darkthrone

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Kult Ofenzivy – Tak jsem Ji přizval k sobě

Na een relatief lange afwezigheid van zes jaar slaat de Tsjechische Offensieve Cult terug toe met een vierde langspeler en naar aloude tradities wordt een totaalduur van een half uur net niet gehaald. Het met Nietzsche dwepende mysterieuze duo heeft een grote voorliefde voor vroege jaren ’90 black, plain and simple, zonder confetti, slingers, toeters en bellen. Vooral Darkthrone anno “Transilvanian hunger” en in mindere mate oude Satyricon (“The shadowthrone” en “Nemesis divina“) waren voortdurend door de vijf songs; referenties die ook gelden voor Triumph, Genus, een band waar ook één of meerdere leden van Kult Ofenzivy in actief zijn. Het No(o)rs aanvoelende gitaarwerk klinkt in mineur, is grimmig en ijskoud, cyclisch en repetitief met kleine verschuivingen op de frets. De drums staan in dienst van het geheel en proberen nergens de aandacht te trekken, maar vervullen wel een solide basis. De ééndimensionale hypnotiserende snijdende snareaanslagen die we op voorganger “Nauky různic” hoorden, zijn nu meer naar de achtergrond gedrongen en Svar raast ook niet meer ononderbroken door, maar laat al eens wat ruimte voor tragere stukken. De eerder gesproken dan gekrijste in het Tsjechisch vertolkende vocalen van Jaroslav geven een ietwat exotische, maar sinistere flair aan het geheel. De productie neigt veel meer naar het vorig jaar verschenen “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” album van het reeds vermelde Triumph, Genus, maar dan nog net wat donkerder. Google Translate geeft mij “Dus ik nodigde haar bij mij uit” als vertaling van de albumtitel “Tak jsem Ji přizval k sobě” aan. Ondanks de iets te evident Darkthrone worship, raad ik alle liefhebbers van gestripte ijskoude black metal met nostalgische jaren ’90 feel aan deze plaat bij hem of haar uit te nodigen.

JOKKE: 81/100

Kult Ofenzivy – Tak jsem Ji přizval k sobě (Hexencave Productions 2020)
1. Procházím okolo vašich obydlí a sídel
2. Vstupuji do ovčích ohrad
3. Nehovořím, když mi na mysl…
4. Tak jsem Ji přizval k sobě
5. Neúrodná je v této chvíli řeč

Taake/Deathcult – Jaertegn

De gemene delers op “Pakt“, de recent verschenen split van Whoredom Rife en Taake, waren de heren V. Einride en Hoest, waarbij die eerste, naast Whoredom Rife mastermind, ook vellenmepper was in de livebezetting van Gorgoroth met Hoest op zang. Taake komt nu opnieuw op de proppen met een split en deze keer is het Hoest die zich in de doorsnede van beide participanten bevindt. In Taake is hij immers zo goed als alleenheerser en bij Deathcult, de tegenpartij op dit hebbedingetje, beroert hij de bassnaren. Beide Noorse bands leveren voor de gelegenheid één eigen nummer aan en één cover (van Taake zijn we dat ondertussen al gewend). “Slagmark“, de eigen Taake compositie, druipt van het ijskoude Noorse riffwerk met lichte folk-inslag en rockende vibes, een sound waarvoor Hoest en zijn Taake al jaar en dag gekend staan. Akoestische gitaren versterken het winterse gevoel aan de vierminutengrens door de temperatuur nog enkele graden verder onder het vriespunt te brengen. Het is een geslaagde langgerekte brug die naar het meer up-tempo einde stuurt. Nog even meegeven dat Djevel’s Ciekals op deze track als sessiegitarist te horen is en ook zijn raspende strot mee in de strijd gooit. “Ravnajuv” is een eigen interpretatie van het Darkthrone-nummer dat op diens “Total death“-plaat uit 1996 prijkt en verwijst naar de Ravenkloof, een 350 meter diep ravijn in de Noorse provincie Telemark. Dit Noorse instituut wordt te pas en te onpas gecoverd en daar deze Taake-versie erg dicht bij het origineel ligt, is de toegevoegde waarde bijna nihil. Maar in elk geval beter dan de meer gewaagde The Sisters Of Mercy-cover op het reeds aangehaalde “Pakt“. Over naar Deathcult dan op kant B van deze 10 inch. Eens de motor gestart is, krijgen we met “Der Würger” opzwepend Noors zwartmetaal dat niet gek ver verwijderd is van het Taake-geluid. Ook hier schemeren folky invloeden doorheen het grimmige dunne gitaargeluid en stilstaan duurt nooit lang bij dit besmeurde trio. Een heerlijke leadpartij en heldere zang, die voor afwisseling zorgt met de gortdroge screams van gitarst Skagg, luiden het meer dan acht minuten durende nummer uit. Puik werk! Als toetje is er dan nog “Black arts” een reprise van het downtempo Beherit-nummer van op diens genreklassieker “Drawing dawn the moon” uit 1993. Naar analogie met deze vunzige Finnen, is de productie van deze cover ook wat vuiler en smeriger dan het eigen nummer. Leuke split voor wie Taake (gerelateerd) spul verzamelt!

JOKKE: 83/100 (Taake: 82/100; Deathcult: 84/100)

Taake/Deathcult – Jaertegn (Edged Circle Productions 2020)
1. Taake – Slagmark
2. Taake – Ravnajuv (Darkthrone cover)
3. Deathcult – Der Würger
4. Deathcult – Black arts (Beherit cover)

Gloom – Rider of the last light

Er lopen reeds heel wat bands met de naam Gloom rond in het wereldje van de extreme metalen. In deze review bespreken we het gloednieuwe Finse Gloom met leden van Nekrokrist SS die zijn kwaadaardige boodschap middels een vette pot Finse black verspreidt. Dat het de heren menens is, maken de promofoto’s duidelijk: met bloed overgoten zwart/wit bekladde smoelwerken, camouflagebroeken, meters zware kettingen, geweren, steekwapens, gasmaskers en een sik waar de baphomet jaloers op zou zijn. Ook de acht recht-voor-de-raap songtitels die op het Indiana Jones achtig getitelde debuut prijken, liegen er niet om. “Bleed” trapt “Riders of the last light” met een welgemikt nekschot in gang. Alle klassieke elementen die Fins zwartmetaal zo lekker maken zijn aanwezig in nummers als “Deep in the ground” , “No mercy after sunset” of het titelnummer: ijskoud striemend riffwerk, melancholische melodieën (wel eerder subtiel dan op de voorgrond), niet al te ingewikkeld straightforward drumwerk en haatvol gekrijs dat licht vervormd is en parallellen vertoont met Pest, Gorgoroth’s beste krijser. Maar ook muzikaal wordt duidelijk dat Noorse klassiekers als “Under the sign of hell” en “Transilvanian hunger” destijds regelmatig hebben opgestaan in de slaapkamers van de heren. Als er zo iets als een black metal dansfeest zou bestaan, zou een nummer als “Iron claws of black metal” met diens korte hoempapa ritme de beentjes ontegensprekelijk losgooien. Voor de rest gaat de drummer grotendeels rechttoe rechtaan voluit, met een uitzondering van het drum- en basgitaarmomentje in “By your own hands“. Dat maakt spijtig genoeg dat halfweg de plaat de verveling dan ook wel stilaan de kop begint op te steken. De riffs en drumpatronen hebben immers een broertje dood aan onderscheidend karakter en dat is verdomd jammer, want eigenlijk klinkt Gloom best lekker en weten de heren wel degelijk hoe ze een traditioneel black metal nummer moeten schrijven. Alleen is het bijna acht keer hetzelfde liedje dat we te horen krijgen.

JOKKE: 75/100

Gloom – Rider of the last light (Spread Evil 2020)
1. Bleed
2. Iron claws of black metal
3. Fuck your faith
4. Deep in the ground
5. No mercy after sunset
6. Murder yourself
7. By your own hands
8. Rider of the last light

Standvast – Oersymboliek

Standvast is voor mij een nieuwe naam in de florerende NLBM-scene maar blijkbaar is het duo toch reeds een vijftal jaar actief. “Oersymboliek” is de intrigerende titel van de tweede langspeler. Standvast wordt vorm gegeven door de heerschappen Nortfalke (muziek) en Rödulv (zang en teksten) die een gemeenschappelijk verleden hebben in Kaeck en Tarnkappe. De heren grijpen terug naar de oerdagen van het black metal-genre want invloeden van Darkthrone en Celtic Frost vallen niet te ontkennen. Het riffwerk is met andere woorden simpel, maar effectief en aanstekelijk. En de Nederlandstalige teksten zijn vrij goed te volgen zonder tekstvel in de hand. “Oersymboliek” en diens negen nummers hebben een energieke productie meegekregen die echter iets te weinig dynamiek laat horen. De drums klinken vrij artificieel en zorgen daardoor voor een militant randje. “Wolfsanker” wordt afgetrapt met een Nederlandstalige sample en bevat tevens subtiele (!) engelachtige vrouwelijke zang op de achtergrond, maar het zouden evengoed keyboards kunnen zijn hoor. “Dolken in het duister” bevat dan weer een punk/black ’n roll-vibe en deze opzwepende aanpak wordt in “Gevangen in het bestaan” doorgetrokken hoewel dit nummer me wel wat te simplistisch overkomt. Met “Eer en geweten“, diens ‘oomph’ kreten, heldere zangkoren en bescheiden toetsen volgt dan terug een nummer met iets meer compositorische diepgang. “Opperman” werd als teaser vrijgegeven en dat is een goede zet want dit meer agressieve nummer is één van de beste composities die er op “Oersymboliek” staan. Nu het duo op dreef is, vervolgen ze met het eveneens kwalitatieve eerder mid-tempo “Volkswoede” waarvan het gitaarwerk heel Noors aanvoelt. Ze bewandelen nu eenmaal graag het Noordse pad waar stilstand volgens de tekst achteruitgang betekent. Ik moet dit waarschijnlijk in een andere context dan een muzikale plaatsen, want Standvast is een band die toch eerder naar het verleden teruggrijpt dan met een progressieve bril op naar het genre te kijken. Conclusie: “Oersymboliek” bevat black metal die vrij gemakkelijk verteerbaar is. Standvast laat horen met beperkte ingrediënten toch een paar knappe composities te kunnen pennen, maar er staan ook enkele nummers op het album die na een paar luisterbeurten geen uitdaging meer bieden voor wie graag zijn tanden meermaals in een plaat zet.

JOKKE: 73/100

Standvast – Oersymboliek (Werewolf Promotion 2020)
1. The death of discipline
2. Wolfsanker
3. Dolken in het duister
4. Gevangen in het bestaan
5. Eer en geweten
6. Opperman
7. Volkswoede
8. Langs het Noordse pad
9. Stoic warrior

Armagedda – Svindeldjup ättestup

En de comeback van het jaar dames en heren gaat naar…tromgeroffel…het Zweedse Armagedda dat na een hiatus van maar liefst 16 (!) jaar terug van zich laat horen middels de vierde langspeler “Svindeldjup ättestup“. Nu hadden we de laatste tijd wel al in de gaten dat er wat online activiteit te bespeuren viel, wat ik nou niet meteen van deze dode knakkers had verwacht. Zo werden er twee onuitgebrachte nummers op Bandcamp gepost, maar dat er ook heus nieuw plaatwerkt zou gelost worden, had ik nu niet meteen aan mijn theewater gevoeld. Andreas Petterson, die in tussentijd zijn label Nordvis verder uit de Laplandse ondergrond stampte, was de voorbije jaren ondermeer actief in het geweldige Stilla en het meer folk gerichte Lönndom en Saiva. Stefan Sandström aka Graav hield zich dan weer bezig met voortvluchtig zijn/het uitzitten van een gevangenisstraf en op muzikaal vlak verblijdde hij ons o.a. met zijn debuut met Ehlder. Nu kwam het door de recente racistische klap van Stefan nog wel tot een botsing tussen Ehlder en Nordvis waarbij nieuw Ehlder materiaal niet langer via dit kanaal verpreid zal worden, maar toch sloegen beide heren voor Armagedda de handen terug in mekaar. Het artwork van “Svindeldjup ättestup” is van de hand van Watain’s Erik en bevat in de raamopening een soort van replica van/knipoog naar de cover van de vorige langspeler “Ond Spiritism: Djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” uit 2004. Ook de titel van het tweede nummer bevat een verwijzing naar deze plaat. Dé hamvraag is natuurlijk of “Svindeldjup ättestup” zich met deze en “Only true believers” – twee door velen over het hoofd geziene genreklassiekers – kan meten? Wat meteen opvalt als “Ond spiritism” na het inleidende “Det sjuttonde året” uit de boxen knalt, is – naast het arsenaal geweldige riffs – de modernere sound. Dat is nu ook niet zó uitzonderlijk na zo’n lange afwezigheid natuurlijk, maar gelukkig bleven een ruwe korrel en organische drumsound wel behouden. De nieuwe langspeler werd trouwens ingeblikt in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara en daar de heren zich voor de opnames dus in Polen bevonden, werd als drummer Michał Stępień van o.a. Medico Peste en Owls Woods Graves ingehuurd. Tevens klinken de songs vergeleken met de voorganger wat agressiever en wilder, op een beestachtige manier, hoewel “Likvaka” ook nog wel dat typisch slepende en spookachtige mid-tempo karakter laat horen. De Darkthrone worshipping days uit de eerste levensjaren werden allesbehalve opgegraven en het meer gelaagde en gesofisticeerde karakter van “Ond spiritism” wordt verder uitgediept. “Guds kadaver (En falsk Messias)” is een nummer waarin de atmosfeer halfweg volledig omslaat van eerdere swingende verwrongen akkoorden en ritmes naar een heerlijk venijnig straightforward blastfestijn. Afsluiter “Evigheten i en obrytbar cirkel” is met meer dan elf minuten de langste Armagedda compositie ooit en dit nummer alleen al rechtvaardigt de lange wachttijd want het aantal fenomenale riffs dat passeert is bewonderenswaardig en de atmosfeer en het karakter wijzigen ook hier voortdurend van repetitief hypnotiserend, naar wild en bevlogen of ingetogen en bevreemdend wanneer de distortionpedaal losgelaten wordt. De basgitaar is minder prominent aanwezig, maar Graav’s vocalen, die een mix van screams en heldere zang zijn, mogen zich nog steeds tot de beste in het genre benoemen. De bezieling en bezetenheid waarmee de man de Zweedse teksten in een nummer als “Flod av smuts” de ether in katapulteert, is lovenswaardig. Het voelt also alle negatieve gevoelens van zijn onrustige bestaan in deze plaat gekanaliseerd worden. Kortom: “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism” en het Norrländsk svartmetall klinkt, ondanks het jarenlange wegrotten van de overblijfselen van Armagedda, ook 100% als Armagedda. Hier hebben we dus 16 jaar op zitten wachten se.

JOKKE: 90/100

Armagedda – Svindeldjup ättestup (Nordvis Produktion 2020)
1. Det sjuttonde året
2. Ond spiritism
3. Likvaka
4. Djupens djup
5. Guds kadaver (En falsk Messias)
6. Flod av smuts
7. Evigheten i en obrytbar cirkel

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity

Warlord Moon…uhm…Warmoon Lord, ik vergis mij keer op keer. Warmoon Lord dus, vernoemd naar het Vlad Tepes nummer van diens “Morte lune” plaat. Het debuut “Burning banners of the funereal war” uit 2019 gaf ik veel te laat de nodige aandacht, spijtig, want anders was deze plaat resoluut in mijn eindejaarslijstje gekatapulteerd geweest. Lord Vechi Vrăjitor, de alleenheerser achter deze band, vond in Sadist Stalker en diens Vultyrium een gelijkgstemde ziel wat resulteerde in deze “Pure cold impurity” split wat voor Vultyrium een eerste teken van leven is. Warmoon Lord doet waar het goed in is, namelijk het creëren van mysterieuze nocturnale landschappen vol besneeuwde bergtoppen en donkere naaldboomwouden waar krijgers doorheen waden onder het licht van de maan en vergezeld door het gehuid van een roedel wolven. Dit vertaalt zich muzikaal in ijskoude Scandinavische black met majestueuze keyboards, ijselijke screams en frostbitten gitaarwerk. Catchy jaren ’90 melodieën en dramatisch toetsenwerk maar wel in een heerlijk rauw jasje. Onze Finse vriend Juuso Peltola is blijkbaar van veel markten thuis want naast zijn voorliefde voor second wave black metal is (of was) hij ook nog actief in andere genres zoals heavy metal (Loanshark), heavy/doom metal (Musta Risti), progressieve death metal (Orpheria), dungeon synth (Old Sorcery) en synthwave (Megahammer). Ik heb wel zo’n donkerbruin vermoeden dat enkel Warmoon Lord me kan bekoren. Het zwartmetaal dat hij hiermee creëert is werkelijk om duimen en vingers bij af te likken. Elk van de vier composties bevat immers kippenvelopwekkende melodiëen, zij het via de obligate tremolo picking riffs of het symfonische toetsenwerk, dat iets prominenter aanwezig is dan op het debuut. Zo is “The morningstar’s descent” werkelijk een rasechte zwartmetalen klassebak! Voor liefhebbers van Emperor, oude Ancient, oude Gehenna en Vargrav. Vultyrium gaat daarna wat grimmiger te keer en de sappige vocalen van onze sadistische stalker hebben een groter Golem gehalte. Ook deze Fin houdt er meerdere activiteiten op na zoals Kalterit, Purgatör en Sadokist waarbij black metal steevast gemixt wordt met invloeden uit thrash en heavy metal. Bij Vultyrium trekt hij echter voluit de pure black metal kaart die minder melodieus uitvalt dan bij zijn collega. Hier wordt de gure atmosfeer grotendeels via snijdende riffs, rauw gekrijs en ratelende (geprogrammeerde?) drums neergezet. Denk hierbij eerder aan oude Darkthrone en Gorgoroth. Enkel in “Journey through razorwinds” en de uitluidende tonen van “Crowning in desolation” doemen ondersteunende keys op. Deze split is een ab-so-lu-te aanrader voor eenieder die jaren ’90 Scandinavische black een warm hart toedraagt.

JOKKE: 85/100 (Warmoon Lord: 89/100 – Vultyrium: 81/100)

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity (Wolfspell records 2020)
1. Warmoon Lord – Ancient death’s crown
2. Warmoon Lord – Victory of irreverend might
3. Warmoon Lord – Magie et sang
4. Warmoon Lord – The morningstar’s descent
5. Vultyrium – Towards the throne of solitude
6. Vultyrium – Journey through razorwinds
7. Vultyrium – Crowning in desolation

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge

Het Russische Ulvdalir zette in 2019 het jaar meteen goed in met haar vierde langspeler “…Of death eternal“. Later dat jaar verscheen nog een split met onze landgenoten Ars Veneficium en nu verschijnt via Inferna Profundus Records een nieuwe EP die de titel “Hunger for the cursed knowledge” meekreeg en met een speeltijd van 33 minuten absoluut waar voor zijn geld biedt. De vier lange songs bevatten telkens een ambient intro en outro die voor duistere interludes zorgen alvorens de muzikanten opnieuw uit de startblokken schieten. Wanneer het black metal-geweld van Ulvdalir invalt, valt meteen op dat de productie een stuk rauwer is uitgevallen vergeleken met “…Of death eternal“. Het komt de nostalgisch klinkende black in dit geval misschien nog wel ten goede. Noorse invloeden van oude Darkthrone en Dødheimsgard hebben hun sporen nagelaten maar ook het grimmige van een Judas Iscariot en het heidense van een Arckanum horen we hier terug. De lange nummers zijn dynamisch van opzet en de old-school riffs van “Road of knowledge” krijgen het hoofd aan het bewegen, terwijl dat Russisch taaltje nog extra ruwheid toevoegt, njammie! De tien minuten durende afsluiter wisselt voortdurend tussen slepende haast apocalyptisch klinkende passages, up-tempo geraas en rockende opzwepende ritmes en is dankzij diens duidelijke Darkthrone-worship een kraker van jewelste. Alvorens in de uitluidende ambient-tonen te verzanden, draven er nog extatische koorgezangen op die een sacraal randje toevoegen hoewel Ulvdalir zich van occulte en orthodoxe black distantieert. Dikke vette aanrader deze EP!

JOKKE: 82/100

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge (Inferna Profundus Records 2020)
1. Anger bringer
2. Road of knowledge
3. The sun of the pale night (Void amongst the fire)
4. Out of the darkness of the depths

Tulus – Old old death

De eerste drie platen van Tulus en van zusterband Khold hebben een vaste stek in mijn lijst der genre favorieten. Mid-tempo black metal met catchy en toch gitzwarte riffs. Ik was dan ook nogal teleurgesteld in alles wat op de voorgenoemde releases volgde. Voor mij klonk het allemaal als een verwaterd vervolg met wat meer punk invloeden. Niet zo extreem als bij pakweg Darkthrone, maar toch…Nu Khold weer on hold staat, is Tulus na acht jaar toe aan een nieuw album. “Old old death” is wat je na een teleurstelling als “Olm og bitter” zou verwachten. Niet slecht, maar niks bijzonders. De heren doen wat ze doen, maar hebben inmiddels niets nieuws meer te vertellen. Maar wat erger is, is dat de oude verhalen afgezaagd raken. Het heeft nog ergens de verbeten charmes van Khold, maar het klinkt gewoon wat leeg, zowel qua muziek als qua sound. Zelfs de prominente basgitaar, een door mij geliefd element van hun sound, kan het niet redden. De tien nummers komen simpelweg over als een hoop gerecycleerd materiaal dat met weinig overtuiging wordt gebracht. Er zit rock n roll in, black metal, pop en punk… maar geen enkele invloed weet écht een blijvende indruk te maken. Alles is halfslachtig, ook de “blastbeats”. En ook geen enkel van de korte nummers valt echt positief op. Wat bij vorige albums van de heren, zelfs de minste, wel nog het geval was. Gelukkig is het artwork nog steeds spuuglelijk, anders zou men beginnen twijfelen aan consistentie. Begrijp me niet verkeerd, “Old old death” is prima voor op de autosnelweg, maar is zeker en vast geen release waar ik thuis naar zou luisteren. Als je houdt van niet al te snelle of ingewikkelde black metal met een variatie aan old school invloeden en als je niet gaat vergelijken met hun vroege releases, is dit degelijk. In elk ander geval, is het weinig meer dan optioneel.

Xavier: 70/100

Tulus – Old old death (Soulseller Records 2020)
1. Hel
2. Jord
3. I havet hos Rån
4. Flukt
5. Folkefall
6. I hinmannens hånd
7. Grunn grav
8. Ild til mørkning
9. Villkjeft
10. In memoriam

Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim