Enthroned

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Nightbringer – Terra damnata

“Does size matter?” In het geval van Kyle Spanswick in elk geval niet, want hoewel de Amerikaan klein van gestalte is, weet hij grootse dingen te doen met zijn Nightbringer. Op plaat nummer vijf bestaat het internationale gezelschap naast zanger/gitarist Kyle aka Naas Alcameth (Akhlys, Bestia Arcana) uit de Zweedse zanger ar-Ra’d al-Iblis (o.a. ex-Acrimonious), zanger/gitarist Ophis – je hoort inderdaad drie schreeuwlelijkerd aan het werk – Gitarist VJS (o.a. Adaestuo en Sargeist) – yep, ook drie gitaristen –  de Portugese drummer Menthor (o.a. Enthroned en Lucifyre) en met bassist Norgaath (o.a. Coldborn en Grimfaug) is er tenslotte zelfs een Belgische connectie. Allemaal jongens die het klappen van de zweep kennen en dus niet op een foutje te betrappen zijn. Voorganger “Ego dominus tuus” uit 2014 vond ik het toenmalige hoogtepunt uit de carrière van de band omwille van het lager gehalte aan enerverende tremolo picking leads ten opzichte van het ouder materiaal, wat me dus beter afging. Er werd wel grondig leentjebuur gespeeld bij Dark Funeral (zanglijnen) en in mindere mate Emperor en Dimmu Borgir (het symfonische aspect). Zelf zegt de band op de nieuwkomer terug te keren naar het meer orthodoxe geluid van “Hierophany of the open grave” uit 2011 –  wat ik beaam – maar spijtig genoeg betekent dat ook wel terug een hogere dosis volcontinu high pitched leads waar ik bij momenten onrustig van wordt – maar is dat eerlijk gezegd ook niet de bedoeling van black metal? In opener “As wolves amongs ruins” worden de snerpende leads zo verschroeiend heet als een laser waarmee foute tribal tattoos uitgewist kunnen worden om plaats te ruimen voor één of ander hip occult symbooltje. Naast moeilijker te verteerbare songs staan er ook een heleboel klassenummers op “Terra damnata” zoals “Midnight’s crown” waarbij de wisselwerking tussen de drie vocalisten vuurwerk geeft en “Let silence be his sacred name“, met haar dynamische en expansieve sound waarbij trage partijen afgewisseld worden met hyperspeed blasts die een meditatieve state of mind creëren. Referenties naar Emperor’s barokke “IX equilibrium“-periode zijn nog steeds aanwezig, zoals te horen is in de mid-tempo track “Inheritor of a dying world“. Het trage, slepende maar bombastische “The lamp of inverse light” springt het meest in het alziend oog met haar spoken word-sample, ontleend aan een interview met Julius Evola (Italiaanse filosoof, schilder en esotericus die hier spreekt over The Left Hand Path). In hekkensluiter “Serpent song” laat Nightbringer nog eens horen waarom ze qua complexe, symfonische black metal momenteel zo wat de absolute top in het genre zijn. Op grafisch vlak heeft de Mexicaanse kunstenaar David Herrerias zich weer eens mogen uitleven, want het cover artwork, vol occulte verwijzingen, is erg intrigerend. Deze jongens nemen hun spirituele overtuigingen uitermate serieus, wat bovendien respect afdwingt.

JOKKE: 86/100

Nightbringer – Terra damnata (Season Of Mist 2017)
1. As wolves amongst ruins
2. Misrule
3. Midnight’s crown
4. Of the key and crossed bones
5. Let silence be his sacred name
6. Inheritor of a dying world
7. The lamp of inverse light
8. Serpent sun

Emptiness – Not for music

Emptiness, die mannen gaan al een eeuwigheid mee. En het was blijkbaar ook al een eeuwigheid geleden (sorry) dat ik ons Brussels geweld had gehoord. De eigenzinnige death metal ten tijde van “Oblivion” is alles behalve representatief voor wat Emptiness heden ten dage brengt. Het kantje eraf is meer dan ooit vertegenwoordigd en extreme metal wordt quasi achterwege gelaten. “Not for music” is langspeler nummer 5 en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat Emptiness de verzadigde scène nieuw leven kan inblazen. Beangstigend en onheilspellend zijn de kernwoorden die als een rode draad doorheen de plaat lopen. Vreemde gitaarpartijen domineren een synth ondersteund donker sfeertje, als ware de perfecte soundtrack voor een creepy griezelfilm. Een beetje zoals ook Terra Tenebrosa dat kan. Het metalelement verdwijnt soms volledig. “Your skin won’t hide you” en “Ever” klinken erg soft en laatste neigt zelfs naar eighties pop. And I fucking love it! Het geheel wordt aan mekaar gezongen, eerder gefluisterd, door Jeremies sfeervolle (ja, hoe noem je dat) fluistergrunts. Enerzijds geeft dit alles een originele touch, maar anderzijds mist het variatie. “Not for music” is een erg duister en innovatief album. Eentje waarnaar je echt kunt luisteren. Maar hem oneindig keren per dag laten draaien, lukt me niet, daarvoor ligt hij te zwaar op de maag. Seaons of Mist heeft dit alles ook gemerkt en Emptiness onderdak geboden. Sterk bezig!

Flp: 83/100

Emptiness – Not for music (Season of mist 2017)
1. Meat heart
2. It might be
3. Circle girl
4. Your skin won’t hide you
5. Digging the sky
6. Ever
7. Let it fall

LVTHN – Eradication of nescience

LVTHN behoort met Enthroned en Goat Torment tot de sterkhouders in ons belgenlandje op het gebied van occulte (orthodoxe) black metal. We leerden de band kennen via de “Adversarialism” demo en “Illuminantes tenebrae” split met het machtige Lluvia die reikhalzend deden uitkijken naar een eerste langspeler. Deze is na twee jaar ploeteren eindelijk een feit. De opnames voor “Eradication of nescience” startten reeds in juli 2014 maar onder andere drummerperikelen vertraagden het hele zaakje. De kern van LVTHN bestaat uit het duo ZD en DS die voor de opnames (die plaats vonden in de Bulgaarse HH Studios) bijgestaan werden door CV en D. Met “Into death reborn” gaat de zweep er meteen op en onze vriend Lucifer wordt meermaals geprezen. De plaat dendert gelukkig niet de volle driekwartier door, want in de snelle stukken vervalt de band nogal snel in eenheidsworst. “Ecstatic liberation” en “My indignation” springen er met hun rockende ietwat verwrongen gitaarriffs dan ook positief uit. Met “Uncreation’s dance”, “Ascension into the palace of the dark gods” en de razende titeltrack vinden we drie songs op het debuut terug die ook deel uitmaakten van een rehearsal-demo uit 2014 die weliswaar in een zeer beperkte oplage van 66 stuks verspreid werd. Met “Radiant wolf” levert LVTHN hun beste song van de plaat af, waarin vooral ook de drummer positief opvalt. Op de krachtige maar toch nog ruwe productie en het knappe artwork van Business For Satan valt niets aan te merken. Puntjes van kritiek zijn dat sommige nummers wel heel inwisselbaar zijn en dat de vocalen iets afwisselender zouden mogen, maar qua instrumentbeheersing en uitvoering zit het helemaal snor. Nog net iets te vroeg om zich te meten met de allergrootste jongens die regelmatig op Nidrosian Black Mass-achtige rituelen te bewonderen zijn, maar op een volgende langspeler zou het wel eens prijs kunnen zijn.

JOKKE: 80/100

LVTHN – Eradication of nescience (Fallen Empire Records/Amor Fati 2016)
1. Into death reborn
2. Deus alienus
3. Ecstatic liberation
4. Ascension into the palace of the dark gods
5. My indignation
6. Radiant wolf
7. Uncreation’s dance
8. Eradication of nescience

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer

Het is van “Unveiling the essence” uit 2001 geleden dat er nog eens wat kleur waar te nemen viel in een hoesontwerp van Cirith Gorgor. Het lijkt op het eerste zicht een stijlbreuk te zijn met het verleden hoewel de knappe creatie van Valnoir (Metastazis – zijn herkenbare stijl sierde ook reeds covers van Blut Aus Nord, Ascension, Paradise Lost, Secrets Of The Moon en menig andere band) wel perfect de huidige Luciferiaanse invulling die de band aan hun zwartmetaal geeft, weet weer te geven. Sinds een jaar of drie is de line-up van Cirith Gorgor min of meer stabiel te noemen, wat in het verleden wel al eens anders was getuige de lange waslijst aan ex-leden (enkel vellenmepper Levithmong is er reeds vanaf het begin bij, wat ook alweer twintig jaar geleden is). Het komen en gaan van bandleden heeft echter nooit een negatieve invloed gehad op de prestaties van deze Hollanders. Wie het oudere werk van de band weet te appreciëren en geilt op de snelle black van Marduk, Dark Funeral en Enthroned, kan dan ook blindelings tot de aanschaf van de nieuwe plaat overgaan. Toch zijn er enkele nieuwe elementen die de enigszins oerconservatieve sound van het vijftal opfrissen. Daar waar Cirith Gorgor erom bekend stond niet aan voorspel of enige subtiliteiten mee te doen maar meteen tot de daad over te gaan en onophoudelijk te beuken en te rossen (zo wordt de plaat met “Salvator” ook zonder aarzelen ingezet), bevat “Visions of exalted lucifer” toch ook de nodige momenten waarop de band wat gas terug neemt. Mijn persoonlijke favoriet “Rite of purification – Vanished from this world” is hier met zijn Noors-heidendom-aandoende-invalshoek (think Kampfar of Taake) een mooi voorbeeld van en bewijst dat de band ook overtuigend voor de dag kan komen als ze niet tegen 200 km/uur blasten. Allerminst een ouderdomskwaaltje dus. Een ander nieuwigheidje is de ritualistische aanpak in songs als “Of black dimensions…” en “Into the nameless void“ waarin de licht orthodoxe vocale invulling voor wat afwisseling zorgt vergeleken met de ietwat monotone screams van Satanael. Deze verrijking van de sound van Cirith Gorgor maakt van “Visions of exalted lucifer” de meest afwisselende plaat uit hun discografie en tevens ook de boeiendste.

JOKKE: 79/100

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer (Hammerheart Records 2016)
1. Salvator
2. A vision of exalted lucifer
3. Of black dimensions…
4. …And demonic wisdom
5. Wille zur macht
6. Rite of purification – Vanished from this world
7. Into the nameless void

Verheerer – Archar

We trappen het nieuwe jaar af met een plaatje dat eigenlijk al van september 2015 dateert, but who cares? De naam Verheerer zal u waarschijnlijk niet bekend in de oren klinken en daar hoeft u zich hoegenaamd niet voor te schamen. We hebben hier immers met een vrij jong verwoestend duo uit Duitsland te maken waar verder nougatbollen over geweten is. In eigen beheer brachten ze de EP “Archar” uit, die vier black metal hymnen bevat die mij in iets minder dan een half uur wisten te overtuigen. De songs zijn heel goed uitgewerkt (met oog voor detail), hebben elk hun eigen smoel en zijn doorspekt met samples van kerkrituelen en misvieringen wat het geheel een sacraal karakter geeft, zonder de typische orthodoxe kant op te gaan. “Niederkunft” trapt het zaakje vrij slepend in gang met gitaarwerk dat leentjebuur speelt bij oude Secrets Of The Moon om vervolgens enkele versnellingen hoger te schakelen maar steeds een zekere melodieusheid in het gitaar(lead)werk te behouden wat resulteert in een knappe finale van deze song. Het titelnummer schiet zonder aarzelen als een spurter uit de startblokken om in een catchy eerder rockend meebrulrefrein over te gaan (hoewel de titels in het Duits zijn, wordt er in het Engels gezongen). Hier had een heel toegankelijke song ingezeten ware het niet dat de band daarna voor een niet-voor-de-hand-liggende verderzetting kiest als plots de razernij stilvalt om naar een distorted piano interlude over te gaan. Deze manier van dynamiek inbouwen doet me meteen aan hun landgenoten Farsot denken. In plaats van het refrein uit te melken wordt het nummer vrij grimmig beëindigd. Het korte “Totenkult (Drink bitterness)” is vrij old school van aard en doet bij aanvang een beetje Enthroned-achtig aan om daarna knuppelpassages inclusief chaotische gitaarsolo af te wisselen met beukend midtempo hakwerk. In het afsluitende “Verheerer” duikt halfweg een orgelpartij op die de aanloop vormt naar een psychedelische gitaarsolo om uiteindelijk te verzanden in een outro die als soundtrack zou kunnen dienen voor één of andere scene uit een oude horrorfilm waarin de suspense tot op het scherp van de snee gedreven wordt. Afgaande op deze kwalitatieve EP lijkt het me vrij onwaarschijnlijk dat we hier met een stel bakvissen te maken hebben en ik vermoed dat de leden hun strepen dus wel al elders verdiend zullen hebben. Een extra pluim in de reet trouwens voor de productie want, hoewel deze toch haar korreligheid behoudt, ronkt de basgitaar er duidelijk hoorbaar op los en zorgen de lage tonen voor een absolute meerwaarde. Verheerer is een toonzaalmodel van Deutsche Gründlichkeit en het zal me niet verbazen als ze snel hun poot onder een platencontract mogen zetten.

JOKKE: 82/100

Verheerer – Archar (Eigen beheer 2015)
1. Niederkunft
2. Archar
3. Totenkult (Drink bitterness)
4. Verheerer