DSBM

Worsen/Whitewurm – Split

Tamelijk veel splits de laatste tijd bij Addergebroed. Deze keer is het de beurt aan twee éénmansbands die neuzekeneuzeke doen in de vorm van een op honderd stuks gelimiteerde cassette samenwerking. Worsen passeerde in 2014 reeds op uw geliefde blog en ik was toen erg onder de indruk van de “Blood” EP. De “Grey depravity” track die Rick Contes (Votnut, Young And In The Way en Ayr) voor deze split aanleverde laat een toch wel behoorlijk ander geluid horen dan op de debuut EP. Ten eerste is er de speelduur van deze song die met haar dertien minuten toch ruim twee à drie keer zo lang duurt dan wat ik gewend was van Worsen. Langere tracks staan meestal garant voor een meer uitgesponnen en atmosferisch geluid, wat ook hier absoluut het geval is. De Mgla-invloeden zijn met de noorderzon verdwenen en het totaalgeluid is een paar stappen richting suïcidale black à la Shining opgeschoven. Pas halverwege wordt, na een akoestische passage, het gaspedaal ingedrukt en we krijgen ook tot tweemaal toe een lange melodieuze solo te horen. De goed verstaanbare screams van Rick klinken erg overtuigend en op productioneel vlak vallen er geen opmerkingen te noteren. Puike prestatie en benieuwd of Worsen in de toekomst deze ingeslagen weg verder gaat bewandelen. Hierna is het de beurt aan Whitewurm, dat aan het brein van een zekere M. Landrum ontsprongen is. Zowel qua uitvoering, als qua sound en kwaliteit moet dit heerschap in Rick zijn meerdere erkennen, hoewel “Black datura” veel beter scoort dan “Heart of disparity”. Waar die laatste veel meer een toonbeeld is van middelmatige dertien-in-een-dozijn DSBM met eentonige screams en voortratelende computerdrums, is die eerste song veel “rockender” en gevarieerder van opzet en blijft de droeftoeter inslag hier achterwege ten voordele van een Zweeds geluid in de snelle passages. Voortaan dus graag verder borduren op de aanpak van “Black datura“. Momenteel is dit kleinood enkel op cassette verkrijgbaar, maar waarschijnlijk zal Atrum Cultus in de toekomst ook wel een vinyluitgave de wereld insturen.

JOKKE: 76/100 (Worsen: 82/100 – Whitewurm: 70/100)

Worsen/Whitewurm – Split (Atrum Cultus 2016)
1. Worsen – Grey depravity
2. Whitewurm – Heart of disparity
3. Whitewurm – Black datura

Cepheide – Respire

Het Parijse Cepheide kwam al eerder op Addergebroed aan bod toen hun demo De silence et de suie onder de loep genomen werd. Ondanks de monotone vocalen hoorde ik wel het nodige potentieel in hun groezelige, doch atmosferische black metal. Nu het lichtjes fantastische Falen Empire Records het duo onder haar vleugels heeft genomen voor de vinylrelease van de reeds vorig jaar uitgebrachte EP “Respire” ben ik benieuwd te horen hoe Cepheide het er twee jaar na datum vanaf brengt. Beide Fransen – ondertussen zou de line-up verdubbeld moeten zijn zodat ze ook live aan het werk kunnen – schotelen ons twee erg uitgesponnen tracks voor van respectievelijk zeventien en negentien minuten speelduur, waardoor deze EP niet bepaald kort uitvalt. Nog steeds zijn de hysterische getormenteerde screams van zanger/drummer Gaetan even wennen, voornamelijk door de eentonigheid (ik vermoed nog steeds dat er geen échte lyrics aan te pas komen), maar het stoort me een pak minder. De monotone uithalen fungeren hier eigenlijk eerder als een extra laag/instrument in het atmosferische geheel dan dat ze een bepaalde boodschap willen uitdragen (alhoewel pijn en depressie nooit veraf lijken te zijn). Na een aanloopfase die wel ettelijke minuten in beslag neemt, krijgen we in “Le souffle brulânt de l’immaculé“ quasi voortdurend aan een hoog tempo voortrazende black metal te verteren die nog steeds een duidelijke link heeft met de Amerikanen van Fell Voices en Ash Borer, behalve op vocaal gebied dan waar eerder depressieve black metal paden verkend worden. De doomy ondertoon van de riffs in combinatie met de wanhoop van de zang, geven dit geweld een zekere tristesse mee. In “La chute d’une ombre” tapt Cepheide deels uit een ander vaatje, want deze song zwelt via sinistere ambient/drone en desolate gitaarecho’s, waarbij de spanning te snijden valt, gestaag aan tot een broeierige lavastroom aan majestueuze en epische black metal. Eens de opgekropte woede uit het systeem is, wordt de spanning middels post-rockachtige gitaren opnieuw opgebouwd om uiteindelijk te ontaarden in een broeierige apotheose waarin alle verkende stijlelementen samenvallen en je bij je nekvel grijpen. Op productioneel vlak werd lichte vooruitgang geboekt, hoewel het geheel nog steeds een overduidelijke underground waas en feel uitademt. Vrij onconventioneel voor dit type black metal is dat de basgitaar toch ook zijn plaatsje in het geheel opeist en deining in het gladde gitaaroppervlak veroorzaakt. Ook het begeesterende artwork mag niet onvermeld blijven. Zonder haar roots te verloochenen heeft Cepheide duidelijke stappen voorwaarts gezet en met “Respire” een meer dan interessante EP uitgebracht. Vooral de meer ambient/black benadering van de tweede song mag van mij in de toekomst verder uitgediept worden.

JOKKE: 82/100

Cepheide – Respire (Fallen Empire Records 2016)
1. Le souffle brulânt de l’immaculé
2. La chute d’une ombre

Ljáin – Endasálmar / Klofnar tungur

Nu zijn we heel wat gewend bij Addergebroed, maar bij wat het IJslandse Ljáin (het inschakelen van de google translate hulplijn levert ons “zeisen” als vertaling op) ons voorschotelt, moeten we toch even gaan zitten, want dit is allerminst een hapklare brok luistermuziek. Op een tijdspanne van anderhalve week, stuurde dit mysterieuze gezelschap vorige maand twee digitale releases de wereld in. Omdat mijn beschadigde gehoor amper verschil hoort tussen beide demo’s, worden ze voor de gemakzucht samen onder de loep genomen. Zelf plaatst de band de tags “occult” en “ritual” voor hun black metal, maar wie zwartmetaal à la Ascension, Acherontas, Blaze Of Perdition en consoorten verwacht, is eraan voor de moeite. Ten eerste klinken voornoemde bands qua productie bijna afgelikt vergeleken met de groezelige krochtklanken die Ljáin produceert. Ten tweede zorgen de bakken feedback/echo/ijswindeffect waar de vocalen in ondergedompeld zijn voor een heuse DSBM sfeer en denken we eerder aan bands als Xasthur en Leviathan. Wie zich in de leefwereld van Ljáin wil verdiepen, raad ik aan een paar schoenen met stevige grip aan te doen, want bij het afdalen in de diepste spelonken van deze onnavolgbare maalstroom aan zwartgalligheid, ontbreekt elke vorm van houvast. Het semi-IJslandse Skáphe kan ook als referentiekader dienen, vooral op gebied van grilligheid qua muzikale vorm, want in termen van productie en vocalen luistert die band toch een pak beter weg (hoewel de doorsnee metalliefhebber hier toch ook wel al wenkbrauwgefrons bij zal vertonen). De horrorachtige suspense en de subtiele – vreemd om dit woord te gebruiken bij deze band – keyboardwaas die van de demo’s afdruipen, maken dat dit luistervoer is voor de nachtelijke uurtjes. Benieuwd wie dit thuis als feel good muziekje opzet.

JOKKE: 70/100

Ljáin – Endasálmar / Klofnar tungur (Eigen beheer 2016)

Endasálmar
1. Eilíf þjáning
2. Svartigaldur
3. Hlekkir holdsins
4. Endasálmar

Klofnar tungur
1. Klofnar tungur
2. Úr vansköpuðum draumum
3. Með blóði þínu

Numenorean – Home

Sinds (het door menigeen verguisde) Deafheaven op een succesvolle manier een brug wist te slaan tussen black metal en shoegaze/post-rock, zijn tal van bands in hun kielzog beginnen opereren, waarbij sommige nóg meer het slachtoffer werden van het haters gonna hate-theekransje, denken we maar aan een band als Ghost Bath. Met het in Canada residerende Numenorean is deze scene weer een band rijker. Ik kende ze niet – en u waarschijnlijk ook niet – maar daar zal de promomachine van Season Of Mist wel verandering in brengen. Debuutplaat “Home” werd van een ietwat shockerende hoes voorzien, maar in plaats van op z’n goregrinds enkel een provocerend hoesplaatje te kiezen just for the sake of it zit er wel degelijk een verhaal achter de misselijkmakende cover. Het centrale thema, de muziek en het artwork van ‘Home’ handelen over een verlangen naar iets dat we als mens nooit zullen bereiken. We voelen ons als mens allemaal op één of andere manier leeg en gebroken, dus zoeken we voldoening in zaken zoals geld, seks, relaties, drugs, religie en een verscheidenheid aan andere dingen, maar uiteindelijk blijven we verstoken van het ware geluk. Waar we écht op zoek naar zijn, is de onschuld van een kind dat niets van deze wereld kent en omdat we niet in staat zijn dit ooit terug te krijgen, is de enige plek waar we dit comfort terug kunnen vinden onvermijdelijk de dood. Het meisje op de cover stelt deze laatste rustplaats voor ons voor. En de albumtitel verwijst naar het feit dat ze alle pijn en verdriet, die verbonden zijn aan volwassen worden, niet moet ervaren. Een zwaarwichtig thema, dat door Numenorean op pakkende wijze in vier uitgesponnen tracks en een interludium verpakt wordt. De muzikale expressie situeert zich tussen extreme, overwegend zinderende black metal en melancholische shoegaze/postrock, waarbij ook meermaals rock-georiënteerde passages de revue passeren. Metershoge golven aan pakkende screams en riffs overspoelen plots de ingetogen instrumentale intermezzo’s die als moment van zelfreflectie en bezinning fungeren. Noem het post-black, noem het DSBM, noem het blackgaze, ach als het kind maar een naam heeft. Erg origineel is het ondertussen ook allemaal niet meer, maar het geheel wordt wel sterk en overtuigend gebracht. Hierbij weet het vijftal meer dan eens de gevoelige snaar te raken, zonder dat het gebodene in een zeemzoete brij vervalt – verre van zelfs. Naast de eerder genoemde invloeden, zal Numenorean ook de liefhebbers van Forgotten Tomb, Woods Of Desolation, Alcest of Harakiri For The Sky weten te bekoren. Goed debuut! Luistertip: “Devour“.

JOKKE: 78/100

Numenorean – Home (Season Of Mist 206)
1. Home
2. Thirst
3. Shoreless
4. Devour
5. Laid down