death metal

Lucifericon – Al-Khem-Me

Onze Nederlandse vrienden kennen de laatste jaren een serieuze opflakkering van hun black metal-scene, maar laat ons niet vergeten dat ze in een verder verleden ook op death metal-gebied vaak baanbrekend werk afleverden. Lucifericon is een band die in 2009 opgericht werd en wiens (ex-)leden een verleden hebben in Nederlandse grootheden zoals Asphyx, Pentacle en God Dethroned. Deze veteranen van dienst brachten reeds 2 EP’s uit (“The occult waters” uit 2012 en “Brimstone altar” uit 2016), maar het nagelnieuwe “Al-khem-me” is mijn eerste kennismaking met de band. Geen gore toestanden of horroreske taferelen, maar zwartgeblakerd doodsmetaal met occulte thematiek en uit de alchemie ontleende inspiratie zoals de woordspeling in de titel aangeeft. De muziek van Lucifericon bevat een heuze old-school insteek en enkele thrash-elementen. Daar zit het kortstondig lidmaatschap van frontman/bassist Rob Reijnders bij Deströyer 666 misschien wel voor iets tussen? Diens raspende vocalen hebben trouwens ook heel wat weg van Pete Helmkamp’s (Angelcorpse) stijl. Maar ook muzikaal vallen er in bijvoorbeeld “Flesh unto void, void unto flesh (The twofold gate)“, “Azothoz : The alpha & omega of Zoa-Azoa” of de felle titeltrack parallellen te trekken met dit Amerikaanse trio. De band verliest de dynamiek niet uit het oog zodat er tussen de blastbeats en energieke tremoloriffs ook mid-tempo werk te beluisteren valt zoals “Zsin-Niaq-Sa“, “Intrinsic being” en de hekkensluiter “Sevenfold“, tevens ook de iets langere tracks op “Al-Khem-Me“. In de razernij is ruimte behouden voor (melodieuze) leads en ook de basgitaar eist meermaals haar plaatsje op in de mix die lekker korrelig maar krachtig klinkt. Wanneer het vijftal een gave riff heeft weten schrijven, passeert die ook meermaals de revue, waarbij dat in de afsluiter misschien net wat te veel van het goede is. Dat is dan ook het enige minpuntje dat ik op deze eerste langspeler van Lucifericon kan aanmerken. Voor de rest is “Al-khem-me” dan ook een plaat om trots op te zijn.

JOKKE: 80/100

Lucifericon – Al-khem-me (Invictus 2018)
1. Inside the serpent’s “I”
2. Succubus of the 12th aether
3. Zsin-Niaq-Sa
4. Flesh unto void, void unto flesh (The twofold gate)
5. Intrinsic being
6. Azothoz : The alpha & omega of Zoa-Azoa
7. Al-khem-me
8. Sevenfold

Abyssous – Mesa

Even dacht ik nieuw werk van het lichtjes geniale Engelse Abyssal voorgeschoteld te krijgen. Het betreft echter Abyssous, een Duitse band waarvan het ouder materiaal (debuut “Smouldering” uit 2013) me totaal onbekend is. Het heeft met andere woorden best lang geduurd om met nieuwe muziek op de proppen te komen. Het Germaanse trio laat middels “Mesa“, een EP die toch op een mooie vijfendertig minuten aftikt, horen wat ze in tussentijd uitgespookt heeft. En dat klinkt eigenlijk lang niet verkeerd. Abyssous speelt death metal, the ancient way, waarbij het er dus best primitief, sepulcraal, organisch en wild aan toe gaat. “Mesa” bevat vijf “echte” nummers die telkens door duister en mysterieus klinkende intermezzi aan mekaar geregen worden. Wanneer Abyssous haar death metal demonen vrijlaat, ontketenen deze een archaïsch klinkende en woest kolkende muur aan riffs waar echo’s van Morbid Angel (de hectische, bijwijlen krankzinnige solo’s in o.a. “Ocaeon” dat ook Immolation-achtige gitaarpiepjes bevat) en recentere bands genre Grave Miasma doorheen waaien. Het betere penetrante grafgeurtje dus dat Abyssous uitwasemt. Vooral in het aanvankelijk mid-tempo startende maar daarna opzwepende, met psychedelisch en hallucinogeen soleerwerk doorspekte “Aerosoils” klinkt de band écht overtuigend, maar ook de negen minuten durende hekkensluiter “Congealed lores” laat horen dat Abyssous nog wel eens heel wat moois in petto kan hebben voor wie houdt van een vette streep chaotische old-school death metal met verrotte insteek. Fijne ontdekking!

JOKKE: 82/100

Abyssous – Mesa (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Aisernal
2. Mesa
3. Perlurkural
4. Impelled
5. Fissurge
6. Ocaeon
7. Diphour
8. Aerosoils
9. Vesspense
10. Congealed lores

Carnation – Chapel of abhorrence

Het is nog eens tijd voor een op-en-top old school death metal plaat vol Zweedse crunch en dan nog wel één van eigen bodem. Hoewel het kwintet Carnation nog niet veel jaartjes op de teller heeft staan, klinkt dit doodseskadron als een doorwinterde machine. Op de “Cemetary of the insane” EP uit 2015 liet de band horen heel wat in haar mars te hebben. Ook Season Of Mist was dat blijkbaar opgevallen, want zij lijfden onze landgenoten in. “Chapel of abhorrence” bevat elf nummers en is met zevenenveertig minuten speeltijd vrij lang voor een plaat in het genre. Nochtans boeit het album de volledige rit en zit de koek er dankzij het uptempo spel en dynamiek van de plaat voor je het weet op. Opener “The whisperer” is meteen de langste song van de plaat en tovert met haar raggende riffs, bulderende grunts en hakkende drums meteen een grijns op mijn gezicht. Frontbeest Simon Duson bewijst een oerdegelijke grunt te bezitten die vrij verstaanbaar de lyrics vol dood en verderf in het rond spuwt. Gitaristen Jonathan Verstrepen en Bert Vervoort weten in elke song wel degelijke death/thrash-riffs uit hun mouw te schudden en steken de nummers gelukkig niet tjokvol nietszeggende solo’s. De ritmesectie bestaande uit bassist Yarne Verheylen en drummer Vincent Verstreepen houdt de touwtjes strak in handen en perst er zo ongeveer elk bestaand death metal-ritme uit. Tussen alle dissonante en van enige structuur ontvreemde death metal die ik doorgaan draai door, doet het eigenlijk deugd om nog eens de straightforward kick-ass variant te horen. Carnation eert dan ook de oerbands uit het genre en schreef meerdere nummers die een strofe-bridge-refrein skelet bevatten met daarrond een heerlijk vette riffmassa. Nummers als “Hellfire“, “Sermon of the dead” of de titeltrack zijn dan ook gemaakt om luidkeels op mee te brullen en – voor wie nog kan – de lange haren in het rond te laten zwiepen. Carnation bewijst echter geen one-trick pony te zijn en blaast ons zowel met mid-tempo als retesnel werk van onze sokken. Als ik dan al eens in the mood ben voor dit soort no-nonsense brutaal doodsmetaal, grijp ik steevast naar iets van Bloodbath, maar voortaan is deze “Chapel of abhorrence” van Carnation een mooi alternatief…of toch alvast totdat de nieuwe Bloodbath arriveert.

JOKKE: 85/100

Carnation – Chapel Of abhorrence (Season Of Mist 2018)
1. The whisperer
2. Hellfire
3. Chapel of abhorrence
4. The unconquerable sun
5. Disciples of bloodlust
6. Hatred unleashed
7. Plaguebreeder
8. Magnum chaos
9. Sermon of the dead
10. Fathomless depths
11. Power trip

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge

Essenz – Manes impetus

De afgelopen weken bleek de nieuwe derde langspeler “Manes impetus” van het Duitse Essenz een ware groeiplaat te zijn. Ze vergezelde me op lange autoritten doorheen verdorde landschappen en broeierig hete beton en gaf mondjesmaat haar geheimen prijs. Met de voorgangers “Mundus numen” en “KVIITIIVZ – Beschwörung des Unaussprechlichen” was dat trouwens net hetzelfde. Achter deze Duitse band gaan drie leden schuil die ook in de death metal bands Drowned en Early Death actief zijn en de zanger/bassist is ook live-lid bij The Ruins Of Beverast. Het geluid van Essenz pingpongt heen en weer tussen stuwende death metal en beukende doom met daarover een duister black metal sfeertje gedrapeerd. De meer dan elf minuten durende opener “Peeled & released” is hier meteen een showcase van en bevat lange, repetitieve stukken waarin het tempo vrij hoog ligt voor hun doen. Ook in “Unfolding death” gaat de zweep erop en horen we een trio dat goed op dreef is. De song bevat knap gitaarwerk en enkele hooks die ervoor zorgen dat het nummer goed blijft hangen, alvorens in een vormloze noise- en ambient-massa uit te monden. “Death is always and everywhere” gromt de zanger. Naast de dood behandelt de rest van de plaat thema’s zoals de innerlijke geest, en het oneindige heelal. De trage drumbeat die “Amortal abstract” aftrapt, maakt meteen duidelijk dat met dit nummer het tempo de dieperik intuimelt. De doom die we te verwerken krijgen wordt afgekruid met vervormde vocalen en subtiele elekronische elementen en rond de zesminutengrens breidt een welgekomen versnelling een rockend einde aan de song. “Randlos gebein” klokt opnieuw boven de elf minuten af en is de meest atmosferische song van de plaat getuige het cleane gitaargetokkel, het gefluister en de korte ambientintermezzo’s die tussen de blastpartijen door zijn ingebouwd. En hoewel het einde van deze kolossale track duidelijk loodzware doom uitademt, koos Essenz toch voor meer uptempo werk dan gewoonlijk op dit “Manes impetus“. “Apparitional spheres” is met haar drie minuten de kortste en meest rechttoe rechtaan track en kan me met haar opzwepende karakter wel bekoren. In “Sermon to the ghosts” is het een en al dronende noise en etherische ambient die botviert. Deze abstracte gitzwarte tonen zouden een passend einde kunnen zijn, ware het niet dat de rollende basdrums en zware riffs van “Ecstatic sleep” de afsluitende rol krijgen toebedeeld. Opnieuw een sterke en dynamische plaat van Essenz waarbij er door de band genomen iets zwaarder van jetje wordt gegeven dan wat we van de Duitsers gewend zijn.

JOKKE: 80/100

Essenz – Manes impetus (Amor Fati productions 2018)
1. Peeled & released
2. Unfolding death
3. Amortal abstract
4. Randlos gebein
5. Apparitional spheres
6. Sermon to the ghosts
7. Ecstatic sleep

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Taphos – Come ethereal somberness

Hoog tijd om nog eens een streep death metal te laten passeren op Addergebroed! Een tijdje geleden schreven we al dat, op basis van de bundeling van de demo en EP van het Deense Taphos, hun debuut er eentje zou zijn om in het oog te houden. “Come ethereal somberness” start en eindigt met een zwaarmoedige instrumentale track en ook “Dysfori” is een korte, akoestische instrumental die somberheid uitademt. De zes andere songs vormen een death metal sixpack waar de energie van afspat. Wat vooral opvalt is dat de nummers, ondanks het feit dat het hier om een nog vrij jonge band gaat, heel matuur klinken en dat ze oerdegelijke death metal riffs hand-in-hand laten gaan met een zwartgeblakerde atmosfeer. De dynamische productie maakt dat het op-en-top genieten is van de rollende basdrums en zagende gitaren in mid-tempo krakers zoals “Ocular blackness“, maar ook van het destructieve tornadoblastwerk in het genadeloze “Thrive in upheaval” (mijn persoonlijke favoriet met zijn heerlijke bass-stukjes en flitsende solo’s) en de blacky tremolopartijen in “Impending peril“. “A manifest of trepidation” is wat thrashier van aard en het staccato drumwerk hakt erin als een heidens vikingzwaard in het lichaam van een christenhond. De openingsriff van “Insidious gyres” is het meest catchy stukje van de plaat maar nadien springt het nummer wat te veel van de hak op de tak. “Livores” tenslotte bevat monolithisch riffwerk en een groots klinkend mid-tempo middenstuk. Heerlijk! Ongelofelijk te horen wat voor een progressie de Denen op korte tijd gemaakt hebben. Knaller van een debuut!

JOKKE: 84/100

Taphos – Come ethereal somberness (Blood Harvest 2018)
1. Letum
2. Impending peril
3. Thrive in upheaval
4. Ocular blackness
5. A manifest of trepidation
6. Dysfori
7. Insidious gyres
8. Livores
9. Obitum