industrial

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns

Dkharmakhaoz is de ietwat vreemde naam van een nieuwe mysterieuze entiteit uit Wit-Rusland. Het duo met blauw-rood geverfde smoelwerken en lederen vesten geeft aan beïnvloed te zijn door de melodieuze bands die ooit deel uitmaakten van de No Fashion stal. Ik denk dan meteen aan Zweedse oudstrijders zoals Dissection, Dark Funeral, Throne Of Ahaz, Lord Belial en consoorten. Ik hoor echter niet meteen een overduidelijke invloed van één van deze namen terug in de zeven nummers die samen “Proclamation ov the black suns” vormgeven, of het moeten de screams zijn die wat aan de strot van Naglfar’s Olivius doen denken, een band die ook perfect in het voorgaande rijtje zou thuishoren. Dit debuut ademt eerder een post-apocalyptische sfeer uit, in de eerste plaats door de moderne sound en industrial-atmosfeer die de gespierde en robuuste laaggestemde riffs en ronkende basgitaar creëren. Het is een sound die ik ook niet meteen aan Iron Bonehead zou linken eerlijk gezegd, maar kijk. De bijwijlen simultane mannelijke en vrouwelijke vocalen in opener “The cycle ov omega” doen me haast geloven dat hier een robot aan het werk is. Leuk effect! Het dynamische “The way with the serpent entwined” werd als promonummer gekozen en vat de gebalde post-moderne sound van Dkharmakhaoz mooi samen. Het logge “Beyond the transcendental lumines” groovet lekker weg met zijn headbangbreaks en doet me zelfs wat aan oude Korn en Rammstein denken, op de black metal-stem na dan. Het titelnummer hakt er daarna met zijn vurige openingsriffs en blastbeats des te harder op in, maar verkent later opnieuw tragere regionen. Spacey keyboards en melodieuze leads vergezellen de beukende mid-tempo riffs en dubbele basroffels en voegen een levitatie-effect toe aan de dichtgeplamuurde geluidsmuur die gevoelens van angst en duisternis opwekt. “Chtonic rites ov fertility” klinkt met zijn progressievere elementen en spacey leadgitaar dan weer als de black metal-variant van het latere werk van ons eigenste In-Quest. Dat geldt ook voor het wat hoekerige, met tal van ambient-interludes, atonale riffs en bevreemdende vrouwenzang doorweven “Ascension“, misschien wel de moeilijkst te behappen brok muziek op “Proclamation ov the black suns“. “Reu nu pert em hru” klinkt toegankelijker dan de vreemde titel doet vermoeden en het is heerlijk meesurfen op de vloedgolven aan beukriffs en rollende basdrums. Avontuurlijke en verfrissende plaat!

JOKKE: 81/100

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The cycle ov omega
2. The way with the serpent entwined
3. Beyond the transcendental lumines
4. Proclamation ov the black suns
5. Chtonic rites ov fertility
6. Ascension
7. Reu nu pert em hru

Vredehammer – Viperous

Soms heb je een goede muzikale trap onder je kont nodig en als dat weer eens het geval is, kan ik deze “Viperous” van het Noorse Vredehammer aanbevelen. Multi-instrumentalist Per Valla is de bezieler van dit project en is zeker niet aan zijn proefstuk toe, zo is hij bijvoorbeeld gitarist bij het geweldige Allfader en heeft hij dienst gedaan bij onder meer Abbath en Nordjevel. Vredehammer is inmiddels bij de derde full-length aanbeland en breekt hiermee een beetje met de stijl van de vorige twee albums. Waar “Violator” uit 2016 nog een kwalitatieve mix van death en black metal met vlagen van gitaarvirtuositeit was, klinkt opvolger “Viperous” veel meer als een tornado van metalen scherven die raast door een post-apocalyptisch poollandschap waar toevallig een fabriek uit de jaren tachtig staat. Met andere woorden, retestrakke blackened death metal met ouderwetse industrial invloeden. De nadruk ligt op kille sfeer, genadeloos beukende riffs en verpletterende drums, geweldig ingespeeld door Kai Speidel van o.a. Totengeflüster, maar er is gelukkig nog steeds hier en daar ruimte voor de flitsende solo’s van Valla, zoals in het schitterende “Wounds“. De productie is zwaar, maar toch duidelijk en kil, wat dus perfect past bij het muzikale opzet. Iets wat je reeds hoort bij opener “Winds of dysphoria” en zich verder ontwikkelt tot het tragere, helaas iets mindere laatste nummer “From a spark to a withering flame“. Deze Vredehammer-plaat doet me denken aan een genuanceerde versie van bands als Zyklon of Myrkskog gemengd met een op amphetamines doldraaiend Samael. Great stuff.

Xavier: 90/100

Vredehammer – Viperous (Indie Recordings 2020)
1. Winds Of dysphoria
2. Aggressor
3. Suffocate all light
4. Viperous
5. Skinwalker
6. In shadow
7. Wounds
8. Any place but home
9. From a spark to a withering flame

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

Invunche – II

Oorspronkelijk in 2018 verschenen via het obscure tapelabel the тide øf тhe εnd, maar nu door Babylon Doom Cult Records een tweede leven krijgend op vinyl: de eerste langspeler van het Nederlands/Chileense Invunche getiteld “II“, aangezien er in 2014 al een demo aan vooraf ging. De bandnaam is ontsproten aan de Chileense folklore en mythologie waarin invunche een legendarisch monster is dat de toegang van de tovenaarsgrot beschermt. Het is een misvormde mens met zijn hoofd naar achteren gedraaid, samen met gedraaide armen, vingers, neus, mond en oren. Het wezen loopt op één of drie voet(en) (eigenlijk één been en twee handen) omdat één van zijn benen aan de achterkant van zijn nek is bevestigd. De invunche kan niet spreken en communiceert alleen middels keelachtige, ruwe en onaangename geluiden. Deze laatste beschrijving is ook van toepassing op de rauwe black die El Invunche, de solo herriemaker van dienst, een half uur lang op ons afvuurt. Primitieve punk, Darkthrone worshipping black, vuil bassmeer, noisey industrial en psychedelische rock zijn de ingrediënten voor deze explosieve cocktail die je als ‘shamanic black punk‘ of ‘blackened trance punk‘ zou kunnen omschrijven. Niet te veel nadenken echter en het buikgevoel laten spreken! De compacte nummers laten amper ademruimte, vloeien meermaals naadloos in mekaar over en zetten bij wijlen aan tot dansen. Ik verwacht ondanks het Latino-gevoel dat in de riffs geëncapsuleerd is en de Black Twilight Circle-sfeer die wordt neergezet echter geen sensuele salsa maar een soort van spastische pogo waarop fans van Ildjarn en Bone Awl kunnen losgehen. Op 18 oktober deelt Invunche bij wijze van releaseshow het podium met Lubbert Das en Alkerdeel in de Utrechtse dB’s. Allen daarheen zou ik zeggen om die ledematen los te gooien!

JOKKE: 82/100

Invunche – II (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. El vacío
2. Ciudad
3. Ruina
4. La puerta del sol
5. Asfalto
6. La machi
7. La sombra
8. Entre el mar y la montaña
9. Arena
10. Salvaje
11. El poder telúrico
12. El wekufe

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war

In 2017 was het voor het Canadeze Panzerfaust bijna game over toen hun tourbusje tijdens een tour met Cryptopsy en Belphegor na een schuifbeurt over glad ijs de dieperik instortte. De muzikanten kwamen er gelukkig met enkel kleerscheuren vanaf en bleven niet bij de pakken zitten. Onder het motto “what doens’t kill you, makes you stronger” ging het kwartet zelfs aan de slag om haar meest prestigieuze project ooit in de vorm van de “The suns of perdition“-trilogie neer te pennen. Het eerste deel klokt af op een half uur en handelt, zoals we van de band gewend zijn, over allerhande onbehaaglijke gebeurtenissen uit de geschiedenis die door een donkere filosofische bril bekeken worden. De opener “The day after ‘Trinity‘” verwijst naar een uitspraak van fysicus J. Robert Oppenheimer omtrent het stopzetten van nucleaire wapens wat reeds 20 jaar geleden na ‘Trinity‘ (de eerste Amerikaanse atoombom) had moeten gebeuren. Ook het thema van een song als “Stalingrad, Massengrab” moge duidelijk wezen, de samples van oorlogsspeeches en neervallen raketten winden er geen doekjes om. “The decapitator’s prayer” flirt met death metal en de snerpende, nerveuze gitaarlead heeft een hoog Nightbringer-gehalte. Panzerfaust’s moderne, licht-machinale black klinkt hier zo effectief als een precisiebombardement. Het contrast met het dertien minuten durende “The men of no man’s land” kan haast niet groter zijn. Dit nummer start met een lange repetitieve en transcendentale mantra-vibe waarin post-metal invloeden van bands als Neurosis en Dirge doorschemeren en ontpopt zich tot een knap staaltje black doom. Panzerfaust laat zich van verschillende kanten zien en maakt met dit eerste deel van “The suns of perdition” een stevig statement. Laat delen twee en drie maar snel komen! Tot op Thronefest!

JOKKE: 84/100

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war (Eisenwald 2019)
1. The day after ‘Trinity’
2. Stalingrad, Massengrab
3. Crimes against humanity
4. The decapitator’s prayer
5. The men of no man’s land

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places

Een must see op de komende Roadburn-editie is ongetwijfeld het Poolse Mord’A’Stigmata. De bandnaam stond reeds voor het horen van diens nieuwste telg “Dreams of quiet places” met gele fluomarkeerder op de dagplanning aangeduid en staat enkele luisterbeurten later nog eens extra dik in de verf gezet. De Polen geven al vijftien jaar lang hun eigen avant-gardistische draai aan hun black metal en vooral sinds de voorganger “Hope” uit 2017 is de kwaliteit er met rasse schreden op vooruit gegaan. Mord’A’Stigmata kruidt haar post-black met de nodige dissonanten, weet wanneer er ruimte dient gelaten te worden om de instrumenten hun zegje te laten doen (“Void within“), wisselt rustigere vaarwateren af met woest kolkende zeeën, geeft de bassist een prominente rol, en biedt heel wat vocale afwisseling gaande van black metal-screams over vervormde heldere zang (denk aan een band als het Australische Alchemist) en semi-cleane woeste uithalen. “Dreams of quiet places” heeft bij momenten een zware sludgy ondertoon (“Exiles“) maar vooral een industrial-achtige, coldwave en bijwijlen ruimtelijke atmosfeer over zich gedrapeerd wat versterkt wordt door de elektronische beats en machinale geluiden die in nummers als “Into soil“, “Spirit into chrystal” en de titeltrack opdraven en een apocalyptisch sfeertje neerzetten. De muzikanten toveren de ene na de andere plotwending uit hun mouw, maar nergens komt het geforceerd over. Extra hulde met andere woorden voor de nieuwbakken vellenmepper Ygg – voorganger DQ verkaste naar Blaze Of Perdition – die middels stijlvolle, avontuurlijke en bij wijlen swingende beats, ritmes en fills de boel vakkundig bij mekaar mept en van een goede flow voorziet. Fans van Blut Aus Nord, Dirge, Alchemist, Neurosis of de latere Mayhem moeten “Dreams of quiet places” zeker eens een kans geven. Gaat dat zien op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places (Pagan Records 2019)
1. Between walls of glass
2. Exiles
3. Spirit into cristal
4. The stain
5. Void within
6. Into soil
7. Dreams of quiet places

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence

Devil Worshipper – Music for the endtimes

Matron Torn is een muzikant die niet houdt van een strak keurslijf en bijgevolg het best in zijn element is als hij buiten de lijntjes kan kleuren en de grenzen van het extreme kan opzoeken. Als je weet dat deze man het brein is achter o.a. Death Fetishist, Ævangelist (waarvan recent het nieuwe waanzinnige “Matricide in the temple of omega” verscheen), Benighted In Sodom en Præternatura, dan weet je dat zijn muzikale creaties niet voor iedereen in de wieg gelegd zijn. Ten tijde van Death Fetishist’s sublieme “Clandestine sacrament” was ik met Matron Torn aan het praten over een interview dat grotendeels over ‘de dood’ ging en uiteindelijk ook nooit is doorgegaan omdat de Amerikaan kort daarna in het ziekenhuis werd opgenomen met ernstige gezondheidsproblemen en zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Naast fysieke problemen heeft de man, die momenteel in Finland resideert, ook last van psychische aandoeningen wat zich vertaald ziet in het extravagante, suïcidale, provocatieve en gitzwarte karakter van zijn muziek. Devil Worshipper is zijn nieuwste creatie en “Music for the endtimes” is één hallucinogene sonische trip van een uur. Matron Torn staat in voor het muzikale gedeelte maar liet zich in zijn artistieke visie op zang bijstaan door Fr.A.A. van het Portugese Tod Huetet Uebel en Erethe Arashiel die de vrouwelijke vocalen vertolkt. Het dualistische en schizofrene karakter van de muziek wordt extra in de verf gezet door de bestiale vocalen van Fr.A.A. die het contrast opzoeken met de vrouwelijke proclamaties. In opener “Ablutions” wordt de vrouwelijke stem verzorgd door Kabukimono en Sebastian Montesi (Auroch, Mitochondrion) speelde enkele solo’s in op “Fornicating angel”, “Melancholy loves the dark” en “Throat of the false prophet”. Deze muziek voor het einde der tijden grossiert in disonnante en zieke melodieën of wat had u gedacht? Hoewel de basisingrediënten grotendeels uit black metal gehaald worden, werd er duchtig geëxperimenteerd met de vormgeving die resulteert in een soort van industriële black bestaande uit gelaagde trance-opwekkende gitaarpartijen, martial drumpatronen en ziekelijk makende zang waarbij ik meermaals aan Maniac en Skitliv moet denken. “Parish apothecary” heeft maar liefst twaalf minuten nodig om haar innerlijke demonen volledig te laten ontspinnen en haar tentakels in je brein vast te klampen. We krijgen een new wave-achtige basis te horen waar zich een pulserend basloopje doorheen wroet en waarbij plotse explosies van zotgedraaide dubbele bassen en verwrongen riffs zich aanbieden. De problematische relatie die Matron Torn met allerhande druggerelateerde substanties heeft komt aan bod in “Heroin” en voelt voor de muzikant als het ware als een schrikwekkend exorcisme aan. Devil Worshipper produceert het audio equivalent van een desoriënterende drugtrip doorheen de donkerste kanten van de menselijke psyche en er is absoluut geen sprake van licht aan het einde van de tunnel. Meerdere luisterbeurten zijn dan ook nodig om de waanzin die geëtaleerd wordt een plaats te kunnen geven en de ganse plaat in zijn geheel uitzitten is voor ondergetekende een zware en bij momenten zenuwslopende opgave. Na elke luisterbeurt heb ik zin om als tegengif een no-nonsense Darkthrone-plaat op te leggen. Geef mij maar Death Fetishist en Ævangelist.

JOKKE: 69/100

Devil Worshipper – Music for the endtimes (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ablutions
2. Spiritual immanifest
3. Degenerate
4. Fornicating angel
5. Harlot flesh
6. Melancholy loves the dark
7. Heroin
8. Throat of the false prophet
9. Parish apothecary
10. Requiem ex abyssus

355614

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings