folk

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover

 

Emma Ruth Rundle – On dark horses

Roadburn zondag 23 april 2017. Compleet in extase door het sublieme optreden van Ulver verlaat ik de grote zaal van 013 en zie aan de Green Room een massa mensen staan kijken naar de performance van Emma Ruth Rundle. Ik steek mijn kop half binnen en wordt nogmaals weggeblazen, ook al zie en hoor ik maar de helft van het laatste nummer van haar setlist. Emma staat moederziel alleen, enkel vergezeld van haar gitaar op het podium en weet een zaal vol bebaarde en getatoeëerde muziekliefhebbers muisstil te krijgen. Meer heeft deze singer songwritster niet nodig om mij en vele anderen te overtuigen. Nadien heb ik het nummer “Real big sky” al minstens honderd keer beluisterd en telkens denk ik terug aan die magische kennismaking. Eens terug thuis ga ik op zoek naar haar werk. Ik schaf in sneltempo haar platen “Some heavy ocean” (2014), “Marked for death” (2016) en de samenwerking met Jaye Jayle getiteld “The time between us” (2017) aan. Het instrumentale album “Electric guitar one” vind haar weg naar mijn collectie later. Ik heb ook aan één noot genoeg om de EP en langspeler van haar voormalige band Marriages aan te schaffen. Dit bleek de verderzetting te zijn van postrock band Red Sparowes, maar die platen stonden reeds in mijn platenkast. De folkgaze van haar band The Nocturnes, doet me dan weer minder. Ik zie de Amerikaanse nadien drie keer live aan het werk en telkenmale weet ze mijn hart en ziel te veroveren of het nu onder begeleiding van haar liveband is of solo. Het knappe aan de liedjes van Emma is immers dat ze ook in hun puurste akoestische vorm overeind blijven en met de nodige beleving gebracht worden. Dat ze er een naarstig werktempo op nahoudt, blijkt uit het feit dat we middels “On dark horses” opnieuw vers werk voorgeschoteld krijgen en dat terwijl de in Louisville gebaseerde zangeres bijna voortdurend op tour is. Emma wordt op deze derde langspeler bijgestaan door drummer en percussionist Dylan Naydon (Wovenhand), bassist Todd Cook (Jaye Jayle) en Evan Patterson ofte mister Jaye Jayle himself op gitaar, piano en zang. De verwachtingen zijn als fanboy natuurlijk hoog, torenhoog. De plaat opent met de eerste single “Fever dreams“, een song over angsten (“A life spent uneasy, in pieces, always in pieces here/ A life rent out completely, release me away from fever dreams.“) waarin invloeden van de goth-folk van labelgenote Chelsea Wolfe doorschemeren. Extreem emotioneel en traag opbouwend naar een meer verheven einde. In “Control” is de reverb alom tegenwoordig waardoor deze song perfect op Marriages’ “Salome” had kunnen staan. In tweede single “Darkhorse” wordt de innemende stem van Emma bijgestaan door een mix van donkere Americana, mineur akkoorden en een goth-grandeur met bovendien veel aandacht voor percussie. Het was het eerste nummers dat voor de nieuwe plaat geschreven werd en als emotionele blauwdruk voor de rest van de nummers gold. “In the wake of weak beginnings, we can still stand high” horen we Emma zingen, een tekstregel die verwijst naar het volharden in de nasleep van een groot trauma. Het eerste trio songs is reeds voldoende om het album te doen slagen en ook de andere nummers weten te overtuigen of het nu een meer intieme song zoals “Races” is of het groots klinkende en meezingbare “Dead set eyes“. Op de tweede helft van de plaat valt “Light song” nog op, een – in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden – donker, psychedelisch en meeslepend nummer waarop Emma vocaal bijgestaan wordt door de zware, intrigerende stem van Evan, tevens vormgever van de plaat én haar man in spe. “You don’t have to cry” sluit af en is misschien wel het meest breekbare en ontroerende nummer van “On dark horses“. Hoewel de “dark horses” symbool staan voor de familiale tragiek, verslavingen en mentale problemen van Emma, schijnt er steeds een hoopvolle boodschap door in haar muziek en teksten. Ik ben er zeker van dat veel luisteraars kracht zullen putten uit deze knappe, pakkende plaat of er een luisterend oor in zullen vinden.

JOKKE:  91/100

Emma Ruth Rundle – On dark horses (Sargent House 2018)
1. Fever Dreams
2. Control
3. Darkhorse
4. Races
5. Dead set eyes
6. Light song
7. Apathy on the Indiana border
8. You don’t have to cry

Isenordal/Void Omnia – Split

Split-releases zijn nog altijd een ideale manier om via een gekende band een onbekende te ontdekken. Alzo geschiedde dat deze keer door de samenwerking die het door ons geliefde Amerikaanse Void Omnia aanging met haar landgenoten Isenordal, een naam die niet meteen een belletje deed rinkelen. Het sextet dat blijkbaar aan het begin van de maand haar tweede langspeler uitbracht, krijgt de eer om de boel op gang te trekken. Door de combo met Void Omnia had ik ergens black metal verwacht, maar ik blijk al gauw bedrogen uit te komen want het geluid van de band uit Seattle situeert zich in trage doomregionen, zij het met een pagan-, folk en black metal-invalshoek. “Eternal winter of the mind” kent een atmosferische start waarbij mannelijke en vrouwelijke samenzang de toon zetten over sereen gitaargetokkel waarna vioolklanken langzaamaan aanzwellen totdat iets na drie minuten speeltijd trage drums en diepe grunts invallen en de boel opentrekken. Als we doom en violen combineren is My Dying Bride natuurlijk nooit veraf en de sfeer schippert tussen dreigende, melancholische en hoopvolle klanken. Zangeres Marisa Kaye Janke eist een grote rol op en heeft – in tegenstelling tot wat haar familienaam doet vermoeden – best een goede stem die bij momenten aan Amy Lee (Evanescence) doet denken. Ik heb ooit eens één nummer van Draconian gehoord (“Death, come near me“) en dat geluid kan ook best als referentie dienen. Verderop in het nummer schakelt het sextet trapsgewijs enkele versnellingen hoger en wordt de sfeer geleidelijk aan zwarter, maar het geheel komt wat rommelig over doordat er plots te veel dingen tegelijk gebeuren. Wat mij betreft hadden de black metal-stukken dan ook weggelaten mogen worden in het nummer dat nu op een kwartier speeltijd afklokt. Laat het spelen van black metal maar over aan Void Omnia dat met haar tweede langspeler “Dying light” reeds op Addergebroed passeerde. Zoals we van het kwintet gekend zijn, vallen ze meteen met de deur in huis en razen ze ongenadig doorheen “The terror which traipse unseen in slumber” dat een typisch USBM Westkust geluid laat horen waarin ijle screams, vinnig en snel drumwerk en striemende riffs de toon zetten. Ook “Of oak and soil” geeft een fikse pandoering maar is iets dynamischer van opbouw. In “Disdain reprieve” duikelt het tempo naar beneden en schemert een Oost-Europees triomfantelijk gevoel doorheen de riffs. Niet slecht, maar Void Omnia vind ik dan weer meer overtuigen in het snelle en felle werk hoewel de korte instrumentale track uiteindelijk ook nog wel openbarst. Geen must have-split wat mij betreft, maar wel een interessante combinatie van stijlen.

JOKKE: 78/100 (Isenordal: 76/100 – Void Omnia: 80/100)

Isenordal/Void Omnia – Split Eternal Warfare Records/Vendetta Records 2018)
1. Isenordal – Eternal winter of the mind
2. Void Omnia – The terror which traipse unseen in slumber
3. Void Omnia – Of oak and soil
4. Void Omnia – Disdain reprieve

 

Chelsea Wolfe – Hiss spun

Topwijven. Er lopen er ondertussen heel wat rond in de rock- en metalscene, maar de strafste van allemaal is ongetwijfeld Chelsea Wolfe. Plaat na plaat lijkt ze voor een meer donkere en zware sound te gaan die de soundtrack vormt voor haar relatie met haar innerlijke demonen. Het nagelnieuwe album “Hiss spun” overtreft hierin zelfs nog haar geweldige voorganger “Abyss” uit 2015. Wanneer de openingstrack uit de boxen dendert, krijgen we zelfs onversneden sludge te horen die enkele keren in overdrive gaat. De toon is gezet, de oorschelpen reeds opengereten en likkebaardend willen we de elf andere songs ondergaan. Hierin laat mevrouw Wolfe zoals gewoonlijk weer talrijke facetten van haar muzikale spectrum aan bod komen. Het pulserende “Vex” is waarschijnlijk één van de meest heavy dingen die we ooit op een Chelsea Wolfe plaat hebben gehoord. De term “sludge” was reeds gevallen en wordt nog extra in de verf gezet wanneer Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom, Mamiffer) in deze song zijn schuur opentrekt. En nu we toch bij de guest appearances zijn aangekomen, mag natuurlijk ook Troy Van Leeuwen niet onvermeld blijven. De van A Perfect Circle en Queens Of The Stone Age gekende gitarist geeft de eerste drie tracks middels zijn gitaarwerk extra kleur, voor zover grijs en zwart als kleuren gelden. Maar laten we ook het heavy drumwerk van slagwerkster Jess Gowrie niet onvermeld laten. De ene keer groovy beukend, de andere keer via subtiele percussie, maar steeds in dienst van het nummer. Ook live was ik van deze dame onder de indruk, van Chelsea’s volledige band trouwens. De rockende single “16 psyche” heb ik ondertussen al grijsgedraaid, maar blijft na de tigste keer nog steeds beklijven. Misschien wel het beste nummer dat ze ooit geschreven heeft! “Static hum” geldt als een gelijkaardige catchy up-tempo song en moet er amper voor onderdoen. De zalven-en-slaan-balans wordt middels het bezwerende “The culling“, het grotendeels feeërieke “Twin fawn” en “Offering” – dat dicht tegen het solowerk van dat andere topwijf Emma Ruth Rundle (Marriages, Red Sparowes) aanleunt – in evenwicht gehouden. “Particle flux” geldt dan weer als de duistere catharsis van de plaat. Enkel in het breekbare, akoestische “Two spirit” schemert het folky verleden nog door het dreigende dichtgepakte wolkendek door. In het melodramatische, loodzware, piepende, kreunende en dronende “Scrape” laat Chelsea Wolfe haar demonen nog een laatste keer de vrije loop. Plaat van het jaar? Ik dacht het wel! Vrouwen boven!

JOKKE: 95/100

Chelsea Wolfe – Hiss spun (Sargent House 2017)
1. Spun
2. 16 psyche
3. Vex
4. Strain
5. The culling
6. Particle flux
7. Twin fawn
8. Offering
9. Static hum
10. Welt
11. Two spirit
12. Scrape

Malokarpatan – Nordkarpatenland

Gelukkig bestaat er zoiets als de copy-paste functie of ik was wel even bezig geweest met het foutloos overtypen van de tracklist van “Nordkarpatenland“, de langverwachte opvolger van het twee jaar geleden verschenen debuut “Stridžie dni” van Malokarpatan. Het is nog steeds niet zo eenvoudig om het geluid van dit Slovaakse kwintet te omschrijven aangezien het een smeltkroes van black, heavy, speed en folk metal is zonder dat hierbij één van de omschreven subgenres overheerst. De erfenis van oude Oostblok bands zoals Master’s Hammer en Root is natuurlijk alom tegenwoordig maar Malokarpatan weet er een eigen draai aan te geven. De opnames vonden bovendien plaats in de studio waar Master’s Hammer’s demo “The mass” in 1989 werd vereeuwigd en dat resulteert in een betere productie vergeleken met de eersteling. Nadat de inleidende rurale klanken verdwenen zijn, schiet “V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína” met een aanstekelijke heavy metal riff uit de startblokken waarover zanger Temnohor met een duistere en diepe stem epische verhalen over Oost-Europese folklore scandeert. Plots valt de song stil om plaats te maken voor een folkloristisch intermezzo om nadien via een melodieuze solo terug in gallop te treden. Deze openingstrack is meteen een schoolvoorbeeld van het vermengen van stijlen waar Malokarpatan zo goed in is. De heavy metal elementen zijn misschien nét iets meer vertegenwoordigd nu want ook het kort maar krachtige “Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” zijn instant luchtgitaarmateriaal waarbij de trage riff in die laatste song wel héél hard naar Celtic Frost’s “Dethroned emperor” neigt. In “Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” laat Malokarpatan haar gevoelige kant zien waarbij de mid-tempo metal wordt ondersteund door een breed uitgesmeerd orgeltapijt en ijle vrouwelijke vocalen. Ook “V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva” klinkt bij aanvang alsof er een tekenfilm gaat beginnen om nadien gelukkig tot een soort “The blair witch project” te transformeren. Het bewijst dat de extremen nog meer opgezocht worden, maar waarbij de tragere stukken me toch net iets minder kunnen bekoren dan het up-tempo gitaargeweld. “Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú” sluit deze avontuurlijke en afwisselende plaat op aanstekelijk wijze met mooie gitaarleads af.

JOKKE: 80/100

Malokarpatan – Nordkarpatenland (Invictus Productions 2017)
1. Nordkarpatenland
2. V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína (In the provincial pond, a water goblin has been raging for centuries)
3. Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali (When old Bartolín was driven back home from the tavern on a wheelbarrow)
4. Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit (When will-o’-the-wisps begin to shine green in the bogs)
5. Nedlho po púlnoci opacha sa doplazila z dzíry (Not long after midnight, the abomination has crawled out of the hole)
6. V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva (Within the dense woods, the witch is hiding her hut on magpie legs)
7. Ked gazdovi upeleší sa v chyži nezdoba zmok (When a bugger kobold settles down in the farmer’s household)
8. V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa (In October’s solitude, silently the hunting chateau of the wolfish count is brooding)
9. Na horárni ve folvarku šafári rohatý jáger (A horned jaeger governs the gamekeeper’s lodge in the uplands)
10. Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú (Devils are playing whist at nights in the old water mill)

SubRosa – For this we fought the battle of ages

Drie jaar na meesterwerk “More constant than the gods” komt het uit Salt Lake City afkomstige SubRosa eindelijk met de – van een imposante titel voorziene – opvolger “For this we fought the battle of ages” op de proppen. De band rond zangeres, gitariste en componiste Rebecca Vernon is één van de interessantste doom/sludge bands van de afgelopen jaren en twee jaar geleden sloegen ze erin om de meest intense set van Roadburn te spelen. Niet alleen op plaat maar ook op het podium wist hun mix van grootse, symfonische doom en onheilspellende violen me omver te blazen. Wat SubRosa uit de grote massa doet springen is haar eigenzinnige sound waarin loodzware doom en sludge hand in hand gaan met folk, die zowel middels de zangmelodieën als een uitgebreid instrumentarium aan violen, saxofoon, Franse hoorn, lier en fluit bewerkstelligd wordt. Daarbovenop komen nog eens de intelligente teksten en symboliek die, zoals we gewend zijn, tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Voor “For this we fought the battle of ages” werd inspiratie gehaald uit de bijna honderd jaar oude roman “Wij” van Jevgeni Zamjatin. Het boek is de literaire grondlegger van de dystopie (of anti-utopie), een samenleving met louter negatieve eigenschappen, waarin men niet zou willen leven en waarvoor Zamjatin de lezer probeert te waarschuwen. In deze toekomstvisie worden mensen teruggebracht tot willoze werkers voor wie alles geregeld wordt en zelfs liefde en seksualiteit worden op een bepaalde tijd voor je geregeld. Zamjatins “Wij” heeft invloed gehad op grote literaire werken, zoals George Orwells “1984” en Aldous Huxley’s “Brave New World” en resulteerde in een literaire stroming waarin de voornaamste zorg is hoever staatsgezag kan gaan in het overmeesteren van individuele autonomie, wat ook de dag vandaag natuurlijk een erg relevant topic is. Dit thema wordt door SubRosa aangekaart in vier van de vijf majestueuze tracks en een folky intermezzo met Italiaanse zang (“Il cappio”), waarbij twee van de songs zelfs boven het kwartier afklokken. Dit geeft de band de ruimte om de talloze facetten van haar unieke sound uit te lichten. Net zoals op de voorganger trapt “Despair is a siren” het zaakje vrij rustig op gang met een mooie basintro, die even later vergezeld wordt van gitaar en de folky stem van bandleidster Rebecca. Zodra de drums en violen invallen, wordt de toon grimmiger om uiteindelijk tot een doomuitbarsting over te gaan waarin de violen overduidelijk de lokroep van sirenes vertolken. Heel de song door wordt er hocus pocus gedaan tussen monumentale doompassages en softe, ingetogen harmonieën. Als Rebecca ruwer met haar stembanden omspringt, wordt je echt bij je nekvel getrokken, zodat je geen tijd krijgt om de aandacht te verliezen bij de lange songs. De ritmische aftrap van “Wound of the warden” doet je hoofd automatisch op en neer knikken en even later worden de vocalen van Rebecca ondersteund door spaarzaam ingezet death metal gegrom. Ook in “Black majesty” kan het contrast tussen de bijna slaapliedjes-achtige intro en de beukende doom van de rest van de song amper groter zijn. Wanneer de loodzware riffs, bulderende bas en massieve cymbaalaanslagen samenvallen, davert mijn huiskamer op haar grondvesten. Het plechtstatige karakter van “Killing rapture” met haar treurende violen doet automatisch aan My Dying Bride denken. Dat “For this we fought the battle of ages” ook een erg persoonlijk album is geworden, wordt duidelijk in de laatste song “Troubled cells”, waarin Rebecca voor de eerste keer meer inkijk geeft in haar mormoonse geloof en harde kritiek geeft op een recente beleidsbeslissing waarbij de LGBTQI-gemeenschap (“Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender, Queer, Questioning and Intersex”) hard getroffen wordt. Met deze emotionele song komt er na meer dan een uur een einde aan een erg knap album, dat het drie jaar wachten, absoluut meer dan waard maakte. Absolute wereldklasse die weldra live te aanschouwen is op Desertfest.

JOKKE: 96/100

SubRosa – For this we fought the battle of ages (Profound Lore 2016)
1. Despair is a siren
2. Wound of the warden
3. Black majesty
4. Il cappio
5. Killing rapture
6. Troubled cells

Cobalt – Slow forever

Na de release van het geweldige “Gin” in 2009 leek het wel alsof het Amerikaanse Cobalt van deze aardkloot verdwenen was. Multi-instrumentalist Erik Wunder zette Cobalt even “on hold” om aandacht te schenken aan Man’s Gin, zijn meer psychedelic rock-getinte project. In maart 2014 kondigde zanger McSorley dan weer zijn vertrek aan hoewel de band bevestigde aan een nieuw album met hem bezig te zijn. Naar aanleiding van een homofobe en misogyne Facebook post in december 2014 werd McSorley prompt door Wunder aan de deur gezet en besliste die laatste om Cobalt verder te zetten met een nieuwe frontman. Die werd uiteindelijk gevonden in brulboei Charlie Fell, die op zijn beurt bij het geweldige Lord Mantis de laan uitgestuurd werd. Er werden dus heel wat woelige watertjes doorzwommen om tot het nagelnieuwe “Slow forever” te komen. Na de lange afwezigheid besloot het duo zijn trouwe fanschare dan maar meteen te verwennen met een dubbelabum waarbij de speelduur van de elf songs op meer dan tachtig minuten afklokt. Wie Cobalt een beetje kent, weet dat de band niet voor één gat te vangen is. Hoewel ze in de metalen archieven als black metal band geboekstaafd staan, vind ik deze omschrijving veel te kort door de bocht en zelfs in hoge mate misleidend. Klinkt dit als Marduk artillerie? In geen zeshonderzesenzestig jaar! Neigt dit naar Wolves In The Throne Room boomgeknuffel? Ik dacht het niet! Lijkt dit op Gorgoroth grimness? Zijt ge zot! Horen we blasts? Nope (behalve in de titelsong)! IJzige tremelo riffs? Nada! Satan worshipping? Nah! Cobalt staat voor een hybride vorm van moderne (bah, wat een vies woord!) metal waarin elementen geïnjecteerd worden uit americana en western blues (beluister opener “Hunt the buffalo” of “Beast whip” waarbij een link naar Volahn voor de hand ligt), hardcore (sommige breakdowns in “Ruiner” neigen naar een band als Walls Of Jericho), folk (de rustpunten op de plaat zoals de aftrap van het lange “King rust” of het intermezzo “Breath”), noise (“Siege”), sludge en vuile rock (het geweldige “Cold breaker” dat het eerste deel afsluit), black ’n roll (hedendaagse Darkthrone is bij momenten niet veraf in “Elephant graveyard”, een stampende rocker van formaat) en tenslotte black metal (meest hoorbaar in de bijtende vocalen van Fell en de meest uptempo songs zoals “Final will” en de titeltrack). Al deze elementen zitten meermaals in één song verpakt, zonder dat de boel geforceerd klinkt, waardoor het zaakje fris oogt en je als luisteraar de hele rit lang aan je boxen gekluisterd blijft. Op de cover van “Gin” stond de jonge Ernest Hemingway als militair soldaat afgebeeld en op “Slow forever” is de schrijver opnieuw aanwezig, ditmaal in het nummer “Iconoclast” waarin een sample opduikt van de speech die de auteur in 1954 gaf naar aanleiding van zijn Nobelprijs: “Things may not be immediately discernible in what a man writes, and in this sometimes he is fortunate; but eventually they are quite clear and by these and the degree of alchemy that he possesses he will endure or be forgotten.” Ook komt gin, de lievelingsdrank van de heren (en ondergetekende), opnieuw aan bod in “Cold breaker” wanneer Fell volgende nihilistische lijnen uit zijn longen perst: “I can’t trust anyone/ Hit the streets with the cloak and dagger/ Neon steam on a melting beam/ Pissing gin with your bath salt stagger.” Met “Slow forever” levert Cobalt de overtreffende trap van “Gin” af. Dit is zo’n plaat waar je binnen tien jaar nog plezier aan beleeft.
JOKKE: 90/100

Cobalt – Slow forever (Profound Lore Records 2016)
Disc 1
1. Hunt the buffalo
2. Animal law
3. Ruiner
4. Beast whip
5. King rust
6. Breath
7. Cold breaker
Disc 2
1. Elephant graveyard
2. Final will
3. Iconoclast
4. Slow forever
5. Siege