industrial

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war

In 2017 was het voor het Canadeze Panzerfaust bijna game over toen hun tourbusje tijdens een tour met Cryptopsy en Belphegor na een schuifbeurt over glad ijs de dieperik instortte. De muzikanten kwamen er gelukkig met enkel kleerscheuren vanaf en bleven niet bij de pakken zitten. Onder het motto “what doens’t kill you, makes you stronger” ging het kwartet zelfs aan de slag om haar meest prestigieuze project ooit in de vorm van de “The suns of perdition“-trilogie neer te pennen. Het eerste deel klokt af op een half uur en handelt, zoals we van de band gewend zijn, over allerhande onbehaaglijke gebeurtenissen uit de geschiedenis die door een donkere filosofische bril bekeken worden. De opener “The day after ‘Trinity‘” verwijst naar een uitspraak van fysicus J. Robert Oppenheimer omtrent het stopzetten van nucleaire wapens wat reeds 20 jaar geleden na ‘Trinity‘ (de eerste Amerikaanse atoombom) had moeten gebeuren. Ook het thema van een song als “Stalingrad, Massengrab” moge duidelijk wezen, de samples van oorlogsspeeches en neervallen raketten winden er geen doekjes om. “The decapitator’s prayer” flirt met death metal en de snerpende, nerveuze gitaarlead heeft een hoog Nightbringer-gehalte. Panzerfaust’s moderne, licht-machinale black klinkt hier zo effectief als een precisiebombardement. Het contrast met het dertien minuten durende “The men of no man’s land” kan haast niet groter zijn. Dit nummer start met een lange repetitieve en transcendentale mantra-vibe waarin post-metal invloeden van bands als Neurosis en Dirge doorschemeren en ontpopt zich tot een knap staaltje black doom. Panzerfaust laat zich van verschillende kanten zien en maakt met dit eerste deel van “The suns of perdition” een stevig statement. Laat delen twee en drie maar snel komen! Tot op Thronefest!

JOKKE: 84/100

Panzerfaust – The suns of perdition – Chapter I: War, horrid war (Eisenwald 2019)
1. The day after ‘Trinity’
2. Stalingrad, Massengrab
3. Crimes against humanity
4. The decapitator’s prayer
5. The men of no man’s land

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places

Een must see op de komende Roadburn-editie is ongetwijfeld het Poolse Mord’A’Stigmata. De bandnaam stond reeds voor het horen van diens nieuwste telg “Dreams of quiet places” met gele fluomarkeerder op de dagplanning aangeduid en staat enkele luisterbeurten later nog eens extra dik in de verf gezet. De Polen geven al vijftien jaar lang hun eigen avant-gardistische draai aan hun black metal en vooral sinds de voorganger “Hope” uit 2017 is de kwaliteit er met rasse schreden op vooruit gegaan. Mord’A’Stigmata kruidt haar post-black met de nodige dissonanten, weet wanneer er ruimte dient gelaten te worden om de instrumenten hun zegje te laten doen (“Void within“), wisselt rustigere vaarwateren af met woest kolkende zeeën, geeft de bassist een prominente rol, en biedt heel wat vocale afwisseling gaande van black metal-screams over vervormde heldere zang (denk aan een band als het Australische Alchemist) en semi-cleane woeste uithalen. “Dreams of quiet places” heeft bij momenten een zware sludgy ondertoon (“Exiles“) maar vooral een industrial-achtige, coldwave en bijwijlen ruimtelijke atmosfeer over zich gedrapeerd wat versterkt wordt door de elektronische beats en machinale geluiden die in nummers als “Into soil“, “Spirit into chrystal” en de titeltrack opdraven en een apocalyptisch sfeertje neerzetten. De muzikanten toveren de ene na de andere plotwending uit hun mouw, maar nergens komt het geforceerd over. Extra hulde met andere woorden voor de nieuwbakken vellenmepper Ygg – voorganger DQ verkaste naar Blaze Of Perdition – die middels stijlvolle, avontuurlijke en bij wijlen swingende beats, ritmes en fills de boel vakkundig bij mekaar mept en van een goede flow voorziet. Fans van Blut Aus Nord, Dirge, Alchemist, Neurosis of de latere Mayhem moeten “Dreams of quiet places” zeker eens een kans geven. Gaat dat zien op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places (Pagan Records 2019)
1. Between walls of glass
2. Exiles
3. Spirit into cristal
4. The stain
5. Void within
6. Into soil
7. Dreams of quiet places

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence

Devil Worshipper – Music for the endtimes

Matron Torn is een muzikant die niet houdt van een strak keurslijf en bijgevolg het best in zijn element is als hij buiten de lijntjes kan kleuren en de grenzen van het extreme kan opzoeken. Als je weet dat deze man het brein is achter o.a. Death Fetishist, Ævangelist (waarvan recent het nieuwe waanzinnige “Matricide in the temple of omega” verscheen), Benighted In Sodom en Præternatura, dan weet je dat zijn muzikale creaties niet voor iedereen in de wieg gelegd zijn. Ten tijde van Death Fetishist’s sublieme “Clandestine sacrament” was ik met Matron Torn aan het praten over een interview dat grotendeels over ‘de dood’ ging en uiteindelijk ook nooit is doorgegaan omdat de Amerikaan kort daarna in het ziekenhuis werd opgenomen met ernstige gezondheidsproblemen en zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Naast fysieke problemen heeft de man, die momenteel in Finland resideert, ook last van psychische aandoeningen wat zich vertaald ziet in het extravagante, suïcidale, provocatieve en gitzwarte karakter van zijn muziek. Devil Worshipper is zijn nieuwste creatie en “Music for the endtimes” is één hallucinogene sonische trip van een uur. Matron Torn staat in voor het muzikale gedeelte maar liet zich in zijn artistieke visie op zang bijstaan door Fr.A.A. van het Portugese Tod Huetet Uebel en Erethe Arashiel die de vrouwelijke vocalen vertolkt. Het dualistische en schizofrene karakter van de muziek wordt extra in de verf gezet door de bestiale vocalen van Fr.A.A. die het contrast opzoeken met de vrouwelijke proclamaties. In opener “Ablutions” wordt de vrouwelijke stem verzorgd door Kabukimono en Sebastian Montesi (Auroch, Mitochondrion) speelde enkele solo’s in op “Fornicating angel”, “Melancholy loves the dark” en “Throat of the false prophet”. Deze muziek voor het einde der tijden grossiert in disonnante en zieke melodieën of wat had u gedacht? Hoewel de basisingrediënten grotendeels uit black metal gehaald worden, werd er duchtig geëxperimenteerd met de vormgeving die resulteert in een soort van industriële black bestaande uit gelaagde trance-opwekkende gitaarpartijen, martial drumpatronen en ziekelijk makende zang waarbij ik meermaals aan Maniac en Skitliv moet denken. “Parish apothecary” heeft maar liefst twaalf minuten nodig om haar innerlijke demonen volledig te laten ontspinnen en haar tentakels in je brein vast te klampen. We krijgen een new wave-achtige basis te horen waar zich een pulserend basloopje doorheen wroet en waarbij plotse explosies van zotgedraaide dubbele bassen en verwrongen riffs zich aanbieden. De problematische relatie die Matron Torn met allerhande druggerelateerde substanties heeft komt aan bod in “Heroin” en voelt voor de muzikant als het ware als een schrikwekkend exorcisme aan. Devil Worshipper produceert het audio equivalent van een desoriënterende drugtrip doorheen de donkerste kanten van de menselijke psyche en er is absoluut geen sprake van licht aan het einde van de tunnel. Meerdere luisterbeurten zijn dan ook nodig om de waanzin die geëtaleerd wordt een plaats te kunnen geven en de ganse plaat in zijn geheel uitzitten is voor ondergetekende een zware en bij momenten zenuwslopende opgave. Na elke luisterbeurt heb ik zin om als tegengif een no-nonsense Darkthrone-plaat op te leggen. Geef mij maar Death Fetishist en Ævangelist.

JOKKE: 69/100

Devil Worshipper – Music for the endtimes (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ablutions
2. Spiritual immanifest
3. Degenerate
4. Fornicating angel
5. Harlot flesh
6. Melancholy loves the dark
7. Heroin
8. Throat of the false prophet
9. Parish apothecary
10. Requiem ex abyssus

355614

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy