Fell Voices

Ruin Lust – Choir of Babel

De vernietigingsdrang van het uit New York opererende Ruin Lust is ontembaar want slechts één jaar na “Sacrifice” slaat de band opnieuw toe. Dat is vrij snel als je weet dat er tussen de voorganger en het “self titled” debuut een gat van zes jaar lag. “Choir of Babel” is de titel die de derde langspeler meekreeg, hoewel de plaat – zoals gewoonlijk – op een compact klein half uurtje afklokt. 20 Buck Spin is het nieuwe label van dienst. Het kwartet met persoonlijke drumheld Michael Dale Rekevics (o.a. Vanum, Fell Voices, Yellow Eyes en Vilkacis) in de gelederen moet het niet hebben van subtiliteiten of vernuft want de vijf songs worden met een barbaarse furieuziteit op ons afgevuurd. De geur van dood en verderf druipt eraf en hoewel er zeker een bestiaal war metal-randje aan de verstikkende death metal hangt, is dit niet onlosmakelijk verbonden met hersenloos geram want de dreigende songs zijn complexer van aard dan je op het eerste gehoor zou denken hoewel getriggerde drums, duizend breaks per minuut en “mama, kijk wat ik kan”-toestanden nu ook weer niet aan Ruin Lust besteed zijn. Vooral het bijna negen minuten durende “Rite of binding” is een aanbeveling. In deze afsluiter worden woeste death metal passages opgevolgd door lang doordenderende doomy gitaaraanslagen waarin onheilspellende drum mokerslagen en diepe growls op tijd en stond uw woning op haar grondvesten doet daveren. “Choir of Babel” is doodsmetaal voor de liefhebbers van de veteranen en oervaders van de scene waarbij je een half uurtje lang kan raggen en blazen en het kot verbouwen….voor zover dat tijdens het openende titelnummer al niet als een kaartenhuisje ingestort is.

JOKKE: 79/100

Ruin Lust – Choir of Babel (20 Buck Spin 2020)
1. The choir of Babel
2. Prison of sentient horror
3. Worm
4. Bestial magnetism
5. Rite of binding

Imperial Cult – Spasm of light

Imperial Cult is het zoveelste speeltje van O, gitarist van Turia, Iskandr, Lubbert Das, Nusquama en Solar Temple. Zoals wel meer het geval is staat zijn partner in crime T (met de obligate fles rode wijn in haar hand) achter de microfoon. Trommelaar van dienst is deze keer Rene Aquarius die al heel wat vellen heeft gegeseld bij o.a. DungeönHammer, Horrid Apparition, Celestial Bodies, Dead Neanderthals, en Heavy Natural. Toch is Imperial Cult niet nagelnieuw want de band werd reeds in 2016 opgericht maar nu pas verschijnt een eerste release getiteld “Spasm of light“, een verwijzing naar het enige nummer dat op de tracklist prijkt, maar het is er wel één van maar liefst 34 minuten. Dit kolossale nummer werd via een livesessie in 2017 voor het nageslacht vereeuwigd. Stilistisch gezien is dit repetitieve trance black zoals persoonlijke favorieten als Fell Voices en Ash Borer die aan de overkant van de Grote Plas brengen, maar onvermijdelijk slopen er ook Turia-invloeden in. T’s vocalen zijn verre van de meest gevarieerde maar haar monotone screams complementeren de maalstroom aan furieuze riffs en knuppeldrums als geen ander. Deze monolithische compositie beweegt zich onverbiddelijk en onverzettelijk als een cyclonische beweging voort en vernietigt alles op haar pad. Wanneer het nummer rond de acht minuten stilvalt, blijkt dat van korte duur te zijn want we worden al snel getrakteerd op één van O’s vele monsterlijke gitaarriffs waarin zich altijd veel meer afspeelt dan wat op het eerste gehoor lijkt. Wanneer de gitaarorkaan een negental minuten later terug gaat liggen, maakt de wervelwind plaats voor een vibrerende sludgy doomriff. Als deze episode ten einde is, neemt de song een nieuwe wending aan waarbij het één en al zwartgeblakerde furie is. Vijf minuten voor het einde verzandt het trio in een bezwerende finale die een passend sluitstuk maakt aan een geweldige trip. Waar O het blijft halen is me een raadsel.

JOKKE: 85/100

Imperial Cult – Spasm Of Light (Amor Fati Productins/Haeresis Noviomagi/Sentient Ruin Laboratories 2019)
1. Spasm of light

Oculus Vacui – Alkahest

Het is de jongens van Oculus Vacui menens. Het Nederlandse duo heeft een grote interesse voor Luciferiaanse Gnosis en het ‘Left Hand Path’ en koos black metal als vehikel om hun devotie voor het duistere goddelijke vorm te geven. Zangers/gitaristen Neshamah en Void voeren al eens een ritueeltje uit – zoals blijkt uit de vele occulte voorwerpen die op het altaar op de hoes uitgestald zijn – waarbij de Grote Leegte opgezocht en omarmd wordt. Beide heren wijdden er hun debuutplaat aan die de titel “Alkahest” meekreeg wat staat voor een hypothetisch oplosmiddel dat in staat is elke andere stof op te lossen en tot niets te herleiden. “Alkahest” bevat vier monumentale tracks waarvan er drie een speelduur van om en bij het kwartier hebben en die beide muzikanten niet alleen konden realiseren. Voor het inmeppen van de trommels werd immers beroep gedaan op huurdrummer Omega, bekend van o.a. Darvaza, Fides Inversa en talrijke andere bands. Nordvargr (MZ412) verzorgde dan weer de rituele ambient die in de nummers ingebouwd zit. Oculus Vacui’s sound laat zich definiëren als lang uitgesponnen atmosferische black waarvan het repetitieve karakter een zeker hypnotiserend effect beoogt én realiseert. Dit resulteert soms ook in een dromerige, maar verre van zeemzoete, staat en doet me denken aan een band als Manetheren, waarvoor Omega (toevallig?) ook de laatste twee langspelers indrumde. Oculus Vacui’s black metal klinkt organisch, maar iets te dun (waar het ontbreken van een basgitaar waarschijnlijk debet aan is), en kan hierdoor in het USBM-hoekje geduwd worden; denk hierbij aan (een iets minder ruwe versie van) een Fell Voices. De finale van “Formula of regression through the Qliphothic pathways” heeft dan weer heel wat van een Wolves In The Throne Room in zich. Maar ook een Nederlandse collega als Fluisteraars kan als referentiekader aangehaald worden. “Alkahest” is een plaat die je in zijn geheel dient te ondergaan. Grenzen tussen onderlinge nummers vervagen, ondanks de lange intermediaire rustpauzes, en de ijselijke screams worden door de meanderende muziek geabsorbeerd. Fijne eerste kennismaking!

JOKKE: 80/100

Oculus Vacui – Alkahest (Psychedelic Lotus Order/Goatowarex/ Dawnbreed Records 2019)
1. Utilizing the alchemy of transgression to attain the limitless void.
2. Quintessence of the dark divine.
3. Altered states of comatose trance.
4. Formula of regression through the Qliphothic pathways

Yellow Eyes – Rare field ceiling

Hoewel de bakermat van Yellow Eyes de miljoenenmetropool New York City is, klinkt de muziek van het kwartet verreweg van urbaan of industrieel. Integendeel, bij Yellow Eye’s black metal passen eerder de adjectieven ‘organisch’ en ‘natuurlijk’. Voor het schrijven van de plaat trok gitarist Sam Skarstad zich – zoals gewoonlijk – twee maanden terug in een cabin in the woods in Connecticut, ver weg van het hectische leven. In complete afzondering kregen de songs hier vorm waarbij talrijke veldopnames aan de composities toegevoegd werden. Op voorganger “Immersion trench reverie” uit 2017 werd deze werkwijze reeds gebruikt, maar op het nieuwe “Rare field ceiling” is er nog meer plaats voor allerlei in de natuur opgenomen geluiden. In de nasleep van het optreden tijdens Roadburn en Doom Over Leipzig, bezochten de vier muzikanten – naast de Skarstad broers is de line-up met drummer Michael Rekevics (Vanum, Vilkacis, Fell Voices) en bassist Alexander DeMaria (Anicon) identiek aan die van de vorige plaat – vorig jaar nog een zevental landen met het oog op het vastleggen van allerlei veldopnames. Zo bevat “No dust” geluiden die in Siberië vastgelegd werden en wordt er naar het einde toe ook gemusiceerd op een door de bassist zelfgemaakte zither, een snaarinstrument waarbij de klankbodem bespannen is met één of meerdere snaren. Het einde van de albumopener wordt dan weer ingekleurd door vrouwelijke Russische koorzang. De veldopnames vinden hun culminatie echter in de zes minuten durende afsluiter “Maritime flare” waarbij ze, in combinatie met dronende gitaargeluiden en een minimalistisch melodiemotief, een somber en desolaat gevoel uitdragen dat nog aangescherpt wordt door de getormenteerde screams van Will Skarstad. De sound van “Rare field ceiling” is scherp, wrang, schel, bijtend en iel waarbij de ijle krijszang in de muziek verweven zit en voortdurend lijkt te moeten opboksen tegen de muzikale storm die er rondom heen plaatsvind. “Warmth trance reversal” start met een knoert van een black metal-riff maar zoals we van Yellow Eyes gewend zijn, gaat hun black meermaals alle richtingen uit. In haar meest progressieve momenten duiken bands als Ved Buens Ende en Fleurety als referentie op maar er wordt ook met dissonanten gegoocheld. De zes lange songs zitten complex in mekaar maar weten te begeesteren. De triomfantelijk klinkende gitaarmelodieën in “Light delusion curtain” overmannen je met een gevoel van majestueusheid en een zekere romantiek. Haaks hierop staan de vervreemdende waanzin en ijskoude duisternis die o.a. in het chaotische en uit messcherpe riffs opgetrokken “Nutrient painting” geëtaleerd worden. Het titelnummer start met een simpele punky drumbeat, maar schakelt verderop naar galopperende ritmes over en ontpopt zich eveneens tot een complexe song. Yellow Eyes heeft zichzelf op “Rare field ceiling” weten te overtreffen en levert een avontuurlijke plaat af voor fans van allesbehalve rechtlijnige en gemakkelijk verteerbare black. Een plaat die de volle aandacht vraagt om geabsorbeerd te worden.

JOKKE: 85/100

Yellow Eyes – Rare field ceiling (Gilead media 2019)
1. Warmth trance reversal
2. No dust
3. Light delusion curtain
4. Nutrient painting
5. Rare field ceiling
6. Maritime flare

Blurr Thrower – Les avatars du vide

Tijdje geleden alweer dat hier nog eens iets van Les Acteurs de l’Ombre Productions passeerde. Hun nieuwste telg heet Blurr Thrower en het betreft hier een éénmansproject. In juli 2018 zag een eerste EP “Les avatars du vide” het digitale levenslicht, maar het Franse label brengt het onding nu ook fysiek uit. Het bestaansrecht van de band wordt gevoed door de angstaanvallen, hallucinaties en het isolement van de Parijzenaar die achter dit creatuur schuilgaat. Hij beschouwt Blurr Thrower in dit geval niet als een cathartische ervaring maar eerder als een neurose. De muzikant zijn psychische stoornis manifesteert zich in de vorm van lang uitgesponnen atmosferische black metal, waarbij de mosterd vooral gehaald werd bij Amerikaanse bands zoals Weakling, Ash Borer en Fell Voices en bij stijl- en landgenoten Paramnesia, Cepheide en Time Lurker. Vermits het vooral rond die eerste bands verdacht lang stil blijft, was een Cascadian style plaatje nog wel eens welgekomen. De occulte thematiek – hoewel ik daar bij het lezen van de Franse teksten niet veel van merkte – is echter niet zo veel voorkomend binnen deze stijl maar ligt dan wel weer in lijn met veel grondleggers en grootheden van de Franse black metal-scene. Ondanks het kalme cleane repetitieve openingsriffje van “Par-delà les aubes” gaan de drums meteen in blast-modus. Hierbij valt wel meteen de nogal dunne, droge en erg kort klinkende snaresound op. Wat meer galm had het drumgeluid meer ruimte gegeven en een upgrade van hi-hats en cymbalen had ook geen kwaad gekund. De gitaar begint rond de 2:30 grens naar de distorted kant over te hellen, wat voor een kolossale track van negentien minuten dus best meevalt als inleidende passage. Doorheen het lange nummer wordt regelmatig afgewisseld tussen introverte passages en uitbarstingen waarbij de blasts en schurende riffs lange tijd hetzelfde patroon aanhouden. Subtiele ondergrondse laagjes – ik ben niet zeker of deze via een keyboard of gitaar opgewekt worden – zorgen voor een hypnotiserend karakter waarover gekwelde vocalen hun angsten bezingen. Iets voorbij de dertien minutengrens en na een passage vol groots klinkende post-rock riffs, gaat Blurr Thrower in overdrive en horen we ook iets van een Turia doorschemeren. Tijdens deze manische ketelherrie klinkt Blurr Thrower op haar best. Na de storm valt de stilte terug in en ben ik verbaasd dat die eerste ellenlange song er toch al opzit. “Silences” moet qua speelduur echter niet onderdoen voor de opener en de titel zet je meteen al op het verkeerde been, want we krijgen à la minute een zwartmetalen pandoering om de oren. De drive zit er goed in en de zoemende riffs wiegen je stilaan in een trance waarbij de vloedpassages zich betrekkelijk weinig terugtrekken. Blurr Thrower is een veelbelovende nieuwe speler in de schemerzone van een genre dat wat op zijn retour is. De substroming een heus tweede leven inblazen is echter nog iets te hoog gegrepen. Daarvoor had de sound nog wel wat rauwer en bijtender moeten zijn. We zullen dus op één van de Amerikaanse vaandeldragers van de “Cascadian” sound – al dan niet woonachtig in deze geografische regio – moeten wachten voor een échte heropleving.

JOKKE: 79/100

Blurr Thrower – Les avatars du vide (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Par-delà les aubes
2. Silences

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate

Yellow Eyes – Immersion trench reverie

De nieuwe vierde plaat van Yellow Eyes was bijna door de mazen van het net geglipt en dat zou heel spijtig geweest zijn, want ik smaak deze band rond de broers Will en Sam Skarstad wel. Net zoals op voorganger “Sick with bloom” zit drumbeest Michael Rekevics  (Fell Voices, Vanum, Vilkacis, Vorde, …) nog steeds op de drumkruk en de bass-snaren worden gegeseld door Alex DeMaria (Anicon, Obaku). De band heeft er recent een korte Europese doortocht met het Duitse Ultha opzitten, waarbij ik ze spijtig genoeg niet aan het werk kon zien. Hopelijk lukt dat bij hun volgende passage wel. Om inspiratie op te doen, trokken beide broers een maand naar Siberië. De winterse geluiden verbonden aan deze geïsoleerde regio hebben hun sporen duidelijk nagelaten in het geluid van “Immersion trench reverie“, de plaat die hieruit volgde. Zo horen we in de ijl klinkende USBM van opener “Old alpine pang“, het begeesterende mid-tempo startende “Shrillness in the heated grass“, de titeltrack en het tien minuten durende “Jubilat” ondermeer Russische flat bells terug. Ruw, somber, desolaat en grauw beschrijven de black metal van het kwartet het best met “Velvet on the horns” als extreme uitschieter. Hoewel er enkel ruimte lijkt te zijn voor verschillende zwart- en grijsschakeringen wordt het einde van “Blue as blue” en “Shrillness in the heated grass” ingekleurd met harmonieuze gezangen van een vrouwenkoor dat in een Siberisch stadje opgenomen werd en in de titeltrack maakt het geblaf van wilde honden haar opwachting. Het zijn deze elementen en het gebruik van akoestische gitaarpassages die nog nét dat tikkeltje meer sfeer weten creëren en van “Immersion trench reverie” de beste Yellow Eyes-release tot op heden maken.

JOKKE: 83/100

Yellow Eyes – Immersion trench reverie (Gilead Media 2017)
1. Old alpine pang
2. Blue as blue
3. Shrillness in the heated grass
4. Velvet on the horns
5. Immersion trench reverie
6. Jubilat

Vanum – Burning arrow

De heren Kyle Morgan en Mike Rekevics kunnen weinig fout doen bij ondergetekende. Elke week spint er wel een plaat waar één van hen op te horen is haar rondjes op mijn draaitafel. Zij het Ash Borer, Predatory Light, Vilkacis, Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes of Ruin Lust. Met “Realm of sacrifice” leverde Vanum twee jaar geleden al een knap debuut af. Met een gezamenlijke tour met Ash Borer op de planning, levert het duo vers plaatwerk af, zij het deze keer een EP getiteld “Burning arrow“. Hoewel de drie songs gemiddeld een minuut of acht duren, zijn ze ten opzichte van het debuut meer gestroomlijnd en van overtollig vet ontdaan. Bovendien werd de inspiratie deze keer meer uit de klassieke Griekse en Slavische black metal scene van begin jaren negentig gehaald, hoewel er op het debuut ook al een enkele knipoog naar een band als Drudkh te ontwaren viel. Adjectieven die de sound en atmosfeer beschrijven zijn deze keer dus eerder “triomfantelijk”, “tragisch”, “bombastisch” en “glorieus” in plaats van “melancholisch” en “introspectief”. Doorheen de multi-gelaagde gitaarsound weerklinken orchestrale toetsen die refereren aan het latere werk van Bathory. Hoewel er links en rechts enkele typische signature riffs van Kyle opduiken, onderscheidt Vanum zich nu met een eigen smoelwerk meer van Ash Borer en Fell Voices. Op tekstueel vlak zijn de songs doordrongen van alchemie en het gedachtegoed van psycholoog Carl Jung met betrekking tot “nigredo” of “zwartheid”, in alchemistische termen ook wel “verrotting” of “ontbinding” betekenend. Jung interpreteerde “nigredo” als een moment van maximale wanhoop en zag het als een voorwaarde voor verdere persoonlijke ontwikkeling. De innerlijke zoektocht naar het zelfbewustzijn en de eindeloze persoonlijke strijd komen sterk tot uiting in deze spirituele black metal met “Spring of life” als hoogtepunt. Sterke EP die met elke luisterbeurt groeit. Benieuwd naar Vanum’s live show op Roadburn waarvoor bijkomende muzikanten uit het aanverwante Predatory Light opgetrommeld worden.

JOKKE: 85/100

Vanum – Burning arrow (Profound Lore Records/Psychic Violence 2017)
1. Watcher in the eastern sky
2. Immortal will
3. Spring of life

Michael Rekevics – Prefereert eerlijkheid boven aanstellerij of pose

Een paar maanden  geleden ontmoette ik de Amerikaan Michael Rekevics in de Antwerpse Kavka toen hij op tour was met Yellow Eyes. Hoewel hij zijn identiteit niet verbergt achter een welluidend pseudoniem zoals Frost of Hellhammer, is hij toch een opmerkelijke drummer. Wat Michael van vele andere black metal drummers onderscheidt, is zijn ongetemde energie en rauwe, primaire en agressieve speelstijl. We vinden de Amerikaan op de drumkruk terug bij tal van USBM bands (Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes, Vanum, etc.), maar daarnaast is Michael ook een multi-instrumentalist, wat hij bewijst met zijn éénmansbands Sleepwalker en Vilkacis. Omdat interviews met zijn bands schaars zijn, leek het me de ideale gelegenheid om Michael eens wat vragen voor te schotelen omtrent al zijn bands en projecten. Daar hij zo’n bezige bij is, heeft het dan ook nog enkele maanden geduurd vooraleer zijn antwoorden in mijn mailbox terecht kwamen. (JOKKE)

michael1(c) Jack Crosbie

Hi Michael! Laten we van start gaan met Yellow Eyes, de in New York gevestigde black metal band, die je in de loop van vorig jaar vervoegde ter vervanging van drummer Jon Chamberlin. Je dook de studio in met de Skarstad broers wat resulteerde in de release van “Sick with bloom” (Gilead Media), meteen ook het hoogtepunt in de Yellow Eyes discografie. Hoe ben je bij de band terecht gekomen en hoe verlief de Europese tour?
Ik ben al geruime tijd bevriend met Yellow Eyes. Ze deelden regelmatig de affiche met Vorde, Vilkacis en Fell Voices waardoor een gemeenschappelijke band tussen ons ontstond op vlak van gevoel en benadering van kunst en muziek. We voelden ons een soort outsiders binnen de dominante metal “scene” en groeiden op een natuurlijke manier naar mekaar toe als samenwerkers. Toen Jon aankondigde dat hij naar Californië wou verhuizen, vroegen ze me initieel enkel om de drums in te spelen op “Sick with bloom“. Ik ging de uitdaging meteen aan, maar was me er ook wel degelijk van bewust dat mijn drumstijl in vrij groot contrast staat met de techniciteit van Jon zijn speelstijl. Tijdens het schrijf- en repeteerproces werd me echter duidelijk dat de Skarstad broers gretig waren om samen met mij te schrijven in plaats van me enkel als menselijke drummachine te gebruiken waardoor ik al snel een vast bandlid werd in plaats van een sessielid. Het daaropvolgende tourproces is immens positief verlopen, waardoor ik er enorm naar uitkijk om met hen aan nieuw materiaal te werken.

Je bent het meest gekend als drummer van Fell Voices. Na het wereldwijde succes van Wolves In The Throne Room, begon de zogenaamde Cascadian black metal stijl uit zijn voegen te barsten. Samen met Ash Borer, bracht Fell Voices meerdere fantastische releases uit voor zij die het graag iets rauwer hebben vergeleken met Wolves In The Throne Room. Het laatste Fell Voices album (“Regnum saturni“) dateert alweer uit 2013. Wat is de status van de band? Is er een nieuwe plaat op komst?
Vooraleer op je vraag te antwoorden toch even meegeven dat Fell Voices zich nooit profileerde als een “Cacscadian” black metal band. De term “Cascadian” verwijst naar een specifieke geografische regio die zich uitstrekt van het Noord-Westen van de Verenigde Staten tot de Zuid-Westelijke hoek van Canada. Wij zijn ontstaan in Santa Cruz (California), HONDERDEN kilometers verwijderd van zelfs de meest zuidelijke uitloop van de Cascadian bergketen. Fell Voices als “Cascadian” bestempelen zou hetzelfde zijn als een band van Amsterdam bestempelen als Iberische black metal band. Totaal absurd!
Dit terzijde is er inderdaad vooruitgang met het nieuwe album, zij het enorm traag. Het schrijfproces bij Fell Voices verloopt erg organisch en collectief en wordt gekenmerkt door herhaling, improvisatie en voortdurende herziening. Het is niet zo simpel als één persoon die al het materiaal schrijft en dit de anderen aanleert, zoals bij andere bands waarvan de bandleden ver uit mekaar wonen. Het feit dat ik aan de andere kant van de Verenigde Staten woon, gekoppeld aan alle niet muziekgerelateerde verplichtingen, maakt het moeilijk om met enige consistentie aan de nieuwe plaat te schrijven. Dat gezegd zijnde, is Fell Voices zeker niet gedaan voor mij. Het spelen bij deze band is absoluut uniek ten opzichte van alle andere projecten waarbij ik betrokken ben en ik denk dat we allemaal de intensie hebben ons collectieve werk verder te zetten, zelfs als het de nodige tijd zal vragen.

Ondanks de radiostilte van Fell Voices tijdens de afgelopen jaren, heb je je volgers wel nog weten plezieren met twee andere bands, zijnde Vilkacis, waarmee je het rauwe “The fever of war” uitbracht en Vanum, een samenwerking met Kyle Morgan (Ash Borer en Predatory Light), wat in 2015 resulteerde in de schitterende “Realm of sacrifice” plaat die uitkwam op Profound Lore. Hoewel beide bands als ruwe, doch atmosferische black metal omschreven kunnen worden, wou ik graag weten waar voor jou persoonlijk het verschil ligt tussen Vilkacis en Vanum. Vanwaar de drang om de Vilkacis plaat uit te brengen, daar er toch heel wat parallellen getrokken kunnen worden met het werk van Fell Voices?
Elk project waarin ik betrokken ben, is uniek omwille van de welbepaalde groep mensen die erin samenwerkt (of het ontbreken daarvan zoals bij Vilkacis). Hoewel er dus een zekere mate van sonische gelijkenissen te bespeuren valt, verschilt de chemie van elk van de projecten dus wat mij betreft. Daarenboven zijn zowel Vanum als Vilkacis vanuit compositorisch standpunt veel meer “song” gericht dan Fell Voices. Daar waar Fell Voices meer en meer richting een onverzettelijke minimalistische en pure krachtinspanning opschoof, gefocust op gevoel en hypnotiserend effect, gaan de twee andere, meer recentere projecten, eerder op zoek naar een grotere melodieuze en structurele dynamiek. Naarmate meer werk uitgebracht wordt door beide bands, zullen de verschillen in benadering en intentie volgens mij nog duidelijker worden. Vilkacis is van alle projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte, daar grotendeels gebonden aan een single-minded nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Vanum, echter, verkent meer en meer het potentieel van textuur en zowel ritmische als structurele variatie als verhalend en emotioneel element.

vilkacis-europa
(c) Invisible Oranges Instagram

Welk project beschouw je zelf als het meest dierbare? Ik kan veronderstellen dat – hoewel allemaal op de één of andere manier met elkaar verbonden – er een verschil in persoonlijke voldoening en ontwikkeling als muzikant bestaat, afhankelijk van het feit of je enkel als drummer actief bent en geen deel neemt aan het schrijfproces of wanneer je zelf voor alles verantwoordelijk bent in je éénmansbands? In welke projecten ben je actief bij het schrijfproces betrokken?
Ik kan niet zeggen dat één welbepaald project het belangrijkste voor mij is. Zoals eerder gezegd, reflecteert elke band een unieke relatie tussen mijzelf en de andere leden, waardoor elke samenwerking onderscheidend en waardevol is voor mijn creatief proces. Ik tracht actief bij te dragen tot het schrijfproces van elke band waar ik deel van uitmaak, waardoor elk project een aspect van mijn zelfexpressie reflecteert en een bewijs naar buiten draagt van mijn persoonlijke bijdrage.

Enkele van je bands hebben New York als uitvalsbasis, terwijl andere gesitueerd zijn in Californië. Waar woon jij en maken de afstanden het niet moeilijk om te reizen afhankelijk van de band waar je mee optreedt, opneemt of repeteert?
Ik woon sinds zes jaar in New York, maar ben oorspronkelijk afkomstig van Californië. Fell Voices ontstond in Santa Cruz (Californië) en mijn bandmakkers leven nog in die buurt. De live muzikanten van Vanum wonen allen verspreid over het westen van de Verenigde Staten. Hoewel het wel degelijk een dure en tijd consumerende bezigheid is om alle bands gaande te houden, is de connectie die ik met de andere individuen als vriend of muzikant heb uiteindelijk veel belangrijker dan gemakzucht of functionaliteit.

Een project dat zich enigszins onderscheid van de rest is Sleepwalker. Hoewel dikwijls omschreven als black metal met ambient en post-rock invloeden, zei je me dat je het zelf eerder als indie rock beschouwt. Na enkele draaibeurten van de vinyluitgave van je demo uit 2010 versta ik beter waarom je er dit label aan ophangt, vooral in het akoestische “Dead moon“. Welk doel had je voor ogen met het oprichten van Sleepwalker en welke invloeden zijn er merkbaar? Waarom beschouw je Sleepwalker als indie rock?
Het conceptueel begin van zowel Vilkacis en Sleepwalker gaat terug naar de Letse mythologie waaraan de bandnaam Vilkacis ontsproten is. De mythe van de vilkacis (letterlijke vertaling: “wolfsogen”), zoals ze mij verteld werd, handelt over een weerwolfachtige geest die uit de dromen van een sterfelijk individu ontstaat en gedurende de nacht een ravage aanricht om pas bij ochtenddauw terug te keren en te dematerialiseren in het onderbewustzijn van de dromer. Ik werd in het verhaal aangetrokken door zowel het ontbreken van fysische transformatie als de helende functie die het beest leek te hebben in het omgaan met psycho-spirituele onderdrukking. Er lag een zekere intelligentie en nuance in deze mythe die ik grotendeels vond ontbreken in de andere weerwolf mythologieën die ik voorhaan had gelezen. In 2007 werd deze mythe de centrale tekstuele en thematische focus voor mijn toenmalige nieuwe project Sleepwalker. Oorspronkelijk had ik de intentie om dit project Vilkacis te dopen, maar verkoos uiteindelijk een iets subtielere naam die beter pastte bij de sonische kwaliteiten waarmee ik aan het werk was: de droom die het beest voortbrengt eerder dan het beest an sich. De logica verder trekkend, omvat Vilkacis de andere kant van het spectrum: geheim, gewelddadig en onverzettelijk, zoals het beest zich manifesteert.
Muzikaal gezien vormen mijn invloeden voor Sleepwalker voornamelijk de noise rock acts uit de late jaren ’80 zoals Sonic Youth en My Bloody Valentine ten tijde van “Isn’t anything“. Dat gezegd zijnde, vonden de atmosfeer en kracht van black metal onvermijdelijk ook hun weg naar het geheel. Ik denk dat ik ultiem op zoek was naar een soort van niet-idiomatische vrijheid die het black metal label niet noodzakelijk toelaat, vandaar de deels als grap bedoelde “indie rock” omschrijving. Ik erken en respecteer dat er een soort van code in black metal bestaat en dat een zuiverheid qua visie en doel daar belangrijk voor is. Ik wou niet lichtvoetig of onrespectvol omgaan met het genre en haar traditie waar ik een enorm respect voor heb. Ik denk dat dat een veel voorkomend probleem is bij tal van hedendaagse bands: de onmogelijkheid om zich te differentiëren tussen invloeden en de daadwerkelijke hechting aan een genre en traditie.

Ik kom niet dikwijls bij muziek uit die door sommigen als black metal omschreven wordt en door anderen als indie rock, wat het interessant maakt, omdat de meeste mensen muziek graag in hokjes onderbrengen. Bands zoals een Watain of een Marduk zien black metal gerelateerd aan duivelaanbidding. Vermits ik geen satanische referenties terug vind in je muziek – behalve misschien bij Vorde, wiens teksten handelen over occulte en gnostische onderwerpen – vroeg ik me af wat black metal voor jou betekent en welke definitie jij aan dit genre geeft? Naar welke niet-metal gerelateerde muziek luister je verder nogal?
Zonder overdrijven, staat black metal voor spirituele oorlog. De generieke kenmerken van metal zijn uiteindelijk van weinig belang voor mij. Wat mij aanspreekt en interesseer is de ecstatische spirituele traditie die veel van wat zich als black metal identificeert, onderbouwt: een traditie die de moderne idiomatische opvatting van “metal” voorafgaat, één die voor mij meer resoneert met de “Chöd“-rituelen van de boeddhistische en “Bön“-tradities of het “Sama“-ritueel van het soefisme. Het doorsnijden van het ego om tot een meer zuivere destillatie van je eigen geest te komen. Diezelfde zienswijze kan eveneens aangeboord en benaderd worden vanuit de perspectieven van satanisme of heidendom, persoonlijke esoterische oefeningen enzovoort.
Wat mijn non-metal muzikale smaak betreft, ben ik vooral geïnteresseerd in pure en onvolprezen expressie, wat zich in verscheidene vormen manifesteert. Ik probeer mezelf en mijn interesses niet te beperken tot het ghetto van deze homogene subcultuur. Het filosoferen even daar gelaten, is de muziek van Phil Lynott, Greg Sage en John Coltrane doorheen de jaren van grote betekenis voor mij geweest.

Tijdens mijn roadtrip door Noorwegen van vorig jaar werd me duidelijk waarom Noorse black metal bands inspiratie halen uit de natuur en de koude winters en iconische albumhoezen regelmatig gelijk staan aan gecorpsepainte individuen die in donkere bossen poseren. Hetzelfde geldt voor punk en hardcore bands die in een urbane/industriële omgeving opgroeien en bijvoorbeeld met graffiti bekladde muren als achtergrond voor bandfoto’s gebruiken. Waar haal jij – als black metal muzikant – inspiratie uit?
Mijn inspiratie komt voornamelijk eerder vanuit een innerlijke zoektocht dan van invloeden van buitenaf, hoewel je omgeving onvermijdelijk een zekere impact op je heeft. Hoewel het niet iets is dat ik toen perse probeerde vast te leggen, kan ik er niet omheen dat ik de invloed en aanwezigheid van de regenachtige en dichte mist van de kust in Santa Cruz, waar ik leefde, terug voel en hoor als ik naar de platen van Fell Voices en Sleepwalker luister. Dat gezegd zijnde voel ik uiteindelijk niet dat mijn locatie zo’n enorme impact heeft op wat ik tegenwoordig creëer. Ik woon nu in New York City en ik zou mijn huidige projecten nu niet meteen als “stads” of “industrieel” omschrijven.

Het lijkt me duidelijk dat je het grootste deel van je tijd muzikaal gezien op je drumstoel doorbrengt, hoewel je ook gitaar en basgitaar speelt. Beschouw je jezelf voornamelijk een drummer of eerder een multi-instrumentalist? Op welke leeftijd besloot je te beginnen met drummen en welk parcours heb je sindsdien afgelegd? Wie zijn je voornaamste inspiratiebronnen als drummer en wat trekt je zo aan in dit instrument?
Ik speelde eigenlijk al veel langer gitaar alvorens ik met drummen begon, maar uiteindelijk bespeelde ik beide instrumenten reeds als kind. Ik denk dat wat me toen aantrok tot drummen nog steeds datgene is waarom ik ook nu nog zo van het instrument hou: het fysische aspect ervan. Ik apprecieer de onverwijlde natuur van ritme. Het gebrek aan bemiddeling tussen de ideeën van woede en razernij en de heel echte fysische manifestatie van die idee. Er ligt een zuiverheid qua expressie in drummen.

Ik heb je twee keer live als drummer bezig gezien. De eerste keer was tijdens de tour van Fell Voices met Ash Borer in Ancienne Belgique en de tweede keer was tijdens de Europese Yellow Eyes tour. Hoewel muziek niet als een wedstrijd beschouwd dient te worden, prefereer ik Ash Borer op plaat iets boven Fell Voices, hoewel jullie live set ongemeen intens was en die van jullie vrienden oversteeg. Tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit een drummer zo intens aan het werk gezien. Niet alleen was je voortdurend als een gek over je drums aan het rossen, je was tegelijkertijd ook je longen uit je lijf aan het screamen – zonder gebruik van een microfoon – waarbij de primaire screams zelfs nog boven de muzikale razernij uitkwamen en me perplex deden staan. Wat me zo in je drumstijl aanspreekt is dat je niet lijkt te drummen met je verstand maar met je hele lijf, wat duidelijk werd bij het aanschouwen van je spieren en lichaam die duidelijk afzagen tijdens de intense snelheid waarmee je aan het performen was.
Mijn manier van drummen is simpelweg een verlenging van wat ik onder black metal versta: black metal IS oorlog! Als het geen pijn doet, doe ik het niet goed. Voor mij is dat gevoel van totale toewijding en opgave absoluut noodzakelijk om me in die staat te krijgen die ik wil bereiken.

michael2(c) Stefan Raduta

Tijdens je Yellow Eyes set merkte ik op dat je misschien niet de meest metronoomvaste drummer in de scene bent – wat ook niet perse altijd noodzakelijk is – maar dit is op een bepaalde manier charmant en het past goed bij de ruwe en ongetemde muziek van zowel Fell Voices als Yellow Eyes. In vergelijk met vele death metal muzikanten die dikwijls onafgebroken staan te headbangen of over het podium hossen, beweegt het merendeel van de black metal muzikanten amper wanneer ze live optreden, en lijken ze zich daarbij eerder te focussen op foutloos spelen dan in hun optreden op te gaan. Bij Yellow Eyes zouden jij en je drumstel vooraan op het podium moeten staan want terwijl de anderen vrij passief optreden, vraag en ontketen jij de meeste energie binnen de band. Vind je het in zekere zin niet spijtig dat de andere bandleden niet zo veel energie lijken te geven als jijzelf?
Ik speel met veel kracht omdat dat de manier is waarop ik moet spelen. Ik hoef of verlang hetzelfde niet van anderen. Bij black metal ga ik eerder op zoek naar focus en intentie dan naar energie. Ik ben niet noodzakelijk geïnteresseerd in entertainment of rock ’n roll capriolen op het podium. Als gevolg hiervan ben ik dus niet teleurgesteld in het gebrek aan energie bij mijn bandmaten of hun niet-verbondenheid met het publiek. Ik prefereer eerlijkheid boven aanstellerij of pose.

Het moge duidelijk zijn dat je niet kan leven zonder muziek. Naast alle reeds eerder besproken bands, maakt Metal Archives nog vermelding van tal van andere – al dan niet nog bestaande – projecten zoals Astron Argon, Demencia, Mohoram Atta, Resin Hits en Skeleton Closet. Wat kan je hierover kwijt? Waar ben je momenteel nog zoal mee bezig?
Ik speel reeds vijftien jaar lang live met allerhande bands, waarvan een groot deel het vermelden niet waard is. Momenteel ben ik erg druk bezig met allerhande zaken. Ik heb juist het nieuwe Vilkacis album “Beyond the mortal gate” afgewerkt dat in de herfst zal uitkomen via Psychic Violence. Ruin Lust heeft het opnemen van een nieuwe plaat bijna afgewerkt. Vanum staat op het punt aan een nieuw album te beginnen. Vorde is intensief bezig geweest met het schrijven van een nieuwe langspeler. En Yellow Eyes heeft de bedoeling om zich aan nieuw materiaal te zetten zodra de korte US tour, die momenteel bezig is, achter de rug is. Buiten black metal, heb ik me de laatste jaren ook bezig gehouden met een project genaamd Grey Hell, wat een beetje een terugkeer naar mijn punk roots inhoudt. Verwacht enkele demo’s van dit project in de nabije toekomst!  

Bedankt voor het interview!
Jij bedankt! De interesse in mijn bands en projecten wordt oprecht gewaardeerd.

 

Cepheide – Respire

Het Parijse Cepheide kwam al eerder op Addergebroed aan bod toen hun demo De silence et de suie onder de loep genomen werd. Ondanks de monotone vocalen hoorde ik wel het nodige potentieel in hun groezelige, doch atmosferische black metal. Nu het lichtjes fantastische Falen Empire Records het duo onder haar vleugels heeft genomen voor de vinylrelease van de reeds vorig jaar uitgebrachte EP “Respire” ben ik benieuwd te horen hoe Cepheide het er twee jaar na datum vanaf brengt. Beide Fransen – ondertussen zou de line-up verdubbeld moeten zijn zodat ze ook live aan het werk kunnen – schotelen ons twee erg uitgesponnen tracks voor van respectievelijk zeventien en negentien minuten speelduur, waardoor deze EP niet bepaald kort uitvalt. Nog steeds zijn de hysterische getormenteerde screams van zanger/drummer Gaetan even wennen, voornamelijk door de eentonigheid (ik vermoed nog steeds dat er geen échte lyrics aan te pas komen), maar het stoort me een pak minder. De monotone uithalen fungeren hier eigenlijk eerder als een extra laag/instrument in het atmosferische geheel dan dat ze een bepaalde boodschap willen uitdragen (alhoewel pijn en depressie nooit veraf lijken te zijn). Na een aanloopfase die wel ettelijke minuten in beslag neemt, krijgen we in “Le souffle brulânt de l’immaculé“ quasi voortdurend aan een hoog tempo voortrazende black metal te verteren die nog steeds een duidelijke link heeft met de Amerikanen van Fell Voices en Ash Borer, behalve op vocaal gebied dan waar eerder depressieve black metal paden verkend worden. De doomy ondertoon van de riffs in combinatie met de wanhoop van de zang, geven dit geweld een zekere tristesse mee. In “La chute d’une ombre” tapt Cepheide deels uit een ander vaatje, want deze song zwelt via sinistere ambient/drone en desolate gitaarecho’s, waarbij de spanning te snijden valt, gestaag aan tot een broeierige lavastroom aan majestueuze en epische black metal. Eens de opgekropte woede uit het systeem is, wordt de spanning middels post-rockachtige gitaren opnieuw opgebouwd om uiteindelijk te ontaarden in een broeierige apotheose waarin alle verkende stijlelementen samenvallen en je bij je nekvel grijpen. Op productioneel vlak werd lichte vooruitgang geboekt, hoewel het geheel nog steeds een overduidelijke underground waas en feel uitademt. Vrij onconventioneel voor dit type black metal is dat de basgitaar toch ook zijn plaatsje in het geheel opeist en deining in het gladde gitaaroppervlak veroorzaakt. Ook het begeesterende artwork mag niet onvermeld blijven. Zonder haar roots te verloochenen heeft Cepheide duidelijke stappen voorwaarts gezet en met “Respire” een meer dan interessante EP uitgebracht. Vooral de meer ambient/black benadering van de tweede song mag van mij in de toekomst verder uitgediept worden.

JOKKE: 82/100

Cepheide – Respire (Fallen Empire Records 2016)
1. Le souffle brulânt de l’immaculé
2. La chute d’une ombre