folk

Ofdrykkja – Gryningsvisor

Depressieve black metal is een niche die doorgaans niet aan ondergetekende besteed is. Dat het Ofdryykja’s dada wel is, zouden de Zweden aan de hand van hun derde telg “Gryningsvisor” willen bewijzen. Het is in elk geval geen droeftoeterig toneeltje dat de band ten berde brengt want de heren hebben een zwaar verleden van alcoholisme (de bandnaam is trouwens IJslands voor “dronkenschap”), drugsverslavingen en gevangenschap. De Zweedse albumtitel laat zich vertalen als “ballades bij dageraad” en heeft haar naam niet gestolen. De twaalf nieuwe nummers bevatten op de black metal vocalen na, immers weinig stijlelementen van Satan’s geliefkoosde muziek. Dit is veeleer een uur lange trip vol melancholische folkklanken met links en rechts een infusie van bleke black metal-riffs. De feeërieke vrouwelijke zang van Miranda Samuelsson klinkt betoverend mooi en heeft bijwijlen een shamanistisch kantje zoals we dat ook kennen van de oudste Siebenbürgen-platen. Hoewel ze geen officieel bandlid is, heeft deze dame een grote rol op “Gryningsvisor” toegewezen gekregen wat ik toejuich. Verder ook veel akoestische gitaren, cello’s, een Keltische lier en violen waarbij al het getokkel echter niet altijd de gevoelige snaar weet te raken. Wanneer de – niet altijd even goed vertolkte – mannelijke vocalen helder in plaats van krijsend zingen, valt er ook een Agalloch-aura als een warme mantel over de atmosferische muziek. Voor agressie ben je hier aan het verkeerde adres, dit is een ingetogen en introspectieve reis die grotendeels als een traag kabbelend beekje doorheen je emoties meandert. Productioneel bevat de sound veel diepte en dat valt letterlijk te nemen want het grootste deel van de muziek zit volledig achteraan in het panorama verstopt waarbij een nogal vlakke en tamme snaredrum het ritme aangeeft. De melodieuze elementen eisen de spotlights op wanneer het hun beurt is. Het zijn deze momenten die “Gryningsvisor” redden want aan de basis klinkt hun negativisme nogal saai, mak en inspiratieloos. De plaat begint nog wel pakkend met het beklijvende burzumeske The swan“, dat voor componist Drabbad als de zwanenzang van zijn “oude zelf” dient, en het mooie “Swallowed by the night” maar nadien vallen enkel “Wither” en het volledig door Miranda gezongen “Her Mannelig” nog positief op. Voor de fans van het genre is dit misschien een aardige luisterplaat, voor mij kan de aandacht geen uur vastgehouden blijven (de emoties hakken er niet in) en staan er ook te veel vlakke niemendalletjes zoals “Våra minnens klagosång“, “Skymningsvisa” en “Köldvisa” op de plaat. Wel moet gezegd worden dat “Gryningsvisor” mooi artwork (Skogens Rymd Art) heeft en prachtige bandfotografie van de hand van zanger Pessimisten.

JOKKE: 66/100

Ofdrykkja – Gryningsvisor (Art Of Propaganda 2019)
1. Skymningsvisa
2. The swan
3. Swallowed by the night
4. Ensam
5. Wither
6. In i natten
7. As the northern wind cries
8. Herr Mannelig
9. Våra minnens klagosång
10. Köldvisa
11. Grey
12. Gryningsvisa

Wandar – Zyklus

Bij de albumtitel “Zyklus” denk ik meteen aan Lunar Aurora’s (RIP) zesde langspeler. Er is nu echter nog een Duitse black metal-band die dit woord geschikt vond als titel. Wandar is de band in kwestie, een Duits collectief waar ik nog nooit van gehoord had, maar waar Vendetta Records nu verandering in brengt. Het is de tweede langspeler voor het kwintet, maar voor het debuut “Landlose Ufer” moeten we al zo’n kleine zeven jaar terug in de tijd kijken. Maar nu “Zyklus” dus; middels zeven nummers en zo’n drieënvijftig minuten etaleren deze Germanen een geluid dat haar wortels heeft in traditionele (Scandinavische) black, folklore en klassieke muziek. Voor wie een ijkpunt nodig heeft, kan ik een band als Helrunar erbij halen. De klassieke elementen vertalen zich ondermeer via pianopartijen (“Tothfall“), heldere vrouwenzang en strijkers zoals cello en viool (“Fylgia“). Dit laatste nummer start feeëriek maar ontpopt zich nadien tot een furieuze black metal-storm, totdat die weer gaat liggen en ijle vrouwenzang ons dieper het woud inlokt. Een dynamisch en knap luisterspel waarbij voor de Duitstalige raspende screams een haast verhalende rol weggelegd is. De symfonische elementen blijven hierbij héél subtiel ingezet worden. Het folky element komt het meest naar voor in het akoestische “Rast” waarin zowel fluisterende als vervormde stemmen een spookachtig verhaal lijken te vertellen. Het is de enige song die op een drietal minuten afklokt, terwijl de andere composities allen met de acht minuten grens flirten. Het nummer fungeert tevens als rustpunt, want met het melancholische “Se(e)hen” wordt het tempo terug opgeschroefd. In “Heimgang” schetsen toetsen een sinistere sfeer. Later in het nummer duiken nog wat modern klinkende Zweedse death metal-invloeden op. Gevarieerde vrouwelijke stemmen en akoestische gitaren fleuren het nummer verder op. Tegen dat we aan het afsluitende “Basalt” gekomen zijn, begint de verzadiging wel op te treden. De productie van “Zyklus” is krachtig en transparant zonder té afgelikt te klinken en werd door de band zelf verzorgd. Duits en degelijk, maar minder gevaarlijk dan het doodshoofd op de hoes doet uitschijnen.

JOKKE: 79/100

Wandar – Zyklus (Vendetta Records 2019)
1. Winden
2. Tothfall
3. Fylgia
4. Rast
5. Se(e)hen
6. Heimgang
7. Basalt

Chelsea Wolfe – Birth of violence

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wie had verwacht dat Chelsea Wolfe op haar nieuwe album “Birth of violence” opnieuw de hardere kaart zou uitspelen zoals op de sublieme voorganger “Hiss spun” komt bedrogen uit. Mevrouw Wolfe blinkt uit in het schrijven van nummers die een sombere schoonheid en American desolation blues in zich dragen wat zich doorheen haar discografie al op verschillende manieren uitte. “The grime and the glow” uit 2010 stond vol lo-fi bedroom recordings, terwijl “Unknown rooms” uit 2012 vele akoestische momenten bevatte. Tussen deze platen verscheen “Apokalysis” waarop elektrische wegen vol heavy uitspattingen ingeslagen werden, een aanpak die op het in 2017 verschenen “Hiss spun” herhaald werd en tot haar beste plaat leidde. Op “Pain is beauty” (2013) en diens opvolger “Abyss” (2015) werd dan weer succesvol met elektronische elementen geëxperimenteerd en werden de songs ingevuld met volledige bandarrangementen. Chelsea Wolfe’s muziek werd steeds voller en concentreerde zich op het live-element, wat best een contradictie is gezien het persoonlijke en geïsoleerde karakter van haar muzikale hersenspinsels. “Birth of violence” laat een terugkeer horen naar het teruggetrokken karakter van haar oudste werk en werd geschreven en opgenomen in de eenzaamheid van haar afgelegen huis in Noord-Californië. De chaos en survival mode die onlosmakelijk met het tourleven verbonden zijn, begonnen na acht jaar hun tol te eisen, waardoor me time broodnodig was. De impact van de talloze kilometers en voortdurende uitputting vonden hun weg naar nummers als “The mother road“, “Highway” en “Deranged for rock ’n roll“. Er worden ook hedendaagse topics aangekaart zoals de problematische schietpartijen op Amerikaanse scholen in het mineur-slaapliedje “Little grave” en de vernietiging van onze planeet op de donkere ballade “Erde“. “Birth of violence” laat geen onorthodoxe texturen of aanpak horen. De kern van de twaalf nummers bestaat uit Chelsea Wolfe’s innemende zang – in het intieme “Be all things” en het feeërieke “When anger turns to honey” in staat tot het creëren van vochtige ogen – gekoppeld aan haar akoestische gitaar. Waar nodig worden de songs aangevuld met vioolpartijen van Ezra Buchla en drums van Jess Gowrie, twee muzikanten waar Wolfe in het verleden ook al mee samenwerkte. Twaalf keer op rij weet Chelsea Wolfe een pakkende intieme atmosfeer en onheilspellende elegantie neer te zetten waarmee ze de eer van de Amerikaanse singer-songwriter en folk cultuur hoog houdt. Straffe straffe straffe madam!

JOKKE: 87/100

Chelsea Wolfe – Birth of violence (Sargent House 2019)
1. The mother road
2. American darkness
3. Birth of violence
4. Deranged for rock & roll
5. Be all things
6. Erde
7. When anger turns to honey
8. Dirt universe
9. Little grave
10. Preface to a dream play
11. Highway
12. The storm

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Saor – Forgotten paths

Atmosferische black metal heet dat dan. Het sub-genre waarbij de melodieuze ontwikkeling van een muzikaal thema – en niet zozeer het creëren en assembleren van riffs – moet zorgen voor de gevoelsmatige eenheidsdraad die door het album wordt geregen. Nogal wat bands mengen snellere black metal in Zweedse stijl met postrock en klassieke invloeden, maar het Schotse Saor onder leiding van Andy Marshall gooit het over een eerder folky boeg door in te zetten op een geluid dat de luisteraar weemoedig terug hoort te voeren naar de serene majestueuze kracht van de natuur. Nu heb ik op verdacht weinig boswandelingen een kerel horen krijsen over elektrische gitaren, maar dat kan natuurlijk liggen aan het feit dat ik steeds het black metal videoclipseizoen lijk te missen. “Forgotten paths” is het vierde album van Saor,dat van solo-project al een heuse poos is uitgegroeid tot een, op menig podia prijkende, live band. Net als bij de vorige platen krijgen we met slepende gitaarleads doorspekte en voornamelijk up-tempo tracks van een behoorlijke lengte voorgeschoteld. Maar het voelt allemaal wat ingetogener aan. De stem wordt sporadischer ingezet dan voordien en zowel cleane zang als screams gaan meer op in het geheel van de nummers waar ook een instrumentaal werk bijhoort. De gastmuzikanten, waaronder Neige van Alcest, zijn van een behoorlijk niveau en zeker niet slechts frivole marketing toevoegingen, luister maar naar “Bròn“. Kortom dit is een plaat die je als liefhebber van hoempaloze folk metal of atmosferische black metal zonder twijfelen kan aanschaffen.

Xavier – 86/100

Saor – Forgotten paths (Avantarde Music 2019)
1. Forgotten paths
2. Monadh
3. Bròn
4. Exile

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover