dissection

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans

Necrowretch – The ones from hell

Naar mijn weten is Frankrijk een land met toch wel wat talent als het op extreme metal aankomt. Een hoop steengoede death en black metal bands van alle strekkingen die vaker weten te verrassen dan teleur te stellen. Vooroordeel of niet, het heeft in elk geval mijn verwachtingen van het voor mij voordien onbekende Necrowretch en hun vierde full length “The Ones from hell” ingekleurd. Dommage…Met een bandnaam als Necrowretch kan je eigenlijk al denken dat de muziek behoorlijk wat old school invloeden zal hebben en jawel, het gaat hier wel degelijk om muziek gehaald uit een met thrash/black/death gevulde, voor Vaderdag in een jaren tachtig basisschool gemaakte, asbak. Snelle, typische gitaarriffs, ambivalente solo’s en wat willekeurig getier worden vergezeld van enthousiaste drums, die er ongelukkigerwijs soms een fractie “naast” zitten. Spitsafbijter “Pure hellfire” vind ik, op enkele lead riedeltjes na, rotzooi. Een muzikale belichaming van waarom ik niet vaak naar dit genre luister. Dit verandert pas lichtjes als we bij het derde nummer en titeltrack “The ones from hell” aankomen. Hier horen we de meer black metal kant van Necrowretch en daar slaagt de band iets beter in om te overtuigen. Het nummer doet me zelfs denken aan vroege Dissection. Er wordt op dit elan niet verder gegaan en de volgende drie tracks zijn wat meer mid-tempo death/thrash. Op bepaalde momenten vind ik het best catchy, maar na heel even verslik me dan toch steeds in de uitvoering, welke naar mijn bescheten mening, niet altijd even geweldig is en sowieso bij elke snellere passage het seizoen van de mist ingaat. De band sluit de plaat met het nummer “Necrowretch” even slecht af als ze begonnen. Het is mijn genre niet per se, dus wil ik niet te hard zijn en een eervolle vermelding geven aan het, om een of andere reden, Chinees aandoende artwork en de gitaarproductie die ok is… maar hoe iemand dit echt spectaculair goed kan vinden is me een raadsel.

Xavier: 68/100

Necrowretch – The ones from hell (Season Of Mist 2020)
1. Pure hellfire
2. Luciferian sovranty
3. The ones from hell
4. Absolute evil
5. Codex obscuritas
6. Darkness supreme
7. Through the black abyss
8. Necrowretch

Bythos – The womb of zero

Perkele!” nog aan toe, wat een fijn orkestje krijgen we hier nu weeral voorgeschoteld door Terratur Possessions! De heren M.S. (zang), M.L. (gitaar en bas) en L.R. (drums) besloten de – voor deze gelegenheid onbekladde – koppen samen te steken en Bythos op te richten, waarvan de naam ontleend is aan de gnostiek waarin een pleroma de benaming voor de volheid, de structuur en verblijfplaats van de goddelijke wereld voorstelt. In het pleroma van gnosticus Ptolemaeus is er sprake van een volmaakte eon die het ‘Oerbegin’, de ‘Oervader’ of ‘Diepte’ (‘Bythos’) wordt genoemd. Deze Finse geweldenaars mikken op het resetten van de goddelijke plannen door vernietiging: schoonheid in vernietiging, vernietiging in schoonheid. Het trio houdt er nevenactiviteiten bij Behexen, Sargeist, Horna en Ajattara op na, maar heeft toch bestaansrecht naast deze gekende Finse blekkies. Bythos’ sound is immers niet zo Fins als verwacht werd, maar bevat veeleer elementen uit Noorse en vooral Zweedse black. Bovendien werd gekozen voor een krachtige en meer moderne productie wat de nummers meteen ook toegankelijker maakt. Nu niet om te zeggen dat de negen songs op debuutplaat “The womb of zero” mainstream klinken, maar ze happen toch gemakkelijker weg dan het materiaal van hun andere bands. Wat opvalt is dat de muziek van een nummer goed aansluit bij diens thematiek. Zo klinken de lofbetuigingen aan duistere figuren als Sorath en Lucifer dankzij de energieke meebrulrefreinen of sacraal aandoende gezangen heel krachtig en ecstatisch. Songs als de bezwerende opener “Black labyrinth” en het met subtiele keyboards en een melodieuze solo doorspekte “Call of the burning blood” slagen er dan weer in om een gevoel van beklemmende wanhoop te doen binnen komen. “When gold turns into lead” barst van het magnifiek melodieus gitaarwerk waarin de invloed van een band als Dissection hoorbaar is. De zanglijn volgt de melodie braafjes wat het een heel toegankelijk nummer maakt. “Omega dragon” kent een stuwende rock-beat en zet onherroepelijk aan tot meebrullen met het heldere zangkoor dat meermaals opduikt. “Legacy of Naahmah” wordt afgesloten met ingetogen akoestisch gitaargetokkel waarna het eerder berustende “Destroyer of illusions” je meevoert op diens meanderend melodieus gitaarspel. De vocalen die over de tremolo-riffs bulderen zijn licht vervormd en vormen een mooi contrast met de goed in het gehoor liggende gitaarharmonieën. De vernietigingsdrang van het goddelijke komt middels “Luciferian dawn” tot een einde. Met zes en een halve minuut speeltijd is het de langste compositie die “The womb of zero” telt waarbij akoestische gitaren er een sereen einde aan breien. Blastbeat fanatiekelingen zullen op hun honger blijven zitten, want ik heb er gedurende drie kwartier geen enkele geteld. “The womb of zero” is een uitermate geslaagd debuut dat het moet hebben van diens prachtig gitaarwerk en aanstekelijke, veelal meebrulrefreinen.

JOKKE: 85/100

Bythos – The womb of zero (Terratur Possessions 2020)
1. Black labyrinth
2. When gold turns into lead
3. Sorath the opposer
4. Omega dragon
5. Call of the burning blood
6. Hymn to Lucifer
7. Legacy of Naahmah
8. Destroyer of illusions
9. Luciferian dawn

Trespasser – Чому не вийшло?

Politiek in muziek. Ik denk te mogen stellen dat de gemiddelde muziekliefhebber zijn of haar muziek het liefst politiekvrij heeft, hoewel de meesten een protestsong op tijd en stond wel kunnen waarderen. Er lopen echter tal van bands rond die hun muziek gebruiken om tal van politieke pijnpunten aan te kaarten. Binnen het wereldje van de extreme klanken zijn er aan beide uiteinden van het spectrum ook bands te vinden die hun politieke opvattingen middels hun muziek aan de man willen brengen. Aan de rechtse kant heb je NSBM en lijnrecht tegenover deze nationaalsocialistisch gezinde zielen staat de RABM-beweging wat staat voor Red and Anarchist black metal. Beide extremen clashen van tijd tot tijd, zeker als Antifa zich (te pas en te onpas) bemoeit. De meningen over dit fenomeen laat ik over aan de internet warriors onder ons. In het geval van de Zweed XVI en zijn band Trespasser is zijn muzikale uitlaatklep heel sterk politiek geïnspireerd. Gevoed door teleurstellingen in het fascistisch gedachtegoed van veel van zijn favoriete bands en het ontbreken van brutaliteit en muzikaal vakmanschap van veel van de ‘linkse’ spelers richtte de Zweed met een jarenlange achtergrond in de punk-scene in 2017 Trespasser als soloproject op. Al snel besloot hij echter zanger Dräparn aan de rangen toe te voegen (wat een uitstekende zet was op basis van zijn strot die we hier te horen krijgen) en na drie demo’s ziet de eerste langspeler “Чому не вийшло?” nu het levenslicht. De stijl van de zeven nummers die het debuut telt, beschrijft de muzikant als ‘anarchastische blastbeat mayhem’. Hoewel de sound overduidelijk als black metal omschreven kan worden, neemt XVI die term zelf niet in de mond aangezien hij walgt van de ego-worshipping en de quasi-spirituele rituelen waarachter veel black metal-bands zich verschuilen. Soit, de voornaamste inspiratiebronnen voor Trespasser’s muziek waren Marduks’ “Frontschwein“, Dissection’s “Storm of the light’s bane” en “Pure holocaust” van Immortal. Van die eerste twee is dat absoluut niet gelogen. Razendsnelle door blastbeats gevoede partijen, hondsbrutale vocalen, wat oorlogssamples dabei: de Zweedse pantserdivisie loert in pijlsnelle nummers als “Tachanka” en “The execution of Grigoriev” om de hoek. In de melodische stukken zoals de openingsklanken van “Hunted like wolves” leeft de geest van Jon Nödtveidt dan weer onmiskenbaar voort. De invloed van the sons of northern darkness is minder voor de hand liggend. De zeven nummers vliegen aan een rotvaart voorbij maar gelukkig kennen songs als het met-akoestische-gitaren-doorspekte “Death to fight death“, afsluiter “Miscreant dawn” en het met-plechtige-gezangen-doorspekte “To the barricades” ook de nodige mid-tempo passages. Thematisch gezien handelt de plaat over de geschiedenis van anarchisme en de ideeën van Nestor Ivanovitsj Machno, een Russische (Oekraïense) partizanenleider en volksheld die tijdens de Russische Burgeroorlog als leider van het Zwarte Leger, onder anarchistische vlag, streed aan wisselende fronten tegen wisselende vijanden. Ondertussen is de band door toevoeging van drummer Леопольд, bassist Upiór en gitarist Gyða Hrund ook klaar om live dood en anarchie te zaaien. “Чому не вийшло?” is een plaat waarvan het politiek statement wellicht groter is dan het muzikale doordat de invloeden er wat té dik bovenop liggen. Desondanks een erg effectieve, agressieve, maar niet-rechtlijnige black metal-plaat.

JOKKE: 80/100

Trespasser – Чому не вийшло? (Heavenly Vault Records 2019)
1. Hunted like wolves
2. Black flags on a blood-red horizon
3. To the barricades
4. Death to fight death
5. Tachanka
6. The execution of Grigoriev
7. Miscreant Dawn

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes

Florian Denis aka Ardraos kennen we al een tijdje. De man verwierf vooral faam als (ondertussen ex-) drummer bij Peste Noire op alle releases sinds diens self-titled, en ook op Aorlhacs “L’esprit des vents” hanteerde hij de stokken. Echter heeft dit heerschap ook sinds 2001 een soloproject, waarmee hij recent aan zijn derde langspeler toekwam. Via Debemur Morti Productions verscheen zodus “Hic regnant borbonii manes”, waarop Ardraos bewijst ook een begenadigd gitarist te zijn. Zoals het een nationalist zoals Ardraos zelf betaamt, duikelt het album lyrisch gezien halsoverkop terug de middeleeuwen in, terug naar de tijd toen zijn geboortestreek Auvergne nog Bourbon genoemd werd – vandaar de referentie in de titel die verwijst naar de krochten van de kerkers van de toenmalige adel. Geen nazibedoeningen hier, wel een glorificatie van de tijden van weleer. De melodieuze tremoloriffs volgen elkaar zonder genade op, ondersteund door een belachelijk groot aantal blastbeats. Echter krijgen we hier niet zomaar hersenloos geram want de songs bevatten genoeg variatie en interessante opbouwen om ons een klein uur lang geboeid te houden. Met de intro in de vorm van “Invito funere” worden we ietwat op het verkeerde been gezet: deze bereidt ons absoluut niet voor op het opeenvolgende “Pénitences et sorelages” dat meteen het gaspedaal volop indrukt. Datzelfde gaspedaal wordt doorheen het album met moeite losgelaten, iets wat er normaliter voor zorgt dat mijn interesse na een tijdje nog even onbestaand is als een erectie van Herman Brusselmans. Gelukkig is Ardraos’ gitaarspel gevarieerd en inventief genoeg om mijn koppeke als het ware automatisch doorheen gans het album te doen meeknikken en waarin knipogen naar Sacramentums “Far away from the sun” (een referentie die Ardraos zelf aanhaalt, naast Dissection) en Peste Noires debuut af en toe eens om het hoekje komen piepen. Muzikale duizendpoot die hij is neemt de man ook de zang op zich (anders was het dan ook geen soloproject meer) en deze klinkt scherp, hoog en vooral ziedend. Na voorganger “Offertoire” las ik vaak de kritiek dat mensen de band instrumentaal goed vonden, maar dat de zang hen tegenstond. Op “Hic regnant borbonii manes” wordt het overslaande, ‘scheurende’ stemgeluid achterwege gelaten waardoor de vocalen iets toegankelijker zijn voor de gemiddelde liefhebber van zwart metaal. Hoewel geclaimd wordt dat zijn muziek een medieval kantje zou hebben, hoor ik hier echter bitter weinig van terug of het moeten de akoestische gitaartonen zijn die hier en daar over het album verspreid de kop opsteken. Wat we wel voorgeschoteld krijgen is een uiterst melodieus werk dat fameus blaast ende knalt, en waarvan de productie (die Ardraos ook zelf onder handen nam) absoluut top klinkt. Geen lo-fi toestanden hier, maar een zeer helder gitaartapijt waar de raggende blastbeats en dubbele bassen hun weg doorheen vinden zonder alles te overstemmen. De bas is niet steeds even hoorbaar, maar die volgt dan ook gewoon de drumpatronen en tja, die zijn nu eenmaal belangrijker hier. Iets meer variatie in het tempo had gemogen, maar voor een keer val ik er niet over: Ardraos weet een grimmige, ruwe sfeer neer te poten en doet dit met verve.

CAS: 84/100

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes (Debemur Morti Productions 2019)
1. Invito Funere (Introduction)
2. Pénitences et sorcelages
3. Hic Regnant Borbonii Manes
4. La Chasse Gayère
5. Je vivroie liement
6. Dilaceratio Corporis
7. L’Hoirie de mes ancêstres

Deus Mortem – Kosmocide

Het pad van de Poolse black metal-scene werd de afgelopen twintig jaar in de eerste plaats geëffend door Behemoth. Meer recent was het Mgła die uit de dichte mist opdoemde en liet horen dat ook zij een hele resem bands kunnen inspireren op zowel muzikaal als visueel vlak. In de vorm van Deus Mortem biedt zich opnieuw een speler aan die het in zich heeft om tot de hoogste echelons van de Poolse scene door te dringen. We hebben uiteindelijk zo’n drie jaar moeten wachten op een nieuwe langspeler nadat in 2016 de geweldige EP “Demons of matter and the shells of the dead” verscheen waarop mijn persoonlijke Deus Mortem favoriet “Olam haBeriah” prijkte. Wat een heerlijke song is me dat toch! Maar nu is er dus het spiksplinternieuwe “Kosmocide“. Wanneer Deus Mortem in een nummer als “Sinister lava” gas terug neemt horen we nog steeds een duidelijke link naar hun reeds eerder vernoemde gemaskerde landgenoten (de plaat werd ook vereeuwigd in Mgła’s M’s No Solace Studios en samen vertrekken ze weldra ook op tour). De melodieën in het afsluitende “The destroyer” zijn dan weer schatplichtig aan Dissection. Wanneer de Polen echter van jetje geven – en dat is het grootste deel van deze 43 minuten het geval – infuseren ze hun black met een heuse portie thrash zoals ook een Watain dat regelmatig doet. Dat was op debuut “Emanations of the black light” reeds het geval en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. De duidelijk hoorbare invloeden vinden we echter allesbehalve erg want de zeven nummers zijn opnieuw beresterk. Vergelijk het een beetje met een Whordeom Rife die ook niets nieuws onder de zon laten horen, maar hun sterke songs wel met voldoende overtuiging en klasse brengen. Deus Mortem bandleider Necrosodom en zijn mannen hechten veel belang aan details zoals zangkoortjes (“The soul of the worlds“, “The seeker“) of akoestische gitaren en hebben duidelijk hun tijd genomen om boeiende en pakkende songs te schrijven met heel wat interessante bruggetjes, catchy riffs en een duidelijk rol voor de lead gitarist. Dit alles culmineert in het epische “Ceremony of reversion part 2” waarin akoestische gitaren, een hoge heavy metal zanguithaal en proclamerende vocalen de revue passeren. Opnieuw klasse van deze Polen die agressiever uit de hoek komen dan op de meer melodieuze EP!

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – Kosmocide (Terratur Possessions 2019)
1. Remorseless beast
2. The soul of the worlds
3. Sinister lava
4. Through the crown it departs
5. The seeker
6. Ceremony of reversion p.2
7. The destroyer

Perverticon – Wounds of divinity

Iron Bonehead Productions staat bekend om haar grote lading bestial/war metal bands, wat niet meteen mijn meug is. Toen ik de naam Perverticon zag passeren, vermoedde ik dan ook godslasterlijke klanken die in het Blasphemy-straatje zitten. De stupide aliassen die de bandleden aannemen beloofden ook niet veel goeds: Omnicremationist Supreme op drums en zang, Uncleanest Invictus op gitaar en Necrosadistic Elite op gitaar en bas. Van infantiele metalclichés gesproken! Groot was echter mijn verbazing toen ik “Wounds of divinity“, de tweede Perverticon plaat, opzette. Het powertrio is er namelijk in geslaagd om een authentiek klinkende plaat uit te brengen die de Scandinavische (en dan vooral Zweedse) black metal-scene van de tweede helft van de jaren negentig eert, zonder echter klakkeloos te kopiëren. We horen echo’s van Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder en minder Gorgoroth-worship zoals op de eerste langspeler “Extinguishing the flame of life” en promo uit 2013. Dé grote sterkte van de band is het gevoel voor ritme, dynamiek en melodie die ze in de negen anti-christelijke nummers heeft weten inbouwen. Zo bevat bijna elke song wel een catchy melodie of hook waarvan je de begeleidende drumlijnen met je vingers mee tokkelt, zonder dat er aan agressie ingeboet wordt. De cryptische melodieën van “An absence of all but ashes“, het met allerhande samples doorspekte “Cold embrace of sanctity“, het mid-tempo rollende “The cease of absolution“, het relatief korte “Breath of sulphur (Aura of flies)“, het dynamische “Extracorporeal climax” en de van een intrigerende titel voorziene afsluiter nestelen zich tussen je twee oren waardoor je keer op keer die play-toets opnieuw wil indrukken. De bandleden musiceren uitstekend en de moderne productie die “Wounds of divinity” werd aangemeten, doet de Zweden ook professioneler overkomen dan wat je op basis van de bandfoto’s zou denken. Perverticon leerde me met “Wounds of divinity” dat je met vooroordelen niet ver komt. Schitterende plaat!

JOKKE: 86/100

Perverticon – Wounds of divinity (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Thirsting for rain
2. An absence of all but ashes
3. Cold embrace of sanctity
4. The cease of absolution
5. Divine amusement for pitiless God
6. The apostate’s communion
7. Breath of sulphur (Aura of flies)
8. Extracorporeal climax
9. Holy gifts from skinless hands

Voodus – Into the wild

De bandnaam Voodus doet bij velen allicht niet meteen een belletje rinkelen. De Zweedse band is nochtans sinds 2004 actief maar opereerde elf jaar lang onder de naam Jormundgand. Sinds de naamswijziging in 2015 werden twee EP’s uitgebracht (“NightQueen” en “Serpent seducer saviour“). Met “Into the wild” brengt het kwartet nu een volwaardige langspeler uit die op meer dan één uur speeltijd afklokt. Dat komen we tegenwoordig nog zelden tegen. Tijdens de introtonen van “The awakening and the ascension” hoort het getrainde oor meteen de signature sound van de Necromorbus Studio terug. In plaats van Tore Stjerna zat echter Valkyrja’s Simon Wizén achter de knoppen om deze plaat te vereeuwigen. Tore nam wel de mix en mastering voor zijn rekening wat je meteen terughoort in de groots klinkende muziek en drums, hoewel iets cleaner dan doorgaans het geval is. Het gevoel voor melodie verraadt meteen ook dat we hier met een (zoveelste) band van doen hebben die de erfenis van Dissection wilt levend houden. Wie Jon Nödtveidt’s band eert, noemt Watain doorgaans ook in één adem. De mannen van Voodus hebben misschien wel iets te veel naar Erik & co geluisterd, want de gelijkenissen zijn meermaals treffend en er werden dan ook heel wat bruggetjes, riffs en opbouwen gejat. En voor de albumtitel was er blijkbaar ook niet al te veel inspiratie. Ik raad voortaan dan ook elke band die Dissection en Watain wilt na-apen aan om op zijn minst van een andere studio gebruik te maken zodat daar tenminste nog het verschil gemaakt kan worden. Aan compacte songs doet Voodus niet mee want opener “The golden” tikt als kortste nummer reeds op zes minuten af en de epische uitsmijter “The terrain of moloch” heeft ruim een kwartier nodig om haar verhaal te doen. Is dit Voodus dan nog een meerwaarde voor de eivolle scene hoor ik u denken? Wie Watain en Dissection soms te heavy vindt, kan met Voodus wellicht uit de voeten want hoewel overduidelijk black metal, helt de hefboom grotendeels over naar melodie in plaats van agressie. Er passeren ettelijke melodieuze (heavy metal) solo’s en veel lange instrumentale passages die bijdragen aan de epiek van de plaat en de luchtgitaar van stal doen halen. De kolossale afsluiter is daar het beste voorbeeld van, maar is ook wel wat te veel van het goede want er zitten te veel ideeën in deze song gepropt. Less is more heren! De cleane productie maakt bovendien dat “Into the wild” heel vlot weg luistert…maar dat willen we godverdomme toch niet in dit genre! Gelukkig ontbloot de band haar tanden af en toe nog zoals in “Communion amid the graves” maar doorgaans zien de muzikanten er gevaarlijker uit dan de muziek die ze ten berde brengen. Wie écht niet genoeg krijgt van de zoveelste Watain en Dissection kloon zal hier ook wel zijn of haar gading in vinden, maar voor mij is “Into the wild” té langdradig, té melodieus en niet wild genoeg.

JOKKE: 66/100

Voodus – Into the wild (Shadow Records 2018)
1. The awakening and the ascension
2. The golden
3. Gnothi seauton
4. Into the wild
5. Communion amid the graves
6. Dreams from an ancient mind pt I
7. Dreams from an ancient mind pt II
8. The terrain of moloch