Met de “Rites of the sabbathic fullmoon” split tussen Moonfall en Cult of Eibon nog vers in het geheugen, blijven we nog even in de warmbloedige Griekse atmosfeer hangen. De underground in het land van feta, tzatziki en moussaka heeft de voorbije jaren geen gebrek gehad aan bands die zich beroepen op het erfgoed van Rotting Christ, Varathron en Necromantia. Slechts weinigen slagen er echter in om die traditie nieuw leven in te blazen zonder te vervallen in nostalgische imitatie. Met “Ὅρκος ἐκλεκτῶν” – Grieks voor iets in de aard van “De gelofte der uitverkorenen” – levert Caedes Cruenta misschien wel hun meest ambitieuze werkstuk af want deze draaide uit op een monumentale dubbelaar met een speelduur ruim boven de negentig minuten die zowel eer betoont aan de gloriedagen van de Helleense black metal als probeert de grenzen ervan open te breken.

We lieten de plaat een aantal keer passeren gedurende lange autoritten en tijdens het schrijven van deze recensie gaven we ons nog eens volledig over aan “Ὅρκος ἐκλεκτῶν“. Er gebeurt immers ontzettend veel en sommige details durven al eens verloren te gaan als je de plaat als achtergrondmuziek consumeert. De hamvraag die zich stelt is of de band die enorme speelduur weet te rechtvaardigen.

De klassieke ingrediënten zijn aanwezig: epische melodieën, occulte sfeer, galopperende ritmes en die kenmerkende Griekse combinatie van heroïek en duisternis. Maar Caedes Cruenta beperkt zich niet tot een eenvoudige herhaling van oude formules. Invloeden uit death metal, thrash en traditionele heavy metal worden subtiel verweven in het geheel, waardoor het album voortdurend nieuwe invalshoeken biedt. De liefde voor death metal uit zich ondermeer in woeste gruntpartijen die voor extra variatie zorgen tussen de blackmetalscreams en wordt nog extra in de verf gezet middels een cover van “Angel of disease” van grootmeesters Morbid Angel. “The night of metamorphosis, part II (Vampire’s tears)” bevat naast de nodige gotische flaire ook wat Dissection-invloeden.

Wat vooral opvalt, is de kwaliteit van het riffwerk. De nummers worden gedragen door melodieën die tegelijk strijdlustig en mystiek klinken. De gitaren zweven tussen rauwe agressie en bijna verheven grandeur, terwijl toetsenpartijen de muziek voorzien van een esoterische gloed zonder ooit kitscherig te worden. De productie draagt daar sterk toe bij want “Ὅρκος ἐκλεκτῶν” klinkt warm, organisch en menselijk, ver verwijderd van de steriele perfectie die veel moderne black metal plaagt.

De plaat blinkt ook uit in dynamiek. Waar veel lange albums bezwijken onder hun eigen gewicht, wisselt “Ὅρκος ἐκλεκτῶν” voortdurend tussen furieuze uitbarstingen en momenten van contemplatie. Akoestische klanken, donkere ambientstukken en instrumentale folky passages fungeren als rustpunten tussen de veldslagen. Hierdoor krijgt het album een bijna cinematografisch karakter alsof de luisteraar door een reeks rituele hoofdstukken wordt geleid in plaats van door een verzameling losse nummers.

Dat betekent niet dat alles perfect is. De enorme speelduur vormt tegelijk de grootste kracht en zwakte van het album. Sommige passages hadden aan impact gewonnen met een strengere redactie en niet elke compositie blijft even lang nazinderen. Neem nu het meer dan dertien minuten durende “Into the cursed tomb of Nectanebus“. Dit epos start als een up-tempo blackmetalnummer waarna er overgeschakeld wordt op een lange folky passage waarbij fluisterzang, heldere vocalen, akoestische gitaren en traditionele percussie de suspense opdrijven. In het derde deel van deze compositie wordt de liefde voor onversneden heavy metal dan weer onverbloemd geuit wat tal van melodieuze leads oplevert. Hoewel alle stukken best hun charme hebben, komt het lange nummer door de karrenvracht aan ideeën echter ook fragmentarisch over.

In de vorm van “Ἡ γιορτή τοῦ τράγου“, dat grotendeels inzet op klassiek geïnspireerd pianospel, en “A dream flight through cosmic abysses” telt de plaat nog twee double digit epossen. De luisterervaring kan daardoor vermoeiend worden wanneer men de plaat in één zit probeert te verwerken. Maar zelfs op zijn minder gefocuste momenten blijft de sfeer indrukwekkend genoeg om de aandacht vast te houden.

Binnen de hedendaagse Heleense black metal kan”Ὅρκος ἐκλεκτῶν” gerust als een statement gezien worden. Waar veel genregenoten tevreden lijken met het reproduceren van een geliefde stijl, kiest Caedes Cruenta op zijn vierde langspeler duidelijk voor expansie. Het resultaat is een album dat misschien niet altijd even toegankelijk is, maar wel getuigt van visie, ambitie en een diep begrip van de traditie waaruit het voortkomt. Voor liefhebbers van klassieke Griekse black metal is dit verplichte kost; voor de rest van de scene is het een herinnering aan hoe levendig en avontuurlijk het genre nog steeds kan klinken. Knappe release op Zombi Danz Records, een label van Belgische bodem.

JOKKE: 85/100

Caedes Cruenta – Ὅρκος ἐκλεκτῶν (Zombi Danz Records 2026)
1. Luzifers Hofgesind (Intro)
2. Blood magic beneath the crimson moon
3. Into the cursed tomb of Nectanebus
4. Towards the wrathful chaos of Typhoeus
5. Ἡ νύχτα τῶν μαγισσῶν
6. The night of metamorphosis, part I (Werewolf’s condemnation)
7. Ἡ γιορτή τοῦ τράγου
8. The stench of Stylitis
9. Angel of disease (Morbid Angel cover)
10. A dream flight through cosmic abysses
11. The night of metamorphosis, part II (Vampire’s tears)
12. Les fleurs du mal