death metal

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte

Kolo ognja i železa“, de debuut EP van het Servische Nadsvest bekroonden we nog niet zo gek lang geleden met een dikke 88 op 100 dus naar de split met het voor ons onbekende Portugese Necrobode keken we toch wel uit. Nadsvest, bestaande uit huidig Gorgoroth zanger Atterigner en zanger/gitarist Krigeist van het Engelse Barshasketh, is eerst aan de beurt en levert het tweedelig nummer “Ustoličenje smrti” aan, wat zo veel betekent als “De troonsbestijging van de dood“. Het duo trapt de deur meteen met een chaotische solo in. Vervolgens wordt al snel duidelijk dat het zwartmetaal van de heren met heel wat thrashinvoeden geïnjecteerd werd. De hakkende riffs en stompende drumritmes vliegen dan ook om de oren. Subtiel toetsenwerk roept in de mid-tempo stukken dat ietwat oubollige – maar fel gesmaakte – Oostblokgevoel op en Atterigner bewijst over een stel venijnige stembaden te beschikken of hij nu de ziel uit zijn lijf krijst of zijn stem op een heldere verhalende manier inzet. Het tweede deel moet niet aan agressie inboeten, integendeel, want Nadsvest gooit hier nog wat blasts in de strijd. En wanneer je denkt dat de heren gaan afbouwen en een rustpauze zullen inlassen, geven ze je een nieuwe pandoering om de oren. Uiteindelijk zakt het tempo toch en maken die spookachtige toetsen opnieuw hun opwachting. Op zich laten deze twee nummers een logische verderzetting van de EP horen, hoewel de agressie hier wat meer prevaleert over de folklore-elementen. Over naar het zonnige Portugal dan, hoewel het anonieme trio liever in aardedonkere ondergrondse crypten lijkt rond te dolen. Het gaat er hier drie nummers lang een heel pak bestialer en primitiever aan toe, wat voor heel wat gekraak in mijn pan zorgt. Veel melodie en gevoel voor nuances valt er niet te bespeuren. De ritmesectie komt vrij hoekig voor de dag en het meer deathmetalachtige geblaf stoort me al na 10 seconden. De meer mid-tempo stukken van “Pisados pelos cascos de Satanás” scoren iets beter, maar de zang blijft het verknallen. Verdomd spijtig van deze – in mijn ogen – mismatch, want ik twijfel nu hard of ik deze split enkel voor de Nadsvest zijde wil aanschaffen.

JOKKE: 71/100 (Nadsvest: 82/100; Necrobode: 60/100)

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte (Iron Bonehead Productions/Under the Sign of Garazel Productions 2021)
1. Nadsvest – Ustoličenje smrti I
2. Nadsvest – Ustoličenje smrti II
3. Necrobode – Peste negra
4. Necrobode – Pisados pelos cascos de Satanás
5. Necrobode – Inferno escarlate

Ordo Cultum Serpentis – Derej najash

De zwartgeblakerde (funeral) doomband Nathr wist recent mijn interesse in het traagste des muziekgenres terug aan te zwengelen met diens debuut. Toeval of niet maar gelijktijdig met “Beinahrúga” verschijnt op 12 februari, eveneens via Signal Rex, het debuut va Ordo Cultum Serpentis. Net als bij de labelgenoten gaat het om een multiculturele band, een cross-continentale aangelegenheid zelfs wat Ordo Cultum Serpentis betreft, want V is afkomstig uit Zuid-Korea en Fr. Der Cadaver is woonachtig te Mexico. Daar waar Nathr zijn composities eerder bondig wist te houden, kiest dit duo ervoor om diens debuut EP uit twee lange epische tracks van om en bij de dertien minuten op te trekken. Met een bandnaam als deze verwacht je een ritualistische insteek en dat is ook daadwerkelijk het geval. Beklemmend gekreun, sinister gefluister, zwaar echoënde grafvocalen, heldere religieus getinte koorzang, mystieke ambient en rituele percussie en belgeluiden weerklinken over het tergend trage doom/death/black-geluidsveld waarin momenten van gespannen stilte gecreëerd worden om die even later abrupt met een schurende beestachtigheid te willen vermorzelen. De te dunne en steriele drumsound is hierbij wel een mankement en de complete overrompeling blijft hierdoor achterwege. Nu lijkt Ordo Cultum Serpentis het neerzetten van rituele atmosfeer wel veel belangrijker te vinden dan onze geest en wezen met een megaton aan kracht te verpletteren, maar toch blijf ik het ontbreken van een massieve (drum)sound een beetje een gemiste kans vinden. Daar stoppen de kritische opmerkingen echter niet. De twee trage basisriffs die passeren vind je op pagina 1 van het gitaarhandboek “Doom metal for dummies” terug en de blastbeatpassages worden nogal abrupt ingelast in plaats van werk te maken van spanningsopbouw. Wat mij betreft verdient “Derej najash” (Hebreeuws voor “de weg van het serpent”) hierdoor niet meer dan het predicaat “aardig” in plaats van dat van “sonische titaan” waar de bijgeleverde biografie mee uitpakt.

JOKKE: 66/100

Ordo Cultum Serpentis – Derej najash (Signal Rex 2021)
1. Chapter 1
2. Chapter 2

Pestis Cultus – Pestis Cultus

In the mood voor een lekkere bak grafherrie? Zoek dan niet verder want met Pestis Cultus self-titled debuut zit je aan het juiste adres. Pestis Cultus is eigenlijk een doorstart van de band Snorri die in een tijdspanne van twee jaar twee demo’s en een split met Vetëvrakh uitpoepten. De drie jeugdvrienden uit het Australische Perth hebben een verleden in bands als Drohtnung, Grave Worship en Mors de Corpus; stuk voor stuk geen fijngevoelige orkestjes en ook de nieuwe start Pestic Cultus is doordrongen van verrotte lichaamssappen en die typisch Australische rebelse geest. Het resultaat zijn zeven nummers, naast een intro en outro die door Mortiis gecomponeerd werden, die een spectrum beslaan gaande van gewelddadige, chaotische en sepulchrale snelle black metal tot sinistere downtempo vuiligheid en vunzigheid. Het geheel is voorzien van een echoënde grafputkrijs overgoten met een verrot, satanisch, necro, terroriserend black (death) metalsausje. Gek genoeg houdt Pestis Cultus er een paradoxale compromisloze en openminded aanpak op na die een middelvinger opsteekt naar traditionalisme en unorthodoxe black. Zo ronkt een nummer als “H.H.L.” als een op hol geslagen Zweedse deathmetalgitaar terwijl “To the old ruins” dan weer grossiert in maniakale tempowisselingen en drumpatronen die van de hak op de tak springen, dit vergezeld van vocale horrortaferelen. De rauwe organische productie en mastering door Moonsorrow’s Henri Sorvali’s maakt het plaatje af. In 31 minuten tijd krijg je een soundtrack te horen voor zo wat alle mogelijke negatieve gedachten en gevoelens die de kop kunnen opsteken.

JOKKE: 77/100

Pestis Cultus – Pestis Cultus (Signal Rex 2021)
1. Lazarus
2. Into the endless darkness
3. Black mass
4. Cursed
5. Black tongue hymn
6. H.H.L.
7. Abel de la rue
8. To the old ruins
9. Apocrypha

ABRAHAMIC LIARS – genesis

Op 15 april 2019 zagen we de Notre Dame in Parijs deels in vlammen opgaan. Het duurde een luttele 666 seconden alvorens de eerste memes verschenen waarin een grijnzende Varg te zien was. Die bleek er voor niets tussen te zitten. Die dag was het wel de allereerste bijeenkomst van enkele oudgedienden van de Belgische (extreme) metal scene die besloten hadden een lekkere pot black metal te gaan spelen. ABRAHAMIC LIARS werd geboren en de eerste zes nummers worden gelost op de EP “genesis” (de bandnaam moet trouwens steeds in hoofdletters en de albumtitel in kleine letters geschreven worden aldus de huisstijl van de band). “genesis” vormt het eerste deel van een trilogie van EP’s met telkens 6 nummers, you do the math. Muzikaal gezien werd de mosterd naar eigen zeggen gehaald bij first wave blackmetalbands als Celtic Frost, Venom, Bathory en Hellhammer, maar daar hoor ik eerlijk gezegd niet veel van terug. ABRAHAMIC LIARS klinkt mijns inziens immers een pak moderner en strakker. Voor de vocale invulling deden de muzikanten beroep op buitenstaanders. Twee per song met name, wat enkele leuke resultaten oplevert. De groovy openingsriff van “Black metal blues” doet me niet zo veel, maar gelukkig wakkert het blackmetalvuur na enkele seconden fel aan, hoewel het openingsthema nog regelmatig terugkeert en steeds als rustpunt dient alvorens het gaspedaal terug in te trappen. Achter de microfoon treffen we Tim (o.a. Works Of The Flesh en Izah) aan die vocaal de strijd aangaat met Cin (Seethr en Curse of The Ninth). Het zorgt alvast voor de nodige dynamiek en live zullen beide vocalisten de honneurs waarnemen. Hoewel Cin qua gestalte een goeie meter kleiner is dan Tim, moet haar hoge scream niet onderdoen voor diens diepere klanken. “Votre dame” lijkt op de ontstaansgeschiedenis van ABRAHAMIC LIARS te alluderen. Het is een erg compacte en uptempo compositie waarvoor Ihloosuhree’s Jonckm en Le Freux hun stembanden ter beschikking stelden en waarin we de nodige Zweedse meloblack invloeden terughoren. Dit is trouwens zowat het meest geslaagde vocale duel dat we op “genesis” horen. Muzikaal kan het verschil met “Schijnheilig/Schijnveilig” niet groter zijn. Want het tempo zakt hier serieus de diepte in en subtiele keyboards zorgen voor extra sfeer. Het nummer sleept zich grotendeels traag voort, hoewel naar het einde toe ook blastbeats van stal gehaald worden. De raspende strotten van dienst zijn die van Jorre (Grafjammer) en Galgenvot (Wrang, Nevel). In goede Grafjammer traditie levert dit een interessante Nederlandstalige tekst op. Voor “As I face death” werd opnieuw iemand van over de grens bereid gevonden om een bijdrage te leveren. En dat is niemand minder dan de IJslander Guðmundur Óli Pálmason (Katla., ex-Solstafir) wiens semi-clean screamende stembanden in gevecht gaan met de krijsende strot van Arneriach. Die laatste kennen we van Marche Funèbre, zo wat de meest populaire doomband van ons land, maar die in dit nummer terug zijn blackmetalverleden laat doorschijnen. Qua dynamiek zit het opnieuw snor want geselende uptempo passages worden afgewisseld met meer rockgetinte old-school riffs. De stemmen die we op het korte, old-school groovende “Inescapable lurking void” horen, kunnen we niet meteen plaatsen. Pedra en The Beyonder blijken in tal van mij onbekende Portugese acts te spelen en hun diepere stemmen geven dit nummer een hoog deathmetalgehalte mee hoewel het riffwerk wel nog zwartgeblakerde tinten bevat. Ontegensprekelijk de song waarin de muzikale referenties die de band aanhaalt het meest doorschemeren. En zo zijn we al vrij snel bij “A lesson in paranoia” aanbeland, muzikaal en compositorisch gezien mijn favoriet en met zes en een halve minuut speeltijd de langste song van “genesis“. Er wordt voortdurend gejongleerd met black- en deathmetalinvloeden, ook vocaal door Dennie ‘Duvelskèndj’ Grondelaers (L’opportuniste) en Niklaas ‘Sancti’ Reinhold (Artefacts, Chrysalis). De nadruk ligt nu natuurlijk op alle gastzangers en -zangeressen, maar ook muzikaal zit het hier wel snor met dynamische composities en een klassebak van een drummer (Jozef De Ridder). Met “genesis” levert ABRAHAMIC LIARS een geslaagd eerste visitekaartje af. Benieuwd naar deel twee en drie en wie daar allemaal de microfoon ter hand zal nemen.

JOKKE: 80/100

ABRAHAMIC LIARS – genesis (Eigen beheer)
1. Black metal blues
2. Votre dame
3. Schijnheilig/Schijnveilig
4. As I face death
5. Inescapable lurking void
6. A lesson in paranoia

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable

Iron Bonehead Productions weet als geen ander muziek op te rakelen die uit de diepste krochten van de menselijke psyche komt vloeien, en maar goed ook. Nieuwste aanwinst is het tweekoppige Bloodsoaked Necrovoid, die opereert vanuit het verder ietwat onbekende metallandschap van Costa Rica. De heren smijten met “Expelled into the unknown depths of the unfathomable” vol overgave hun imposante debuut op tafel. Het resultaat is een van alle auditieve degelijkheid onttrokken misbaksel dat nagenoeg niet valt te verteren – wat tijdens het luisteren meteen die gelukzalige grijns op je gezicht verklaart. De plaat sleurt je op zes nummers doorheen een gapend zwart gat, tot de nok gevuld met slopend zware riffs en een eindeloos dreunende ritmesectie. Het geheel voelt nog logger en corrosiever aan dan de twee voorgaande demo’s uit 2018, die vorig jaar werden samengebracht onder de noemer “The apocryphal paths of the ancient 8th vitriolic transcendence” door Caligari en Blood Harvest. Heel af en toe trekt drummer Jose Maria Arrea het tempo op naar een deathmetalwaardige versnelling, maar de hoofdmoot van “Expelled…” wordt gevuld met drumsalvo’s die doen denken aan de betere funeral doom. De onaardse vocalen galmen als afkomstig van een demonische mutant door je schedel maar blijken dan toch op één of andere manier uit Federico Gutierrez’ keel te ontsnappen – eveneens de gitarist en bassist van de band. De riffs lijken verder geschreven door een neanderthaler die onbewust een klein veld aan gedroogde papaverplanten naar binnen heeft gewerkt, maar dat is dan ook exact hoe we ze willen. Af en toe voert de band ijzige intermezzo’s in die enige rust zouden kunnen bieden, in de realiteit dragen ze alleen maar bij tot de venijnige en misantrope sfeer die Bloodsoaked Necrovoid geheel intentioneel naar voren brengt. “Expelled iunto the unknown depths of the unfathomable” is een ijzersterke plaat met een voor deze stijl perfecte productie en dito artwork – al smaakt ondergetekende de rauwe zwartwitte stijl van het voorgaande werk ook. Voor wie het nog niet duidelijk was; als fan van dit gure sub- van een subgenre kan je met Bloodsoaked Necrovoid alleen maar winnen.

JULES: 81/100

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable (Iron Bonehead – 2020)
1. Dispossessed in an asphyxiating endless darkness
2. Perverted astral intoxication for a death incarnation
3. Viciously consumed by the unfolding unknown
4. Inescapable transferance of profane malignity
5. Existential dismemberment by a transcendental nothingness
6. Traversing the threshold of a treacherous depraved absolute

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Works Of The Flesh – Works of the flesh

Rauwe oldschool death metal uit de donkere krochten van de Antwerpse ondergrond? De bandleden slapen vooralsnog niet onder een rots, beste lezers, en weten maar al te goed dat OSDM anno 2020 weer immerrelevant is. Bands als Bones doen het hen al even voor, maar toch weer met een heel andere aanpak: Works of the Flesh mixt een heleboel punk- en grindelementen in het geheel, waar hun sound verder rechtstreeks uit een met beenmerg en gal besmeurd mangat te midden van een illustere steeg in centrum Stockholm lijkt te komen kruipen. Tracks als opener “Constant pressure” doen daarom meteen even hard denken aan Misery Index of Gadget als aan oude Unleashed of Grave. De bezetting van Works Of The Flesh is andermaal niet min, en licht meteen nog een tipje van de sluier op – met bandleden van Marginal, Helldozer, Suhrim en meer weet je al snel wat voor vlees je in de kuip hebt. Frank Rotthier nam de plaat live op in zijn studio, en het feit dat zoiets opvalt is alleen maar positief. Het geheel is zelfs best catchy met momenten, het resultaat van de melodieuze buzzsaw riffs en beukende blasts die al na enkele luisterbeurten blijven hangen. Op ongeveer twintig minuten is Works Of The Flesh uitgeraasd, wat van deze debuutplaat eerder een EP maakt dan een langspeler – maar laat dat nu net zijn hoe we onze metalen graag voorgeschoteld krijgen. Op thematisch vlak gaat meerdere keren op deze EP de militante vuist in de lucht, wat ook weer meer aan grind of punk doet denken – een verrassende keuze voor een deathmetalband. De rasperige growls die nummers als “The great dictatewhore” en “Anti-social media” van de nodige schwung voorzien, doen dat in ieder geval met volle overgave. De mastering gebeurde door Yarne Heylen, die “Works of the flesh” meteen weer naar een bepaald niveau weet te tillen. Wat ondergetekende betreft mocht het geheel nog wat rauwer klinken, om dat grafkeldergevoel volstrekt tot z’n recht te laten komen en de honger tijdelijk edoch volledig te stillen. Blood for the blood god, weet je wel. Er worden geen ongeziene songstructuren in elkaar geweven en op bepaalde songs klinken de riffs alsof ze al eens eerder kunnen zijn gebruikt, maar voor een eerste plaat is dit zonder meer oerdegelijk spul. Gezien er toch geen shows mogen worden gespeeld, stellen we bij deze voor dat de heren zich meteen terug in hun studio opsluiten en naarstig aan een opvolger beginnen schrijven.

JULES: 76/100

Works Of The Flesh – Works of the flesh (self released 2020)
1. Constant pressure
2. God is the gospel
3. The great dictatewhore
4. Double standards
5. Anti-social media
6. Eat kill fuck repeat
7. Murder is my name
8. Go feed the maggots

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God