death metal

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable

Iron Bonehead Productions weet als geen ander muziek op te rakelen die uit de diepste krochten van de menselijke psyche komt vloeien, en maar goed ook. Nieuwste aanwinst is het tweekoppige Bloodsoaked Necrovoid, die opereert vanuit het verder ietwat onbekende metallandschap van Costa Rica. De heren smijten met “Expelled into the unknown depths of the unfathomable” vol overgave hun imposante debuut op tafel. Het resultaat is een van alle auditieve degelijkheid onttrokken misbaksel dat nagenoeg niet valt te verteren – wat tijdens het luisteren meteen die gelukzalige grijns op je gezicht verklaart. De plaat sleurt je op zes nummers doorheen een gapend zwart gat, tot de nok gevuld met slopend zware riffs en een eindeloos dreunende ritmesectie. Het geheel voelt nog logger en corrosiever aan dan de twee voorgaande demo’s uit 2018, die vorig jaar werden samengebracht onder de noemer “The apocryphal paths of the ancient 8th vitriolic transcendence” door Caligari en Blood Harvest. Heel af en toe trekt drummer Jose Maria Arrea het tempo op naar een deathmetalwaardige versnelling, maar de hoofdmoot van “Expelled…” wordt gevuld met drumsalvo’s die doen denken aan de betere funeral doom. De onaardse vocalen galmen als afkomstig van een demonische mutant door je schedel maar blijken dan toch op één of andere manier uit Federico Gutierrez’ keel te ontsnappen – eveneens de gitarist en bassist van de band. De riffs lijken verder geschreven door een neanderthaler die onbewust een klein veld aan gedroogde papaverplanten naar binnen heeft gewerkt, maar dat is dan ook exact hoe we ze willen. Af en toe voert de band ijzige intermezzo’s in die enige rust zouden kunnen bieden, in de realiteit dragen ze alleen maar bij tot de venijnige en misantrope sfeer die Bloodsoaked Necrovoid geheel intentioneel naar voren brengt. “Expelled iunto the unknown depths of the unfathomable” is een ijzersterke plaat met een voor deze stijl perfecte productie en dito artwork – al smaakt ondergetekende de rauwe zwartwitte stijl van het voorgaande werk ook. Voor wie het nog niet duidelijk was; als fan van dit gure sub- van een subgenre kan je met Bloodsoaked Necrovoid alleen maar winnen.

JULES: 81/100

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable (Iron Bonehead – 2020)
1. Dispossessed in an asphyxiating endless darkness
2. Perverted astral intoxication for a death incarnation
3. Viciously consumed by the unfolding unknown
4. Inescapable transferance of profane malignity
5. Existential dismemberment by a transcendental nothingness
6. Traversing the threshold of a treacherous depraved absolute

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Works Of The Flesh – Works of the flesh

Rauwe oldschool death metal uit de donkere krochten van de Antwerpse ondergrond? De bandleden slapen vooralsnog niet onder een rots, beste lezers, en weten maar al te goed dat OSDM anno 2020 weer immerrelevant is. Bands als Bones doen het hen al even voor, maar toch weer met een heel andere aanpak: Works of the Flesh mixt een heleboel punk- en grindelementen in het geheel, waar hun sound verder rechtstreeks uit een met beenmerg en gal besmeurd mangat te midden van een illustere steeg in centrum Stockholm lijkt te komen kruipen. Tracks als opener “Constant pressure” doen daarom meteen even hard denken aan Misery Index of Gadget als aan oude Unleashed of Grave. De bezetting van Works Of The Flesh is andermaal niet min, en licht meteen nog een tipje van de sluier op – met bandleden van Marginal, Helldozer, Suhrim en meer weet je al snel wat voor vlees je in de kuip hebt. Frank Rotthier nam de plaat live op in zijn studio, en het feit dat zoiets opvalt is alleen maar positief. Het geheel is zelfs best catchy met momenten, het resultaat van de melodieuze buzzsaw riffs en beukende blasts die al na enkele luisterbeurten blijven hangen. Op ongeveer twintig minuten is Works Of The Flesh uitgeraasd, wat van deze debuutplaat eerder een EP maakt dan een langspeler – maar laat dat nu net zijn hoe we onze metalen graag voorgeschoteld krijgen. Op thematisch vlak gaat meerdere keren op deze EP de militante vuist in de lucht, wat ook weer meer aan grind of punk doet denken – een verrassende keuze voor een deathmetalband. De rasperige growls die nummers als “The great dictatewhore” en “Anti-social media” van de nodige schwung voorzien, doen dat in ieder geval met volle overgave. De mastering gebeurde door Yarne Heylen, die “Works of the flesh” meteen weer naar een bepaald niveau weet te tillen. Wat ondergetekende betreft mocht het geheel nog wat rauwer klinken, om dat grafkeldergevoel volstrekt tot z’n recht te laten komen en de honger tijdelijk edoch volledig te stillen. Blood for the blood god, weet je wel. Er worden geen ongeziene songstructuren in elkaar geweven en op bepaalde songs klinken de riffs alsof ze al eens eerder kunnen zijn gebruikt, maar voor een eerste plaat is dit zonder meer oerdegelijk spul. Gezien er toch geen shows mogen worden gespeeld, stellen we bij deze voor dat de heren zich meteen terug in hun studio opsluiten en naarstig aan een opvolger beginnen schrijven.

JULES: 76/100

Works Of The Flesh – Works of the flesh (self released 2020)
1. Constant pressure
2. God is the gospel
3. The great dictatewhore
4. Double standards
5. Anti-social media
6. Eat kill fuck repeat
7. Murder is my name
8. Go feed the maggots

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Undeath – Lesions of a different kind

Komt dat zien, komt dat zien. Undeath is hier met “Lesions of a different kind”. Drie jonge kerels uit Rochester, New York, spelen het op anderhalf jaar klaar om, na amper twee demo’s, een allesverslindende debuutplaat uit te brengen en daarmee een wit voetje te slaan in heel de deathmetalwereld. Dat mag wat ondergetekende betreft ook meteen de kop in de New York Times zijn, want zo goed is wat ze hier presteren. De bandleden zijn geen oude bekenden, dit is hun eerste echt serieuze project (op bassist Tommy Wall na, die eerder al wat fourstringgeweld leverde voor oa. Execution Hour). De heren zijn echter heel erg goed op elkaar ingespeeld, en het doel is onmiskenbaar… Undeath wil de hardste deathmetalgroove in de geschiedenis van de mensheid schrijven. Ze haakten op “Demo 2019” al zwerende riffs in elkaar die zich als de meest koppige oorwormen in je grijze massa nestelen zonder enige ambitie om te vertrekken. Sommige van de breakdowns en temposwitches op de tweede demo “Sentient autolysis” verrassen in die mate dat je je jezelf erop betrapt je ogen nog maar eens over het ontiegelijk vette logo te laten glijden. Undeath, zei je…? Het moet gezegd zijnde, niks had de luisteraar echt kunnen voorbereiden op wat de heren met hun eerste langspeler weten voort te brengen. Het album – dat je op een klein halfuur meedogenloos van je trommelvliezen ontdoet – is zo goed opgebouwd dat je enigszins verward maar hongerig op play gaat drukken voor een tweede luisterbeurt. “Lesions of a different kind” is zowel een van de beste OSDM-worship albums van de afgelopen jaren als een van de meest verfrissende platen die je binnen het bredere spectrum kan vinden, als dat het een toonvoorbeeld is van wat je onbekenden laat luisteren om mee te illustreren wat ‘jouw deal nu juist is’. Kortweg, de LP is ontzettend rauw maar tegelijkertijd toegankelijk, en bovendien toornig goed geschreven. Luister maar eens naar de manier waarop Undeath zijn riffs en tempos gebruikt om schaamteloos hard met je kloten te spelen op “Acidic twilight visions”, of merk op hoe je na enkele luisterbeurten uit volle borst het refrein van de titeltrack mee staat te brullen. Dit is een ongeziene rager van een plaat, met een chronisch tekort aan minpunten en een buitenzinnig mooie worp naar een gunstig toekomstperspectief.

JULES: 95/100

Undeath – Lesions of a different kind (Prosthetic Records 2020)
1. Suitably hacked to gore
2. Shackles of sanity
3. Lesions of a different kind 
4. Entranced by the pendulum
5. Acidic twilight visions
6. Lord of the grave
7. Kicked in the protruding guts
8. Phantasmal festering
9. Chained to a reeking rotted body
10. Archfiend coercion methods

Evaporated Sores – Ulcerous dimensions

Evaporated Sores, zei je? Hoe die debuutplaat juist klinkt? … Laten we beginnen bij de eindeloze lagen uiterst onuitstaanbare, haatdragende noise. Gitaarlijnen die zo gruwelijk en atonaal klinken dat je je afvraagt of de band ze ooit nog zou kunnen reproduceren. Wil je dit wel luisteren? Een stem die afkomstig lijkt van een oude vorst die eerst 300 jaar in een duistere kerker vastgeketend moest wegrotten, en zijn volledige karkas door de maden geconsumeerd zag. Een orgie van cymbalen wash en een snaredrum gemaakt van holle botten en een door cysten en laesie vervormd vel. De songstructuren op “Ulcerous dimensions” zijn opgebouwd uit onverteerbare sludge en grind, een ziekelijke tweelingbroer van deathmetal en nog zoveel meer. Geloof me, je wil dit absoluut luisteren – al is het maar om de verschillende, totaal doorgerotte lagen van deze sound te leren begrijpen. Met momenten zijn er zelfs elementen uit slam death te horen, maar vooralsnog lijken de waanzinnig dissonante riffs specifiek geschreven om je zo ongemakkelijk mogelijk te doen voelen. Op het einde van opener “Claimed by inertia” klinkt het alsof een auto door een eeuwenoude, door de grootste horror opgetrokken entiteit werd opgeslokt en tot gruis vermalen, inclusief een soort antidiefstalalarm dat een uiterst zielige poging doet om zijn eigenaar op de hoogte te stellen van zijn afgrijselijke ondergang. Het geheel wordt afgeroomd met ijzige industrial, dreunende en met afgunst doorspekte tonen die uit een parallel universum lijken te komen waar de dood een ontegensprekelijk groot geschenk is. Maar, niet gevreesd, er is ook licht aan het einde van de tunnel! Een deken van weerzinwekkend wrede en industriële noise moet dienen om je op het einde van quasi elk nummer tot rust te brengen. Pas echt onaards, is het feit dat dat lukt. De auditieve aanval waarmee elke nieuwe song aanzet, is dermate onaangenaam dat je het afzichtelijke, van vlees ontdane hand alsnog graag zal aannemen. Evaporated Sores is met deze eerste langspeler op één der sterkste en meest consistente Amerikaanse labels beland, met name Sentient Ruin Laboratories. Een absolute aanrader voor de enkeling bij wie dit niet meteen als dissonante muziek in de oren klinkt. “Ulcerous dimensions” weet zich op momenten zo te vervreemden van alles wat een modale fan muziek zou noemen, dat het bij ondergetekende een brede glimlach op het gezicht toverde. Of dit iedereen evenzeer gaat smaken is natuurlijk nog maar de vraag. Try before you buy!

JULES: 89/100

Evaporated Sores – Ulcerous Dimensions (Sentient Ruin – 2020)
1. Claimed by inertia
2. Eternal inflation
3. Regurgitated existence
4. Infinite remission
5. Rote resurrection
6. Eonic parallel
7. Cosmic indifference

Enwretch – Sermon of the dead

Doordat het tourleven voor menig muzikant dit jaar om voor de hand liggende redenen in duigen viel, denk ik dat er nog nooit zo veel muziek geschreven werd als in 2020. Dat belooft voor 2021! Enwretch komt al sneller op de proppen als een Coronakindje en ontstond doordat zanger/gitarist/drummer David McLennan (Coffin Mulch) zich stierlijk verveelde tijdens de pandemie en dan maar besloot te jammen met bassist Tommy. Het resultaat is de twee-songs-tellende demo “Sermon of the dead” die van alle deathmetalclichés doordrongen is. De goeie clichés bedoel ik dan natuurlijk en geen plastic productie met getriggerde drums, gorgelputgrunts, slam breaks en tweehonderd riffs per nummer. Neen, Enwretch heeft begrepen waar het in goeie metal of death om draait en serveert ons twee nummers die druipen van een organische grafsound, met relatief eenvoudige riffs die variëren van uptempo doodsmetaal tot downtempo doomregionen, gierende solo’s en feedback, effectief al dan niet hakkend drumwerk en lekker echoënde grunts. Origineel is het bijlange na niet en wereldschokkend evenmin, maar het hart zit alvast op de goede plaats en de demo klinkt veelbelovend. Waar de COVID-19 pandemie al niet goed voor is!

JOKKE: 75/100

Enwretch – Sermon of the dead (Redefining Darkness Records 2020)
1. Vile congregation
2. Anthropophagy

Necrot – Mortal

“Blood offerings”, de debuutplaat van deze band uit California, zou eigenlijk in de top vijf van quasi elke oldschool deathmetalhead uit 2017 moeten staan. Waanzinnig verslavende, trashy, groovende riffs, whiplash-veroorzakende temposwitches – die live soms zelfs aan de meest doorgewinterde metalhead voorbijgingen – een blaffende growl die nagenoeg verstaanbaar maar tegelijkertijd ontiegelijk grof klinkt, de hele fuck-off punkattitude,… Het plaatje klopte en de band wist iedereen keer op keer met zijn voeten aan de grond te nagelen wanneer ze het podium betraden. Wat een onversneden oorlogsmachine. Grote schoenen te vullen dus, met opvolger “Mortal“. Necrot heeft vooralsnog weinig aan z’n formule veranderd. Een sound, gelieerd op legendes als Death, Bolt Thrower en Entombed, afgewerkt met een vleug ‘new wave’ zoals we ook bij pakweg Tomb Mold en Undergang horen. Maar waar sommige bands naar bepaalde gitaartonen of een dikke laag dystopisch futurisme grijpen, graaft Necrot maar wat graag een heel idiosyncratisch graf. Ze plaveien moeiteloos hun eigen weg en het zal hen gestolen worden of het resultaat mooi in een hokje past. Iedereen die “Mortal” één of enkele luisterbeurten schenkt, kan enigszins toegeven dat dit een ijzersterke plaat is. De productie, de snelheid, de tsunami van gitaarriffs die deze band weet op te trekken,… Je kan er moeilijk omheen. Maar pas na herhaaldelijke keren valt echt op wat voor meesterwerk Necrot hier heeft weten neerpoten. De ronduit monumentale riffs op “Asleep forever‘. De psychopatische tremolo op ‘Sinister will‘. Het geheel, afklokkend onder de veertig minuten, schotelt veel meer dan simpelweg het aanbidden van de goden van weleer voor. “Mortal” illustreert als geen ander waar hun inspiratie vandaan komt, maar de band heeft heel doelbewust gekozen om het daarbij te laten. Wat op het einde in de schaal ligt, is een brok pure, onversneden en rauwe energie die je het vel van je botten schraapt en achterlaat als een door Ramsay Bolton misbruikte slaaf. Geef je over, doneer je restanten en geniet van het geluid van je botten die tot gruis worden gemalen in de betonmolen die “Mortal” is. Dat het hen ongetwijfeld nog ver zal brengen. Hail Necrot.

JULES: 94/100

Necrot – Mortal (Tankcrimes – 2020)
1. Your hell 
2. Dying life 
3. Stench of decay
4. Asleep forever 
5. Sinister will 
6. Malevolent intentions 
7. Mortal