folk

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Jordablod – The cabinet of numinous song

Black metal-bands die het niet al te nauw nemen met het strak keurslijf dat het genre ooit had: altijd fijn. Het Zweedse Jordablod is zo’n band die er niet voor terugdeinst om buiten de lijntjes te kleuren. Dat maakt de tweede langspeler “The cabinet of numinous song” ons duidelijk. Het duivelse trio serveert een aanstekelijk geluid waarvan de hoofdmoot uit hypnotiserende black bestaat met side dishes van post-punk, death metal en pastorale loner-folk, wat een gelijkaardig naargeestig sfeertje oproept zoals een Hagzissa dat bijvoorbeeld ook weet neer te zetten. De mengelmoes aan stijlen en invloeden klinkt nergens geforceerd en zet een intrigerend universum neer dat verder bouwt op het uit 2017 stammende debuut “Upon my cremation pyre“. De ruwe maar organische sound draagt bij aan de flow van de muziek en versterkt het occult karakter. De stuwende basgitaar geeft het geheel extra schwung, vooral in een nummer als “The beauty of every wound” waarin die post-punk invloeden overduidelijk aanwezig zijn. “Blood and rapture” klinkt dankzij diens aanstekelijke riffs dan weer heel catchy, zonder plat of goedkoop te zijn. In de titeltrack kiest het trio dan weer resoluut voor een instrumentale aanpak waarbij het nummer een gestage opbouw kent die vertrekt vanuit een introspectieve rust maar culmineert in een uitbarsting van opzwepende energie. Tijdens de meest woeste momenten zoals bijvoorbeeld de aftrap van het meer dan acht minuten durende “To bleed gold” durf ik er gerust ook een band als Vanum bijhalen, omdat er onder de woestenij ook een onderhuidse melancholie verborgen zit. Jordablod levert met “The cabinet of numinous song” een sterke gevarieerde plaat af voor wie op zoek is naar uitdagende black.

JOKKE: 83/100

Jordablod – The cabinet of numinous song (Iron Bonehead productions 2020)
1. A grand unveiling
2. The two wings of becoming
3. Hin ondes mystär
4. The beauty of every wound
5. Blood and rapture
6. The cabinet of numinous song
7. To bleed gold

Ofdrykkja – Gryningsvisor

Depressieve black metal is een niche die doorgaans niet aan ondergetekende besteed is. Dat het Ofdryykja’s dada wel is, zouden de Zweden aan de hand van hun derde telg “Gryningsvisor” willen bewijzen. Het is in elk geval geen droeftoeterig toneeltje dat de band ten berde brengt want de heren hebben een zwaar verleden van alcoholisme (de bandnaam is trouwens IJslands voor “dronkenschap”), drugsverslavingen en gevangenschap. De Zweedse albumtitel laat zich vertalen als “ballades bij dageraad” en heeft haar naam niet gestolen. De twaalf nieuwe nummers bevatten op de black metal vocalen na, immers weinig stijlelementen van Satan’s geliefkoosde muziek. Dit is veeleer een uur lange trip vol melancholische folkklanken met links en rechts een infusie van bleke black metal-riffs. De feeërieke vrouwelijke zang van Miranda Samuelsson klinkt betoverend mooi en heeft bijwijlen een shamanistisch kantje zoals we dat ook kennen van de oudste Siebenbürgen-platen. Hoewel ze geen officieel bandlid is, heeft deze dame een grote rol op “Gryningsvisor” toegewezen gekregen wat ik toejuich. Verder ook veel akoestische gitaren, cello’s, een Keltische lier en violen waarbij al het getokkel echter niet altijd de gevoelige snaar weet te raken. Wanneer de – niet altijd even goed vertolkte – mannelijke vocalen helder in plaats van krijsend zingen, valt er ook een Agalloch-aura als een warme mantel over de atmosferische muziek. Voor agressie ben je hier aan het verkeerde adres, dit is een ingetogen en introspectieve reis die grotendeels als een traag kabbelend beekje doorheen je emoties meandert. Productioneel bevat de sound veel diepte en dat valt letterlijk te nemen want het grootste deel van de muziek zit volledig achteraan in het panorama verstopt waarbij een nogal vlakke en tamme snaredrum het ritme aangeeft. De melodieuze elementen eisen de spotlights op wanneer het hun beurt is. Het zijn deze momenten die “Gryningsvisor” redden want aan de basis klinkt hun negativisme nogal saai, mak en inspiratieloos. De plaat begint nog wel pakkend met het beklijvende burzumeske The swan“, dat voor componist Drabbad als de zwanenzang van zijn “oude zelf” dient, en het mooie “Swallowed by the night” maar nadien vallen enkel “Wither” en het volledig door Miranda gezongen “Her Mannelig” nog positief op. Voor de fans van het genre is dit misschien een aardige luisterplaat, voor mij kan de aandacht geen uur vastgehouden blijven (de emoties hakken er niet in) en staan er ook te veel vlakke niemendalletjes zoals “Våra minnens klagosång“, “Skymningsvisa” en “Köldvisa” op de plaat. Wel moet gezegd worden dat “Gryningsvisor” mooi artwork (Skogens Rymd Art) heeft en prachtige bandfotografie van de hand van zanger Pessimisten.

JOKKE: 66/100

Ofdrykkja – Gryningsvisor (Art Of Propaganda 2019)
1. Skymningsvisa
2. The swan
3. Swallowed by the night
4. Ensam
5. Wither
6. In i natten
7. As the northern wind cries
8. Herr Mannelig
9. Våra minnens klagosång
10. Köldvisa
11. Grey
12. Gryningsvisa

Wandar – Zyklus

Bij de albumtitel “Zyklus” denk ik meteen aan Lunar Aurora’s (RIP) zesde langspeler. Er is nu echter nog een Duitse black metal-band die dit woord geschikt vond als titel. Wandar is de band in kwestie, een Duits collectief waar ik nog nooit van gehoord had, maar waar Vendetta Records nu verandering in brengt. Het is de tweede langspeler voor het kwintet, maar voor het debuut “Landlose Ufer” moeten we al zo’n kleine zeven jaar terug in de tijd kijken. Maar nu “Zyklus” dus; middels zeven nummers en zo’n drieënvijftig minuten etaleren deze Germanen een geluid dat haar wortels heeft in traditionele (Scandinavische) black, folklore en klassieke muziek. Voor wie een ijkpunt nodig heeft, kan ik een band als Helrunar erbij halen. De klassieke elementen vertalen zich ondermeer via pianopartijen (“Tothfall“), heldere vrouwenzang en strijkers zoals cello en viool (“Fylgia“). Dit laatste nummer start feeëriek maar ontpopt zich nadien tot een furieuze black metal-storm, totdat die weer gaat liggen en ijle vrouwenzang ons dieper het woud inlokt. Een dynamisch en knap luisterspel waarbij voor de Duitstalige raspende screams een haast verhalende rol weggelegd is. De symfonische elementen blijven hierbij héél subtiel ingezet worden. Het folky element komt het meest naar voor in het akoestische “Rast” waarin zowel fluisterende als vervormde stemmen een spookachtig verhaal lijken te vertellen. Het is de enige song die op een drietal minuten afklokt, terwijl de andere composities allen met de acht minuten grens flirten. Het nummer fungeert tevens als rustpunt, want met het melancholische “Se(e)hen” wordt het tempo terug opgeschroefd. In “Heimgang” schetsen toetsen een sinistere sfeer. Later in het nummer duiken nog wat modern klinkende Zweedse death metal-invloeden op. Gevarieerde vrouwelijke stemmen en akoestische gitaren fleuren het nummer verder op. Tegen dat we aan het afsluitende “Basalt” gekomen zijn, begint de verzadiging wel op te treden. De productie van “Zyklus” is krachtig en transparant zonder té afgelikt te klinken en werd door de band zelf verzorgd. Duits en degelijk, maar minder gevaarlijk dan het doodshoofd op de hoes doet uitschijnen.

JOKKE: 79/100

Wandar – Zyklus (Vendetta Records 2019)
1. Winden
2. Tothfall
3. Fylgia
4. Rast
5. Se(e)hen
6. Heimgang
7. Basalt

Chelsea Wolfe – Birth of violence

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wie had verwacht dat Chelsea Wolfe op haar nieuwe album “Birth of violence” opnieuw de hardere kaart zou uitspelen zoals op de sublieme voorganger “Hiss spun” komt bedrogen uit. Mevrouw Wolfe blinkt uit in het schrijven van nummers die een sombere schoonheid en American desolation blues in zich dragen wat zich doorheen haar discografie al op verschillende manieren uitte. “The grime and the glow” uit 2010 stond vol lo-fi bedroom recordings, terwijl “Unknown rooms” uit 2012 vele akoestische momenten bevatte. Tussen deze platen verscheen “Apokalysis” waarop elektrische wegen vol heavy uitspattingen ingeslagen werden, een aanpak die op het in 2017 verschenen “Hiss spun” herhaald werd en tot haar beste plaat leidde. Op “Pain is beauty” (2013) en diens opvolger “Abyss” (2015) werd dan weer succesvol met elektronische elementen geëxperimenteerd en werden de songs ingevuld met volledige bandarrangementen. Chelsea Wolfe’s muziek werd steeds voller en concentreerde zich op het live-element, wat best een contradictie is gezien het persoonlijke en geïsoleerde karakter van haar muzikale hersenspinsels. “Birth of violence” laat een terugkeer horen naar het teruggetrokken karakter van haar oudste werk en werd geschreven en opgenomen in de eenzaamheid van haar afgelegen huis in Noord-Californië. De chaos en survival mode die onlosmakelijk met het tourleven verbonden zijn, begonnen na acht jaar hun tol te eisen, waardoor me time broodnodig was. De impact van de talloze kilometers en voortdurende uitputting vonden hun weg naar nummers als “The mother road“, “Highway” en “Deranged for rock ’n roll“. Er worden ook hedendaagse topics aangekaart zoals de problematische schietpartijen op Amerikaanse scholen in het mineur-slaapliedje “Little grave” en de vernietiging van onze planeet op de donkere ballade “Erde“. “Birth of violence” laat geen onorthodoxe texturen of aanpak horen. De kern van de twaalf nummers bestaat uit Chelsea Wolfe’s innemende zang – in het intieme “Be all things” en het feeërieke “When anger turns to honey” in staat tot het creëren van vochtige ogen – gekoppeld aan haar akoestische gitaar. Waar nodig worden de songs aangevuld met vioolpartijen van Ezra Buchla en drums van Jess Gowrie, twee muzikanten waar Wolfe in het verleden ook al mee samenwerkte. Twaalf keer op rij weet Chelsea Wolfe een pakkende intieme atmosfeer en onheilspellende elegantie neer te zetten waarmee ze de eer van de Amerikaanse singer-songwriter en folk cultuur hoog houdt. Straffe straffe straffe madam!

JOKKE: 87/100

Chelsea Wolfe – Birth of violence (Sargent House 2019)
1. The mother road
2. American darkness
3. Birth of violence
4. Deranged for rock & roll
5. Be all things
6. Erde
7. When anger turns to honey
8. Dirt universe
9. Little grave
10. Preface to a dream play
11. Highway
12. The storm

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Saor – Forgotten paths

Atmosferische black metal heet dat dan. Het sub-genre waarbij de melodieuze ontwikkeling van een muzikaal thema – en niet zozeer het creëren en assembleren van riffs – moet zorgen voor de gevoelsmatige eenheidsdraad die door het album wordt geregen. Nogal wat bands mengen snellere black metal in Zweedse stijl met postrock en klassieke invloeden, maar het Schotse Saor onder leiding van Andy Marshall gooit het over een eerder folky boeg door in te zetten op een geluid dat de luisteraar weemoedig terug hoort te voeren naar de serene majestueuze kracht van de natuur. Nu heb ik op verdacht weinig boswandelingen een kerel horen krijsen over elektrische gitaren, maar dat kan natuurlijk liggen aan het feit dat ik steeds het black metal videoclipseizoen lijk te missen. “Forgotten paths” is het vierde album van Saor,dat van solo-project al een heuse poos is uitgegroeid tot een, op menig podia prijkende, live band. Net als bij de vorige platen krijgen we met slepende gitaarleads doorspekte en voornamelijk up-tempo tracks van een behoorlijke lengte voorgeschoteld. Maar het voelt allemaal wat ingetogener aan. De stem wordt sporadischer ingezet dan voordien en zowel cleane zang als screams gaan meer op in het geheel van de nummers waar ook een instrumentaal werk bijhoort. De gastmuzikanten, waaronder Neige van Alcest, zijn van een behoorlijk niveau en zeker niet slechts frivole marketing toevoegingen, luister maar naar “Bròn“. Kortom dit is een plaat die je als liefhebber van hoempaloze folk metal of atmosferische black metal zonder twijfelen kan aanschaffen.

Xavier – 86/100

Saor – Forgotten paths (Avantarde Music 2019)
1. Forgotten paths
2. Monadh
3. Bròn
4. Exile

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover

 

Emma Ruth Rundle – On dark horses

Roadburn zondag 23 april 2017. Compleet in extase door het sublieme optreden van Ulver verlaat ik de grote zaal van 013 en zie aan de Green Room een massa mensen staan kijken naar de performance van Emma Ruth Rundle. Ik steek mijn kop half binnen en wordt nogmaals weggeblazen, ook al zie en hoor ik maar de helft van het laatste nummer van haar setlist. Emma staat moederziel alleen, enkel vergezeld van haar gitaar op het podium en weet een zaal vol bebaarde en getatoeëerde muziekliefhebbers muisstil te krijgen. Meer heeft deze singer songwritster niet nodig om mij en vele anderen te overtuigen. Nadien heb ik het nummer “Real big sky” al minstens honderd keer beluisterd en telkens denk ik terug aan die magische kennismaking. Eens terug thuis ga ik op zoek naar haar werk. Ik schaf in sneltempo haar platen “Some heavy ocean” (2014), “Marked for death” (2016) en de samenwerking met Jaye Jayle getiteld “The time between us” (2017) aan. Het instrumentale album “Electric guitar one” vind haar weg naar mijn collectie later. Ik heb ook aan één noot genoeg om de EP en langspeler van haar voormalige band Marriages aan te schaffen. Dit bleek de verderzetting te zijn van postrock band Red Sparowes, maar die platen stonden reeds in mijn platenkast. De folkgaze van haar band The Nocturnes, doet me dan weer minder. Ik zie de Amerikaanse nadien drie keer live aan het werk en telkenmale weet ze mijn hart en ziel te veroveren of het nu onder begeleiding van haar liveband is of solo. Het knappe aan de liedjes van Emma is immers dat ze ook in hun puurste akoestische vorm overeind blijven en met de nodige beleving gebracht worden. Dat ze er een naarstig werktempo op nahoudt, blijkt uit het feit dat we middels “On dark horses” opnieuw vers werk voorgeschoteld krijgen en dat terwijl de in Louisville gebaseerde zangeres bijna voortdurend op tour is. Emma wordt op deze derde langspeler bijgestaan door drummer en percussionist Dylan Naydon (Wovenhand), bassist Todd Cook (Jaye Jayle) en Evan Patterson ofte mister Jaye Jayle himself op gitaar, piano en zang. De verwachtingen zijn als fanboy natuurlijk hoog, torenhoog. De plaat opent met de eerste single “Fever dreams“, een song over angsten (“A life spent uneasy, in pieces, always in pieces here/ A life rent out completely, release me away from fever dreams.“) waarin invloeden van de goth-folk van labelgenote Chelsea Wolfe doorschemeren. Extreem emotioneel en traag opbouwend naar een meer verheven einde. In “Control” is de reverb alom tegenwoordig waardoor deze song perfect op Marriages’ “Salome” had kunnen staan. In tweede single “Darkhorse” wordt de innemende stem van Emma bijgestaan door een mix van donkere Americana, mineur akkoorden en een goth-grandeur met bovendien veel aandacht voor percussie. Het was het eerste nummers dat voor de nieuwe plaat geschreven werd en als emotionele blauwdruk voor de rest van de nummers gold. “In the wake of weak beginnings, we can still stand high” horen we Emma zingen, een tekstregel die verwijst naar het volharden in de nasleep van een groot trauma. Het eerste trio songs is reeds voldoende om het album te doen slagen en ook de andere nummers weten te overtuigen of het nu een meer intieme song zoals “Races” is of het groots klinkende en meezingbare “Dead set eyes“. Op de tweede helft van de plaat valt “Light song” nog op, een – in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden – donker, psychedelisch en meeslepend nummer waarop Emma vocaal bijgestaan wordt door de zware, intrigerende stem van Evan, tevens vormgever van de plaat én haar man in spe. “You don’t have to cry” sluit af en is misschien wel het meest breekbare en ontroerende nummer van “On dark horses“. Hoewel de “dark horses” symbool staan voor de familiale tragiek, verslavingen en mentale problemen van Emma, schijnt er steeds een hoopvolle boodschap door in haar muziek en teksten. Ik ben er zeker van dat veel luisteraars kracht zullen putten uit deze knappe, pakkende plaat of er een luisterend oor in zullen vinden.

JOKKE:  91/100

Emma Ruth Rundle – On dark horses (Sargent House 2018)
1. Fever Dreams
2. Control
3. Darkhorse
4. Races
5. Dead set eyes
6. Light song
7. Apathy on the Indiana border
8. You don’t have to cry