darkthrone

Gloom – Rider of the last light

Er lopen reeds heel wat bands met de naam Gloom rond in het wereldje van de extreme metalen. In deze review bespreken we het gloednieuwe Finse Gloom met leden van Nekrokrist SS die zijn kwaadaardige boodschap middels een vette pot Finse black verspreidt. Dat het de heren menens is, maken de promofoto’s duidelijk: met bloed overgoten zwart/wit bekladde smoelwerken, camouflagebroeken, meters zware kettingen, geweren, steekwapens, gasmaskers en een sik waar de baphomet jaloers op zou zijn. Ook de acht recht-voor-de-raap songtitels die op het Indiana Jones achtig getitelde debuut prijken, liegen er niet om. “Bleed” trapt “Riders of the last light” met een welgemikt nekschot in gang. Alle klassieke elementen die Fins zwartmetaal zo lekker maken zijn aanwezig in nummers als “Deep in the ground” , “No mercy after sunset” of het titelnummer: ijskoud striemend riffwerk, melancholische melodieën (wel eerder subtiel dan op de voorgrond), niet al te ingewikkeld straightforward drumwerk en haatvol gekrijs dat licht vervormd is en parallellen vertoont met Pest, Gorgoroth’s beste krijser. Maar ook muzikaal wordt duidelijk dat Noorse klassiekers als “Under the sign of hell” en “Transilvanian hunger” destijds regelmatig hebben opgestaan in de slaapkamers van de heren. Als er zo iets als een black metal dansfeest zou bestaan, zou een nummer als “Iron claws of black metal” met diens korte hoempapa ritme de beentjes ontegensprekelijk losgooien. Voor de rest gaat de drummer grotendeels rechttoe rechtaan voluit, met een uitzondering van het drum- en basgitaarmomentje in “By your own hands“. Dat maakt spijtig genoeg dat halfweg de plaat de verveling dan ook wel stilaan de kop begint op te steken. De riffs en drumpatronen hebben immers een broertje dood aan onderscheidend karakter en dat is verdomd jammer, want eigenlijk klinkt Gloom best lekker en weten de heren wel degelijk hoe ze een traditioneel black metal nummer moeten schrijven. Alleen is het bijna acht keer hetzelfde liedje dat we te horen krijgen.

JOKKE: 75/100

Gloom – Rider of the last light (Spread Evil 2020)
1. Bleed
2. Iron claws of black metal
3. Fuck your faith
4. Deep in the ground
5. No mercy after sunset
6. Murder yourself
7. By your own hands
8. Rider of the last light

Standvast – Oersymboliek

Standvast is voor mij een nieuwe naam in de florerende NLBM-scene maar blijkbaar is het duo toch reeds een vijftal jaar actief. “Oersymboliek” is de intrigerende titel van de tweede langspeler. Standvast wordt vorm gegeven door de heerschappen Nortfalke (muziek) en Rödulv (zang en teksten) die een gemeenschappelijk verleden hebben in Kaeck en Tarnkappe. De heren grijpen terug naar de oerdagen van het black metal-genre want invloeden van Darkthrone en Celtic Frost vallen niet te ontkennen. Het riffwerk is met andere woorden simpel, maar effectief en aanstekelijk. En de Nederlandstalige teksten zijn vrij goed te volgen zonder tekstvel in de hand. “Oersymboliek” en diens negen nummers hebben een energieke productie meegekregen die echter iets te weinig dynamiek laat horen. De drums klinken vrij artificieel en zorgen daardoor voor een militant randje. “Wolfsanker” wordt afgetrapt met een Nederlandstalige sample en bevat tevens subtiele (!) engelachtige vrouwelijke zang op de achtergrond, maar het zouden evengoed keyboards kunnen zijn hoor. “Dolken in het duister” bevat dan weer een punk/black ’n roll-vibe en deze opzwepende aanpak wordt in “Gevangen in het bestaan” doorgetrokken hoewel dit nummer me wel wat te simplistisch overkomt. Met “Eer en geweten“, diens ‘oomph’ kreten, heldere zangkoren en bescheiden toetsen volgt dan terug een nummer met iets meer compositorische diepgang. “Opperman” werd als teaser vrijgegeven en dat is een goede zet want dit meer agressieve nummer is één van de beste composities die er op “Oersymboliek” staan. Nu het duo op dreef is, vervolgen ze met het eveneens kwalitatieve eerder mid-tempo “Volkswoede” waarvan het gitaarwerk heel Noors aanvoelt. Ze bewandelen nu eenmaal graag het Noordse pad waar stilstand volgens de tekst achteruitgang betekent. Ik moet dit waarschijnlijk in een andere context dan een muzikale plaatsen, want Standvast is een band die toch eerder naar het verleden teruggrijpt dan met een progressieve bril op naar het genre te kijken. Conclusie: “Oersymboliek” bevat black metal die vrij gemakkelijk verteerbaar is. Standvast laat horen met beperkte ingrediënten toch een paar knappe composities te kunnen pennen, maar er staan ook enkele nummers op het album die na een paar luisterbeurten geen uitdaging meer bieden voor wie graag zijn tanden meermaals in een plaat zet.

JOKKE: 73/100

Standvast – Oersymboliek (Werewolf Promotion 2020)
1. The death of discipline
2. Wolfsanker
3. Dolken in het duister
4. Gevangen in het bestaan
5. Eer en geweten
6. Opperman
7. Volkswoede
8. Langs het Noordse pad
9. Stoic warrior

Armagedda – Svindeldjup ättestup

En de comeback van het jaar dames en heren gaat naar…tromgeroffel…het Zweedse Armagedda dat na een hiatus van maar liefst 16 (!) jaar terug van zich laat horen middels de vierde langspeler “Svindeldjup ättestup“. Nu hadden we de laatste tijd wel al in de gaten dat er wat online activiteit te bespeuren viel, wat ik nou niet meteen van deze dode knakkers had verwacht. Zo werden er twee onuitgebrachte nummers op Bandcamp gepost, maar dat er ook heus nieuw plaatwerkt zou gelost worden, had ik nu niet meteen aan mijn theewater gevoeld. Andreas Petterson, die in tussentijd zijn label Nordvis verder uit de Laplandse ondergrond stampte, was de voorbije jaren ondermeer actief in het geweldige Stilla en het meer folk gerichte Lönndom en Saiva. Stefan Sandström aka Graav hield zich dan weer bezig met voortvluchtig zijn/het uitzitten van een gevangenisstraf en op muzikaal vlak verblijdde hij ons o.a. met zijn debuut met Ehlder. Nu kwam het door de recente racistische klap van Stefan nog wel tot een botsing tussen Ehlder en Nordvis waarbij nieuw Ehlder materiaal niet langer via dit kanaal verpreid zal worden, maar toch sloegen beide heren voor Armagedda de handen terug in mekaar. Het artwork van “Svindeldjup ättestup” is van de hand van Watain’s Erik en bevat in de raamopening een soort van replica van/knipoog naar de cover van de vorige langspeler “Ond Spiritism: Djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” uit 2004. Ook de titel van het tweede nummer bevat een verwijzing naar deze plaat. Dé hamvraag is natuurlijk of “Svindeldjup ättestup” zich met deze en “Only true believers” – twee door velen over het hoofd geziene genreklassiekers – kan meten? Wat meteen opvalt als “Ond spiritism” na het inleidende “Det sjuttonde året” uit de boxen knalt, is – naast het arsenaal geweldige riffs – de modernere sound. Dat is nu ook niet zó uitzonderlijk na zo’n lange afwezigheid natuurlijk, maar gelukkig bleven een ruwe korrel en organische drumsound wel behouden. De nieuwe langspeler werd trouwens ingeblikt in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara en daar de heren zich voor de opnames dus in Polen bevonden, werd als drummer Michał Stępień van o.a. Medico Peste en Owls Woods Graves ingehuurd. Tevens klinken de songs vergeleken met de voorganger wat agressiever en wilder, op een beestachtige manier, hoewel “Likvaka” ook nog wel dat typisch slepende en spookachtige mid-tempo karakter laat horen. De Darkthrone worshipping days uit de eerste levensjaren werden allesbehalve opgegraven en het meer gelaagde en gesofisticeerde karakter van “Ond spiritism” wordt verder uitgediept. “Guds kadaver (En falsk Messias)” is een nummer waarin de atmosfeer halfweg volledig omslaat van eerdere swingende verwrongen akkoorden en ritmes naar een heerlijk venijnig straightforward blastfestijn. Afsluiter “Evigheten i en obrytbar cirkel” is met meer dan elf minuten de langste Armagedda compositie ooit en dit nummer alleen al rechtvaardigt de lange wachttijd want het aantal fenomenale riffs dat passeert is bewonderenswaardig en de atmosfeer en het karakter wijzigen ook hier voortdurend van repetitief hypnotiserend, naar wild en bevlogen of ingetogen en bevreemdend wanneer de distortionpedaal losgelaten wordt. De basgitaar is minder prominent aanwezig, maar Graav’s vocalen, die een mix van screams en heldere zang zijn, mogen zich nog steeds tot de beste in het genre benoemen. De bezieling en bezetenheid waarmee de man de Zweedse teksten in een nummer als “Flod av smuts” de ether in katapulteert, is lovenswaardig. Het voelt also alle negatieve gevoelens van zijn onrustige bestaan in deze plaat gekanaliseerd worden. Kortom: “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism” en het Norrländsk svartmetall klinkt, ondanks het jarenlange wegrotten van de overblijfselen van Armagedda, ook 100% als Armagedda. Hier hebben we dus 16 jaar op zitten wachten se.

JOKKE: 90/100

Armagedda – Svindeldjup ättestup (Nordvis Produktion 2020)
1. Det sjuttonde året
2. Ond spiritism
3. Likvaka
4. Djupens djup
5. Guds kadaver (En falsk Messias)
6. Flod av smuts
7. Evigheten i en obrytbar cirkel

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity

Warlord Moon…uhm…Warmoon Lord, ik vergis mij keer op keer. Warmoon Lord dus, vernoemd naar het Vlad Tepes nummer van diens “Morte lune” plaat. Het debuut “Burning banners of the funereal war” uit 2019 gaf ik veel te laat de nodige aandacht, spijtig, want anders was deze plaat resoluut in mijn eindejaarslijstje gekatapulteerd geweest. Lord Vechi Vrăjitor, de alleenheerser achter deze band, vond in Sadist Stalker en diens Vultyrium een gelijkgstemde ziel wat resulteerde in deze “Pure cold impurity” split wat voor Vultyrium een eerste teken van leven is. Warmoon Lord doet waar het goed in is, namelijk het creëren van mysterieuze nocturnale landschappen vol besneeuwde bergtoppen en donkere naaldboomwouden waar krijgers doorheen waden onder het licht van de maan en vergezeld door het gehuid van een roedel wolven. Dit vertaalt zich muzikaal in ijskoude Scandinavische black met majestueuze keyboards, ijselijke screams en frostbitten gitaarwerk. Catchy jaren ’90 melodieën en dramatisch toetsenwerk maar wel in een heerlijk rauw jasje. Onze Finse vriend Juuso Peltola is blijkbaar van veel markten thuis want naast zijn voorliefde voor second wave black metal is (of was) hij ook nog actief in andere genres zoals heavy metal (Loanshark), heavy/doom metal (Musta Risti), progressieve death metal (Orpheria), dungeon synth (Old Sorcery) en synthwave (Megahammer). Ik heb wel zo’n donkerbruin vermoeden dat enkel Warmoon Lord me kan bekoren. Het zwartmetaal dat hij hiermee creëert is werkelijk om duimen en vingers bij af te likken. Elk van de vier composties bevat immers kippenvelopwekkende melodiëen, zij het via de obligate tremolo picking riffs of het symfonische toetsenwerk, dat iets prominenter aanwezig is dan op het debuut. Zo is “The morningstar’s descent” werkelijk een rasechte zwartmetalen klassebak! Voor liefhebbers van Emperor, oude Ancient, oude Gehenna en Vargrav. Vultyrium gaat daarna wat grimmiger te keer en de sappige vocalen van onze sadistische stalker hebben een groter Golem gehalte. Ook deze Fin houdt er meerdere activiteiten op na zoals Kalterit, Purgatör en Sadokist waarbij black metal steevast gemixt wordt met invloeden uit thrash en heavy metal. Bij Vultyrium trekt hij echter voluit de pure black metal kaart die minder melodieus uitvalt dan bij zijn collega. Hier wordt de gure atmosfeer grotendeels via snijdende riffs, rauw gekrijs en ratelende (geprogrammeerde?) drums neergezet. Denk hierbij eerder aan oude Darkthrone en Gorgoroth. Enkel in “Journey through razorwinds” en de uitluidende tonen van “Crowning in desolation” doemen ondersteunende keys op. Deze split is een ab-so-lu-te aanrader voor eenieder die jaren ’90 Scandinavische black een warm hart toedraagt.

JOKKE: 85/100 (Warmoon Lord: 89/100 – Vultyrium: 81/100)

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity (Wolfspell records 2020)
1. Warmoon Lord – Ancient death’s crown
2. Warmoon Lord – Victory of irreverend might
3. Warmoon Lord – Magie et sang
4. Warmoon Lord – The morningstar’s descent
5. Vultyrium – Towards the throne of solitude
6. Vultyrium – Journey through razorwinds
7. Vultyrium – Crowning in desolation

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge

Het Russische Ulvdalir zette in 2019 het jaar meteen goed in met haar vierde langspeler “…Of death eternal“. Later dat jaar verscheen nog een split met onze landgenoten Ars Veneficium en nu verschijnt via Inferna Profundus Records een nieuwe EP die de titel “Hunger for the cursed knowledge” meekreeg en met een speeltijd van 33 minuten absoluut waar voor zijn geld biedt. De vier lange songs bevatten telkens een ambient intro en outro die voor duistere interludes zorgen alvorens de muzikanten opnieuw uit de startblokken schieten. Wanneer het black metal-geweld van Ulvdalir invalt, valt meteen op dat de productie een stuk rauwer is uitgevallen vergeleken met “…Of death eternal“. Het komt de nostalgisch klinkende black in dit geval misschien nog wel ten goede. Noorse invloeden van oude Darkthrone en Dødheimsgard hebben hun sporen nagelaten maar ook het grimmige van een Judas Iscariot en het heidense van een Arckanum horen we hier terug. De lange nummers zijn dynamisch van opzet en de old-school riffs van “Road of knowledge” krijgen het hoofd aan het bewegen, terwijl dat Russisch taaltje nog extra ruwheid toevoegt, njammie! De tien minuten durende afsluiter wisselt voortdurend tussen slepende haast apocalyptisch klinkende passages, up-tempo geraas en rockende opzwepende ritmes en is dankzij diens duidelijke Darkthrone-worship een kraker van jewelste. Alvorens in de uitluidende ambient-tonen te verzanden, draven er nog extatische koorgezangen op die een sacraal randje toevoegen hoewel Ulvdalir zich van occulte en orthodoxe black distantieert. Dikke vette aanrader deze EP!

JOKKE: 82/100

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge (Inferna Profundus Records 2020)
1. Anger bringer
2. Road of knowledge
3. The sun of the pale night (Void amongst the fire)
4. Out of the darkness of the depths

Tulus – Old old death

De eerste drie platen van Tulus en van zusterband Khold hebben een vaste stek in mijn lijst der genre favorieten. Mid-tempo black metal met catchy en toch gitzwarte riffs. Ik was dan ook nogal teleurgesteld in alles wat op de voorgenoemde releases volgde. Voor mij klonk het allemaal als een verwaterd vervolg met wat meer punk invloeden. Niet zo extreem als bij pakweg Darkthrone, maar toch…Nu Khold weer on hold staat, is Tulus na acht jaar toe aan een nieuw album. “Old old death” is wat je na een teleurstelling als “Olm og bitter” zou verwachten. Niet slecht, maar niks bijzonders. De heren doen wat ze doen, maar hebben inmiddels niets nieuws meer te vertellen. Maar wat erger is, is dat de oude verhalen afgezaagd raken. Het heeft nog ergens de verbeten charmes van Khold, maar het klinkt gewoon wat leeg, zowel qua muziek als qua sound. Zelfs de prominente basgitaar, een door mij geliefd element van hun sound, kan het niet redden. De tien nummers komen simpelweg over als een hoop gerecycleerd materiaal dat met weinig overtuiging wordt gebracht. Er zit rock n roll in, black metal, pop en punk… maar geen enkele invloed weet écht een blijvende indruk te maken. Alles is halfslachtig, ook de “blastbeats”. En ook geen enkel van de korte nummers valt echt positief op. Wat bij vorige albums van de heren, zelfs de minste, wel nog het geval was. Gelukkig is het artwork nog steeds spuuglelijk, anders zou men beginnen twijfelen aan consistentie. Begrijp me niet verkeerd, “Old old death” is prima voor op de autosnelweg, maar is zeker en vast geen release waar ik thuis naar zou luisteren. Als je houdt van niet al te snelle of ingewikkelde black metal met een variatie aan old school invloeden en als je niet gaat vergelijken met hun vroege releases, is dit degelijk. In elk ander geval, is het weinig meer dan optioneel.

Xavier: 70/100

Tulus – Old old death (Soulseller Records 2020)
1. Hel
2. Jord
3. I havet hos Rån
4. Flukt
5. Folkefall
6. I hinmannens hånd
7. Grunn grav
8. Ild til mørkning
9. Villkjeft
10. In memoriam

Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design

We hebber er even op moeten wachten maar met “To fathom the master”s grand design” laat de Deense gehoornde almachtige nog eens van zich horen. We moeten al zes jaar terug de tijd induiken voor het vorige teken van leven. Op het toenmalige “World of tombs” werd het gekende black ’n roll concept van Horned Almighty in enkele nummers al van een gezonde dosis punky thrash voorzien en op deze zesde langspeler is die balans nog net iets verder naar die kant doorgeslagen. Smerte’s vocalen voegen zoals steeds een doodsmetalen randje toe wat niet verwonderlijk is met een tienjarig verleden bij Exmortem. Tegelijkertijd klonken de Denen nog nooit zo gevarieerd want deze nieuwe plaat bevat zo wat hun snelste maar tegelijk ook hun traagste materiaal ooit. Zo beukt het van death metal doordrongen “Violent cosmology” de plaat energiek in gang, maar maakt “Antagonism eternal” ook ruimte voor meer atmosfeer – zij het een apocalyptische – middels het aanwenden van spoken word-passages. “Devouring armageddon” verkent dan weer doomy regionen waarbij een piano en semi-cleane gitaren niet geweerd worden. Een nummer als “Swallowed by the earth” is met zes minuten speeltijd zowat de langste compositie ooit voor Horned Almighty. Het is tevens een, voor hun begrippen, vrij experimenteel nummer dat heel wat variatie in tempo’s kent en aaneenhangt van de spanningsbogen maar ook niet vergeet te knallen middels vurige energetische riffs. Het laat zien dat Horned Almighty ondanks hun fel gesmaakt handelsmerk van opzwepende black ’n roll veel meer is dan een one trick pony. De ronkende bas is altijd al een belangrijke factor geweest in de totaalsound en ook nu weer stuwt Haxen de muziek vooruit met zijn viersnarig instrument, zij het met een iets minder crunchy-geluid, wat de invloed van punk en crust nu wel iets minder frappant maakt. Horned Almighty kan nog steeds aangeraden worden aan liefhebbers van Celtic Frost, Motörhead, Darkthrone en Autopsy en is terug met zijn beste album tot op heden! Bam!

JOKKE: 85/100

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design (Scarlet Records 2020)
1. Violent cosmology
2. Apocalyptic wrath
3. Antagonism eternal
4. Devouring armageddon
5. Swallowed by the earth
6. The great death
7. Punishment divine
8. Witchcraft demonology

Phlegethon’s Majesty – Downward journey to Tartaros domains

We keren nog even terug naar de laatste dagen van 2019 want op kerstdag bracht Medieval Prophecy records twee interessante tapes uit: de eerste demo van Effroi en eveneens een eerste demotape voor Phlegeton’s Majesty waarin enkele leden van Crypts Of Wallachia huizen, namelijk gitarist Prizrak en bassist Zabrava. De keyboards die deels de sound van Crypts Of Wallachia vormen, blijven bij dit Phlegeton’s Majesty achterwege. Het label haalt invloeden van een Clandestine Blaze, Legion of Doom en Darkthrone aan, drie referenties waarin we ons wel kunnen vinden. De vier nummers zijn van overtollig vet gestript en grijpen terug naar de essentie van black metal: grimmige riffs, ijskoude atmosfeer, demonische en haatvolle vocalen en energiek drumwerk. De repetitieve trance opwekkende riffs van opener “Sibyl’s blood-magick divination” missen hun effect niet en transporteren je terug in de tijd waarin black metal niet onderhevig was aan allerlei hippe trends. De drie volgende nummers liggen in elkaars verlengde en dat is meteen ook de enige kanttekening die ik maak: iets meer variatie zou welgekomen zijn want nu is het al vrij moeilijk om de songs onderling te onderscheiden, en het zijn er slechts vier. In “Acherontic endless pilgrimage” ontwaar ik wel een melodieuze gitaarlead-achtige partij waarvan er best meer mogen geïntegreerd worden in toekomstige composities. Net zoals op Crypts Of Wallachia’s “Drifting in the devil’s maze” is de sound van “Downward journey to Tartaros domains” erg goed voor een demo met extra aandacht voor de klanken in de lage regionen; geen superschel geluid dus. Thematisch gezien wordt er inspiratie gevonden in de Griekse mythologie. Zo verwijst de bandnaam naar een rivier die in Hades, de Griekse onderwereld, vloeide. De titel van de demo bevat dan weer een referentie naar de Griekse hel. Sterk spul van opnieuw een nieuwe speler in onze bloeiende black metal-scene. En extra punten voor Medieval Prophecy Records die een groot aandeel heeft in de aanvoer van nieuw Belgisch black metal-talent.

JOKKE: 81/100

Phlegethon’s Majesty – Downward journey to Tartaros domains (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Sibyl’s blood-magick divination
2. Drowning in the Cocytus maelstroms
3. Nekromanteion stygian gateways
4. Acherontic endless pilgrimage