Enthroned

Enthroned – Het evenwicht tussen wat je wel en niet ziet

Begin jaren ’90 stond de zwartgeblakerde horde van Enthroned, samen met een band als Ancient Rites, mee aan de wieg van onze vaderlandse black metal-scene. Platen als “Prophecies of pagan fire” en “Towards the skullthrone of Satan” staan in het Belgisch collectief black metal-geheugen gegrift. In 2006 verlieten zanger/bassist Sabathan en zijn markante strot de band en nam gitarist Nornagest de rol van frontman over. De platen die “Enthroned 2.0” nadien uitbracht, lieten een gestage evolutie horen naar een meer divers en atmosferisch geluid dat middels de elfde langspeler “Cold black suns” een voorlopig hoogtepunt bereikt. Gitarist Neraath, die ondertussen al bijna twintig jaar in de band meedraait, voorzag ons van meer inkijk in het Enthroned-universum. (JOKKE)

The English version of this interview can be read here.

(c) David Fitt

Neraath, er ligt een gat van vijf jaar tussen “Sovereigns” en het nieuwe “Cold black suns“, wat vrij lang is naar Enthroned-normen. Waarom duurde het zo lang om met een nieuwe plaat voor de dag te komen?
Het nam deze keer inderdaad allemaal meer tijd in beslag dan verwacht en hier zijn een paar verklaringen voor. Toen het promotionele werk zoals de tours en concerten in de nasleep van “Sovereigns” erop zaten, besloot ik samen met onze voormalige bassist Phorgath te focussen op onze andere band Emptiness. Al onze creativiteit werd in het lange schrijfproces voor de “Not for music” plaat gestoken. Daarna was er spijtig genoeg een line-up wissel bij Enthroned waarbij we twee bandleden, waaronder Phorgath die heel betrokken was bij het songschrijven en de arrangementen, zagen vertrekken. Op het moment dat de overgebleven leden niet goed wisten hoe het nu verder moest, was er gelukkig drummer Menthor, die in tussentijd ook bezig was met Lvcifyre en Nightbringer, die het initiatief nam om iedereen terug rond de tafel te krijgen met een visie op een nieuwe plaat. We recruteerden daarna twee nieuwe bandleden, tekenden een deal bij Season Of Mist en begonnen te werken aan demo’s met nieuw materiaal. We deden de afgelopen periode verschillende studiosessies, waarna de mix en de mastering en natuurlijk ook de productie en release volgens de agenda van ons label nog de nodige tijd vroegen.

Cold black suns” is de eerste plaat zonder Phorgath, die niet alleen elf jaar lang bassist was van Enthroned maar ook een belangrijke factor was in het schrijfproces. Maakte zijn vertrek het moeilijker voor jou en Nornagest om nieuwe muziek te creëren?
Phorgath droeg veel bij aan de “stijl” die we op de vorige albums aan het ontwikkelen waren en de we kamen regelmatig als band in de studio samen om te componeren. Nu verloopt het schrijfproces anders, maar niet perse moeilijker. De nummers werden nu eerder op een individuele basis geschreven waardoor er vooruitgang geboekt werd inzake arrangementen en dynamiek. De songs werden gecomponeerd door Menthor, Nornagest en mezelf, maar Phorgath had ook nog wel zijn deel in de totstandkoming van de plaat. Naast zijn werk als producer, had hij enkele ideeën aangaande zangarrangementen om onze sonische trip nog een extra push te geven.

Line-up wissels zijn geen nieuw gegeven voor Enthroned. Jullie nieuwe gitarist Shagãl heeft de Argentijnse nationaliteit en Menthor komt uit Portugal. Hoe kwam deze internationale line-up tot stand? Is het voor Enthroned moeilijk geworden om geschikte muzikanten in eigen land te vinden?
Shagãl woont al jaren in België en hielp ons de laatste twee jaar ook al uit de brand als sessiegitarist. Toen we op zoek moesten naar een nieuwe gitarist, bleek hij erg gemotiveerd en hij kende natuurlijk ook onze manier van werken al. Menthor is inderdaad Portugees maar woont momenteel in Londen, wat het op logistiek vlak gemakkelijker maakt als we moeten samen komen om op te treden. We leerden hem enkele jaren geleden kennen toen hij in onze studio (Blackout Studio in Brussel) aan het opnemen was met de band Corpus Christii. We waren erg onder de indruk van zijn drumtechniek en konden het ook goed met elkaar vinden. Toen onze vorige drummer Garghuf besloot om extreme muziek achter zich te laten en zich te focussen op meer synthetische en experimentele genres, hesen we Menthor aan boord. Sindsdien werd hij een erg goede vriend van mij. Onze nieuwe bassist Norgaath is wel een Belg en komt uit West-Vlaanderen.

Enthroned is een band met sterke occulte en satanische standpunten. Is de visie op religie en occultisme bij de zoektocht naar nieuwe muzikanten even belangrijk als de muzikale visie?
Om eerlijk te zijn, delen niet alle bandleden dezelfde kijk op spiritualiteit, filosofie en het occulte. Enkele leden hebben interesse in de obscuriteiten van de esoterische wetenschappen, maar uiteindelijk komen we samen om muziek te schrijven en geen essays. Aan de oppervlakte is er natuurlijk wel een gemeenschappelijk aantrekking voor deze onderwerpen, maar de weinige keren dat we allemaal samen komen, draait het om repeteren. Wat de muzikale visie van Enthroned betreft, zitten we allemaal op dezelfde lijn, maar daarbuiten heeft iedereen zijn eigen interesses en smaak.

(c) David Fitt

Mag ik zeggen dat jullie nieuwe plaat “Cold black suns” jullie meest experimentele en diverse werk tot op heden is?
Met de term “experimenteel” ben ik het niet echt eens, aangezien de plaat nog steeds vrij conventioneel is voor dit genre van extreme muziek. We worden nog steeds gedreven door het schrijven en spelen van obscure en agressieve muziek, dus deze moet aanleunen bij wie we de dag van vandaag zijn. Onze sound evolueert door nieuwe ervaringen, smaken, persoonlijke input en onze muzikale vaardigheden. Hierdoor is er natuurlijk een groot verschil tussen onze eerste plaat en onze latere albums, wat het resultaat is van een logische en eerlijke evolutie.
Cold black suns” is wel onze meest diverse plaat doordat we het element “atmosfeer” verder wilden uitdiepen en extra lagen wilden toevoegen aan het hele sfeergebeuren. We veranderden van tuning, de drums en ritmische benadering werden verder uitgediept en in de fase van het arrangeren van de muziek, integreerde ik keyboard pads, drones en ambientgitaren in de mix. Enkele nummers hebben een eerder instrumentale aanpak in plaats van duidelijke songstructuren. Deze details op de achtergrond doen alle elementen samenkomen en dragen bij aan de identiteit van de plaat en haar concept.

Nummers zoals “Silent redemption” en “Son of man” lijken inderdaad meer om atmosfeer dan om agressie te draaien. Was het een bewuste keuze om deze nieuwe muzikale paden te bewandelen of was dit de muziek die spontaan ontstond tijdens het schrijven?
Zodra we met het schrijfproces van start gingen, werden Menthor en ikzelf gedreven door de idee om de plaat op te bouwen aan de hand van meer verwrongen en dissonante gitaar licks en een andere benadering qua sound en composities waarbij er een clash plaatsvindt tussen intense snelle stukken en atmosferische, doch catchy partijen. Ik heb al dikwijls gehoord dat deze sinistere tonen typisch zijn voor de muziek die ik schrijf; deze ontstaan dus op een natuurlijke manier tijdens het componeren. Zoals reeds eerder aangegeven, gebeurde het schrijfproces nu eerder op individuele basis en wat mij betreft heb ik de neiging om atmosfeer te laten overheersen over riffs. Ik hou van bepaalde akkoorden en notenprogressies en ik heb een voorliefde voor enkele reverb-pedalen en een bepaalde gear set-up.

Een nummer als “Aghoria” springt er met haar mantra-achtige gezangen echt bovenuit. Wat is het verhaal achter deze song?
Aghoria” was één van de eerste nummers die we schreven naar aanleiding van deze plaat. Nornagest en Menthor hadden dit idee van een song met een ritualistische aanpak en een tranceachtige eenvoud; heel repetitief en met een verwijzing naar een kleine groep van hindi sadhus (ascetische personen, monniken of religieuze personen in het hindoeïsme; Addergebroed) genaamd Aghori. De teksten en het concept van “Cold black suns” draaien om verschillende culturen waardoor het interessant was om een nummer op te dragen aan deze toegewijden aan Shiva. Ze hebben een heel ongewone levensstijl, zoek maar op. De mantra die je hoort betekent “ik ben blij te kunnen claimen dat ik niet in staat ben geweest mezelf te bewijzen“. Bovenop het originele idee van ritmische en basic drums, ontwikkelde ik enkele keyboardlagen, samples en effecten. Enkele bandleden zongen de mantra en de lage vocalen in, die typisch zijn voor landen in het Verre Oosten.

Oneiros” doet me ook wel wat oosters aan hoewel de songtitel verwijst naar de Griekse mythologie. Waar gaat dit nummer over?
Dit is waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat doordat we veel met dynamiek en emoties spelen. “Oneiros” is de personificatie van dromen. Om een beter inzicht te krijgen in de teksten, moet ik je doorverwijzen naar Homerus, die beweerde dat dromen ronddwalen op de donkere kust van het westerse Oceanus. Bedrieglijke dromen passeren door een ivoren poort – een beschrijving die in het rooms-katholicisme wordt toegekend aan de poorten naar de hemel, het koninkrijk van Jahweh – terwijl de echte dromen ontstaan uit een poort gemaakt van zwarte hoorns. Deze dromen leiden soms tot een sadistische vorm van opwinding wat de oude-Grieken bestempelden als “Charoumenos Oneiros“.

Alle details zoals koorzangen, samples en extra laagjes maken van “Cold black suns” een interessante luistertrip. Na meerdere luisterbeurten blijf je nog steeds nieuwe elementen ontdekken. Is het van meet af aan duidelijk met welke “speciale ingrediënten” jullie aan de slag willen gaan om een nummer te bouwen of worden deze pas als finishing touch toegevoegd wanneer de nummers in hun finale vorm geraken?
Voor deze plaat maakten al deze details deel uit van het compositorisch gegeven. Ik vertrok vanuit basisideeën – het begrijpen van een ritme of riff – en beleefde daarna veel plezier aan het uitwerken en integreren van elementen zoals cleane gitaren en keyboards. De koorzangen kwamen pas later tijdens de laatste zangsessies in de studio en helemaal op het einde werden nog enkele samples toegevoegd toen de mix en de balans duidelijk waren.

Het prachtige a-typische Enthroned cover artwork is eveneens van jouw hand. Het beeld is tamelijk abstract, maar het zou natuurlijk niet Enthroned zijn als er geen details en verwijzingen naar de teksten en het concept van de plaat zouden zijn. De slangachtige figuur doet me wat denken aan een ouroboros. Welke betekenissen gaan er schuil achter het artwork?
Bedankt voor het compliment! Er is inderdaad een relatie tussen de muziek en de albumtitel. De woorden “cold” en “black” zetten me deze keer aan tot het creëren van meer minimalistisch artwork. Ik drong aan op het weglaten van ons logo op de cover zodat de abstractie bleef en er geen directe link is naar een groep muzikanten, een poging om een soort van inhumaan gevoel te creëren. Het woord “suns” leidde tot een beeld met een kosmische referentie. Ik wou een verbinding afbeelden tussen de macroscopische dimensie van de universele ruimte en de microkosmos waaruit de mens op cellulair niveau is gebouwd. Er zijn twee belangrijke bollen in het ontwerp, waarbij de ene voor zijn tegenovergestelde staat, als een directe verwijzing naar materie en anti-materie. De moderne wetenschappen zijn nog steeds op zoek naar een verklaring voor het feit dat het ene het tegenovergestelde overheerste en erin slaagde om het allesomvattende te worden dat we observeren en ervaren in het dagelijks leven.
Deze twee bollen bevatten binnenin drie punten, wat opnieuw verwijst naar een universeel principe. Er zijn drie begrijpbare werelden die volgens een bepaalde hiërarchische analogie met mekaar corresponderen: de fysische wereld, de spirituele of metafysische wereld en de goddelijke wereld.
Tenslotte, zoals je inderdaad opmerkte, roept de visuele referentie naar de slang de traditie van de ouroboros op, dewelke in zijn echte cirkelvormige voorstelling, de totaliteit van het universum voorstelt. Middels haar skeletachtige vorm wordt de balans tussen leven en dood, materie en anti-materie, voorgesteld. Kortom, het artwork visualiseert een evenwicht tussen wat we wel en niet zien.
Ik beleefde veel plezier aan het creëren van het artwork. Samen met Menthor schilderde ik een grote zwarte box waarin de voornaamste bol werd geplaatst. Nadien nam ik enkele foto’s, gebruikte ik verfsprays en chemicaliën en werkte het ontwerp af op de computer. Er waren verschillende versies van de cover, maar de band besloot voor dit ontwerp te gaan.

Je maakt bijna twintig jaar deel uit van Enthroned, enkel zanger Nornagest heeft een langere staat van dienst. Wat beschouw je de hoogte- en laagtepunten van jullie muzikale carrière?
Het hoogtepunt is waarschijnlijk het feit dat de band al zo lang meegaat en we nog steeds de motivatie vinden om nieuwe platen te schrijven en natuurlijk is het verschijnen van elk album een hoogtepunt op zichzelf. De vele line-up wissels en problemen die daarmee gepaard gaan, vormen de keerzijde van de medaille.

Welke persoonlijke lessen trek je uit je carrière met Enthroned? Hoe beïnvloedde de band je privéleven en omgekeerd?
Mijn lange tijd bij Enthroned, gaf me de kans om een groot stuk van de wereld te zien en de atmosfeer in verschillende landen op te snuiven. Dit draagt erg veel bij op persoonlijk vlak doordat je je meer bewust wordt van de wereld waar we in leven. Er is natuurlijk niet heel veel ruimte om de toerist uit te hangen, en je blijft veelal in hetzelfde circuit hangen, maar door niet altijd de fancy places te bezoeken, krijg je een betere kijk op de authentieke manier van leven.
Wat de band zelf betreft, zijn er goede en moeilijke momenten. Dat is onlosmakelijk verbonden met het werken in een team. Zelfs wanneer je je trots voelt bij het uiteindelijke resultaat van iets, moet je compromissen sluiten, ook op emotioneel vlak. Het bandleven vergt ook een grote persoonlijke en materiële investering, en het is zonde dat deze scene zo ondergronds is in België. Onze stijl is natuurlijk geen spek voor ieders bek, maar er is zo goed als geen ondersteuning van hogere culturele instituties waardoor alles erg DIY is. De scene groeide sterk sinds de jaren ’90, maar toch voelt het alsof alles nog steeds hetzelfde is en het potentieel op lokaal niveau niet ten volle tot uiting kan komen.

(c) Leslie VDM

Komend weekend staat jullie releaseshow op Throne Fest in Kuurne gepland. Wat mogen we verwachten van deze voorlopig enige show op Belgische bodem?
We zullen een nieuwe set spelen met enkele songs van “Cold black suns” en de drie voorgaande platen. We zijn hier met enkele nieuwe technische crewleden volop aan bezig. Zoals gewoonlijk, zullen het enkel onszelf en onze instrumenten zijn, waarbij we een intense en authentieke presentatie willen neerzetten. Geen fancy podiumaankleding, enkel de band.

Ik heb soms de idee dat Enthroned populairder is buiten België en dan vooral in Zuid-Amerika waar jullie regelmatig tourden in het verleden. Hoe vergelijk je een Belgisch of Europees publiek met een Zuid-Amerikaans?
In elk geval gaat het er ginderachter meer intens en gek aan toe dan hier. Misschien komt dit door het feit dat sociaal geweld in veel Latijns-Amerikaanse landen voor een stuk deel uitmaakt van het dagelijks leven en daardoor een onzichtbare invloed uitoefent op het menselijk gedrag. Paradoxaal genoeg, zijn deze mensen erg vriendelijk en gastvrij, ietwat onbezorgd ook, maar als er een band speelt, observeer je een sterkere toewijding en appreciatie van de muziek. Ik denk dan aan landen zoals El Salvador, Ecuador, Guatemala, Bolivië, … Ik moet je niet vertellen dat onze muziek, vergeleken met de mainstream, gewelddadig en somber klinkt en het gebeurt soms dat dit ontspoort in het publiek. Zo waren we tijdens de laatste tour getuige van enkele steekpartijen en moesten we de zaal na het concert snel verlaten omdat de zaken een onaangename wending namen. Enkele dagen later was er een kleine riot toen de openingsband aan het spelen was. Ik denk dat dergelijke zaken veel voorkomen in deze landen.

Ex-Enthroned zanger en bassist Sabathan besloot vorig jaar om onder eigen naam Enthroned-klassiekers van de eerste twee platen en de EP te gaan spelen. Wat is jouw mening hierover en heb je nog contact met Sabathan?
Ik spreek hem van tijd tot tijd nog wel eens. We besloten in onze set te focussen op recenter materiaal dat nu meer representatief is voor Enthroned. Mensen die de “oude-Enthroned” verkiezen kunnen inderdaad naar Sabathan gaan zien. Zijn bezigheden gingen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij binnen de band en de meningen erover lopen uiteen, maar persoonlijk ben ik hier niet tegen aangezien hij veel nummers van onze oudere platen schreef en hij ze met dezelfde passie en overgave speelt als in de begindagen. Er zijn veel nostalgische zielen in de metalscene en er is een trend voor revival. Je kan het mensen natuurlijk niet kwalijk nemen om een leuke tijd te hebben tijdens een concert.

Ik zou het tenslotte nog even willen hebben over Of Blood And Mercury, de darkpop band die je samen met je partner Michelle Nocon hebt. Wat mogen we verwachten na de veelbelovende debuut EP “Strangers“?
Michelle en ik zijn het album aan het afronden en verwachten de plaat binnen enkele maanden te kunnen releasen. Meer info volgt wanneer de tijd rijp is. Momenteel zijn we op zoek naar opportuniteiten om met deze nieuwe band live te spelen. We willen hier echt het beste van maken. De stijl die we met Of Blood And Mercury spelen, is totaal anders dan wat we alle jaren ervoor deden, maar we doen dit met hart en ziel en halen hier ook veel plezier en voldoening uit. De rest van de band bestaat uit drummer Jonas Sanders, gekend van zijn werk met Pro-Pain en Emptiness en de getalenteerde keyboardspeler David Alexandre Parquier die ook met zijn eigen darkwave project Luminance platen uitbrengt. Michelle en ik hebben lang aan dit project gewerkt en nu komt het eindelijk tot leven.

Enthroned – Cold black suns

Nooit eerder zat er een gat van vijf jaar tussen twee opeenvolgende Enthroned-platen. Om maar aan te geven dat het na het verschijnen van “Sovereigns” duidelijk geen sinecure is geweest om met die elfde langspeler “Cold black suns” op de proppen te komen. Behalve op “Pentagrammaton” en “Obsidium“na, is Enthroned er nog nooit in geslaagd om twee opeenvolgende platen met dezelfde line-up in te spelen en ook nu vielen er twee personeelswissels te noteren. Bassist Phorgath hield het na elf jaar trouwe dienst voor bekeken (maar zat wel opnieuw achter de knoppen tijdens de opnames in de Blackout Studio) en werd vervangen door Norgaath (o.a. Coldborn, Grimfaug en Nightbringer). En op die moeilijke positie van tweede gitarist treffen we nu de Argentijn (!) Luis Cederborg aan. Nu u weer helemaal mee bent op vlak van line-up, kunnen we tot de muziek overgaan. Het moge duidelijk wezen dat “Cold black suns” niet de meest standaard Enthroned-plaat is geworden en dat we heel wat variatie te horen krijgen. In de vorm van het korte intense “Hosanna Satana” en het modern klinkende en claustrofobische “Vapula omega” vallen er nog wel enkele typische post-Sabathan-era Enthroned-nummers te bespeuren, maar een uitermate atmosferische en vrij toegankelijke song zoals “Silent redemption” en haar trippy start is toch wel een primeur voor onze vaderlandse blekkies. Het als een mantra opgebouwde “Aghoria” is met haar bezwerende gezangen een ander opvallend nummer dat boven de rest van de plaat uitsteekt net zoals de psychedelische insteek van het mysterieuze Oosters-klinkende “Oneiros” en haar rituele koorzang. “Beyond humane greed” is een song van contrasten op vlak van snelheid en bevat knappe psychedelische leads. Ook “Smoking mirror” heeft twee gezichten want na een mid-tempo start ontpopt het zich tot een razendsnel Enthroned-nummer waarin drummer Menthor volledig kan losgehen. Toch is er opnieuw ruimte voor een soort van kosmische atmosfeer die een link legt met het artwork waarvoor gitarist Neraath optekende. Het negen minuten durende “Son of man” borduurt hierop verder en heeft opnieuw een erg weids en open karakter waarbij ik soms wat Pink Floyd-invloeden in het gitaarwerk meen te bespeuren. Middels koorzangen die “Hail, Lucifer!” zingen komt er een einde aan deze avontuurlijke reis. Daar waar de laatste paar Enthroned-platen erg onderling inwisselbaar waren, siert het de band dat er met “Cold black suns” nieuwe wegen verkend worden. Puntje van kritiek is dat Enthroned in de blastpassages nogal steriel klinkt, een euvel dat ze sinds de laatste paar platen al hadden. Ik kan aannemen dat sommige fans wel eens zullen slikken bij de passages waar de band voluit voor atmosfeer gaat, maar ik smaak deze nieuwe invalshoek wel. Jankers die nog altijd op een nieuwe plaat in de stijl van “Towards the skullthrone of Satan” blijven hopen, zijn er ook nu weer aan voor de moeite en kunnen hun geld misschien beter op Sabathan inzetten.

JOKKE: 85/100

Enthroned – Cold black suns (Season Of Mist 2019)
1. Ophiusa
2. Hosanna Satana
3. Oneiros
4. Vapula omega
5. Silent redemption
6. Aghoria
7. Beyond humane greed
8. Smoking mirror
9. Son of man

Āter – Vullighied

Dat het muzikaal gezien niet altijd van een leien dakje loopt, bewijst het West-Vlaamse Āter dat reeds in 1996 als éénmansproject het levenslicht zag. Er gebeurde echter niets met Āter totdat oprichter Wesley Beernaert (Satyrus, ex-Lemuria) in 2004 aan de slag ging met gitarist Mantarok en er een EP geschreven werd. Daarna sloeg het noodlot echter toe en door gecrashte computers ging het materiaal verloren. Jaren later konden er echter vier nummers van een kapotte harddrive gerecupereerd worden. Nadat ze deels opnieuw ingespeeld en geremastered werden, was de EP “Vullighied” eindelijk een feit. Leuk weetje is dat de teksten, die handelen over het misbruik van de elite tegenover het gewone volk, in een oeroude versie van het Vlaamse dialect neergepend werden. De vier nummers van deze EP klinken even archaïsch en old-school als de vuige boerske taferelen die we op de zwart-witte cover gadeslaan tijdens het beluisteren ervan. Het is een rechtlijnig black metal geluid dat, mede door het veelvuldig aanwezige china-cymbaal en het voortrazende tempo, regelmatig knipoogt naar de eerste twee Enthroned-platen en dat ik op basis van Wesley’s andere meer avantgarde en progressieve muzikale bezigheden eigenlijk niet verwacht had. “Vullighied” klinkt dan ook perfect alsof ie in 1996 had kunnen verschenen zijn, maar de riffs zouden nog wat pakkender moeten uitdraaien. Als bonus werd nog het sterk afwijkende “Diatomacious ooze” toegevoegd dat eerder in het blackened death en horrorhoekje kan geplaatst worden en waarin de vocalen een hysterische vorm aannemen. Deze avantgarde song werkt echter als een tang op een varken en het is me een compleet raadsel waarom Wesley dit futuristisch klinkend gedrocht wou koppelen aan vier veelbelovende oerconservatieve nummers. Ondertussen heeft Wesley de nodige muzikanten weten strikken om van Āter een volwaardige band te maken en muziek te schrijven. Benieuwd naar meer (als de lijn van de eerste vier nummers doorgetrokken wordt tenminste)!

JOKKE: 78/100

Āter – Vullighied (Eigen beheer 2019)
1. ‘d Oere
2. De strontroaper van Abjille
3. Oes vorvoadern vochten
4. Valkennacht
5. Diatomacious ooze

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif

Bij de naam Hertogenwald denkt iedere rechtgeaarde black metal-fan natuurlijk meteen aan het slotnummer van Enthroned’s tweede plaat “Towards the skullthrone of Satan” waarop Venom’s Cronos te horen is. De song verwijst naar het Hertogenwoud, een groot Ardens bos in het uiterste oosten van België aan de grens met Duitsland en een “nieuw” black metalcollectief vond het woud wel passend bij hun concept van natuurverering en heidendom. Hertogenwald is een Belgisch-Frans woudlopersclubje waarbij de fransozen Guido Saint Rock (gitaar en synths) en Alrinack (zang, bas- en akoestische gitaar) de samenwerking aangaan met de Waalse drummer S. Nihil die we ook van Nartvind kennen. Hoewel het trio al sinds 2007 operatief is, brengt Medieval Prophecy Records nu pas diens eerste demo “Esprit tellurique primitif” uit. Het woordje “primitief” uit de titel is zeker ook van toepassing op de archaïsche black die we dertig minuten lang op ons afgevuurd krijgen. De sound kraakt en piept en de sfeer is er één van vuiligheid en aardse vergankelijkheid. De gitaarriffs zijn repetitief net zoals de continu doorhakkende drums die na een tijdje wel eentonig worden. Een andere drumbeat op tijd en stond zou de dynamiek zeker ten goede komen jongens! Alrinack zorgt gelukkig wel voor nog wat variatie door hoge screams af te wisselen met dieper gegrom waardoor het lijkt alsof er soms twee verschillende gekeelde speenvarkens te horen zijn. Af en toe gooit hij ook een spoken word stukje in de strijd waarbij opvalt hoe bijtend en agressief dat Frans wel niet klinkt. Links en rechts fleuren een keyboardlijntje of een stukje akoestische gitaar de boel wat op, maar over het algemeen is de sfeer bedrukkend en gitzwart. Wie in de jaren negentig is blijven hangen en een afkeer heeft van vooruitgang zal hier misschien wel plezier aan beleven. Ondanks dat we hier met een eerste demo te maken hebben, had ik toch iets meer verwacht van een band die reeds twaalf jaar actief is. Als luistertip kan ik “Réminiscence” aanbevelen, het beste nummer van de demo.

JOKKE: 68/100

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Purification (Introduction)
2. L’Haleine du marais
3. L’Œil de l’arbre
4. Anamnèse (Interlude)
5. L’Avertissement du crapaud
6. Réminiscence
7. Le noir chemin de l’Erèbe (Fin)

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)