death kvlt productions

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism

Vorig jaar kwam uit het niks Lamp of Murmuur opduiken en op amper een jaar tijd heeft het Amerikaanse eenmansproject nogal wat furore gemaakt. Vooral met de release van de fantastische “Burning spears of crimson agony” EP eerder dit jaar leek de zwartgeblakerde hoek van het internet compleet tilt te slaan, werden nog nooit zoveel woordgrapjes over een bandnaam gemaakt, vlogen de gelimiteerde releases sneller dan ik voor mogelijk had gehouden over de toonbank én stonden ze nog binnen diezelfde minuut op Discogs te blinken aan, uiteraard, exuberante prijzen. Dood aan dat Discogsgespuis! Om maar te zeggen dat Lamp of Murmuur zich op bijzonder korte tijdspanne op de kaart heeft weten te plaatsen met haar bezwerende, rauwe en toch met rock-n-roll vibes doorspekte blackmetal en al enige tijd vlot over de tongen gaat. Na een hoop demo’s (waarvan eentje uit een dungeon synthexpirementje bestond) en een EP is het wachten voorbij en viel begin deze maand het doek over de eerste langspeler. Drie nieuwe tracks, een intermezzo en 2 heropnames van eerder materiaal (nummer vier en vijf). Oh, en begot een Dead Can Dance cover in de vorm van “In the wake of absurdity”. De vraag die elkeen zich stelt is: “Jamaja, met al die hype, is ’t eigenlijk wel de moeite waard?” en we kunnen alvast met de deur in huis vallen door daar volmondig “Ja!” op te antwoorden. “Heir of ecliptical romanticism” klinkt qua productie dan wel een pak meer opgekuist dan wat eraan voorafging maar verzaakt niet aan wat Lamp of Murmuur ons al van in den beginne voorschotelt: rauw zwartmetaal met een bepaalde swingende catchiness, hoe contradictorisch dat ook mag klinken. Dat de productie wat meer afgelikt klinkt is natuurlijk relatief, want dat de Amerikaan misschien minder klinkt alsof hij vanuit een halfvolle beerput loopt te krijsen betekent niet dat hij zich ondertussen heeft gedoucht. “Of infernal passion and aberrations” knalt meteen zonder poespas het gaspedaal in – het tempo ligt gedurende de hele plaat vrij hoog – maar binnen de twee minuten wordt al overgeschakeld op een midtempo strofe waar het thrashmetalgehalte vanaf spat. Voor het eerst maar zeker niet voor het laatst, want in het daarna volgende “Bathing in cascades of caustic hypnotism” worden dit soort riffs meer in de verf gezet. Niet dat M., het met verf bekladderde gezicht van de band, deze catchy heavy en thrashmetalriffs gewoon binnen zijn furieuze black steekt, maar deze eerder volledig incorporeert in zijn eigen sound. Ondanks het feit dat “Heir of ecliptical romanticism” een zeer riffgeoriënteerd album is, eist de basgitaar met zijn heldere toon en soms bijna funky lijntjes een bepalende plek in de schijnwerpers op. Hoewel ze met momenten haast subtiel is, draagt ze de opgejaagde riffs verder en verzacht de overbruggingen ertussen zoals in het hierboven vermelde “Bathing…”. Nu, goeie old school black zou niet compleet zijn zonder een laag synths die doorheen de raspende vocalen (die in overvloed present zijn) meanderen. In de eerste twee songs zorgen ze voor een uitdieping van de sfeer om dan onverwacht het voortouw te nemen in het titelnummer. Deze track contrasteert wat met de meer brutale, furieuze en opgefokte songs die eraan voorafgingen – de keyboards lijken zowaar wat weg hebben van de opwekkende leads die we kennen van Mesarthim, een referentie die ik nooit verwacht had in deze review te maken. Na deze opvallende wending, eindigend in een heuse atmosferische apotheose, compleet met cleane zang en triomfantelijke koperblazers (in synth-vorm), loopt het album met enkele minuten ambient op zijn einde. Dit echter niet voordat de Dead Can Dance cover de revue is gepasseerd. Opnieuw prominente keyboards en een duet tussen naar de achtergrond verdrongen krijsen en heldere zang dat helaas niet overtuigt. De cover klinkt wat haastig ineengebokst en voor mijn part mocht het album met de ambient zijn geëindigd, hoewel het best een interessant experiment was. Lamp of Murmuur bestookt ons op “Heir of ecliptical romanticism” met een spervuur aan riffs, blastbeats en keldergeschreeuw maar weet deze vorm van blackmetal eigentijds (lees: deftig opgenomen en geproduceerd) te doen klinken en vooral een dijk van een grimmig album neer te poten. De hype is real!

CAS: 89/100

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism (Death Kvlt Productions & Not Kvlt Productions, 2020)
1. Of infernal passion and aberrations
2. Bathing in cascades of caustic hypnotism
3. Gazing towards the hallways of a peaceless mind
4. The scent of torture, conquering all
5. Chalice of oniric perversions
6. Heir of ecliptical romanticism
7. The stars caress me as my flesh becomes one with the eternal night
8. In the wake of absurdity (Dead Can Dance cover)

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows / From the cursed glades

De undergroundinspectie wees mij op het eerstdaags verschijnen van nieuw werk van Äkth Gánahëth in de vorm van een split met het Amerikaanse Grógaldr. Wie zei u daar? Wel, Äkth Gánahëth is een vrij nieuw éénmansproject van een zekere Adrian Brachmann die verder nog actief is bij Níðstöng, Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth. Deze allesdoener heeft een Duits paspoort, maar is momenteel woonachtig in de hoofdstad van het mooie en mysterieuze IJsland. En die overweldigende omgeving – in combinatie met de lockdown nav COVID-19 – werkte blijkbaar positief op zijn inspiratie- en creatiedrang want in april verscheen reeds het debuut “Crowned in shadows“, die in maart nog voorafgegaan werd door de “From the cursed glades” demo. We brengen beide releases voor het gemak even samen onder de aandacht. De langspeler is opgedragen aan Ōstara, de Germaanse godin van de lente en laat in een klein half uur een geluid horen dat – naar eigen zeggen – geïnspireerd is op de Franse Les Légions Noires, Moonbood en Akitsa. Referenties waar we ons wel in kunnen vinden. “Crowned in shadows” is een top debuut dat met zijn knoestige raspende vocalen, bijwijlen catchy jengelende gitaarmelodieën, hoekige stuwende ritmes, basic drumwerk, triomfantelijke heldere gezangen en sinistere synths uit het volledige spectrum aan ouderwetse black metal invloeden put. En dit alles gegoten in een degelijke undergroundproductie. De demo klinkt als vanzelfsprekend wat scheller maar bevat reeds dezelfde ingrediënten, hoewel het toetsenwerk nóg wat prominenter aanwezig lijkt en een meer heidense en fantasy vibe laat horen. Äkth Gánahëth is een aangename ontdekking. Dat dacht menig échte undergroundfan (en spijtig genoeg eveneens de verachtelijke Discogstrol) blijkbaar ook, want de vinylrelease van de langspeler is al hopeloos uitverkocht.

JOKKE: 82/100

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows (Death Kvlt Productions 2020)
1. The gates of hel
2. The battle on Vígríðr
3. Crowned in shadows
4. The night spreads her wings
5. Under the spectral full moon
6. Brimstone and ash
7. Journey through the desert of ice

Äkth Gánahëth – From the cursed glades (Eigen beheer 2020)
1. Summoning rites (Intro)
2. From the cursed glades
3. Black crowns of stone and moss
4. The realms beyond light (Outro)

Inferno Requiem – Ancient wolf

Black metal wordt in alle uithoeken van de wereld gespeeld. Zo ook in Taiwan, getuige dit Inferno Requiem. Een primeur voor deze blog, hoewel Fog, de soloslim bezieler van deze band later wel naar het Japanse Okinawa verkaste. “Ancient wolf” bevat geen gloednieuw materiaal maar is een compilatie van de nummers die deel uitmaken van zijn “Golden horde“-reeks waarvan er in 2019 reeds twee hoofdstukken verschenen: de “Wolf from Onon realm” EP en een split met het – hoe kan het ook anders – Japanse Abigail getiteld “Conqueror of the golden horde / Metal bitch violator“. De eerste twee nummers zijn afkomstig van de EP, de andere drie van de split. “Wolf from Onon realm” start met – naar ik vermoed een soort van lokale – traditionele gezangen waarna de grofkorrelige black zich over ons uitstort. De riffs klinken groezelig, de (geprogrammeerde?) drums best ok en de krijsen snijden als een mes door smeuïge hoeveboter. Inferno Requiem kijkt hoorbaar met een Scandinavische bril op naar het genre, misschien wel spijtig dat er niet wat meer lokale folklore geïnjecteerd werd. “Vastland ascension” bevat een hoge dosis melancholie en diens neerslachtige karakter wordt nog extra in de verf gezet middels somber pianospel. De drie nummers van de split klinken nog meer ongepolijst maar laat dat nu eerder het resultaat zijn van een weloverwogen beslissing in plaats van onkunde aan het mengpaneel, hoewel de lo-fi krakende sound niet kan verbloemen dat de riffs hier soms toch net iets minder zijn uitgedraaid. Het tien minuten durende met samples van hinnikende paarden en zwaardgekletter opgefleurde “Conqueror of the golden horde” kan er wel nog mee door. Conclusie: het eerste deel van de EP is het beste, niet alleen doordat de productie net iets minder groezelig is, maar ook doordat de kwaliteit van het songmateriaal hier overtuigender is.

JOKKE: 70/100

Inferno Requiem – Ancient wolf (Death Kvlt Productions 2020)
1. Wolf from Onon realm
2. Vastland ascension
3. Northern barbarian king
4. Black wind fortress
5. Conqueror of the golden horde

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony

De rauwe black metal scene die de laatste tijd zo “populair” is, stimuleert het gebruik van wekkers, want meermaals vis je hopeloos achter het net aan als je je alarm niet instelt op het moment dat bepaalde releases te koop worden gesteld. Nu, het gros van de tijd betreft het releases waar eigenlijk geen haan naar zou kraaien als ze niet op een belachelijk laag aantal stuks verkocht zouden worden, en hierdoor eigenlijk eerder verzamelaars aantrekken of imbecielen die de releases nadien voor zo veel mogelijk geld op Discogs willen verlappen. Kapitalisme en rauwe underground black metal, twee zaken die tegenwoordig vaak lijken te rijmen. Een band uit de Amerikaanse raw black metal waarrond alle heisa voor een keer absoluut terecht is, is Lamp Of Murmuur, en dan heb ik het niet alleen over diens aanstekelijke black metal esthetiek maar vooral ook over de muziek die absoluut de moeite waard is. “The burning spears of crimson agony” is reeds de vierde demo van deze one man band en klinkt van de eerste tot de vierentwintigste minuut über geil. “A burning spear to the heart of dawn” is waar het hier om draait, een meer dan twintig minuten durend werkstukje dat voor de gelegenheid in twee stukken werd verdeeld, aangevuld met een ambient intermezzo en outro. Ambient speelt een belangrijke rol bij Lamp Of Murmuur getuige bijvoorbeeld de “Cursed deambulations of the nocturnal entities” EP die synth bewerkingen bevat van materiaal van de eerste drie demo’s, maar hier blijft het dus beperkt tot twee korte instrumentale tracks. Het eerste deel van “A burning spear to the heart of dawn” schiet meteen furieus uit de startblokken met venijnige riffs waarin we vleugjes Zweedse invloeden horen. Wanneer het tempo wat zakt, stuwen opzwepende ritmes het boeltje, vergezeld van rauwe vitriolen black metal vocalen, verder. Gaandeweg swingt het zelfs haast onze beentjes los! Wat Lamp Of Murmuur van andere bands in deze niche onderscheidt, is dat er hier wel een hele lading memorabele riffs passeren. En het feit dat de productie vrij toegankelijk is voor rauwe black, kunnen we dan alleen maar toejuichen. Ik hoor zelfs basgitaar doorheen de grimmige riffs penetreren begot! Nadat er ons een kort meditatiemoment gegund wordt, gaat het tweede deel verder. Het tempo ligt hier lager, de riffs zijn repetitiever en daardoor ook psychedelischer en opnieuw zorgt de basgitaar voor extra cachet. En ook van een clean gothrock achtig gitaarstukje is Lamp Of Murmuur niet vies. Er passeren best enkele lange instrumentale passages, maar wanneer de zang zich aandient resulteert dat in extreem haatvol, bijna wolfachtig, geschreeuw en gehuil. Naarmate het einde nadert, worden we nog op sacraal aandoende heldere zang getrakteerd. Geniale EP deze “The burning spears of crimson agony“. Trouwens: bijna gelijktijdig kwam er ook nog een split met Revenant Marquis uit, die ook zeer de moeite waard is, vooral voor onze vriend uit Olympia, Washington dan.

JOKKE: 89/100

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony (Death Kvlt Productions 2020)
1. A burning spear to the heart of dawn (Part I)
2. Meditating in the poisonmists
3. A burning spear to the heart of dawn (Part II)
4. Eternally banished to agony

Asgrauw – IJsval

Vierde langspeler reeds voor het Gelderse Asgrauw en toch is “IJsval” mijn eerste échte kennismaking met de band. Als het vorige werk van een even grote kwaliteit is als wat deze zeven nieuwe nummers laten horen, is het zonde dat ik het trio nu pas op mijn radar kreeg. Asgrauw speelt immers midden jaren ’90 black metal zonder al te veel tierlantijntjes (hoewel toetsen wel subtiel ingezet worden) en met melodieën die onder je huid kruipen. De mid-tempo tweede helft van de titeltrack is hier een prachtig voorbeeld van. Maar denk nu niet dat het hier de romantische tour opgaat, want drummer Batr duwt aan het begin van dit nummer het gaspedaal serieus in. Een compliment gaat uit naar de songschrijver(s) want echt elk nummer heeft een eigen identiteit. Niet alleen door het variëren qua tempo, maar ook gitarist Vaal en bassist Kaos weten hoe ze hun stemmen moeten inzetten om een bepaald gevoel neer te zetten dat perfect past bij de songtitel en atmosfeer die de muziek uitstraalt. In agressieve nummers zoals het beukende “Nevel” of het vurig intense “Broeihaard” dat de boel in lichterlaaie zet, laten ze hun stembanden raspend krijsen, terwijl meer melodieuze songs als “Stortvloed” door heldere of semi-cleane zang ondersteun worden, maar ook eerder verhalende vocalen passeren de revue. Muzikaal gezien vallen invloeden van een Taake niet te ontkennen, luister maar eens naar de meer folky riffs in opener “Leeg“, maar ook oude-Ulver lijkt de band niet vreemd te zijn. “IJsval” is trouwens een vlag die de lading behoorlijk dekt want de stalactieten bengelen aan het gros van de grimmige riffs. Dikke duim omhoog voor Asgrauw. Oh ja, de vorige platen bleken ook dik de moeite waard te zijn!

JOKKE: 84/100

Asgrauw – IJsval (Death Kvlt productions 2020)
1. Leeg
2. IJsval
3. Nevel
4. Stortvloed
5. Broeihaard
6. Heilloos
7. Wanorde