inferno

Devathorn/Inferno – Zos vel thagirion

Het is weer tijd voor een lesje mystagogie. Het Duitse World Terror Committee liet twee van haar leerlingen, het Tsjechische Inferno en het Griekse Devathorn,  een werkgroepje “inwijding in de mysteriën” oprichten met “Zos vel thagirion” als eindwerk. Het is zoals we van beide bands gewend zijn opnieuw een werkstuk vol draconische grootspraak geworden. Je doet ermee wat je wil. Ik snap er geen jota van en zou zwaar gebuisd zijn als er een examen zou volgen op het aanhoren van deze split. Laten we het dus maar over de muzikale output hebben. Beide entiteiten boksten het eindresultaat niet op eigen houtje in mekaar. Devathorn liet zich bijstaan door de Zweedse componist, audiokunstenaar, schilder en schrijver Michael Idehall en Inferno kreeg hulp van Acherontas V. Priest. Devathorn bijt de spits af en laat voor het eerst in drie jaar tijd nieuwe muziek horen. De laatste langspeler “Vritra” kon ons absoluut bekoren. Op deze twee nieuwe nummers fronsen we meteen de wenkbrauwen bij het aanhoren van de vocalen, want die klinken veeleer hardcore dan black metal, voor mij persoonlijk een afknapper. De vurige en dynamische muziek van “Azazyel iscariot” klinkt met haar Zweedse insteek echter nog steeds à point, er flitst zelfs nog een zinderende solo voorbij. “Omphalos” is experimenteler qua opzet. Het nummer kent een duistere en rituele start en klinkt dreigend en mysterieus door het gebruik van koorgezangen en spoken word samples en doet me soms wat aan Behemoth denken, zonder de snelheidsuitbarstingen dan. In het einde van het nummer duiken we terug rituele sferen in met tribal percussie en mystieke gezangen. Geslaagd nummer! Van het Tsjechische Inferno zijn we behoorlijk fan. De twee voorgangers “Gnosis kardias (of transcension and involution)” en “Omniabscence filled by his greatness” werden dan ook een hoge score toebedeeld op Addergebroed. “The solitary immersion into autarchic silence” neemt de helft van de drieëndertig minuten totale speeltijd voor haar rekening en borduurt verder op de uitwaaierende en psychedelische klanken die op de voorganger verkend werden. De sound van Inferno is heel sacraal en de blasts en riffs zweven als het ware door het ijle universum. Er zijn heel wat rustige stukken in dit kolossale nummer verweven die een beklijvend gevoel opwekken en de spanningsbogen heel strak aantrekken alvorens Inferno haar demonen ontketent. Van welomlijnde songstructuren is er nog amper sprake. Daarna volgt nog het titelnummer van deze split, een heuse ambient/licht-industriële soundscape die op gepaste manier een einde breit aan deze interessante collaboratie. Beide bands slagen dan ook met grootste onderscheiding.

JOKKE: 85/100 (Devathorn: 82/100 – Inferno: 88/100)

Devathorn/Inferno – Zos Vel Thagirion (World Terror Committee 2018)
1. Devathorn – Azazyel iscariot
2. Devathorn – Omphalos
3. Inferno – The solitary immersion into autarchic silence
4. Inferno – Zos vel thagirion

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes

De naam Djevelkult klinkt Noors en des duivels…en valt dus perfect te rijmen met black metal. Dit door Dødsherre Xarim in 2009 opgerichte duivelseskader draagt blasfemie hoog in het vaandel en verblijde vriend en vijand in 2014 met haar debuut “I djevelens tegn“. Na deze plaat hield drummer Ond het voor bekeken en ging de band verder met sessiedrumster Trish Kolsvart (Elände, Gestalte, Urarv en nog een resem bands). In 2014 en 2015 dook Xarim samen met gitarist Beleth en bassist Skabb de Gravkors Studios in om de funderingen van de opvolger vast te leggen. De opnames werden echter stilgelegd ten voordele van concerten en een tour met IXXI. Midden 2016 keerde Ond terug naar het oude nest en kon het album in de loop van 2017 verder afgewerkt worden in de Kirkebrann Studios waar de drums en zang voor het nageslacht vastgelegd werden. “Når avgrunnen åpnes” (of “As the abyss opens” in het Engels) was zo eindelijk een feit. De immens getalenteerde José Gabriel Alegría (o.a. Inferno, Whoredom Rife) voorzag de plaat van uitmuntend artwork en Kark (Dødsengel) stond in voor de mastering van het zaakje. Zodra Djevelkult haar ijskoude riffwerk middels opener “Atomic holocaust” uit de boxen laat knallen, weten we al dat het goed zit en duikt de naam Tsjuder als referentie op. “Condemned into eternal void” is bij aanvang eerder mid-tempo van insteek waarbij de groezelige sound van de gitaarmelodie een depressief sfeertje over de song drapeert. Nadien gaat het tempo de hoogte in en klieven de ijzige, maar iets te monotone screams de riffs met gemak in twee want echt memorabel klinken deze niet. De op-en-top Noors klinkende meloblack van de titeltrack zet het boeltje terug in lichterlaaie en in het daaropvolgende “En ny tid” levert gitarist Kleven (Liktjern, ex-Gravkors) een bijdrage en geeft hij het nummer middels zijn gitaarleads een Windir-vibe mee. “Døpt i helvetesild” neigt opnieuw heel hard naar Tsjuder terwijl “An evil unheard of” eerder thrashy van aard is met hakkend drumwerk van Invisius (Blodhemn), die de song tevens van een tekst voorzag en het boeltje ook inscreamde (en dat eigenlijk beter doet dan Xarim). Bij een titel als “Apocalypse (Hellspawn)” hoort geen liefelijk deuntje, maar desondanks haar felle aard is deze song ook eerder middelmatig, hoewel de solo van Ånneland aan het einde wel nog positief opvalt. Met “Vredeskvad“, waarvoor Draug van Kirkebrann de zang en tekst op zich nam, komt er echter een sterk einde aan een plaat die liefhebbers van pure Noorse black wel zal kunnen bekoren maar net wat tekortschiet om over de hele lijn te bekoren. En hierbij is het ook spijtig dat de twee gastzangers een betere prestatie neerzetten dan de bezieler van de band.

JOKKE: 77/100

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes (Saturnal Records 2018)
1. Atomic holocaust
2. Condemned into eternal void
3. Når avgrunnen åpnes
4. En ny tid
5. Døpt i helvetesild
6. An evil unheard of
7. Apocalypse (Hellspawn)
8. Vredeskvad

 

Cult Of Fire – EP

Onze Tsjechische gemaskerde vrienden van Cult Of Fire zitten duidelijk in een EP-fase, want na “Čtvrtá symfonie ohně” uit 2014 en”Life, sex & death” uit 2016 verschijnt er nu een derde EP op rij, alleen bleek de inspiratie ver te zoeken zijn als het op het verzinnen van titels aankwam, want zowel de EP als de twee songs die erin gegraveerd zijn, gaan naamloos door het leven. Op de vorige EP namen de symfonische aspecten zulke enorme proporties aan dat het extreme metal element wat in het hoekje geduwd werd, iets wat op de twee nieuwe nummers duidelijk niet het geval is. Het tempo ligt een pak hoger, de drums rossen als een bezetene en de gitaren scheuren, natuurlijk nog wel steeds met een keyboardklankentapijt, waarvoor buitenstaander Zdeněk Šikýř instond, dat doorheen de riffs gedrapeerd is. Cult Of Fire keert met andere woorden terug naar het geluid van de eerste twee langspelers. Hoewel de songs meer dan degelijk zijn, weet het zaakje me echter niet echt te pakken en lijkt het een beetje een haastklus te zijn geweest. Het majestueuze en triomfantelijke gevoel en de kippenvelfactor ontbreken. Het feit dat er zoals gezegd ook geen titels zijn, versterkt dat gevoel nog meer. De verpakking en het artwork van David Glomba (Teitan Arts), die onder andere ook al voor Ascension, Inferno en Death Karma prachtig werk afleverde, zijn echter zoals steeds om van te smullen, maar het muzikale blijft natuurlijk primeren. Als je de drie EP’s beluistert, wordt het duidelijk waarom deze songs apart uitgebracht werden want, hoewel het telkens overduidelijk om Cult Of Fire gaat, heeft elke release toch wel duidelijk zijn specifieke eigenheid. Van een identiteitscrisis zou ik met andere woorden niet durven spreken, alleen benieuwd welke koers er op een nieuwe langspeler gevaren zal worden.

JOKKE: 75/100

Cult Of Fire – EP (Beyond Eyes Productions 2017)
1. –
2. –

Acrimonious – Eleven dragons

Hoewel het in Griekenland regelmatig bakken en braden is, stond het Helleense Acrimonious altijd al een beetje in de schaduw van Acherontas – volledig onterecht wat mij betreft. Tijdens de demo- en EP-dagen van de band brachten ze qua sound een hommage aan oude goden zoals Samael, Sarcofago, oude Mayhem, Tormentor, Nifelheim, maar vanaf debuut “Purulence” uit 2009 schoof het geheel meer richting Dissection en Watain uit. Na deze plaat vond oprichter Cain Letifer (Serpent Noir, Thy Darkened Shade, ex-Acherontas, ex-Nightbringer) in drummer C. Docre (met identiek dezelfde bands op zijn curriculum vitae) en gitarist Semjaza 218 (Nadiwrath, The Ashes, Thy Darkened Shade, ex-Kawir, ex-Nergal, ex-Ravencult) twee gelijkgestemde zielen en werd in 2012 “Sunyata” uitgebracht, wat het debuut op alle vlakken overklaste. Sindsdien is het stil geweest rond Acrimonious maar dat lange wachten wordt nu beloond met “Eleven dragons“, dat met elf nummers en 67 minuten speeltijd een plaat is geworden zoals er nog zelden verschijnen. Geen hapklaar tussendoortje dus, maar een werkstuk dat in zijn geheel moet ondergaan worden. “Incineration initiator” is met haar negen minuten meteen de langste song en krijgt met haar progressief karakter de eer om het zaakje af te trappen. Een iets avontuurlijkere song met meer eigen karakter wordt links en rechts afgewisseld met vintage Watain en Dissection-achtige tracks zoals “The northern portal“, “Damnation’s bell” en “Elder of the nashiym” waar de Zweedse melodieuze bloedspetters vanaf spatten. Het gitaargepingel in “Kaivalya” en de akoestische klanken van “Thaumitan crown” raken dan weer eerder de gevoelige snaar net zoals de uitdijende leadgitaar in “Stirring the ancient waters“. De mix en mastering van Stamos Koliousis (Sitra Ahra Studios) is uitmuntend qua transparantie (hoor die basgitaar ronken), maar klinkt toch knallend en ruw genoeg voor dit soort occulte necro black. Net zoals hun Tsjechische broeders Inferno verkaste ook Acrimonious het Poolse Agonia Records om onderdak te vinden bij het Duitse W.T.C. waar ze in goed gezelschap verkeren van een legioen gelijkgestemde zielen. Wat Watain betreft is het nog bang afwachten welke richting zij verder zullen uitgaan na het zwaar teleurstellende “The wild hunt“. The disappointed ones hebben aan Acrimonious in elk geval een zéér vette kluif, want “Eleven dragons” is allerminst een draak van een plaat geworden. De invloeden van de helden liggen er misschien iets té dik bovenop, maar de uitvoering is naadloos en de kwaliteit torenhoog.

JOKKE: 87/100

Acrimonious – Eleven dragons (World Terror Committee 2017)
1. Incineration initiator
2. The northern portal
3. Damnation’s bells
4. Satariel’s grail
5. Elder of the nashiym
6. Kaivalya
7. Qayin rex mortis
8. Ominous visions of nod
9. Stirring the ancient waters
10. Litany of moloch’s feast
11. Thaumitan crown

Inferno – De kennis van het hart

Het Tsjechische Inferno is één van de meest interessante orthodoxe black metal bands van het moment. Met “Omniabsence filled by his greatness” wisten ze me enkele jaren geleden compleet omver te blazen en met het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” doen ze er doodleuk nog een schepje bovenop. Ik trok aan de monnikspij-mouw van bandleider Adramalech om wat meer inzicht te geven in het reilen en zeilen van zijn band. (JOKKE)

Here is a link to the English version of the interview: addergebroed-interview-inferno

inferno-band

Ave Adramalech! Ik leerde Inferno kennen middels het “Omniabsence filled by his greatness“-album dat in 2013 via Agonia Records verscheen. Ik kreeg zin om jullie eerdere discografie uit te spitten, maar geraakte eerlijk gezegd niet verder dan de “Black devotion“-plaat uit 2009. Hoewel ik dat album ook best kon pruimen, werd met de opvolger pas echt een grote sprong voorwaarts gemaakt. Welke van de oudere releases dien ik zeker uit te checken?
Gegroet! Om een totaalbeeld van de band te krijgen, te begrijpen welke stappen er gezet werden, te zien hoe we ontstonden en wat onze intenties waren, raad ik je aan alle platen te beluisteren. Dat is de beste manier om Inferno te leren kennen. Elke plaat weerspiegelt immers de periode en tijdsgeest waarin ze gemaakt werd: onze ontwikkeling, de emoties die we toen voelden, de stempel van de individuele bandleden die op dat ogenblik deel uitmaakten van Inferno en de bezetenheid die onze drijfveer was. Alleen op deze manier kan je duidelijk zien welke aaneenschakeling van gebeurtenissen heeft geleid tot de huidige vorm van de band en de muziek die we maken. Onze kunst kan volatiel en polymorf zijn; de manier van expressie is weids en onmetelijk en daardoor mag je je niet op één tijdsperiode focussen. Alles is met mekaar verbonden en reflecteert de huidige realiteit.

Adramelech, je bent het enige overgebleven bandlid sinds de oprichting van Inferno in 1996. Vergt het komen-en-gaan van bandleden niet onnoemelijk veel energie? Je moet immers steeds opnieuw naar vervangers op zoek die zowel op muzikaal, persoonlijk als ideologisch vlak bij elkaar passen.
Personeelswissels kunnen inderdaad soms vermoeiend zijn, vermits je de nummers telkens weer van meet af aan dient te repeteren en het vraagt heel wat tijd en energie om de mensen te leren kennen waarmee je samen speelt. Dit kan echter ook voldoening geven, vooral als die nieuwe mensen ook een frisse wind doorheen de band laten waaien en dit de passie terug aanwakkert. Persoonlijk hou ik ervan nieuwe uitdagingen aan te gaan en ik beschouw ze steeds als de noodzakelijke volgende stap om bepaalde doelen op spiritueel en artistiek vlak te bereiken.

In het begin zong Inferno meer over heidendom, terwijl recenter de ideologie meer richting occultisme en satanisme opschoof. Ben jij degene die over de algemene bandvisie en songteksten waakt? Schrijf je ook muziek of is dit de taak van de andere bandleden? Is het niet vreemd dat je als bandleider van de andere afhangt wat betreft de muziek?
Ik vind niet dat jouw bewering klopt als je zegt dat Inferno in de begindagen eerder heidens gerelateerd was. Als je de teksten van de demo’s en eerste EP’s erop naleest (ik zou wel willen maar mijn Tsjechisch is niet meer wat het geweest is; JOKKE), zal je zien dat er twee werelden samenvallen die een compact geheel creëren. Natuurlijk waren we toen slechts 15-18 jaar en ontbrak er een diepere, meer verfijnde opinie, maar dat is normaal op die leeftijd. Maar zelfs in de jaren negentig was alles wat we deden reeds gestoeld op het verkennen van thelema-magie, zoals we dat ook nu nog doen. Luister naar je eigen wil en handel er ook naar; op die manier steunen we het echte Europese traditionalisme, dat enkele anti-christelijke elementen in zich heeft. En ik zie geen probleem in het mixen van deze twee dingen.
Onze teksten en visuele presentatie zijn wellicht gedeeltelijk anders vandaag, evenals het geluid, de composities en dramaturgie van onze live shows. Maar ik beschouw dit als een natuurlijke evolutie, omdat dit nog steeds gebaseerd is op de fundering uit de begindagen. Het toont onze natuurlijke ontwikkeling, onze evolutie doorheen de tijd waarin we er op alle vlakken op vooruit gegaan zijn. En zoals reeds gezegd hebben er heel wat veranderingen plaats gevonden doorheen de jaren, zoals de vele line-up wissels. Ik zie daar niets verkeerd in. Inferno leeft in ieder van ons, het is wat ons drijft en dat is hoe het hoort te zijn. Veel mensen zouden ons willen zien spelen zoals op onze eerste demo “Peklo na zemi”. Inferno mag dan wel een compleet andere band lijken in vergelijking met het begin van het millennium, ik hou nochtans nog steeds aan dezelfde opinies als in de begindagen vast. Ik heb natuurlijk een lange weg afgelegd, verbreedde mijn horizon, deed kennis op en ging erop vooruit qua occulte praktijken, die ik tracht te vertegenwoordigen op een diepere, meer interessante manier. Wie kan zeggen dat hij of zij nog exact dezelfde persoon is als twintig jaar geleden? Is dat überhaupt wel mogelijk?
Ik beschouw het huidige Inferno als een terugkeer naar de essentie van vroeger. We zetten enkele stappen terug, die nodig waren om opnieuw vooruit te kunnen gaan. Alle elementen die Inferno maken tot wat het is, werden grondig geëvalueerd en tot een nieuwe, meer potente vorm gekneed die zich verder ontwikkelt tot iets nieuws. We concentreren ons niet op de consequenties maar op onze weg ernaar toe. Als we het noodzakelijk achten om enkele zaken te vernieuwen, dan doen we dat zonder schrik te hebben van ons oude pad af te wijken. Dat is een overstatement natuurlijk maar ik denk ook dat het beter is een mikpunt van spot te zijn voor sommigen dan een uitgebluste zielige puinhoop te worden die niet in staat is iets nieuws te creëren.
En om op je laatste vraag terug te komen. Ik denk niet dat ik volledig van de anderen afhang vermits ik het proces volledig beïnvloedt, zelfs al speel ik geen enkel instrument. Dat is ook niet altijd nodig om de creatie te beïnvloeden of te sturen in de richting die nodig is op een bepaald ogenblik. Ook een mening van iemand die niet meeschrijft, kan een plus zijn. En ik deel de passie en visie qua muziek met Ska-Gul, de voornaamste componist, waardoor we elkaar verstaan en aanvullen waar nodig.

Rond de tijd van “Omniabsence filled by his greatness” werd het oude bandlogo dat een pentagram bevatte, vervangen door een nieuw intrigerend logo. Wat leidde tot deze vernieuwing en wie ontwierp het logo? De meeste bands die van logo veranderen, kiezen voor een meer leesbaar (en dus commercieel gezien betere) versie. Jullie, daarentegen, opteerden voor een mysterieus embleem vol occulte details. Waarom past dit logo beter bij waar Inferno vandaag de dag voor staat?
Correct, het is percies zoals je schrijft. Bands wijzigen hun logo om het toegankelijker en herkenbaarder te maken voor de fans en wij deden het tegenovergestelde door voor een moeilijker leesbaar logo te kiezen. Maar aan de andere kant, is het vrij opmerkelijk en verschillend van veel andere logo’s. En net hierdoor weet het dan weer beter de aandacht van mensen vast te grijpen en doet het hen misschien nadenken over wat tot de wijziging leidde. Ik plande deze verandering tijdens het schrijven van “Omniabsence filled by his greatness” omdat ik wist dat het nieuwe pad dat we insloegen een nieuw zegel vroeg dat anders zou zijn dan andere logo’s. Ons logo weerspiegelt een psychedelisch aspect van het album, reflecteert de muziek en de teksten en geeft onze kunstvorm een niet-alledaagse vorm, omdat onze muziek ook zo is. Chaotisch, vol schijnbaar tegenstrijdige emoties en ideeën, maar strevend naar fataliteit. Het is echt een voorstelling van wat in de teksten beschreven wordt. Ik denk dat het nieuwe logo subtieler en meer figuratief is en open staat voor verschillende interpretaties, net zoals de teksten. We beschouwden het als een goed logo en het past bij onze teksten die abstracte reflecties, evaluaties en ervaringen zijn. Het logo werd ontworpen door Sindre Foss Skancke die ook reeds voor bands als Dødsengel, Skullflower en Keres werkte.

inferno-kvalita-logo

Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” worden de sound en het concept van de vorige plaat verder uitgediept wat resulteert in een nog sterker en meer verfijnd album. Waar staat de albumtitel voor en hoe is de plaat gerelateerd aan voorganger “Omniabsence filled by his greatness”?
Het klopt inderdaad dat we de sound van de vorige plaat verder uitgediept hebben. Het nieuwe album is persoonlijker, meditatiever en subtieler maar ook agressiever, donkerder en chaotischer. Veel aspecten van het album kunnen op verscheidene manieren geïnterpreteerd worden en als je een bepaald element confronteert met een ander, kan dit een compleet nieuwe betekenis krijgen. En iets gelijkaardigs geldt voor de titel van het album. De initiële werktitel was “Involution of lucid existence” en op basis daarvan werd het concept verder uitgediept. In de laatste fase van het schrijfproces kozen we voor de nieuwe titel “Gnosis kardias“, wat vertaald kan worden als “de kennis van het hart”. Om de intro van het album even te citeren:

“All that is real is created and governed by things that are unreal and all that we perceive is a mere dream within a dream – a shallow existence we ostensibly control. Before we step further, searching, into the endless universe, take a look into yourselves. A proper and deep stare, until everything that surrounds you and especially you alone, loses its superfluous nature. The album is a profound introspection and consequent expansion beyond the ordinary perception. A glimpse of the end, with which everything starts anew, and glimpse of the beginning, in effort to descry what preceded the countless cycles of contractions and expansions. The encounter with darkness and light of the innermost essence of man, that originates elsewhere.”

De oorspronkelijke en uiteindelijke albumtitel refereren aan het bovenstaande, de afdaling in jezelf om de innerlijke en uiterlijke essentie te vinden. Een dieper begrip, de innerlijke kennis en illuminatie die elke vezel van je bestaan transformeert. En er zijn verscheidene manieren om dat te bereiken. Laat ons zeggen dat er de voorbije jaren enkele ogenblikken zijn geweest waarop we het immateriële van de dingen rondom ons waarnamen, tijdloze momenten waarop alles helder werd.

Op de nieuwe plaat horen we veel meer dan louter black metal. Elementen van psychedelica, ambient en progressieve rock vonden hun weg naar het album, wat het resultaat erg divers maakt. Is dit een richting die de band in de toekomst verder zal uitgaan? Hoe ver denk je dat Inferno kan gaan met het experimenteren  met andere genres?
We zullen zien hoe ver de creatie ons zal nemen. We willen niet componeren volgens een bepaalde template en wie weet welke innerlijke en externe stimulansen een impact zullen hebben op ons schrijfproces? We zullen natuurlijk altijd de vlam brandend houden die ons in de jaren negentig aanstak, maar we willen het bewandelen van nieuwe paden niet vermijden. Het zal een symbiose zijn.

Ik merkte enkele symfonische en oosterse passages in jullie songs op. Hoewel er geen keyboard speler vermeld wordt in de credits, ben ik er vrij zeker van dat ik enkele hoorns of trompetten hoor in “Abysmal cacophony” of heb ik het mis?
Dat heb je inderdaad verkeerd gehoord. Alle soundscapes werden gecreëerd met gitaren, hoewel er verschillende lagen en effecten zijn. Er werden geen andere instrumenten dan drums, elektrische gitaar, basgitaar en zang gebruikt op “Gnosis kardias“.

Hoewel niet zo ver doorgedreven als bij Cult Of Fire, lijkt het alsof oosterse elementen hun weg hebben gevonden in jullie sound. In mijn review vermeldde ik ook invloeden van de progressieve metalband Sunset In The 12th House, een zijproject van enkele Dordeduh leden, die natuurlijk ook vele elementen van jullie inheemse muziek incorporeren. Wat trekt je zo aan in de folk muziek van jullie thuisland?
Om heel eerlijk te zijn, was er helemaal geen intentie om elementen uit oosterse muziek in onze sound te verwerken en ik hoor dat zelfs helemaal niet terug op het album. Maar ik denk dat sommige lijntjes en lagen die impressie wel kunnen doen ontstaan, wat OK is. Ik heb van sommige mensen gehoord dat elke luisterbeurt enigszins anders ervaren wordt, afhankelijk van iemand zijn gemoedstoestand of verwachtingen. Eén luisterbeurt is onvoldoende en het vraagt tijd om doorheen de verschillende lagen te luisteren. Aandachtig luisteren is de boodschap. We luisteren bijna nooit naar onze inheemse folk muziek, dus is er amper sprake van een invloed hier.

Inferno is een band die heel wat werk steekt in de visuele presentatie zoals albumhoezen, podiumkledij, enzovoort. Hoe belangrijk is de visuele kant van de muziek voor jullie? Ben je niet bang dat sommige mensen de stage outfit en alle attributen een beetje als een circusact beschouwen en dat het de focus op de muziek wegneemt?
Het is duidelijk belangrijk voor ons, maar wel tot op een bepaalde hoogte. Het is een factor die de eigenlijke muziek vergezelt en een klein deel uitmaakt van de uiteindelijke mozaïek, wat ons helpt om in een ander niveau van perceptie te treden tijdens live shows. De visuele kant mag echter nooit belangrijker zijn dan de muziek, want dan wordt het iets zonder substantiële betekenis en we zien daar vele voorbeelden van rondom ons.
Bovendien kan iets wat in de jaren tachtig en negentig als choquerend, radicaal, elitair en authentiek beschouwd werd, nu als beschamend, theatraal of artificieel aanzien worden. Maar wat ben ik daarmee? Aan de ene kant ben ik niet verbaasd dat het hierop is uitgedraaid. Het probleem is dat iedereen denkt dat hij of zij overal kan bijhoren, dat iedereen het recht heeft om alles te hebben wat ze willen. Alles werd weggelachen en steriel en mondain gemaakt. Black en death metal zijn een merk verworden dat iedereen kan gebruiken of misbruiken en een zekere loskoppeling of individualiteit die de jaren negentig karakteriseerden zijn weg. We moeten de bands en artiesten erkennen die oprecht authentiek zijn en hun werk met de nodige sérieux behandelen en de oppervlakkige bands, die vinden dat het enkel om plezier draait of vinden dat het “gewoon muziek” is, discrimineren. Bands zoals Watain, Acherontas, Mayhem, Nightbringer, Behexen, Mare en anderen tonen hoe het zou moeten zijn.

Ik kan niet wachten totdat ik de vinylversie van het nieuwe album in mijn handen kan houden. De albumhoes is simpelweg verbluffend. De Peruaanse artiest Jose Gabriel Alegría Sabogal heeft echt een meesterwerk afgeleverd. Ik las ergens dat dit één van zijn meest complete en uitgebreide werken tot op heden is. Hoe is de albumtitel gerelateerd aan het hoesontwerp?
Ik ben het volledig eens en het klopt dat het zijn meest omvattende werk bedraagt dat hij ooit voor een band ontworpen heeft. Voor “Gnosis kardias” heeft Jose de front en back cover getekend, evenals bijkomende tekeningen voor elke song, gebaseerd op de teksten, het concept en enkele additionele opmerkingen over zaken die we vonden die erin moesten zitten. Op het album vullen tekst, muziek en visuals elkaar aan. Let bijvoorbeeld op het aspect van “dualiteit” in het micro- macrokosmos zicht, wat cruciaal is in het algemene tekstuele en muzikale concept van de plaat. Maar je dient je eigen verklaringen te zoeken.

GD30OB2-N.cdr

Zowel “Black devotion” als “Omniabsence filled by his greatness” werden uitgebracht op Agonia Records, maar voor de nieuwe plaat gingen jullie in zee met World Terror Committee. Waarom besloten jullie Agonia te verlaten? Heeft W.T.C. meer te bieden aan de band? In elk geval lijken er meer gelijkgestemde bands bij het nieuwe label te zitten.
We verlieten Agonia Records om de simpele reden dat we niet tevreden waren over de manier waarop de labeleigenaar werkte en eerlijk gezegd had ik gehoopt dat de samenwerking met een groter label toch anders zou zijn. Er waren tekortkomingen in verscheidene aspecten van ons partnership, zoals qua communicatie of het voldoen aan gemaakte beloftes. Zo nam het bijvoorbeeld drie maanden in beslag om ons de beloofde CD’s op te sturen, zelfs na het herhaaldelijk negeren van enkele mails. In feite werd er veel gezegd, maar weinig actie gegeven aan die woorden. En ik kan nog voorbeelden aanhaalden, maar wat maakt het uit? Er is al heel wat negatiefs geschreven over Agonia en voor ons behoort het nu tot het verleden. W.T.C. is het compleet tegenovergestelde. De samenwerking verloopt vlot en ik heb er alle vertrouwen in dat dat zo zal blijven. We vragen geen speciale behandeling van een label ofzo, maar we willen ook niet als een ongewenste, noodzakelijke band beschouwd worden. De samenwerking tussen een band en een label is altijd tweerichtingsverkeer. En ik beschouw het inlossen van gemaakte beloftes als een zaak van eer en integriteit. Daarenboven, huisvest W.T.C. kwaliteitsbands, hebben ze een goede reputatie en zijn we geflatteerd deel uit te maken van het label. We zullen zien wat de toekomst brengt.

Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest droeg bij aan enkele songs. Waarom heb je specifiek hem gevraagd om mee te werken?
Ik ben een grote fan van de band Acherontas, de man en zijn stem: waarschijnlijk één van de beste in black metal voor mij. Ik was er zeker van dat zijn stempel en expressie zouden passen op het nieuwe album. Als ik naar Acherontas luister, voel ik een ongelofelijke energie, door alle nuances en emoties die hij kan weergeven…Ik wou iets even bekoorlijk als dat binnen Inferno hebben. Ik was een beetje bezorgd over het feit of hij wel in de band zou passen, en ik wou dat hij iets anders zou proberen dan wat hij bij Acherontas doet, maar uiteindelijk verstond hij ons volledig en drong de essentie van ons album tot hem door. Dat spreekt wat mij betreft boekdelen over zijn aanpak op muzikaal en spiritueel vlak.

Enkele jaren geleden speelden jullie op het Belgische Throne Fest. Herinneren jullie zich dit concert? Hoe was de respons? Staan er nieuwe Belgische data op de planning?Natuurlijk, het concert en de organisatie waren perfect. Momenteel hebben we geen Belgische concerten gepland, maar dat kan snel veranderen natuurlijk.

 

Cult Of Fire – Čtvrtá symfonie ohně

In de vorm van een prachtig vormgegeven picture disc met magnifiek artwork van David Glomba van Teitan Arts (die ook al hoezen verzorgde voor o.a. Ascension, Svartidauði en Inferno) krijgen we met “Čtvrtá symfonie ohně” (“De vierde symfonie van het vuur“) de vierde studio release voorgeschoteld van Cult Of Fire. Je kent ze wel, de over-the-top verkleedde Tsjechische black metal band die hun voorliefde voor India uitdrukt middels symfonische black metal. Bij het aanschouwen van hun live rituelen bevond ik me in tweestrijd wat betreft hun présence en podiumaankleding: die balanceert namelijk op de dunne scheidingslijn tussen een stoer en occult imago en carnavaleske toestanden. Normaal gezien moest deze EP uitkomen na de release van  “Triumvirát”, maar omdat hun fascinatie voor India zo sterk was, werd dit project even aan de kant gezet om “मृत्यु का तापसी अनुध्यान” uit te brengen. De twee tracks tellende EP is opgedragen aan de fantastische componist Bedřich Smetana en twee prachtige rivieren: de Tsjechische Vltava en de Slovaakse Váh. De EP zag het levenslicht op 8 december, exact 140 jaar nadat Smetana de compositie “Vltava” beëindigde. De triomfantelijke openingsmelodie van “Vltava”, de eerste van de twee instrumentale nummers, blijft vrij dicht bij het origineel (dat te beluisteren is via  https://www.youtube.com/watch?v=uI8iTETiSqU) waarna een versnelling in de drums de overgang naar black metal inluidt, maar waarbij een hoofdrol blijft weggelegd voor de lead guitar die de prachtige melodie verder stuwt. De Indiase insteek van de intro verwijst naar hun eerder werk, wat op de tweede track veel minder het geval is.  “Vàh”, op kant B, belichaamt in het begin een totaal andere mood en is meer ingetogen van sound, met zijn melancholische gitaar, echoënde akkoorden en ingeweven sample van stromend water. Nadien breekt ook deze song open en wordt de majestueusheid van deze rivier geprezen mits prachtige kippenvelopwekkende guitar leads. De twee tracks, met beide een speelduur van meer dan zes minuten, zijn voorbij voor je het weet. Erg toffe EP!

JOKKE: 85/100

Cult Of Fire – Čtvrtá symfonie ohně (Iron Bonehead Production 2014)
1. Vltava
2. Vàh

Inferno – Omniabscence filled by his greatness

Dit is mijn eerste kennismaking met de Tsjechische blackies Inferno (ik denk dat er in elk land op deze aardkloot wel een band rond loopt die onder deze naam actief is). Het einde van 2013 komt stilaan in zicht en op de valreep ontdek ik hier nog een paar platen die mijn eindejaarslijstje grondig door mekaar schudden. Op Metal Archives lezen we dat de band reeds sinds 1996 actief is en sindsdien een dertigtal releases op de mensheid heeft losgelaten, waarvan naast een hoop demo’s, splits en EP’s dit “Omniabscence filled by his greatness” full album nummer 6 is. Na een onheilspellend intro krijgen we 5 langgerekte nummers te verwerken die alle tussen de 7 en 11 minuten van je kostbare tijd vragen. Maar het is de moeite waard om hier tijd voor vrij te maken, zeker als je van een portie naargeestige en beklemmende black metal houdt in de stijl van Mayhem’s “De mysteriis dom sathanas” of het werk van een band zoals Ondskapt. De vrij lange nummers vervelen geen minuut, doordat de band erin slaagt om voortdurend met spanningsbogen te werken waarbij melodisch, soms dissonant, maar avontuurlijk gitaarwerk wordt afgewisseld met tragere mysterieuze passages en plotse acceleraties die op typische Zweedse toon voortrazen. De lage, donkere, van genoeg echo voorziene en in salpeterzuur gedrenkte vocalen van brulboei Adramalech maken het duivels plaatje verder af. De productie van de ondertussen erg gerenommeerde Necromorbus Studio past perfect bij dit soort kabaal en is gelukkig niet al té transparant, zodat er een mystieke sfeer en dreiging doorheen het album voelbaar blijft. Het erg knappe occulte artwork werd verzorgd door Teitan Arts, die zijn grafische kunsten ondertussen ook al voor die andere Tsjechische helden Cult Of Fire ter beschikking gesteld heeft. Om de één of andere duistere reden is deze band steeds onder mijn radar gebleven, maar daar komt vanaf nu verandering in. Of voorgaand werk van hetzelfde niveau is weet ik niet maar deze plaat gaat nog regelmatig toertjes draaien bij ondergetekende. Luistertip: “The vertical fissure of the most distant end”, maar via bijgevoegde YouTube link kan je ineens heel de plaat beluisteren.

JOKKE: 87/100

Inferno – Omniabscence filled by his greatness (Agonia Records 2013)

1. Pervasion…
2. The firstborn from murk
3. The funeral of existence
4. Revelations through the void
5. The vertical fissure of the most distant end
6. Metastasis of realistic visions