Mass Pervertor – Life beyond the walls of flesh (Blood Harvest 2018)
1. Imbibing the seas of darkness
2. The golden spears
3. Suffering, our everlasting bliss = Hidas
4. Unorthodox methods of magick
5. Behind all his atrocious deeds
6. Chains of guilt
7. The forbidden path