Katatonia

Faidra – Six voices inside

In het black metal-wereldje lopen heel wat muzikanten rond die zo vol van zichzelf zijn dat ze haast een hele H&M aan merchandising met hun geschilderde tronie op verkopen. Er zijn echter ook muzikanten die de anonimiteit verkiezen en de muziek voor zichzelf willen laten spreken. Het Zweedse Faidra is zo’n band, want de identiteit van de bezieler achter dit project blijft in een dichte mist gehuld, al zou de man al sinds de jaren ’90 in het wereldje meedraaien, zij het in death en folk metal. In februari verscheen het debuut “Six voices inside” via Northern Silence Productions met op de hoes een afbeelding van Bartolomeus, één van de 12 apostelen van Jezus, geschilderd door de Spaanse kunstenaar José de Ribera. Op de langspeler prijken zes nummers die elk op meer dan zes minute afklokken. Toeval? Faidra speelt atmosferische orthodoxe black metal die grotendeels mid-tempo van aard is. Blastbeats komen er enkel in het in mineur opgetrokken “The Judas cradle” kortstondig aan te pas en de kracht ligt ‘em in het hypnotiserende karakter van de repetitieve, soms ietwat monotone ritmes. Tristesse, somberheid en desolate gevoelens druipen van de akkoorden af en doen me hierdoor soms wat aan Katatonia denken toen er nog een pentagram in diens logo stond. In “The depths” is een overduidelijke Noorse inslag hoorbaar in de melodieën. Burzumesque keyboardnoten vallen druppelsgewijs op de rauwe ondergrond en zorgen – samen met de basgitaar – voor de nodige diepte. “Obsequies” gaat op hetzelfde elan verder en maakt halfweg plaats voor toetsen alleenheerserij en een spoken word passage over de komst van de Antichrist. Het slome “Tombs of giants” start met melancholisch klinkend clean gitaargetokkel en sleept zich nadien traag verder. De raspende screams klinken overtuigend en worden bij momenten vergezeld van heldere zang die weliswaar soms net wat naast de toon zit. “Six voices inside” is een knap debuut waarbij ik weinig kanttekeningen kan maken. OK, de muziek is misschien soms wat eentonig, maar daarin ligt volgens mij net de kracht van deze plaat.

JOKKE: 80/100

Faidra – Six voices inside (Northern Silence Productions 2020)
1. A pact amongst wolves
2. The depths
3. Obsequies
4. Tomb of giants
5. The Judas cradle
6. Six voices inside

Katatonia – City burials

Quarantaine, isolatie en melancholische verlangens naar vroegere tijden; perfecte setting voor een nieuwe Katatonia-plaat denk ik dan. Die was er bijna niet meer gekomen want nadat het touren voor “The fall of hearts” erop zat, trok Katatonia er in 2018 onverwachts de stekker uit. Althans voor even, want naar aanleiding van het tienjarig bestaan van “Night is the new day” staken de vijf Zweden een jaar later de koppen opnieuw bij mekaar om dit jubileum live te vieren. Tijdens de inactieve bandperiode bleef frontman Jonas Renkse echter geduchtig verder componeren met de idee van een soloalbum in zijn achterhoofd. Vlak voordat ie de studio zou intrekken gooide de zanger het roer echter om en overtuigde zijn bandmakkers om zijn materiaal toch onder de Katatonia-noemer uit te brengen. En zo plofte de twaalfde langspeler “City burials” enkele weken geleden op onze deurmat. Als fanboy was ik natuurlijk reuze benieuwd naar het totaalplaatje hoewel de eerste twee singles ons nog niet meteen achterover deden vallen. Het rustige “Lacquer” klonk eerder als een doorslagje van het adembenemende “Unfurl” en het met een heavy metal solo doorspekte “Behind the blood“, waarin Roger Öjersson zijn talent laat horen, schrikte ons aanvankelijk wat af indien dit een blauwdruk voor de nieuwe richting zou worden. Net zoals op “The fall of hearts” kiezen de meesters van de melancholie opnieuw voor een eerder rustige opener; geen dubbele basdrums en heavy riffs zoals in “Leaders” of “Forsaker” met andere woorden. Dit “Heart set to divide” ontpopt zich wel langzaam van een timide openingspassage naar progressievere vaarwateren waarin drummer Daniel Moilanen en bassist Niklas Sandin zich ritmisch kunnen uitleven, hoewel Daniel meer in dienst van de nummers speelt dan technische hoogstandjes te etaleren. Dat de nummers oorspronkelijk voor Jonas zijn soloplaat bestemd waren is goed hoorbaar want de timide frontman schittert als nooit tevoren en staat centraal in de elf composities. Zijn stemtimbre klinkt gelaagder en zijn bereik gaat breder dan ooit. Dat was eigenlijk al hoorbaar in de eerste twee reeds aangehaalde erg uiteenlopende en diverse singles die na meerdere luisterbeurten eigenlijk perfect op hun plaats vallen in de flow van het album en uiteindelijk niet moeten onderdoen voor de rest van het materiaal. Opnieuw prijkt er in de vorm van “Vanishers” een duet op de plaat waarin Jonas samen met Full Of Keys zangeres Anni Bernhard een prachtig ingetogen song vertolkt waarin strijkers voor extra warmte zorgen. “City burials” heeft – zoals elke Katatonia-plaat – wat tijd nodig om in te werken en haar geheimen volop prijs te geven. Zo bevatten sommige nummers heel wat meer diepgang dan wat op het eerste gehoor bleek. Kippenvelopwekkende refreinen zoals we horen in “The winter of our passing“, “Flicker” en het naar Tool neigende “City glaciers” zijn er nog meer dan voldoende, maar de catchy bridges uit het verleden hebben soms plaatsgemaakt voor weinigzeggende opbouwen met geprogrammeerde drums. Een andere kanttekening is de drumsound die wat vlak klinkt (oudgediende Jens Bogren werd voor de mix en mastering dan ook ingeruild voor de Deen Jacob Hansen). Een andere opvallende wijziging is dat het artwork niet langer van de hand van Travis Smith is waarmee Katatonia sinds jaar en dag samenwerkte. Het resulteert in een verfrissende aanpak. Had jij trouwens de kenmerkende raaf al opgemerkt die verschijnt in het gelaat van de op de cover prijkende ontwerper Beech wanneer deze ondersteboven gehouden wordt? Met het stevige maar van een inspiratieloos refrein voorziene “Fighters” en het dynamische “Closing of the sky” zijn er ook twee bonusnummers in omloop maar daar moet je – net zoals bij de voorganger – meerdere edities voor aanschaffen om ze beide in huis te halen (fuck you Peaceville!). Samenvattend blijft Katatonia verder timmeren aan een geluid dat ondertussen uit de duizenden herkenbaar is. Er wordt verder gebouwd op de funderingen van de vorige platen, maar toch wordt er op verschillende nummers, door bijvoorbeeld het toevoegen dan gitaarsolo’s, subtiel een nieuwe weg ingeslagen en daarvoor kan ik niets anders dan respect opbrengen. Algemeen klinkt de band wat rustiger, hoewel er in nummers als “Rein“, “Untrodden” (waarin Roger opnieuw mag soleren) en “Neon epitaph” nog steeds voldoende metalelementen aanwezig zijn, en daar is mijns inziens niets mis mee. “City burials” ontpopte zich de voorbije weken voor ondergetekende tot de perfecte soundtrack voor de lock down.

JOKKE: 90/100

Katatonia – City burials (Peaceville Records 2020)
1. Heart set to divide
2. Behind the blood
3. Lacquer
4. Rein
5. The winter of our passing
6. Vanishers
7. City glaciers
8. Flicker
9. Lachesis
10. Neon epitaph
11. Untrodden

Secrets Of The Moon – Black house

Secrets of the Moon is altijd al een omstreden band geweest. Een black metal kern met wisselende invloeden, een occulte thematiek en een aparte marketing strategie. Zo wilden de Duitse heren bijvoorbeeld geen promo voeren voor hun album “Seven bells” uit 2012, ook al stonden er een paar grotere namen op de lijst met gastmuzikanten. Helaas, zoals het soms wel eens wil gaan met bands die per se deel willen uitmaken van het “rijk der speciaal doenerij” ging het uiteindelijk bergaf in 2015 met “Sun“. Overwegend slecht neuzelende cleane zang door een zanger die zelf vaak nasaal klinkt, goedkope Katatonia invloeden en een schelle en toch modderige productie maakten van het album een soort depressieve post-rock abortus. Gezien de huidige trend waarin bands teruggrijpen naar hun roots en de terugkeer van de oudgediende bassist Daevas, koesterde ik echter een voorzichtige hoop. Niet dat ik iets heb tegen post-rock of depri-pop, de band was gewoon beter toen ze nog black metal speelden. Je leest het al aankomen, die hoop was tevergeefs. Sterker nog, de deur van “Black house” bevindt zich nog enkele treden lager en is enkel te openen door bands met voorgekauwde riffs die nog steeds/opnieuw doen denken aan een vermoeide Katatonia, een zeurderige stem die flirt met valse noten en wat pokke saaie drums. Kijk, ik snap perfect waarom een band weg wil van black metal. Ik snap ook geheel waarom een soort arty farty dark rock gegeven dan aantrekkelijk is. Maar als je het gaat doen, doe het dan tenminste – min of meer – goed en verkoop geen platte kak als een nieuw album. Geen enkele song gaat ergens heen. Alles wordt gewoon wat voor zich uit gegooid met een arm waarop iemand te lang heeft gezeten. We krijgen zwakke riffs met een slappe ritmesectie en een irritante stem. Een breakdown van dit album is zinloos, dus zal ik het houden bij een samenvatting. “Black house” zal zeker en vast bepaalde mensen aanspreken die houden van opvallend zwartgallige emo en niet te kritisch zijn op muzikaal vlak.

Xavier: 55/100

Secrets Of The Moon – Black house (Lupus Lounge 2020)
1. Sanctum
2. Don’t look now
3. Veronica’s room
4. He is here
5. Cotard
6. Black house
7. Heart
8. Mute God
9. Earth hour

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts

Vijfde langspeler alweer voor het Poolse Blaze Of Perdition, een band die zich in het overvolle occulte en orthodoxe black metal genre gestaag naar de top aan het werken is middels een reeks uitstekende platen. “The harrowing of hearts” komt er drie jaar na “Conscious darkness“, een periode waarin de band van Agonia Records naar het grote Metal Blade verkaste en waarin drummer DQ (ex-Mord’A’Stigmata en Arkona) en gitarist M.R. (In Twilight’s Embrace) aan boord gehesen werden om de oorspronkelijke kern bestaande uit zanger Sonneillon en gitarist XCIII te vervolledigen. De “The harrowing hearts” klokt op een pittige 52 minuten af en bevat naast zes nieuwe eigen composities in de vorm van “Moonchild” ook een cover van Fields of the Nephilim. De gothrock van deze grootmeesters heeft trouwens duidelijk haar sporen nagelaten in de black van de Polen. Dat maken de eerste twee nummers “Suffering made bliss” en “With madman’s faith” meteen duidelijk door meer op warmbloedige atmosfeer en mid-tempo melodieën in te zetten waarbij de meer rock-georiënteerde drumstijl van de nieuwbakken vellenmepper goed tot zijn recht komt. Een zeer gesmaakte nieuwe invalshoek wat mij betreft. Met “Transmutation of sins“, de eerste vrijgegeven single voor de nieuwe plaat, wordt terug wat sneller van leer getrokken hoewel deze song zich ook al snel ontplooit tot een melodieuze kraker met een erg aanstekelijk meezingbaar refrein. Blaze Of Perdition is duidelijk toegankelijker geworden en begint wat naar recente Nachtmystium te neigen. Halfweg de plaat valt “Królestwo Niebieskie” op door de Poolse teksten waar we geen jota van verstaan – terwijl de screams van Sonneillon wanneer hij Engels uitbraakt vrij goed te volgen zijn – wat een gesmaakt exotisch kantje toevoegt aan het nummer dat opnieuw aan goth rock ontleende ritmes en melodieën bevat waarin ook een belangrijke rol voor de stuwende basgitaar is weggelegd. “What Christ has kept apart” zoekt wederom de aanstekelijkheid van “Transmutation of sins” op en weet op je gevoel in te spelen middels slepende leadgitaren en infectieuze melodieën. Het meer dan negen minuten durende “The great seduces” moet het hebben van bakken atmosfeer, Katatonia-achtige leads, onderhuidse spanning en subtiele post-rock invloeden. Zoals steeds het geval is bij deze Polen sluiten muziek, teksten (losjes gebaseerd op “The harrowing of hell“, de afdaling van Christus naar de onderwereld in de tijd tussen zijn kruisiging en wederopstanding, waarbij het menselijk hart vol angsten, duistere fantasieën en donkere verlangens symbool staat voor de hel) en artwork naadloos op mekaar aan. “The harrowing of hearts” is gemakkelijker verteerbaar dan de vorige platen en ligt goed in het gehoor met heel wat catchy nummers. Deze nieuwe richting voelt echter niet als een knieval richting commercie aan, maar laat zien dat Blaze Of Perdition steeds nieuwe invalshoeken zoekt voor haar kwalitatieve composities en haar black metal-origine hierbij herschaapt tot een beklijvende brok muziek met bredere invloeden.

JOKKE: 89/100

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts (Metal Blade Records 2020)
1. Suffering made bliss
2. With madman’s faith
3. Transmutation of sins
4. Królestwo niebieskie
5. What Christ has kept apart
6. The great seducer
7. Moonchild (Fields of the Nephilim cover)

Vananidr – Damnation

Dat Anders Eriksson, de man achter Vananidr, bruist van de creatieve energie moge duidelijk wezen. In 2019 bracht de Zweed reeds twee langspelers uit (het gelijknamige debuut “Vananidr” en opvolger “Road to north“) en hoewel 2020 nog maar net begonnen is, ligt album nummer drie weer al rondjes te draaien. Op het debuut werd Anders nog bijgestaan door drummer Titan, die tijdens de aanloop naar de opvolger verstek liet gaan. Voor “Damnation” groeide Vananidr voor het eerst tot een trio uit met Rickard Silversjö als tweede gitarist en Ljusebring Terrorblaster op drums, hoewel die laatste ondertussen weeral vervangen werd door ex-Amon Amarth drummer Fredrik Andersson. “Damnation” laat geen wereldschokkende dingen horen ten opzichte van diens twee voorgangers maar combineert de plechtige melodieën van het debuut met de agressievere aanpak van de opvolger. Anders heeft dus nog steeds een duidelijke voorliefde voor Scandinavische black waarin agressie en melodie mooi samengaan. Denk aan Immortal, Windir, Kampfar en soortgelijke minnestrelen van het hoge ijskoude noorden. En daarbij doel ik niet alleen op jaren ’90 geluiden want deze derde plaat ademt ook een meer urbaan en modern gevoel uit. De productie ligt in het verlengde van de voorganger en is met andere woorden wat grimmiger dan de eersteling, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Een agressief nummer zoals het lekker beukende Immortaliaanse Hunter” springt er wat mij betreft nog steeds bovenuit hoewel de mid-tempo kraker “Tides of blood” en de melodieuze aan oude-Katatonia en Daylight Dies refererende leads van “Reflection” mij toch ook wel behoorlijk kunnen bekoren. Anders heeft er goed aan gedaan om “Damnation” met een speelduur van 47 minuten toch iets beknopter te houden dan de 66 minuten van “Road to north“. Zijn beste werk tot dusver.

JOKKE: 81/100

Vananidr – Damnation (Purity Through Fire 2020)
1. Distilled
2. Damnation
3. Hunter
4. Tides of blood
5. Wounds of old
6. Reflection
7. Void

Ceress – Tragedy at dusk

Het gebeurt niet vaak dat een nieuwe band bij mij een gevoel van nostalgie kan oproepen, maar van het Braziliaans black metal soloproject Ceress, geven mijn grijs gekrulde haren acht. Het is geheel per toeval dat ik deze band heb ontdekt, want er is namelijk weinig of niets online over te vinden en het maakte ook geen deel uit van de Addergebroed promopost. Het gaat hier om een digitale release in eigen beheer. Wat meteen opvalt is de rauwe, maar degelijke productie. Wie de heer F. Wolff ook moge zijn, hij heeft duidelijk verstand van hoe een dergelijke release hoort te klinken. Het eerste nummer vliegt er meteen in met een klassiek up-tempo black metal nummer dat ergens tussen Bathory en vroege Immortal zweeft. Daaropvolgend krijgen we twee instrumentale nummers die niet verbluffend zijn, maar wel sfeervol. Met “Lost world” duiken we terug de metal in. Dit keer wordt gas terug genomen en krijgen we een meer doomy nummer dat meer in de richting gaat van oude Katatonia, maar dan met een meer black metal einde. Een einde dat teruggrijpt naar de openingstrack en de rest van de plaat, qua stijl, aankondigt. En die rest is sfeervolle black metal met ambient intermezzos, welke deels worden gemaakt door het geweldige eighties new wave gitaarsologeluid. Aan het eind krijgen we een paar minuten stilte met een korte hidden track, een onnozelheid die de weemoed onderstreept. Het enige wat me stoort aan dit debuut is dat het me keihard doet denken aan een band waar ik echt niet op kan komen. Figuurlijk dan. Misschien zal niet iedereen even enthousiast zijn over deze plaat, gezien het feit dat het echt helemaal niks nieuws is, maar ik vind ‘em (zeker voor een solodebuut) alvast geweldig. De aandachtige lezer die even een kijkje gaat nemen naar de YouTube-link, zal zeker en vast ook de typfout merken in de albumtitel.

Xavier: 85/100

Ceress – Tragedy at dusk (Eigen beheer 2019)
1. The winged
2. Morbid rain
3. Sorry of angels
4. Lost world
5. Landscape from hell
6. The evil race
7. At war with the king
8. Tragedy at dusk


October Tide – In splendour below

Iedereen die zich ooit heeft afgevraagd hoe Katatonia had kunnen klinken indien ze een hardere weg hadden ingeslagen, moet maar eens luisteren naar October Tide. Opgericht in de eerste helft van de jaren negentig door Jonas Renkse en Frederik Norrman mag dat eigenlijk ook niet verbazen. Na een decennium lange winterslaap maakte de band in 2010 een comeback -zonder Renkse – met “A thin Shell“. En sindsdien kunnen we ons ongeveer elke drie jaar aan een nieuwe plaat tegoed doen. Deze “In splendor below” is de zesde langspeler en gaat verder in de inmiddels vertrouwde richting, namelijk melodische death metal met vleugjes doom en black. Er zijn echter wel een paar verschillen ten opzichte van voorganger “Winged waltz“. Iets waar ik best wel mee kan leven. Zo is het gitaarwerk harder nu broer Mattias Norrman van vier naar zes snaren is gegaan en is de ritmesectie wat gestroomlijnder met nieuwkomers Johan Jönsegård op bas en Jonas Sköld achter de drumkit. De productie is een pak helderder, wat alles mooi tot zijn recht laat komen. De opener “I, the polluter” is een steengoede song die de kracht van sterke riffs combineert met catchy melodie. De geweldige strot van Alexander Högbom (Demonical, …) speelt hier en gedurende het hele album een voorname rol. Deuntje drie “Ögonblick av nåd” flirt wat meer met black metal, terwijl “Guide my pulse” eerder de doom richting opzoekt. Ondanks de vele invloeden past elk nummer netjes op de release. Het enige wat me soms stoort is dat er hier en daar een gitaarnoot wringt. Hoewel deze band steeds in de schaduw van Zweedse collegae heeft moeten staan, vind ik dat ze, bij deze, nog maar eens bewijzen consequent ijzersterk materiaal te kunnen neerzetten.

Xavier: 90/100

October Tide – In splendour below (Agonia Records 2019)
1. I, the polluter
2. We died in October
3. Ögonblick av nåd
4. Stars starve me
5. Our famine
6. Guide my pulse
7. Seconds
8. Envy of the moon

Bloodbath – The arrow of Satan is drawn

Het was even wachten vooraleer de nieuwe Bloodbath fysiek zijn rondjes kon draaien in casa jokkemans maar ondertussen hebben we al een kleine week kunnen genieten van “The arrow of Satan is drawn” en kunnen we ons oordeel neerpennen. Ten opzichte van het vier jaar geleden verschenen “Grand morbid funeral” is de zanger voor de verandering eens niet vervangen. We horen met andere woorden nog steeds de gravelgrunt van Paradise Lost’s Nick Holmes. De enige line-up wissel vond plaats op gitaar. Tweede gitarist Per “Sodomizer” Eriksson kon immers aan de slag bij het immens populaire Ghost. Craft’s Joakim Karlsson werd als vervanger aangetrokken en mag voortaan zijn tronie met bloed bekladden. Als er een nieuwe Bloodbath verschijnt weet je op voorhand min of meer wat je kan verwachten: brutale maar ook melodieuze Zweedse death metal met die heerlijke Boss HM-2 Heavy Metal pedal-sound. Wat Bloodbath onderscheidt van haar genregenoten is het melancholische gevoel dat je regelmatig hoort opduiken in de melodieën en solo’s. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk als je weet dat de twee enige originele leden Anders Nyström en Jonas Renkse (beiden van Katatonia-fame) het songschrijven voor hun rekening nemen. In “Levitator” en “Warhead ritual” kwam Tomas Åkvik (ex-livelid van Katatonia en Bloodbath) tevens enkele scheurende solo’s uit zijn gitaar persen. Je hoort regelmatig kritiek op ome Nick’s vocalen en hoewel hij inderdaad niet de beste grunter ter wereld is of de meest afwisselende vocalen laat horen, stoor ik mij ook zeker niet aan zijn prestatie. De doodsmetalen klanken nemen verder alle mogelijke vormen aan gaande van snelle knuppelpartijen zoals in opener “Fleischmann” tot in mid-tempo beukwerk (“Levitator” en “March of the crucifiers“) en headbang-songs (“Only the death survive“). Met een meesterdrummer als Martin “Axe” Axenrot (Opeth) in de gelederen weet je dan ook dat alle tempo’s haalbaar zijn. “Wayward samaritan” bevat een zekere old-school thrashy en speed metal vibe en in “Bloodicide” trommelden de heren enkele levende legendes uit de Britse death metal-scene op. Zowel Jeff Walker (Carcass), Karl Willets (ex-Bolt Thrower) als John Walker (Cancer) kwamen een potje meebrullen in het heerlijke nummer. Zowel in “Morbid antichrist” als de hekkensluiter “Chainsaw lullaby” werden koren en morbide orchestraties aan de achtergrond toegevoegd die bijdragen aan de afwisseling omdat Zweedse death metal al gauw saai kan beginnen klinken. Catchy krakers als “Eaten” of “Outnumbering the day” vallen er echter niet te bespeuren. “The arrow of Satan is drawn” is niet het sterkste Bloodbath-album, maar blijkt wel een groeiplaat te zijn waardoor de band samen met Carnation en Sulphur Aeon alsnog de death metal-hoogtepunten van 2018 aflevert.

JOKKE: 85/100

Bloodbath – The arrow of Satan is drawn (Peaceville Records 2018)
1. Fleischmann 
2. Bloodicide 
3. Wayward samaritan 
4. Levitator 
5. Deader 
6. March of the crucifiers 
7. Morbid antichrist 
8. Warhead ritual 
9. Only the dead survive 
10. Chainsaw lullaby

Nachtmystium – Resilient

Nachtmystium is terug na een afwezigheid van vier jaar. Niet iedereen zal hiermee opgezet zijn aangezien bandleider/enfant terrible Blake Judd de afgelopen jaren op de tenen van heel wat fans en mensen uit de platenbusiness heeft getrapt. Het wangedrag van meneer Judd was toe te schrijven aan zijn drugsverslaving, maar hij zou nu al meer dan twee jaar clean moeten zijn. Het blijkt echter moeilijk om het verleden achter te laten, want recent stond Blake weer in het middelpunt van de belangstelling naar aanleiding van oplichting via heruitgaves van de back catalogue van Judas Iscariot door het Ascension Monuments Media-label waaraan hij verbonden is. Soit, de details laten we over aan de metalen roddelpers-sites. Lupus Lounge was bereid Blake een tweede kans te geven en tekende Nachtmystium. Hopelijk fuckt hij ze niet op. De Amerikaan hervormde zijn band met muzikanten uit twee werelddelen. De Nederlandse maar in het Noorse Bergen wonende keyboardspeler Job ‘Phenex” Bos werkte reeds in het verleden samen met Blake voor het fijne Hate Meditation en kennen we verder van Dark Fortress en als live-muzikant voor o.a. Satyricon, The Ruins Of Beverast, Dordeduh en In The Woods. De ritmesectie bestaat uit de Duitse bassist Martin van Valkenstijn (Mosaic, Ysengrin en live-lid van o.a. Sun Of The Sleepless, The Vision Bleak en Empyrium) en de Amerikaanse drummer Jean Graffio van Sumeria. Met de nagelnieuwe “Resilient” EP breekt een nieuw hoofdstuk aan voor Judd en Nachtmystium. Na de inleidende klanken van “Conversion” valt het titelnummer in waarbij meteen de grote rol van Job Bos opvalt. De mid-tempo riffs worden immers begeleid door dromerige keyboards. Blake heeft altijd al een goed oor gehad voor melodie, hooks en catchy refreinen, en dat is ook in dit nummer weer het geval zonder te verzanden in een platvloerse meezinger. Verderop in het nummer krijgen we nog een eighties gothrock-achtige solo en cleane koorzang te horen wanneer het nummer met een groots klinkende atmosfeer open barst. De psychedelische landscapes  uit het verleden blijven grotendeels achterwege ten voordele van bakken extra donkere atmosfeer. “Silver lanterns” ligt in de lijn van de fantastische voorganger “The world we left behind“. Het nummer kent een simpele maar effectieve hoofdriff waarover een pakkende melodieuze single note tremololijn gespeeld wordt en subtiele keyboards vormen de lijm tussen de kippenvel opwekkende riffs en half-blastende drums. Er duikt ook een spoken word sample op en de song blijft voortdurend van gedaante veranderen door met verschillende tempo’s en snelheden te spelen. Met het bijna tien minuten durende “Desert illumination” zijn we spijtig genoeg al aan het laatste nummer gekomen. Het is echter een epische song waarin heel wat gebeurt. Er wordt aan een doomtempo gestart waarbij gesproken vocalen, grootse keyboards, akoestische gitaren en bongo’s een gezapige dromerige toon zetten. Gewaagd en iets wat we niet onmiddellijk van de band verwacht hadden, maar eerder aan een moderne Katatonia zouden toeschrijven. Black metal lijkt hier ver zoek…alhoewel. Halfweg perst Jake een schitterende black metal-riff uit zijn gitaar, versnellen de drums en maakt de band zich op voor een zinderende repetitieve finale waarin de instrumenten het voor het zeggen hebben. Nachtmystium levert met “Resilient” een pracht comeback. Hopelijk blijft Blake nu op het rechte pad zodat we nog meer moois van zijn band te horen krijgen.

JOKKE: 86/100

Nachtmystium – Resilient (Lupus Lounge 2018)
1. Conversion
2. Resilient
3. Silver lanterns
4. Desert illumination

Craft – White noise and black metal

Het Zweedse Craft neemt sinds het fantastische “Fuck the universe” uit 2005 haar tijd als het op het uitbrengen van platen aankomt (kwaliteit boven kwantiteit weet je wel). Op “Void” dienden we destijds zes jaar te wachten en die plaat stelde allerminst teleur. Plots is daar na zeven jaar nu opnieuw een album getiteld “White noise and black metal” en we kunnen wel stellen dat door het lange wachten de verwachtingen hooggespannen zijn. Via nieuwe broodheer Season Of Mist werden in de aanloop naar de release drie singles vrijgegeven die mij telkens wel konden overtuigen, zij het pas na enkele luisterbeurten. Wat meteen opviel, was dat de sound van de Zweden een pak moderner klonk en dat er ook iets progressiever gemusiceerd werd. Vooral bij “Again” maakte ik me die bedenking want de riffs die we hier te horen krijgen, wijken toch wel af van het gekende Craft-geluid en doen eerder denken aan mid-tempo Inquisition (ook later op de plaat zal deze referentie nog opduiken). Met de fantastische bassist Phil A. Cirone (Hypothermia, ex-Shining) in de gelederen is het misschien niet te verwonderen dat Craft af en toe progressiever uit de hoek komt. Zo laat hij o.a. in het instrumentale “Crimson” en het dynamische “YHVH’s shadow” heel wat mooie basloopjes horen, maar ook het oudgediende gitaarduo Joakim Karlsson en John Doe speelt strak en vuurt enkele knappe riffs op de luisteraar los. Zo bevat het gitaarwerk van “Undone” heel wat moderne Immortal-invloeden en is het nummer enorm dynamisch door de afwisselend rollende en blastende basdrums van sessiedrummer Daniel Moilanen die we kennen van Katatonia, Runemagick en Heavydeath. Opener “The cosmic sphere falls” kent een twee minuten durende groots klinkende instrumentale aanloop maar zodra de salpetervocalen van Nox (Omnizide) invallen, hoor je overduidelijk dat hier Craft aan het werk is. Zoals steeds laat de frontman horen dat hij tot het clubje van beste black metal-zangers behoort. We krijgen meer blastbeats dan gewoonlijk op ons afgevuurd (check het met dissonante elementen flirtende “YHVH’s shadow“) maar middels de rock ’n roll-groove aan het einde van “Tragedy of pointless games” en de mid-tempo uppercut “Darkness falls” grijpt Craft ook terug naar het geluid van “Fuck the universe“. En de misantropie spat er nog steeds vanaf zoals we ondermeer horen in afsluiter “White noise“: “I despise all of you – I’m in some tedious level of hell. Meaningless points dressed in pointless words – Don’t let a lack of ideas hold you back. Let’s pay attention to what other people do, and let them know how it’s offensive to you. Let’s ignore what testimony show, let every dumb idea grow. Your world is not important to me. I couldn’t care any less about you.” Knap dat Craft (subtiel) nieuwe paden bewandelt zonder echter haar kerngeluid te verloochenen. En nu graag snel een vinyl heruitgave van “Terror propaganda” en “Total soulrape“!

JOKKE: 85/100

Craft – White noise and black metal (Season Of Mist 2018)
1. The cosmic sphere falls
2. Again
3. Undone
4. Tragedy of pointless games
5. Darkness falls
6. Crimson
7. YHVH’s shadow
8. White noise